Welkom bij het Ministerie…

Featured

Een website over Eten, Drinken en Andere genoegens…                                          In 1999 schreef ik een jaar lang elke dag op wat we aten, dronken en alles wat daarmee te maken had.
Ik wilde zo voor mezelf het laatste jaar van de Twintigste Eeuw vastleggen. 
Dat bleek al snel een verslaving en na 1999 ging ik dan ook door met het schrijven van mijn kookdagboek. Stapels schriftjes schreef ik vol, tot ik in augustus 2005 de digitale mogelijkheden ontdekte van een website. Vanaf die tijd schrijf ik, samen met mijn partner Paul, op deze website over eten, drinken en andere genoegens.

Hoe zat het met het Kerstmenu?..

Het menu...

Hoe zat het nou met dat Kerstmenu? Verschillende lezers vroegen er bij herhaling om en ik voel me verplicht te antwoorden. Maar ook omwille van de archief-functie van deze website dien ik het menu te beschrijven; we gingen in het verleden wat al te lichtzinnig om met het archiveren van die Feestmaaltijden en vaak waren er ook geen geschikte foto’s. Slechts met kunst en vliegwerk, oude menukaarten en het herinneringsvermogen van de vrienden en vriendinnen valt een en ander van vroeger jaren te reconstrueren, en soms lukt het in het geheel niet! Vandaar…

De lettertjes op de foto zijn nauwelijks te lezen. Met wat internetgestunt zou je de foto op kunnen blazen zodat de tekst duidelijker wordt, maar dat gedoe wil ik je niet aandoen lezer. Ik tik het menu wel uit…

 

Gravlax met mierikswortelsaus.

Heldere bouillon met verse tuinkruiden.

Gekonfijte eendenbout met rode portsaus.

Aardappelpuree, Rode kool met cassis, Spruitjes met amandelen, Kerstpeertjes.

Drie rauwmelkse kazen en Muskaatdruiven.

Chocolademouse.

Kop espresso en diverse spiritualiën.

De basis van het Gravlax-recept was biologische zalm, gekweekt ergens in de Atlantische oceaan. We kochten hem bij onze vaste vishandelaar op Helmond markt. Het oorspronkelijk recept kwam van de Engelse BBC-kok Rick Stein en Ellen paste een en ander aan aan haar eigen smaak en goesting. De rauwe zalm mocht achtenveertig uur marineren en was na die tijd zacht, gaar en heel smakelijk. De saus van vers geraspte mierikswortel, kruiderij en room mocht geruime tijd rijpen zodat de smaken zich konden zetten.

De bouillon werd getrokken van biologische leghennen uit Friesland. Geweldige kippen zijn dat. Als leverancier van snel-snel-filetjes zijn ze niet geschikt. Maar voor soep en stoof zijn de dames subliem. De verse kruiderij bestond voor een belangrijk deel uit kervel.

Je zou je eendenpootjes zelf kunnen konfijten, we hebben het wel eens gedaan. Dat garen van die pootjes in eenden- of ganzenvet is echter nogal wat werk en het vergt tijd. Maar er wordt prima kant-en-klaar gekonfijt vlees aangeboden in de levensmiddelenhandel wisten we uit ervaring. We besloten tot de gemakkelijke optie en kochten ons vlees gegaard en gebruiksklaar in. Ze kwamen uit de Sud-Ouest, die pootjes, het zuidwesten van Frankrijk.

Een klassieke zondagse aardappelpuree werd erbij geserveerd (aardappel, boter, room, ei, nootmuskaat).  Verder kwamen er nog spruiten op tafel; eenvoudig gekookt, bedropen met boter en bestrooid met geroosterde amandelen. Simpel maar effectief.

De rode kool was geschonken goed. Onze groenteboer op Helmond markt vond dat we al genoeg aan groenten hadden ingekocht en buiten dat was hij toe aan zijn rol als Kerstman. Hij had voor elke vaste klant wel een kadotje, ons schonk hij twee koolkoppen van elk vier kilo. Bij het afscheid riep hij nog vaderlijk na: Pas bij het raspen op voor uw vingers, vrouwke… Enfin, schoongemaakt leverden die twee giganten een teil van zes kilo rode kool. Veel te veel natuurlijk, maar geen nood. De restanten werden verpakt in handzame plastic bakjes en eenieder die wilde kon een portie mee naar huis nemen. Het overschot vond gretig aftrek. Ellen zal de kool nog beschrijven, dat was-ie dubbel en dwars waard.

De peertjes vormen een apart hoofdstuk, Ellen zal ze nog beschrijven. Wilde Giezerman, zo heten die stoofpeertjes De taak die Ellen zichzelf stelde was dat ze als geen ander de eend konden begeleiden en tegelijk herinneringen op zouden roepen aan een klassieke (lees Engelse) kerst. Gestoofd in een vloeistof van port, rode wijn en crème de cassis met smaakmakers als vanille, steranijs, kaneel en suiker. Het resultaat was ernaar…

De rauwmelkse kazen kwamen van de betere affineur. Er was Brie-de-Meaux uit L’Îles de France, een gerijpte bergkaas uit de Franche-Comté en een pittige blauwschimmelkaas uit hartje Frankrijk. Allemaal AOC-kazen, allemaal ongepasteuriseerd, stevig, vol en uitgesproken van smaak. Simpele schijfjes stokbrood erbij. Geen opdringerige crackers, vijgenbroden of andere knutsels. Het ging om de kaas… Muskaatdruiven, die mochten erbij, en voor de liefhebber een walnoot. Op het laatste moment werd er nog een brok getruffeerde Brillat Savarain aan de plank(en) toegevoegd. Zo’n heerlijk zacht en wollig kaasje, geurend naar een bospad in de late natte herfst. Enfin…

De chocolademousse was klassiek. Ellen had best een andere toespijs gewild, maar de goegemeente is zo verslingerd aan dit toetje dat ze zwichtte voor de talloze smeekbeden. Chocolademousse moest het worden.

Naast de espresso (van bonen van Cook & Boon) serveerden we ook potten thee. Daarbij: Cognac, Armagnac, Port, Cointreau.

De maaltijd werd besproeid met… Het is een gekende uitdrukking, maar toch ook een rare. Want je denkt toch niet dat we met z’n allen een beetje gingen zitten sproeien met onze nobele wijnen? Nee hoor, we dronken met eerbied (en later op de avond een pietsje gulzig). Witte wijn uit Bourgondië, een Hautes-Côtes de Beaune van het wijnhuis Bouchard Aîné & Fils, jaargang 2015. En voor bij de eend een rode wijn, min of meer uit de buurt van herkomst: een stevige Corbières uit 2014, Les Hautes Castelmaure.

Voor de liefhebbers lagen er Speciaalbieren koud en voor een enkeling een pijpje Bavaria. En dat was het dan wel…

Terwijl wij met z’n allen genoten van de maaltijd waren we life getuige van de bereiding van een Linzenschotel, in Manchester, daar in het noorden van het Verdorven Albion. Maar daarover later…

© paul

Gelukkig Nieuwjaar…

Van Marleen...
Het jaar is alweer twee dagen oud, wat gaat de tijd snel…

Terugblikken op het voorbije jaar zou een goede gewoonte zijn, maar we gaan dat nu niet doen. En de toekomst voorspellen is dan wel een aardig tijdverdrijf, uiteindelijk levert ook dat niet veel op.

Maar zoveel is zeker: Ik maak aanspraak op mijn pensioen, is het niet in augustus, dan toch zeker vanaf september van dit jaar. En ook Ellen denkt er sterk over om haar pabo-lier aan de wilgen te hangen. Het is mooi geweest…

En zoveel is zeker: we zullen Bourgondië bezoeken, is het niet in het voorjaar, dan toch zeker in het najaar. Maar liefst allebei.

En zoveel is zeker: we blijven deze website vullen met verhaaltjes, recepten, gedachten.

En zoveel is zeker: wij wensen jullie allemaal een goed en voorspoedig 2018 toe.

Gelukkig Nieuwjaar.

Ellen Paul

 

 

Paling in het groen

  • IMG_4455Het was weer een geweldige kerst! We hebben heerlijk gegeten, gezongen, geskypt met de meiden in Manchester en eindeloos cadeautjes uitgepakt… Daarover later meer… Ieder jaar vallen we dan samen in een groot gat; alles is gepoetst, de tafels en stoelen zijn weer terug naar waar ze thuishoren enzovoorts, enzovoorts… En dan de vraag ‘wat zullen we eten vandaag?’ Meestal ben ik dagen zo druk met de zorgen voor het hele gezelschap dat er van ons tweedekerstdageten niets terechtkomt; een hapje hier, wat sneukelen daar en de dag is om. Dit jaar was het even anders. We kochten bij de Helmondse palingkwekerij wat gerookte paling (misschien al voor zo’n sneukelhapje) én rauwe paling, schoongemaakt en zonder huid, diepgevroren, ongeveer een pond per verpakking. De paling ging in de diepvries voor ‘later’. Vanmorgen bedacht ik dat deze paling ons tweede kerstdagmaal zou worden. Paling in het groen, mijn moeder maakte het vroeger met de paling die mijn vader ‘gevangen’ had. Als kind was ik er al dol op. Jaren niet meer gegeten. Je kunt eigenlijk nergens meer paling kopen maar de palingkwekerij op de Rijpelenberg in Helmond biedt uitkomst. Ze kweken, naar ze zelf zeggen ‘duurzame’ paling. Ik ga het nog precies uitzoeken hoe ‘duurzaam’ dat allemaal is, maar voor deze keer nemen wij genoegen met een portie ‘onwetenheid’. Recepten voor paling in het groen zijn er heel veel. Hoe mijn moeder het precies vroeger maakte weet ik niet, en in de zomer zijn er natuurlijk veel meer verse groene kruiden te plukken maar dit is mijn winter versie:IMG_4457
  • 500 gram rauwe paling, zonder vel, schoongemaakt in stukken gesneden van ongeveer 6 á 7 centimeter
  • klontje boter
  • 1 sjalot, heel fijngesneden
  • 1 teentje knoflook, fijngehakt en geplet
  • 300 ml visbouillon
  • 1 glas witte wijn
  • 2 eidooiers
  • peper en zout
  • 100 gram kervel ( diepvries)
  • 100 gram kleine spinazieblaadjes
  • twee eetlepels dille, fijngehakt
  • 2 eetlepels platte peterselie, fijngehakt
  • een paar blaadjes basilicum, fijngehakt
  • gebruik verder zoveel groene kruiden als je kunt vinden, maar deze tijd van het jaar is dat wat moeilijk, wij deden het hier mee.
  • een paar schijfjes citroen.

Smelt de boter in een ruime pan en smoor de sjalotten met de knoflook zachtjes gaar. Doe de stukken paling er bij en smoor even zachtjes. Doe er dan de visbouillon bij en de witte wijn. Breng aan de kook en pocheer de paling in ongeveer 15 minuten op een heel laag vuur gaar. Haal de stukken paling uit de pan en houd ze warm. Doe de spinazie samen met twee grote lepels van het kookvocht in de blender en maal dat heel fijn. Voeg dat bij de bouillon, samen met de rest van de groene kruiden. Verwarm nog even tot het kookpunt en klop de eidooiers door de saus. Proef en breng verder op smaak met wat citroensap, peper en zout. Haal de pan van het vuur en leg de stukken paling terug in de saus. Serveer meteen met wat gekookte aardappeltjes (of, zoals wij vandaag met wat overgebleven aardappelpuree) en een schijfje citroen. Een waardig tweede kerstdag maaltje.

Kopje espresso toe, met een glas Armagnac en een overgebleven bonbon!

Kerstmaal 2017…

Afwas...
Om nou te spreken van een writer’s block doet een beetje pretentieus aan, maar op de een of andere manier kwam het er gewoonweg (en voor lange tijd) niet van om hier te publiceren. Enfin, laat ik een poging doen om de artikelenstroom weer wat op gang te brengen…

Het Kerstdiner is klaar! Dat wil zeggen, in concept is het klaar. De recepten zijn uitgeschreven, de hoeveelheden ingrediënten berekend en de tijdplanning voor de bereidingen klopt.

Vandeweek  schaften we de eerste (langer houdbare) zaken aan en deze ochtend scharrelden Jeanne en Ellen de bulk van de ingrediënten voor de diverse gerechten bij elkaar. Straks slaan we de versspullen in op de Zaterdagmarkt in Helmond en daarna kan de eerste kooksessie beginnen.

Zoals ieder jaar ontvangen we een hoop gasten; met z’n achttienen zijn we dit maal. En om iedereen een fatsoenlijk plaatsje aan tafel te verschaffen dient de woonkamer te worden verbouwd. Ellen en ik hebben daar evenwel nauwelijks omkijken naar.

Zoals elk jaar werkt Marleen schema’s uit waarin aangegeven wordt wat van wie verwacht wordt: wie poetst het zilver, wie verplaatst de kerstboom, wie ruimt de woonkamer uit en wie ruimt de woonkamer in. Wie haalt tafels op en wie de stoelen, wie stofzuigt er en wie slingert een dweil over de vloer. En dan in een later stadium: wie wast er af, wie ruimt er op, wie verhuist de spullen weer terug naar de plaats van herkomst en wie richt onze woonkamer weer terug in, zodat het Tweede Kerstdag lijkt alsof er niets gebeurde in de afgelopen dagen. Het werkt prima, zo’n schema. Nagenoeg alle gasten zijn op een of andere manier betrokken bij de werkzaamheden, maar omdat de verdeling gespreid is kost het eenieder slechts een beetje van zijn of haar tijd. En Ellen en ik hebben alle ruimte en tijd om ons om het eten te bekommeren.

De bereiding van de maaltijd houden we traditiegetrouw bij onszelf. Dat werkt veel beter dan allerhand volk een taakje geven. Je moet dan namelijk ook eenieder voortdurend aansturen, en uiteindelijk doe je toch alles zelf. Wel rekenen we (ook dat is traditie) op Julia. Zij is onze steun en toeverlaat achter de kookpotten, en dat al járen…

Hoe het Kerstdiner is samengesteld blijft nog even geheim. Ik zou het je best willen vertellen, maar onze gasten lezen de artikelen op dit weblog ook, en dan zou de verrassing er dus af zijn. Het komt nog wel lezer, het komt nog wel.

Voor nu een gepaste groet vanaf het Ministerie en veel succes toegewenst met de bereiding van je Kerstdiner.

© paul

Fratello & Sorella; Met tonijn gevulde minipaprika’s.

Peperoni ripieni di tonno...Ik schreef hier al eerder over Frans en Karin van Munster, zij hadden een rubriek in Vrij Nederland waarin ze van gedachten wisselden over eten in Italie. Ik maakte regelmatig een van de in deze rubriek beschreven recepten. Ik was dus ook meteen enthousiast toen ik zag dat de correspondentie tussen broer en zus nu ook in boekvorm te koop is. “Fratello & Sorella, over Italië, koken en lekker eten” is de titel van dit aardige boekje. Broer Frans schrijft vanuit Puglia naar zijn zus in Nederland. Ze wisselen vragen over eten en recepten uit en het leest als een roman. Heerlijk te lezen in deze donkere dagen over grote feesten, varkens die geslacht en keurig verwerkt worden, de olijvenpluk en ga zo maar door. Het boek is opgedeeld in de maanden van het jaar, dus kook je mooi met de seizoenen mee. Van harte aanbevolen dit boek! Ik maakte meteen maar één van de recepten: met tonijn gevulde minipaprika’s, een smakelijke anti pasta. Helemaal precies een recept volgen doe ik zelden dus ongeveer zoals in het boek staat.

  • 1 blikje tonijn(of andere vis, makreel, sardientjes, zie maar)
  • ongeveer 10 minipaprikaatjes
  • 2 sneetjes wit brood, zonder korst
  • 4 ansjovisfilets, fijngehakt
  • 2 tenen knoflook, fijngesnipperd
  • een handvol gehakte platte peterselie
  • 2 eetlepels kappertjes, fijngehakt
  • 1 eidooier
  • 1 handjevol olijven zonder pit, fijngehakt

Verhit de oven tot 170 graden.Was de paprika’s, snijd het kapje met het steeltje er af en haal de zaadjes er uit. Blancheer de paprika’s ongeveer 5 minuten in gezouten water en spoel ze dan af onder koud water. ...
Maak de sneden brood nat met wat water en verkruimel ze. Doe het brood in een kom en voeg de uitgelekte tonijn er bij. Prak de ingrediënten met een vork en roer er dan de kappertjes, ansjovis, peterselie, olijven, knoflook en de eidooier door. Meng alles goed door elkaar. Je kunt een keukenmachine gebruiken en alles heel fijn malen, je kunt het ook wat grover houden. Ik prefereer een wat grovere vulling waar nog wat herkenbare stukjes in te zien zijn. Vul de paprika’s met het mengsel, leg het kapje er op en leg ze in een ovenschaal. Zet de schaal in de oven en laat de paprikaatjes in ongeveer 40 minuten goudbruin en zacht worden.

Lekker met een glas witte wijn.

Fratello & Sorella. Frans en Karin van Munster. Prometheus, Amsterdam 2017. 9789044634082. € 22,50.

© ellen.

Spaans konijn voor sombere dagen…

Spaans konijnHet regent hier nu al twee dagen bijna aan één stuk door, zelfs Hond Jaros wil liever niet naar buiten ( Spaanse Hond, houdt van mooi zonnig weer). Ik wil, als het even niet nodig is, ook niet naar buiten. Zelfs de dagelijkse boodschappen, voor mij meestal toch een soort ‘funshoppen’ konden me vandaag niet bekoren. Verkouden, snifferig… en dat alsmaar opnieuw. Ze noemen het in de moderne volksmond  ‘Opa en Oma verkoudheid’. Zo’n schatje van een kleinkind gaat naar de crèche, peuterspeelzaal of hoe het ook heten mag. Daar zitten al die schatjes samen te snotneuzen en steken elkaar keer op keer aan. Na het bezoek aan crèche of hoe dat ook heet komen ze lekker tosties of soep, of mosselen eten bij opa en oma en niezen vrolijk in de rondte… Tja, zo bouwen kinderen na een tijdje een prima afweerstelsel op, niks mis mee. Behalve dan dat Het Schatje ons meesleept in zijn afweeropbouw, snotter, snotter… En dan dat weer ook nog, regen, regen en nog eens regen. Ons Kind schijnt dat alles niet te deren, ze belde vandaag vrolijk op: Of ze het ‘Schatje Jop’ even mocht stallen, hij is nog wat verkouden en het regent zo…’ De deal was gesloten, ons Kind stalde haar kind en deed in ruil daarvoor mijn boodschappen. Ik speelde met Jop met het kasteel, de boerderij en de dieren en we keken een filmpje van de boterhamshow of zoiets, gezellig in een warm huis terwijl Jops moeder door de regen ons dagelijks brood ging kopen. Voor het avondmaal was alles al in huis. Konijn had ik voor vandaag bedacht, maar hoe. Het ligt dan voor de hand om een zware stoofpot te maken met Vlaamse bieren, wortelen en uien maar ik besloot om er vandaag vanwege al die regen maar een mooie mediterrane draai aan te geven. Het weer is al somber genoeg; Zon op je bord!

  • voor twee personen:
  • 2 achterbouten van een tam konijn, ingewreven met peper en zout
  • wat olijfolie
  • 2 sjalotjes, fijn gesneden
  • 2 tenen knoflook, geplet en fijngehakt
  • 50 gram spaanse ham, in kleine stukjes gesneden
  • 2 worteltjes, in fijne blokjes
  • 1 flinke stengel bleekselderij, in fijne blokjes
  • een glas droge witte wijn
  • een kleine theelepel venkelzaad, even geroosterd en in de vijzel gestampt
  • wat chilivlokken naar behoefte
  • een plukje tijm
  • een plukje saffraan, even geweekt in een deel van de witte wijn
  • een glas witte wijn
  • een half blikje tomatenblokjes
  • een lepel tomatenpuree
  • een paar vastkokende aardappelen, geschild en in blokjes gesneden
  • twee eetlepels kleine zwarte olijfjes zonder pit
  • 1 eetlepel gehakte verse platte peterselie

Verhit de olijfolie in een pan met dikke bodem en braad de konijnbouten rondom mooi lichtbruin. Voeg sjalot, knoflook, stukjes ham , wortel en selder toe en fruit ze even zachtjes mee. Blus dan af met de witte wijn. Voeg de saffraan toe en venkelzaad, tijm, chilivlokken en tomatenpuree. roer even goed om, doe er de tomatenblokjes bij en laat het geheel ongeveer 1 1/2 uur zachtjes garen. Doe er dan de olijfjes en de aardappelstukjes bij. Sudder tot de aardappels gaar zijn. Als de saus nog erg dun is even doorstoven met de deksel van de pan af. Vrolijk nog even verder op door de gehakte peterselie toe te voegen.

Serveer met wat knapperig stokbrood.

Kopje espresso toe!

© ellen.

 

Bourgondische hazenbout

Bourgondische haas...Het was even stil hier, gewoon teveel andere zaken die ons bezighouden, niet dat we niets gegeten of gedronken hebben. Het tegendeel… Tijd dus voor een update van wat er zoal op het Ministerie op de borden lag. Tijdens onze vakantie in Bourgondie kochten we allerlei lekkers om er hier de winter mee door te brengen; natuurlijk rode en witte wijn, maar ook potten rilettes, patê, geconfijte eendenpootjes en die typische kruidkoek Pain d’Epice. Een soort kruidkoek die wij hier ook wel kennen, de Bourgondische koek bevat veel honing en is daardoor misschien wat zoeter dan de Nederlandse variant. Men verwerkt de koek daar in zowel hartige als zoete gerechten. Ik at ergens een mooi dessert met deze koek; een bolletje cassis-ijs op een plakje koek, een peertje gestoofd in cassislikeur afgewerkt met crumbel van deze koek. Mooi nagerecht, ga ik binnenkort maken! Gisteren gebruikte ik de koek als bindmiddel voor de saus. Bij de Hanospoelier kocht ik hazenbouten en het leek me lekker om de bouten klaar te maken met de ‘Bourgondische’ boodschappen. Kruidkoek als vroeger...

  • Voor twee personen
  • 2 hazenbouten ontvliesd, ingewreven met peper en zout
  • wat boter
  • een flink glas rode wijn (ik gebruikte Irancy)
  • wat bouillon
  • 1 sjalot, fijngesneden
  • 2 kleine wortelen, in kleine stukjes
  • 2 kruidnagels
  • 5 jeneverbessen
  • wat tijm
  • 300 gram verse zilveruitjes
  • 2 plakjes kruidkoek

Verwarm de boter en braad de hazenbouten rondom aan. Voeg de sjalot en wortel er bij en braad ze even mee. Blus dan af met de rode wijn en voeg de bouillon en de kruiden toe. Laat de bouten nu op een heel laag vuurtje zachtjes garen. Moeilijk te zeggen hoe lang dit duurt, Dat is afhankelijk van de leeftijd/kwaliteit van het vlees, maar reken zeker op 2 uur. Voeg dan de zilveruitjes toe en laat die mooi beetgaar stoven. Haal dan de bouten uit de pan en houd ze warm. Brokkel de kruidkoek in de saus en roer goed tot je een mooie gebonden saus hebt. Dien snel op met een mooi glas Bourgogne erbij.

Kopje espresso toe!

© ellen.

In afwachting van: Rata rapide…

Rata rapide (pommes au lard)...

Het boek heet À LA SOUPE! Le repas du poilu. Het bevat een verhandeling over eten en koken in en om de Franse loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Ik ben al dagen bezig aan een artikeltje over de publicatie, maar ik kan er geen fatsoenlijk einde aan breien. En dat is jammer, want ik had je het artikel willen presenteren op de dag dat het precies 99 jaar geleden was dat de Grande Guerre, die verwoestende Eerste Wereldoorlog, beëindigd werd, op 11 november 1918. Je mag nu dus nog een dag of wat op wachten op mijn schrijfsel.

Wel heb ik al gekookt uit het boek, er staan namelijk ook recepten in. Het rata rapide mag vrij vertaald worden met ratjetoe-snel-klaar. Het is een eenvoudig gerecht van aardappelen, spek en uien, en het levert een voor die tijd volledige maaltijd op. In 1914 ging men ervan uit dat een maaltijd compleet was wanneer die de componenten eiwit, koolhydraten en vetstof bevatte. Ik beschrijf het recept voor vier personen, zelf maakte ik een kleinere hoeveelheid klaar.

  • 2 kilo vastkokende aardappelen,
  • 100 gram gerookt spek,
  • 1 grote ui,
  • water,
  • peper en zout.

Schil de aardappelen, snijd ze in schijven en kook ze min of meer gaar. Snijd het spek in kleine dobbelsteentjes. Hak de ui in dunne ringen. Laat vervolgens het spek in een stoofpan uitsmelten en doe er dan de uien bij. Laat de ui op een middelhoog vuur glazig worden. Vervolgens worden de aardappelen toegevoegd en voorzichtig, maar grondig omgeschept. Daarna gaat er zoveel water bij dat het geheel nét onderstaat. Breng op smaak met wat peper en eventueel zout. De zaak mag stoven op een niet te laag vuur, zodat een deel van de vloeistof kan verdampen. Na een minuut of vijftien is je potje klaar, de ingrediënten drijven in een mooie dikke sausachtige bouillon. Dien heet op…modelbouwtentoonstelling Ethe (Gaume)

  • Opmerkingen:
  • Twee kilo aardappelen is niet niks, je kunt gewoon wat minder nemen.
  • Ons spek is over het algemeen minder vet dan dat van 100 jaar geleden, ik moest wat extra boter toevoegen om de uien mee te kunnen bakken. Let overigens op met extra zout, je spek is al gezouten. En heb je de aardappelen gekookt in gezouten water dan hoef je in het geheel geen zout meer te gebruiken.
  • Houd de vloeistof in de gaten.
  • Het gerecht is gemaakt naar basisrecept. In alle keukens van de Eerste Wereldoorlog ging men ervan uit dat soldaten hun maaltje zelf wel opleukten. Dat heb ik ook gedaan.
  • Stel je voor: die ene verdwaalde Waalse soldaat die je Franse regiment was komen versterken bracht van thuis een zak Plate de Florenville mee. Nou, dan konden ze op het hoofdkwartier toch mooi hun varkensaardappelen zelf houden. En dat ranzige spek trouwens ook, want Jean uit de Gers had van zijn schoonvader een zij van het prachtigste spek meegekregen. Ongeblutste uien waren er wel te krijgen bij een vrouwtje dat met groente ventte, achter de linie. Misschien verkocht ze zelfs wel sjalotjes. Het zout kwam gewoon van de regimentsveldkeuken, maar de peper was van Pierre. Hij had wel een kwartpond op voorraad. Jammer alleen dat Jérôme uit Bourgondië op verlof was, naar de verse peterselie kon je dit maal wel fluiten.
  • Poilu uit de titel van het boek is de algemene benaming van de Franse infanteriesoldaat. Het betekent letterlijk: de Behaarde

© paul

Voor dit stukje maakte ik gebruik van mijn artikel van 20 maart 2015.

Kroketjes van grijze garnalen…

IMG_4156Al wéken zeuren we bij de vishandelaar om garnalen, ongepelde grijze garnaaltjes… “Nee mevrouw, ik koop ze niet in. Véél te duur. Het aanbod is te klein en ze vragen wurgprijzen op de veiling”. Jammer, en hoe langer er nee verkocht werd, hoe meer zin we kregen in die kleine grijze garnaaltjes… Zaterdag, eindelijk… een grote bak vol ongepelde garnaaltjes, tegen een redelijke prijs! We namen een kilo mee naar huis en Paul pelde ze meteen onder het luisteren naar een mooi radioprogramma. Een saai werkje, maar met iets leuks op de radio of een mooie cd is dat helemaal niet erg. De beloning is groots!  Je hebt heerlijke garnalen, die niet op en neer naar Marokko gevlogen zijn, garnalen zonder rare conserveringsmiddelen én, je hebt een bak met kostbare schillen! Bij de Sligro en Hanos horeca-groothandel kan je die schillen kópen, diepvries weliswaar, maar toch, te koop, zakken met schillen! Voor luie koks die geen tijd hebben om te pellen en toch die schillen nodig hebben om fantastische sauzen te maken. Goed, zelf pellen dus die mooie Hollandse garnaaltjes! En Bewaar die schillen! Maak er zo’n  fantastische bisque mee!

  • Voor de bisque:
  • 1 kilo ongepelde grijze garnalen (zelf pellen en dan houd je ongeveer 300 tot 350 gram garnalen over)
  • 10 gram roomboter
  • 300 ml water
  • 1 sjalotje, fijngesneden

 

Pel de garnalen en bewaar de schillen. Fruit het sjalotje in de boter even aan, voeg de garnalenschillen toe en het water. Breng aan de kook en laat even trekken. Giet de bouillon door een zeef en vang het vocht op. Gooi de garnalenschillen weg.

  • De roux
  • 80 gram roomboter
  • 100 gram bloem
  • 250 gram melk
  • 250 gram garnalenbouillon
  • 2 blaadjes gelatine, geweekt in koud water
  • 2 eidooiers
  • 50 gram room
  • witte peper
  • zout
  • cayennepeper
  • een paar druppeltjes tabasco
  • een eetlepel fijngehakte platte peterselie
  • rasp van een halve citroen
  • 350 gram garnalen, dat is wat je ongeveer overhoud van een kilo ongepelde garnalen
  • paneermeel
  • 5 eiwitten
  • 10 gram bloem
  • olie om te frituren
  • krulpeterselie om te garneren

Smelt voor de roux de boter in een pan met dikke bodem. Roer met een garde de bloem erdoor. Laat even doorgaren en giet er dan geleidelijk de bouillon en de melk bij. Laat de ragout al roerend even doorkoken tot de bloem gaar is. Je kunt zien dat de bloem gaar is als het mengsel glanst. Haal de pan dan van het vuur en roer er de uitgeknepen blaadjes gelatine door. Klop de dooiers los met de room en voeg dit mengsel bij de ragout. Breng het mengsel op smaak met peper, zout, cayennepeper, tabasco en citroenrasp. Roer er tot slot de garnalen door en de gehakte peterselie. Schep de ragout op een platte schaal en dek meteen af met plasticfolie. Laat de massa een nacht in de koelkast opstijven.  IMG_4155

Schep bolletjes van ongeveer 60 gram. Klop de eiwitten los en roer er de bloem door. Haal de kroketten door het eiwit en vervolgens door het grove paneermeel. Frituur de kroketten 3 minuten in olie van 180 graden. Geef er een schijfje citroen bij en wat gefrituurde peterselie, de peterselie had ik vandaag niet in huis, wij deden het zonder. Minder mooi, maar toch.

Een glas mooie Bourgogne en een kopje espresso toe.

 

© ellen.

(Toscaanse) hertenstoof…

(Toscaanse) stoofpot van hert...
Vanmiddag had ik weer eens tijd om op m’n gemak een deel van de boeken uit onze kookbibliotheek door te bladeren. Ik zocht op stoofpotjes met hertenvlees en ik vond tal van recepten.  Door heel Europa wordt hertenvlees gegeten en elke regio geeft z’n eigen draai aan de stoofpotrecepten. Lees je de ingrediëntenlijsten terug dan herken je nagenoeg onmiddellijk het land van herkomst.

Duitsland doet het met Kümmel, Oostenrijk met mierikswortel, Tsjechië met paddenstoelen en Frankrijk met wortel (peen, winterwortel). In Italië gaat er nagenoeg altijd tomaat bij en de Grieken prefereren een stoofpot met veel zilveruitjes. Engelsen doen het dan weer met van alles en nog wat (why not?), en ga je iets verder naar het oosten dan komt er paprika bij, kweepeer of vijg, misschien zelfs granaatappel. De basis van dit soort stoofpotten is veelal dezelfde, het zijn die kleine extra toevoegingen die het verschil maken. Enfin…

Ik heb voor mijn gerecht een compilatie gemaakt uit het Europees aanbod, met als uitgangspunt een recept van Antonio Carluccio, de oude meester van de Italiaanse keuken in het Verenigd Koninkrijk. Hij noemde het gerecht: Toscaanse stoofpot van hert, maar dat Toscaanse zie ik nauwelijks terug, en al helemaal niet na mijn eigenzinnige toevoegingen.

Het recept bedient als hoofdgerecht een tafel van vier personen:

  • 1 kilo hertenstoofvlees,
  • bloem,
  • olijfolie,
  • 1 winterwortel, in dunne schijfjes gesneden,
  • 1 grote ui, fijn gehakt,
  • 2 stengels bleekselderij, in kleine dobbelsteentjes,
  • 2 tenen knoflook, fijn gehakt,
  • 4 laurierblaadjes,
  • 1 gegrilde paprika, klein gesneden,
  • 1 glas rode wijn,
  • 400 gram tomatenpulp,
  • 1 tak rozemarijn,
  • 10 gram gedroogde trechtercantharellen,
  • handje gehakte peterselie,
  • peper en zout.

Dep het vlees droog met keukenpapier en snijd het in brokken van 5 bij 5 centimeter. Wentel de brokken door de bloem en klop het overtollig meel eraf. Verhit in een stevige stoofpan (met deksel) de olijfolie en bak daarin de dobbelstenen hert aan alle kanten bruin. Doe er nu de winterwortel, de bleekselderij, de ui en de knoflook bij en laat alles op een middelhoog vuur 10 minuten bakken.

Voeg de laurierblaadjes toe, de gegrilde paprika, de tomatenpulp en de rode wijn. Laat alles even opkoken en roer de aanbaksels van de bodem van de pan (geeft extra smaak). Zet de stoofpot dan op een heel laag vuurtje, met het deksel erop. De schotel mag nu anderhalf uren stoven. Kijk tussentijds of er nog genoeg vocht in de schotel aanwezig is, vul eventueel aan met een scheutje water.

Week de gedroogde cantharellen (andere paddenstoelen kan ook) in lauw-warm water. Knijp na een half uur het vocht uit de paddenstoelen en hak ze middelfijn. Voeg het laatste half uur van de stooftijd de paddenstoelen toe, samen met de rozemarijn. Breng de schotel op smaak met peper en zout.

Wanneer het vlees mals en gaar is is je stoofpot klaar. Werk af met gehakte peterselie.

  • Opmerkingen:
  • Het is beter om deze hoeveelheid vlees niet in één keer te bakken. Je hebt namelijk kans dat, wanneer de hoeveelheid te groot is, het vlees niet bakt maar gaat sudderen. En dat wil je niet in het beginstadium.
  • Normaal gesproken zou ik het aangebakken vlees warm wegzetten en dan de ui en knoflook glazig laten worden om daarna pas de andere groenten mee te laten bakken. Carluccio adviseert om het te doen zoals ik het hierboven heb beschreven. Een beetje a-typisch dus, maar het werkt wel.
  • De paddenstoelen worden pas later toegevoegd. Zou je dat eerder doen dan verlies je smaak, vandaar.
  • Mijn anderhalf uur stooftijd is een soort gemiddelde. Een en ander hangt af van de leeftijd van het beest en de malsheid van het vlees (welke delen zijn gebruikt voor je stoofvlees) Je dient altijd het vlees te controleren voordat je stopt met stoven. Niet gaar: een half uurtje erbij…

Enfin, een heerlijk potje. Alleen rijst erbij voldoet, de groenten zitten in de saus.

© paul