Welkom bij het Ministerie…

Featured

Een website over Eten, Drinken en Andere genoegens…                                          In 1999 schreef ik een jaar lang elke dag op wat we aten, dronken en alles wat daarmee te maken had.
Ik wilde zo voor mezelf het laatste jaar van de Twintigste Eeuw vastleggen. 
Dat bleek al snel een verslaving en na 1999 ging ik dan ook door met het schrijven van mijn kookdagboek. Stapels schriftjes schreef ik vol, tot ik in augustus 2005 de digitale mogelijkheden ontdekte van een website. Vanaf die tijd schrijf ik, samen met mijn partner Paul, op deze website over eten, drinken en andere genoegens.

Salade met rauwe ham als begeleider van kaasfondue…

kaasfondue en salade
Op 10 juli aten we voor het laatst kaasfondue. Ik weet dat omdat ik een dag later op deze web site een artikeltje schreef over het overlijden van onze cocotte. De cocotte gaf de geest tijdens die laatste kaasfondue-sessie.

Zwitserland heeft de naam uitvinder te zijn van de vloeibare kaasmaaltijd. En het zal best zo zijn, maar zo exclusief Zwitsers is kaasfondue nu ook weer niet. Je vindt het gerecht overal in de Franse Jura en in de Franse Alpen, maar ook in het alpiene gedeelte van Oostenrijk en Italië. En Gruyère en Emmental mogen dan de fonduekazen bij uitstek heten, andere bergkazen, zoals Comté en Vacherin, zijn zeker zo geschikt. (Onze voorkeur gaat onvoorwaardelijk uit naar Comté-kaas…)

Ik weet niet hoe Zwitsers hun kaasfondue eten wanneer ze hem gebruiken als hoofdmaaltijd. Met aardappel, met brood of komen er groenten bij? Ze zullen er best iets op bedacht hebben. In de Franse Jura komt het gerecht altijd met een eenvoudige groene salade, weten we uit eigen ervaring. Heel eenvoudig, en meer hoeft het niet te zijn.

De bittere sla en de tomaatjes, licht aangemaakt met een wat zurige dressing, vormen een keurige tegenhanger voor de wat zoetige kaas. En de sla is altijd rijkelijk belegd met rauwe ham, dat geeft het geheel diepgang. Simpel, voedzaam en onwaarschijnlijk lekker.

© paul

Kip pizzaiolasaus

DSC_0019
Poeh poeh, het kost moeite, veel moeite om een klein beetje internet te bemachtigen hier. Een paar dagen ging het goed. Ik kon zelfs de rekening van de Camping betalen via internet, daarna lag alles plat… Het lijkt wel of ze het erom doen… Nou ja, vandaag Herr Britz nog maar eens lief aangekeken, of hij toch, nog één keer, die router opnieuw… Herr Britz is één van de leden van het Syndicat D’Initiative Septfontaines. Het Syndicat is verantwoordelijk voor de Camping als er, zoals deze zomer, geen beheerders zijn. Het Syndicat is een verzameling van belangrijke mannen uit het dorp. Zij houden zogezegd toezicht of alles wel goed verloopt op de camping. Daar hebben ze op dit moment een enorme taak aan, want er is geen beheerder meer die dat werk voor hun doet! Nu moeten de deftige heren zelf aan het werk, tot ze weer een nieuwe beheerder gevonden hebben. De omstandigheden zijn niet zo florissant, dus dat kan wel even duren! Maar verder gaat hier alles prima! We zijn wel vreselijk geschrokken van de schade die de storm van 4 juli hier heeft aangericht.

DSC_0004

Behalve hagelgaten in ons huisje en de bijna ontbladerde klimroos zijn er jammer genoeg weel heel veel oude bomen omgegaan, en ze gaan nog! Ik hoorde er net weer een krakken. Er heeft hier heel plaatselijk een windhoos rondgewaard met snelheden van 130 km per uur. Dat laat een griezelig spoor van verwoestingen na. Hele gaten in de mooie oude beukenbossen, stukken waar niemand mag wandelen want het gevaar van vallende takken en zelfs hele bomen is nog steeds niet weg. Het kost nog maanden om de ravage op te ruimen.

Maar goed, ik vermaak me hier toch wel, samen met Hond Jaros en ook Eupotours met Kids zijn hier. Soms eten we allemaal samen, soms maak ik een eenvoudige maaltijd voor mij alleen. Woensdag aten we samen kip, kip met Pizzaiolasaus, een recept van Antonio Carlucio, maar dan iets anders. Carlucio maakte dit gerecht met kipfilets. Ik zag ook al eens een dergelijke saus voorbijkomen over een gegrilde entrecote, kan ook. Pizzaiolasaus is oorspronkelijk afkomstig uit Napels en bevat min of meer dezelfde ingrediënten als een pizzavulling, vandaar de naam van deze saus.

  • voor vier personen:
  • 8 drumsticks van onbesproken kippen
  • 4 eetlepels olijfolie
  • 1 grote sjalot, fijngesneden
  • 2 tenen knoflook, gepeld en fijngehakt
  • 1 eetlepel gezouten kappertjes, geweekt en uitgelekt
  • een handvol zwarte olijven
  • 1 eetlepel fijngehakte platte peterselie
  • 3 ansjovisfilets (uit blikje), uitgelekt en fijngehakt
  • 1 blik tomatenstukjes
  • 1 eetlepels grof gehakte oreganoblaadjes
  • zout en peper

Bak de drumsticks in hete olie rondom bruin. Voeg sjalot en knoflook toe en bak even mee. Doe er dan de kappertjes, ansjovisjes, olijven,  kruiden en de tomaten bij en stoof tot de drumsticks gaar zijn. ( voor bio-kip reken je  op ongeveer 45 tot 60 minuten) Proef voor je zout toevoegt, de visjes zijn al zout!

Wij aten er aardappeltjes bij, in de schil gekookt en een grote salade.

Toe een stukje camembert, supergrote kersen en natuurlijk espresso!

© ellen.

Peperpasta met een Indonesisch tintje…

DSC_0018
Terwijl Ellen zich ledig hield met de bereiding van een kipmaaltijd voor haarzelf en vier leden van Eupotours in het verre Luxemburg, was ik te gast bij Vriend Jan en Ans en genoot er van een heerlijke maaltijd. Pittig soepje, een spaghettischotel met veldsla, venkel, mascarpone en rauwe ham, kersenvlaai en koffie toe.

Tijdens het natafelen kwamen Althea en Lambèr aanschuiven. Althea had me onlangs de basisbereiding verklaard van Indonesische peperpasta, zeg maar sambal. Vorige week was ik met die kennis aan de slag gegaan en intussen had ik iets bevredigends geproduceerd, maar om het nou Indonesisch te noemen?.. Enfin, tijd om een en ander te beschrijven.

Althea bezwoer me voldoende pepers te gebruiken om massa te krijgen. Ik sprokkelde vervolgens mijn pepers op de markt bij elkaar. Ik gebruikte twintig lomboks oftewel Spaanse pepers, zeven Madame Jeanettes, drie adjumapepers en één chocoladekleurige, hele hete peper waarvan de naam ik niet ken. Ik hakte ze fijn in de keukenmachine inclusief de zaadjes, het moest per slot een hete saus worden.

Ik hakte drie uien, drie sjalotten en vier tenen knoflook heel fijn en bakte die glazig in zonnenbloemolie in de wok Daarna gingen er de gehakte pepers bij. Ik voegde een eetlepel geraspte gember toe, twee eetlepels sterke tomatenpuree en een half blokje (12,5 gram) garnalenpasta oftewel trassi. Ik liet het geheel nog een minuut of tien bakken op een matig vuur.  De saus in wording voldeed niet helemaal aan wat ik me aan smaak had voorgesteld en ik besloot het over een geheel andere boeg te gooien.

Ellen had de dag daarvoor pruimenjam gemaakt en er was nog een overschot, te weinig om nog een pot mee te vullen. Ik voegde de pruimenjam aan de massa toe, zo’n 250 gram, en als tegenhanger voor het zoet ging er vervolgens het sap van een halve citroen bij.

De smaak begon me aan te staan, maar het was me nog niet pittig genoeg. Ik pepte de boel op met flink wat scheuten gefermenterde vissaus, Nam Plaa, en ik maakte de saus af met zout uit de molen. Ik liet het geheel een goed half uur doorpruttelen, erop lettend dat de zaak zich niet vastzette aan de bodem van de wok (voortdurend roeren dus).

Wat ik nu had was een smakelijke, zoet-zure peperpasta, voor Nederlandse begrippen middelheet. Ik hield voldoende over om twee grote jampotten af te vullen.

Dit eerste experiment verdient navolging, en dat zal ook zeker gebeuren. Het begint me te dagen dat de mogelijkheden nagenoeg eindeloos zijn.

© paul

 

 

Noga, nougat, nux gatum…

nougat echte verse
Al veel te lang ligt de schrijverij op het Ministerie nagenoeg stil. En alle goede voornemens ten spijt schiet het niet echt op met nieuwe artikelen. Niet dat er niks te melden zou zijn, want dat is er wel. Maar op een of andere manier eisten chaos en drukte hun tol. Enfin, laat dit een hernieuwde poging zijn om de draad weer op te pakken.

Onze uitgeklede naam voor het snoepgoed is noga. De échte naam in de westerse wereld is echter nougat, en liefst nog nougat de Montélimar, naar de gelijknamige stad die de bakermat zou zijn van het goedje. De Franse (mogelijk de Occitaanse) benaming is echter weer een afleiding vanuit het Latijn. Nux gatum heet het dan en het betekent niks anders dan notentaart…

Rond het hele Middellandse Zeegebied komt men notentaarten en notentaartachtige snoep tegen, en al heel lang. Er zijn beschrijvingen van receptuur voorhande uit het Bysantijnse Rijk die lijken op de noga zoals wij die kennen. Maar ere wie ere toekomt, de fijne Noord-Europese nougat komt van Montélimar in Zuid-Frankrijk. Op menig zuurstokkentent op onze kermissen zie je het nog trots vermeld staan: Originele Nougat de Montélimar…

De benodigdheden voor noga zijn honing én suiker, geklopt eiwit, geroosterde noten en eventueel gedroogde vruchten. Verder worden er al dan niet natuurlijke kleur- en smaakstoffen in verwerkt. Hoe je de ingrediënten verwerkt bepaalt of je harde of zachte noga krijgt.

Het is een kwestie van smaak, maar die zachte noga, artisanaal gemaakt in een klein atelier, dat levert écht iets op. De brokken die je voor een grijpstuiver koopt in de supermarkt vallen daarbij volkomen in het niet. Heb je eenmaal de smaak van échte noga te pakken, dan wil je nooit meer anders. Échte noga is aardig aan de prijs, maar wat maakt het uit… Van échte noga snoept men nu en dan een brokje, terwijl de industrienoga zich slechts leent om zaksgewijs weg te kanen in tijden van tegenspoed.

De noga van de foto kochten we bij een kleine chef patisseur. Hij stond met zijn kraam trots te wezen op een braderie in het plaatsje Differdange, onder de rook van  Luxemburg-stad. Honing van zijn eigen imker gebruikte hij. En de nootjes waren zelf geroosterd, de eieren biologisch, de kleurstoffen natuurlijk en zo nog een en ander. Het is natuurlijk onmogelijk om dat alles op waarheid te controleren, maar zoveel is zeker, zelden snoepten we zulke lekkere noga…

De foto hieronder schoot Ellen een jaar of tien geleden in Beaune, de Wijnhoofdstad van Bourgondië. Een hele trits pontificaal uitgestalde nougattaarten in de etalage van een stokoude patisserie, midden in het centrum van het stadje. We waren helaas toen niet in de gelegenheid om van de taarten te proeven. Misschien moeten we eens terug…
vakantie augustus 2006 169
© paul

Borlottibonen met spekjes en pepers

borlottibonen

We lopen een beetje achter met de beschrijvingen van eten en drinken, druk de laatste dagen voor mijn vakantie, druk en warm. Gisteren sloten we  in Nuenen het schooljaar af met een solextocht, een wandeling en een gezellig etentje, vandaag mijn eerste vakantiedag!

Deze week aten we nog een keer bonen, borlottibonen ditmaal. Je kunt ze in pot of blik kopen maar het is toch echt veel lekkerder om ze te weken en zelf te koken. Ik maakte ze heel simpel klaar; koken met een bouquet garni van verse kruiden en daarna geserveerd met wat spekjes en gebakken tomaatjes.

  • voor vier personen:
  • 250 gram droge borlottibonen, een ui, stukje wortel en peterselie,selderij,  laurierblad.
  • een stukje gerookt spek
  • 1 fijngesneden ui, 2 teentjes knoflook, ook fijngesneden
  • 1 rode peper, het zaad verwijderen en het vruchtvlees fijnsnijden
  •  8 kleine tomaatjes
  • 4 salieblaadjes
  • peper en zout
  • olijfolie

Week de bonen 24 uur. Ververs het water een keertje. Giet het weekwater weg. Zet de bonen in ruim, koud water op met een bouquet garni van wortel, ui, peterselie, selderij en een blaadje laurier.  Voeg het zout pas toe als de bonen gaar zijn! Kook de bonen zachtjes gaar in ongeveer een uur. Giet ze af en meng er wat zout en olijfolie door.

Bak de stukjes spek lichtbruin. Voeg ui en knoflook toe en laat even meebakken. Doe er dan de tomaatjes en de salie bij en .bak even door tot je een mooie saus hebt.

Doe er dan de gekookte bonen bij en verwarm nog even tot alle smaken mooi gemengd zijn. Dien op met wat versgehakte platte peterselie. Geef er knapperig brood bij en een frisse salade.

En natuurlijk, Espresso toe!

© ellen.

Lombok, Madame Jeanette en nog iets…

pepers
De pepers stonden alweer ruim een week in de koelkast, ze begonnen een beetje in te drogen. Ik had ze gekocht op de Helmondse zaterdagmarkt, ten behoeve van het vage plan om een pepersaus te maken. Ik had evenwel geen idee waar te beginnen, dus sprak ik er Althea opaan. Althea’s moeder maakte tot voor kort nog haar eigen pepersausen en sambals, zoals ze gewend was te doen in haar geboorteland Indonesië.

Althea deed navraag bij haar moeder, en het antwoord beschreef een soort basisrecept. Het leek me een prima uitgangspunt om mijn experiment mee te starten. Wel drukte Althea me op het hart om ruim pepers te gebruiken, anders zou ik uiteindelijk nauwelijks voldoende overhouden om een jampot mee af te kunnen vullen. Zaterdag kocht ik dan overmoedig nog maar een extra zakje pepers op de markt.

Intussen is de saus klaar, ik maakte hem vanmiddag. Ik ben niet ontevreden over deze eerste keer, en ook Ellen kon hem waarderen. Het is iets heel anders geworden dan ik voor ogen had, en ook iets heel anders dan de moeder van Althea moet hebben bedoeld. Maar ja, zo gaan die dingen. Ik zal de saus morgen beschrijven, hopelijk heb ik dan een goede foto.

© paul

De cocotte is kapot…

kaasfondue en salade
Het was vlooienmarktspul, maar daarom niet minder. We hadden het er gisterenavond over hoelang de schaal alweer dienst deed op het Ministerie, we kwamen er niet uit; het moest op z’n minst vijfentwintig jaar zijn. Gisteren dan diende hij voor het laatst zijn meesters als tafelgenoot, de cocotte mocht hierna nog van en tweede leven genieten als bloempot.

Dit soort aardewerk is geschikt om te gebruiken in de oven, maar de schaal kan ook op het open vuur. We gebruikten hem om kleine stoofpotjes te maken, maar ook om een salade in op te dienen. Hij was dekschaal voor groenten en aardappelen en soms werd-ie volgepropt met brood. Maar bovenal toonde de cocotte zijn waarde als drager van de notoire kaasfondue

De vaste lezer heeft door de jaren heen wel meegekregen dat dat gerecht hier met enige regelmaat op tafel verschijnt. We gebruiken er twee cocottes voor, allebei aardewerk. De groene pot heeft een grotere doorsnee maar is lager, terwijl deze hier juist een kleinere middellijn heeft, maar een veel hogere rand. Op zich hebben we geen voorkeur, we gebruiken de cocottes willekeurig door elkaar.

Op de groene pot zit sleet, maar deze hier is echt op. Craquelé had-ie altijd al, en scheuren zaten er allang in. Maar nu zijn de scheuren echt door en door. Het ding is niet meer te gebruiken op het vuur of in de oven.

Ik zocht een beetje op internet naar eventuele vervanging, ik probeerde op merk te zoeken maar vond niets terug.  En verder zijn nieuwe spullen zijn vaak minder mooi en de prijzen liegen er niet om. Nee, dat wordt weer vlooienmarkten bezoeken. Ik stel het me bij deze als vakantietaak. In België en Frankrijk kom je het spul nog vaak tegen, in tegenstelling tot Nederland, waar dit soort aardewerk al generaties lang niet meer wordt gebruikt in de keuken.

Adieu cocotte, het ga je goed als bloempot…

© paul
kaasfondue en salade

 

Tomaatjes uit de oven…

gegrilde tomaatjesmet verse knoflook
Er zijn van die zaken die je een tijd lang als favoriet gerecht koestert; je eet het vaak en denkt dat dat altijd zo zal blijven. Tot de geliefde kost van je dis verdwijnt en in de vergetelheid raakt. Was je het tegengegeten? Nee… Het gebeurt en je hebt er geen verklaring voor.

Het geldt bijvoorbeeld voor die gegrilde tomaatjes. Een kostelijk gerecht, tijdenlang een begeleider bij vele van onze lunch- en avondmaaltijden. En zo snel en gemakkelijk te maken…

Verwarm de oven voor op 180 graden. Kies voor goede kleine tomaatjes. Meng fijngehakte knoflook door wat olijfolie en voeg er peper en zout uit de molen bij. Leg de tomaatjes in een ovenschaal en giet het oliemengsel erover. Zorg dat de huid van de tomaatjes bedekt is met een filmlaagje olie. Prik met een vork in de tomaatjes en schuif de schotel dan in de oven. Na 10 minuten is je groentegerecht klaar. Zo simpel is dat en zo snel gaat het…

We aten de tomaatjes bij een schotel van cannelloni, gevuld met de restjes kalfsvlees met kappers en ansjovis.

Een glas witte wijn uit Slovenië erbij en espresso toe…

© paul

 

kalfsvlees met ansjovis en kappertjes

kalfsvlees met ansjovis en kappertjes
Het was erg rustig aan onze zaterdagse borreltafel; Vriend Jan had natuurlijk wel wat beters te doen nu Ans weer thuis is, De Keizer van Monera zocht al vroeg een plaatsje om de voetbalwedstrijd te gaan kijken, De Jongste Bediende bezocht een concert van Phileutonia en Marleen moest ook nog van alles regelen voor de wedstrijd begon. Ik bedacht al vroeg op de dag dat ik het deze zaterdag maar heel simpel moest houden, een klein stoofpotje voor vier personen zou genoeg zijn. Lamsvlees, dat zou mooi zijn. Helaas, de lammetjes zijn nog klein en er is op dit moment niet zoveel aanbod. Bij onze vaste Slagerij Sabir was al het lamsvlees al op. Ik kocht dan maar kalfsvlees en maakte het klaar op de manier ik vaak voor lamsvlees stoofpotjes gebruik; met ansjovisjes en kappertjes.

Veel mensen schrikken terug voor het gebruik van ansjovisjes, geen paniek, deze visjes zijn wel zout maar lossen helemaal op in de saus en geven er een mooie ronde smaak aan.

  • Voor ruim vier personen: ( wij hielden nog een portie over, daarover later meer)
  • 1200 gram kalfsvlees in dobbelstenen gesneden
  • wat boter
  • 2 kruidnagelen
  • 2 laurierblaadjes
  • 2 kleine uien, fijn gesneden
  • 2 teentjes verse knoflook, geplet en fijngehakt
  • 1/2 theelepel gemalen foelie
  • 2 eetlepels gehakte basilicum
  • 4 ansjovisfilets, fijngehakt
  • 2 eetlepels kappertjes ( uit een potje)
  • 1 glas witte wijn
  • 1/2 citroen, in dunne partjes gesneden, de pitten verwijderen

Verhit de olie in een grote braadpan en bak daarin de ui met de knoflook lichtbruin. Haal ze uit de pan en bak in dezelfde pan de stukjes kalfsvlees even aan. Voeg ui en knoflook weer toe en blus af met de witte wijn. Doe nu de kruiden erbij en laat het geheel ongeveer 1 uur zachtjes stoven. Voeg eventueel wat bouillon toe.
Doe er dan de partjes citroen, de ansjovis, basilicum en kappertjes bij en laat alles nog zo’n 10 minuten stoven.

Wij aten er pasta bij en gestoomde broccoli.

Kopje espresso toe!

© ellen.

Santiagotaartsjabloon…

image
Spanjaarden zijn gek op amandelen. Je vindt die nootjes terug in allerhande recepten, en vooral dan bij de bereiding van gebak, in de vorm van amandelmeel. Ellen heeft de gewoonte om amandelmeel te gebruiken al lang geleden geadopteerd. Ze maakt er chocoladetaarten mee, sinaasappeltaarten, of taartjes met amarenekersen. Ellen maalt het amandelmeel zelf. Ze gebruikt amandelschaafsel, ingekocht in grootverpakking. Het voordeel van zelf malen is dat je ten allen tijde kunt bepalen hoe grof of fijn je meel zal zijn.

In en om Santiago de Compostella is een taart in zwang die, hoe kan het anders, Tarta de Santiago heet. Ook die wordt gemaakt met amandelmeel. Het probleem met de taart is dat met name de bodem een a typische bereidingsvorm vereist. De recepten die je vindt spreken vervolgens elkaar allemaal tegen en elke auteur claimt de enig juiste taart te beschrijven. De taart behoort tot het werelderfgoed van de UNESCO.

Ellen probeerde een paar manieren uit, ze gebruikte de recepten van niet de minste kookschrijvers, maar ze was niet tevreden over het resultaat. Door de drukte van de laatste tijd werd het taartenbakken tijdelijk stopgezet. Gekscherend liet ze de Pelgrims naar Santiago weten dat ze niet verder kon met de taarten omdat het haar ontbeerde aan de juiste sjablonen.

Die Santiagotaarten worden namelijk bestoven met poedersuiker, er dient een heuse laag op te liggen. Wanneer je nu het sjabloon van het Jacobskruis op de taart legt en het na het bepoederen voorzichtig verwijderd, krijg je de afbeelding van het kruis te zien in een bruine kleur, de kleur van de taart. Het steekt prachtig af tegen het blank van de suiker.

Je kunt zo’n sjabloon zelf gaan zitten knutselen, maar in Spanje zijn metalen exemplaren te krijgen, voorzien van een handig haakje om ze van de bepoederde taart te wippen.

Tot onze verrassing hadden de pelgrims een paar sjablonen voor het Ministerie meegebracht; échte, van metaal, uit Spanje. Enfin, je begrijpt dat er nu nog nauwelijks obstakels zijn  die het taartenbakken mogen frustreren. Zo gauw het eerste exemplaar toonbaar is zul je het op deze web site zien.

© paul