Welkom bij het Ministerie…

Featured

Een website over Eten, Drinken en Andere genoegens…                                          In 1999 schreef ik een jaar lang elke dag op wat we aten, dronken en alles wat daarmee te maken had.
Ik wilde zo voor mezelf het laatste jaar van de Twintigste Eeuw vastleggen. 
Dat bleek al snel een verslaving en na 1999 ging ik dan ook door met het schrijven van mijn kookdagboek. Stapels schriftjes schreef ik vol, tot ik in augustus 2005 de digitale mogelijkheden ontdekte van een website. Vanaf die tijd schrijf ik, samen met mijn partner Paul, op deze website over eten, drinken en andere genoegens.

Tomatencoulis, maar dan anders…

Gegrilde aubergines met een frisse tomatensaus...
Ellen zat werkeloos te wachten bij het houtskoolvuurtje, omdat ik weer eens een afspraak was vergeten. Het vlees kon nog niet gegrild worden want het was niet duidelijk wanneer ik thuis zou komen, er zat eenvoudigweg niets anders op dan het vuur brandend te houden. Van de nood een deugd makend gebruikte ze de wachttijd en het zachtjes doorsmeulend vuur om wat extra’s te roosteren voor later; het kon koud gegeten worden dus maakte het niet uit wanneer het klaar was. Allereerst grilde ze een paar rode uien. Altijd goed om voor de komende dagen op voorraad te hebben, in de koelkast bleef de groente een aantal dagen goed. Daarna versneed zij twee aubergines in de lengte in plakken, besmeerde die met wat olijfolie en een beetje gekruid zout en roosterde de plakken vervolgens aan beide kanten.

Die avond aten we van de aubergines, ze waren nog lauwwarm tegen de tijd dat we aan tafel gingen. Maar het was veel te veel voor ons tweeën, en zo verdween de rest in de koelkast. Ook de dag erna stond er gegrild vlees op het menu. De koude aubergines konden er prachtig bij. Maak maar een frisse saus, stelde Ellen voor. Aangezien we de groente nog onlangs klaarmaakten met een frisse saus op basis van yoghurt, dacht ik het over een andere boeg te moeten gooien. Ik maakte een soort tomatencoulis, maar besloot de ingrediënten toch wat te bewerken op de stoof.

  • 4 middelgrote tomaten,
  • 1 sjalot,
  • 2 tenen knoflook,
  • 1 mild pepertje,
  • 1/2 theelepel karwijzaad,
  • scheutje bouillon,
  • scheutje olijfolie,
  • peper en zout.

Snijdt de tomaten in kleine blokjes en doe ze in een sauspan. Zet de pan op een heel laag vuur. Hak de sjalot heel fijn en doe die bij de tomaten. Zo ook de knoflook. Haal de zaadlijsten weg uit het pepertje en versnijdt het in heel dunne reepjes, doe bij de saus. Kneus het karwijzaad in een vijzel en voeg het toe. Voeg dan de bouillon en de olijfolie toe en zet het vuur even hoog. Draai dan de warmtebron terug laag en laat de saus heel zachtjes pruttelen, garen en inkoken. Maak af met peper en zout.

  • Opmerkingen:
  • De saus die je zo verkregen hebt houdt het midden tussen een coulis van verse ongekookte ingrediënten en een ingekookte carbonarasaus.
  • De frisheid van de tomaten blijft op deze manier wat beter bewaard en de saus heeft toch meer body dan een saus van ongekookte of niet gebakken ingrediënten.
  • De olie gaat erbij om de saus iets meer zwaarte te geven.
  • De saus kan warm gegeten worden, maar koud is-ie ook uitstekend. Te veel saus is nauwelijks mogelijk, je kunt hem prima bewaren in de koelkast, hij blijft dan dagen goed.
  • De saus doet het ook uitstekend bij gegrild vlees.

© paul

 

Nog eens Groene Orval…

Groene Orval...
De foto oogt eerder als een lithografie van de Amerikaanse hyperrealistische schilderstroming uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Ellen schoot het plaatje en ze vond het niks; kwestie van fout aan tafel zitten en geen zonnekap ter beschikking hebben. Ik evenwel ben er zeer tevreden mee. Dat harde contrast in het geel van het bier wordt vloeibaar; de vreemde, glasachtige schaduwen van de asbak worden grafische vlakken. De bijna doodgeslagen witte placemat lijkt doorzichtig, behalve dan daar waar het glas voor schaduw zorgt; en dan nog een tafel die schittert als de huid van een jaren-vijftig Cadillac. Eenieder die iets over de compositie te zeuren heeft, straf ik ter plekke af! Geweldig beeld…

Maar nu ter zake. Het voorbije weekend waren we er even niet, we verbleven op onze stek in Luxemburg. Daar vandaan maakten we een paar tochten. Het bezoeken van de Abdij van Orval was er een van. We groetten de paterkes en sloegen er wat bier in. Bij de aanpalende uitspanning genoten we een lichte maaltijd en dronken er een glas. Let wél lezer: we dronken er de Groene Orval

Wat een maand eerder gebeurde: nog onlangs voerde onze Jongste Bediende met deze of gene Bierkenner een heftig discours over dat bier, gezeten op een van de terrassen die ons Brabants dorp tegenwoordig rijk is. Bierkenner beweerde bij hoog en bij laag dat hij de Groene Orval regelmatig dronk. En dat zou ook best zo kunnen zijn hoor. Bierkenner is dan Paterke in de Abdij van Orval, want daar wordt het bier geschonken. Bij de kloostermaaltijd…

Er is nog een mogelijkheid: Bierkenner gaat regelmatig lunchen in het etablissement bij de abdij, À l’Ange Gardien. Want afgezien van de tafel van de monniken van Orval is dat de enige plaats ter wereld waar het Groene bier wordt geschonken. Bierkenner was echter nog nooit in de Zuidelijke-Ardennen geweest, laat staan in de buurt van Orval. Borreltafelpraat dus…

Je moet het beslist een keer doen, een afstap maken bij de Abdij. Wanneer je weer eens naar het Zuiden suist over ‘s Heren Snelwegen is het een niet al te ingewikkelde moeite om even de grote weg te verlaten. Je tuft een stukje door een lommerrijk gebied en wordt beloond met rust, ontspanning en uitspanning. Een piepklein, maar alleraardigst biermuseum binnen de muren van de Abdij, wetenswaardigheden over klooster en streek, en als beloning een prachtig glas Vloeibaar Goud op het terras van de nabij gelegen uitspanning die behalve naar zijn Franse naam ook luistert naar de het Vlaamse Engelbewaarder.

Vond ik de klassieke Orval altijd al een van de lekkerste bieren op deze aardkloot, de Groene variant is zeker zo lekker. Met een alcoholpercentage van 4,3 % is het aanmerkelijk lichter dan zijn blauwe broertje. Ook smaakt het wat milder, wat minder bitter. En je proeft overduidelijk koreander, een waarlijk gastronomische toevoeging.

Je eet overigens prima bij À l’Ange Gardien. Geen culinaire hoogstandjes, maar degelijke kost. Kroketten van Orvalkaas, biefstuk met een saus van diezelfde kaas, een plank met Ardense vleeswaar of een zwijnenknietje, met roomsaus overgoten. Goed brood erbij en natuurlijk zo’n glas Groene Orval.

Een belangrijke innovatie is dat je het bier ook kunt bestellen in een proefglas, dat wil zeggen in een glas met een inhoud van 15 cl. Kun je als automobilist toch mooi meedoen zonder onmiddellijk aan je tax te geraken. En wil je zo’n proefglas mee naar huis nemen dan kan dat, de Engelbewaarder levert ze voor een paar euro het stuk. Mét groene opdruk en mét de handjes van de Engelbewaarder aan de achterkant in het glas geslepen. (En bedenk: het staat natuurlijk vreselijk interessant wanneer jij, eenmaal weer thuis, die bierproeverij inricht met je vrienden en vriendinnen, en je laat ze nippen uit zo’n unieke bokaal. “Ja, geïmporteerd uit de Ardennen. Paters van Orval, ik ben er kind aan huis…”)

Meer lezen over Trappistenpaterkes en hun Bieren: bezoek TrappistBier Beleven

© paul

 

Varkenssteak van het houtskoolkomfoor…

Varkenssteak...
Ik was de afspraak met Neel glad vergeten. Ik had mijn houtskoolvuurtje juist op temperatuur en Ellen stond al achter me te dringen met het stuk varkenssteak toen de voordeurbel klingelde. Daar stond Neel op de stoep met al haar fotoapparatuur, statieven, belichters, flitsers, meters en wat dies meer zij. Ik had de dag daarvoor beloofd om model te staan voor een opdracht ten behoeve van haar academische opleiding tot kunstenfotograaf. En nu, op dit tijdstip, was er het juiste licht. Ik stapte dan maar in haar auto en liet me voeren naar de plek die Neel uitgekozen had voor de shooting.

Intussen zat Ellen met dat houtskoolvuurtje. Natuurlijk hield ze het brandend, maar dat vlees kon er nog niet op. Om verder, in de tussenliggende tijd, niks te doen met die gloeiende pot was een zwakke optie, dus grilde ze maar vast een paar uien. Ook versneed ze twee aubergines overlangs in dunne plakken. Ze besmeerde ze met olijfolie en stoof er een snuifje gekruid zout over; verder was het een kwestie van grillen en de plakken op tijd draaien. Je moest er wel even bij blijven.

Enfin, dankzij de effectieve arbeid van Neel was de fotosessie in een mum van tijd gedaan, ik was na een dik half uur alweer thuis. Het vlees ging op het rooster, de tafel was al gedekt, de maaltijdsalade van bietjes en aardappel was de dag daarvoor al bereid, we konden aan tafel. Natuurlijk snoepten we ook van de aubergines, maar het bleek veel te veel te zijn. We hielden een bord over voor de volgende dag.

Over het varkensvlees niets dan lof. Het kwam van een varken dat vrij heeft gedarteld in het Limburgse land. Zijn of haar voedsel was niet strikt biologisch, dus werd hem of haar dat predicaat ontzegd, maar het (hij of zij) heeft meegegeten met de alledaagse grote-mensen-pot. Kom daar nog eens om bij een gangbaar zwijn…

Het vlees was gepekeld en deels ingewreven met een rub van kruiden. Dat laatste beschouwen we als een noodzakelijk kwaad, wij kruiden liever zelf… De gepekelde status echter is een toevoeging aan vlees dat je gaat roosteren. Het blijft simpelweg sappiger, malser.

Enfin…

Neel liet vanavond weten dat de foto precies voldoet aan haar vooropgestelde doelen. Nou Neel, ons varkensvlees ook!

© paul

Lamskarbonades, gegratineerde venkel en een piepertje…

lamskarbonades
Ondanks het mooie weer besteedde ik wat tijd achter de computer; ik ben namelijk bezig artikelen uit de oertijd van het Ministerie te restaureren. Een groot deel van de verdwenen foto’s zijn intussen herplaatst en enkele links naar andere artikelen zijn geactualiseerd. Maar er blijft nog een hoop te doen.

Bij het terug lezen van het oude spul viel me op dat we toentertijd regelmatig artikeltjes maakten over het eten van de dag, zonder er meteen een uitgebreide receptuur aan te hangen. We doen dat tegenwoordig nog nauwelijks, hoewel het destijds gewaardeerd werd door onze lezers.

Misschien moeten we die vorm van archiveren weer wat vaker bezigen, al was het maar voor onze eigen gemoedsrust…

Zo aten we eergisteren lamskarbonaadjes, Ellen had ze als lamsrack gebraden, besmeerd met mooie scherpe pitjesmosterd. Erbij venkel uit de oven, overbakken met Gorgonzolakaas. Een lekker aardappeltje erbij, gebakken in ganzenvet.

Het was erg mooi vlees, dus had ik voor de gelegenheid een Bourgogne uit de kelder getoverd. Volnay, 2012, Domaine Rossignol-Février.

Kopje espresso toe en later op de avond een stukje kaas.

Enfin,.. een beetje tevreden? Gisteren overigens lag er varken op het bord, gegrild op houtskool. Misschien moet daar straks (of zo) iets meer over gezegd…

© paul

Boerenkaas van 3 jaar oud…

Drie jaar oude boerenkaas...
De eerste keer dat ik brokkelkaas proefde herinner ik me nog heel goed hoewel het om en nabij 50 jaar geleden moet zijn. Het was bij de Familie Bronnenberg, die een VIVO-winkel dreven in de Haageijk te onzent. Er lagen altijd wagenwielen van kazen in die winkel. Vader Bronnenberg was ook koster aan de Sint Janskerk en hing in mijn herinnering een Rooms-Bourgondische levensstijl aan; goed van eten, goed van drinken…

Ik was bevriend met enkele van de kinderen Bronnenberg en kwam regelmatig bij hen over de vloer. De aanleiding waarom ik een stukje kaas kreeg staat me niet meer bij, maar op enig moment brokkelde Pa Bronnenberg wat van zijn overrijpe kaas en stak het mij toe. Ik vond het verschrikkelijk lekker en de oude heer had daar zichtbaar plezier in. Ik kreeg zowaar een stukje mee voor mijn ouders. Het moet uiteindelijk een verdomd klein partje zijn geweest wat er voor thuis overbleef, want onderweg naar huis liep ik voortdurend van de kaas te snoepen. Ik kon er niet afblijven. Waarschijnlijk is daar, ergens tussen de Haageijk en de Virmundtstraat mijn levenslange liefde voor kaas geboren…

Na al die jaren heeft mijn smaak voor kazen zich wel uitgekristalliseerd. Het liefst heb ik ze op enige leeftijd en bij voorkeur zijn ze van rauwe melk gemaakt. Voor Bergkazen doe ik een moord (Comté, Tomme de Savoie, Montasio), maar een Munster van de boerderij of uit een artisinaal atellier laat ik ook niet staan. En dan zijn er de blauwschimmels: de Roqueforts, de Stiltons, de Gorgonzola’s. En niet de vergeten de Brie de Meaux en de Brie de Melun. En al die honderden andere kazen van hoge kwaliteit. Want dat is uiteindelijk het kriterium, dat ze met zorg en niet op grote schaal zijn gemaakt. En wel van de beste grondstoffen…

De Helmondse zaterdagmarkt is sinds enkele jaren een kaasfamilie rijker. Ze komen van ergens tussen Maas en Waal. De kwaliteit van hun spulletjes is goed en in een aantal gevallen bovenmatig. Hun Comté is exquise, iedere inwoner van de Franche-Comté zou er trots op wezen. Het assortiment is niet groot, maar dat hoeft bij kwaliteit geen probleem te zijn. We kopen er wekelijks een stukje Kruidenkaas voor de moeder van Kruimel, Ellen betrekt er de belegen boerenkaas voor op het brood. En ik mag er nu en dan een stukje van die drie jarige oude kaas meenemen, Boerenkaas wel te verstaan. Gemaakt en gerijpt op een van die melkveebedrijven tussen de Grote Rivieren.

Die kaas van de foto: je ziet de witte rijpingskristallen en het indrogen rond de korst. Het is niet erg, het hoort erbij. De smaak is pittig, notig en rijp, een tikkeltje zuivelzoet. Ondanks de lange indroging is de kaas niet zout.

Wanneer je de kaas aansnijdt brokkelen er meteen stukjes vanaf. Dit is geen kaas voor op brood, dit eet je na een maaltijd, je spoelt het weg met je laatste slok Bordeaux.

© paul

 

 

Spaghetti Puttanasca, heel pover… en dan een Big Green Egg…

spaghetti Puttanesca
Het was een waar genot vandaag, eindelijk zon! Iedereen genoot zichtbaar van deze mooie lentedag. Ik kon wat eerder naar huis dankzij mijn teveel gewerkte uren, die moet ik toch ooit eens opmaken. Paul haalde mij in Eindhoven op en terwijl mijn doel een simpel terrasje was, schakelde Paul de Tomtom in; “Bergeijk, de grote vertegenwoordiger van Big Green Egg BBQ, goed? Gaan we gewoon even kijken”. “Uhhhm, ik wou in het zonnetje zitten, terrasje…”

De weg van de Lismortel in Eindhoven, waar ik werk, naar Bergeijk was vol met auto’s, hobbels en ander gedoe. Mijn humeur werd er niet beter op, maar goed, Big Green Egg… ik wilde ook wel eens weten hoe en wat. Eindelijk aangekomen bleken we beland bij een enorme kampeer/outdoor –  of hoe dat dan ook heten mag firma. Enigszins overdonderd betraden we de grote hal en zagen vrijwel meteen ons doel: Het Grote Groene Ei. Een hele stand vol met deze prachtige peperdure BBQ’s.

Het, bijzonder vriendelijke, personeel, gaf ons goede voorlichting en een mooie glossy folder, we draalden nog wat rond en bekeken de rest van de winkel… Pffft, zo’n groen ei kost niet niks… Moeten we toch nog maar eens héél goed over denken…

Gelukkig vond ik in deze zeer goed gesorteerde winkel nog wél een prima handschoen van dik gevoerd zeemleer voor maar € 4,95. Ideaal om mijn simpele, zeer goedkope, Luxemburgse Schwenkbraten te bedienen zonder mijn handen te verbranden.

Nou ja, we hebben het Groene Ding gezien, we zullen er eens een flinke discussie over voeren… Terug naar huis, nóg meer verkeer, warm, geen leuk terras, werd mijn humeur er eerlijk gezegd niet beter op; dit had ik me niet voorgesteld van een vrije namiddag… Grrr, “wat zullen we dadelijk eten? Is simpele pasta goed?”

Ja, simpele pasta is altijd goed! Geeft troost, schept vreugde!

“Maar niet zó simpel, geen Aglio Olio, ik heb zin in Puttanesca!”  En dat werd het vandaag beste lezer; Spaghetti Puttanesca. Goed eten na een vreemde dag. Goedkoop na het bekijken van de, geloof ik wel duurste BBQ. Prima om de eerste Lentedag te vieren. Een bord vol zon en beloftes, verzoening en troost.

Iedereen maakt het nét een beetje anders, dat mag. Dus alles ongeveer, maar met zeker deze ingrediënten…

  • Voor twee personen
  • 2 tenen knoflook, ontveld, geplet en heel fijngehakt
  • 3 eetlepels olijfolie
  • een paar tomaten of tomatenblokjes uit blik
  • 2 eetlepels kappertjes
  • een handjevol ontpitte zwarte olijven
  • 1 kleine chilipeper of chililvlokken naar smaak, zonder zaadjes, fijngehakt
  • wat gedroogde oregano
  • verse platte peterselie, fijngehakt
  • 4 ansjovisjes uit een potje, fijngehakt
  • eventueel vers geraspte, Parmezaanse kaas

Fruit de knoflook in de olijfolie tot hij licht kleurt. Voeg tomaten,kappertjes, olijven, chilipeper en oregano toe en laat alles zo’n 10 minuten pruttelen. Kook intussen de pasta al dente. Voeg de ansjovisjes en de peterselie bij de saus. Giet de pasta af en serveer met de saus. Serveer er een schaaltje geraspte kaas bij.

Kopje espresso toe en we waren weer helemaal tevreden.

Over dat Big Green Egg hoor je nog wel. Iemand ervaring met dit Ei? Wij horen het graag!

© ellen.

Linzen met Cotechino di Modena…

Cotechino Modena... Ik had nog twee van die gekookte worsten liggen. Ze begonnen zo zoetjesaan aan de datum te raken dus ik moest er iets mee. Eentje wilde ik bewaren voor de eerst volgende gelegenheid dat Ans en Vriend Jan kwamen eten, die andere kon eigenlijk vandaag wel geslacht worden… De worst waar het om ging heet Cotechino di Modena, het chique zusje van de Zampone, de gevulde varkenspoot uit Italië. Over die worsten later meer. De ideale begeleider voor Zampone en zijn neven en nichten is dat piepkleine erwtje, bekend onder de naam linze. In Nederland, en de rest van noord-west Europa, blijft het een ondergeschoven kindje. Het zal ermee te maken hebben dat linzen veel warmte nodig hebben en bij ons dus alleen in de glasbouw worden gekweekt. In warmer streken evenwel is de linze een belangrijk bestanddeel van het voedingsaanbod. Al ver voor onze jaartelling vind je verhandelingen over de linze, onder anderen in het Oude Testament. Het is heel simpel met die linzen; je doet ze in een pan, giet er een veelvoud aan water op en na een klein halfuur is je maaltje gaar. Zo eenvoudig is dat, en zo jammer is dat ook. Want linzen lenen zich bij uitstek om een beetje verwend te worden. Voeg er wat smaakmakers bij en je hebt ineens een culinair maal. Vandaag stopte ik er dan maar eens een forse hoeveelheid smaakmakers bij. De linzen vonden het heerlijk… Maaltje voor twee personen:

  • 150 gram gedroogde linzen,
  • 1 stengel bleekselderij,
  • 2 sjalotjes,
  • 2 tenen knoflook,
  • 50 gram pancetta (of ander goed spek),
  • 4 verse salieblaadjes,
  • olijfolie,
  • peper en zout,
  • water.

Verhit de olijfolie in een degelijke stoofpan. Versnijd de pancetta in kleine dobbelsteentjes en laat die uitbakken in de olijfolie. Hak de sjalotjes, de bleekselderij en de knoflook heel fijn en voeg ze bij het spek. Als de sjalotten dan mooi glazig worden stort je de linzen en de gehakte salieblaadjes in de pan. Zet het hele zaakje onder water. Breng alles even aan de kook en laat het vervolgens op een laag pitje sudderen. Na 25 à 30 minuten zijn je linzen gaar. Peper en zout gaan er pas bij als de linzen nagenoeg gaar zijn!

  • Opmerkingen:
  • Er zijn nogal wat rassen en soorten linzen, en allemaal dienen ze een andere meester. Sommige worden al snel papperig en lenen zich daarom prima voor soepen; weer andere blijven vol en stevig, ook al kook je ze aanmerkelijk langer dan de aangegeven tijd, ze kunnen mee in een stoofschotel. De ouderdom van de gedroogde vruchtjes speelt ook een rol; hoe ouder, hoe langer je moet koken. Claudia Roden gaat ervan uit dat de linzen na 25 minuten gaar zijn. De verpakking van mijn linzen houdt het op 20 minuten. Maar mijn linzen hebben ‘n kleine 40 minuten gesudderd en Ellen kwalificeerde ze als beetgaar, net te doen, maar iets langer had ook gemogen. Enfin,.. d’r bij blijven en controleren is het credo.
  • Ik gebruikte vandaag Puy linzen, Ellen schreef er al eens over….
  • De verpakking van jou linzen geeft aan hoe de verhouding dient te zijn van water ten opzichte van linzen. Je hoeft je daar niet persé aan te houden. Ik gaarde mijn linzen op de ouderwetse manier door ze onder water te zetten en er steeds wat vocht bij te voegen wanneer ze dreigden te droog te komen staan. Voordeel van deze methode is dat je aan het eind van de rit een redelijk droge schotel overhoudt. Je hoeft de linzen dus niet af te gieten en alle smaak blijft bewaard. (Of deze methode enige invloed heeft op de gaartijd weet ik niet zeker, maar ik betwijfel het…)
  • Zoals gezegd verdient de worst een eigen artikeltje op deze website.

© paul

Gegrilde aubergines met saffraansaus, of hoe ik op één dag vier keer in de supermarkt kwam…

Aubergines met yoghurt-saffraansaus...
Goede vrijdag maakte ik aubergines met saffraansaus. Een vrije dag, onze school is die dag traditioneel gesloten, en besloot alvast  lekker vroeg de grote Paasboodschappen te doen. Vol goede moed naar onze buurtsuper AH. Ik deed mijn boodschapjes en thuisgekomen bedacht ik dat ik eigenlijk voor die dag zelf nog niets gepland had voor ons avondmaal, stom, maar eens kijken, er was van alles in huis… Intussen had Paul tijdens de wandeling met Hond Jaros een OV kaart gevonden op het veldje achter onze buurtsuper. Vervelend voor de verliezer zo vlak voor een lang weekend. Telefonisch melden dus, bij de gemeente…  “Houdt u het gevonden voorwerp thuis of wilt u het hier afgeven?” Tja? “Moet u wel snel zijn want wij sluiten onze kantoren om 12 uur!” Weinig keus dus, het was 11.45 uur. Bovendien zou de verliezer dan zeker tot dinsdag zijn OV kaart niet kunnen gebruiken. Ik hield de kaart thuis, vulde alle trellel in op de gemeentepagina en bedacht tegelijkertijd dat Facebook misschien wel een veel beter middel zou zijn om de eigenaar van de kaart snel op te sporen. Hopla, een berichtje op Facebook gezet, wat meteen liefdevol gedeeld werd…  Het Kind kwam langs met haar Kruimel en zei dat ik eigenlijk een kopie van de OV kaart zou moeten ophangen in de buurtsuper. Goed idee, dus togen Hond Jaros en ik op weg… dat was het tweede bezoek die dag… Thuisgekomen bedacht ik dat ik de aubergines die nog in de koelkast lagen wel weer eens wilde grillen, lekker sausje erbij, stukje vlees was al op voorraad. Saffraansaus erbij, lekker. Nu heb je voor die saus Griekse yoghurt  nodig, en die had ik dus níet… Derde bezoek aan de super… vlug, vlug tussen de grote Paas-inkopende mensen door, bakjes Griekse yoghurt, voorgeschoten bij de kassa en hollen naar huis…wil ik de saus gaan maken, blijk ik in de haast Griekse yoghurt met hóning gekocht te hebben!!! Stom, Stom, Stom!!! Ik had nu zo mijn zinnen op die saffraansaus gezet… Wéér terug dus…

  • Reken per persoon 1 aubergine, in de lengte in dunne plakken gesneden
  • Olijfolie
  • Voor de saus
  • 1 teentje knoflook uit de knijper
  • een paar saffraandraadjes
  • 2 eetlepels warm water
  • 1/4 liter Griekse yoghurt, zonder honing!
  • sap van 1/2 citroen
  • een paar schijfjes citroen, wat munt, wat koriander en lenteuitjes
  • peper en zout

 

Wrijf de saffraan met het water in een vijzel tot de draadjes opgelost zijn. Doe de yoghurt in een schaal en giet het saffraanwater erbij. Voeg knoflook en citroensap toe en klopt tot alles mooi gemend is. Proef of er eventueel peper en zout bij moet. Laat de saus zeker een uurtje staan zodat de smaken mooi kunnen mengen.

Kwast de aubergineplakken in met olijfolie en rooster ze kort in een grillpan of tussen een elektrische gril. Leg ze een keer om en om zodat er een ruitje ontstaat. Leg de aubergineplakken dan op een bakblik en gaar ze nog ongeveer 10 minuten in de oven op 180 graden. Je kunt ze ook langzaam grillen op de bbq. Zorg dan wel dat het vuur niet te heet is zodat ze langzaam kunnen garen.

Hak de kruiden fijn en strooi ze op een schaal. Schik daarop de aubergines en lepel wat saus in het midden. Bestrooi de aubergines met wat peper en zeezout en garneer met wat schijfjes citroen.

Over dat zeezout later meer! We aten laat die avond, het was lekker, de moeite van het heen en weer rennen helemaal waard! En, juist toen we genoten van een kopje espresso na de maaltijd ging mijn telefoon… de eigenaar van de OV kaart… of hij nog langs mocht komen…

© ellen.

 

Pasen…

Paasei van Marleen...
Het is nacht en ik ben op mijn werkplek. Voor de nieuwe lezers: ik werk al sinds mensenheugenis bij nacht en ontij… En niet alleen door de week ben ik paraat, ook weekenddiensten vallen mij ten deel. Mijn cliëntèle slaapt nu, en dat biedt me de gelegenheid om een korte overpeinzing te maken.

Andere jaren besteedden we wat ruimer aandacht aan Pasen op deze web-site. Niet vanuit religieus oogpunt, want daar doen wij niet aan. Maar op een of andere manier is het Paasfeest iets wat ons toch altijd bezig houdt. Meer universeel; het is het soort feest waarmee we de komst van de lente vieren, zoiets… Er hoort op enig moment wat ingetogenheid bij, wat overpeinzing. Maar er moet ook uitbundig gefeest worden, ‘n beetje heidens….

Straks maak ik voor Ellen een Paasontbijt, simpel maar smakelijk. Verse jus, eitjes, kazen en vleeswaar. Goed brood, hartig en zoet. Voor Ellen sterke koffie, voor mij een glas witte wijn, ik mag per slot om een uur of tien gaan slapen.

Ach, ik heb weinig te klagen. Ellen bereidt vanavond een duifje voor me en op maandag komen vrienden en familie voor de traditionele Paaslunch. Dan wordt het feest…

Ik zou je een Zalig Pasen kunnen wensen, maar dat klinkt wel heel erg katholiek. En Vrolijk Paasfeest is dan weer een beetje lullig. Laat ik het, bij gebrek aan beter, houden bij de wens zoals die elk jaar op de voorpagina van de Franstalige uitgave van het stripblad Kuifje prijkte: Joyeuses Paques

© paul

 

Alle koekjes op een stokje…

Alle koekjes op een stokje...
Alle gekheid op een stokje… nee koekjes op een stokje! Soms kunnen problemen zo eenvoudig opgelost worden dat het bijna te simpel is, zo ook de bereiding van deze koekjes, doodsimpel… Je maakt een deegje, laat het even rusten en bakt er fraaie koekjes van. Amandelkrullen heten de koekjes. Krullen? Ja, krullen! De koekjes moeten dus niet plat geserveerd worden maar krullen… en hoe doet onze nationale banketbakker Holtkamp dat? Juist, hij vouwt ze gewoon over een bezemsteel! Je moet maar op het idee komen, grote uitvindingen zitten soms in een klein hoekje. Ik weet niet of in de echte bakkerij deze krullen ook met behulp van een bezemsteel gemaakt worden, dat wil ik ook eigenlijk niet weten. Thuis gebruiken bakker Holtkamp en zijn kleindochter Stella in iedere geval dit simpele hulpmiddel.
Op Foodtube kun je ze aan het werk zien in de kleine thuiskeuken van de banketbakker in ruste, nou ja in ruste… Bakker Holtkamp bakt er, samen met Stella, lustig op los en daar zijn via het kanaal Foodtube hele aardige filmpjes van te bekijken. Zeer leerzaam om te zien hoe de bakker de fijne kneepjes van zijn vak onthult.

Ach, het spreekt voor zich, ik schrijf hier even de ingrediënten op en de volgorde. Met de instructies van de bakker én de bezemsteel bak je nog vóór de Pasen deze heerlijke koekjes…

    • 50 gram geschaafde amandelen
    • 70 gram fijne suiker
    • 25 gram patentbloem (je kunt ook glutenvrije bloem gebruiken)
    • 10 gram vanillesuiker
    • 10 gram roomboter
    • 1 losgeklopt ei
    • 1 eetlepel water
    • een mespuntje zout

Amandelkrullen...
Meng de amandelen met de suiker, de vanillesuiker en de bloem. Smelt de boter en roer die met het ei, het water en het zout door het mengsel. Laat het deeg een uurtje staan. Verwarm de oven voor op 170 graden en smeer het bakblik in met boter. Leg op het blik kleine hoopjes van het beslag. Leg ze ver genoeg uit elkaar, het deeg vloeit erg uit! Druk de hoopjes beslag met een natte vork plat en bak ze dan in 10-15 minuten lichtbruin. Schep ze met een pannenkoekmes van de bakplaat en vouw ze over de bezemsteel zodat ze een mooie ronding krijgen. (Ik legde de bezemsteel gewoon losjes over twee keukenstoelen.) Werk snel, de koekjes stijven meteen op en dan kun je ze niet meer vouwen, dan breken ze. Bewaar de amandelkrullen in een afgesloten koektrommel.

Kopje espresso erbij, heerlijk!

© ellen.