Welkom bij het Ministerie…

Featured

Een website over Eten, Drinken en Andere genoegens…                                          In 1999 schreef ik een jaar lang elke dag op wat we aten, dronken en alles wat daarmee te maken had.
Ik wilde zo voor mezelf het laatste jaar van de Twintigste Eeuw vastleggen. 
Dat bleek al snel een verslaving en na 1999 ging ik dan ook door met het schrijven van mijn kookdagboek. Stapels schriftjes schreef ik vol, tot ik in augustus 2005 de digitale mogelijkheden ontdekte van een website. Vanaf die tijd schrijf ik, samen met mijn partner Paul, op deze website over eten, drinken en andere genoegens.

Peterselieaardappelen…

aardappelen nieuwe oogst
Vreemd genoeg kom je het gerecht niet tegen in Bourgondië, terwijl ze daar toch juist zoveel doen met het kruid. Nee, voor peterselieaardappelen moet je bij onze Oosterburen zijn, en dan nog niet eens in elke deelstaat…

Enfin, hoe het ook zij, het is één van de lekkerste begeleiders van welke maaltijd dan ook. En het is zo eenvoudig. De enige voorwaarde is dat je de beste producten gebruikt die je aan kunt komen.

Onze aardappelen komen rechtstreeks uit de tuin van Marleen en de Jongste Bediende. En ook de peterselie komt daar vandaan. Er wordt niet gespoten, er wordt geschoffeld en geplukt.

Het is een kwestie van de aardappeltjes koken, afgieten en in een beetje boter laten rollen. Dan héél veel vers gehakte platte peterselie erover en nog eens flink omschudden.

Het is een opwaardering voor je aardappel die zijn weerga niet kent…

© paul

 

Frambozen-bessentaartje

frambozen-bessentaartje
Het blijft miezerig koud weer dus ik ga nog maar even door met zomerse gerechten. Er lag mooi zomerfruit in de winkel, frambozen en bessen leken me lekker voor een zonnig taartje. Ik gebruikte fonceerdeeg á la Bakker Holtkamp. Ik maak dat meestal in een dubbele hoeveelheid en vries dan de helft in. Mits je het goed in plastic verpakt blijft het deeg dan wel een paar weken goed. Handig voor de volgende taart, dan hoef je alleen het deeg uit de vriezer te halen en te laten ontdooien!

  • Voor het deeg:
  • 250 gram boter
  • 1 ei
  • 250 witte basterdsuiker
  • een snuifje zout
  • 2 eetlepels water
  • 500 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder

Meng de boter, de basterdsuiker, het zout, het ei en het water. Kneed vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoor tot je een mooi egaal deeg hebt. Laat het deeg verpakt in plasticfolie een paar uur rusten in de koelkast. Gebruik voor dit taartje een platte vorm doorsnee 30 cm. en gebruik de helft van het deeg, de rest vries je in voor de volgende taart.

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een dikte van 3mm. Vet de vorm in en bekleed de bodem en de rand met het deeg. Leg een cirkel vetvrij papier op de deegbodem en leg er een noodvulling op. Ik gebruik hiervoor gedroogde boontjes. Je kunt de boontjes meerdere keren gebruiken. In de groothandel zijn ook echte ‘blindbak paletten’ te koop maar met boontjes gaat het prima. Vergeet niet tussen boontjes en deeg papier te leggen! Bak de bodem 20 minuten. Haal de bodem uit de oven en verwijder de noodvulling en het bakpapier. Laat even uitwasemen bij kamertemperatuur. Draai de oventemperatuur terug tot 180 graden.

  • Voor de vulling:
  • 300 ml créme fraiche
  • 135 gram suiker
  • 1/2 vanillestokje, opengespleten en het merg eruit geschraapt
  • 3 eieren
  • ongeveer 300 gram frambozen en 250 gram bessen (je kunt ook nog ander rood fruit gebruiken of een paar zwarte of witte bessen erbij doen. Maakt niet uit, als het er maar mooi uitziet

Klop in een kom de eieren, crème fraiche en suiker. Voeg het merg uit het vanillestokje toe. Giet de vulling in de voorgebakken bodem en bak het geheel ongeveer 20 minuten op 180 graden tot de vulling stevig aanvoelt. Haal de taart uit de oven en laat afkoelen.

Schik dan de frambozen en de bessen op de vulling. Verwarm wat frambozen- of rode bessengelei (ongeveer 6  eetlepels) en schep die over de vruchten.

Lekker met een kopje espresso!

©ellen.

 

 

Lamsschenkel met witte wijn en eekhoorntjesbrood

DSC_0028Vanmorgen stalden we onze kleine caravan in een mooie loods, pál naast de caravan van Eupotours. Staan ze weer gezellig naast elkaar… Je zou je zo een conversatie tussen twee bevriende BIOD caravans kunnen voorstellen: ‘Waar was jij nou na Luxemburg?’  Oh man, Frankrijk, in Barr, mooie plek, ze kennen jou daar ook!’  ‘Ah, leuk, daar krijg ik altijd een vaste plek.’  ‘Ja, daar stonden wij nu, dat Madameke Odile dirigeerde er ons meteen naar toe, de BIOD-plaats noemt ze dat! Maar waar was jij nou?’  ‘Pffft, Bourgogne, nog nooit zoveel smalle straatjes gezien. Ik moest drie keer achteruit voor een soort Walter met zo’n oliebak. Wel mooi daar hoor, alleen slecht voor m’n bandjes, gáten in die wegen… brrr.’ Verder hoefde ik weinig te rijden daar, ze gingen wijn proeven, dan kan ik rustig blijven staan.’

Dat geroddel tussen die twee BIOD’s zal nog wel even doorgaan. Lief en leed delen ze al jaren… Maar toch, voor ons is het stallen van de caravans  altijd wel een definitief einde van de vakantie.

Paul heeft er alweer bijna een werkweek opzitten maar ik heb nog een paar dagen, dus tijd genoeg om lekker langzaam te koken. Ik zag vanmorgen al de eerste paddenstoelen in het buitengebied en bedacht dat we nog een flinke voorraad gedroogde paddenstoelen van vorig jaar in de kast hebben. Nou blijven die, mits goed gedroogd en goed bewaard, heel lang goed, maar toch… Een gerecht met gedroogde paddenstoelen, in dit geval echt eekhoorntjesbrood, leek me wel iets voor een herfstige dag.

Langzaam gegaarde lamsschenkels met paddenstoelen, veel knoflook en aardappeltjes voor twee personen:

  • 2 lamsschenkels
  • 2 flinke sjalotten, niet te fijn gesneden
  • 8 teentjes knoflook, gepeld
  • wat olijfolie
  • een handje gedroogd eekhoorntjesbrood, even laten weken in lauw-warm water
  • een glas droge witte wijn, ik gebruikte een Bourgogne uit Vezelay
  • wat rozemarijn
  • peper en zout
  • peterselie
  • wat weekwater van de paddenstoelen
  • 2 kleine handjes vol kleine nieuwe aardappeltjes, schoongeboend en geschrapt

Verwarm de oven voor op 160 graden. Verwarm de olie in een ovenvaste pan met deksel en braad daarin de met peper en zout bestrooide schenkels rondom bruin aan. Voeg de sjalotten en de teentjes knoflook toe en bak ze even mee. Blus dan af met de witte wijn en voeg er de rozemarijn en de paddenstoelen bij. Zet de pan in de oven en laat alles zo langzaam en uurtje  garen. Kijk af en toe of er nog voldoende vocht in de pan is en voeg zo nodig wat paddenstoelenweekwater toe. Draai na een uur de temperatuur omlaag tot 120 graden en laat alles zo nog een uurtje stoven. Voeg er dan de aardappeltjes bij en stoof nog zo’n 15 minuten tot de aardappeltjes gaar zijn. Proef de ingedikte saus en voeg eventueel peper en zout toe. Bestrooi met vers gehakte platte peterselie. Zet de pan op tafel en geef er eventueel wat stokbrood bij en een groene salade.

Kopje espresso toe!

Hond Jaros is helemaal blij! Er wordt weer gekookt! En dan blijven er velletjes en drelletjes over en soms zelfs een botje!

© ellen.

Rog met pittige tomatensaus, laten we de zon maar in huis halen…

rog met pittige tomatensaus
Paul schreef het al; we zijn weer thuis! Het was een mooie vakantie, weliswaar met enige obstakels met haken en ogen, maar toch… Ook het weer was ons zeer genadig; we waren kennelijk steeds op de juiste plaats en hadden weinig last van verschrikkelijke buien of bittere koude. Ik heb nu nog een paar dagen vakantie en besteed die aan wat klusjes in huis, een wandelingetje met Hond Jaros en vooral veel gedoe in de tuin. Je kunt een tuin, hoe klein van afmeting ook, niet zomaar een paar weken ongestraft in de steek laten. Het onkruid bloeit welig, de druivenstruiken zijn al ver over het terras van de buren gegroeid en de druiven zelf krijgen geen zon meer door de woeste groei van de bladeren… Als de druiven er overal zo bijstaan als in onze tuin wordt het een slecht, heel slecht wijnjaar, maar dat hoorden we ook al van een aantal wijnproducenten die we bezochten; 2014 beloofd in veel gebieden een slecht, zoniet verschrikkelijk slecht jaar voor de wijn te worden. Helaas.

Goed, genoeg gesomberd; de temperatuur was vanmorgen zo laag dat ik de verwarming aangezet heb! Dikke sokken aan en een trui! Hond Jaros vond het ook maar niets, bleef gewoon nog even slapen, brr, koud… Tijd om een zonnetje in huis te halen dus!

Rog met stevige mediterrane tomatensaus, lekker pittig met een laatste vleugje vakantiewarmte!

  • twee rogvleugels
  • 1 ui
  • een bouquet garni van tijm, laurier, peterselie en wat selderie
  • een glas droge witte wijn
  • voor de saus
  • 1 sjalot en twee teentjes knoflook, ragfijn gesneden
  • 1 chilipeper
  • een beetje Harissa ( als je extra pittige saus wil) Te koop in tubes of blikjes bij Marokkaanse  winkels.
  • snuifje saffraan
  • 1 eetlepel kappertjes
  • 1/2 l blik tomatenpulp
  • 1 glas droge witte wijn
  • tijm, oregano, basilicum en wat koriander, alles vers en fijngehakt
  • wat visbouillon
  • peper en zout

Verwarm de olijfolie en smoor daarin ui, de chilipeper en knoflook. Voeg de tomatenpulp en de saffraan bij het ui/knoflookmengsel en smoor even mee. Doe er dan de witte wijn bij, de rest van de kruiden en de kappertjes. Laat de saus 30 minuten zachtjes stoven. Voeg op het laatst wat nog wat verse basilicum toe en, als je van echt pittig houd, een keep harissa.
De Rogvleugels intussen ongeveer 10 minuten pocheren ( afhankelijk van de grootte) in een pan met ruim water waaraan je een uitje en het bouquet garni toegevoegd hebt. (laurier, peterselie, selderij, tijm)
Neem de vleugels voorzichtig uit de pan, laat ze even uitlekken en serveer ze met de tomatensaus..

En, voor alle mensen die vis maar “gedoe met graten” vinden: van de rog worden meestal alleen de vleugels te koop aangeboden. Een goede vishandel heeft rogvleugels zonder het vel te koop. Niet duur, gemiddelde vis-kiloprijs. Wat de rogvleugels heel aangenaam maakt voor beginnende viseters: rog heeft geen graten, maar een soort kraakbeen. Je schuift het visvlees met een mes van de botjes en wat je over houdt is een waaier van kraakbeen.
rog met tomatensaus 017
Wij aten er wat kleine krieltjes bij, even voorgekookt en dan gebakken in wat boter. De krieltjes waren nog over van de vakantie, ik kocht ze in Avallonen nam het restant mee naar huis, kan ook!

En, natuurlijk, een kopje espresso toe!

© ellen.

Weer thuis…

Appelflappen van Julia
Onze zomervakantie voor dit jaar zit erop. Ellen heeft nog een week om bij te komen, te klussen, af te bouwen, te koken. Ik ben intussen alweer aan het werk.

Zaterdagmiddag om een uur of drie schoven we ons dorpje binnen en placeerden de kleine caravan op onze stoep. Het enthousiasme van Hond Jaros was overweldigend, maar geciviliseerd. Tijdens onze afwezigheid verzorgde Julia huis, hond en haard. En ze bracht Hond Jaros manieren bij. Ook maakte ze de lekkere appelflappen die dienden als feestelijk welkomsgebak. Enfin, Julia houden we erin de komende jaren, dat snap je.

Op zaterdagavond, en dat gold ook voor een deel van de zondag, kwam nagenoeg iedereen voorbij die er een beetje toe doet in ons leventje. We waren blij allen weer terug te zien, het werd een aaneenschakeling van feestjes. Allerhande sneukelhapjes deelden we met elkaar, maar een ordentelijke maaltijd schoot er bij in.

Gisterren aten we een bonenschotel met eendenpootjes en worst uit Montbéliard. Een Frans bedrijfje in charcuterie en andere fijne waar had het voorwerk gedaan, wij konden ons beperken tot het verantwoord opwarmen van de maaltijd. Verder kwam de Keizer van Monera een zakje mirabellen uit eigen tuin brengen. Ze moesten snel verwerkt, want het was valfruit. Ellen maakte er jam van.

Vanaf vandaag wordt er weer écht gekookt. Dat moet ook wel, want het wordt tijd dat er weer recepten verschijnen op deze site.

© paul

 

L’Élue, la Gaume au Verre…

20140815_134943
Vandaag wordt er in het Café van Meester Jan een bierproeverij aangericht. We weten ervan en met een hoop moeite kunnen we de tijdige terugtocht vanaf ons laatste vakantieadres erop afstemmen, we kiezen er echter voor om een dag later huiswaards te reizen. Een beetje uitrusten, de kleine Bambi-caravan opnieuw inrichten, spulletjes verpakken zodat alle verworven cultuurschatten, incluis eten en drinken, heelhuids thuis zullen komen. Enfin, we zullen heus niks tekort komen…

Vandaag, 15 augustus, viert nagenoeg heel Europa feest: Maria Hemelvaart. Tot in het kleinste gat zijn er festiviteiten; er is van alles te doen, ook in België, ook in Luxemburg. We besloten een tochtje te maken door de Gaume, die zuidelijke Waalse landstreek, beplakt met uitgestrekte wouden en bespikkeld met klein dorpjes. Het plaatsje Saint-Léger was ons doel, men vierde er het jaarlijks dorpsfeest met muziek, eten, drinken en een reusachtige vlooienmarkt. En we vielen met onze neus in de boter want ook daar was een bierproeverij ingericht.

Het verhaal: vier vrienden uit Saint-Léger houden om een of andere reden een reünie, ergens in het jaar 2012. Gaande de avond bezweert men elkander om dit soort bijeenkomsten vaker, zo mogelijk regelmatig, te gaan houden. In tegenstelling tot de loze liefdesverklaringen en beste voornemens die ik ken van mijn eigen terugkomdagen, houden de vier vrienden echter woord. Korte tijd later wordt het genootschap La Gaume au Verre (vrij vertaald: de Gaume in het Glas) opgericht. Het genootschap stelt zich onder andere ten doel een saisonbier te ontwerpen waarmee alle feesten in Saint-Léger luister kunnen worden bijgezet en mogelijk ook de festiviteiten in de omgeving. Het bier verschijnt in 2013 voor het eerst op de markt. Gebrouwen wordt het bij Brasserie Sainte Hélène, de prestigieuze microbrouwerij van enkele dorpen verderop (Ethe).

Nou valt er natuurlijk niet zo veel te proeven wanneer je nog auto moet rijden, maar een klein beetje kan en mag, genoeg om een indruk te krijgen van het bier. En gelukkig hielp Ellen tegen haar gewoonte, bier is niet haar ding, dapper mee.

Het bier luistert naar de naam L’Élue, wat zoiets betekent als de Uitverkorene. Het is van het type Saisonbier, het is traditioneel gebrouwen en niet gefilterd.

Uitgeschonken laat het bier een stevige, licht vettige schuimkraag zien, de kleur van het bier lijkt op dat van oud goud; rijk, warm en een tikje dof.

Het bier geurt naar graan en een beetje naar citroen. De smaak is vol en fris, lichtjes aangezuurd, zoals een saison betaamt. Opmerkelijk is de meer dan volle hopsmaak; heel bijzonder, heel lekker. De afdronk is lang en het alcoholpercentage blijft gelukkig normaal; 6,5 %.

Tot mijn genoegen was Ellen onder de indruk van het bier. Zoals ik al zei is bier niet zo haar ding, ze was dit brouwsel evenwel erg te spreken. We sloegen dan ook maar wat flessen in voor thuis, in de vooronderstelde wetenschap dat dit de enige mogelijkheid zou zijn het saison nog een rustig te degusteren.

Het blijft een probleem met dit soort klein geproduceerde bieren, ze komen nauwelijks het erf van de brouwerij af, laat staan dat ze het buitenland halen. Dat is jammer want er is een hoop klein brouwsel dat je graag vaker of vaak zou willen schenken. Ik kwam tijdens mijn bierzwerftochten al wat juweeltjes tegen. Het L’Élue was zo’n juweeltje.
20140815_134702

Overigens kwam ik tijdens deze vakantie ook matige tot ronduit slechte lokale bieren tegen. Het lijkt wel of iedere amateur die zich een buideltje hop, een handje gerst en een snuifje gist heeft aangeschaft ook denkt dat hij bier kan maken. Hij mag dat gerust denken, maar zo zit het dus écht niet. Aangezien het Ministerie echter al lang geleden besloot om rommel niet te recenseren (enkele uitzondering daargelaten) zul je weinig horen over mijn miskopen.

Deze dag hadden we weer eens prijs. Mooi bier, geschonken van de tap én uit de fles, naar believen. Het was een drukte van jewelste aan de kraam van La Gaume au Verrre. Heftige disputen; er waren fans, maar er waren ook een hoop kritische drinkers uit de Gaume. En vergis je niet, dit bier diende te concurreren met de bieren van La Rulles en die van Sainte Hélène. Om nog maar te zwijgen van het alomtegenwoordige Trapistenbier van Orval. Die Paterkes woonden hier om de hoek…

Ze kwamen goed uit de race, die van L’Élue, zowel bij vriend als bij kritiekaster. En wij, wij beleefden een aangename en ontspannen vrijdagmiddag, Maria Hemelvaart…

© paul

 

Lang leve het Ministerie…

DSC_0034
Nog voordat we zelfs maar in staat waren een artikeltje te maken stroomden de felicitaties al binnen. Dank, dank, dank… Vandaag namelijk, op de kop af negen jaar geleden, verscheen het Ministerie van Eten en Drinken voor de eerste keer op internet.

En met gepaste trots kunnen we stellen dat we vanaf het begin niet te klagen hadden over belangstelling. Van enkele tientallen liepen de bezoekersaantallen al snel op naar honderd gasten per dag.

Tegenwoordig verheugen we ons op om en nabij de zeshonderd bezoekers per dag en  worden er tussen de twee duizend en vijfentwintig honderd artikelen bekeken (ook per dag).

Wij vieren ons negenjarig bestaan gepast met een glas champagne, ergens op een Frans terras. En neem van ons aan lezer, we blijven je de komende jaren bedienen. Je blijft nog heel lang welkom op het Ministerie…

© ellen-paul

Salade met rauwe ham als begeleider van kaasfondue…

kaasfondue en salade
Op 10 juli aten we voor het laatst kaasfondue. Ik weet dat omdat ik een dag later op deze web site een artikeltje schreef over het overlijden van onze cocotte. De cocotte gaf de geest tijdens die laatste kaasfondue-sessie.

Zwitserland heeft de naam uitvinder te zijn van de vloeibare kaasmaaltijd. En het zal best zo zijn, maar zo exclusief Zwitsers is kaasfondue nu ook weer niet. Je vindt het gerecht overal in de Franse Jura en in de Franse Alpen, maar ook in het alpiene gedeelte van Oostenrijk en Italië. En Gruyère en Emmental mogen dan de fonduekazen bij uitstek heten, andere bergkazen, zoals Comté en Vacherin, zijn zeker zo geschikt. (Onze voorkeur gaat onvoorwaardelijk uit naar Comté-kaas…)

Ik weet niet hoe Zwitsers hun kaasfondue eten wanneer ze hem gebruiken als hoofdmaaltijd. Met aardappel, met brood of komen er groenten bij? Ze zullen er best iets op bedacht hebben. In de Franse Jura komt het gerecht altijd met een eenvoudige groene salade, weten we uit eigen ervaring. Heel eenvoudig, en meer hoeft het niet te zijn.

De bittere sla en de tomaatjes, licht aangemaakt met een wat zurige dressing, vormen een keurige tegenhanger voor de wat zoetige kaas. En de sla is altijd rijkelijk belegd met rauwe ham, dat geeft het geheel diepgang. Simpel, voedzaam en onwaarschijnlijk lekker.

© paul

Kip pizzaiolasaus

DSC_0019
Poeh poeh, het kost moeite, veel moeite om een klein beetje internet te bemachtigen hier. Een paar dagen ging het goed. Ik kon zelfs de rekening van de Camping betalen via internet, daarna lag alles plat… Het lijkt wel of ze het erom doen… Nou ja, vandaag Herr Britz nog maar eens lief aangekeken, of hij toch, nog één keer, die router opnieuw… Herr Britz is één van de leden van het Syndicat D’Initiative Septfontaines. Het Syndicat is verantwoordelijk voor de Camping als er, zoals deze zomer, geen beheerders zijn. Het Syndicat is een verzameling van belangrijke mannen uit het dorp. Zij houden zogezegd toezicht of alles wel goed verloopt op de camping. Daar hebben ze op dit moment een enorme taak aan, want er is geen beheerder meer die dat werk voor hun doet! Nu moeten de deftige heren zelf aan het werk, tot ze weer een nieuwe beheerder gevonden hebben. De omstandigheden zijn niet zo florissant, dus dat kan wel even duren! Maar verder gaat hier alles prima! We zijn wel vreselijk geschrokken van de schade die de storm van 4 juli hier heeft aangericht.

DSC_0004

Behalve hagelgaten in ons huisje en de bijna ontbladerde klimroos zijn er jammer genoeg weel heel veel oude bomen omgegaan, en ze gaan nog! Ik hoorde er net weer een krakken. Er heeft hier heel plaatselijk een windhoos rondgewaard met snelheden van 130 km per uur. Dat laat een griezelig spoor van verwoestingen na. Hele gaten in de mooie oude beukenbossen, stukken waar niemand mag wandelen want het gevaar van vallende takken en zelfs hele bomen is nog steeds niet weg. Het kost nog maanden om de ravage op te ruimen.

Maar goed, ik vermaak me hier toch wel, samen met Hond Jaros en ook Eupotours met Kids zijn hier. Soms eten we allemaal samen, soms maak ik een eenvoudige maaltijd voor mij alleen. Woensdag aten we samen kip, kip met Pizzaiolasaus, een recept van Antonio Carlucio, maar dan iets anders. Carlucio maakte dit gerecht met kipfilets. Ik zag ook al eens een dergelijke saus voorbijkomen over een gegrilde entrecote, kan ook. Pizzaiolasaus is oorspronkelijk afkomstig uit Napels en bevat min of meer dezelfde ingrediënten als een pizzavulling, vandaar de naam van deze saus.

  • voor vier personen:
  • 8 drumsticks van onbesproken kippen
  • 4 eetlepels olijfolie
  • 1 grote sjalot, fijngesneden
  • 2 tenen knoflook, gepeld en fijngehakt
  • 1 eetlepel gezouten kappertjes, geweekt en uitgelekt
  • een handvol zwarte olijven
  • 1 eetlepel fijngehakte platte peterselie
  • 3 ansjovisfilets (uit blikje), uitgelekt en fijngehakt
  • 1 blik tomatenstukjes
  • 1 eetlepels grof gehakte oreganoblaadjes
  • zout en peper

Bak de drumsticks in hete olie rondom bruin. Voeg sjalot en knoflook toe en bak even mee. Doe er dan de kappertjes, ansjovisjes, olijven,  kruiden en de tomaten bij en stoof tot de drumsticks gaar zijn. ( voor bio-kip reken je  op ongeveer 45 tot 60 minuten) Proef voor je zout toevoegt, de visjes zijn al zout!

Wij aten er aardappeltjes bij, in de schil gekookt en een grote salade.

Toe een stukje camembert, supergrote kersen en natuurlijk espresso!

© ellen.

Peperpasta met een Indonesisch tintje…

DSC_0018
Terwijl Ellen zich ledig hield met de bereiding van een kipmaaltijd voor haarzelf en vier leden van Eupotours in het verre Luxemburg, was ik te gast bij Vriend Jan en Ans en genoot er van een heerlijke maaltijd. Pittig soepje, een spaghettischotel met veldsla, venkel, mascarpone en rauwe ham, kersenvlaai en koffie toe.

Tijdens het natafelen kwamen Althea en Lambèr aanschuiven. Althea had me onlangs de basisbereiding verklaard van Indonesische peperpasta, zeg maar sambal. Vorige week was ik met die kennis aan de slag gegaan en intussen had ik iets bevredigends geproduceerd, maar om het nou Indonesisch te noemen?.. Enfin, tijd om een en ander te beschrijven.

Althea bezwoer me voldoende pepers te gebruiken om massa te krijgen. Ik sprokkelde vervolgens mijn pepers op de markt bij elkaar. Ik gebruikte twintig lomboks oftewel Spaanse pepers, zeven Madame Jeanettes, drie adjumapepers en één chocoladekleurige, hele hete peper waarvan de naam ik niet ken. Ik hakte ze fijn in de keukenmachine inclusief de zaadjes, het moest per slot een hete saus worden.

Ik hakte drie uien, drie sjalotten en vier tenen knoflook heel fijn en bakte die glazig in zonnenbloemolie in de wok Daarna gingen er de gehakte pepers bij. Ik voegde een eetlepel geraspte gember toe, twee eetlepels sterke tomatenpuree en een half blokje (12,5 gram) garnalenpasta oftewel trassi. Ik liet het geheel nog een minuut of tien bakken op een matig vuur.  De saus in wording voldeed niet helemaal aan wat ik me aan smaak had voorgesteld en ik besloot het over een geheel andere boeg te gooien.

Ellen had de dag daarvoor pruimenjam gemaakt en er was nog een overschot, te weinig om nog een pot mee te vullen. Ik voegde de pruimenjam aan de massa toe, zo’n 250 gram, en als tegenhanger voor het zoet ging er vervolgens het sap van een halve citroen bij.

De smaak begon me aan te staan, maar het was me nog niet pittig genoeg. Ik pepte de boel op met flink wat scheuten gefermenterde vissaus, Nam Plaa, en ik maakte de saus af met zout uit de molen. Ik liet het geheel een goed half uur doorpruttelen, erop lettend dat de zaak zich niet vastzette aan de bodem van de wok (voortdurend roeren dus).

Wat ik nu had was een smakelijke, zoet-zure peperpasta, voor Nederlandse begrippen middelheet. Ik hield voldoende over om twee grote jampotten af te vullen.

Dit eerste experiment verdient navolging, en dat zal ook zeker gebeuren. Het begint me te dagen dat de mogelijkheden nagenoeg eindeloos zijn.

© paul