Welkom bij het Ministerie…

Featured

Een website over Eten, Drinken en Andere genoegens…                                          In 1999 schreef ik een jaar lang elke dag op wat we aten, dronken en alles wat daarmee te maken had.
Ik wilde zo voor mezelf het laatste jaar van de Twintigste Eeuw vastleggen. 
Dat bleek al snel een verslaving en na 1999 ging ik dan ook door met het schrijven van mijn kookdagboek. Stapels schriftjes schreef ik vol, tot ik in augustus 2005 de digitale mogelijkheden ontdekte van een website. Vanaf die tijd schrijf ik, samen met mijn partner Paul, op deze website over eten, drinken en andere genoegens.

‘n Zompige zaterdag…

Jonge artisjokken...
De foto heeft niks met dit stukje te maken, en dit stukje niks met de foto.

Achter me roept Ellen: we steken de kaarsen aan, we dimmen de verlichting en vieren Herfst 2015… En waarlijk, het waait kil, het miezert en soms regent het door. Het heeft er geen schijn van dat de Lente is begonnen. Tijd voor een ordentelijk stukje is er niet; het is zaterdag en nog afgezien van de gebruikelijke gasten komen Maartje en Walter aanschuiven aan de weekend-dis.

Ellen is nagenoeg de hele dag bezig met de maaltijd. Ze maakt daarbij een ongelofelijke hoop rommel en afwas. En je hoeft heus niet te raden wie er dan verantwoordelijk is voor de schoonmaaklogistiek van de spoelkeuken. (Voor het uiteindelijk afwaswerk ook…) Morgen beschrijft Ellen haar versie van Pulled Pork.

Vanochtend bezocht ik de zaterdagmarkt in Helmond. Laat het nu uitgerekend Voorjaarskermis zijn in de stad. Het wil zeggen dat de markt voor een groot deel is verplaatst. De hele Koninginnenwal en nog wat hoeken en gaten worden nu gebruikt als marktplaats, terwijl de twee Marktpleinen vol staan met autoscooters, rupsen, draaimolens en ijzingwekkende moderne stellages. En een degelijke logica in de nieuwe standplaatsen van onze vertrouwde leveranciers kon ik niet ontdekken.

Bij geluk liep ik onmiddellijk onze citrusboer tegen het lijf. Maar daarna was het zoeken geblazen; ik sjouwde de hele markt wel drie keer over. De Shoarmamevrouw stond ergens verstopt aan een uithoek, met de standplaats van de Poolse Mevrouw was het nauwelijks beter gesteld. De Keniaanse Mevrouwen heb ik überhaupt niet gevonden. De Kaasboer had echter een prominente ruimte weten te bemachtigen, er was nu zelfs plaats voor een extra stalletje. En onze Turkse Groentemevrouw kwam ik puur per ongeluk tegen. Omdat ik nog even de stad in moest om bij de Indonesische Toko in de Passage wat specerijen in te slaan zag ik van verre onze Bloemenboer. Hem had men, samen met zijn collega’s een paar honderd meter van de eigenlijke markt gestald. (Toen ik later door de Ameidestraat terug liep naar de markt sprak een vertwijfelde dame me aan; waar ik die bloemen had gevonden? Ze zocht al geruime tijd, en ook zij had al een paar rondjes over de markt gemaakt, zonder resultaat…

De Visboeren ja, de visboeren die stonden gezamenlijk in het eerste gelid. Maar laat ik nu juist vandaag geen vis nodig hebben. Enfin…

Nog even over de artisjokken: het zijn de eerste verse kleine artisjokjes van dit jaar. Ze komen uit het zuiden van Italië. We aten ze vorige week in een stoofpotje met aardappel. Wat zien ze er mooi uit….

© paul

Geboortekoekjes…

Geboortekoekjes...
Omdat het Kind die stoffige beschuiten-met-muisjes ter ere van Kruimels geboorte grondig zat was, maar er evenwel nog volop getrakteerd diende te worden, besloot ze het over een heel andere boeg te gooien.

Bij het televisieprogramma Koffietijd zag ze ooit een knutselmoeder in de weer met Lange-Vingers en chocolade. Iets dergelijks stond haar dan ook voor ogen toen ze bij Ellen die koekjes bestelde. Ellen gebruikt voor haar Tiramisu doorgaans een goede kwaliteit Savoiardi, de Italiaanse uitvoering van die koekjes. Ze zijn minder stoffig, wat steviger van structuur en ze nemen vocht op zonder onmiddellijk in elkaar te storten.

Vervolgens kocht het Kind een paar tabletten chocolade bij AH. De muisjes waren nog rijkelijk op voorraad. De chocolade smolt ze au bain marie en doopte daar de Savoiardi over de lengte in. In de nog zachte chocolade liet ze dan de muisjes vallen. Er kwam nog een kék cellofaantje om en een blauw strikje, en dat was dat…

Ex collega’s onder de indruk, echtgenoot onder de indruk, Ellen onder de indruk. Zozeer zelfs dat Ellen een forse opdracht plaatste bij het Kind. Ze moest zelf nog trakteren ter ere van het omaschap en dit leek dé versnapering…

Gisteravond konden we twee trommels koekjes ophalen, het Kind had er uren aan gewerkt. Wel zonder cellofaanverpakking, dat vond Ellen niet nodig. Aansluitend bezochten we Ans en Vriend Jan, want uitgerekend deze dag waren zij voor de tweede maal Grootouder geworden. Maud heette hullie Kruimel. Het meisje verkeerde in blakende welstand, zo ook moeder Fraukje en vader Gijs. Tegen de tijd dat wij naar huis gingen was de eerste trommel koekjes al goeddeels geconsumeerd. Enfin…

Ach, vandaag was het een komen en gaan in Ellens biebje; het sprak zich snel rond onder het studerend volkje dat er wat te versnaperen viel in de mediatheek, men deed de ontwerpster van het spul enthousiast eer aan.Alteratieve beschuiten met muisjes...

Laat ik je nog een blik werpen op het Chocolateriefabriekje van HdV te G. Lopende bandwerk lijkt het Kind op het lijf geschreven… Overigens laat Jop weten dat het hem prima vergaat. Sinds vandaag weegt hij negen pond. Ook laat hij weten dat z’n pa en ma blaken van gezondheid…

© paul

Ossobuco met gremolata

osso buco
Italianen kunnen heerlijk harrewarren over hun dagelijkse kost; wel of geen tomaten in de saus. Wel of geen spek gebruiken, boter of olie. Nou ja, ga zo maar door. Wij buiten Italie hoeven ons gelukkig niet aan de strenge regels te houden en er ook geen strijd over aan te binden. Als ik tomaten bij de Ossobuco wil doen, dan doe ik dat, en dat deed ik gisteren. Dan mag het gerecht dus geen Milanese als toevoeging krijgen, want dan zou het niet meer kloppen…
Ik maakte gisteren lekkere kalfsschenkels, want dat is die ossobucu; letterlijk vlees met een gat.
Voor 2 personen;

  • 2 kalfsschenkels (van de achterschenkel van het kalf, ongeveer 3 cm dik),
  • beetje bloem,
  • scheutje olijfolie.
  • De groenten fijngehakt; 1 grote ui, 2 wortelen, 2 stengels bleekselderij, 2 teentjes knoflook,
  • 2 dl droge witte wijn,
  • eventueel bouillon,
  • 300 gram tomaten,
  • kleingesneden takje verse tijm, 1 laurierblad, zwarte peper en zout.

Bestuif de schenkels met wat bloem in bak ze in de hete olie snel aan alle kanten bruin. Schep ze uit de pan en houd ze even apart. Bak nu in dezelfde pan eerst de uien, dan de knoflook erbij en vervolgens de rest van de groenten. Smoor even en schep goed om. Voeg de kruiden toe en blus dan af met de witte wijn en laat alles weer op temperatuur komen. Voeg de schenkels bij de groenten en stoof op een heel zacht vuurtje ongeveer anderhalf uur. Het ligt aan de grote en de kwaliteit van de schenkels hoe lang je moet stoven.

Maak de gremolata van een klein bosje fijngehakte peterselie, de geraspte schil van een citroen en een geraspt teentje knoflook. Sommigen laten de gremolata even meestoven, ik strooi het liever op mijn bord over de schenkels.

Erbij een stuk knapperig brood en een groene salade. Ennuh, vergeet niet de merg op te eten… Een ware delicatesse op een stukje brood.

merg...

… en daarna is het botje voor Jaros!

Kopje espresso toe!
© ellen.

Pasen; zoete Frambozenbroodjes

paasbrunch De Paasdagen: tijd om te genieten van de eerste zonnestraaltjes, misschien eieren kleuren en verstoppen, misschien ook een mooie Paasbrunch met familie en vrienden organiseren. Wij houden het dit jaar maar weer bij onze traditionele champagnebrunch met vrienden en familie; wat eten, wat drinken een mooi verhaal en wat nog meer ter tafel komt…
Zo doen we dat al jaren hier op het Ministerie, de champagnes (gekregen met Kerst, relatiegeschenken en wat dies meer zij) worden verzameld en gekoeld, ik denk na over bijpassende gerechten en dan eten we en drinken we en vertellen we verhalen over de nieuwe lente en de plannen voor de komende zomer…
Zo als het er nu naar uitziet kunnen we in ieder geval asperges verwachten van eigen Gemertse telers. Dat is natuurlijk al een feestje op zich maar meestal maak ik voor de Paasbrunch ook wat zoete broodjes of een brioche. Ik beschreef al de zoete sinaasappel-amandelbroodjes die ik vorige week bakte, nu toch ook even het recept van de Frambozenbroodjes met amandel. Ook echt iets voor de Paasbrunch, ooit gemaakt, maar ergens in de vergetelheid geraakt en nooit beschreven.
Bij deze dus:

  • voor 12 broodjes
  • deeg
  • 500 gram bloem
  • 7 gram gedroogde gist
  • 2 eetlepels custardpoeder
  • 1 ei
  • 225 ml melk
  • snufje zout
  • 75 gram zachte boter
  • Vulling
  • 250 gram frambozen (mag diepvries zijn)
  • 250 gram amandelspijs
  • 1 ei
  • 1 theelepel geraspte schil van een bio citroen
  • 1 1/2 theelepel gemalen kaneel
  • 2 eetlepels honing
  • voor de afwerking 75 gram poedersuiker, wat citroensap en wat amandelschaafsel

Laat de frambozen ontdooien en vang het sap op.
Kneed in een kom van bloem, gist, custard, ei, melk, snufje zout en de zachte boter een soepel deeg. Dat kan met de mixer met deeghaken of in de keukenmachine of met de hand. Kneed tot je een mooi deeg hebt waar je een ‘vliesje’ van kunt trekken. Vorm een bal en laat die onder plasticfolie 1 uur rijzen. Druk het deeg plat en kneed het met de hand nog even door. Rol het dan op een, met wat olie bestreken, werkvlak tot een lap van ongeveer 25×35 cm.

Meng de amandelspijs met het ei en de citroenrasp tot een smeuïge massa. Strijk deze massa over het deeg, verdeel de frambozen hierover en bestrooi met wat kaneelpoeder. Druppel wat honing over de vulling. Rol het deeg losjes op en verdeel de rol in 12 dikke plakken. Leg de plakken dicht tegen elkaar op een met bakpapier bekleed bakblik. Laat het deeg nu nog eens 45 minuten afgedekt rijzen op een lauwwarme plaats. Een variant is om in plaats van frambozen het deeg gewoon te bestrijken met een mooie ( zelfgemaakte) confituur. De rest van het verhaal is hetzelfde, bestrooi het dan bijvoorbeeld met poedersuiker of maak glazuur met poedersuiker en wat citroensap. Ook lekker!

paaszaterdag

Verwarm de oven voor op 200 graden. Bak de frambozenbroodjes in ongeveer 20 tot 25 minuten gaar een lichtbruin.
Kook intussen het opgevangen frambozensap in tot 2 eetlepels en roer dit beetje bij beetje door de poedersuiker tot je een dik glazuur hebt. Voeg een klein beetje citroensap toe tot je de gewenste dikte hebt gekregen. Rooster het amandelschaafsel in een droge koekenpan.
Neem de broodjes van de bakplaat, giet er de glazuur over en bestrooi met het amandelschaafsel. Bestuif de broodjes eventueel nog vlak voor het gebruik met wat poedersuiker.

En, natuurlijk volgen er de komende dagen nog wat meer gerechten voor een mooie Paasmaaltijd… Nu maar hopen op mooi, zonnig lenteweer…

© ellen.

Keniaanse oliebollen…

Kenyaanse oliebollen..
Het assortiment van de Keniaanse dames op de Helmondse zaterdagmarkt breidt zich langzaam uit. Ik liet je die fraaie gehaktbroodjes al eens zien, ze maken die dingetjes intussen ook met een vegetarische vulling. De vulling bestaat uit een pittige bonenpuree en gestoofde bladgroenten. De dames vertelden dat de inhoud nogal kan variëren, maar vegetarisch zijn ze en blijven ze. De smaak is goed  en doet in de verte wat aan de gehaktbroodjes denken. De broodjes zouden zomaar als vleesvervangende snack kunnen dienen. Ik heb er nog geen foto van.

Wel heb ik een afbeelding van hun oliebolletjes. We waren even vergeten om te vragen naar de samenstelling van het deeg, dat doen we dan maar bij een volgende gelegenheid. De oliebollen zijn mooi rul van binnen, het deeg is niet te vast, wel stevig. De koeken zijn niet te vet, maar wel machtig. Het deeg is gezoet en geparfumeerd met rozenwater. Voor bij de thee, zeggen de dames. Maar je zou ze evengoed als begeleider bij sommige kazen of andersoortig hartigs kunnen gebruiken.

Op 6 juni van dit jaar organiseren de dames een Afrikaans feest in Helmond. Er wordt dan gegeten, gedronken, gemusiceerd en gedanst op een zaterdag, van 13.00 uur tot 18.00 uur. Iedereen is welkom en de opbrengst van het festival komt ten goede aan een school in Kenia. Volgende week krijgen we meer informatie.

© paul

Rata rapide…

Rata rapide (pommes au lard)...

Het boek heet À LA SOUPE! Le repas du poilu. Het bevat een verhandeling over eten en koken in en om de Franse loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Ik ben al dagen bezig aan een artikeltje over de publicatie, maar ik kan er geen fatsoenlijk einde aan breien. Je mag er dus nog een dag of wat op wachten.

Wel heb ik al gekookt uit het boek, er staan namelijk ook recepten in. Het rata rapide mag vrij vertaald worden met ratjetoe-snel-klaar. Het is een eenvoudig gerecht van aardappelen, spek en uien, en het levert een voor die tijd volledige maaltijd op. In 1914 ging men ervan uit dat een maaltijd compleet was wanneer hij de componenten eiwit, koolhydraten en vetstof bevatte. Ik beschrijf het recept voor vier personen, zelf maakte ik een kleinere hoeveelheid klaar.

  • 2 kilo vastkokende aardappelen,
  • 100 gram gerookt spek,
  • 1 grote ui,
  • water,
  • peper en zout.

Schil de aardappelen, snijd ze in schijven en kook ze min of meer gaar. Snijd het spek in kleine dobbelsteentjes. Hak de ui in dunne ringen. Laat vervolgens het spek in een stoofpan uitsmelten en doe er dan de uien bij. Laat de ui op een middelhoog vuur glazig worden. Vervolgens worden de aardappelen toegevoegd en voorzichtig, maar grondig omgeschept. Daarna gaat er zoveel water bij dat het geheel nét onderstaat. Breng op smaak met wat peper en eventueel zout. De zaak mag stoven op een niet te laag vuur, zodat een deel van de vloeistof kan verdampen. Na een minuut of vijftien is je potje klaar, de ingrediënten drijven in een mooie dikke sausachtige bouillon. Dien heet op…modelbouwtentoonstelling Ethe (Gaume)

  • Opmerkingen:
  • Twee kilo aardappelen is niet niks, je kunt gewoon wat minder nemen.
  • Ons spek is over het algemeen minder vet dan dat van 100 jaar geleden, ik moest wat extra boter toevoegen om de uien mee te kunnen bakken. Let overigens op met extra zout, je spek is al gezouten. En heb je de aardappelen gekookt in gezouten water dan hoef je in het geheel geen zout meer te gebruiken.
  • Houd de vloeistof in de gaten.
  • Het gerecht is gemaakt naar basisrecept. In alle keukens van de Eerste Wereldoorlog ging men ervan uit dat soldaten hun maaltje zelf wel opleukten. Dat heb ik ook gedaan.
  • Stel je voor: die ene verdwaalde Waalse soldaat die jullie Franse regiment was komen versterken bracht van thuis een zak Plate de Florenville mee. Nou, dan konden ze op het hoofdkwartier toch mooi hun varkensaardappelen zelf houden. En dat ranzige spek trouwens ook, want Jean uit de Gers had van zijn schoonvader een zij van het prachtigste spek meegekregen. Ongeblutste uien waren er wel te krijgen bij een vrouwtje dat met groente ventte, achter de linie. Misschien verkocht ze zelfs wel sjalotjes. Het zout kwam gewoon van de regimentsveldkeuken, maar de peper was van Pierre. Hij had wel een pond op voorraad. Jammer alleen dat Jérôme uit Bourgondië op verlof was, naar de verse peterselie kon je dit maal wel fluiten.
  • Poilu uit de titel van dit stukje is de algemene benaming van de Franse infanteriesoldaat. Het betekent letterlijk: de behaarde…

© paul

Communietaart…

Eerste communietaart.

De multipuzzle van Vrij Nederland krijg ik niet opgelost zonder te spieken op het internet, vervolgens loopt de supersudoku vast en tot overmaat van ramp breng ik het artikel waar ik aan werk niet tot een goed einde. En die veronderstelling van Nell, dat ik mogelijk teveel hosties heb geslikt in mijn katholieke jeugd wil ook niet uit mijn kop. Ach, ik weet het niet…

Evenwel, de gekte van de foto is me gelukkig bespaard gebleven, in mijn jeugd, en ook in het huidig tijdsgewricht. We troffen de taart (want dat is het) aan bij een bakker in de Concorde Shopping Mall, vlak bij stad Luxemburg.

Je wilt als kind toch niet zo’n ding voor je Eerste Communie, je bent amper zeven jaar oud. Een taart met Disneyfiguren, dat kan. Gebak met de zojuist overleden K3-meisjes erop, ook goed. Maar dit?..

En het is nog slecht gedaan ook. Aan de ene kant van het taartmissaal heeft de bakker zitten rommelen met chocolade, dat heeft nog wel iets. De andere kant wordt bedekt met een soort pre-fab afbeelding zoals ik er in mijn Roomsche Jeugd veel te veel heb gezien. Qua stijl slaat de samenvoeging van de twee taartenpagina’s als een tang op een varken.

Stiekem ben ik wel benieuwd hoe die taart smaakt, dat dan weer wel…

© paul

 

Bretzelsonndeg…

Bretzelsonndeg...
We waren er even niet en jullie bleven dus nagenoeg verstoken van enig levensteken van het Ministerie. De internetverbinding op onze Luxemburgse stek was mogelijk nog belabberder dan voorheen. Vandaar…

Enfin, we hebben ons evengoed prima vermaakt; met goed eten, met goed drinken en met een goed boek. En zondag vierden we Bretzelsonndeg. Dat is de naam die Luxemburgers toedichten aan ons Halfvasten.

Op elke plaats in Luxemburg waar doorgaans brood wordt verkocht liggen dan stapels Bretzel, van die open gevlochten broden. Soms hartig, soms neutraal, maar het overgrote deel is zoet en versierd met chocolade, glazuur en amandelen.

De traditie wil dat jonge mannen op Bretzelsonndeg zo’n zoete koek schenken aan het meisje van hun dromen. Indien dat meisje dan serieus op de aanzoek ingaat schenkt zij op haar beurt de jonge man op Eerste Paasdag een chocoladen ei. Een verloving is daarna aanstaande…Ach, kippetjes en haantjes, daar draait het uiteindelijk toch allemaal om.Luxemburgse abrikozenvlaai...

Gezien de enorme hoeveelheden Bretzel die overal liggen te pronken lijkt het erop dat iedereen op een of andere manier deelneemt aan het Halfvastenfeest. De Harmonie van ons in ieder geval wel. De voltallige fanfare (20 musicerende leden) trekt door de drie dorpskernen waaruit onze Luxemburgse gemeente is samengesteld. Ze brengen op een aantal plaatsen een serenade en verkopen en passant zelf gebakken Bretzel. Een goede € 7,50 brengen ze in rekening. Dat is niet niets, maar de fanfare heeft het geld hard nodig, dus spendeert de dorpsgemeenschap gul. De Bretzel heeft men de nacht ervoor gebakken in de ovens van de bakker in een belendend dorp. Ook de abrikozenvlaaien zijn home-made. Maar die bakken ze eigenlijk bij elke feestelijke gelegenheid. De kwaliteit is die van Limburgse vlaai op z’n aller-, allerbest…

© paul

 

Niertjes in whiskysaus

kalfsnier in mosterd- whisky

Niertjes, wie eet ze nog? Ik lees veel berichten van Foodbloggers, ik lees recepten in kranten en tijdschriften, maar iets over niertjes… nooit! Het eten van orgaanvlees lijkt zowiezo helemaal uit de tijd. Het wordt bij onze plaatselijke slager ook nauwelijks  aangeboden, geen vraag meer naar! “Als ik zou willen, zou ik dat kunnen bestellen”, zegt onze dorpsslager. De Turkse slager Sabir in Helmond, verkoopt mij af en toe, op verzoek een paar lamsniertjes, maar dat is dan ook alles. De nieren van de fokvarkens bij ons uit de buurt eten wij liever niet. Dus houdt het daarbij op.

In Luxemburg is het eten van orgaanvlees nog heel gewoon. Bij iedere goede slager en ook in de betere Super kun je prima kalfsnier kopen. Van mooi, echt Luxemburgs kalf. Met op de verpakking de vermelding waar de dieren zijn geboren, waar ze zijn opgegroeid en waar ze zijn geslacht. Je begrijpt het zeker al lezer, wij zijn even in ons buitenverblijf… We arriveerden hier vroeg in de middag en na wat rondrommelen en bagage een plaats gegeven te hebben, vertrokken we rap richting Super. Vóór de winter maken we ons huisje helemaal leeg; alles wat bevriezen kan moet er uit. Dus nu moesten we even flink boodschappen doen. Uien , knoflook, verse groenten, wijn, bier en de gewone leeftocht voor een paar dagen. Wat zullen we eten is altijd de vraag… Vlees, vis,… en toen lagen daar opeens die mooie kalfsnieren…

Nou ben ik zelf niet zo heel gek op niertjes, dus doe ik doorgaans ook niet zoveel moeite om ze ergens te kopen. Paul daarentegen is er gek op en vriend Evert ook en daar wij vaak samen in Luxemburg verblijven is een stoofpotje van kalfsnier een echt Luxemburgs gerecht geworden. Het was alweer een tijdje geleden dat ik ze had klaargemaakt dus besloot ik voor Paul een stoofpotje te maken met deze kalfsnier. Jammer voor Evert, die is dit weekend niet hier. Maar Evert, je houdt een maaltje niertjes tegoed!

  •  Voor twee personen
  • 400 gram schoongemaakte kalfsnier
  • boter
  • 1 flinke sjalot, fijngesneden
  • 1 teentje knoflook, geplet en fijngehakt
  • wat bloem
  • een eetlepel grove mosterd
  • een scheutje whisky
  • room
  • peper en zout

Snijd de nier in kleine blokjes en bestuif die met wat bloem. Bak de sjalot in een stoofpannetje lichtbruin aan. Voeg de knoflook toe en smoor die ook even mee. Doe er dan de mosterd bij en roer goed. Blus af met de whisky en giet er dan een flinke scheut room bij. Laat de saus even zachtjes inkoken en breng ze dan verder op smaak met peper en zout. Bak in een andere pan de niertjes goudbruin aan tot ze aan alle kanten mooi gekleurd zijn. Doe de niertjes dan in de saus en laat het geheel nog even doorgaren tot de saus mooi gebonden is.

Wij aten er een frisse salade bij en wat aardappeltjes.

Kopje espresso toe.

© ellen.

 

 

 

 

Beetje van mezelf, beetje van Struik…

Soep, beetje van Struik, beetje van mezelf...
Soep is van alle tijden en hier in huis is altijd soep. Soms wordt-ie zorgvuldig naar recept bereid, soms losjes geïmproviseerd. Het maakt niet zo veel uit welke kant je opgaat, mits je bouillon maar van topkwaliteit is.

Een bouillon kan eenvoudig worden bereid en neutraal smaken; een voorbeeld is mijn Chinese kippenbouillon. Het kan ook een stuk uitgebreider en ingewikkelder, zoals Ellens vleesbouillon van rund en lam, maar de uitkomst dient uiteindelijk altijd een krachtige bouillon te zijn. Een neutrale, krachtige bouillon kun je inzetten voor van alles en nog wat. Je verrijkt er je sauzen mee en je maakt er soep van. Teveel heb je eigenlijk nooit, je vriest in wat je niet direct gebruikt.

Maar vorige week overkwam het me dan uiteindelijk toch, alle bouillon was op. Het pannetje in de koelkast had Ellen gebruikt voor een saus, en daar in de diepvries, waar ik mijn geheime noodrantsoen pleeg te bewaren, lagen nu varkenssaucijsjes.

Aangezien ik moest lunchen en iets warms wilde eten paste ik dan maar een zwakke noodgreep toe. Ik kocht een pot fabrieksbouillon van het merk Struik. Nou is dat natuurlijk geen echte schande, maar voor iemand die altijd hoog van de toren blaast over zelf soep maken blijft het toch een heikele daad. Ik voelde me er dan ook wat ongelukkig bij, een beetje schuldig. Uiteindelijk viel het natuurlijk allemaal reuze mee. Het werd een geïmproviseerde maaltijd met spulletjes die ik nog in huis had.

Ik lengde de geconcentreerde fabrieksbouillon volgens voorschrift aan met water en verwarmde het zaakje langzaam op een vuurtje. Ik sneed wat blokjes van een gedroogd varkensworstje, want tijd om zo’n mooie Morteauworst van zijn bevroren toestand te ontdoen was er niet. Verder gingen er champignons bij, lenteuitjes, knoflook uit de knijper en een handvol taugé. Flink wat gehakte peterselie, een scheutje Thaise vissaus en het laatste restje van mijn pepersaus completeerden de soep. Het smaakte me wonderwel best. En het had me nauwelijks tien minuten gekost om de soep op tafel te toveren.

Niet dat ik nu totaal óm ben en me bekeer tot de pakjes-en-zakjes-kokers, maar in noodgevallen zal ik niet meer schromen om terug te vallen op pre-fab-bouillon, het zou nog wel eens van pas kunnen komen…

Intussen is er weer voldoende zelfgemaakte bouillon in huis, zowel van rund als van kip. Ik maakte er al een heerlijk paddenstoelensoepje mee. Jammer genoeg vergat ik er een foto van te schieten. ‘n Kleinigheid blijf je houden…

© paul