Welkom bij het Ministerie…

Featured

Een website over Eten, Drinken en Andere genoegens…                                          In 1999 schreef ik een jaar lang elke dag op wat we aten, dronken en alles wat daarmee te maken had.
Ik wilde zo voor mezelf het laatste jaar van de Twintigste Eeuw vastleggen. 
Dat bleek al snel een verslaving en na 1999 ging ik dan ook door met het schrijven van mijn kookdagboek. Stapels schriftjes schreef ik vol, tot ik in augustus 2005 de digitale mogelijkheden ontdekte van een website. Vanaf die tijd schrijf ik, samen met mijn partner Paul, op deze website over eten, drinken en andere genoegens.

Langzaam gegaarde paardenstoof…

paardenvlees
Het is alweer een hele tijd geleden dat ik artikeltjes schreef over paarden en paardenvlees, er polemieken over aanging met andere eetbloggers, een verontwaardigde Marleen probeerde uit te leggen waarom ik vind dat paardenvlees wél kan. Én het is alweer een lange tijd geleden dat we paardenvlees aten.

Intussen ben ik aanmerkelijk meer te weten gekomen over de traditie van het eten van de nobele viervoeter (ja ja, wrijf het er maar in…) en is de tijd daar om er weer eens uitgebreid over te publiceren. Maar niet vandaag….

Vandaag beperk ik me tot het beschrijven van een stoofpot van paardenvlees, daarbij gebruik makend van een andere vergeten factor, namelijk cacao als specerij en smaakmaker. In vroeger dagen gebruikten we cacao regelmatig om vleesstoofpotten op smaak te brengen. Om een of andere reden is die traditie in onbruik geraakt. Terwijl cacao wel degelijk bij kan dragen aan de verfijning van vleesschotels. Als vleesgerecht bij een maaltijd voldoet dit recept voor 4 personen.

  • 800 gram paardenvlees,
  • 2 uien,
  • 4 tenen knoflook,
  • 1 blik tomaten in blokjes (400 gram),
  • 2 pepers (lomboks),
  • 2 eetlepels cacao,
  • 1 glas rode wijn,
  • olie,
  • vers gehakte peterselie,
  • peper en zout uit de molen.

Droog het vlees met keukenpapier en snijd het in dobbelstenen van 4 bij 4 centimeter. Bak de dobbelstenen in de olie tot ze aan alle kanten bruin zijn. Bak het vlees niet allemaal in een keer, want dan wordt de zaak te nat en gaat het al stoven in de bakpan. Zet het vlees dan even apart en bak de gesnipperde uien en de grof gehakte knoflooktenen in een ovenpan, op niet te hoog vuur, tot ze glazig zijn. Voeg ergens tijdens dit proces de van zaadjes ontdane en kort gesneden pepertjes toe. Strooi de cacao erover. Bak even op hoog vuur en roer goed en veelvuldig om, zodat uien, knoflook, pepers en cacao zich tot een mooie massa samenvoegen. Doe het vlees erbij, de tomaten, het glas rode wijn en een kleine hand peterselie. Breng op smaak met peper en zout. Zet vervolgens de braadpan in de oven en sluit hem af met de deksel. Bij een temperatuur van 110 graden mag het gerecht heel rustig garen, ongeveer vier uur. Controleer tussendoor of er voldoende vocht in de pan blijft. Voeg eventueel water water toe. Het gerecht is klaar wanneer het vlees gaar is en het vocht is ingedikt tot een dikke saus.

Blijft het te nat dan kun je voor het opdienen wat vocht laten verdampen door de pan even zonder deksel op een hoog vuur te zetten. Wel erbij blijven, verdampen gaat snel en voor je het weet brand het spul aan…

Ik probeer te bedenken wat cacao doet als smaakmaker, ik krijg het niet omschreven. Het is iets als een ronde, volle, misschien wollige (?) smaak. Je proeft chocolade, maar ook weer niet. Al met al geeft de cacao een fijne smaak mee aan rund, schaap en varken. De combinatie met het wat zoetige paardenvlees vonden we verrassend en ronduit bevredigend. Volgende keer zal ik nog wat meer cacao gebruiken; ‘ns kijken hoe dat uitpakt… (Excuus voor de klungelige smaakbeschrijving; probeer het zelf uit, dan begrijp je wel wat ik bedoel.)

© paul

 

Heel gewoon, maar toch bijzonder…

DSC_0051
Wij aten vanavond gewoon, heel gewoon… Een AGVtje zoals Foodbloggers het een beetje laatdunkend noemen. Aardappelen, groenten en vlees; tja, inderdaad, het lijkt niet bijzonder, ware het niet dat aardappelen en snijboontjes vers uit de tuin van Marleen en de Jongste Bediende kwamen. Eigen oogst boontjes, geplukt en zo in de pan. De aardappelen werden al eerder geoogst, maar toch, wat een rijkdom.

De Jongste Bediende en zijn vriendin Marleen zijn in het bezit van een enorme tuin. Een flink stuk is boomgaard met appel-, peren- en pruimenbomen. Vlak bij het huis is een siertuin waar de hobby van Marleen, dahlia’s, er duidelijk uitspringt. Voorts is de beplanting een waar Eldorado voor insecten, bijen en vlinders op de eerste plaats. Dan komt de kruidentuin, omringd door rozenperken, en via een beukenhaag in de vorm van een tunnel loop je dan de moestuin in. De tuin bestaat nu vijf jaar en ieder jaar wordt er een stukje grasweide ontgonnen en bij de moestuin getrokken. De eerste jaren waren er alleen aardappelen en uien, daarna werd op mijn verzoek het scala uitgebreid met selderij en platte peterselie. Het jaar daarna kwam er spinazie, snijbiet, radijs, heilige boontjes, sperzieboontjes, citroenboontjes. En toen kwamen ook de konijnen…

Een ware ravage richtten die lieve bruinogige donsbolletjes aan. En toen ze zich dan door het ontluikend groen gevreten hadden en men veronderstelde dat het ergste was geschied, lieten vervolgens de houtduiven hun oog vallen op die maagdelijke tuin. Ze werkten de pas geplante uien uit de grond. Niet omdat ze daar nou zo verzot op waren, ze beperkten zich tot het afpikken van het jonge schot van het pootgoed. Maar evengoed waren de juinen daardoor wel bezoedeld voor de eeuwigheid, dat kwam niet meer goed…

En dan waren er de kraaien die al heel snel snapten waar het hapje te halen viel. De merels ook, die konden van alles  gebruiken, ook de zaken waar ze vanaf dienden te blijven.

En dan waren er natuurlijk de dodo’s…In andere delen van de wereld waren ze al duizenden jaren uitgestorven, maar een restpopulatie had wel degelijk zijn blik laten vallen op de tuinen van de Witte Brug; een catastrofe…

Maar goed lezer, dat was vorig jaar. Heden ten dage is de situatie op de Witte Brug van dien aard dat men zich er ten beste van bewust is dat er allerhande diervriendelijke, edoch noodzakelijk, maatregelen  voor handen zijn om rampen als voorheen te voorkomen.

Men schafte zich wat netten, wat hekwerk en een nieuwe kat aan en de schadelijke gevolgen bleven dit jaar vrij aardig uit.

En dat nu lezer was de reden dat wij vanavond genoten van onze AGV. De aardappelen waren groots, de snijbonen waren mogelijk beter. En de worst kwam van Slagerij Snijders (half om).

We dronken een kopje espresso toe!

© paul/ellen.

 

 

Stoofpot van kabeljauw, garnaaltjes en heksenboleten…

paddenstoelen met vis
Het lijkt een rare combinatie, vis en paddenstoelen, maar waarom eigenlijk. In het culinaire wereldje kom je wel vreemdere dingen tegen. Misschien heeft het ermee te maken dat paddenstoelen zo’n aards karakter hebben en terwijl het in de aard van vissen ligt dat ze onlosmakelijk verbonden zijn met water. Ik weet het niet lezer, maar een feit is dat er over de wereld genoeg recepten te vinden zijn waarin de twee vermeende tegengestelden worden verbonden.

Ellen experimenteerde al eerder met de combinatie, ze maakte een pastasaus met kabeljauw en cantharellen. Ditmaal was het mijn beurt. Ik gebruikte heksenboleten, vers geplukt. Ik heb er verder geen ervaring mee, maar ik stel me voor dat het gerecht ook te maken is met een goede kwaliteit champignons, hoewel de smaak anders zal zijn. Het recept volstaat als hoofdgerecht voor drie à vier personen.

  • 400 gram kabeljauwfilet,
  • 400 gram schoongemaakte heksenboleten,
  • 100 gram gepelde garnalen,
  • 1 rode ui,
  • 1 sjalot,
  • 3 tenen knoflook,
  • 4 plakjes rauwe ham, niet te dun,
  • olijfolie,
  • scheut witte wijn,
  • scheut room,
  • vers gehakte peterselie,
  • peper en zout.

Snijd de rauwe ham in reepjes en laat die in de olie bakken. Snipper de ui en de sjalot en hak de knoflook fijn. Voeg ze toe en laat ze glazig worden op een niet te hoog vuur. Voeg de paddenstoelen toe en laat ze even meebakken. Wat zout en flink wat peper uit de molen erbij (paddenstoelen houden van peper). Een flinke scheut wijn toevoegen en het geheel een half uur laten stoven met de deksel op de pan. Daarna de in grove brokken gesneden vis toevoegen, de garnaaltjes en een scheut room. Voorzichtig omscheppen en na tien minuten is het gerecht klaar. Is je stoofpotje te nat, dan even op een hoger vuur en zonder deksel laten inkoken. Bestrooi met vers gehakte peterselie en dien warm op.

© paul

 

Gewone heksenboleet…

paddenstoelen, augustus 2014
Ze zijn er vroeg dit jaar, maar dat is niet exceptioneel. Het gebeurt vaker, wanneer temperatuur en vocht goed op elkaar zijn afgestemd. De afgelopen natte weken zorgden voor een explosie aan paddenstoelen. Ook de late soorten zijn nu al te vinden.

Ik zal het je nog sterker vertellen, toen ik vorige week mijn vaste plukstekken controleerde vond ik eekhoorntjesbrood in overvloed. De paddenstoelen waren echter al té ver heen; slap, sponzig, verschimmeld, aangeknaagd of gebroken.

Gelukkig stonden de heksenboleten te pronken in al hun schoonheid. Kakelvers en stevig van vlees. En de gewone heksenboleet mag dan de mindere zijn van het eekhoorntjesbrood, het vormde voor mij geen beletsel om een maaltje te plukken. Ik maakte er die avond een maaltijd mee in combinatie met vis en garnaaltjes. Ik beschrijf het recept later op de dag.

En ook afgelopen weekend in Luxemburg was het raak. Ans, Neel, Evert en Hijn waren er op bezoek. Terwijl Ellen en ik op zaterdag onze inkopen deden, maakten zij een lange wandeling in de omgeving van Septfontaines. Ze kwamen terug met een goedgevulde rugzak. Echt eekhoorntjesbrood zat er niet bij, maar wel een paar bruikbare neefjes. De exemplaren van het specimen kastanjeboleet waren ronduit prachtig (en het lekkerst…).

Ik maakte de paddenstoelen grondig schoon. Het leverde veel afval op, want ook hier waren een hoop exemplaren al over hun hoogtepunt. Maar evengoed hield ik voldoende over om een voorgerecht voor zes personen te maken.

Ik ben benieuwd hoe de paddenstoelengroei zich verder ontwikkelt dit jaar. Mijn inschatting is dat ik nog vaak zal kunnen plukken.

© paul

 

Schueberfouer, Luxemburgs jaarmarkt…

Schueberfouer

Jan de Blinde, koning van Bohemen, Heerser over Moravië en Graaf van Luxemburg stichtte de markt op 20 oktober 1340. Dit jaar vindt de 674ste editie plaats, oorlogen en rampspoed waren geen beletsel om de Schueberfouer ten allen tijde door te laten gaan. De Jaarmarkt is het grootste evenement van Luxemburg en duurt drie weken, dit jaar van 22 augustus tot 10 september. De markt trekt jaarlijks ruim twee miljoen bezoekers.

Vee wordt er al heel lang niet meer verhandeld, en sinds het begin van de vorige eeuw vormen kermisattracties een belangrijk bestanddeel van de markt. Het reuzenrad en de achtbaan zijn al 110 jaar niet meer weg te denken uit het stadsbeeld. Tegenwoordig wordt een en ander aangevuld met ijselijke zaken waarbij men in ingenieuze stellages ondersteboven rond wordt rondgezwierd, door elkaar wordt geschud en tot kotsens wordt getraineerd. Maar ook zagen we zes, zeven rustieke draaimolens. Bankjes eromheen, waar de respectievelijke grootouders zittend en rustend hun kleinkroost in de gaten konden houden.

Het is er een drukte van jewelste, dat moge duidelijk zijn, maar het blijft ook jaarmarkt. Het is de plaats waar nagenoeg elke Luxemburger, en een veelvoud aan buitenlanders, komt consumeren.

Elk jaar worden er op de Schueberfouer 12 restaurants ingericht. Verder nog 41 snacktenten, soms van exceptionele kwaliteit, 15 zoetwaren kramen en 60 Lotterien, het Luxemburgse equivalent voor onze goktenten. De vier grote brouwerijen van Luxemburg zijn overdadig vertegenwoordigd, zo ook de belangrijkste wijnproducenten van het land. En dan is er nog een plaats ingericht voor een goede 80 marktkramen, variërend van een waarzegster tot en met een biologische groenteboer…

Wij waren er ergens in de avond van maandag 1 september. Het was er druk, maar je hoefde niet over de koppen te lopen. De sfeer was gemoedelijk, maar dat schijnt eigenlijk altijd zo te zijn. We kwamen er zomaar zes bekenden tegen…

DSC_0025

Je kunt natuurlijk in een van de restaurants gaan eten op de jaarmarkt. Een drie-gangen-menu kost er een habbekrats en je wordt er snel en efficiënt bediend door werkstudenten die in deze drie weken een vermogen verdienen. ( Onze voormalige kasteleinse in Septfontaines, Jacqueline is haar naam, bediende in haar jonge jaren ook op de markt en ze vertelde dat ze aan tipgeld en fooi zoveel overhield dat ze eigenlijk de rest van het jaar niet meer hoefde te werken..)

Enfin, leuker is het om op de Schueberfouer bij al die gespecialiseerde snacktenten je kostje bij elkaar te scharrelen. IJs uit Italië, wafels uit Brussel, aardappelkoekjes uit Luxemburg en pannenkoekjes uit Bretagne. Mie uit Vietnam en cous-cous uit Algerije, shoarma uit Turkije en Flammekuechen uit de Elzas. Geloof me lezer, we hebben ons lichtelijk overeten…

Ik kan er nog eindeloos over doorzagen, maar ik heb geloof ik mijn punt wel gemaakt. Het moet me nog wel even van het hart dat de prijzen van een normaal niveau zijn. Voor een glas prima getapt bier (33 cl. in een écht glas) betaalde ik € 2,80. Ellen dronk Crérmant de Luxembourg (Luxemburgse Champagne), zij moest er € 5,- voor neertellen. Voor mijn geliefde witte wijn, de Elbling, betaalde ik overal € 2,80 per glas. Kom daar bij ons eens om…

DSC_0012

Overigens werd ons door een Luxemburgse vriend ( Mars Lépine ) uitdrukkelijk op het hart gedrukt om niet met de auto naar de stad te gaan. Juist vandaag profiteerde de hele middenstand van de stad van de markt. Elk bedrijf, elke winkel in de stad mocht op straat een stand inrichten. Daartoe werden de belangrijkste verkeersaders van de stad voor gemotoriseerd verkeer afgesloten. Het gevolg was dat op de andere wegen zich een complete chaos ontwikkelde, het verkeer in de hele stad stond vast. Wij reisden met openbaar vervoer vanuit Septfontaines, de bus deed er slechts een goed half uur over om ons op de plaats van bestemming te brengen…

Kopje espresso toe en met de bus weer naar huis.

© paul

 

 

Peterselieaardappelen…

aardappelen nieuwe oogst
Vreemd genoeg kom je het gerecht niet tegen in Bourgondië, terwijl ze daar toch juist zoveel doen met het kruid. Nee, voor peterselieaardappelen moet je bij onze Oosterburen zijn, en dan nog niet eens in elke deelstaat…

Enfin, hoe het ook zij, het is één van de lekkerste begeleiders van welke maaltijd dan ook. En het is zo eenvoudig. De enige voorwaarde is dat je de beste producten gebruikt die je aan kunt komen.

Onze aardappelen komen rechtstreeks uit de tuin van Marleen en de Jongste Bediende. En ook de peterselie komt daar vandaan. Er wordt niet gespoten, er wordt geschoffeld en geplukt.

Het is een kwestie van de aardappeltjes koken, afgieten en in een beetje boter laten rollen. Dan héél veel vers gehakte platte peterselie erover en nog eens flink omschudden.

Het is een opwaardering voor je aardappel die zijn weerga niet kent…

© paul

 

Frambozen-bessentaartje

frambozen-bessentaartje
Het blijft miezerig koud weer dus ik ga nog maar even door met zomerse gerechten. Er lag mooi zomerfruit in de winkel, frambozen en bessen leken me lekker voor een zonnig taartje. Ik gebruikte fonceerdeeg á la Bakker Holtkamp. Ik maak dat meestal in een dubbele hoeveelheid en vries dan de helft in. Mits je het goed in plastic verpakt blijft het deeg dan wel een paar weken goed. Handig voor de volgende taart, dan hoef je alleen het deeg uit de vriezer te halen en te laten ontdooien!

  • Voor het deeg:
  • 250 gram boter
  • 1 ei
  • 250 witte basterdsuiker
  • een snuifje zout
  • 2 eetlepels water
  • 500 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder

Meng de boter, de basterdsuiker, het zout, het ei en het water. Kneed vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoor tot je een mooi egaal deeg hebt. Laat het deeg verpakt in plasticfolie een paar uur rusten in de koelkast. Gebruik voor dit taartje een platte vorm doorsnee 30 cm. en gebruik de helft van het deeg, de rest vries je in voor de volgende taart.

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een dikte van 3mm. Vet de vorm in en bekleed de bodem en de rand met het deeg. Leg een cirkel vetvrij papier op de deegbodem en leg er een noodvulling op. Ik gebruik hiervoor gedroogde boontjes. Je kunt de boontjes meerdere keren gebruiken. In de groothandel zijn ook echte ‘blindbak paletten’ te koop maar met boontjes gaat het prima. Vergeet niet tussen boontjes en deeg papier te leggen! Bak de bodem 20 minuten. Haal de bodem uit de oven en verwijder de noodvulling en het bakpapier. Laat even uitwasemen bij kamertemperatuur. Draai de oventemperatuur terug tot 180 graden.

  • Voor de vulling:
  • 300 ml créme fraiche
  • 135 gram suiker
  • 1/2 vanillestokje, opengespleten en het merg eruit geschraapt
  • 3 eieren
  • ongeveer 300 gram frambozen en 250 gram bessen (je kunt ook nog ander rood fruit gebruiken of een paar zwarte of witte bessen erbij doen. Maakt niet uit, als het er maar mooi uitziet

Klop in een kom de eieren, crème fraiche en suiker. Voeg het merg uit het vanillestokje toe. Giet de vulling in de voorgebakken bodem en bak het geheel ongeveer 20 minuten op 180 graden tot de vulling stevig aanvoelt. Haal de taart uit de oven en laat afkoelen.

Schik dan de frambozen en de bessen op de vulling. Verwarm wat frambozen- of rode bessengelei (ongeveer 6  eetlepels) en schep die over de vruchten.

Lekker met een kopje espresso!

©ellen.

 

 

Lamsschenkel met witte wijn en eekhoorntjesbrood

DSC_0028Vanmorgen stalden we onze kleine caravan in een mooie loods, pál naast de caravan van Eupotours. Staan ze weer gezellig naast elkaar… Je zou je zo een conversatie tussen twee bevriende BIOD caravans kunnen voorstellen: ‘Waar was jij nou na Luxemburg?’  Oh man, Frankrijk, in Barr, mooie plek, ze kennen jou daar ook!’  ‘Ah, leuk, daar krijg ik altijd een vaste plek.’  ‘Ja, daar stonden wij nu, dat Madameke Odile dirigeerde er ons meteen naar toe, de BIOD-plaats noemt ze dat! Maar waar was jij nou?’  ‘Pffft, Bourgogne, nog nooit zoveel smalle straatjes gezien. Ik moest drie keer achteruit voor een soort Walter met zo’n oliebak. Wel mooi daar hoor, alleen slecht voor m’n bandjes, gáten in die wegen… brrr.’ Verder hoefde ik weinig te rijden daar, ze gingen wijn proeven, dan kan ik rustig blijven staan.’

Dat geroddel tussen die twee BIOD’s zal nog wel even doorgaan. Lief en leed delen ze al jaren… Maar toch, voor ons is het stallen van de caravans  altijd wel een definitief einde van de vakantie.

Paul heeft er alweer bijna een werkweek opzitten maar ik heb nog een paar dagen, dus tijd genoeg om lekker langzaam te koken. Ik zag vanmorgen al de eerste paddenstoelen in het buitengebied en bedacht dat we nog een flinke voorraad gedroogde paddenstoelen van vorig jaar in de kast hebben. Nou blijven die, mits goed gedroogd en goed bewaard, heel lang goed, maar toch… Een gerecht met gedroogde paddenstoelen, in dit geval echt eekhoorntjesbrood, leek me wel iets voor een herfstige dag.

Langzaam gegaarde lamsschenkels met paddenstoelen, veel knoflook en aardappeltjes voor twee personen:

  • 2 lamsschenkels
  • 2 flinke sjalotten, niet te fijn gesneden
  • 8 teentjes knoflook, gepeld
  • wat olijfolie
  • een handje gedroogd eekhoorntjesbrood, even laten weken in lauw-warm water
  • een glas droge witte wijn, ik gebruikte een Bourgogne uit Vezelay
  • wat rozemarijn
  • peper en zout
  • peterselie
  • wat weekwater van de paddenstoelen
  • 2 kleine handjes vol kleine nieuwe aardappeltjes, schoongeboend en geschrapt

Verwarm de oven voor op 160 graden. Verwarm de olie in een ovenvaste pan met deksel en braad daarin de met peper en zout bestrooide schenkels rondom bruin aan. Voeg de sjalotten en de teentjes knoflook toe en bak ze even mee. Blus dan af met de witte wijn en voeg er de rozemarijn en de paddenstoelen bij. Zet de pan in de oven en laat alles zo langzaam en uurtje  garen. Kijk af en toe of er nog voldoende vocht in de pan is en voeg zo nodig wat paddenstoelenweekwater toe. Draai na een uur de temperatuur omlaag tot 120 graden en laat alles zo nog een uurtje stoven. Voeg er dan de aardappeltjes bij en stoof nog zo’n 15 minuten tot de aardappeltjes gaar zijn. Proef de ingedikte saus en voeg eventueel peper en zout toe. Bestrooi met vers gehakte platte peterselie. Zet de pan op tafel en geef er eventueel wat stokbrood bij en een groene salade.

Kopje espresso toe!

Hond Jaros is helemaal blij! Er wordt weer gekookt! En dan blijven er velletjes en drelletjes over en soms zelfs een botje!

© ellen.

Rog met pittige tomatensaus, laten we de zon maar in huis halen…

rog met pittige tomatensaus
Paul schreef het al; we zijn weer thuis! Het was een mooie vakantie, weliswaar met enige obstakels met haken en ogen, maar toch… Ook het weer was ons zeer genadig; we waren kennelijk steeds op de juiste plaats en hadden weinig last van verschrikkelijke buien of bittere koude. Ik heb nu nog een paar dagen vakantie en besteed die aan wat klusjes in huis, een wandelingetje met Hond Jaros en vooral veel gedoe in de tuin. Je kunt een tuin, hoe klein van afmeting ook, niet zomaar een paar weken ongestraft in de steek laten. Het onkruid bloeit welig, de druivenstruiken zijn al ver over het terras van de buren gegroeid en de druiven zelf krijgen geen zon meer door de woeste groei van de bladeren… Als de druiven er overal zo bijstaan als in onze tuin wordt het een slecht, heel slecht wijnjaar, maar dat hoorden we ook al van een aantal wijnproducenten die we bezochten; 2014 beloofd in veel gebieden een slecht, zoniet verschrikkelijk slecht jaar voor de wijn te worden. Helaas.

Goed, genoeg gesomberd; de temperatuur was vanmorgen zo laag dat ik de verwarming aangezet heb! Dikke sokken aan en een trui! Hond Jaros vond het ook maar niets, bleef gewoon nog even slapen, brr, koud… Tijd om een zonnetje in huis te halen dus!

Rog met stevige mediterrane tomatensaus, lekker pittig met een laatste vleugje vakantiewarmte!

  • twee rogvleugels
  • 1 ui
  • een bouquet garni van tijm, laurier, peterselie en wat selderie
  • een glas droge witte wijn
  • voor de saus
  • 1 sjalot en twee teentjes knoflook, ragfijn gesneden
  • 1 chilipeper
  • een beetje Harissa ( als je extra pittige saus wil) Te koop in tubes of blikjes bij Marokkaanse  winkels.
  • snuifje saffraan
  • 1 eetlepel kappertjes
  • 1/2 l blik tomatenpulp
  • 1 glas droge witte wijn
  • tijm, oregano, basilicum en wat koriander, alles vers en fijngehakt
  • wat visbouillon
  • peper en zout

Verwarm de olijfolie en smoor daarin ui, de chilipeper en knoflook. Voeg de tomatenpulp en de saffraan bij het ui/knoflookmengsel en smoor even mee. Doe er dan de witte wijn bij, de rest van de kruiden en de kappertjes. Laat de saus 30 minuten zachtjes stoven. Voeg op het laatst wat nog wat verse basilicum toe en, als je van echt pittig houd, een keep harissa.
De Rogvleugels intussen ongeveer 10 minuten pocheren ( afhankelijk van de grootte) in een pan met ruim water waaraan je een uitje en het bouquet garni toegevoegd hebt. (laurier, peterselie, selderij, tijm)
Neem de vleugels voorzichtig uit de pan, laat ze even uitlekken en serveer ze met de tomatensaus..

En, voor alle mensen die vis maar “gedoe met graten” vinden: van de rog worden meestal alleen de vleugels te koop aangeboden. Een goede vishandel heeft rogvleugels zonder het vel te koop. Niet duur, gemiddelde vis-kiloprijs. Wat de rogvleugels heel aangenaam maakt voor beginnende viseters: rog heeft geen graten, maar een soort kraakbeen. Je schuift het visvlees met een mes van de botjes en wat je over houdt is een waaier van kraakbeen.
rog met tomatensaus 017
Wij aten er wat kleine krieltjes bij, even voorgekookt en dan gebakken in wat boter. De krieltjes waren nog over van de vakantie, ik kocht ze in Avallonen nam het restant mee naar huis, kan ook!

En, natuurlijk, een kopje espresso toe!

© ellen.

Weer thuis…

Appelflappen van Julia
Onze zomervakantie voor dit jaar zit erop. Ellen heeft nog een week om bij te komen, te klussen, af te bouwen, te koken. Ik ben intussen alweer aan het werk.

Zaterdagmiddag om een uur of drie schoven we ons dorpje binnen en placeerden de kleine caravan op onze stoep. Het enthousiasme van Hond Jaros was overweldigend, maar geciviliseerd. Tijdens onze afwezigheid verzorgde Julia huis, hond en haard. En ze bracht Hond Jaros manieren bij. Ook maakte ze de lekkere appelflappen die dienden als feestelijk welkomsgebak. Enfin, Julia houden we erin de komende jaren, dat snap je.

Op zaterdagavond, en dat gold ook voor een deel van de zondag, kwam nagenoeg iedereen voorbij die er een beetje toe doet in ons leventje. We waren blij allen weer terug te zien, het werd een aaneenschakeling van feestjes. Allerhande sneukelhapjes deelden we met elkaar, maar een ordentelijke maaltijd schoot er bij in.

Gisterren aten we een bonenschotel met eendenpootjes en worst uit Montbéliard. Een Frans bedrijfje in charcuterie en andere fijne waar had het voorwerk gedaan, wij konden ons beperken tot het verantwoord opwarmen van de maaltijd. Verder kwam de Keizer van Monera een zakje mirabellen uit eigen tuin brengen. Ze moesten snel verwerkt, want het was valfruit. Ellen maakte er jam van.

Vanaf vandaag wordt er weer écht gekookt. Dat moet ook wel, want het wordt tijd dat er weer recepten verschijnen op deze site.

© paul