Knoflook, olie en pepertjes…

De lekkerste pasta ooit? Misschien is het wel zo… Mij mag je er in ieder geval op elk moment van de dag of de nacht voor wakker maken. De eenvoudigste pasta is het waarschijnlijk ook; spaghetti aglio, olio e peperoncino (aio, oio e peperoncino).

Olie in de pan, een paar tenen knoflook erbij (fijngenipperd) en een paar kortgesneden pepertjes (al dan niet met zaadlijsten). Op een niet te hoog vuur laten garen. Spaghetti koken en afgieten. Vervolgens de pasta in de oliesaus storten en even goed omwerken. Meteen op tafel. Een beetje basilicum erover mag, of een toefje rucola. Vers geraspte kaas wordt al een beetje decadent, maar vooruit…

Er zijn een aantal varianten van dit gerecht in omloop. Maar altijd komt het erop neer dat je er olie, knoflook en pepers in stopt.

Een geweldige lunch heb je eraan, of een prima voorgerecht. Doe er een grote bak sla bij en je zou de spaghetti als hoofdgerecht kunnen beschouwen.

Bij ons komt het regelmatig op tafel. Zo vaak, dat het normaal lijkt en ik vergeet dat ik dat zo nu en dan ook op de web site moet vermelden. Een klassieker uit de Italiaanse keuken. Dat vond Pellegrino Artusi, vader van de Italiaanse kookboekencultuur. En dat vond een deel van de kruimeldiefjes uit Monicelli’s misdaadkomedie I solti ignoti… Dat vindt een aantal van onze vrienden, en dat vinden wij!

P.s.: Ik bedenk me nu dat de spaghetti met truffelolie een nog simpeler gerecht is. Ook daar kun je me te pas en te onpas mee verblijden en verleiden…

© paul

Gerookte kwartelpootjes, het restant…

kwartelpootjes...

Ik zag de foto en ik dacht: hadden we die botjes niet wat zorgvuldiger af kunnen knagen?

Uiteindelijk, herinner ik mij, heb ik de stompjes aan de uiteinden van de botjes netjes los gemaakt. Hond Max was er dol op.

Ik vertelde je al eerder over Ellen d’r passie voor kwartels. Ook in gerookte vorm… In de aanloop naar het Hemelvaartweekend kwamen Jan en Ans logeren op onze buitenlandse stek. Een aangename week brachten we samen door.

Nu kennen we elkaar al zo lang, denken alles van elkaar te weten (nou ja, alles?…) en dan blijken er op basaal nivo (eten en drinken) voorkeuren te bestaan die de een niet van de ander kon bevroeden.

Vervreemding, lezer, vervreemding. Vind jij dat lekker? Tjee, als ik dat geweten had…

Ans had het over Spaghetti aglio, olio e peperoncinno. Of ik niet wist dat dat de lekkerste spaghetti was ooit? Ja, dat wist ik wel, maar ik wist niet dat jij….

Enfin; Jan was zich nog vrij onlangs te buiten gegaan tijdens een Wildbanquette. De gerookte kwartelbillen waren kennelijk aan niemand besteed, ze bleven liggen. Vriend Jan maakte korte metten met het onbegrip (of de onkunde) van de andere gasten. Hij hielp de gastheer van de delicatessen af. (Iemand moest het toch doen?)

Nooit geweten, maar om Ellen en Jan een plezier te doen… Ik moest evenwel nog flink mijn best doen om de delicatessen bij elkaar te sprokkelen. Ik schreef je eerder dat je ze alom aan trof rond onze Luxemburgse woonst, nu viel het dus even tegen. (Dat heb ik weer…)

Ach, die kwartelpoten, we genoten ervan. Van de aglio, olio e peperoncino ook!

© paul

 

Turkse Kippensoep uit het boek van Willy

soep
We erfden een aantal boeken van Willy, Paul schreef er hier al eens over.

Paul is helemaal wèg van één van de boeken uit deze erfenis: “Soep, een onbegrensd gerecht”. Een boek uit 1973! Het ziet er ouderwets uit maar ik moet toegeven dat Paul er al een paar lekkere recepten uit wist te zoeken. Het boek was opeens een tijdje ‘kwijt’ maar bleek gewoon in de caravan in Luxemburg te liggen. Toen Vriend Jan en Ans deze vakantie kwamen logeren was het dus een logische keuze om maar eens in het Soepenboek van Willy te gaan zoeken. Vriend Jan is gek op soep, maakt niet uit welke, als het maar soep is. Ik had al een bio-kip gekocht dus zocht ik soep met kip. Een eigenaardig recept; kip citroensap, yoghurt… Gewoon geprobeerd en het resultaat was heerlijk! Van harte aanbevolen!

  • 2 eetlepels rijst
  • 1 theelepel  verse dragon fijngehakt
  • ongeveer een liter kippenbouillon van een onbesproken kip, gezeefd (het vlees apart houden)
  • 40 gram boter
  • 40 gram bloem
  • 2 dl yoghurt
  • zout en peper
  • 200 gram gaar kippenvlees in stukjes gesneden
  • 1 eetlepel citroensap
  • 1 koffielepel geraspte citroenschil
  • 2 eetlepels verse platte peterselie en/of andere verse tuinkruiden

Kook de rijst in de bouillon gaar. Smelt de boter en roer er de bloem door. Voeg al roerend de yoghurt erbij en laat dit even zachtjes koken tot je een mooie gladde, dikke, saus hebt. Voeg de saus onder goed roeren beetje bij beetje bij de bouillon. Blijf roeren tot de bouillon mooi gebonden is. Doe er dan zout en peper naar smaak bij en de dragon. Voeg dan de citroenrasp, het sap en de stukjes kip toe. Verwarm de soep door en door zonder te laten koken en strooi er vlak voor het opdienen de verse kruiden over.

Geef er dikke sneden mooi stevig boerenbrood bij.

Mooi moment om even aan Willy te denken!

© ellen.

 

Tommette de Savoie…

Kuierend over de donderdagse weekmarkt in de Schoone stad Aarle, hoofdstad van Belgisch Luxemburg, liep ik er zomaar tegenaan (nou ja, niet letterlijk, maar toch…).

Het kraampje kende ik van eerder bezoek. Prachtige bergkazen werden er verhandeld. Halfharde Morbier’s met het typische aslaagje door het hart. Gerijpte Comté’s, als wagenwielen zo groot. Een enkele keer een Tarentais met z’n zachte pâte. En altijd was er de trots van Alpen en Jura: de Tomme de Savoie. Alle handel van de beste kwaliteit en betrokken van de boerderij, dan wel van de artisinale kaasmaker. Altijd stammend uit de bergen van Oost-Frankrijk.

Alle waar lag ook deze donderdag te lonken op de schappen en ik wist allang dat ik weer voor de bijl zou gaan. Ik kon niet voorbij die kraam zonder een stuk van de welriekende zuivel van eigenaar te doen wisselen.

Er was een apart hoekje ingericht voor het kleine zusje van de Tomme de Savoie. En omdat het klein was heette het niet Tomme, maar Tommette… En het was een aanbieding. Een kaasje met een doorsnee van ongeveer 10 centimeter kostte € 5,-. Het was geen geld. Ik had sterke aandrang om er meteen vier te kopen, maar die zouden we met geen mogelijkheid opkrijgen. Ik hield het dan maar bij het bovenstaand exemplaar.

Tomme (of Tommette) de Savoie is een verzamelnaam. Meestal worden de kazen vernoemd naar het dorp of de streek waar ze vandaan komen. (Tomme de Bauges, Tomme Alpage de la Vanoise, Tomme de Lindarets enzoverder…) Mijn kaasje heette ook iets, ik had het netjes genoteerd. Ik ben echter mijn aantekening kwijt, je bent het van me gewend…

De korst van de kaas is hard en grijs-bruin. Het is een schimmelkorst, hij geurt heerlijk naar paddenstoelen. De pâte ruikt naar kelder en schimmel (paddenstoelen) en de smaak is stevig en mild tegelijk.  

Mijn kaasje heeft een stevige pâte, wat erop wijst dat hij is geperst. Er werd rauwe melk gebruikt, dat proef je en dat ruik je. (Industriële Tomme’s bestaan ook, die zijn doorgaans zacht van binnen, erg mild en wat vlak. Zoek als je de kans hebt altijd naar kazen met de status fermier of artisinal. Dat zijn de beste…)

Zo meteen ga ik het laatste stukje oppeuzelen. Ellen heeft nog een aardige Bourgogne onder de kurk, die past er voortreffelijk bij. Reken maar van yes

Misschien schrijf ik binnenkort een wat uitgebreider artikel over Tomme de Savoi (maar ja, zoiets beweer ik ook al jaren over Orvalbier…)

© paul

 

Hemelvaart in Septfontaines…

Het is een traditie van alweer drie decennia; Hemelvaart brengen we gezamelijk door in Septfontaines, een piepklein dorpje in de buurt van Luxemburg-stad. 

Het gezelschap is vrij constant, en nagenoeg iedereen kent de anderen al eeuwen. Intussen kwam er aanwas in de vorm van kinderen en honden. Het schuift allemaal vrij naadloos in.

Ontbijt en avondlijke maaltijd dienen gezamelijk te worden genoten, voor de rest is ieder vrij in doen en laten.

Op Hemelvaartsdag eten we traditioneel Asperges. Die worden meegebracht van bij ons thuis, dat dan weer wel…

En ook al heet het dan kamperen, enig decorum is op zijn plaats…

© paul

Ah-shit…

We zijn weer thuis, dat is het goede nieuws. Mochten we klagen over de internetverbinding op onze Luxemburgse stek, het zou nu allemaal weer beter moeten gaan. Tijdens onze afwezigheid echter is een en ander fout gelopen met het internet hier te onzent… Reacties plaatsen lukt even niet, post beantwoorden ook niet. Het ziet ernaar uit dat de euvelen in een dag of twee verholpen zullen zijn.

De titel van dit stukje ontleen ik aan een rubriek van de web-site van Wateetons. (Lezen, je doet er je voordeel mee!…). Zelf beleefde ik mijn ah-shit moment enige dagen terug.

Zestien monden voeden onder kampeeromstandigheden legt je enige beperkingen op. Voor ieder een kippetje, een tomate crevette of een kalfswang in oude gueuze zit er nauwelijks in. Het is verstandiger om te kiezen voor wat meer bulk-achtige gerechten. Spaghetti met bolognesesaus en een grote bak salade komt meer in aanmerking. Het is redelijk eenvoudig, onwaarschijnlijk lekker en je maakt gemakkelijk massa.

Het probleem blijft altijd de spaghetti. De hoeveelheid voor zestien personen is te groot om af te gieten in een vergiet. Het past niet. In gedeelten overhevelen in een zeef is ook geen optie, de helft is koud voordat je aan het eind bent. De massa in de pan laten en vanuit het kookvocht uitserveren bevordert verweking van je pasta. Dan maar afgieten met de deksel als natuurlijke barrière. Ik heb het vaker gedaan, het gaat eigenlijk altijd goed. Nu echter gulpte er wat van de kokende brij over mijn hand. Mijn schrikreactie zorgde ervoor dat de deksel verschoof, en de rest is geschieddenis.

Neel schoot me onmiddellijk te hulp. Aangezien de actie buiten het zicht van de groep plaats vond ondernamen we nog een poging om de zaak te redden. Met onderzetters schepten we de smurrie terug in de pan, te vergeefs… De paste was té vervuild en dat zou aan tafel opvallen. Iedereen wist immers dat Ellen niet kookt met gras, laat staan met bruine klei.

Enfin, we zijn dan maar weer van voren afaan begonnen, er was gelukkig voldoende ongekookte pasta op voorraad. Het duurde alleen zo verdomde lang voordat de grote pan ijskoud water weer aan de kook raakte. We gingen laat aan tafel…

© paul

Varkensstoofpot met Orvalbier

stoofpot met Orvalbier
Stukjes over het eten schrijven zit er hier even niet zo in… Internet werkt maar heel af en toe, en eerlijk gezegd hebben we ook maar héél af en toe tijd om iets te schrijven… We genieten van het mooie weer, nu samen met vriend Jan en Ans. We toeren wat rond door de Gaume, doen onze boodschapjes en drinken daarna een mooi glas bier, ook uit de Gaume. Er zijn hier flink wat kleine brouwerijtjes die prachtig bier produceren. Paul en Jan mogen er graag van genieten, één blijft echter favoriet: Orval! Je ontkomt er hier niet aan, Orval is overal, wordt overal gedronken en ook op veel plaatsen gebruikt bij het koken.

Een recept met Orvalbier dus: voor vier personen

  • 800 gram varkensvlees van onbesproken kwaliteit (fricandeau of schouder zonder bot) in flinke stukken gesneden
  • 2 sjalotten fijn gesneden
  • 2 stengels bleekselderij fijn gesneden
  • 1 wortel fijn gesneden
  • 3 teentjes knoflook, geplet en fijn gesneden
  • geklaarde boter of olijfolie
  • een flesje Orvalbier
  • peper en zout
  • wat versgehakte platte peterselie

Verhit een deel van de olie of boter in een grote braadpan en bak daarin de sjalotten en de knoflook mooi lichtbruin. Voeg er de bleekselderij en de wortel bij en stoof het geheel zachtjes. Verhit de rest van de olie of boter in een koekenpan en bak daarin de stukken varkensvlees mooi bruin. ( bak in gedeeltes zodat alles echt goed bruin wordt en meteen dichtschroeit) Voeg de bruingebakken stukken vlees bij de groenten. Schep alles goed om en om. Blus de koekenpan met het Orvalbier en roer de aanbaksels los. Giet het vocht bij de stoofpot. Laat alles even aan de kook komen, schep nog eens goed om en laat de stoofpot dan langzaam garen met de deksel op de pan. Als het vlees bijna gaar is de deksel van de pan halen en de saus nog wat laten indikken. Strooi er eventueel nog een lepeltje vloeiende bloem over en roer goed. Breng verder op smaak met peper en zout.

Dien het vlees op met de Orval/groentensaus en geef er wat pasta bij. (bijvoorbeeld die kleine handgmaakte ‘oortjes’.

Kopje espresso toe! Weer een mooie vakantiedag!

© ellen.

 

Revolutie in het grillgebeuren…

Kotlet vom Schwenkbraten

Ik vertelde je al vaak over de nationale sport van Luxemburg: grillen. Écht waar, ze doen het altijd en overal. Zelfs Groothertog Jean, die gisteren nog bij jullie op het koningsfeest acte de présance gaf verzorgt vandaag alweer het vleesgedeelte van de Groothertogelijke maaltijd met zelf geroosterde Metties, Grillis, Thüringer en natuurlijk de nationale trots: Kottlets

Enfin, die Kotlets die horen erbij. En wanneer Ellen zin heeft in Kottlets dan zoeken we KottletsOoit gaat dat fout, maar op 1 mei weet je zeker dat de pompeejers van Differdange garant staan voor je gegrilde maaltje.

Nu worden Kottlets altijd geserveerd met twee plakken klef wit brood. Dat brood heeft een zelfde doel als dat het had bij banketten in de middeleeuwen: het omvatte het vlees als een soort servet en je kon er na het eten je vette vingers aan afvegen.

Wie schetste onze verbazing toen we dan gisteren onze Kottlet verpakt zagen in een broodje? Nog nooit meegemaakt; nieuwlichtersgedoe? Plat brood uitverkocht? Gemakzucht?

Een kort interview met de verantwoordelijken leverde geen bevredigende verklaring op. Wel kwamen we aan de weet dat de Pompeejers (Vrijwillige brandweer) een goede zeshonderd van die Kottlets omzetten op het 1 mei feest. En van de worsten (metti’s, grillies enz.) een veelvoud.

En al staan die brandweerlieden dan tegenwoordig nog zelden in en écht vuur, ik kan je garanderen dat zo’n schwenkbraten heet is…Kotlet vom Schwenkbraten

© paul

 

…en panne in de Gaume en gevulde kippetjes toe…

gevulde kippetjes

Soms zit het mee, soms zit het tegen… Vandaag was zo’n dag…

Na een gezellige boodschappenochtend met Ans en Hijn in onze favoriete Supermarché bedachten we dat we toch wel even over Orval terug konden rijden… een doosje bier kopen , een boterhammetje met Orvalkaas eten… het zonnetje scheen, we waren helemaal gelukkig. Stop in Orval, bezoek aan de abdij, doosje bier… mooi zonnetje… Alles leek perfect, tot we de auto starten… niet dus.

Ik zal je hier, beste lezer, alle technische trubbels besparen, de auto startte niet meer en met hulp van de ANWB kwam er al heel snel een Belgische hulpdienst die ons in een hels tempo naar een garage in een nabij liggend gehucht kon loodsen; de dynamo bleek kapot. Shit.  Hoe komen we ooit weer thuis in ons mooie kleine plaatsje in Luxemburg; want telefoon vergeten ( en dus alle adresen en telefoonnummers even kwijt)… Gelukkig had Ans haar mobiel nog wel bij zich en konden via zus Neel en Facebook enzovoorts, enzovoorts, toch de beheerder van de camping bereiken. Heel lief dat Joop en Wilma hun vrije dag opofferden om ons op te halen daar ergens in dat gehucht in de Gaume.

Nou ja, eenmaal thuis was het tijd voor een borreltje, een goed glas wijn en met vereende krachten toch ook nog een mooie maaltijd; kleine kippetjes, gevuld met gehakt en een stoofpotje van aardappeltjes met verse artisjokken

Geen slecht maal na een pechdag… Maar ook geen espresso, te laat… Gewoon een borreltje toe vandaag!

Dit gaat een forse bom in ons vakantiebudget slaan. Maar morgen is de auto weer tiptop. Ach we zien wel. Prima service van de Belgische ANWB en de garage; shit happens!

© ellen.

 

Beeldenstorm in de Gaume…

luxemburg april 2013

Enfin, Ellen d’r Face-bookvolgers hadden het al mee gekregen. We zijn er even niet. Andy en het Kind waken angstvallig over huis, haard en hof; wij houden domicilie  in den vreemde. Nou ja, in de vreemde…

Vanmiddag hadden we niks te doen. Ans en Hijn zouden langs komen, maar dat was voor later op de dag. We deden dus maar wat we vaak doen op zondag, we bezochten de Gaume. Ons was hoge Cultuur (met een grote K dus) beloofd, we vonden, ongevraagd evenwel, drie vlooienmarkten. Ook leuk…

We zagen er prachtige zaken: Anisettekannetjes, Orvalglazen, bakblikken en patévormen. Mooie dingen, maar de prijzen waren van dien aard dat we niet eens aan onderhandelen toekwamen.

Die gewoonte in deze contreien om met Drie Koningen een taart te bakken met daarin een boontje of een kleine porseleinen beeltenis is onze lezers al bekend. En dat mensen die kleine beeldjes verzamelen vertelden we ook al eens.

Het duurde even, maar toen we er eenmaal op begonnen te letten zagen we ze overal. Bakken vol, in de meest extreme verschijningsvormen. Mini-koninkjes, kleine duiveltjes, allerhande beestjes, zelfs de moeder gods kwam je veelvuldig tegen.

Mensen stonden vol overtuiging te grabbelen in die bakken. We hebben niet gevraagd wat ze zochten. Was het voor de grap? Was het omwille van de traditie…

Te duur vooral die beeldjes! Misschien voor verzamelaars de moeite waard, maar wij wilden maar één zo’n beeldje voor de taart voor volgend jaar!

© paul