Schouderkarbonade, gestoofd in Gerardus Wittems Herfstbok…

Schouderkarbonade met biersaus...
Het is alweer een jaar of tien geleden dat ik het op deze website had over Gerardus Wittems Kloosterbier. Ik schreef er destijds lovend over en sindsdien koop ik het bier regelmatig, met name hun Dubbele. Wat ik nog niet kende was het Bokbier van Gerardus. Ik weet niet of het pas sinds dit jaar in het assortiment is verschenen, maar daar lijkt het wel op. De Gulpener Brouwerij, waar het gebrouwen wordt, vertelt er op haar site nog niks over.

Enfin, het bleek een heel behoorlijk herfstbok te zijn, een aanwinst aan het bokbierfirmament van ons landje. Laat ik hopen dat het een vaste plaats krijgt in het assortiment van de Gulpener Brouwerij, het is het waard.

Ook al stoofde ik nog onlangs runderstaartvlees in bokbier, ik vond dat ik het best nog eens over kon doen. Maar nu met varkensvlees en met Gerardusbier. Het ging zo:

  • 2 schouderkarbonades (van onbesproken gedrag),
  • 1 gesnipperde ui,
  • 2 tenen fijngehakte knoflook,
  • 1 pijpje bokbier,
  • scheut room,
  • 1 koffielepel grove mosterd,
  • twee takjes tijm,
  • 1 laurierblad,
  • beurre manié (naar behoeven),
  • klont boter,
  • paar eetlepels vers gehakte peterselie,
  • peper en zout.

Dep de karbonades droog met keukenpapier en bestrooi ze aan beide kanten met peper en zout. Smelt een klont boter in een stoofpan (met deksel) en bak het vlees aan weerskanten aan. Haal het vlees uit de pan en houd het warm. Laat vervolgens de gesnipperde ui en de knoflook op een gematigd vuur mooi glazig worden. Strip de blaadjes van de takjes tijm en voeg ze bij de ui.  Wanneer dat is gebeurd leg dan het vlees terug in de pan. Schenk het bokbier over het vlees, doe er de grove mosterd en het laurierblad bij. Roer even om en laat het vocht aan de kook komen. Zet dan de pan met deksel op een heel laag vuurtje. Het vlees mag nu een uur stoven.

Haal het vlees uit de pan wanneer het gaar is en houd het warm. Kook eventueel het teveel aan vocht in de saus even in op een hoog vuur. Voeg dan de scheut room toe en wat van de beurre manié, zoveel dat de saus mooi bindt. Roer er vervolgens de peterselie door. Maak op smaak af met peper en zout. Dien op…

Aardappeltje erbij en wat lekkere gestoofde groente. Een stukje kaas en een kopje espresso toe.

  • Opmerkingen:
  • Een pijpje bier (33 cl) is nogal wat vocht. Ik vind het niet erg om op het eind van de bereiding dat vocht wat terug te koken, want je concentreert op die manier de smaak. Maar je kunt ook gewoon wat minder bier gebruiken.
  • Bokbier kan een wat bittere smaak geven wanneer je het inkookt. De room neutraliseert dat.
  • De beurre manié maakt dat je saus bindt. Hoeveel je gebruikt hangt een beetje af van hoe vloeibaar je saus is en hoe gebonden je hem uiteindelijk wilt hebben. Beurre manié maak je door gelijke delen boter en bloem goed te mengen. Dat gaat het best wanneer je de boter zacht laat worden en de bloem zeeft. Het kost je evenwel maar een paar minuten. Je hebt per keer niet veel nodig, de restanten bewaar je in de koelkast. De beurre manié blijft zo een hele tijd goed, en is steeds klaar voor gebruik. En je maakt er prachtig gebonden sauzen mee.

© paul

 

Ossenstaart (staartvlees), langzaam gestoofd in bockbier…

Staartvlees in groentesaus... Al maanden verschuil ik me achter die overdreven zomer die we met z’n allen mee mochten maken. Ik verschuil me vooral toch om niet al te lang en al te veel achter de kookpotten te hoeven staan. Het lijkt er nu evenwel écht op dat de weersomslag richting herfstachtige omstandigheden een feit is. Ik heb mijn geruite shawl opgediept uit de sokkenmand en ik draag hem weer. Ik zal hem pas afdoen tegen het late voorjaar. Eindelijk tijd voor stevige kost, stamppotten en stoverij…

En natuurlijk voor Bo(c)kbier. Want rond deze tijd verschijnt dat speciaalbier weer in het schap van super en slijter; mijn lievelingsbier bij uitstek. Het is het Nederlands speciaalbier bij par excellance, zoveel is duidelijk. Vlamen en Walen maken het ook, maar bierpuristen hier ten lande vinden dat Belgisch bokbier vaak te a-typisch en dus mogen onze Zuiderburen niet meedoen aan competities en proeverijen in Nederland. Ach lezer, trekt je er niks van aan. Belgen maken geweldige Bokbieren, ik spreek uit ervaring…

Dat indachtig en daarbij de belofte aan Ellen om weer eens iets te stoven, leek me het volgend recept wel op z’n plaats. Om het extra herfstig te maken voegde ik nog gedroogde paddenstoelen toe, vorig jaar geoogst.

Langzaam gegaard staartvlees. Gestoofd in bockbier en met een overdaad aan groenten, dewelke dan weer gepureerd worden tot een gezonde puree. Ruim voor twee personen. Enfin…

  • 750 gram ossenstaart,
  • 1 ui,
  • 2 tenen knoflook,
  • 1 paprika,
  • 1 winterwortel,
  • 2 stangen bleekselderij,
  • 1 theelepel gedroogde lombokpeper,
  • 1theelepel karwijzaad (Kümmel),
  • 1 tak verse rozemarijn,
  • 2 takjes verse tijm,
  • 1 blaadje laurier,
  • ‘n scheut bouillon,
  • 50 centiliter bockbier,
  • 10 gram gedroogde paddenstoelen (eekhoorntjesbrood),
  • tomatenpuree,
  • bloem,
  • olijfolie,
  • peper en zout,
  • stoofpan (met deksel), die in de oven kan.

Maak mise-en-place. Dat wil zeggen: hak de ui, de wortel, de geschilde selderiestangen en de geschilde paprika in grove stukken. Kneus de knoflook en zet de kruiderij klaar. Week de gedroogde paddenstoelen in lauwwarm water.

Neem het vlees uit de verpakking en dep het droog. Bestrooi het vlees met peper en zout uit de molen en wrijf het in. Stort wat bloem op een groot bord en rol daar de staartstukken door, alles dient bedekt te zijn met een laagje bloem. Klop nu het teveel aan bloem van het vlees en bak de staartstukken vervolgens in een grote braad- of stoofpan in olijfolie tot ze aan alle kanten bruin zijn.

Haal het vlees uit de pan en gaar vervolgens in diezelfde pan op een niet te hoog vuur de ui en knoflook (eventueel mag er wat extra olijfolie bij). Wanneer ui en knoflook glazig ogen mag de kruiderij erbij, en ook een flinke scheut tomatenpuree. Laat alles even op hoog vuur bakken (‘n minuutje), en voeg dan de rest van de groenten toe.

Laat alles stoven op middelhoog vuur, een minuut of vijf. Knijp de geweekte paddenstoelen uit en hak ze fijn en voeg ze toe aan de groenten. Roer om en voeg vervolgens een scheut goede bouillon toe en het bokbier. Drapeer hierna de staartstukken op de groenten en kook de hele handel even op.

Plaats vervolgens de stoofpan (met deksel) in de op 100 graden voorverwarmde oven. Laat het staarvlees nu voor lange tijd zachtjes sudderen, in dit geval vijf volle uren. Haal na de gaartijd het vlees uit de pan en houd het warm. Schep zoveel mogelijk vet uit de pan, en indien te nat, dan ook wat van het vocht.Voeg aan de groentebrij nog een blik tomatenblokjes toe ( of een portie zelf geweckte tomaten) en pureer de massa met de staafmixer. Een scheut room doet wonderen, maar is voor de purist niet extra nodig. Het gerecht is klaar. Aardappelen kunnen erbij, rijst ook. Een stuk (écht) goed brood is misschien wel het lekkerst.

  • Je houdt vrijwel zeker een hoop saus over. Dat is geen probleem: vries in om op een later tijdstip in te zetten als pastasaus, om gehaktballetjes in te garen, misschien als begeleider van een bloederig vleesgerecht. Enfin, zie maar…

© paul.

Mort Subite, Witte Lambic…

Mort Sibite, Witte Lambic...
Even voor de goede orde: Lambik is het leukste personage uit het Suske en Wiske beeldverhaal. Korte tijd heeft hij zelfs een eigen strip gehad, later gebundeld in een aantal albums getiteld: Grappen van Lambik. En zijn geestelijk vader Willy Vandersteen noemde hem niet voor niets zo, geloof dat maar niet: hij is geheten naar een van de oudste Belgische biertypen: de Lambic (Lambik,Lambiek).

Lambic ontwikkelt zich door middel van spontane gisting in open ketels of bassins. Gewoon doordat de grondstoffen worden geïnfecteerd met voorbijvliegende gistcellen uit de vrije natuur. Lambic komt uit de Sennevallei rond Brussel, volgens hullie de enige plek waar de spontane gisting écht bier oplevert. (Dat is niet zo, het kan op andere plaatsen evengoed gebeuren, maar ach…)

Gueuzebier (Geuzebier, Geuze, Geus), en ik bedoel dan de échte Gueuze, de goede Gueuze, wordt gemaakt van 100% Lambics, maar van verschillende jaargangen. Gueuze is altijd een mix van Lambics. En diegenen die dat mengsel samenstellen heten Gueuzestekers. Tegenwoordig worden échte geuzen vaak aangeduid met de naam Oude Geuze, een Europees beschermde naam. Een pure Lambic uit één brouwsel smaakt altijd iets platter dan de gemixte Gueuze. (Tot zover mijn gefrik…)

Ergens in Frankrijk liep ik te zoeken naar bieren uit die streek. En ik vond ook een en ander, want in Frankrijk wordt volop gebrouwen, in het groot en in het klein, en soms zijn de resultaten meer dan bemoedigend. In die schappen stonden ook een hoop Belgische bieren, Fransen zijn er gek op. En ik zag er ook die Mort Subite.

Goh, dacht ik, moet je helemaal naar Frankrijk om een onbekende bekende te ontdekken. Want de Gueuze van Mort Subite werd in vroeger jaren vaak geschonken aan mijn keukentafel. Maar Mort Subite witbier kende ik in het geheel niet, sterker nog, ik kende geen enkel Lambic- of Gueuzewitbier. (Witbier is gemaakt van tarwe in de plaats van gerst. Denk aan bijvoorbeeld Hoegaarden.) Ik kocht een 70 cl fles uit pure nieuwsgierigheid. Witbier is niet zo mijn ding, maar ik wilde weten hoe het zat. En dat nu heb ik in tussen onderzocht…

Een mooie kleur heeft het bier, als donker stro. Het schuim is stevig en witter dan wit. De geur is vreemd en moeilijk te beschrijven. Ellen, die goed kan ruiken, hielp even mee. Ze definiëerde het bier in eerste instantie als geurend naar oude pepermuntjes, maar kwam daar toch snel op terug. Suikerspin, vond ze even later, maar dan gemengd met kruiden in het wild en hooi. Zoiets lezer, en ik kan er niets anders van maken. De geur is wel prominent en blijft je prikkelen zolang je het bier drinkt. De smaak is vol, krachtig. Het is de smaak van witbier, van goed witbier. Het zurige van Lambic en Gueuze proef je nog wat op de achtergrond, maar een echte geuzedrinker zal in dit bier niet vinden wat hij zoekt.

Ben je echter een witbierdrinker, waag je dan eens aan deze Mort Subite. Je zult verrast zijn, dat geloof ik stellig. Doe er dan wel een schijf citroen bij, dat krikt het bier met zekerheid op…

© paul

 

Vaderdag…

Vaderdagbier...Vaderdag, ik had er nooit iets mee. Ik vond het een slim bedenksel van ons Nationale Grutterdom en ik wenste daar verre van te blijven. Wij hielden het bij een ontbijt op bed (ik doorsta dat alleen omdat het moet)) en een goede maaltijd in de avonduren.

Toen Het Kind de leeftijd kreeg waarbij er van schoolwege aandacht werd besteed aan Vaderdag kwam ze vaak thuis met de meest vreemde knutsels. Eén herinner ik me speciaal. Het was een tweedimensionaal wijnglas, gezaagd uit plexiglas, betekend en beschreven met viltstift. Het hangt heden ten dage nog aan de wand van een van de boekenkasten in de woonkamer en ik geniet er elke dag van.

De rest van de presentjes, in de jaren van voor het wijnglas en in de jaren erna, heb ik zorgvuldig uit mijn systeem gewist. (Er schiet me nu opeens een stropdas te binnen, beschilderd met acrylverf in de meest expressionistische kleuren. De verf was nog nat… ) Maar het is natuurlijk niet netjes om de welgemeende en oprechte bedoelingen van een klein meisje te frustreren. Ik heb het spelletje dan ook zo lang het noodzakelijk was meegespeeld. Ik probeerde zo oprecht mogelijk te zijn, maar het Kind voelde met de zelden falende intuïtie van een minimensje aan dat er iets niet klopte. Ik hoop dat ik haar niet te kort heb gedaan.

Maar ach, met het gaan der jaren wordt men milder en toegeeflijker, dat geldt ook voor mij. En toen dan onze Jop op zaterdagavond aan kwam zetten met die fles bier was ik oprecht aangedaan. Ik was dan wel niet z’n vader, maar ik kon de geste bijzonder waarderen.

Bestaat er zoiets als Opadag? Ik weet het niet, ik houd die zaken niet goed bij. Maar mocht het zo zijn dan zal ik het spel in volle ernst spelen. Dat ben ik, geloof ik, het Kind wel verschuldigd…

© paul

Hertog Jan Ongekend HJA 15/1…

Hertog Jan...

Ze hadden hun publiciteit goed voor elkaar, daar bij Hertog Jan in Arcen (en bij de multinational die op de achtergrond meegluurde), dat was me al verschillende keren opgevallen. Zo ook nu weer…

Wat is het geval: Hertog Jan had in de brouwerij een aantal prachtige koperen brouwketels min of meer in de etalage staan; de modernere roestvrijstalen vaten bevonden zich meer uit het zicht (althans zo herinner ik ‘t me). En dat ze konden brouwen hadden ze allang bewezen bij Hertog Jan. En aangezien Speciaalbieren hot zijn, populair bij een steeds grotere groep bierdrinkers, -proevers en -culie’s, hadden ze bedacht bij Hertog Jan dat ze hun natuurlijk aandeel in die markt konden versterken. Drie keer per jaar zou er een brouwsel uit één van de ketels komen, vervaardigd naar een speciaal voor deze gelegenheid ontworpen recept, slechts één maal gebrouwen en op is op. Naast de Speciaalbieren die Hertog Jan traditioneel brouwde zou dit hun nieuwe en unieke bijdrage worden aan de bierhype

Voorwaar een straf plan, en hoewel niet volstrekt uniek, toch op z’n zachtst bijzonder voor een brouwerij met de status van Hertog Jan. Het gonsde dan ook direct en overal in het wereldje van bierliefhebbers. Zoals gezegd, ze hadden daar in Arcen hun publiciteit aardig voor elkaar. Het bier zou te verkrijgen zijn via de Speciaalhandel, in enkele Biercafé’s en het werd geleverd via Jan Linders Supermarkten. Vriend Jan tikte op de eerste dag van uitgifte twee flesjes op de kop en vrij spoedig daarna proefden wij.

Voorwaar een mooi bier. Zacht, mild en uitgebalanceerd, zoet-zuur-bitter in een harmonieus evenwicht. De moderne ziekte van overdreven en zwaar aangezette smaken is geheel voorbij gegaan aan dit bier. Afzonderlijke smaakmakers proefde ik niet, hooguit een tikje vanille. De geur is niet sterk, maar aangenaam en hij ontwikkeld zich naarmate het bier langer open staat. Ik rook wat vers gesneden gras. De kleur van het bier is van het aangenaam rood waar Hertog Jan patent op lijkt te hebben. In alles overigens verraadt dit bier dat het uit de brouwerij in Arcen komt, elke liefhebber zal er Hertog Jan in terugproeven. Het alcoholpercentage is 8,4 % en het bier zit verpakt in een stenen kruikje van een halve liter inhoud. Verder is het bier in een feestelijk doosje verpakt en krijg je er een chique begeleidend schrijven bij. Prachtig bier, dat zondermeer…Amalia in Hertog Jan...

Blijft evenwel het debacle van de prijs: je betaalt voor één flesje bier € 15,- (vijftien euro) in de supermarkt (over wat de Horeca gaat rekenen moet ik maar helemaal niet nadenken). Wat in godsnaam rechtvaardigt zo’n bedrag voor 50 centiliter bier. Mijn enthousiaste beschrijving hierboven? Het feit dat ze écht iets moois hebben gemaakt bij Hertog Jan? Ik weet het niet lezer. Er zijn mooie klassieke Belgische bieren die met gemak de competitie met dit bier aankunnen, en hun prijs beloopt geen € 5,-. Er zijn moderne Belgische (en in mindere mate Nederlandse) bieren die nauwelijks onder  doen voor dit Hertog Jan. En die worden tegen gewone mensen prijzen aangeboden.

En ik weet wel dat de brouwers van Speciaalbieren de tijd meehebben, dat Speciaalbieren een hype zijn en dat Biersnobs met gemak belachelijke bedragen uitgeven voor bijzonder snoepgoed (600 dollar voor een krat Westvleteren op internet, écht waar!). En natuurlijk kan ik bedenken dat extra zorg en kostbare ingrediënten kostprijsverhogend werken.  Maar ik geloof niet dat ik aan dit spel mee ga doen. En Vriend Jan ook niet. We zullen de toekomstige Speciale brouwsels van Hertog Jan missen, maar er zijn nu eenmaal grenzen…

Overigens, dat kruikje doet het goed als vaasje, dat dan weer wel. De dahlia heet Amalia.

© paul

 

Carnaval in Habay-la-Neuve…

Carnavalsoptocht Habay-la-Neuve, 19 april 2015Van verre zag je ze al aan komen schuiven. Twee schuimende reuzenflessen vloeibaar goud. We kwamen net terug van de Abdij van Orval en werden een stukje verderop dan opnieuw geconfronteerd met mijn lievelingsbier.

Het blijft voor ons een vreemde gewoonte om het Carnavalsfeest over Vastentijd en Pasen heen te tillen, maar in de Gaume en andere delen van Wallonië vindt men het de gewoonste zaak van de wereld. En het gaat nog een aantal weken door: Houffalize nodigt u uit voor haar Zomercarnaval, 2 augustus 2015… stond er op één van de praalwagens.

Dit weekend was het de beurt aan Habay-le-Neuve om straatfeest en optocht te organiseren. Het was er druk, erg druk. Uit de verre omgeving kwam men afgereisd naar het plaatsje om deel te nemen aan de optocht, dan wel om die optocht te bewonderen. Een indrukwekkend gebeuren was het; schitterende praalwagens en smaakvol gekostumeerde groepen beeldden de legenden en eigenaardigheden van de streek uit. Koste nog moeite waren gespaard.

Rijkelijk vloeiden de Luxemburgse wijnen en het bier kostte slechts € 10,- voor zes glazen, vers getapt. Kom daar bij ons eens om.

En dan die twee Orvalflessen, wat een prachtig gezicht. Op de naar de werkelijkheid gefabriceerde etiketten kon je aflezen dat ze nog houdbaar waren tot ergens in 2017. Enfin…

Ellen deed meteen een aantal berichten uit naar onze carnavalsvrienden van de ZKB, waarin ze de pakken aanprees en voorstelde om er maar eens werk van te maken. Er werd evenwel niet écht enthousiast gereageerd. Kwestie van moeilijk een sanitaire stop te maken in zo’n verpakking, laat staan wanneer de boodschap écht groot is. En daar had men dan toch ook weer gelijk in. Maar het bleven prachtige pakken.Carnavalsoptocht Habay-la-Neuve 19 april 2015

© paul

Nog eens Groene Orval…

Groene Orval...
De foto oogt eerder als een lithografie van de Amerikaanse hyperrealistische schilderstroming uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Ellen schoot het plaatje en ze vond het niks; kwestie van fout aan tafel zitten en geen zonnekap ter beschikking hebben. Ik evenwel ben er zeer tevreden mee. Dat harde contrast in het geel van het bier wordt vloeibaar; de vreemde, glasachtige schaduwen van de asbak worden grafische vlakken. De bijna doodgeslagen witte placemat lijkt doorzichtig, behalve dan daar waar het glas voor schaduw zorgt; en dan nog een tafel die schittert als de huid van een jaren-vijftig Cadillac. Eenieder die iets over de compositie te zeuren heeft, straf ik ter plekke af! Geweldig beeld…

Maar nu ter zake. Het voorbije weekend waren we er even niet, we verbleven op onze stek in Luxemburg. Daar vandaan maakten we een paar tochten. Het bezoeken van de Abdij van Orval was er een van. We groetten de paterkes en sloegen er wat bier in. Bij de aanpalende uitspanning genoten we een lichte maaltijd en dronken er een glas. Let wél lezer: we dronken er de Groene Orval

Wat een maand eerder gebeurde: nog onlangs voerde onze Jongste Bediende met deze of gene Bierkenner een heftig discours over dat bier, gezeten op een van de terrassen die ons Brabants dorp tegenwoordig rijk is. Bierkenner beweerde bij hoog en bij laag dat hij de Groene Orval regelmatig dronk. En dat zou ook best zo kunnen zijn hoor. Bierkenner is dan Paterke in de Abdij van Orval, want daar wordt het bier geschonken. Bij de kloostermaaltijd…

Er is nog een mogelijkheid: Bierkenner gaat regelmatig lunchen in het etablissement bij de abdij, À l’Ange Gardien. Want afgezien van de tafel van de monniken van Orval is dat de enige plaats ter wereld waar het Groene bier wordt geschonken. Bierkenner was echter nog nooit in de Zuidelijke-Ardennen geweest, laat staan in de buurt van Orval. Borreltafelpraat dus…

Je moet het beslist een keer doen, een afstap maken bij de Abdij. Wanneer je weer eens naar het Zuiden suist over ‘s Heren Snelwegen is het een niet al te ingewikkelde moeite om even de grote weg te verlaten. Je tuft een stukje door een lommerrijk gebied en wordt beloond met rust, ontspanning en uitspanning. Een piepklein, maar alleraardigst biermuseum binnen de muren van de Abdij, wetenswaardigheden over klooster en streek, en als beloning een prachtig glas Vloeibaar Goud op het terras van de nabij gelegen uitspanning die behalve naar zijn Franse naam ook luistert naar de het Vlaamse Engelbewaarder.

Vond ik de klassieke Orval altijd al een van de lekkerste bieren op deze aardkloot, de Groene variant is zeker zo lekker. Met een alcoholpercentage van 4,3 % is het aanmerkelijk lichter dan zijn blauwe broertje. Ook smaakt het wat milder, wat minder bitter. En je proeft overduidelijk koreander, een waarlijk gastronomische toevoeging.

Je eet overigens prima bij À l’Ange Gardien. Geen culinaire hoogstandjes, maar degelijke kost. Kroketten van Orvalkaas, biefstuk met een saus van diezelfde kaas, een plank met Ardense vleeswaar of een zwijnenknietje, met roomsaus overgoten. Goed brood erbij en natuurlijk zo’n glas Groene Orval.

Een belangrijke innovatie is dat je het bier ook kunt bestellen in een proefglas, dat wil zeggen in een glas met een inhoud van 15 cl. Kun je als automobilist toch mooi meedoen zonder onmiddellijk aan je tax te geraken. En wil je zo’n proefglas mee naar huis nemen dan kan dat, de Engelbewaarder levert ze voor een paar euro het stuk. Mét groene opdruk en mét de handjes van de Engelbewaarder aan de achterkant in het glas geslepen. (En bedenk: het staat natuurlijk vreselijk interessant wanneer jij, eenmaal weer thuis, die bierproeverij inricht met je vrienden en vriendinnen, en je laat ze nippen uit zo’n unieke bokaal. “Ja, geïmporteerd uit de Ardennen. Paters van Orval, ik ben er kind aan huis…”)

Meer lezen over Trappistenpaterkes en hun Bieren: bezoek TrappistBier Beleven

© paul

 

Vlaams stoofvlees met frieten

IMG_2921
Morgen wordt op België 1 de 1000ste uitzending van ‘Dagelijkse Kost’ uitgezonden, het kookprogramma van de Vlaamse Jeroen Meus. Dat moet natuurlijk een extra uitzending worden, iets heel speciaals. In de aanloop voor deze 1000ste uitzending besloten de Belgen van het programma Dagelijkse Kost een echte enquête te houden; “wat is het meest geliefde Vlaamse gerecht, wat eten de Belgen heel graag”… Er kwam met behulp van de kijkers een prachtige top tien tot stand:
1. Stoofvlees met frieten
2. Witloof met hesp uit de oven
3. Steak-friet met sla en bearnaisesaus
4. Vol-au-vent
5. Balletjes met krieken & balletjes tomatensaus
6. Asperges op z’n Vlaams
7. Konijn met pruimen
8. Kalfstong in madeirasaus
9. Zeetong á la meunière
10. Steak tartare
Een zeer respectabele lijst van gerechten! Ik zou in Nederland ook wel eens zo’n enquete willen houden, heel benieuwd wat daar uit zou komen…

Maar liefst 14331 kijkers hebben gestemd op Frieten met Stoofvlees als zijnde de ultieme Vlaamse klassieker. Jeroen roept zijn kijkers op om zondag 1 maart, morgen dus, massaal dan ook Frieten met Stoofvlees klaar te maken. Daar konden wij als buitenlands Ministerie toch niet omheen natuurlijk. Wij wonen dicht bij de grens en mogen graag bij onze zuiderburen aan tafel schuiven. Frieten met stoofvlees is ook voor ons een van de favorieten… Het Ministerie geeft dus met graagte gevolg aan de oproep van Jeroen…alleen kwam zondag ons niet zo uit…
Het Ministerie besloot dat het vandaag al Frieten-met-Stoofvleesdag zou zijn! Sorry Jeroen, dat heb je met die Hollanders, altijd Haantje de voorste…
Jeroen geeft het recept voor vier personen, maar ja, dat was niet genoeg voor onze zaterdagse roddel- en borreltafel. Wij rekenden op Het Kind, vriend Andy en hun nieuwe kruimel (maar die eet voorlopig alleen vloeibaar), De Jongste Bediende, vriendin Marleen, Paul en ikzelf. Maar ook Vriend Jan en zijn gade Ans waren welkom en schoven gezellig mee aan. Nou bleek Paul wat pinnig vlees ingekocht te hebben… en door allerlei omstandigheden was er opeens ook geen tijd om zelf frieten te bakken… We kochten dus frieten bij de plaatselijke Beste Frietenbakker, La Gondola. Paul stoof op de fiets naar de frietenbakker terwijl kruimel Jop zijn vloeibare voeding tot zich nam en de rest van het gezelschap de tafel dekte. Perfect!
Goed, het recept van Jeroen maar dan voor 8 personen (beetje weinig vlees maar het ging nét, samen delen)

  • 1500 gram rundvlees, (sukade is prima)  in flinke blokken gesneden
  • 1 flesje bruin bier (er stond hier toevallig een fles St Bernardus abt 12, maar ander mooi bruin bier mag ook)
  • 3 flinke uien  in grove stukken gesneden
  • 2 laurierblaadjes en een flinke pluk tijm, samengebonden
  • 4 kruidnagels
  • 2 bruine boterhammen (Pauls eigengebakken brood) dik besmeerd met mosterd
  • 2 eetlepels appelstroop
  • scheutje azijn
  • boter peper en zout.

Verhit een grote braadpan en smelt er een klontje van de boter in. Bak daarin de uien op een matig vuur zachtjes aan. Neem een koekenpan, smelt daarin ook wat boter en bak daarin het vlees snel rondom  bruin. Voeg het vlees dan bij de uien. Bak het vlees in een aantal porties, als je al het vlees tegelijk bakt gaat het smoren en dat is niet de bedoeling.

Schenk, als al het vlees gebakken is het bier in de koekenpan. Roer alle aanbaksels los terwijl het bier aan de kook komt. Giet het bier bij het vlees en de uien.

Bind de laurierblaadjes en de tijm tot een bouquet garni en voeg dat bij het vlees. Doe er dan ook de appelstroop en de kruidnagels bij. Leg de met mosterd besmeerde boterhammen op het vlees en laat het geheel zo zachtjes stoven. Laat het vlees zachtjes garen tot het botermals is. Roer af en toe. De boterhammen vallen uit elkaar en binden de saus. Haal als het vlees gaar is de deksel van de pan en laat de saus nog wat inkoken.

Wij aten er een flinke salade bij van kropsla, tomaat, ui en wat hardgekookte eieren. Jeroen geeft er witlofsla bij, kan ook. Maar natuurlijk in ieder geval, eigengemaakte mayonaise!

En espresso toe!

 

 

Plzeñský Prazdroj…

Pilsner-Urquell
Plzeňský Prazdroj is waarschijnijk de meest prestigieuze brouwerij van Tsjechië, in ons land beter bekend onder de Duitse naam Pilsner Urquell.

In de voorloper van deze brouwerij werd op 5 oktober 1842 een geheel nieuw biertype gepresenteerd, een biertype dat we nu kennen onder de naam pils of pilsner. We danken de uitvinding aan de Beierse meesterbrouwer Josef Groll, die het ontwikkelde. Het pilsnertype is heden ten dage het meest gedronken bier in de wereld.

De oorspronkelijke naam van de brouwerij was Bürger Brauerei, maar in 1898 doopten de inwoners van het Tsjechische stadje Pilzen (Tsjechisch: Plzeň) de brouwerij om tot Pilsner Urquell. Zo was in twee woorden duidelijk waar de bakermat van de godendrank lag.

Er stroomde intussen veel water naar de zee. Pilzen was eind negentienhonderd Oostenrijks, het werd Tsjechisch, daarna Duits en dan weer Tsjechisch. Pilzen stond onder feodaal bestuur, werd democratisch, dan fascistisch en daarna communistisch. Intussen heerst er al weer vijfentwintig jaar een democratisch regime.

Onder dat hele scala aan staatkundige en sociale beslommeringen bleef de Plzeňský Prazdroj bier brouwen. En welke gezindte, kleur of status de politieke heerser ook aanhing, de kwaliteit van het Oerpils had er niet of nauwelijks onder te leiden.

Wanneer zelfs Duitsers uit het noorden én Duitsers uit het zuiden.., of wanneer zelfs Luxemburgers beweren dat Pilsner Urquell op gelijke voet kan staan met hun eigen brouwsels, dan bedoelen ze eigenlijk dat dat Urquell de betere troeven heeft, ze kunnen het alleen niet toegeven (zelf gehoord van die Duitsers uit het zuiden en noorden, zelf gehoord van die Luxemburgers). En ik mag dan geen gekend pilsdrinker zijn, dat Urquell smaakt me goddelijk, dat ís goddelijk…

Ik vertel je dit verhaal omdat Ans en Vriend Jan kort voor de Jaarwissel de brouwerij in Pilzen bezochten. Ze namen een en ander voor me mee; naast het gouden pilsner ook enkele speciaalbieren. Over die speciaalbieren wilde ik je schrijven, maar ik heb nog niet genoeg gegevens. Je moet het dus even doen met dit loflied op Pilsner Urquell. Op dat andere bier kom ik snel terug.

En hoe verging het dan de Meesterbrouwer Josef Groll?  Na zijn uitvinding verliet Josef Groll Pilzen al snel. Op 30 april 1845 liep het contract met de Burgerlijke Brouwerij in Pilzen af, het werd niet verlengd. De Grollsche Brauerei van zijn vader in zijn geboortedorp Vilshofen in Neder-Beieren werd na zijn terugkeer eigendom van Josef. De Grollsche Brauerei bestaat tegenwoordig niet meer. Deels is die opgegaan in een andere brouwerij in Vilshofen, de Brauerei Wolferstetter. Deze brouwerij brouwt nog wel een bier onder de naam Josef Groll Pils.

Josef Groll is op 22 oktober 1887 overleden op 74-jarige leeftijd. Hij stierf aan de stamtafel van de kroeg in Vilshofen, tijdens het bier drinken.

In Nederland wordt het Pilsner Urquell geïmporteerd door Brouwerij Grolsch. Het is een toevallige samenloop van omstandigheden want Grolsch met één L heeft niks van doen met Grollsch met twee eLLen. Het Nederlandse Grolsch verwijst naar de plaatsnaam Grol, de oude benaming voor het tegenwoordige Groenlo.

‘t Is maar da je het weet…

© paul

 

Het nieuwe Bo(c)kbier van Bavaria…

Bavaria Bokbier, jaargang 2014...

Ik ben er laat mee, met het beschrijven van de bokbieren, jaargang 2014; het bier ligt al weer weken in de schappen van slijter en super en je hebt er nog niks over gelezen op onze web site. Enfin, ik had andere dingen om over te schrijven, andere dingen te doen. (En van Ellen moet je het niet hebben, die schrijft niet over bier…). Evengoed vond ik wél de tijd om een hele trits bo(c)kbieren te proeven lezer, reken maar van yes

Ik dronk dat van Brouwerij Alfa uit het Limburgse Schinnen, ik dronk dat van Jopen uit de Jan Steenstad Haarlem. Ik proefde dat van Brand uit Wijlre en dat van Hertog Jan uit Arcen. Ach, en ik zou het Gulpener uit Gulpen haast vergeten. Brouwerij ‘t IJ uit Amsterdam bekoorde me tot nog toe het meest, maar ik heb nog een lange weg te gaan. Ik proefde dit jaar nog geen enkel Vlaams bokbier, en ook dat uit de Walen ben ik tot dusver niet tegen gekomen. [En voor al die Nederlandse Bo(c)kbierpuristen: ik ben heus niet van eigen bier eerst!.]

In het Eindhovens Dagblad had ik gelezen dat er een en ander was veranderd aan het concept van het Bockbier uit Lieshout. En eerlijk gezegd lezer, ik hield mijn hart vast. Veranderen betekent voor grote brouwers immers nagenoeg altijd dat ze zich aanpassen aan de smaak van het moment. Want in dat segment valt te verkopen. Voor bokbier betekende dat in het verleden dat men het zoeter maakte (Heineken, Grolsch), dat men het platter maakte (Amstel). Bavaria hield door de jaren aardig stand, zoveel is waar…

Dit jaar was Bavaria er wel erg vroeg bij. Geruime tijd voordat de andere brouwers hun bier presenteerden deed Bavaria een gratis promotieblikje bokbier als extraatje bij een kleine krat Bavariapils. Het kon dan ook gebeuren dat ik al half september een kleine proeverij kon inrichten, helemaal voor mezelf.

De beloofde innovatie omtrent hun bokbier behelsde in ieder geval de uiterlijke verschijningsvorm van de verpakking. Ging men de afgelopen jaren op de prestigieuze toer met de quasi adellijke naam Hooghe Bock, ogenschijnlijk gericht op de moderne Yup, de hipster en de middendertiger in iets betere doen (stoere jongen, ferme knaap),  dit jaar was het gewoon terug naar de basis; de C in het bok liet men vervallen en de afbeelding en belettering deden eerder wat nostalgisch aan, vertrouwd ouderwets… Terug dus naar de oorspronkelijke doelgroep, te weten: Vriend Jan en ondergetekende.

Over de inhoud van de verpakking hadden we al helemaal niks te klagen. Het mag dan niet het grootste bokbier wezen, in de middenmoot zit Bavaria Bokbier beslist aan de bovenkant. Mooi donker van uiterlijk is het met een crèmekleurige, wat vette schuimkraag. Het bier ruikt een beetje naar caramel en in de smaak komt dat terug. Van opdringerig zoet is geen enkele sprake en het bitter is volop aanwezig, maar net niet té prominent. De afdronk prettig en middellang. De prijs is prima, maar dat was altijd zo bij Bavaria. Vriend Jan en ik waren dus tevreden; hier konden een aantal van de andere brouwers nog een puntje aan zuigen… (Tegenhanger: Alex liet weten dat hij het bier wat slapjes vond.)

De blikjes van het plaatje zijn alleen te krijgen als promotiemateriaal, bij mijn weten komen ze verder niet in de handel. De etiketten van de flesjes en de kartonnen verpakking zien er echter net zo uit…

© paul