Komkommer-appel salade met gember en munt…

6 jul. 2011

komkommersalade á la Lea Linster

De voortreffelijke rolade werd begeleid door een komkommer-appelsalade. En aardappeltjes uit de oven. Ellen meldde dat in haar artikel van gisteren.

Het recept voor die salade vond ze in het kookboek Einfach fantastisch van de Luxemburgse chefkok Lea Linster (Apfel-Gurken-Salat mit Ingwer und Minze heet het bij haar.) Ellen zet eigenlijk recepten altijd naar haar hand, ook hier bracht ze weer wat veranderingen aan. Als bijgerecht voldoet het recept voor vier personen.

  • 500 gram komkommer,
  • 20 gram verse gember,
  • 1 appel (b.v. Granni Smith),
  • sap van een halve citroen ( of 1 limoentje),Kom
  • 3 takjes kruizemunt,
  • 80 gram volle yoghurt,
  • peper en zout uit de molen,
  • eventueel wat suiker.

Schil de komkommer en, als-ie al wat meer “volwassen” is, verwijder de zaadlijst. Versnijd de komkommer in gelijkmatige dobbelstenen. Doe de dobbelstenen in een kom. Schil de gemberwortel en rasp die over de komkommer. Schil de appel en verwijder het klokhuis. Versnijd ook de appel in dobbelstenen en besproei die meteen met citroensap, zodat ze niet verkleuren. Verwijder de steeltjes (grote nerven) van de munt, snijd de blaadjes in fijne reepjes en laat ze even liggen. Doe nu de appel bij de komkommer en meng goed. Meng twee eetlepels water bij de yoghurt, zodat het iets meer vloeibaar wordt, meng de vloeistof door de groenten en breng het geheel op smaak met peper en zout. Voeg nu de munt toe en meng alles duchtig door elkaar. Laat de salade koelen in de koelkast.

  • Ellen gebruikte kruizemunt om de doodeenvoudige reden dat we van die plant hele plantages in onze tuin hebben. Andere muntsoorten zijn evengoed ook geschikt.
  • Om de smaak wat minder zuur te maken kun je, samen met het citroensap, wat suiker over de appelblokjes strooien.
  • De salade smaak fris, een tikkeltje zuur en pittig. Heel verrassende komkommers…

© paul

Gevulde rollade van lamsschouder

5 jul. 2011

lamsschouder

Een beetje luxe en bewerkelijk eten voor een gewone maandagavond. Maar we hadden de schouder nu eenmaal en gisteren aten we op het feestje bij Neel (heel lekkere stoofpot van lamsvlees met amandelen en abrikozen). Ik had geen zin om de schouder in de diepvries te stoppen en dus besloot ik dat we vandaag een mooie gestoofde schouder zouden eten. Ik kocht het vlees zaterdag bij onze Turkse slager Sabir in Helmond. Prachtig jong lam. De schouder moest nog wel uitgebeend worden en ik vond dat ik dat nu maar eens zelf moest doen. Niet simpel, maar hierbij biedt de Time Life serie Praktisch koken altijd nog uitkomst. In het deel Lamsvlees staat stap voor stap hoe je een schouder (of bout) moet uitbenen. En natuurlijk mede dankzij een vlijmscherp mes, prima gelukt.

Van de botten maakte ik bouillon en in die bouillon pocheerde ik het vlees in een dichte ovenpan. Maar laat ik bij het begin beginnen;

  • een schouder van een jong lam, uitgebeend
  • voor de vulling:
  • 100 gram gekookte ham in blokjes
  • 2 eetlepels verse tuinkruiden; peterselie, rozemarijn, tijm
  • 200 gram ricotta
  • 2 eieren
  • 90 gram broodkruim
  • peper en zout
  • 2 tenen knoflook

Hak de kruiden fijn met de knoflook en doe het mengsel in een kom. Doe de overige ingredienten erbij en kneed tot een stevige massa.

gevulde lamsschouder

Leg de ontbeende schouder zo plat mogelijk op een plank en strijk de vulling gelijkmatig uit. Houd de randen vrij. Rol het vlees op en sla de uiteinden naar binnen. Bind met slagerstouw tot een rollade. Leg de rollade in een ovenschaal met deksel en overgiet het vlees met de lamsbouillon tot het onderstaat. Stop er nog een ui, een stengel bleekselderij en een wortel bij en plaats de schaal in de oven. Laat op 200 graden een half uur stoven. Breng dan de temperatuur terug tot 180 graden en stoof, met de deksel op de schaal, ongeveer 2 uur.

gevulde lamsschouder

Haal het vlees dan uit de oven en houd het warm. Giet de saus door een fijne zeef en laat even inkoken. Leg het vlees terug in de schaal (nu zonder deksel) en giet er wat van de saus over. Zet de schaal nog 20 minuten in de oven en bedruip het vlees met de saus. Tot de bovenkant van de rollade mooi bruin geglaceerd is.

Haal het vlees uit oven knip de touwtjes eraf en laat het onder folie even rusten. Snijd de rollade in dikke plakken en serveer met de saus.

Wij aten er aardappeltjes uit de oven bij en een frisse komkommer-appelsalade.

Kopje espresso toe!

© ellen.

 

Hop…

croy 013

“To go hopping” was in tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw een
geliefde bezigheid voor arbeidersgezinnen uit de grote industriesteden van het
Verenigd Koninkrijk. In de korte vakantieweek die de bazen hun werkvolk gunden
trok men er met het gezin opuit, naar East Anglia, naar Cornwall. Voor kost en
inwoning werd gezorgd. Wel was het de bedoeling dat het gezin zich een deel van
de dag inzette bij de hopcampagne, er moest geoogst worden. Je kunt je er
vandaag de dag weinig meer bij voorstellen, maar het was voor de stadse
bleekneuzen dé manier om nog eens buiten te komen.

Het is alweer een maandje terug dat we belandden op het landgoed Croy, nabij
Aarle-Rixtel. We gingen eigenlijk voor de schapen maar kwamen uiteindelijk bij de hop uit. Die wordt daar
gekweekt ten behoeve van het Croy bier Men probeert bij het brouwproces
(dat in België plaats vindt) zoveel mogelijk gebruik te maken van plaatselijk
gekweekte gewassen. Een aantal boeren uit de direkte omgeving van Aarle-Rixtel
staan garant voor de lokale graanproductie. Een loffelijk streven lezer, hoewel
ik niet geloof dat de hopvelden voldoende opbrengst leveren om de hele
bierproductie te voorzien. Zoveel staat er nu ook weer niet.

Hop is een onmisbaar bestanddeel bij het brouwproces van de meeste bieren
(maar niet alle…).  Aan het eind van de zomer leveren de vrouwelijke planten
grote “bellen”. Ze worden geplukt en gedroogd. Die bellen bevatten klieren die
een olieachtige, bittere stof bevatten, genaamd Lupuline. Oorspronkelijk is men
ooit begonnen met hop toevoegen omwille van conserverende en antiseptische
werking van de bitterstoffen. Later kreeg de smaaksensatie van het bitter steeds
meer waardering. Bier van alleen granen wil nog wel eens laf en weeïg smaken,
met hop krik je de smaak dan fors op.

Voor Nederland geldt dat hop uit Duitsland en België komt, maar vooral toch
uit Bohemen. De Boheemse hop heeft een verfijnder aroma en wordt beschouwt als
de beste ter wereld (samen met die uit Hongarije, maar dat is in feite dezelfde
hopcultuur). Van oorsprong werd er ook in Nederland hop gekweekt. Je vindt het
woord hop op talloze plaatsen terug in toponiemen. Denk maar aan het Hopveld in
het zuid-oosten van ons dorp (Gemert). Omwille van de matige kwaliteit is de
hopcultuur verdwenen. Nieuwe rassen zouden echter geschikt zijn voor onze grond
en ons klimaat en zo wordt er dan ook weer her en der in den lande
geëxperimenteerd. Zie maar bij Croy, zie maar bij Gulpen.

In de meeste teeltgebieden is bij wet geregeld dat zodra het geslacht van de
planten duidelijk is, men ertoe over gaat de mannetjes te vernietigen. Worden de
vrouwtjes bevrucht, dan ontwikkelen ze namelijk zaden die een stof bevatten die
het schuim van het bier afbreekt. In Engeland geldt die regel niet, vandaar dat
flinterdunne laagje schuim op hun traditionele bieren.

Hop wordt overigens ook medicinaal toegepast. Het is slaapverwekkend,
rustgevend en het bestrijdt ongemakken bij de menopauze.

In België worden de ondergrondse scheuten op de hopwortel in het vroege
voorjaar geoogst. Het is een delicatesse.

Zodra de hop van Croy bellen heeft gaan we ze fotograferen. Je zult het
zien.

© paul

Geitenkaasje in druivenblad

27 jun. 2011
geitenkaasje in druivenblad

Wij brachten vandaag een bezoek aan het Museum Het Domein in Sittard, daar loopt op dit moment een tentoonstelling van de fotograaf Roger Ballen (indrukwekkend, bijna beangstigend, moet je gaan zien). We hadden eigenlijk gepland om na het bezoek aan de tentoonstelling een hapje te gaan eten in Sittard, maar ik voelde me niet tip-top en dan vind ik het niet prettig om in een restaurant te gaan eten. We besloten om thuis maar wat groenten en vlees te grillen, mooi glas wijn erbij en een kaasje toe.

Nee, wij hebben geen Weber, wij grillen gewoon op een simpel gietijzeren potje. Dat werkt prima, als je er maar de juiste ingrediënten op legt. Een paar lamskarbonaadjes, een aubergine in plakjes gesneden een paar mooie tomaten, een sjalot en een paar stukjes paprika.

En toe, een goed kaasje, een paar bladeren van onze overdadig groeiende druivenstruiken…Het moeilijkste is het perfect vouwen van het blad om het tere kaasje.(Ik gebruikte per blad een half geitenkaasje, gemaakt van rauwe geitenkaas: Rocamadour)

geitenkaasje in druivenblad

Het eerste blad zorgvuldig dichtvouwen

geitenkaasje in druivenblad

Met het tweede blad ‘dicht’ je alle nog open plekjes. Ware vouwkunst is nu gewenst. Maak een klein gaatje in het tweede blad, vouw de steel door het gaatje. Pakketje gesloten! Laat het pakje even garen op een matig warm vuurtje…

geitenkaasje in druivenblad

serveer het pakje op een bordje. Pel de buitenste laag druivenblad eraf

geitenkaasje in druivenblad

Pel het tweede blad open en geniet…

geitenkaasje in druivenblad

Eet de kaas op met een lepeltje of schraap de kaas op met een mooi stuk brood. Je kunt het binnenste blad eten (mits je onbespoten druivenblad gebruikt hebt natuurlijk). Lekker!

Kopje espresso toe!

© ellen.

Spaghetti aglio olio….

pasta aglio olio...

Simpeler kan het bijna niet! En snel…en lekker!!! Een handjevol gerookte biologische spekjes zachtjes uitbakken. Dan, twee tenen verse knoflook, (geplet en heel fijngehakt), 1 rode peper, (de zaadlijsten verwijderen en fijnsnijden) een flinke lepel lekkere superolijfolie bij de spekjes voegen. Op smaak brengen wat peper en zout en fijngehakte platte peterselie. Kook intussen een goede pasta ‘al dente’. De pasta afgieten en door het mengsel scheppen

…Oja, nog wat vers geraspte kaas erover strooien..heerlijk, zomers, zonnig!

Kopje espresso toe met een stukje chocolade (70% cacao met sinaasappel)

© ellen

De bieren van Brauhaus Südstern…

25 jun. 2011

bierproeverij

De flessen lagen al sinds augustus van het vorig jaar op ons te wachten. Koel en donker opgeslagen in de kelder van Vriend Jan. Steeds weer namen we ons voor een proeverij in te richten, steeds weer waren het andere bieren die zich voordrongen. Afgelopen zaterdag was het dan toch eindelijk zover, alle vers ingekochte drank ten spijt.

En het kwam heel onverwacht. Ik opende een fles en werd volkomen verrast door de reactie van het bier. Het spoot met kracht uit de fles. En niet een beetje, nee een ware fontijn, ein springender Brunnen (met dank aan Martin Walser). Ik was meteen de helft van de inhoud van de fles kwijt. En ook van de volgende, en van de volgende…

(Ellen, die graag van een afstand naar onze proeverijen mag kijken, merkte fijntjes, en met een licht cynische ondertoon, op dat het ongeval toch ook een voordeel had. We hoefden nu maar de helft te drinken van het oorspronkelijke areaal, zodat er nog een mogelijkheid open bleef om straks een paar Engelse bieren te proeven. Dit waren literflessen. Elk nadeel heb se voordeel. Ellen houdt niet van bier…)

Enfin, wat er nu precies aan de hand was, ik kan het niet verklaren. Het mocht evenwel de pret niet drukken, we proefden z’n best van de restanten. Laat ik iets over het bier vertellen.

Tijdens hun vakantie in Duitsland bezochten Vriend Jan en Ans een microbrouwerij in Berlijn. De brouwerij ligt in de wijk Kreuzberg, een wijk die in het verleden begenadigd was met een hele hoop van dit soort brouwerijtjes. Nu is Brauhaus Südstern het enige. Het is een microbrouwerij in de ware zin van het woord. Gebrouwen wordt er in het café. Daar worden de bieren ook geschonken en eigenlijk nergens anders. Voor de klant die wat bier mee naar huis wil nemen vult men de flessen ter plekke af. Mooie ranke beugelflessen, inhoud één liter. Jan en Ans brachten aangename uren door in het café annex brouwerij.

Drie soorten behoren tot het vaste pakket van de brouwerij. Twee gerstenbieren van de lage gisting en een bovengistend tarwebier: Heller Stern, Dunkler Stern en Stern Weisse. Verder wordt er door het jaar heen nog gedaan aan bock- en meibieren, al naar gelang het seizoen.

Ik was het meest benieuwd het donkere type. En juist dat was niet goed. Het was verzuurd en er zat een vervelende bijsmaak aan die leek op het bedorven bier dat ik ooit dronk in Tsjechië. We deponeerden het goedje dan ook maar snel in de afvoerput.

Van het Heller Stern zeiden we beiden dat het een net bier was. Mild bitter, een tikje zuur. Zo’n bier dat niet gaat vervelen wanneer je het een avondlang drinkt met vrienden aan de Stammtisch.

Stern Weisse bleek de beste uit het gezelschap. Een beetje zurig, zacht en prettig naar fruit geurend én smakend. Gueuze-achtig, en dan gueuze van de betere soort. (Het is voor de liefhebber vloeken in de kerk, ik weet het. Maar dát was onze conclusie.) De 5,5 % alcohol maken ook dit bier geschikt om voor langere tijd te drinken zonder onmiddellijk kachel te raken. Mild, smakelijk, een behoorlijke afdronk, waarbij fruit en het zuurtje gehandhaafd blijven. Het bier zag er overigens ook mooi uit in het glas, ik ben daar wel gevoelig voor…

bierproeverij

Voor die Weisse zou je de brouwerij moeten bezoeken, wanneer je weer eens in Berlijn bent (Iedereen is wel eens in Berlijn!) Het is écht de moeite waard. En proef dan meteen die Donkere. En laat me weten wat je ervan vindt.

Adres en openingstijden vind je HIER.

© paul

Stoofpot van kalfswang met oude kriek en compote van blauwe bessen en appel

25 jun. 2011

 kalfswang en compote van appel en blauwe bessen

Paul schreef al uitgebreid over de bierproeverij met vriend Jan. Hij schreef ook dat ik niet zo’n bierliefhebber ben. Dat klopt het kan mij niet zo bekoren dat bubbelige goudgele drankje. Er is echter één uitzondering; Kriek. Dat vind ik af en toe wel lekker. Als ware bierliefhebber sleept Paul dus allerlei soorten kriek aan om mij te laten proeven. Bij de inkoop voor de proeverij vonden Paul en Jan een bijzondere kriek: Oude Kriek van brouwerij Oud Beersel. Honderd procent puur natuur! Op 1 liter van deze kriek gebruikt men 400 gram kersen en géén suiker. Ik proefde en was verkocht. Dit is werkelijk een Godendrank! We zochten wat achtergrondinformatie op internet over de brouwerij en vonden een recept van kalfswang gegaard in deze kriek. Het recept is van Daphnis Abbeloos, Sous-chef van restaurant So te Aalst (B) .Het leek me een goed idee voor een etentje met Bram en Maja.

Kalfswang is ‘in’. Je leest er opeens overal over. Het staat in de beste restaurants op de menukaart, maar zie het maar eens ergens te kopen. Na enig speurwerk bleek dat de Sliggro slagerij kalfswangen verkocht. Ik had ze nog nooit klaargemaakt, nog nooit gezien eigenlijk. Het bleken kleine stukjes mooi dooraderd vlees, een beetje onregelmatig van vorm, per wang een mooie één-persoonsportie.

  • voor vier personen;
  • 1 ui
  • 1 wortel
  • 1 stengel bleekselderij
  • 3 dl oude kriek
  • 2 dl sterke kalfsfond
  • bouquet garni (tijm, laurier, peterselie)
  • 2 teentjes knoflook
  • boter
  • voor de garnering 100 gram bittere chocolade

Voor de compote:

  • 4 Granny Smith appels
  • 1 dl appelsap
  • 250 gram blauwbessen
  • 1 kaneelstokje
  • 2 eetlepels honing

Snijd ui, wortel en bleekseldderij in grove stukken, stoof ze samen met de knoflook en het bouquet garni in de boter even aan. Kruid de kalfswangen met peper in zout en kleur ze in gebruinde boter. Doe dan de groenten en de kalfswangen in een stoofpot met deksel en giet de kriek en kalfsfond erover. Laat het geheel dan opkoken en verder garen in een voorverwarmde oven op 200 graden. Als de wangen gaar zijn (ongeveer 1 1/2 uur) haal je ze uit de oven en houd ze warm. Zeef de saus en laat even inkoken tot de gewenste dikte.

Voor de compote:

  • 4 Granny Smith appels, schillen, klokhuis verwijderen en in blokjes snijden
  • 1 dl appelsap
  • 250 gram blauwbessen
  • 1 kaneelstokje
  • 2 eetlepels honing.

Doe alle ingrediënten in een pan en laat ze in ongeveer 15 minuten inkoken tot moes.

Serveren; Strijk op elk bord een streep gesmolten chocolade en leg hierop een lepel compote. Daarnaast de kalfswang met wat saus. En daar drink je natuurlijk een glas van die mooie oude kriek bij.

Wij waren blij verrast! Heerlijk, zacht vlees, smelt op je tong! Prima saus. Zó lust ik wel bier!

© ellen

Tussendoortje (met dank aan de Sumiranboerderij)…

24 jun. 2011

bezoekje aan de Sumiranboerderij in Heusden

Wat zijn hennen toch mooi hè. (Hanen ook wel een beetje, maar die zijn zo, eh…, zo hanig. En eieren leggen doen ze al helemaal niet.)

Maar dan zo’n hennetje! Beetje scharrelen, beetje tokkelen, eitje hier, eitje daar… En dienstbaar, zelfs nadat ze ruimschoots afscheid heeft genomen van ons tranendal. Bijvoorbeeld als Pollo alla Cacciatora, als Kig-yar tandoori, Ajam pedis of Tavuk yemekleri. Zelfs wanneer zo’n hennetje zich voordoet als eenvoudige soepkip kraait daar geen haan naar…

Nee, doe mij maar zo’n hennetje…

© paul

La Grande 10 van Brouwerij La Rulles…

 

 la rulles

Het was een druk weekend. Druk vooral voor Vriend Jan en voor mij, want er moest serieus bier worden geproefd. (Druk ook voor Ellen, want die verzorgde de hapjes, de maaltijden en het diner, en niet alleen voor Jan en mij!) We smeerden het “werk” uit over twee dagen. Dubbel werk, dubbel feest, dubbele pret… Ik ga je de komende dagen verslag doen, hoewel niet alles te beschrijven is. Niet alles fotografisch gedocumenteerd, geen goede aantekeningen (jongen doe nou eens niet zo slordig!…) maken dat een paar zaken onbesproken zullen blijven. Enfin…

Brouwerij La Rulles bestond deze maand elf jaar. Hiep Hiep, Hoera…, en lang zullen ze leven. Want waarlijk, al zijn ze nog jong, ze behoren intussen tot de Crème-de-la-crème van het Belgisch brouwersgilde. Altijd voor het beste, compromisloos wat betreft de kwaliteit. (Legendarisch is het verhaal over een brouwsel uit 2006. Niet helemaal was het naar de standaard van La Rulles, ze lieten de hele zaak dan maar verdwijnen in het afvoerputje… )

De brouwerij is in die afgelopen elf jaar wat gegroeid en zit nu op de maximale capaciteit. Hoeveel dat precies is weet ik niet, het radde Frans van de brouwers was iets te veel voor mijn ULO-buitenlands. Maar zoveel is duidelijk, meer produceren dan nu zullen ze niet doen. Uit de opbrengst van de brouwerij zijn drie modale inkomens te halen en daar houden de heren het bij. Met het begrip microbrouwerij wordt in België heel serieus omgegaan.

Ter ere van hun elf-jarig bestaan richtten de brouwers van La Rulles een festival in, wij mochten erbij zijn. En bij die speciale gelegenheid was natuurlijk ook een speciaal brouwsel te verwachten. Het werd de Grote Tien, La Grande 10. Ik was niet in de gelegenheid om het bier op het feest te proeven, want het bevat 10,5 % alcohol en ik diende die dag nog een auto te besturen. Ik hield het bij een Dubbele van het vat (één!). Wel kocht ik een paar flessen in, alsmede een bruine Dubbel en een gewone Tripel.

Zaterdag middag openden we de Grote Tien. Zoals je op de foto ziet is de kleur van een prachtig warm geel. Het bier laat bij uitschenken meteen zijn aroma’s gelden, niet opdringerig, maar wel intens. Zachte moutgeur, een tikkeltje hop en complex. Zacht ook is de smaak. Zacht, zacht, zacht! En tegelijk proeft het bier romig en vol. Smaakmakers als koreander en sinaasappelschil willen nog wel eens een scherpte geven aan een tripel, of in ieder geval hinderlijk op de voorgrond dringen. Niets van dat alles in dit bier. Een heel complexe smaak hier, maar alle smaaktonen in balans. Een klein bittertje, een klein zoetje, maar geheel in evenwicht met de mouten, de hop en de smaakmakers.

Vriend Jan riep in vervoering: “De zachtste tripel ooit!” En dat wil wat zeggen, als je bedenkt dat Jan al jaren zweert bij Westvleteren als Wereldbier nummer één.

Enfin, ik betaalde voor een 70 cl fles € 5,- Ik kan me wel voor mijn kop slaan dat ik niet meer heb ingekocht. Het is gelegenheidsbier, en binnenkort verdwijnt het weer van de markt. En dan zullen we het nooit meer proeven…

De bieren van La Rulles zijn moeilijk aan te komen. Maar ben je een echte bierliefhebber, dan moet ik je dringend aanraden om te gaan zoeken. Je maakt kans bij de échte bierwinkels, zoek ze maar op op internet. In de Gaume ligt het bier van La Rulles overigens gewoon in de supermarkt (zie de verkooppunten op de web-site van La Rulles).

© paul

Azijnvaatje

21 jun. 2011

 azijnvaatje

Op een Middeleeuws festijn in Usseldange (Luxemburg) kochten we onlangs een mooi handgemaakt vaatje. Het is nieuw, maar gemaakt volgens de methode zoals die in de Middeleeuwen al toegepast werd. Het meisje dat het vaatje gemaakt heeft, vertelde ons dat we het vóór gebruik vierentwintig uur in water moesten zetten en daarna in gebruik konden nemen. De inhoud van het vat is ongeveer vijf liter, dat leek mij precies goed voor het doel dat ik ermee voor ogen heb; azijn maken. “Azijn maken? Dat weet ik niet of dat kan. Kun je dan zelf azijn maken?” Het meisje wist wel hoe ze mooie vaatjes moest maken, maar niet wat je ermee zou kunnen doen. Volgens haar gebruikten de kopers van de vaatjes ze alleen om wijn in te bewaren! Heel rustiek, maar daar kocht ik het niet voor.

Wij hebben in een ver verleden wel eerder zelf azijn gemaakt en dat ging prima. Ik had van iemand een ‘starter’ gekregen en daar goten we restjes wijn bij. We hadden toen een mooi glazen ‘vat’. Dat voldeed jaren, tot tijdens een wild feest…

De fles of het vat moet open blijven (wel met een stukje kaasdoek afschermen tegen vliegjes) en je moet er af en toe wat wijn bijgieten. Ik ga me verder verdiepen in hoe het nu eigenlijk precies de beste resultaten opleverd. Ik wil azijn maken van uitsluitend rode wijn.

Weet iemand waar ik zo’n ‘starter’ of ook wel ‘azijnmoeder’ kan kopen? Ook voor verdere tips houd ik mij van harte aanbevolen!

© ellen.