Welkom bij het Ministerie…

Featured

Een website over Eten, Drinken en Andere genoegens…                                          In 1999 schreef ik een jaar lang elke dag op wat we aten, dronken en alles wat daarmee te maken had.
Ik wilde zo voor mezelf het laatste jaar van de Twintigste Eeuw vastleggen. 
Dat bleek al snel een verslaving en na 1999 ging ik dan ook door met het schrijven van mijn kookdagboek. Stapels schriftjes schreef ik vol, tot ik in augustus 2005 de digitale mogelijkheden ontdekte van een website. Vanaf die tijd schrijf ik, samen met mijn partner Paul, op deze website over eten, drinken en andere genoegens.

Tarte Tatin van buurvrouw Loes.

IMG_3840Wij verblijven deze herfstvakantie in een fijn huisje in Bourgondië, aan de rand van de Morvan in een gehucht bij het plaatsje Saizy. Een fantastische omgeving en een mooi ingericht, comfortabel huisje. De eigenaresse van het huisje woont naast ons en komt bijna dagelijks een praatje maken en ons van goede tips voorzien. Bij onze aankomst zaterdag; een bijzonder vriendelijk onthaal met lekkere wijn en toastjes met rillettes van gevogelte en vandaag kregen we de ‘beroemde’ Tarte Tatin. In het logboek van het huisje lazen we al dat buurvrouw Loes, samen met haar man Luc de gasten tijdens hun verblijf altijd verrast met een zelfgebakken Tarte Tatin. Vandaag was het zover! Tarte Tatin, nog warm, zo uit de oven! En omdat we buurvrouw Loes verteld hadden over onze webside kregen we het recept er meteen bij, keurig uitgeprint op een A4-tje. IMG_3846

Echte Franse Tarte Tatin; Ik typ het recept van buurvrouw Loes nagenoeg letterlijk over:

Gebruik een tefal bakvorm met opstaande rand.

  • 1,5 á 2 kilo appels type Jonagold of Golden D.
  • 100 gram boter
  • 100 gram suiker
  • taartdeeg, (Loes gebruikt bladerdeeg)

Smelt de boter in de vorm (in de zon of op een laag vuur). Vermeng dit met de suiker. Schil de appels en snijd ze in vieren. Leg de appels met de bolle kant op het boter/suikermengsel en vul er de hele bakvorm mee. Zet de bakvorm op hoog vuur en laat de boter met de suiker karamelliseren. (ongeveer 15 minuten) Verwarm intussen de oven op 200 graden. De bakvorm met de appels gaan nu een kwartier in de oven. Zo kunnen ze mooi doorgaren. Rol het deeg uit op maat van de deegvorm. Zet de bakvorm na  die 15 minuten op het aanrecht en leg het deeg op de appels. Duw de randjes in met een vork en prik wat gaatjes in de bodem. Zet de bakvorm nu 20 minuten in de oven. Dan 5 minuten laten afkoelen, bord er op en omkeren.

*) Dat omkeren vraagt wel wat vaardigheid, gebruik goede ovenwanten. Plaats een bord, iets groter dan de bakvorm op de vorm en draai de taart om; Voila Tarte Tatin, omgekeerde taart.

Dank buurvrouw Loes en buurman Luc! Een heerlijke, rijke taart. Zou kunnen met een kopje espresso, maar dat hebben we hier even niet. Wij aten de taart als dessert.

© ellen.

Salade Périgourdine

IMG_3743
Die Paul, altijd van dwars… zijn we in Bourgondië, wil hij een salade uit de Perigord… Nou ja, dat kwam zo; wij winkelen allebei graag bij de plaatselijke slager, bakker, kleine Super enzovoorts en Paul is dan ook nog eens verzot op vreemde potjes met geheimzinnige ingrediënten die hij zonder leesbril niet kan lezen… Vandaar dat we na een bezoek aan de nabij gelegen kleine super thuiskwamen met een potje. Tja, een potje met Garniture pour Salade Périgourdine. Tja, ‘lekker uit de buurt’ zei ik nog. Maar goed, bij nadere beschouwing, met leesbril, bleek dat potje  toch genoeg spannende ingrediënten te bevatten om die beroemde salade maar gewoon klaar te maken. Het is hier warm, erg warm, en wat is er dan beter dan in de avonduren nog een ‘lichte’ salade. Goed, wát zat er in dat potje; kippenlevertjes, kippenmaagjes, kippenhartjes, varkensspekjes. Dat alles gegaard in ganzenvet uit de Perigord! Bereidingsadvies kregen we er ook bij;

Verwarm de inhoud van het potje. Schik intussen een gemengde salade op een bord. Wat salade, flinterdunne schijfjes ui, tomaatjes, komkommer, net wat je lekker vind. Meng de salade met een vinaigrette (mosterd, wijnazijn, olijfolie, peper en wat zout). Schep de iets afgekoelde inhoud van zo’n geheimzinnig potje er op en versier verder met bijvoorbeeld plakjes gerookte eendenlever (ook al uit Sud-Ouest) Stuk brood erbij en je waant je als God in Frankrijk…

Mooie maaltijd, zeer smakelijk. Ook heel logisch om al dit soort ingewanden van de kip bij elkaar in een potje te stoppen en in ganzenvet te conserveren voor barre tijden of gewoon voor een mooie zomeravond eind oktober…

Heel smakelijk, stuk brood erbij, kopje koffie toe! (Espresso apparaat ontbreekt even.)

© ellen.

Krautstrunkglas…

Krautstrunkglas...

Je zult het fenomeen beslist ook kennen. Je hebt in de loop van een dag massa’s visuele indrukken te verwerken. Je geeft al die indrukken een plaatsje, je klassificeert en ordent ze. Uiteindelijk verdwijnen ze in een laatje van je brein, vanwaaruit je ze nu en dan, en naar believen, op kunt roepen. Meer is niet nodig en anders wordt je gek…

Maar dan is er zomaar die ene indruk. Die indruk die zich voortdurend opdringt. Die indruk die je kennelijk niet goed hebt geneutraliseerd. Die indruk die almaar opduikt en je gedachtenstroom ontregeld. Je weet niet waarom en je weet niet hoe het te stoppen. Iets dergelijks overkwam mij met dat glas…

We hadden die dag wat te vieren, Ellen en ik. Het vijfenveertig jaren samenzijn werd beklonken met een voortreffelijke maaltijd in een restaurant in het Duitse plaatsje Kalkar. Jong everzwijn in een kruidenjasje en tafelspitz in een romige mierikswortelsaus. Een glas champagne en Spätburgunder als begeleider, een kopje espresso toe.

Na de maaltijd bezochten we een klein museum in het naburig stadje Xanten. Dat museum beheert het cultureel erfgoed van het voormalig stadsklooster Stift Xanten. Met name de bibliotheek is indrukwekkend. Vijftienduizend banden uit de 17e,18e en 19e eeuw, 450 incunabelen (wiegedrukken) en een aantal middeleeuwse handschriften, gebeds- en getijdenboeken. Verder toont het museum kerk- en kloosterschatten van bijzondere kwaliteit, daterend van de vroeg middeleeuwen tot aan de Franse revolutie. Het was daar dat ik dat glas zag staan…

Er omheen stonden vitrines met reliekhouders, prachtig gesneden uit ivoor en been, de oudste daterend uit de tijd dat de Romeinen nog de scepter zwaaiden aan de Duitse Rijn. Er stonden kistjes van zilver en kistjes van goud, kistjes van edele houtsoorten en kistjes van siersteen. Allemaal bewerkt met het grootste vakmanschap, en allemaal met als doel wat stoffelijke resten van deze of gene katholieke heilige onder te brengen. En daar, tussen al dat kunstgeweld van fijnste makelij stond dus dat glas een beetje dof te wezen…

Koolstronkglas heet dat type (hoewel eigenlijk over de hele wereld, en ook bij ons dus, de Duitse naam wordt gebruikt: Krautstrunk). De naam spreekt voor zich, het ziet eruit als een koolstronk, een stengel waar de bladeren van zijn afgetrokken. Dit soort glazen werd in de 15e en vroege 16e eeuw geblazen in Duitsland en Nederland. Het was gebruiksgoed voor de beter gesitueerden; er werd bier en wijn uit gedronken. Maar ook konden de glazen ingezet worden bij de viering van de heilige mis, wanneer het ontbrak aan de gebruikelijke metalen kelk. Én ze werden sporadisch gebruikt als relikwiehouder, zoals bij het glas hier het geval is. Wiens stoffelijke resten in het glas zaten weet ik niet, maar omdát ze erin zaten stond het glas in dit kabinet.

Omdat de Venetianen de kunst van het vervaardigen van edel glas van de Romeinen erfden, en omdat de Venetianen al vroeg in de geschiedenis rijk en machtig waren, eisten zij het monopolie op voor de glasblaaskunst. Geen glas ging de wereld in of het had de goedkeuring van de Venetiaanse heersers, geen glas ging de wereld in of er werd fors betaald voor de verfijndheid, de slankheid, de helderheid van het Venetiaanse glas. Het recept voor zulk glas bleef exclusief en geheim.

Dat zinde de goegemeente in Noord-Europa natuurlijk geenszins en men ontwikkelde met vallen en opstaan een eigen procédé ten einde zelf de interne markt te bedienen. Men ontdekte dat zuivere as van beukenhout en adelaarsvarens samen met kwartszand een grondstof vormde voor de glasvervaardiging. Er ontstonden dan ook op beperkte schaal industriëen; in Bohemen, in Duitsland, in de Lage Landen. Bosglas of Woudglas (de Duitse term Waldglas is meer gangbaar) ging het eindproduct heten.

Het eindproduct was glas, o ja. Maar wel troebel glas, altijd gekleurd, en altijd té dikwandig. De versiering was lomp en er zaten luchtbellen in, alsof het een handelsmerk was. Dat was de stand van zaken in de noordelijke gebieden van Europa aan het eind van de middeleeuwen en het zou nog een enkele eeuw duren vooraleer men de échte verfijningen van het glasblazen onder de knie kreeg. (Deels met kennis, gestolen in Venetië…).

Enfin, ik zag het glas en het raakte me onmiddellijk. Maar ach, er waren veel meer zaken in dat museumpje die me raakten: handgeschreven boeken met minutieus geschilderde afbeeldingen, ingekleurde renaissanceprenten, Romeinse godjes en fabelachtig gesneden gotische beelden. Ik stopte het glas dan maar weg in de krochten van mijn brein, in de overtuiging er op een later tijdstip nog eens aan terug te denken, er nog even van te genieten. Het liep anders.

Op de meest onverwachte tijden verschijnt het glas achter mijn netvlies. En het feit dat ik er een foto van heb zal daar zeker toe bijdragen. Het blijft maar spoken in mijn kop en het overvalt me op momenten dat ik veel belangrijkers te doen heb dan zwijmelen over een middeleeuws glaasje. Waarom, vraag ik me af. Ik heb geen antwoord.

Misschien komt het omdat het glas als een lelijk eendje tussen als dat kunstgeweld met een grote K stond gepresenteerd (ik was altijd al voor de underdog). Mogelijk is het de onvolkomenheid van het object die me ontroert, wie zal het zeggen…

Zie ook: StiftsMuseum Xanten.

© paul

 

Langzaam gegaarde lamsschouder

Gebraden lamsschouder...Wij hadden zomaar verschrikkelijke zin in gebraden lamsvlees; botermals vlees met een knapperig korstje, dat moest het worden. Toevallig had slager Sabir een mooie kleine schouder te koop en er is altijd wel gezelschap te vinden om een hapje mee te eten… Ik had me alleen vergist in de ruimte die de schouder nodig heeft om aan te braden. Na ons bezoek aan slagerij Sabir gingen we naar de markt en kochten onder andere wat fruit om jam te maken. Een jamketel naast een sputterend lam leek me geen goed idee, dus ging de schouder zonder eerst aan te braden in de oven. Door het zachtjes garen onder folie wordt het vlees botermals in z’n eigen sappen. De bruine kleur krijgt het van dat laatste half uur zonder folie en het vel wordt lekker knapperig. Voor zeker vier personen;

  • 1 kleine lamsschouder met bot
  • 2 bollen knoflook, gehalveerd
  • 1 handvol verse salie
  • 1 tak rozemarijn
  • een paar takjes tijm
  • peper en zout
  • een glas droge witte wijn
  • een glas water

 

Wrijf de schouder in met vers gemalen peper en zout. Leg de schouder met de halve bollen knoflook op de kruiden in een braadslee. Voeg de wijn en het water toe en dek het geheel af met aluminiumfolie. Zet de braadslee in een op 160 graden voorverwarmde oven en laat het vlees zachtjes garen. Dat zal een goede drie en een half uur duren. Kijk af en toe of er nog vocht genoeg in de braadslee is en voeg er zo nodig een scheutje water bij. Het laatste half uur kan de folie eraf en mag het vocht indampen en het vlees bruinen.  De knoflook is ook botermals geworden, alle scherpte is eraf. Je drukt de teentjes zo uit de schil. Lamsschouder...

Laat het vlees zeker een kwartier rusten en maak intussen een saus van het gezeefde braadvocht. Even in laten koken en wat knoflookpulp er door roeren. Op smaak maken met peper en zout.
Wij aten er gebakken appeltjes bij met balsamicoazijn besprenkeld. En natuurlijk een kopje espresso toe.
© ellen.

Harissa…

 

Harissa...

Altijd wanneer ik een tube Harissa uit de rekken grabbel en op de toonbank leg zegt onze Turkse slager minzaam lachend dat hij ook een prima Turks equivalent van de pepersaus heeft. Hij knikt daarbij dan naar de potjes Biber Aci, die kunstig gestapeld in een hoek van de zaak staan opgesteld.

Dat weten we echter allang en we hebben die Turkse pepersaus ook altijd op voorraad. Maar Harissa is dan nét weer even anders, en ook die saus behoort (evenals de Indonesische sambal) tot de vaste inventaris van onze voorraadkast. Biber is Turks, Harissa komt (oorspronkelijk) uit Tunesië.

Ik ben de grootverbruiker van Harissa in ons huishouden. Ik mag de saus (of pasta) graag, veel en vaak gebruiken. Zoals een oude Indo zijn Sambal lepelsgewijs consumeert, zo gebruik ik mijn Harissa. Maar ook in gerechten die ik voor meer dan alleen mezelf klaarmaak, wil ik wel mondjesmaat Harissa gebruiken. Je voegt ermee een beetje pittigheid toe aan je soepen en stoofschotels, en vooral ook wat subtiele smaken, nauwelijks terug te proeven, maar toch…

Doorgaans koop ik het merk Le Phare du Cap Bon, genoemd naar de vuurtoren die vanaf het uiterste puntje van Tunesië wijst richting Sicilië. Het is het merk Harissa dat je het meest vindt in Nederland, maar er is met wat zoeken beslist meer te vinden. (Lidl heeft een eigen merk, ontdekte ik, met een interessante specerijensmaak.)

Frankrijks verleden is onlosmakelijk verbonden met Noord-Afrika en dat werkt in hoge mate door tot op de dag van vandaag. Je vindt daar dan ook een diversiteit aan Harissa die zijn weerga niet kent. Een Eldorado voor de liefhebber. (Eens kocht ik er in mijn gulzigheid een kilo-blik van de pepersaus. Dat slaat natuurlijk nergens op wanneer je niet een restaurant achter de hand hebt om de saus te verwerken. Ik heb het zaakje dan maar overgeschept in handzame potjes en die kwistig uitgedeeld aan eenieder die ze wilde hebben. Dat was uiteindelijk ook leuk…)

Enfin,.. Jeanne en Ryan boden via Facebook chilipepers aan want hun oogst was overvloedig en leverde veel te veel vruchtjes op om zelf te verwerken. Ellen reageerde op het aanbod en per ommegaande werd er een zak pepers afgeleverd op het Ministerie. Ik heb er Harissa van gemaakt.

Ik gebruikte een recept uit de Noord-Afrikaanse Joodse keuken (die bestaat) zoals het werd opgetekend door Mevrouw Roden en weergegeven in haar magistrale boek: De Joodse Keuken. Alleen heb ik de hoeveelheid zout gehalveerd. En terecht, denk ik achteraf. De Harissa is nu nog aan de zoute kant.

  • 300 gram pepers,
  • 1 bol knoflook, (60 gram),
  • 1 theelepel karwijzaad (Kümmel),
  • 1 eetlepel Raz-el-Hanout,
  • 1 bos verse koriander, (15 gram),
  • 1/2 eetlepel zout,
  • spijsolie.

Maak de pepers schoon en snijdt ze grof. Pel de knoflooktenen en snijdt ze grof. Hak de koriander grof en doe alles in de keukenmachine of blender. Voeg Raz-el-Hanout toe, karwijzaad en zout en pureer nu alles tot een bijna gladde massa (een klein beetje structuur mag de saus hebben).

Schep de massa over in niet te grote potjes en dek af met een laagje olie, zodat er geen lucht bij de saus kan. Sluit de potjes goed af.

  • Opmerkingen:
  • Hoe pittig je saus wordt hangt af van de scherpte van je pepers en of je de zaadjes en zaadlijsten gebruikt of verwijderd. In die laatsten zit het merendeel van de capsaïcine, de  werkzame stof in pepers.
  • In afgesloten vorm is de saus in de koelkast wel een tijdje houdbaar. Is je potje eenmaal open, verwerk de saus dan binnen twee weken. Er zitten rauwe ingrediënten in de saus en die zijn aan bederf onderhevig.

© paul

Linzenschotel met extra groenten…

Linzenschotel...

Ergens in de Bijbel staat beschreven hoe een hele erfenis wordt verruild voor een bord linzen. In het Middenoosten zijn linzen (enkelvoud: linze) dan ook al duizenden jaren cultuurgoed. Het merendeel van de wereldproductie komt evenwel uit Turkije en India. In die landen wordt ook het leeuwendeel geconsumeerd.

In het zuidelijk deel van Europa vind je de linze volop, maar ook in Duitsland wordt ze in redelijke hoeveelheden geproduceerd. De Franse Puy-linzen zijn wel de beroemdste, op de voet gevolgd door de Italiaanse Castelluccio-linzen. Dat komt waarschijnlijk omdat die soorten (rassen?) verreweg het smakelijkst en het verfijnst zijn. Daar komt bij dat de Puy-linze, en ook de Castelluccio, heel en stevig blijft wanneer je die kookt. Andere linzen worden wat week, koken een beetje kapot. Dat wil overigens absoluut niet zeggen dat ze niet smaken. Schroom je niet om de linzen te gebruiken uit Berrydie uit de Cantal of die van de Haut-Loire. Ze smaken prima hoor. En ook al die soorten en rassen uit Spanje, uit Italië en die uit Duitsland mogen er wezen. Gebruik je splitlinzen, bijvoorbeeld voor de soep, dan heb je welhaast zeker Indiase of Turkse exemplaren te pakken. Niks mis mee, maar wij prefereren die kleine bolletjes uit Puy…

Nog even voor de duidelijkheid: linzen worden(in tegenstelling tot allerlei andere bonen) nooit vers gegeten, ze worden eerst gedroogd. En linzen worden (in tegenstelling tot andere gedroogde bonen) nooit vooraf geweekt. Bij modern geproduceerde linzen is het niet noodzakelijk om vooraf de linzen te wassen en te inspecteren op steentjes en ander ongemak. Linzen leveren een gezonde en zeer voedzame maaltijd…

Neel en Evert verbleven een tijdje in Frankrijk. Bij terugkomst brachten ze voor het Ministerie een keur aan kazen mee en een likeur op basis van Gentiaan. En dan ook nog een blik linzen uit Puy. We hebben er vandeweek van gegeten. Het recept dat ik je geef  levert een maaltje op voor 4 personen. Wil je minder, dan zul je de ingrediënten terug moeten rekenen..

  • 250 gram Puy-linzen,
  • olijfolie,
  • 1 ui, gesnipperd,
  • 1 teen knoflook, gesnipperd,
  • 100 gram gerookt spek, in kleine blokjes gesneden,
  • winterwortel, in kleine blokjes,
  • 2 stangen bleekselderij, geschild en in kleine blokjes gesneden,
  • 1 theelepel scherpe paprika,
  • water (0,75 l.),
  • peper en zout.

Verhit in een pan met deksel en stevige bodem de olijfolie en laat daarin de gesnipperde ui en knoflook glazig worden. Voeg dan het gerookt spekt toe en laat het even uitsmelten. Zet nu het vuur hoger en voeg winterwortel, bleekselderij en paprikapoeder toe. Laat alles een minuut of vijf bakken, roer af en toe om.

Stort de linzen in de pan en giet er het water bij. Doe het deksel op de pan en zet weg op een laag vuurtje. De schotel mag 20 tot 30 minuten trekken. Het laatste deel van de gaartijd mag het deksel van de pan. Vanaf twintig minuten regelmatig een smaakproef nemen. Gaar is gaar… Breng op smaak met peper en zout uit de molen.

  • Ik hield qua verhouding water/linzen de aanwijzing op de verpakking aan. Aangezien de aanvullende groeten echter ook vocht genereren was mijn schotel aan het eind van de gaartijd nog wat aan de natte kant. Inkoken heeft geen zin want je loopt kans dat je je linzen helemaal verkookt, je houdt soep of pap over. Schep het gerecht met een schuimspaan over in een voorverwarmde schotel en je probleem is opgelost.
  • We hielden behoorlijk wat van het gerecht over. Ook dat is geen probleem. Je kunt de dag erop de rest opwarmen, maar beter is het om het gerecht koud (als een soort salade) te eten. Een beetje van je beste spijsolie erover, heerlijk… Verwerken tot een soepje levert ook zeer bevredigende resultaten op.
  • Vroeger ging men er vaak vanuit dat linzen taai worden wanneer je er zout bij doet aan het begin van het gaarproces. Dat is een achterhaald uitgangspunt. Proefjes van een aantal betrouwbare kookschrijvers hebben uitgewezen dat het niets uitmaakt wanneer je zout toevoegt.

© paul

Schouderkarbonade in een milde bokbiersaus…

Schouderkarbonade met linzen...

Het viel allemaal zo’n beetje op z’n plek. Zaterdag vulden we onze voorraad biologisch varkensvlees aan bij de Sumiranboerderij in Heusden en tegelijk lag het eerste herfstbokbier van dit jaar alweer in de schappen van slijter en super. Aangezien ik voor mezelf had besloten dat het Najaar definitief was begonnen bood me dat de mogelijkheid die zaken samen te brengen tot een herfstig tableau… (Intussen blijken we komende dagen opgezadeld met temperaturen van 20 graden of meer, het mag mijn pret niet drukken.)

Aan de begeleidende linzenschotel wil ik op een ander moment een stukje wijden, ik houd het hier bij het gestoofd varken.

  • 2 schouderkarbonades,
  • ‘n lik mosterd,
  • zout en peper,
  • olie en/of boter,
  • 1 fijngesnipperde ui,
  • 1 teen gesnipperde knoflook,
  • theelepel gerookte paprika,
  • 33 cl. (flesje) bokbier,
  • takje rozemarijn,
  • twee takjes tijm,
  • 1 blaadje laurier,
  • scheut room,
  • tomatenpuree,

Dep de karbonades droog met keukenpapier, besmeer ze licht met mosterd en stooi er peper en zout uit de molen over. Verhit olie en/of boter in een braadpan (met deksel) en bak daarin de karbonades aan weerszijde mooi bruin.

Haal het vlees uit de pan en zet het warm weg. Bak vervolgens in dezelfde pan (op een getemperd vuurtje) de ui en knoflook tot ze glazig zien. Strooi het paprikapoeder erover en laat dat kort meebakken.

Bind de kruiderij met keukengaren tot een tuiltje. Giet nu het bokbier in de pan en doe er het kruidentuiltje bij. Breng alles aan de kook en roer de aanbaksels van de bodem. Leg het vlees terug in de pan en sluit de pan af met een deksel. Zet de pan vervolgens weg op een heel laag vuur. Het zaakje mag nu twee uren stoven. Haal het vlees aan het einde van de stooftijd uit de pan en zet het warm weg. Verwijder het kruidentuiltje.

Voeg room en tomatenpuree toe. Roer goed om en laat de saus op hoog vuur inkoken tot gewenste dikte. Kruid de saus, indien nodig, af met peper en zout. Serveer het vlees op voorverwarmde borden en begiet het met de saus.

  • Opmerkingen:
  • Wanneer je vlees met mosterd besmeert en je bakt het vervolgens, dan zal er altijd afzetting zijn op de bodem van de pan. Geen nood, zodra je de vloeistof toevoegt kun je die aanbaksels er met een houten pollepel gemakkelijk afschrapen. De aanbaksels lossen vervolgens op in je vloeistof en geven een hele hoop extra smaak mee…
  • Bokbier, evenals de meeste andere bieren, is een prima vloeistof om in te stoven. Zelfs met een gewoon eenvoudig glas pils werkt het prima. Bieren geven doorgaans wel wat bitters mee aan de smaak van de saus. De toevoeging van room en tomatenpuree heft dat op (en je saus wordt er veel rijker van).
  • Een pijpje bokbier (30 cl.) is rijkelijk veel, je kunt best met minder toe. Maar ik vind het prettig wanneer het vlees in ruim vocht ligt te garen (ik heb de indruk dat het sappiger blijft, maar daar denken anderen dan weer anders over). Veel vocht betekent in een later stadium fors inkoken. Je houdt er altijd extra smaak aan over…
  • Inkoken is niet moeilijk. Je kunt het gewoon doen in de braadpan waarmee je aan het werk bent. Wij gebruiken doorgaans een speciale pan die van boven veel breder is dan van onder, je hebt dan sneller verdamping. Het werkt prima.
  • Het principe van inkoken is dat je vocht verdampt, zodat de overblijvende massa dikker wordt en veel geconcentreerder van smaak wordt. Je kunt inkoken op een laag vuur, zodat er tijd is om tussendoor een en ander te doen. Doorgaans zal het meer voor de hand liggen dat je inkookt op hoog vuur. Dat gaat snel en je dient er dan ook bij te blijven. Voor de smaak maakt het niet uit of je op hoog, dan wel laag vuur inkookt.
  • Je kunt je saus zeven voordat je hem inkookt. Op die manier vis je er de ui, knoflook en eventuele ongerechtigheden uit. Ikzelf doe dat eigenlijk nooit.

© paul

 

Ode aan de herfst met runderstaart…

Langzaam gegaarde runderstaart...
De tijd van de stoofpotten is weer aangebroken, je ontkomt er niet aan. De buitentemperatuur daalt, de omgeving wordt natter en kastanjevruchten, eikeltjes en dorre bladeren dienen zich aan. Je past je eenvoudigweg aan aan de jaarlijkse gang van de seizoenen. Je wordt niet meer geplaagd door de zomerse omgevingshitte, dus je ontsteekt de oven in je keukentje. Het is intussen ook aangenaam, zo’n extra warmtebron in je huis. En uiteindelijk ben je er ook wel aan toe, aan een doorgegaarde maaltijd, zo’n smaakexplosie van langzaam bereid vlees en meegestoofde groenten.

Ik koos ervoor om de Herfst te begroeten met een stoofschotel van langzaam gegaarde runderstaart en bijpassende groentjes; een hommage aan mijn meest geliefde jaargetijde.

  • 600 gram runderstaartvlees,
  • 1 flinke ui,
  • 2 tenen knoflook,
  • 400 gram wortel,
  • 1 theelepel chilivlokken,
  • 1 theelepel karwijzaad (Kümmel),
  • 1 tak rozemarijn,
  •  2 takjes tijm,
  • 1 blaadje laurier,
  • tomatenpuree,
  • 1 glas rode wijn,
  • 10 gram gedroogde paddenstoelen,
  • 1 blik tomatenpulp,
  • bloem,
  • olie,
  • peper en zout.

Week de gedroogde paddenstoelen in lauw-warm water (ongeveer ‘n half uur). Bind de rozemarijn, de tijm en het laurierblad met wat keukengaren tot een tuiltje.

Dep het vlees droog met keukenpapier en bestuif de stukken staartvlees met bloem. Klop het overbodige ervan af. Verhit in een stoofpan (met deksel) de olie en bak daarin de stukken vlees rondom bruin. Haal het vlees uit de pan en zet dat op een warme plaats weg. Bak in dezelfde pan de gesnipperde ui en de gesnipperde knoflook (voeg eventueel wat olie toe) en laat dat op een laag vuur glazig worden. Zet dan het vuur hoger en doe de in kleine stukjes gehakte wortel erbij. Voeg chilivlokken, karwijzaad en tomatenpuree toe en laat alles even bakken. Schud de tomatenpulp en het glas rode wijn bij de groenten, laat het geheel even doorpruttelen en roer de aanbaksels van de bodem van de pan. Doe het kruidentuiltje erbij. Knijp de geweekte paddenstoel uit en hak ze fijn. Voeg ze toe aan de saus. Voeg eventueel wat extra vocht toe. Leg nu het vlees terug in de pan en sluit die af met een deksel. Zet de pan in een op 100 graden voorverwarmde oven en geef de stoofschotel tijd. Na vijf uren is je gerecht klaar…

Haal het vlees uit de saus en houd warm. Vis het kruidentuiltje uit de saus en pureer de saus met de staafmixer. Breng op smaak met peper en zout en leg het vlees er terug in. Dien warm op…

  • Opmerkingen:
  • Ik gebruikte als gedroogde paddenstoel de zwarte cantharel, de trompette de la mort. Die paddenstoel geeft een wat wollige, maar volle smaak aan je gerechten. Het weekwater heeft ook smaak en is wel degelijk te gebruiken als vloeistof in je kookvocht, ik deed dat nu ook. Bedenk wel dat de trompette de la mort een handgeplukte wilde paddenstoel is. Zeef dus het weekvocht, er kan altijd wat zand bij zitten en dat wil je niet.
  • Hoe grof of fijn je je groenten pureert bepaal je uiteraard zelf (en besluit je om helemaal niet te pureren, dan is het ook goed). Voor elke dikte valt wel iets te zeggen, maar je houdt in ieder geval na je maaltijd saus over. Die kan echter altijd op een later tijdstip ingezet worden als begeleider van een stuk vlees, als dipsaus of als pastasaus. Enfin…
  • Vind je je saus te vloeibaar dan kun je hem altijd inkoken op hoog vuur. Wel even erbij blijven en goed omroeren. Inkoken kan heel snel gaan, het zaakje is zo verbrand.
  • Op de foto ziet het vlees er een beetje verbrand uit, dat is echter niet het geval. De donkere korstjes om de schenkels vormen als het ware een gekarameliseerd laagje, het smaakt een beetje aangenaam zoet. De rest van het vlees smelt als boter op je tong door het langzaam garen.
  • Je dient tijdens het gaarproces wel regelmatig even in de pan te kijken of er nog voldoende vloeistof aanwezig is. Zo niet, vul dan aan (met water, met bouillon, met weekvocht van paddenstoelen, met wijn, met wat je bedenkt…). De kans dat je gerecht droog komt te staan is echter niet zo groot bij dit soort lage temperaturen.

© paul

 

Lamsschenkels met wortel, tomaat en olijven

Stoofpot met lamsschenkel...
Zo af en toe moet de diepvrieskast eens ontdooit en opgeruimd worden. Een vervelend klusje maar er komen dan ook ‘vergeten’ lekkernijen tevoorschijn. Dat is dan wel weer leuk. Zo vond ik tot mijn verbazing nog twee lamsschenkels terug. Wij vinden deze schenkeltjes allebei erg lekker, dus meestal vergeet ik die niet maar na zo’n lange vakantieperiode wist ik even niet meer dat ik ze gekocht had. Ik besloot ze klaar te maken met veel wortel en verse tomaten. Tomaten uit eigen tuin. Ik kreeg een paar plantjes van Neel en ze overleefden de zomer dankzij de goede zorgen van ons Kind en Paul die de planten tijdens mijn afwezigheid water gaven. Resultaat een flinke oogst pruimtomaten. Mooi vast vruchtvlees en gewoon gerijpt in de zon, dat proef je!

Het recept werd een beetje Claudia Roden en een beetje van me zelf. Door toevoeging van kaneel en nootmuskaat weer eens anders dan anders.

Gebruik een pan met deksel die ook in de oven kan. Verwarm de oven voor op 160 graden

  • voor 2 personen
  • 2 lamsschenkels
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 1 grote ui grof gehakt
  • 2 tenen knoflook, geplet en gehakt
  • 2 wortels, geschrapt en in blokjes gesneden
  • 4 pruimtomaten, in stukken gesneden
  • 1 stengel bleekselderij, in stukjes gesneden
  • peper en zout
  • wat chilivlokken
  • 1 theelepel kaneel
  • 1/2 theelepel nootmuskaat
  • 2 eetlepels zwarte olijven
  • een plukje saffraan
  • 1 glas droge witte wijn

Verwarm de olijfolie en bak daarin de schenkels rondom aan. Haal ze uit de pan en houd ze even apart. Bak dan de ui en knoflook in dezelfde pan. Voeg wortel, bleekselderij en tomaatstukjes toe en bak ze even zachtjes mee. Week de saffraan in de witte wijn en blus daarmee af. Voeg dan peper, zout, chilivlokken kaneel en nootmuskaat toe. Roer alles goed om en leg de lamsschenkels op de groenten. Voeg de olijven toe en sluit de pan. Zet de pan in de voorverwarmde oven en laat de stoofpot ongeveer anderhalf uur garen. Voeg eventueel wat bouillon toe als de saus te veel inkookt.

Wij aten er wat couscous bij en een knapperige groene salade.

Kopje espresso toe.

© ellen.

Mosselen in Mediterrane saus…

Mosselen in mediterrane saus

Ik zou toch zweren dat ik dit seizoen al over mosselen schreef, maar ik kan niks terug vinden. (Ons mosselseizoen loopt van juli in het ene jaar tot mei in het volgende, dit ter kennisgeving…). Enfin, ik kan dus niks terug vinden hoewel ik me toch nog hele stukken van de tekst herinner. Ik schreef je onder andere dat we de eerste mosseltjes behandelen als de eerste asperges van het jaar: zo puur mogelijk. De mosseltjes worden gekookt in een soepje van knolselder en look. Er gaat wat witte wijn bij of soms wat bier, maar gekker moet het niet worden. Zelfgemaakte knoflookmayonaise en Belgische frieten begeleiden de maaltijd. Meer hoeft dat niet te zijn…

Maar intussen is het dan september en de natuur maakt zich op voor een nieuwe herfst. De regen klettert op het keukendak, buiten is het al donker en de kaarsjes branden in de erker van de woonkamer. Op de achtergrond speelt het Südwestdeutsches Kammerorchester Pforzheim onder leiding van Vladislav Czarnecki celloconcerten van Leonardo Leo en ik denk tevreden terug aan een rustig verlopen zomer.

Ik voelde dat najaarsgevoel vanochtend al aankomen en overwoog om een stoofschotel te bereiden, hert of wildzwijn. Dat ter meerdere eer en glorie van mijn lievelingsjaargetij: de Herfst. Het had gekund lezer, het had gekund. Maar ik maakte uiteindelijk toch een andere keuze, ik besloot ertoe om de Zomer af te sluiten, en wel met een mediterraan gerecht: mosseltjes in een zuiderse saus. De tijd van mosselen-puur was immers voorbij, we hadden ze intussen al een aantal keren zó gegeten.

Recepten voor mosselen als hoofdmaaltijd vind je nauwelijks in de streken rond de Middellandse Zee; de tweekleppers worden meestal verwerkt in samengestelde gerechten: bouillabaisse, paella, spaghetti met zeevruchten, salade met zeevruchten, enfin…

De weinige recepten die je wel vindt hebben doorgaans een basis van tomatensaus en verder kan het dan alle kanten op. Ik las er een paar en stelde een soort van gemiddelde samen met wat ik zoal in huis had en aldus werd het toch weer mijn eigen gedoe. Als hoofdgerecht voldeed het recept voor vier personen, mits je ook een voorgerecht serveerde en dan ook nog eens een toetje. Wanneer je het alleen bij de mosselen hield, en je zat met z’n tweeën aan tafel, dan bleef er een hoop eten over. Dat was evenwel geen enkel probleem, je lunch voor de volgende dag was in essentie al klaar…

  • 2 kilo mosselen,
  • olijfolie,
  • 1 ui,
  • 1 sjalot,
  • 1 (grote) teen knoflook,
  • 1 blik tomatenpulp (400 gram),
  • 1 milde chilipeper,
  • 1 glas witte wijn,
  • 1 glas bouillon, (kip, rund, groente),
  • 1 paar takjes verse tijm,
  • 1 flinke worp gedroogde oregano,
  • 2  theelepels gerookt paprikapoeder,
  • 1 handvol vers gehakte peterselie,
  • peper en zout, vers uit de molen en naar believen.

Mosselen worden tegenwoordig doorgaans schoon aangeleverd. Kijk ze toch even na, verwijder ongerechtigheden en tik openstaande exemplaren flink met hun achterkant op het aanrecht. Blijven ze daarna open, gooi ze dan weg. De kans is groot dat het dode exemplaren zijn en die wil je niet in je pannetje. Weegt een mossel veel zwaarder dan de andere exemplaren dan heb je een schelp gevuld met zand te pakken. Die moet uiteraard ook weg, hij zal je hele maaltje bederven en tandengeknars is dan je deel.

Hak de ui, de sjalot en de knoflook fijn. Verwijder de zaadlijsten en het zaad van de chilipeper en hak die ook fijn. Verhit olijfolie in je mosselpan en laat daarin ui, knoflook, chilipeper en sjalot op een laag vuur zacht en glazig worden. Zet na een minuut of acht het vuur hoog en stort de tomatenpulp in de pan. Voeg bouillon en witte wijn toe en kruid de saus met de verse tijm en de gedroogde oregano. (De saus heeft baat bij flink wat oregano, ben er niet te karig mee.) Strooi voorzichtig het paprikapoeder over de saus en roer even om. Laat de saus een minuutje doorkoken en sluit dan af met de deksel. Zet hem vervolgens op een laag vuur om rustig te trekken, minimaal een kwartier, maar een half uur of meer is beter. Kruid af met peper en zout. (Voorzichtig met zout, mosselen brengen de ziltigheid van de zee mee.)

Wanneer je saus naar believen is gegaard zet je het vuur weer hoog. Stort wanneer de saus volop pruttelt de mosselen in de pan. Schep even om zodat de saus zich verdeelt over de schelpen en sluit de pan. Het vuur blijft in hoogste stand. Na een paar minuten schep je de mossels weer om, of liever nog, je schudt ze om. Herhaal dat na een paar minuten nog een keer. Vervolgens kijk je in de pan. Wanneer de schelpen geopend zijn is je maaltje klaar.

Schep mosselen en saus in een grote voorverwarmde schaal, dien op en ga onmiddellijk eten. Goed brood erbij en een glas witte wijn maken de maaltijd af.

  • Opmerkingen:
  • Het eten is een kledderige bedoening. Aan bestek heb je niks, behalve dan aan een lepel om wat saus en groente te scheppen. Het is finger-food…
  • Mijn methode: neem een mossel uit de schaal, breek één schelp af, vul de overblijvende schelp (inclusief het vruchtvlees) met wat saus en groente en slobber alles luid slurpend naar binnen. Een beetje primitief, maar zo ontstellend lekker…
  • Mijn saus is erg nat. Dat komt omdat er flink vocht bij gaat en de mosselen ook nog eens een hoop vocht genereren tijden het gaarproces. Wil je een steviger saus, laat dan wat vocht weg (bouillon, wijn, of allebei) en voeg wat tomatenpuree toe voor extra binding.
  • Wat na de maaltijd over blijft is een degelijke saus (bijvoorbeeld voor pasta). Of in mijn geval, een heerlijke soep. De resterende mosseltjes vullen de saus of de soep, of ze worden gebakken en daarna weggekaapt door een hongerige kleinzoon. (Met saus opa, met saus…)
  • Kopje espresso toe…

© paul