Aardbeien met groene pepersaus

etentje bram en maya 005

Er wordt warm weer voorspelt voor de Pinksterdagen, heel warm weer. Ik wil dan eindelijk weer eens met een flink gezelschap aan onze grote tuintafel eten, Hond Jaros gaat maar eens ergens anders liggen. Het menu staat nog niet helemaal vast, ik laat dat altijd afhangen van het aanbod op de markt, het dessert is duidelijk: aardbeien met groene pepersaus, een prachtig gerecht voor warme dagen, feestelijk genoeg voor Pinksteren en er worden nu volop aardbeien te koop aangeboden. Ik maak dit dessert al jaren, soms wat meer peper, soms wat minder alcohol (als er kinderen mee-eten) het blijft een succes. De combinatie van groene pepertjes met aardbeien is bijzonder lekker. Aardbeien kunnen soms wat weeïg zijn, de pepertjes geven ze weer pit.

  • Voor ongeveer 8 personen:
  • Aardbeienpuree:
  • 1 dl water
  • 500 gram aardbeien
  • 100 gram suiker
  • Saus:
  • 100 gram suiker
  • 1 dl Grand Marnier
  • 2 theelepels groene
  • peperkorrels op sap (in glazen potjes te koop)
  • Om te garneren:
  • 250 gram aardbeien
  • roomijs

Doe het water en de aardbeien in een pan en bestrooi met de suiker. Breng ze
aan de kook en laat ze dan ongeveer 1 minuut op een hoog vuur doorkoken.
Doe de massa in een blender en pureer tot je een mooie massa hebt.
Wrijf de puree
door een haarzeef.

Doe de suiker in een sauspan en laat op een zacht vuur carameliseren. Voeg
de grand Marnier toe en de peperkorrels. Doe de siroop bij de aarbeienpuree en
roer goed.
Laat de saus afkoelen.

Snijd de rest van de aardbeien doormidden en leg ze in een kring op de borden.
Giet de aardbeiensaus binnen de kring en leg in het midden een bolletje
roomijs.

© ellen.

Christmas Pudding, de start

vulling Christmas Pudding
Jaren geleden maakten we al eens een echte Christmas Pudding. Ik heb daar toen niets van opgeschreven, jammer. Ik kan me alleen nog herinneren dat we erg ons best gedaan hebben om zo authentiek mogelijk te werk te gaan.

We zochten toen… Nee niet even op Google, dat was er nog helemaal niet! We zochten toen nog gewoon in kookboeken en encyclopedieën… Zo lang is dat al geleden… We, dat was een heel gezelschap, dezelfde vrienden waarmee we al jaren en jaren Kerst vieren. ‘We’, zochten, en iemand kwam met de mededeling dat we dan beslist Stir-up Sunday moesten vieren.

“Stir-up Sunday vier je op de laatste zondag vóór de advent en in Engeland maakt iedereen dan die Christmas Pudding. Dat is behalve even die pudding maken heel gezellig. Iedereen helpt mee en drinkt daarbij een borrel… ofwat… Die pudding bak je die dag en moet dan verder almaar lekkerder worden tot Kerstmis… ofzoiets…”.

Aldus onze Christmas-Pudding deskundige! Het werd een hele geslaagde Stirp-up Sunday. Er werd nog eindeloos gebakkeleid over wat er nou wél en wat er nou juist níet in de Pudding moest, maar het uiteindelijke resultaat van de ‘Pudding’ was prima en de Stir-up Sunday was… nou ja, heel Engels, vooral nogal overgoten met de  restanten van de alcoholische bestanddelen zullen we maar zeggen. (Misschien ook de reden dat ik er nooit iets over opgeschreven heb?) Ons hele gezelschap at dat jaar met Kerst de Christmas Pudding en iedereen vond het heerlijk. Vooral de Whiskysaus werd met algemene stemmen tot Super gestemd. ( het recept voor die saus heb ik nog niet kunnen achterhalen, dat komt nog)

Goed, dat was lang, lang geleden… Daarna volgden weer andere Kerstdiners met andere nagerechten… Eigenlijk al jaren niet meer aan die Pudding gedacht… Tot Marja mij twee weken terug vroeg of ik wist hoe je nou zo’n echte Christmas Pudding moest maken…

“Moet lang van tevoren heb ik gelezen. Misschien als jij dat weet hoe het gaat… en kunnen we volgend jaar misschien?…”

Dat vond ik eigenlijk wel een uitdaging, hoezo volgend jaar? Doen we gewoon volgende week, of beter nog; op Stir-up Sunday!

Even Google leerde ons dat dit jaar Stir-up Sunday valt op 24 november, dat was dus nog wel te doen. Maar nader onderzoek leerde ook dat zo’n Christmas Pudding eigenlijk véél eerder gemaakt wordt. Zo’n Pudding moet ‘rijpen’, en wel liefst een jaar of meerdere jaren…

Nou ja, we besloten dan toch maar een snelle Pudding te maken in een flinke hoeveelheid. Kunnen we altijd nog besluiten om één of twee Puddingen te bewaren tot volgend jaar! En wij vieren dus komende zondag Stir-up Sunday!

Maar dat gaat allemaal niet zomaar. Deze week heb ik recepten verzameld en vergeleken en ik kwam al snel tot de conclusie dat we nog veel voorbereidingen moesten treffen voor ‘Stir-up Sunday’.  Er moesten kommen gezocht worden die de goede inhoudsmaat hadden. Het ‘deeg’ moet na het mengen 48 uur op een koele plek rusten. Als we dus zondag willen ‘Stirren’ moesten we vandaag al snijden, hakken en mengen…

Ik besloot het recept te volgen, ongeveer, van de Gebroeders Michel en Albert Roux. En zij hebben het recept weer gekregen van Mrs. Bradbrook, ‘een fantastische Engelse kok’.

Omdat het ‘deeg’ 48 uur moet rusten zijn we vanavond alvast begonnen met het mengen, en omdat een aantal vrienden zich verheugen op een echte Stir-up Sunday Party hebben Marja en ik besloten dat we twee partijen Pudding maken; één voor Marja’s familie/kerstgezelschap en één voor ons kerstdiner. Om iedereen toch mee te laten delen in het plezier van de voorbereidingen en het bakken hebben we vanavond het eerste ‘deeg’ gemaakt. Dat kan zondag in de oven. Zondag maken we samen het tweede deeg, vieren Stir-up Sunday en stoven/bakken de eerste lading Pudding. Het tweede ‘deeg’ stoom/bak ik dinsdag in alle stilte…

Voor wie nog even snel Stir-up wil vieren… Schrik niet van de ingrediëntenlijst, het valt allemaal nogal mee…

  • Aan Keukengerei
  • een grote mengkom (zeg maar een grote soeppan)
  • 4 porseleinen kommen van 850 ml inhoud, lossende vorm (ik kon deze kommen zo snel niet vinden, wij gebruiken nu 2 kommen met een inhoud van 1700 ml, Blokker, € 5,00. erg lelijk, maar wel geschikt)
  • vetvrij papier
  • kaaslinnen, genoeg om de kommen te overspannen
  • keukengaren
  • een braadslede minstens 8 cm diep
  • aluminium folie

 

  • Ingrediënten:
  • 250 gram gedroogde cranberry bessen
  • 375 gram sultanas
  • 375 gram krenten
  • 200 gram gehakte amandelen
  • 400 gram fijngehakt schoon niervet
  • geraspte schil en het sap van een citroen
  • geraspte schil en het sap van een sinaasappel
  • 1 flinke appel geschild, klokhuis eruit en geraspt
  • 1 flinke winterwortel, geschild en fijn geraspt
  • 250 gram broodkruim
  • 250 gram bloem
  • 400 gram bruine suiker
  • 6 eieren
  • beetje zout
  • 1 theelepel kaneel
  • 1 eetlepel all spice
  • 150 gram gekonfijte vruchten, grof gehakt
  • 5 eetlepels amarenekersen, grof gehakt
  • 1 glas cognac ( en nog meer cognac voor na het stomen van de pudding)
  • 1 flesje Stout, bier
  • 150 gram geklaarde boter om in te vetten als de pudding gestoomd is

Deze hoeveelheid is dus voor vier kleine Puddings. 4x vorm inhoud 850 ml. ik gebruik 2 schalen van 1700 ml)

Het mengsel staat nu mooi koel lekker te worden in een grote pan, deksel erop. (Even deksel eraf en ik ruik al bijna Kerst… heerlijk!)

Phoeh, een heel verhaal, en wordt vervolgd dus nog!

© ellen.

 

 

 

 

 

Fijne vakantie…

meivakantie uit eten

Bij ons dartelen de kids al een week vrij rond. Rumoer op straat, ballen over de schutting. Het is vakantie. En zo zoetjes aan zal de rest van het land wel volgen. De eerste vrienden en vriendinnen zijn al afgereisd.

Volgende week sluit het Academisch Jaar, en dat betekent dat ook Ellens vakantie begint. Voor mij duurt het nog even, maar ik heb tegenwoordig zoveel vrije tijd dat er geen enkele reden is tot klagen.

De foto’s dateren van een eerdere vakantie (die van Hemelvaart) en behoeven enige uitleg. Het is namelijk een goede gewoonte om die Hemelvaartvakantie af te sluiten met een souper in Portugees restaurant Ribatejo in Wandhaff, Luxemburg. We bezetten dan met een gezelschap van een goede vijftien gasten de oude, tot eethoek omgebouwde kegelbaan. Dat doen we al jaren. En al jaren bestelt één van de jongsten uit het gezelschap een appeltaartje met vanille ijs als toespijs. Waarlijk een voortreffelijke keuze. Het ijs komt uit eigen keuken en het taartje wordt vers gebakken. En daar zit dan een piepklein addertje onder het gras.

Aangezien het taartje vers uit de oven moet komen wordt het geduld enigszins op de proef gesteld. Er verloopt altijd een respectabele tijd tussen het bestellen en het opdienen. Lotte, op wiens toetje we zaten te wachten, loste dit maal een en ander op door een klein concertje in te lassen.

Voorzien van voldoende witte en zwarte toetsen rammelde ze er een onvervalst Wohltemperiertes Klavier uit. Het was evenwel te snel voor ons… Ze ging dan maar over op Für Elise. Langzaam en wat gedragen gespeeld, zodat we het bij konden houden. En toen dan eindelijk de laatste klanken wegstierven was daar het toetje…meivakantie uit eten

 

Aardbeien-amandeltaart… en een goed doel; “Gimmert goes Alpe d’Huzes”.

aarbeientaart 010
Eigenlijk is het nog een beetje vroeg voor aardbeien, er is gewoon nog niet genoeg zon geweest. Toch kocht is zaterdag aarbeien, dat kwam zo;
Op de parkeerplaats achter AH hier in Gemert, stonden zaterdag wat kraampjes opgesteld. Ik zag ze vanuit de verte en, nieuwsgierig als ik ben, moest ik natuurlijk even kijken wat er te doen was. Het bleek een actie van de mensen van “Gimmert goes Alpe d’Huzes”. Zuidoost-Brabant kent een kleine 50 teams die op 5 en 6 juni de Alpe d’Huez gaan bedwingen in de strijd tegen kanker. Het gaat om honderden fietsers en lopers en nog eens honderden vrijwilligers achter de schermen. Ook uit ons dorp Gemert gaat een flinke delegatie de berg beklimmen. De actie bij AH was één van de vele die het Gemertse team deze tijd heeft gehouden om geld bijeen te brengen. Er werden plantjes verkocht, koekjes, aardbeien en kaarsen en de opbrengst was natuurlijk helemaal voor het goede doel. Voor de rotsplantjes heb ik geen plaats in mijn tuin, dit soort koekjes eten wij nooit, dus kocht ik aardbeien en een kaarsje.

Omdat ze nog niet zo heel zoet waren om zo te eten bakte ik een taartje met de aardbeien.

Een springvorm van 23 cm, de randen invetten en de bodem bedekken met bakpapier.
De oven voorverwarmen op 160 graden voor hete lucht, 180 voor een gewone oven.

  • 175 gram fijngemalen amandelen
  • 175 gram fijne suiker
  • 175 gram zelfrijzend bakmeel
  • 175 boter
  • 3 eieren
  • 500 gram aardbeien, in plakjes gesneden
  • poedersuiker en wat citroensap of sinaasappelsap voor de garnering

Smelt de boter en meng dan alle ingrediënten, behalve de aardbeien, door elkaar.
Dat kan met de keukenmachine maar met de mixer in de laagste stand gaat ook prima.
Verdeel dan de helft van het deeg over de bodem van de springvorm. Leg daarop de in plakjes gesneden aardbeien en daarop de andere helft van het deeg.
Bak de taart dan 1 uur op 160 graden hete lucht of 180 graden gewone oven.

Laat de taart even in de vorm staan een maak de randen voorzicht los.
Je kunt de taart dan nog te bedekken met een laagje suikerglazuur.
Dat maakte ik met 75 gram poedersuiker en wat sinaasappelsap (ik had geen citroen in huis, maar sinaasappelsap smaakte ook goed) bij elkaar voegen en roeren tot je een hele dikke massa hebt en dan meteen uitsmeren over de taart. Garneer met een paar aardbeien.

11 mei 2007 015

Doneren aan het Gemertse team kan via deze link of onder andere via de blog van Bert Mickers.

© ellen.

Chocolademousse met sinaasappel

chocolademousse
Het is een weekend vol activiteiten; gisteren zijn we naar Lottum geweest om rozen te kopen en aansluitend brachten we een bezoek aan de Hertog Jan Proeverij in Arcen, vanmiddag trakteert Zjak ons op een concert in het Phillips Muziekcentrum. We gaan luisteren naar de negende van Mahler. Een goed idee om dan voor Zjak maar iets lekkers te koken en de middag straks af te sluiten met een etentje. Ik wil bij thuiskomst niet uren in de keuken staan dus koos ik voor een eenvoudige maaltijd: Vooraf tartaar van gerookte zalm, dan Asperges met ham en eitjes met botersaus en peterselieaardappeltjes en toe chocolademousse met sinaasappel.

De chocolademousse maakte ik vanmorgen alvast.

  • Voor vier personen
  • 100 gram Côte d’Or Sensations Noir Orange chocolade
  • 3 eieren, dooier en eiwit apart
  • het sap van een halve sinaasappel
  • 30 gram boter

Hak de chocolade in stukjes. Smelt de chocolade au bain marie samen met de boter en het sinaasappelsap. Haal de pan van het vuur en laat even afkoelen. Voeg de eidooiers bij het chocolademengsel en klopt het goed door. Klop de eiwitten stijf en spatel ze heel voorzichtig door de chocolade tot je een mooie egale massa hebt.

Verdeel de mousse over vier schaaltjes of glazen en laat ze enkele uren opstijven in de koelkast. Garneer voor het serveren met een schijfje sinaasappel.

© ellen.

 

Taartje met amandelen en bloedsinaasappel

taartje met bloedsinaasappel en amandelen
Het is weer tijd voor bloedsinaasappelen, ik zag ze vorige week opeens op de markt liggen; meteen gekocht natuurlijk. Ik vind ze heerlijk, ze hebben een mooi ronde bitterzoete smaak. Als ze te koop zijn; meteen doen, het seizoen is maar heel kort. Je kunt er in de keuken van alles mee doen. Verwerk ze bijvoorbeeld  in een salade met venkel of bij de witlof.  Ik bedacht vandaag om de bloedsinaasappelen te gebruiken in  amandeltaartje. Het deeg bestaat uit eieren amandelen, suiker en sinaasappelrasp. Je bakt de taart eigenlijk ondersteboven en op de bodem leg je wat sinaasappelschijfjes. Bloedsinaasappels zijn dan extra decoratief.

  • Voor een springvorm van 18 centimeter:
  • 2 kleine, bloedsinaasappels
  • 4 grote eieren
  • 175 gram fijne suiker
  • 225 gram gemalen amandelen
  • 1 glas rum

Bekleed de bodem van de springvorm met bakpapier. Smeer de zijkanten in met boter en bestrooi met wat fijne suiker.

Boen de sinaasappels goed schoon en snijd één van de sinaasappels horizontaal in dunne schijfjes. Leg de schijfjes sinaasappel in een mooi patroon op de bodem van de springvorm. Rasp de schil van de andere sinaasappel en pers het sap eruit. Bewaar het sap.

Doe de eieren in een kom en klop tot je een schuimig mengsel hebt. Voeg de suiker toe en blijf kloppen tot de massa mooi stevig is en je een streep kunt trekken met een mes. Spatel er dan voorzichtig de sinaasappelrasp door en de gemalen amandelen.

Verwarm de oven voor op 160 graden en bak het taartje in ongeveer 45 tot 50 minuten gaar. Laat de taart 5 minuten rusten. Stort de taart, met de onderkant boven, op een bord, verwijder de ring en het bakpapier. Meng de rum met het sinaasappelsap en sprenkel dat over de taart.

© ellen.

Hangop voor het Kind (en een beetje voor mezelf)…

Het blijft maar goed gaan met het Kind. Wij vinden het een wondertje, zelf vindt ze het eigenlijk niet meer dan normaal. Wel begint de status van Vloeibaar-Dieet-Patiënt haar intussen een beetje op te breken. Ik kan me daar alles bij voorstellen.

Enfin, het zal nog enige weken ergernis geven, we doen er alles aan om de pijn te verzachten. Ellen pureerde al soepen en andersoortige prakjes, ik zocht mijn bijdrage in de zuivel. Ik maakte hangop.

Het is o zo eenvoudig. Schaf je wat yoghurt aan (twee pakken van ‘n liter, biologisch én volvet). Prepareer een handdoek, keukendoek, kaasdoek of anderszins. Zorg dat een en ander geen sporen meer bevat van het wasmiddel door de doek ferm te spoelen in water. Laat de doek in poos in water staan, en ververs het water een paar keer. Knoop de vier punten van de doek te samen, of bind de punten bij elkaar met een ijzerdraadje.

De zak die je zo hebt gemaakt hang je boven een lekbak (in ons geval het doucheputje) en stort en nu de yoghurt in. Al snel begint het water uit de massa te druppelen. Ik hing de zak op om 09.00 uur in de ochtend en ben gaan slapen (nachtdienst). Toen ik om 17.00 uur op kwam wilde ik douchen. De zak moest dus plaats maken voor mij. Al met al had de yoghurt acht uren hangen druppelen. Ruim voldoende om te transformeren in hangop.

Vlij nu de zak in een vergiet en maak de punten los. Schep met een lepel de hangop in een kom. Klaar!

Wat je nu hebt is een vaste volle kwarkachtige massa. Je kunt overigens naar believen experimenteren met de vloeibaarheid van de substantie. Na bijvoorbeeld zes uren hangen zal de massa een tikje vloeibaarder zijn, enzoverder enzovoort…

Hangop is te gebruiken als toetje, verwerkt in een voorgerecht, als tussendoortje, enfin… alle toepassingen voor kwark komen in aanmerking. Het is alleen lekkerder, voller, en het vult snel. Je wilt er per keer niet teveel van gebruiken.

Het Kind at muizenhapjes van het spul met aardbeiensaus. En ook gewoon met suiker, maar dat beviel minder. Ik verrijkte de smaak van mijn hangop met en appelcompote uit Normandië.

Probeer het een keer uit, misschien kweek je zo een nieuwe verslaving…

© paul

 

Pastel de la Reina; taartje met amandelen

amandeltaartje; pastel de la Reina
Ik beschreef hier al vaker recepten uit het boek “De keuken van Spanje en Portugal”. Een mooi geïllustreerd, inspirerend kookboek. Tot nu toe prima. Gisteren zocht ik een recept voor iets lekkers bij de koffie of als dessert en kwam op dit recept uit. Toen ik het deeg wilde maken bleek dat de aanbevolen hoeveelheden niet klopten. Veel teveel bloem, te weinig eidooier en, naar later bleek ook een te grote hoeveelheid deeg voor de aanbevolen springvorm van 18 centimeter. Voor de vulling gebruikt men kweeperengelei (membrillo), dat had ik niet in huis. Het werd dus eigenlijk iets anders… maar toch.
Ik heb het deeg gemaakt volgens de aanwijzingen van het recept. De hoeveelheid is dan genoeg voor twee taarbodems. Ik heb de helft van het ovegebleven deeg in de vriezer gedaan. Ik geef toch maar de hoeveelheden voor twee taartjes omdat dan de verhoudingen in ieder geval kloppen.

  • 350 gram bloem
  • 75 gram poedersuiker
  • 225 gram zachte boter
  • 2 eidooiers om het deeg te binden (in het recept zegt men 1 dooier, dat was te weinig om deze hoeveelheid bloem te binden)
  • Voor de vulling:
  • 175 gram amandelen zonder velletje
  • 75 gram boter
  • 75 gram fijne suiker
  • 2 eidooers
  • 1 theelepel geraspte sinaasappelschil
  • mespuntje kaneel
  • 1 groot glas amontillado sherry
  • 3 eetlepels kweeperengelei (ik gebruikte abrikozenconfiture)

Zeef de bloem  en de suiker in een kom en wrijf met je vingertoppen de boter door de bloem tot je een kruimelig mengsel hebt. Roer de eidooiers erdoor en rol dan het deeg met korte halen uit. Deel het deeg in twee gelijke hoeveelheden. Bewaar de helft in de vriezer voor later. Bekleed met de andere helft een ingevette springvorm van 18 cm doorsnee. Bedek de bodem en maak een kleine opstaande rand van ongeveer 1 1/2 cm. Leg op het deeg aluminiumfolie met de glanzende kant naar beneden en vul het met droge bonen of rijst als steunvulling. Zogenaamd ‘blind bakken’. Ik gebruik doorvoor altijd kleine ogenboontjes. Je kunt ze meerdere malen gebruiken. Vergeet niet om er de folie tussen te leggen anders gaat het verkeerd!

amandeltaartje; pastel de la Reina
In het boek staat; bak de bodem met de steunvulling 10 tot 15 minuten op 150 graden. Dat was veel te kort. Ik bakte de bodem 45 minuten op 150 graden. Dat was prima. Verwijder de folie en de boontjes en laat de bodem afkoelen.

Vulling:
Maal de amandelen. Voeg de overige ingredienten toe en meng alles goed. Smelt de confiture en besmeer er de bodem mee. Schenk de vulling erop en bak de taart nu nog 60 minuten in de oven tot het deeg mooi bruin en knapperig is. Ondanks de fouten in het recept en bijzonder lekker taartje.

Een taart verfijnd genoeg voor een koningin, zelfs voor Reina Sophia, aldus de schrijfster van het boek.

Heerlijk als dessert met een kopje espresso!

© ellen.

En wat eten we met kerstmis???

hazenrug met kersensaus 003

We hebben dit jaar nog niets geschreven over kerstmis. Ik had er ook niet zo’n zin in. Paul moet beide kerstnachten werken en dus overdag slapen. Daarom houden we het dit jaar maar heel rustig. Geen traditioneel kerstdinner met een groot gezelschap. Jammer maar het is niet anders. Ik zorg dat ik een paar mooie boeken te lezen heb en een goeie film. Natuurlijk ga ik ook wel iets extra lekkers koken maar het zal allemaal heel bescheiden zijn. Paul vroeg me om weer eens bouillon te maken van een duifje. Een mooie dubbelgetrokken consommé van duif wordt dus ons voorgerecht en daarvoor iets met kleine grijze garnalen, daar is het nu het goede seizoen voor. Misschien wel een echte retro garnalencocktail? Dat is weer helemaal “in”! Janneke schreef er vandaag ook al over in haar kolom.

Als hoofdgerecht maak ik hazenrug met een saus met Amarenekersen. Erbij puree van aardappelen en peterseliewortel en spruitjes met kastanjes.

Voor het dessert ijs gemaakt van pruimen en armagnac.

Zo, voor wie nog moet bedenken wat er met de kerst op tafel komt is dit toch een aardig voorbeeldmenu. En voor degene die iets geheel anders zoeken zou ik zeggen kijk op dit weblog ook eens bij de kersttips van vorige jaren. Als je in het zoekmachientje het woord kersttip intypt krijg je hele reeksen met suggesties voor het kerstdiner.

Ik wens jullie allemaal veel plezier bij de voorbereidingen!

© ellen.

 

De chocolade van Tante Janske…

chocolade

Als het al over chocolade ging, dan ging het over Kwatta. Het was Kwatta voor, het was Kwatta na. Het donderde niet of de repen van Bensdorp kwamen, van Verkade of van De Baronie. Chocolade heette Kwatta in onze contreien, ik wist niet beter. Alleen voor de chocolade van Tante Janske golden andere regels…

Tante Janske was de ouste zuster van mijn vader, mijn vader was de jongste van het gezin. De moeder, oma van Lanen, was het gezin vroeg ontvallen en Tante Janske had haar rol ten opzichte van mijn vader over genomen. Niet dat ze elkaar vaak zagen, Tante Janske woonde voor jaren-vijftig-begrippen té ver weg. Maar toch…

Tante Janske woonde met haar gezin in het dorpje Budel-Schoot. Een mooi statig huis had ze, met een ruime gerieftuin, een boomgaard en kassen waarin ze druiven kweekte. Tante Janske was goed in kruiderij en ze kende de culinaire waarde van wilde planten.

Budel-Schoot ligt nagenoeg vastgebouwd aan het Vlaamse stadje Hamont. De provinciale weg loop gewoon door, van Nederland zo België in. En ergens staat een slagboom die de grens markeert tussen de twee landen. Die slagboom staat er overigens nog steeds, hij is altijd open.

Dat was vroeger, in ieder geval in mijn herinnering, wel even anders. Ik zie een door geüniformeerde douaniers bemande post voor me. De intimiderende, wat barse, Lange Arm van het Wettelijk Gezag die in niet mis te verstane bewoording vroeg of er soms nog iets was aan te geven. Ze waren met karabijnen bewapend, die gasten.

Ik kende de bloedstollende verhalen van de smokkelwaar die diep in de nacht de grens werd over gebracht. Boter, kaas en eieren, met gevaar voor eigen leven. Mijn vader mocht er graag over verhalen. Hij was so-wie-so dol op dat soort opgeklopte romantiek, en hij kon vertellen als de beste.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een enkele keer heb ik als kind die grens overschreden, samen met Tante Janske. In Hamont kochten we mijn eerste Suske en Wiske en een paar tabletten chocolade. Tante Janske drong erop aan dat, bij het wederkeren in het Vaderland, ik mijn stripboek zou tonen aan de dienstdoende grenswacht. Over de gekochte chocolade diende ik te zwijgen. Ik weet nog steeds niet écht waarom. Mijn vader evenwel deed alsof hij apetrots op me was. Ik had chocolade gesmokkeld. Dat was strafbaar, maar het was ook een gebaar van Burgerlijke Ongehoorzaamheid, een verzetsdaad en levensgevaarlijk.

Je begrijpt lezer, dié chocolade kon onmogelijk Kwatta heten. Dié chocolade behield gewoon zijn eigen naam: Côte d’Or. Bij ons thuis was het merk niet verkrijgbaar, maar dat verhoogde alleen maar de geuzenstatus. Ik ging zo ver dat ik de chocolade niet nuttigde. Ik bewaarde hem, zodat ik hem aan vriendjes kon tonen: “Tsja, gesmokkeld…, uit België…”

Toen Ellen een paar weken geleden thuis kwam met een van “De Klassiekers” van Côte d’Or werd ik helemaal week. De chocolade van Tante Janske, die gesmokkelde…

© paul