Venkel met gorgonzola…

venkel met gorgozola

Op een of andere manier beschouw ik venkel, en ik bedoel dan knolvenkel, altijd als vergeten groente, terwijl ik hem toch volop zie liggen op de markt. En ook onze super-om-de-hoek heeft hem eigenlijk altijd in het assortiment. Kennelijk is het bij hele volksstammen een populaire groente, maar onttrekken de eters zich aan mijn gezichtsveld…

Ook beklaagde ik me in het verleden een paar keer over het feit dat ik zo weinig originele recepten kon vinden voor deze, toch overheerlijke, groente. Enfin, intussen dien ik mijn mening daarover ook een beetje bij te stellen. Tik in onze zoekmachine (rechterbovenhoek, aan de kop van deze site, bij search) het woord venkel in en je krijgt er zomaar gratis een stel. En er zal beslist nog een en ander volgen.

Laat er geen misverstand over bestaan, de allerlekkerste, meest goddelijke en zó gemakkelijk te bereiden manier is en blijft de beproefde Gesmoorde Venkel

Het hier beschreven recept is min of meer een bedenksel van Ellen, eenvoudig, smaakvol en voedzaam. Het recept volstaat als hoofdgroente voor twee personen, als voorgerecht voor vier.

  • 2 venkelknollen,
  • 150 gram gorgonzola,
  • scheut room,
  • boter,
  • peper en zout.

Halveer de knollen en snijdt (alleen bij grote knollen) het harde hart aan de onderkant weg. Kook de venkel beetgaar in gezouten water. Beboter een ovenschaal en leg de uitgelekte halve knollen daarin. Giet er de room over en bestrooi de venkel met de in blokjes verdeelde gorgonzolakaas. Peper uit de molen en op elke halve knol een klontje boter. Geen zout, de venkel was al gekookt in zout water, en ook de kaas bevat zout. Schuif de schaal in het midden van de op 180 graden voorverwarmde oven. Na 20 à 25 minuten is het gerecht klaar.

We aten er gegrilde lamskarbonades bij en gekookte aardappeltjes. (Heerlijk prakken in de room-kaas-groente-saus!)

© paul

 

De lange weg naar Santiago de Compostella, etappe 1.

compostela stempels

25-03-2014. De etappe loopt van Gemert naar Geldrop, 23 kilometer.

Doe je de Elfstedentocht, je stempelboekje is, naast je schaatsen, je belangrijkste gereedschap. En wil je als amateur laten zien dat je de Ronde van Vlaanderen fietste dan doe je dat door je dop-carnet te overleggen. Stempels tonen iets aan. Ze laten zien waar je was, waar je poststuk vandaan komt of waar en wanneer een autoriteit jou akte legitimeerde.

Een monstertocht als de Jacobsweg dient gedocumenteerd te worden middels stempels. Is het niet voor je omgeving, dan toch in ieder geval voor jezelf. Ans en Jan betrokken hun Jacobspaspoort middels de Jacobshoeve in Vessem. Daar ontvingen ze dan meteen de eerste stempel. Op maandag bezochten ze Pastoor Lamoen voor hun tweede, een afdruk van de parochie. Op de ochtend van de eerste etappe zat onze Burgervader om 09.00 uur klaar om dan het derde stempel in het paspoort te slaan: het gemeentestempel.

Dan het afscheid op het Ridderplein en weg waren ze… Van de tocht zelf heb ik niks terug gehoord, behalve dan dat in Beek en Donk een klein gezelschap hen opwachtte en een stukje begeleidde. Ze stapten kennelijk flink door, want volgens de laatste berichten waren Ans en Jan rond 15.00 uur in Geldrop. Ze hielden domicilie bij nicht Annemarie.

Wel deden zich de eerste problemen voor. Ans en Jan zijn goed getraind, ze hebben al talloze kilometers in de benen, ze lopen moeiteloos. De belangrijkste instrumenten daarbij zijn goede schoenen en goede sokken. Voor de gelegenheid van de eerste etappe besloot Ans om geheel tegen haar gewoonte haar voeten te behandelen met een speciale olie, en geschenkje van een goedwillende fan.

Misschien had ze dat niet moeten doen. Ans liep voor het eerst in vele jaren blaren op haar voeten. Het is de vraag of ze daar de komende dagen de gevolgen van ondervindt…

In de avond bezocht ik thuisblijver Vriend Jan. We dronken bij deze gelegenheid een glas feestelijk bier en stootten aan op de goede afloop. En nog eens, en nog eens…

© paul

Klik bij Catagories (in de rechter kolom), of onder dit artikel op reis naar Santiago voor alle artikelen.

 

De lange weg naar Santiago de Compostella, proloog…

De lange mars...

Zus en broer zijn het, Ans en Jan. Ze luisteren naar de naam Geerts, werden in de vorige eeuw geboren in ons dorpje en hebben er nagenoeg hun hele leven gewoond. Allebei een gezin, het ene wat groter dan het andere. Ans behoort al jaren tot de échte intimi van het Ministerie, Jan in iets mindere mate.

Ik weet niet waar en wanneer het idee werd geboren, maar plotseling was het er, nu alweer anderhalf jaar geleden. Broer en zus besloten de lange weg te bewandelen die leidt naar de Jacobsstad Santiago in het Noord Westen van Spanje. Vanaf dat moment stond een deel van hun tijd in het kader van de voorbereidingen van de lange mars. Drie maanden te voet onderweg, met ieder tien kilo bepakking. Voedsel en slaapplaats moeten elke dag weer gevonden worden. En dat 2400 kilometer lang…

Vanochtend verzamelden zich een hele klocht familie en wat vrienden en vriendinnen voor het etablissement De Heeren van Ghemert. De wandelaars haalden in de tussentijd een stempel op het Gemeentehuis, een paar deuren verderop. Voordien bezochten ze de graven van de beide ouders.

Stempels verzamelen, graven bezoeken, een Jacobsschelp opspelden, een kaarsje branden, het zijn de rituelen die noodzakelijk in acht worden genomen om grootse dingen te volbrengen, altijd en overal! Afscheid nemen hoort ook in dat rijtje…

Het afscheid vond plaats in een wat lacherige sfeer; gepaste grapjes, en een enkel ongepast. Ook bezorgdheid: pas op, wees voorzichtig, kom goed aan… En weg waren ze. Het laatste wat ik van de twee zag was dat ze de hoek omsloegen, richting Stereind (what’s in a name?), begeleid door enkele vrienden die mee zouden lopen tot de gemeentegrens.

Hoe ik verslag blijf doen van de tocht weet ik nog niet. Het gaat niet aan om elke dag te bellen naar Ans en Jan om ze te interviewen over hun bevindingen van de dag. Ik hoop oprecht dat ze niet elk moment gestoord worden door deze of gene goedbedoelende leek De wandelaars hebben recht op de meditatieve onthechting en de rust die zulk een tocht teweeg moet brengen. …

Het zullen dus korte stukjes worden, vaak niet meer dan route-aanduidingen. Enfin, ik bedenk wel een vorm, samen met die andere Jan, echtgenoot van Ans (op deze website beter bekend als Vriend Jan…).

© paul

Klik bij Catagories (in de rechter kolom), of onder dit artikel op reis naar Santiago voor alle artikelen.

 

Bijpraten…

perenbloesem

Het tempo zat er lekker in, één stukje per dag, soms twee. En dat voor een aantal dagen achtereen. Tot het noodlot toesloeg…

De valpartij met Hond Jaros veroorzaakte een infectie in een recente operatiewond aan mijn linker hand. Binnen enkele dagen was dat deel van mijn lichaam in het geheel niet meer te gebruiken. Met als gevolg ziekenhuisbezoek, extra behandeling en tijdelijke invaliditeit.

We hadden de zaken nog maar amper op orde, hier thuis, of de computer werd opgehaald voor een degelijke opknapbeurt. Natuurlijk het tegendeel van rampspoed, maar we waren dus even extra onthand.

Inmiddels is het apparaat terug, opgepimpt en wel. Inmiddels ook is Ellen alweer een aantal dagen uit de running. Zaterdagavond maakte ze een slipper op de overloop van ons huis. In haar val greep ze naar de trapleuning, die brak af en Ellen stuiterde een stukje naar beneden. Pijnlijke kneuzingen aan armen, rug en bil. Nauwelijks in staat om te lopen, zitten gaat helemaal niet. Blijft over: staan of liggen. Ellen kiest voornamelijk voor het laatste.

Daarbij wordt er door de Firma Snijders druk gewerkt aan onze keukenvloer. We krijgen nieuw Marmoleum. Geweldig natuurlijk, alleen blijkt het tijdstip wat beroerd gekozen, gezien de deplorabele staat van ons gezinnetje. Ook wil de smeervloer niet goed drogen en kost het me de grootste moeite om Hond Jaros van die vloer te houden. Er kan niet gekookt worden, en ergens anders gaan huizen is geen optie, gezien Ellens immobiliteit.

Verder gaat alles eigenlijk wel goed. We hebben zat steun en support van vrienden en familie, de perenbloesems van Marleen zijn een troost.

Wat er verder ook nog staat te gebeuren, ik ga je de komende maanden op de hoogte houden van een voettocht van 2400 kilometer, die vanochtend zijn aanvang nam. Ans en Jan zijn sinds enige uren op weg naar Santiago de Compostella.

© paul

Poolse Pierogi van de Helmondse zaterdagmarkt…

pierovi

Zoals nagenoeg elke week bezochten we de Zaterdagmarkt in Helmond. En ook nu weer kochten we er citrusfruit, noten en dadels. Nederlandse en Italiaanse kazen, verse sardines, groenten en kruiderij. Anemonen voor Marleen, tulpen voor Ellen en kruidenkaas voor Het Kind. De Jongste Bediende kreeg het notoire broodje kebab en voor mij was er een portie pierogi.

Naast alle Nederlandse marktkooplui vind je er Hongaarse, Turkse, Indonesische, Viëtnamese en Chinese neringdoenden op de markt. En sinds een goed anderhalf jaar is er dan die Poolse mevrouw en haar dochter. Ze staan met hun vreemde hoge kar aan de rand van de groentenmarkt, tussen de Grote Markt en de Koninginnewal. Ze verkopen er hun zelfgemaakte gevulde deegkussentjes. Je bestelt ze per vijf of tien stuks. Ze kunnen gevuld zijn met vlees, met kaas, met ui en aardappel. Maar de lekkerste (naar mijn bescheiden mening) zijn die met zuurkool en paddenstoelen. Officieel heten ze pierogi z kapusta i grzybami.

Pierogi zijn gevulde kussentjes van ongerezen deeg, een beetje te vergelijken met de Italiaanse ravioli, maar groter en halvemaan vormig. Ze worden gekookt en vervolgens rijkelijk overgoten met in boter gebakken ui. Je eet ze als voorafje, als hoofdmaal, als borrelhap. Je eet ze op de kermis, de jaarmarkt, bij het huwelijksfeest. Net als onze bitterbal, maar degelijker, voedzamer…

Pierogi komen voor in heel Oost-Europa, ook in de Oekraïne, in Rusland en op de Krim. Ze spelen een rol in de Joodse keuken, in de Baltische staten en in Finland. Ze heten dan altijd een beetje anders, het woord pierogi is onvervalst Pools.

Doorgaans loop ik even langs de kraam bij aanvang van onze markttocht. Ik bestel mijn portie en beloof die over een goed halfuur op te komen halen. Pierogi worden namelijk gekookt en de uien vers gebakken. Dat neemt nogal wat tijd in beslag en voor je het weet sta je een kwartier te wachten. Je kunt ze overigens ook ongekookt kopen en later het gerechtje afmaken. Ik warm de gekookte kussentjes met ui en boter thuis op in de oven, dat gaat prima. Je eet ze liefst warm, eventueel met een klodder zure room. Appelmoes schijnt een aangename begeleider te zijn, ik heb het nooit geprobeerd. Ook gesnipperde bacon of blokjes uitgebakken spek zijn geliefd, ik kan me daar vanalles bij voorstellen.

De pirosjki, die Ellen met regelmaat maakt voor grote gezelschappen, zijn ongetwijfeld familie van de pierogi. Alleen worden die niet gekookt maar gebakken. Het deeg is ook iets anders… Pelmeni komen dichter in de buurt!

Ik betaal voor mijn portie van tien stuks vier euro. Die met vlees zijn iets duurder.

©paul

Rigatoni met kool en fontina uit de oven

ragatoni met kool
Paul schreef deze week over het boek “La cucina della mamma”. Hij maakte een heerlijk schoteltje met bonen en vis uit het boek. Het boek bleef op de keukentafel liggen en toen ik gisteren niet goed wist wat-nu-weer-eens-uit-te-proberen zag ik al bladerend een heleboel mooie recepten die nog wel eens wil maken. Omdat we op zaterdag altijd wel gasten aan tafel hebben zocht ik een recept uit dat makkelijk te vermenigvuldigen is. Zaterdag reken ik meestal op 8 personen; Het Kind en vriend Andy, De Jongste Bediende en Marleen, de Keizer van Monera en wie er zo toevallig langs komt schuiven aan. Ik probeer om iets bijzonders te koken dat we nog niet eerder gegeten hebben, hoewel ik nu en dan ook in herhaling verval. Sommige gerechten zijn nu eenmaal echte Evergreens zoals Nasi goreng met saté of Hachis Parmentier. Dit gerecht leek me een soort Italiaanse Hachis Parmentier; makkelijk te maken, goedkoop, snel en iedereen lust dit. Bovendien nog vegetarisch ook. Wat wil een mens nog meer! Snel naar de markt om kool te halen en Fontinakaas. Helaas was er geen  Fontina te koop op de markt maar de kaashandelaar bood ons een alternatief. We proefden een kaas uit hetzelfde gebied. Fontina komt uit de Valle d ‘Aosta, de kaas die we proefden komt uit het grensgebied Italië Oostenrijk. De smaak was prima, misschien iets zachter, milder, dan Fontina, maar goed te gebruiken als alternatief. Het recept vermeldt dat je als alternatief voor Fontina ook een andere goede smeltkaas kunt gebruiken, bijvoorbeeld Gruyére of Raclette.

Ik geef de hoeveelheden zoals ze in het boek zijn beschreven, ik gebruikte van alles het dubbele. Reken erop dat je, ook voor vier personen, twee grote pannen nodig hebt.
ragatoni met kool

  • 60 ml olijfolie
  • 1 kleine ui, fijngehakt
  • 2 teentjes knoflook, fijngehakt
  • 6 blaadjes salie
  • 300 gram droge korte pasta bijvoorbeeld rigatone of penne
  • 250 gram bloemige aardappelen in kleine blokjes gesneden
  • 400 gram savooie kool in kleine reepjes gesneden
  • 150 gram Fontina in dunne plakjes
  • 75 gram versgeraspte Parmezaanse kaas

Verwarm de olie in een kleine koekenpan en fruit daarin de ui zachtjes aan . Voeg de knoflook en de salieblaadjes toe en bak nog 1 minuut. Zet de pan apart.

Kook de pasta in een grote pan met gezouten water bijna gaar. Giet de pasta af en vang het kookvocht op in een andere pan.Spoel de pasta af met koud water. Breng het kookvocht in de tweede pan weer aan de kook en kook daarin de aardappelblokjes in een minuutje of 7 bijna gaar. Doe de pasta in de pan met de aardappelblokjes en voeg de kool toe. Roer tot de kool begint te slinken. Giet af maar bewaar een klein beetje van het kookvocht. Roer het ui, knoflook en salie door het pastamengsel.

Schep de helft van de massa in een ingevette ovenschaal en beleg met de helft van de plakjes Fontina en de helft van de geraspte Parmezaanse. Dan de rest van de pasta erop scheppen en de beide kazen. Flink peper en zout erover en een beetje van het kookvocht. Dek de schaal af met folie en bak het gerecht 20 minuten in de voorverwarmde oven op 160 graden. Haal de folie eraf en bak nog even onder de gril om de bovenkant een mooi kleurtje te laten krijgen.

De Keizer van Monera moest gisteren vroeg naar huis maar  Het Kind en vriend Andy, de Jongste Bediende en Marleen, Bram en Marja, Paul en ikzelf waren heel tevreden. Dit smaakt naar meer! De carnivoren onder ons misten wel het vlees, maar een keertje zonder kan echt geen kwaad!

Geen espresso toe maar wijn, rood en wit het kan allebei!

© ellen.

 

 

 

Van die onschuldige ogen…

Jaros

Een vriendelijke vraag van een lezer: Ik weet het, het is een ‘eten/koken’-blog. Maar toch graag meer verhaaltjes en foto’s van Jaros.

Nou Aïda, misschien moeten we dat even niet doen. Hand Jaros bietste een pond gehakt van het aanrecht en vrat het meteen op! Die hond ligt hier voor onbepaalde tijd uit de gratie, dat zul je begrijpen…

Groet, Ellen-Paul

 

Guazetto di pesce e fagiolio (witvis met bonen en tomaten)…

Guazzetto di pesce e fagioli

Afgelopen najaar kocht ik een boek  van de Australische kookschrijfster en culinair uitgever Loukie Werle. De titel luidt: La Cucina della Mamma. Eronder staat dunnetjes gedrukt: De geheimen van Cucina Povera. Over de Italiaanse volkskeuken dus…

Het boek is mooi uitgegeven. Het is gebonden en omvat zo’n driehonderd pagina’s. De recepten zijn traditioneel, relatief eenvoudig, gemakkelijk na te koken en allemaal prima betaalbaar, naar het Romeinse credo: Più se spenne e pejo se magna. (Hoe meer je uitgeeft, hoe slechter je eet…)

Overdadig, paginagroot fotowerk van Alan Benson. Meestal vind ik een veelvoud aan foto’s zonde van de ruimte. Schrijf maar wat meer over eten denk ik dan, de plaatjes maak ik zelf wel. Maar in dit geval ben ik blij dat er gekozen is voor veel fotoruimte. Het levert schitterende prenten op. Het concept van de vormgeving is: linker pagina het recept, rechter pagina de foto. Dat maakt het boek ook een beetje tot een salontafelboek, maar ik ben er verguld mee.

Er zijn van die combinaties die ik niet verzonnen krijg. Een gerecht van bonen en vis bijvoorbeeld, het kwam nooit in me op. Terwijl, wanneer je er over nadenkt, het helemaal niet zo raar hoeft te zijn. Ik vond een recept van vis met bonen in La Cucina della Mamma. Ik paste het wat aan, omdat ik slechts voor ons tweeën zou koken en het oorspronkelijk recept voor vier personen geschreven is.

  • 300 gram gefileerde schelvis,
  • 200 gram kerstomaatjes,
  • 250 gram (gekookte) cannellinibonen,
  • 150 ml droge witte wijn,
  • 2 tenen knoflook,
  • een gesnipperd vers pepertje,
  • olijfolie,
  • verse platte peterselie,
  • peper en zout.

Verhit de olie en bak daarin de knoflook even aan, bij matig vuur. Voeg dan het pepertje, de gehalveerde tomaatjes en de wijn toe en laat alles een goede tien minuten pruttelen. Voeg dan de bonen toe en laat het geheel nog eens vijf minuten gaan, niet te hard, anders koken de bonen stuk. Maak af met zout en peper en een deel van de gekate peterselie.. De in brokken gesneden vis mag er nu bij. Laat de ingrediënten nog een goede tien à vijftien minuten gaan, totdat de vis gaar is. Heet opdienen in diepe, voorverwarmde borden. Strooi de rest van de peterselie over het gerecht. Voor ieder een partje citroen en een paar sneden geroosterd brood.

  • Door de witte wijn en de tomaatjes wordt je gerecht nogal nat. Het is tussendoor een beetje goochelen met de hitte onder je pan om de zaak in te laten koken, maar zodanig dat het niet droog wordt. Dat lukt best, maar je moet er wel bij blijven. De bedoeling is dat je een ingedikte tomatensaus overhoudt.
  • De smaak van de saus is uiteraard afhankelijk van de tomaten die je gebruikt. Die kerstomaatjes (cherrytomaten) zijn ideaal vanwege het zoet en het zuur wat ze afgeven aan de saus.
  • Beter zou zijn om zelf bonen te koken, maar daarvoor ontbrak me tijd en voorbereiding, ik gebruikte bonen uit blik. Ik koos voor cannellinibonen van Bonduelle. Ze waren stevig en smakelijk.
  • Ik nam schelvis voor dit recept omdat ik die nog had liggen. Elke witvis is echter te gebruiken, dat snap je wel.
  • We dronken er een glas Gewürztraminer bij. Een Pinot gris of blanc zou beter zijn  geweest.

© paul

Fietsen met Hond Jaros…

DSC_0012 - kopie

Het geweldige weer nodigt uit tot een ferme fietstocht met de hond. Hond Jaros doet het goed langs de fiets en ik heb de meest veilige methode voor ons beiden bedacht. Voor dit doeleinde gebruik ik de fiets van Marleen: geen stang, lage instap en terugtraprem. Ik wandel de anderhalve kilometer van ons huis naar de Witte Brug, neem daar de fiets, maak mijn ronde, zet de fiets terug en wandel de anderhalve kilometer naar huis.

Vandaag besloot ik redelijk vroeg op de dag te vertrekken. Ik wilde naar de Kokse Hoeve fietsen, en vandaar via Esdonk richting Boekel, om dan halfweg af te slaan terug naar het eigen dorp. Een knap lange tocht, maar Hond Jaros loopt hem doorgaans moeiteloos. Fietsen met een ADHD-hond is zoiets als fietsen op een E-bike. Je trapt eens wat, je schuift moeiteloos door het landschap, vermoeidheid komt niet voor in je woordenboek. De hond doet met liefde en plezier aardig wat werk.

En dan ineens blokkeerde het achterwiel van de fiets. Zomaar uit het niets, geen enkel voorteken. De tegengestelde krachten van een trekkende hond en een weigerend achterwiel maakten dat ik met fiets en al omtuimelde, met mijn snufferd in de modder dook en zeer krachtige magische verwensingen uitte. Het gedoe gebeurde op het verste punt van onze tocht. Een klein stukje verder lag de weg van Boerdonk naar de Kokse Dijk alwaar we aan de terugtocht zouden beginnen.

Met moeite maakte ik het achterwiel vrij en bewegend, zodat ik de fiets kon duwen. Voor enigerlei reparatie had ik natuurlijk geen spullen, ik moest lopen. Nu maakte het geen bal uit welke richting ik uitging, vooruit of teruguit. Het was allemaal even ver. Veel te ver! Een goede zes kilometer had ik voor de boeg, mét hond, mét kapotte fiets.

Ik hield nog even een ferm wandeltempo aan, maar al snel schakelde ik terug. De zon kaatste op mijn voorhoofd, nergens schaduw. De wegen kaarsrecht, kilometers lang. De kaniedassen kleurden dan wel oranje met hun ontluikend blad, beschutting tegen het felle licht en de brandende zon boden ze niet. Ik had het alweer helemaal gehad met deze zomer (maart ?!). Ik ben en blijf een herfstmens, een wintermens.

Tegen de tijd dat ik terug kwam in ons dorp verkeerde nog slechts mijn humeur in staat van onderkoeling, al het andere was oververhit. Ik zag ervan af om neer te strijken op een terras. Ik had er gewoon geen zin in, ik sjouwde door naar huis.

Ik kreeg van mezelf een glas pils, ik had het verdiend. Ik dronk het in de koelte van onze keuken. Een relatief voordeel van mijn debacle was dat ik mezelf zonder enig schuldgevoel kon ontslaan van al mijn verdere taken. Ik hoefde niks meer, ik kon schuldeloos gaan zitten lezen, of misschien een paar delen Game of Thrones kijken… Hond Jaros maakte intussen zijn kilometers in onze tuin. Van voor naar achter; en nog eens, en nog eens… Alsof hij nog helemaal niet uit was geweest. En daarna sliep hij de slaap der onschuldigen, op zijn eigen plek, in de zon, op de tuintafel. De Spaanse Sloerie

© paul

Eerst over Hotel-Restaurant Feldmann in Münster…

Münster DE

We bezochten de Duitse universiteitsstad Münster naar aanleiding van een tentoonstelling in het aldaar gevestigde Picasso museum. Maar het was ook een dagje uit, nu het voorjaar zich in alle toonaarden liet gelden. Ruim tijd voor een uitgebreide stadswandeling langs Hanzegotiek en noordelijke barok, afgewisseld met verbazend kunstig geïntegreerde moderne architectuur. En natuurlijk moest er gegeten worden.

We stonden wat te dralen voor Clemenskerk, een barok taartje, in de 18e eeuw opgetrokken als onderdeel van het klooster van de Orde van de Barmhartige Broeders. Hotel-Restaurant Feldmann is zowat tegen die kerk aangebouwd, je kunt er dan ook nauwelijks omheen. De menukaart op de gevel oogde aantrekkelijk en we waren toe aan een rustplek met voedsel en toilet. Het bleek een voortreffelijke keuze.

De menukaart was klein, maar divers. Goede Duitse keuken met een licht Italiaanse toets. En enkele streekgerechten. Ik koos Westfaalse bloedworst, geserveerd met uiencompote in bladerdeeg en toefjes aardappelpuree met appel. Bloedworst zoals ik hem nog nooit gegeten had. Zalvig zacht, smeltend in je mond, maar vol van smaak en heel delicaat, bijna zoet. De uiencompote kwam uit eigen keuken, degelijk vakwerk…Münster DE

Als gekend carnivoor ging Ellen voor een stuk rund: Omaha Beef Filet. Het schijnt een begrip bij vleesliefhebbers te zijn en op Ellens bord stelde de filet dan ook op geen enkele manier teleur. Maar liefst 225 gram Amerikaanse biefstuk, licht dooraderd, als boter zo zacht. En heel smakelijk…  Daarbij gebakken aardappeltjes en een romige kruidenboter uit eigen keuken. (Ik zet dat laatste er maar bij, het is tegenwoordig een uitzondering in de Horecaf…). Een on-Duitse salade erbij, met zacht groen, veel ei en broodcroutons, ook al zelf gemaakt. Dat alles onder een zachte mayonaisesaus.

We dronken een mooie droge Grauburgonder uit de Pfalz bij de maaltijd en een kop espresso (kwaliteit Milano) toe… De rekening bedroeg € 54,-

Alle lof over de bediening: accuraat en oprecht vriendelijk, zonder opdringerig te worden. Hoewel… Nadat ik de rekening had voldaan vroeg het meisje een beetje beschroomd of wij misschien uit Frankrijk kwamen. We keken elkaar verwonderd aan. Nee, uit Nederland… Het meisje leek nu echt in verwarring. Münster, en ook Restaurant Feldmann, ontving elke dag Nederlanders en die klonken toch écht anders?!

Het duurde even voordat het muntje bij ons viel. Ons Duits is van dien aard dat we best een flinke boom op kunnen zetten. Onze uitspraak en klank zijn echter onderhevig aan datgene wat we oppikken en gebruiken in Luxemburg. Ons Duits is doordesemd met Luxemburgs-Franse leenwoorden en onze uitspraak is wat zangerig. Wij zijn Zuiderlingen!

© paul