Ochtendwandeling…

gegratineerde asperges

Hond Jaros stond gezellig te blaffen tegen een kudde kamelen, hij raakte volstrekt opgewonden van al die bulten. Ik dacht nog even dat ik de kudde in bescherming moest nemen tegen die Spaanse straatschuimer, maar de kamelen maakte het niets uit. Ze bleven stoïcijns doorkauwen.

Er is een circus in het dorp. Het staat geplaceerd op een veldje aan de Zuid-om, vlak bij de woning van Marleen en de Jongste Bediende. Het circus heet Bellmondo. Die naam bracht me vanzelf op de gedachte dat ik de afgelopen dagen wel erg weinig mogelijkheden heb om nog een film te bekijken. Zelfs voor mijn favoriete draken met Jean-Paul Belmondo ontbreekt me de tijd.

Zo mijmerend sukkelde ik het pad op naar de biologische tuinen van VELT. Hun laantje met kweeperen staat volop in bloei. En aangezien er voor de komende dagen geen nachtvorst wordt verwacht mag je ervan uitgaan dat dit jaar een rijke oogst oplevert. Dat was twee jaar geleden wel even anders.

Ik probeerde na te denken over de avondmaaltijd. Asperges waren geen optie, die aten we vandeweek al twee maal. Vooral die gegratineerde waren bijzonder goed geslaagd. Ik had de bechamelsaus wat aan de dunne kant gehouden, maar er wel wat kaas door gewerkt. Heel mooi vol van smaak was het geworden.

Enfin, ik ben er nog niet uit lezer. Ik ga eerst maar een stukje maken over de Lange Mars

© paul

Please follow and like us:

De lange weg naar Santiago de Compostella, rustdag…

lupulus in reims

09-04-2014. Rondje om een hele grote kerk… Reims.

De grote spiegeltruuk. Alfred Hitchcock was er een meester in, hij maakte er school mee. Na hem gebruikten talloze filmregisseurs en fotograven de techniek om hun werk een artistieke draai te geven. Jan keek kennelijk vaak naar Hitchcock…

Het lijkt wel of de foto speciaal voor het Ministerie werd geschoten. De omlijsting van de spiegel toont een aantal snoezige wolvenwelpjes, symbool van Brouwerij Les 3 Fourquets, ergens in de Belgische Ardennen, onder de rook van Bastogne. Hun bier heet Lupulus, een woordgrap die verwijst naar de Latijnse naam voor hop (Humulus lupulus) maar ook naar de Latijnse aanduiding is voor Kleine Wolf…

Bij ons op het Ministerie geldt dat bier als het beste bier (nou ja, het derde beste misschien…) ter wereld. In Nederland is het nog steeds moeilijk te bekomen, dus importeren Vriend Jan, mijn persoontje en onze Jongste Bediende het dan maar zelf. Karrevrachten hebben we al aangesleept uit de verre Walen. Enfin Pelgrims, dat het jullie mag bekomen…

Deze dag werd dus een onverwachte rustdag. En de wandelaars draaiden dan ook maar meteen ‘s zondagsdienst. Ze waren vroeg wakker, maar bleven liggen luieren, draaiden zich eens om, lazen een paar bladzijden in hun lectuur om dan weer op de andere zijde in te dommelen. Uiteindelijk stonden ze pas om 08.00 uur op.

Spoedig daarna kwam er een telefoontje van huisbaas Eric. Op zijn zoons school vielen een aantal lesuren uit (daar ook al!) en aangezien ze nu beiden in Reims waren zou het handig zijn om even…

Onder het appartement, op de begane grond, voerde Madame Edith al jarenlang Boulangerie. Het stokbrood was er kakelvers, zo ook de croissants. Bij de super om de hoek werd dan nog snel wat charcuterie aangeschaft. En zo kon het gebeuren dat de huisbaas te gast was in zijn eigen onderkomen en getrakteerd werd op een broodontbijt met grote kommen sterke koffie.

Tegen 11.00 uur werd het tijd om de stad te verkennen. Eerst Reims zien en dan sterven is een rijkelijk overdreven quote. Maar in Reims zijn en de kathedraal niet bezoeken is een doodzonde. Dus het werd de kathedraal. En Jan en Ans waren niet de enigen die tot dat besluit kwamen. Kees en Annemarie uit Raamsdonksveer zwierven er ook rond.Domenico_Quaglio_(1787_-_1837),_Die_Kathedrale_von_Reims

Alles aan de Notre-Dame de Reims is imposant, ik spreek uit ervaring. Het uitgebalanceerde bouwvolume van die gigantische gotische taart, het intens fijne filigreinwerk van de versiering, het onmetelijk middenschip, de ruim 2000 beelden. En wanneer dan de zon door de beeldschone glas-in-lood ramen binnenvalt en het hele schip in lichterlaaie komt te staan… Ach lezer, we mochten het meemaken, ach lezer…

Het schilderij hierboven is van de hand van Domenico Quaglio (1787-1837). Het hangt in het Museum der bildenden Kunsten in Leipzig. Ik gebruik dit soort plaatjes graag omdat ik anders foto’s van anderen moet jatten van het internet. En dat mag niet!

Er moest ook gewerkt worden deze dag. Het Pelgrimspad moest teruggevonden, maar hoe de pelgrims ook zochten, de binnenstad hield haar geheimpje verborgen. Nergens waren de schelpenschildjes te vinden. Onze wandelaars moesten dan terug naar de kathedraal. Op zich geen ramp, want voor later op de dag was daar so-wie-so een afspraak gepland met een lid van het Jacobsgenootschap, de stempel moest nog worden opgehaald. Enfin, na gedane arbeid (de pelgrimsweg werd teruggevonden, de stempel geslagen) keerden de wandelaars terug naar het appartement. Maar eerst diende een terras gefrequenteerd, er waren er zat in de binnenstad. Koel helder bier, misschien een Lupulus.

Wat eten we vanavond papa?.. Vadomek meisje… Voor zover mijn informatie strekt is het gerecht Vadomek een uitvinding van Jan. De familie Geerts heeft al vaak van zijn culinaire vinding mogen profiteren. Ook Ans ook is intussen bedreven in het fabriceren van Vadomek. Ze heeft goed naar haar grote broer gekeken. Die avond stuurde ze Jan nog even op pad om eitjes te halen. De broodrestanten van het ontbijt gingen vervolgens ook door het gerecht. Heerlijk gegeten schrijft Ans.

Vadomek staat overigens voor: Vanalles-Door-Mekaar

De avond werd in huiselijk rust doorgebracht, voor een deel met Propriétair Franc en een goed glas wijn…

© paul

Klik bij Catagories (in de rechter kolom), of onder dit artikel op reis naar Santiago voor alle artikelen.

Please follow and like us:

De lange weg naar Santiago de Compostella, etappe 13…

vakantie zomer 2013 Asquins

07-04-2014. De etappe liep van Signy-l’Abbaye naar Château-Porcien, 30 kilometer.

Wat de rest van Frankrijk bindt is hun onbegrip voor alles wat ten noorden van Parijs komt. En ook het onvermogen om zich in te leven in het bestaan van de Noordelijke Fransoos delen ze in alle gemeenschappelijkheid.

Die uit de Alsace zijn niet te vertrouwen want ze spreken Duits. En die uit de Pas-de-Calais zijn al helemaal niet te verstaan. Ze worden Ch’tis genoemd, naar de vreemde uitspraak van hun taal. Fransen vinden hun eigen Noordelingen koel, ongastvrij, a-cultureel, a-culinair, platvloers en een beetje dom… Het zijn  bier- en borreltjesdrinkers!

Hoe dat Noordelijk volkje heet in de streken waar onze wandelaars de afgelopen dagen doorheen trokken weet ik niet. Wat ik wel weet is dat het wantrouwen en het onbegrip volkomen misplaatst zijn. Het Heertje dat de reizigers een logeerplaats biedt… De besnorde Monsieur H., die zijn huis gastvrij open stelt… De gratis maaltijden en het glas wijn… Ach, kom daar eens om in Parijs!..

We verlieten onze wandelaars gisteren, terwijl ze zich op een terras laafden aan een groot glas schuimend bier. Ze wachtten op de hospita. Het bleek dan te gaan om een alleenstaand vrouwtje. Ze bewoonde een stokoude bedoening, 15e eeuws schrijft Ans, kleine deurtjes, pas op je hoofd! Het vrouwtje bood al jaren onderkomen aan Pelgrims, en ze deed dat gratis. De wandelaars sliepen er de slaap der onschuldigen, nadat ze nog een stevige maaltijd gebruikten in de plaatselijke herberg.

Om 07.30 uur begaven Ans en Jan zich weer op pad. Het leeuwendeel van de tocht ging over betoverende wandelpaden, door een arcadisch landschap. Alleen de laatse 8 kilometers waren saai; één lange rechte asfaltweg, geen schaduw, forse tegenwind, eindeloze open akkers, een stukje van de graanschuur van Frankrijk…

Het liep tegen drieën toen de wandelaars zich in Château-Porcien bij het plaatselijk café meldden. Ze namen er de code van de gite, het logeeradres, in ontvangst en dronken koel bier. Na wat geboodschap in het plaatsje trokken de wandelaars naar het pelgrimshuisje. Daar bleken nog meer gasten te zijn, vier in totaal. Het probleem deed zich nu voor dat de logeerplaats ingericht was op vier gasten maximaal. Dat werd overleggen, passen, meten. Matrassen op de grond en in etappes gebruik maken van wasplaats, douche- en kookgelegenheid.

Om de andere pelgrims de kans te geven zich in alle rust te verzorgen wandelden Ans en Jan terug naar het centrum van Château-Porcien. Terug in het plaatselijk café bestelden ze een broodje en vertelden over hun bevindingen bij de gite. Een van de cafégasten hoorde het verhaal over de problematische slaapplaats aan en bood vervolgens een oplossing. Ans en Jan konden bij hem thuis logeren, een goede tien kilometer verderop. Hij zou hen later oppikken, hier in het café, waar de wandelaars nog een pelgrimsmaaltijd tegoed hadden. Morgenochtend bracht hij hen dan terug naar de Camino de Santiago, het Pelgrimspad.

Noordelingen: hier kan alles schrijft Ans, kei makkelijk volk!

Over dat noordelijk volkje in Pas-de-Calais werd een film gedraaid. Wonder boven wonder werd het een kas-kraker. De film versloeg in Frankrijk elke andere Franse film in kijkcijfers (zegt Wikipedia, maar ik betwijfel dat…). Enfin, razend populair, dat wel. Waar die populariteit zo plots vandaan kwam is me een raadsel. De film werd gemaakt door een Noordelijke Fransoos. Zijn naam is Dany Boon. Er zijn nog steeds Fransen die eraan twijfelen of hij wel een échte landgenoot is. Met zo’n naam?..

De film heet: Bienvenue chez les Ch’tis. Het Ministerie van Eten en Drinken is in het bezit van de film. Je mag hem lenen. Het is overigens geen trieste film noir, het is om te lachen…

© paul

Klik bij Catagories (in de rechter kolom), of onder dit artikel op reis naar Santiago voor alle artikelen.

Please follow and like us: