Linzen met worstvlees in tomatensaus…

Linzen, we zijn er dol op. Linzen uit Puy, linzen uit de Berry, linzen uit Italië, linzen uit Spanje… We mogen ze te pas en te onpas eten. Het liefst zelf geweld en gekookt, maar soms moet het even anders. Onder tijdsdruk willen we een enkele keer wel grijpen naar een portie linzen uit blik. Minder lekker, ik geef het toe, maar bruikbaar voor een snelle en eenvoudige maaltijd. Het recept is van Italiaanse origine en als bijgerecht voldoet de hoeveelheid voor 2 à 3 personen.

  • 300 gram linzen, uitgelekt gewicht,
  • 1 blikje tomaatblokjes (400 gram),
  • 2 varkensworstjes,
  • 2 sjalotten,
  • 2 tenen knoflook,
  • 1 gedroogd pepertje,
  • 1 theelepel karwijzaad (kümmel),
  • 2 eetlepels tomatenpuree,
  • olijfolie,
  • handje verse koriander,
  • peper en zout.
Hak de sjalotten en de knoflook fijn en bak ze op een rustig vuur in olijfolie tot ze glazig en zacht zijn. Roer het karwijzaad en het pepertje erdoor en laat dat een goede minuut meebakken. Dan de tomatenpuree erbij. Laat het geheel een paar minuten binden. Ontvel de worstjes en doe ze bij de saus. Maak de worstjes met een houten lepel kort en laat ze meebakken. Wanneer het vlees na een paar minuten bruin is kan de tomatenpulp erbij. Een scheut water toevoegen en de saus 20 minuten laten koken. Breng op smaak met peper en zout. Wanner de saus voldoende is ingedikt kunnen de linzen erbij en ook de helft van de koriander. Na een minuut of vijf is alles voldoende verwarmd. Schep de groenten over op een voorverwarmde schaal en strooi er de rest van de koriander over.
  • Ik gebruikte karwijzaad, wil je liever de wat mildere smaak van venkelzaad dan moet je iets meer gebruiken van die specerij.
  • Het bakken van het pepertje en het zaad zorgt ervoor dat de smakelijke oliën sneller en beter los komen.
  • Koriander geeft een heerlijke, maar specifieke smaak, niet iedereen waardeert die. Je kunt in dat geval peterselie gebruiken.
  • Gebruik je gedroogde linzen dan kun je ze aan de saus toevoegen, tegelijk met de tomaten en het water. Gewoon even controleren of ze gaar zijn. (Dat zal na een goede 25 minuten zijn.)

Lamsschouder, langzaam gegaard…

Zaterdagavond zaten er zeven gasten aan aan onze dis. Ellen had lamsschouder gekocht bij onze Turkse slager in Helmond. We waren van plan iets geheel anders te maken, maar de slager was bijna uitverkocht, de keuze was beperkt. Het werd dus lamsschouder (overigens helemaal geen slechte of tweede rangs keuze!).

Aangezien we die dag tijd genoeg hadden besloot Ellen om de schouder heel klassiek klaar te maken, langzaam gegaard in de oven. Bij deze bereiding wordt het vlees niet eerst aangebraden. De schouder woog ruim twee kilo, genoeg voor zeven mensen. Aan het eind van de maaltijd restte slechts een klein reepje vlees en kale botten.

  • 1 lamsschouder met bot,
  • 2 bollen knoflook, gehalveerd,
  • 1 handvol verse salie,
  • 1 tak rozemarijn,
  • peper en zout.

Wrijf de schouder in met vers gemalen peper en zout. Leg de schouder met de halve bollen knoflook en de kruiderij in een braadslee. Voeg een goede kwart liter water toe en dek het geheel af met aluminiumfolie. Zet de braadslee in een op 160 graden voorverwarmde oven en laat het vlees zachtjes garen. Dat zal een goede drie en een half uur duren. Kijk af en toe of er nog water genoeg in de braadslee staat en voeg eventueel een scheutje bij. Het laatse half uur kan het folie eraf en mag het vocht indampen. Klaar!

  • Zoals je ziet wordt het vlees niet aangebraden. Door het zachtjes garen onder folie wordt het vlees botermals van z’n eigen sappen. De bruine kleur krijgt het van dat laatste half uur zonder folie.
  • Soms biedt men schouder aan waarvan al het vet is weggeprepareerd. Dat is zonde. Het vlees verdient een beetje vet, het wordt er alleen maar beter op. Je kunt dat vet later altijd nog op je bord laten liggen (of aan de hond voeren…).
  • Wij gebruikten het braadvocht niet, ik had immers peperchutney gemaakt. Maar schroom je niet om er een geweldige saus mee te maken. 
  • De knoflook is ook botermals geworden, alle scherpte is eraf. Je drukt de teentjes zo uit de schil en slobbert ze naar binnen, of je smeert ze uit op een stukje brood. Wanneer je saus maakt van het braadvocht kun je een deel van de teentjes tot pulp wrijven en erin verwerken.

Op advies van Bill Granger aten we er gesmoorde venkel met bloedsinaasappelen bij en gabakken aardappeltjes. Stevige wijn, wit en rood, en natuurlijk een kopje espresso toe.

 

Ons Lief Vrouwke van Achel…

Toen dan zaterdagavond de laatste gasten het pand verlieten restte ons nog slechts een ommetje met Hond Max. We besloten het nuttige met het aangename te verenigen en deden op onze voornachtelijk tocht nog even café D’n Egelenburght aan. Glas Guinness drinken, een borreltje jenever. En nog wat bijpraten over de afgelopen Carnaval. Het was rustig in het café, Joke had alle tijd om aan te schuiven. 

Op enig moment kwam ook kastelein Martien van achteren gestiefeld. Hij wierp wat nonchalant een handvol snoep op ons tafeltje. Die man heeft wat met snoep, hij was in een vroeger leven banketbakker. En die nonchalance is gespeeld, dat zie je aan z’n pretoogjes.

Ik stopte snel twee snoepjes in mijn mond, Martien zou wel een mening willen horen. Het was wat vroeger schuimpjes heette. Van dat snoep dat je kreeg bij de kruidenier, de sigarenboer, of van opa en oma met Sinterklaas. Van dat snoep dat vaak zo irritant naar kleurstof smaakte. Deze waren mild en zacht…

Komen van de Achelse Kluis zei Martien. Ik keek er eens goed naar en liet mijn mond open zakken van verbazing. Niet een fantasiefiguurtje of een Klaas of Pieterman, maar een devote Moeder Maria, een Onze Lieve Vrouwke… Zat ik daar min of meer gedachtenloos het Rijke Roomsche Leven weg te kouwen.

Ik kende de Achelse Kluis van de Trappisten, van het bier. Mariake van Achel, ik wist niet van het bestaan.

Om je enig beeld te geven van het formaat van het snoepje heb ik er voor de foto dan maar een ander icoon uit een ver verleden bijgeschoven.

Lekker snoepje, nou en of…

Peperchutney…

Ellen braadt een lamsschouder in de oven. Ik maakte er een saus bij. Zo’n allemansvriend, zo een die je in een hele hoop culturen terug vindt, zo een die eigenlijk te simpel is voor woorden, zo een die altijd en overal uitermate effectief is. Je vindt hem bij Jamie Oliver, je vindt hem bij Bill Granger. Lees je tussen de regels door dan vindt je hem bij Mevrouw David. Mevrouw Roden beschrijft hem dan weer iets anders, ik ben maar niet verder gaan zoeken. Het is een klassieker.

Soms heet-ie pepersaus, soms peperchutney. En dan zijn er natuurlijk allerhande exotische benamingen, afhankelijk van waar en door wie hij wordt bereid. Ik reken voor vanavond op ongeveer zeven personen. Ik probeerde mijn recept daarop af te stemmen.

  • 8 verse rode pepers,
  • 2 tenen knoflook,
  • handje grof gehakte platte peterselie,
  • 160 ml fijne olijfolie,
  • zout (uit de molen).
Maak de pepers schoon door de zaadlijsten en de zaadjes te verwijderen en snijdt ze vervolgens in kleine stukjes. Pers de knoflook tot pulp en hak de peterselie, maar niet te fijn. Doe in een mengschaal en giet er de olie bij en maak af met zout. Roer goed om en je saus is klaar.
  • Wat je nu hebt is een tamelijk frisse, niet al te scherpe pepersaus. Sommige recepten schrijven voor om de olie te verhitten, en die dan pas bij het pepermengsel te voegen. Hierdoor mengen de etherische oliën van de pepers zich snel door de olie. Je saus wordt scherper.
  • Het grote voordeel van dit soort allemansvrienden is dat je eindeloos kunt variëren. Kant en klaar knoflookmengsel in plaats van vers, meer peterselie misschien, aanvullen met andere specerijen (ik ben de laatste tijd weer helemaal zot van karwijzaad, wie weet wat dat zal opleveren?). Een deel van de pepers kan vervangen worden door Madame Jeanette of verse Rawit pepers, bedenk maar hoe scherp je het wilt hebben.
  • Hoeveel je maakt, en of er over blijft heeft ook weinig belang. In een schoon potje bewaar je de saus makkelijk een dag of tien. (Houd er rekening mee dat de saus zich ontwikkelt en scherper zal worden.)
  • De saus is multi-inzetbaar, bij vlees, bij vis. (Goed brood, een geplukte gerookte makreel en een peut saus, goddelijk!)
  • Peuter na het schoonmaken van de pepers voor enige tijd niet in je neus, wrijf niet door je ogen en ben terughoudend in het bedrijven van de liefde. De etherische olie is ver in je vingertoppen getrokken.

Haring, en dan is het echt afgelopen (Carnaval 7)…

Over traditie gesproken…

Sinds jaar en dag stellen Marleen en de Jongste Bediende op Aswoensdag hun huis open voor de Ontheemde Carnavalsganger. Ze bieden deze en gene een mogelijkheid om op een waardige wijze afscheid te nemen van het Grote Feest. Iedereen is welkom. Op enig moment telde ik zevenentwintig gasten aan de monumentale keukentafel. Beetje evalueren, beetje bijpraten, beetje leuteren…

Met rijkelijk haring. En natuurlijk goed brood, zowel gebakken als in vloeibare vorm. En dat was het dan voor dit jaar.

Zondag Avond Band op Dinsdag Middag, (Carnaval 6)…

dinsdag

Carnaval is een feest van tradities. Het staat feitelijk bol van de tradities. Het aardige van tradities is dat ze je een leidraad geven om de dag door te komen, het aardige van tradities is ook dat je ze kunt verbreken. Kortom je kunt er alle kanten mee op, en zo hoort dat ook.

Het is op enig moment ontstaan, alweer heel lang geleden. Een blaaskapel, luisterend naar de prozaïsche naam ZAB, leek het wel een carnavalesk idee om op carnavalsdinsdag een repetitie sessie te houden. Ze vonden een nagenoeg leeg cafe. Het zou daar pas op de avond volstromen, wanneer de Boerenbruiloft er na een rondgang door het dorp, neerstreek. Alle tijd, rust en mogelijkheden om een eigen feestje te vieren, dachten ze. Die middag had onze carnavalsgroep evenwel besloten dat we dat cafe prima konden benutten om de nodige rustmomenten in ons programma in te bouwen. En zo kwamen de dingen samen. Hullie repeteerden, wij waren publiek. In de loop der jaren ontwikkelde zich interactie tussen publiek en artiesten. Onze groep leverde zangers en zangeressen, er werd gearrangeerd, en uiteindelijk trad het publiek op met de band (of omgekeerd, daar wil ik van afzijn). Een traditie was geboren, en de rest is geschiedenis.

In de loop der jaren veranderde er wel een en ander aan het karakter. Het sprak zich rond dat er op dinsdag feest te halen was in dat cafe. Er kwam allengs meer publiek, er ontstond zelfs een “zelfbenoemde” fanclub. Toch blijft het ons feestje.

Afgelopen dinsdag liep het allemaal wat stroefjes aan. Het duurde en duurde voor ons gezelschap compleet was, voordat iedereen de schminck op de juiste plaats had gesmeerd en de intussen danig desintegrerende pakken weer op orde had. We stonden met z’n allen nog wat te klungelen toen er een telefoontje kwam vanuit het cafe. Waar we bleven? De Band wilde beginnen met de repetietie. (Achteraf bleek de band ook niet compleet. De Jongste Bediende merkte fijntjes tegen de laatkomers op dat hun tijd misschien een andere was dan de onze… Nou nee, dat was niet het geval, het was geen nonchalance dat ze later waren, en al helemaal geen zelfoverschatting. Nee, er moest in zeven haasten nog plastic over de aspergebedden getrokken worden. En dat moest nu, anders zouden er rampen gebeuren! En ik dacht: verdorie ja, Carnaval voorbij betekent asperges op komst. En ik dacht: zorgen jullie maar goed voor die bedden, ik zal de eerste zijn die zijn bundeltje Primeurs op komt eisen.)

Een goedwillende gast stelde afgelopen dinsdag voor om de repetities te verplaatsen naar een drukkere locatie. Meer mensen zouden er plezier van hebben, toch ook ter meerdere eer en glorie van de Band. Bij monde van Hein V. werd de enthousiaste fan te verstaan gegeven dat daar geen sprake van kon zijn. Hier werd gerepeteerd, en niet voor een zaal volk, maar voor die groep daar. Doelend op ons! We hoorden het en waren trots als een aap… Traditie lezer, traditie.

Enfin, het concert annex repetitie van de ZAB luidt ons afscheid van de Carnaval in. Alles wat er daarna gebeurt (Hachis eten, symboolverbranding, afzakkertjes en ergens “op de eieren”), het vindt allemaal plaats in blessuretijd.

 

 

Statieportret, (Carnaval 5)…

Het statieportret valt dit jaar wat povertjes uit. Wel geteld ontbreken er maar liefst zes wormen of aanhangsels, die waren even ergens anders…

Hachis Parmentier voor een groot gezelschap

Hachis Parmentier

Meestal maak ik voor de carnavalsmaaltijd soep. Soep in grote hoeveelheden, bonensoep, preisoep, tomatensoep met veel groenten, noem maar op. Ideaal voor de carnavalsvierder; een flinke kom soep met veel groenten, wat brood en hup we kunnen er weer tegen. Voor zo’n feestje moet je een goede bodem hebben, stevige kost, niet te vet en het moet ook nog eens snel klaar zijn.

Ik las een tijdje geleden een tweet van Sylvia Witteman waarin ze schreef dat ze een gezelschap Russen te eten kreeg en dat ze daarvoor Hachis Parmentier zou gaan maken. Dat leek me opeens een prima menu voor ons carnavalsgezelschap. Vandaag dus geen soep maar Hachis Parmentier.

  • Voor een niet te schatten aantal mensen denk ik dat dit voldoet:
  • 2 1/2 kilo half om half gehakt
  • 4 grote uien
  • 2 grote rode uien
  • knoflook naar wens
  • zout en peper
  • wat raz el hanout
  • basilicum
  • 5 kilo aardappelen
  • boter
  • olijfolie om in te bakken
  • melk
  • truffelboter
  • nootmuskaat
  • twee grote ovenschalen

Bak het gehakt mooi rul. Bak telkens een portie van ongeveer een pond tegelijk. Kruid met raz el hanout, peper en zout en knoflook. Schep het gehakt in de ovenschalen zo dat de bodem helemaal bedekt is. Bak dan de uienringen lichtbruin en leg die op het gehakt. Kook de aardappelen en maak er met de knijper een luchtige puree van. werk de truffelboter door. Bedek het gehakt en de uien met de puree.

Tot zover is alles klaar. Vanavond gaan de schalen in de oven om te verwarmen en een mooi bruin korstje te krijggen. Zo, nu ga ik snel mijn pekske aantrekken. De eerste gasten zullen zo wel arriveren en dan vertrekken we richting De Keizer voor de laatste carnavalsdag. Zo rond zes uur moet er iemand naar huis om de oven aan te zetten en dan kan het gezelschap om een uur of zeven aan tafel.

Foto’s van de carnaval zijn te bekijken via :http://www.flickr.com/photos/ellenbouckaert/sets/72157628886758959/

Vandaag géén espresso!

© ellen.

Ans is jarig…

Feest Jan

Lieve Ans, van harte gefeliciteerd.

Het kan niet anders dan dat we ergens in de loop van de dag contact hebben.

Voor nu alvast een fijne verjaardag.

Achterstallig onderhoud, (Carnaval 3)…

Zaterdagavond trokken we op. Ondanks alle voorpret van Pekskes maken, Generaal Alaaf, Bonte Avonden en wat we zoal nog meer bezochten in de aanloop: nu ging het Grote Feest van start. Bij Dientje Wijn was het te druk, bij de Keijzer te stil. We streken neer bij ‘t Ridderhof, met z’n allen. Een gouden greep.  Volop levende muziek, met als hoogtepunt een gastoptreden van een band uit een aanpalende gemeente. Ik was totaal van mijn sokken.

Ze heten Nummerke 3. De band bestaat uit louter jong volk en ze blazen de sterren van de hemel. En doorheen het hele optreden zie je de hand van een begaafd regisseur, zodat het spektakel ook visueel een lust voor het oog is. Daar kan deze en gene nog een puntje aan zuigen…

Zoals altijd was er een moment dat iedereen iedereen kwijt raakt. Dat hoort zo. Het kwam er op neer dat Marleen, Ellen en ik  neerstreken op het overdekt terras van D’n Engelenburght. We komen daar vaker, om even uit te rusten, even bij te komen. Op zaterdag sloten we er onze dag mee af…

Op zondag verzamelde het gezelschap zich naar traditie op het Ministerie om daar de Grote Optocht af te wachten. Die komt altijd langs, we mogen graag geloven dat ze dat speciaal voor ons doen. Nadat de laatste wagen (gekochte wagen, Walter?) voorbij was getrokken spoedde het gezelschap zich naar De Keijzer. Stampvol, veel bekenden, nog meer onbekenden (we worden oud…). Het was daarom dat penning- en consumptiemeester Toon het gezelschap richting Engelenburght dirigeerde. Niet dat het daar minder druk zou zijn, het is op Carnavalszondag overal druk! Nee, het had er meer mee te maken dat die plaats onderdak biedt aan het Bejaardencarnaval.

We hebben er altijd wat meewarig naar gekeken, naar dat Bejaardencarnaval. Maar de tijd staat niet stil, een goed deel van ons gezelschap schuift ongemerkt in de gelederen van de Gezegenden der Dagen. Of we dat nu willen of niet.

Evert, toch een van de jongeren van ons, zag zijn kans waar. Als zelfbenoemd intrigant startte hij onmiddellijk onderhandelingen ter overname van de Bejaardencarnavalsclub. En naar het schijnt met succes. Wie weet levert de omgeving van het Ministerie het komend jaar diverse hoogwaardigheidsbekleders. En dan zal er ook grondig geherstructureerd worden in het gebeuren van de Laotbloeiers. Je hoort er nog van…

We aten met z’n allen, ik telde op een goed moment vijfentwintig mensen. Er was bonensoep, goed brood en fijn beleg. Anita zorgde traditioneel voor Kerriesoep en gebraden worst. Enige van ons trokken daarna nog verder, maar de geleden waren fors uitgedund. We worden ouder.

De Jongste bediende hebben we nauwelijks gezien. Hij frequenteert letterlijk alle podia van ons dorp, met nu en dan een uitstapje naar het Buitenland. Tomeloze energie, die man. Maar ja, hij is nog jong…

En ik moet nu weg, Ellen belde, ik word verwacht…