La Rulles Triple, edition spéciale Houblon Simcoe…

bier
Over de Tripel van La Rulles schreef ik al in 2007. Ik dronk toen voor de eerste maal bier van La Rulles en ik was meteen enthousiast. Mijn waardering voor bier en brouwer is sinds die tijd alleen maar groter geworden.

Ik had er al over gelezen, maar toen ik dan met Vriend Jan de brouwerij weer bezocht was daar de kans om het bier ook te proeven.

Het betreft een speciale uitgave van de standaard tripel van La Rulles. In wezen wordt er niks veranderd aan het gewone brouwproces, behalve dan dat de hopmelange die men normaal gebruikt wordt vervangen door één speciaal ras: de Simcoe.

Die Simcoe hop is een nog jonge variëteit. Hij komt uit de V.S. en werd ontwikkeld door Yakima Chief Ranches. In het jaar 2000 verscheen hij voor het eerst op de markt en in korte tijd werd de hop wereldberoemd. (Ik kom hem in ieder geval voortdurend tegen op brouwfora en bier web-sites. En altijd wordt er positief en met een zekere bewondering over gesproken.)

Simcoe hop voegt aroma toe aan het bier. Citroen en sparren- of dennenhout is wat je ruikt en proeft. En het bijzondere aan de hop is dat hij het bier zalvend zacht maakt, terwijl het volle bitter (en daar ging het toch óók om!) volledig behouden wordt.

Sinds een aantal jaren wordt er bij La Rulles gebrouwen met Simcoe. Ze doen dat aan het eind van de zomer. Eén brouwketel per jaar, niet meer, niet minder. Ze verbouwen er hun tripel mee tot een van de zachtste en delicaatste die ik ken. Man-oh-man…

De Simcoetripel kost nauwelijks iets meer dan de “gewone” tripel. Ik weet het niet precies meer, maar Vriend Jan denkt dat hij (aan de brouwerij) ongeveer € 4,- kost. De inhoud van de fles is 70 cl.

(Een lezer liet me vertwijfeld weten dat hij het nogal frustrerend vond, al die verhalen over bier dat hij nooit wist aan te komen. Wat een onzin! Je doet je best maar lezer, mij komt het ook niet aanwaaien. Je moet erop jagen, je moet ervoor je luie stoel uit. Wil je dat niet, dan doe je jezelf tekort. Je zult dan genoegen moeten nemen met het pover assortiment van de super om de hoek… Overigens is het eerste Rullesbier gesignaleerd in Nederland. Het is sinds kort te koop bij enkele gespecialiseerde bierwinkels. Zoek maar op internet…)

Afscheid van Louis…

Boosheid, een aandrang tot ruzie maken, de neiging om grof te worden. Dat is wat ik voel.

Maar met wie dan? En waarom dan? Ruzie maken met de voorzienigheid, met god, bouddha, krishna, allah of wodan? Met Ellen, met de Jongste Bediende? Ik dacht het niet. De eerste groep van grootheden speelt geen rol (meer) in mijn leven. Om met hersenspinsels ruzie te maken, dat is me mijn eer te na…

Mijn frustratie afreageren op Ellen? Op de Jongste Bediende? Of op al die andere vrienden, bekenden, deel- en lotgenoten. Het slaat nergens op. Geen goed idee…

Het is pure onmacht die mijn gemoedstoestand beheerst. Klinkklare onmacht. Daar is niemand schuld aan. Ik zal het ermee moeten doen. Het is het logische gevolg van keuzes die ik in het verleden maakte.

Eind januari brachten we Paul naar zijn laatste stek, in oktober droegen we Jan ten grave. Vandaag namen we afscheid van Louis. De moeder van deze drie mannen stierf in maart van dit jaar. Wat wil je dan nog zeggen?..

Ik ken Louis vooral uit zijn “wilde” tijd, de tijd van Joost en Sjanneke… Toen zagen we elkaar dagelijks, soms meer dan dat. Heftige discussies, daar was Louis goed in. Het ging bij ons dan over beeldende kunst en literatuur. En hij was scherp, die Louis. Goed kijken kon-ie, en belezen was hij ook. Louis had in die tijd een inhaalslag te maken. Hij las geen boeken, hij las oeuvres. Jan Wolkers, o.k… Maar dan ook alles van Wolkers. Jeroen Brouwers, idem dito. Jan Cremer, ha,ha, het was zijn alter ego, enzoverderenzovoort… Alle Russen uit onze bibliotheek las hij. Hij bleef er steeds wat laconiek over doen, maar hij las ze allemaal, álles…

Toen ik dan eind jaren tachtig met ernstig beenletsel in het ziekenhuis lag kwam Louis snuffelen aan mijn wond, niet een keer, maar vaak… “Goed zo Paul, geen gangreen…”  Louis was ervaringsdeskundige. Hij had zijn expertise opgedaan in de jaren dat hij Harrie verzorgde. Ik geloofde Louis op zijn woord, meer nog dan mijn chirurg, terwijl die toch de beste ter wereld was…

Louis vree (vrijde) aan met Dorethé, zijn leven kwam in rustiger vaarwater. Het mijne ook, zij het om andere reden. We ontmoetten elkaar minder, maar aangezien we “om de hoek” woonden, werden we geen vreemden. Twee kinderen kwamen uit de verbintenis, en ik zag dat het goed was…

Vanmiddag, tijdens de gepaste afterparty, kwamen allerhande anekdotes boven drijven. Ik beloofde deze en gene erover te schrijven. Ik doe het niet lezer, ik heb er geen zin in. Het is goed zo…

Dorethé, de kinderen Jolijn en Guusje, ze verdienen alle sterkte. Louis is niet meer…

Liefs, Ellen en Paul.

 

 

 

Over Worst…

Het lijkt alweer en eeuwigheid geleden dat we en bezoek brachten aan Zaandam, vooral toch om aanwezig te zijn bij de boekpresentatie van het Worstenboek van Meneer Wateetons en Sjoerd Mulder. Daarna sloeg de hectiek toe op het Ministerie, je hebt erover kunnen lezen. Het ontbrak me aan rust, aan tijd, aan evenwicht om een degelijke recensie te schrijven.

Wel vond ik “tussen de soep en de aardappelen” de tijd om het boek te lezen. Twee maal zelfs! Ook dat maakt het bespreken van het boek er niet eenvoudiger op. Wat zeg je van een boek dat je van a tot z geweldig vindt? Hoe houd je dan nog een beetje afstand tot je onderwerp? Enfin,.. laat ik maar een poging wagen. Ik hoef per slot geen reclametekst te schrijven, ik spreek slechts mijn bewondering uit.

Over Worst heet het boek. En de titel dekt de lading volledig. Alles wat er over worst te zeggen valt wordt gezegd. Je leest over de geschiedenis van de worst, over soorten en variëteiten de wereld rond, over wat je aanschaft op je vakantie in binnen- en buitenland. Je leest over de leveranciers van de onontbeerlijke ingrediënten, het varken en de koe. Maar ook over kip, lam, geit, gans en wild (en paard…).

Het zwaartepunt van de lectuur ligt op het zelf bereiden van worst. In al zijn facetten! Stap voor stap wordt uitgelegd hoe je zelf je worsten kunt maken. Van Verse Worsten, via Gare Worsten naar Gefermenteerde Worsten. Voor elk van deze drie hoofdgroepen wordt omstandig beschreven hoe je tot een optimaal resultaat komt. In de hoofdstukken daaraan voorafgaand leer je welke materialen, hulpstukken en apparaten je nodig hebt. En beter nog, hoe je ze zelf kunt bouwen, doorgaans voor heel weinig geld. Met een beetje goede wil knutsel je zelf een fermentatie- en droogkast, een worstgun, een spuitzak en een rookoven.

Met de ruim zestig worstrecepten van over de hele wereld kun je zo aan de slag. Black pudding of boudin noir, Thüringer Rostbratwurst of saucisson de Toulouse, boterhamworst, Gelderse worst of hausmacher. Je zegt het maar…

Het boek leert hoe je zelf worsten kunt ontwerpen, geheel toegesneden op je eigen smaak. Mits je je maar houdt aan een aantal gezondheidsregels en hygiënevoorschriften. (De schrijvers gaan daar zeer uitvoerig op in, en terecht!)

Heel handig (verfrissend en nieuw, nieuw, nieuw…) is de achter in het boek opgenomen Supermarktworstgids. Een uitgelezen proefpanel keurde maar liefst 175 worsten uit het bestand van 20 supermarktketens. Nooit meer gokken, gewoon thuis even nakijken wat je wél en wat je niet moet aanschaffen.

Over Worst is niet alleen een handig kookboek, het is ook een hilarisch leesboek. Ik betrapte me erop dat ik bij elke pagina wel een keer moest grinniken, ja soms ronduit schuddebuikend lachen. Zo is er een lijstje opgenomen van filmtitels waarbij je één woord kunt vervangen door worst: De worsten van Nam Kee, The Man with the Golden Sausage… En deze: Four Sausages and a Funeral…  Maar goed, kom daar tegenwoordig nog eens om, om een boek waarbij je kunt lachen… Over Worst doet wat kolder betreft beslist niet onder voor dat andere boek van Wateetons en Mulder.

De Feestdagen komen al rap weer in het zicht. Nog een paar weken en de Goedheiligman viert zijn verjaardag. En dan is het nog maar en kippeneindje tot  de Kerst. Als ik jou een boek zou willen schenken, nou dan wist ik het wel…

Misschien moet je zelf even kijken naar wat Meneer Wateetons over zijn boek te zeggen heeft…

Route de la bière (in de Walen…).

brouwerij

Huis en haard worden met liefde en plezier beheerd door het Kind. Wij zijn even in de Ardennen. En (het gezeur begint weer…) de mogelijkheden om daarvan “live” verslag te doen zijn beperkt. Luxemburg, toch het rijkste land van de wereld, kan ons op deze plaats geen permanente verbinding garanderen. En dat terwijl er zat is om over te schrijven: Ans en Hijn waren er, Jeanne en Rian, en natuurlijk Eupotours op volle sterkte. En Vriend Jan. We aten samen, we dronken samen. Feest, feestjes, en dan weer feest… Nu is het weer en stuk rustiger, alleen Vriend Jan bleef nog logeren. De rest is al lang en breed weer thuis.

Vandaag deden Vriend Jan en ik een deel van de Waalse bierroute. We reden van Brasserie Les Trois Fourquettes in Courtil, via L’Achouffe naar Ebly en naar Breuvanne om uiteindelijk uit te komen bij de Brouwerij van Rulles. Het leek erop dat we alleen terecht konden in Courtil, maar ik vond het best. Daar in Courtil maken ze de tripel die het laatste jaar favoriet is op het Ministerie. (Ik kom er nog over te schrijven…)

Bij L’Achouffe bleek men te sluiten op een tijdstip waarop, naar mijn mening, een normaal mens de hongerigen voedt en de dorstigen laaft. Het mocht niet zo zijn. We zagen nog wel een touringcar vertrekken. De inhoud daarvan was goed doorvoed, en zo te zien had de brouwer ze ruim voorzien van al het lekkers uit zijn ketels. (Zij wel!)

Toen we later op de dag bij Brasserie Artisanale de Rulles aankwamen stond daar wéér die touringcar. Het bleek te gaan om een gezelschap van Vlaamse en Nederlandse amateurbrouwers die, net als wij, deze dag een aantal zuidelijk gelegen Waalse brouwerijen aandeden. We konden achter het gezelschap aan de brouwerij binnenglippen. Brasserie de Rulles biedt normaal gesproken geen mogelijkheden tot bezoek, anders dan op afspraak. Mazzelen dus… We dronken mee, we luisterden mee, en er ontstond een aardig soort van verwarring. Een deel van het gezelschap wist zeker dat wij bij hen hoorden, een andere deel bestreed dit. Het gezelschap begon al aardig beschonken te raken…

Nagenoeg niemand in dat gezelschap sprak ook maar één jota frans. De brouwer had niets met Vlaams. De hele conversatie verliep dus in steenkolenengels. Het klonk tamelijk belabberd. Met het engels van de brouwer was niets mis overigens. Alleen sprak hij het uit zoals Peter Sellers dat doet in The Pink Panther (Zis is ee beum, ee beum det expleuts…).

Het gezelschap werd al snel weer door een strenge reisleider terug de bus in gejaagd. Ze moesten nog naar de brouwerij van de Paters van Orval. Vriend Jan en ik kochten tripel, dubbel, kerstbier en de Grote Tien. Terwijl we nog even in de weer waren met een medewerker stormde de brouwer de ruimte in. “Maar mensen, de bus is al weg!”  We konden hem geruststellen. Wij zorgden voor ons eigen vervoer.

We zijn de bus niet achterna gegaan, wij wilden niet naar Orval. Het was mooi geweest. Door het zonovergoten golvend landschap van de Gaume, langs gloeiend goud gekleurde wouden reden we naar onze stek, waar Ellen ons opwachtte met een pannetje pompoensoep.

We hebben Jan begraven…

null

Dit verhaal gaat niet over eten en drinken. Je hoeft het niet te lezen, ik schrijf het voor Ellen en voor mezelf. En doe ik er anderen een plezier mee dan is dat mooi meegenomen.

Een goede maand geleden kreeg ik een telefoontje van Jan. Of ik nog eens in een werkgroep wilde? Nou nee, dat wilde ik niet. “Luister,” zei Jan, “het betreft de werkgroep Help Jan T. door het leven…

Ik begreep meteen wat hij bedoelde. Enige weken voor het telefoontje kwam Jan op een zaterdagochtend vertellen dat hij kanker had, en dat het terminaal was. Hij verzocht mij nu dus om voor een waardig afscheid te zorgen, hij was er zelf niet meer toe instaat. Harrie kreeg eenzelfde telefoontje, maar daar heette het aksiegroep. Evenzo bij Hans. Het mag duidelijk zijn dat er in dit geval geen sprake van weigeren kon zijn.

Jan voerde de regie, daartoe was hij nog wel in staat. Alles zouden we zelf doen. Niet alleen omwille van de speciale wensen van Jan, het was ook een budgettaire kwestie. Jan dacht dat we nog ruim tijd zouden hebben, een paar maanden tot een half jaar. Tot het fout ging natuurlijk… Maakte hij drie weken geleden nog een ballonvaart, begin vorige week kon hij nog nauwelijks uit zijn bed komen. We kregen plotsklaps haast.

Jan overleed in de nacht van donderdag op vrijdag rond half drie. In de aanloop naar het sterven was er vrijwel permanent bezoek. Jan vond het geweldig. Tot ver in de laatste avond van zijn leven genoot hij ervan, al was hij nog nauwelijks instaat tot communiceren.

We hebben Jan dinsdag begraven. En dat was een feest!

We hielden een afscheidsbijeenkomst in Jongerencentrum D’n Bunker, we brachten Jan met paard en wagen naar het kerkhof van de Oude Kerk. Daar droegen we hem ten grave, naar zijn plekje onder de oude rode beuk. Na een laatste groet wandelde het hele gezelschap terug naar D’n Bunker waar de afterparty plaats vond. Zo had Jan bepaald.

Er waren 185 gasten. Er werden fonkelende wijnen geschonken en er vloeide bockbier. En voor de liefhebbers had Jan zijn kistje wiet ter beschikking gesteld. Zelf gekweekt, zelf gedroogd. Het Ministerie zorgde voor brood en worst, koek, groenten en fruit. (Behalve de spacecake, die kwam van een ander Ministerie…) Het werd een geweldig feest. Er was niemand die zich niét vermaakte.

We hebben het allemaal zelf gedaan. Het drukwerk en de advertenties, de wake en bewaking van het sterfhuis. Het kisten en begraven. Al het regelwerk, al het bijkomend gedoe…

Iedereen die zich uitsloofde om het feest compleet te maken hebben we persoonlijk bedankt (en dat waren er velen!). Dit is niet de plaats om mensen nog een te vernoemen. Behalve dan Francine en Liesbeth. Die twee meiden hebben toch maar gezorgd dat Jan vredig zijn laatste weken sleet…

De doden hebben een plaats, de doden hebben een nummer. Zo bepaalt het onze burocratie. De begrafenisondernemer, die ons dezer dagen begeleidde bij de voorbereidingen van dit afscheid, moet geweten hebben van Jans passie voor film. Hij bepaalde het nummer, en wij schreven Jan in in het gemeente register. Hij heet nu officieel: J.T. 007…

Het is rommelig in huis. In de kamer, in de keuken. Overal slingeren aantekeningen, kattebelletjes, speeches, rouwdrukwerk en feestdrukwerk, rekeningen. Jan regeert over zijn graf. Vroeger maakte hij ook altijd een puinhoop van ons huis.

null

Daube met sukadelapjes

daube

Ellen heeft het gewoon druk op haar werk. Ik heb het druk in de privésfeer, ik kom er nog wel eens over te schrijven… Gelukkig kon ik een paar dagen vrij nemen. ‘s Nachts werken en overdag slapen en in de beperkte tussentijd nog regelwerk leveren, dat schiet niet op. Mij lukte het in ieder geval niet. Enfin, er liggen nu een aantal open dagen voor me, en vanaf komende maandag begint mijn “grote” vakantie. Het komt allemaal goed…

Ontspanning haalde ik vandaag uit het bereiden van onze maaltijd. (En er moet per slot óók gegeten worden…) Ik legde vanochtend twee sukadelappen uit de diepvries. Ik besloot ze te langzaam te stoven. Ik vond een gerecht uit Gascogne, helemaal toegesneden op mijn smaak van de dag. Het recept valt of staat bij een flink stuk spekzwoerd, dus vroeg ik bij slagerij Snijders of dat te bekomen was. Ik kreeg een enorme lap zwoerd, gratis en voor niks. Het teveel kon ingevroren worden. En had ik niet nog eens geïnformeerd naar die grote hartvormige patéschaal? Nou die lag nog in de opslag. Die mocht ik ook zomaar meenemen. Enfin…

vorm

Daube uit Gascogne (een stevig eenpansgerecht voor twee personen):

  • 2 sukadelapjes,
  • stuk spekzwoerd,
  • 1 eetlepel olijfolie,
  • 1 ui, klein gesneden,
  • 1 winterwortel, klein gesneden,
  • 2 tomaten, ontveld en in plakken gesneden,
  • 1 glas rode wijn,
  • 2 teentjes knoflook, gepeld en geplet,
  • verse tijm,
  • peterselie,
  • 2 kleine laurierbladeren,
  • verse rasp van een halve sinaasappel,
  • 8 olijven,
  • peper en zout.
Voor het peterseliemengsel:
  • 2 eetlepels gehakte peterselie,
  • 1 teentje knoflook,
  • 2 ansjovisfilets.
Wrijf het vlees in met peper en zout. Bedek vervolgens de bodem van een stoofpan (daube) met een lap spekzwoerd, met de vette kant naar boven. Giet daar de olijfolie op, en bedek de zwoerd met de ui en de wortel. Leg daar het vlees op. Vervolgens bedek je het vlees. Op elke lap een teentje gekneusde knoflook, de afgeriste blaadjes van twee takjes tijm,peterselie, laurierblad en sinaasappelrasp. Schik vervolgens de tomatenschijfjes op het vlees en dek het geheel af met spekzwoerd, de vette kant naar beneden.
Op een laag vuurtje mag het geheel nu (zonder deksel) een goed kwartier stoven. Giet dan de wijn erbij en plaats de deksel op de pan. De pan gaat vervolgens in een op 140 graden voorverwarmde oven. Laat het gerecht ruim 3 uur zachtjes stoven. Kijk af en toe of er nog voldoende vocht in de pan zit.
De laatste 15 minuten mogen de olijven meestoven. Maak een papje van de ansjovis, de knoflook en de peterselie door ze samen héél fijn te hakken of te vijzelen. Verwijder de spekzwoerden en dien het gerecht op in een diepe schaal, mét het kookvocht en de gestoofde groenten. Strooi er als laatste het peterselie/ansjovis mengsel over.

ansjovis/knoflook/peterselie

Geef er gekookte aardappeltjes bij…

© Paul

Paddenstoelen en de familie…

paddenstoelenboek

Ik heb er de afgelopen dagen al menig uur mee doorgebracht. Nog een paar bladzijden en ik heb het uit. Dat Worstenboek van Meneerwateetons. (Geduld Meneer, de resentie komt binnen enkele dagen…)

Afgezien van lezen, eten en drinken werd mijn tijd in beslag genomen door de paddenstoelenjacht. Ook vanochtend wandelde ik een uurtje door bos en dreef, Hond Max moest per slot uitgelaten worden. En zo sneed het mes van twee kanten…

Een ware explosie van aardappelbovisten, ik had er in jaren niet zoveel gezien. Letterlijk karrevrachten stonden er te pronken. Je kunt er jammer genoeg niets mee, met die aaradappelbovisten…

Thuisgekomen viste ik een deel van mijn paddenstoelenlectuur uit de kast en spreidde die uit op de keukentafel. Kwestie van bijscholing, het ophalen van herinneringen en het vergaren van nieuwe kennis.

In een Tsjechisch boekje trof ik een passage die ik je niet wil onthouden. Die is geschreven door ene J. Baier. Zijn kennis over paddenstoelen staat boven enige twijfel. En de manier waarop hij waarschuwt voor wat er allemaal mis kan gaan is grondig en oprecht. Zijn zakelijke benadering paart Baier aan een wat romantisch beeld van de paddenstoelenplukker. (Ik citeer uit de Nederlandse uitgave.)

Ergens in zijn “waarschuwingenhoofdstuk” schrijft Baier: “Afkeurenswaardig is het testen van een paddenstoel op eetbaarheid door de betreffende paddenstoel aan een familielid voor te schotelen en af te wachten of hij al dan niet ziek wordt…”

Ik heb er in het verleden kennelijk overheen gelezen, want ik herinner me de quote in het geheel niet. Het zou een humoristische waarschuwing kunnen zijn van Meneerwateetons, maar ik heb de indruk dat Baier het méént… Hij schrijft verder: “Treden er binnen een uur geen klachten op, dan zet de hele familie zich aan het maal. Maar bevat het gerecht bijvoorbeeld de groene knolzwam ( Amanita phalloides), die een incubatietijd van 8 uur heeft, dan zou dat wel eens de laatste maaltijd van de familie geweest kunnen zijn…”

Tja lezer, het is maar dat je het weet: voeder nooit vreemde paddenstoelen aan je geliefden… (of: als je dan al een familielid opoffert, doe het goed!)

Kastanjeboleten…

kast

De grote paddenstoelenmaaltijd die ik mezelf beloofde liet nog even op zich wachten. Het was te droog geweest rond ons optrekje in Luxemburg. Ik moest er alles bij elkaar een goede vier uur voor wandelen, klimmen en ploeteren om een zeer bescheiden maaltje bij elkaar te plukken. Ik zag onderweg van alles. De Kleverige Knolamaniet, flikkerend wit op een open plek in het woud. Prachtig als verschijning, dodelijk als versnapering… Russula’s, maar niet van de soort die ik kende. Inktzwammen ook, maar allemaal in het deplorabele stadium verkerend van paarszwarte druipkaars.  Van eekhoorntjesbrood geen spoor, maar ik had mijn zinnen gezet op die kastanjeboleetjes. En gelukkig trof ik ze, zij het mondjesmaat.

Het is een vrij algemene paddenstoel, die kastanjeboleet, ook in onze contreien. In Luxemburg weet ik ze doorgaans wel te vinden in gemengd bos. Het probleem is dat we niet op elk moment in Luxemburg zijn, en dus ook niet in de gaten kunnen houden wanneer ze er volop zijn. En zoals gezegd, het was droog geweest de laatste tijd, en daar houden kastanjeboleetjes niet van…

Het verzamelen thuis in Nederland schiet er nogal eens bij in, omdat ik me tijdens de hoogtijdagen van de kastanjeboleet toch voornamelijk concentreer op het eekhoorntjesbrood. Dat levert uiteindelijk veel meer op. Ik verzamel de kastanjeboleten dan als een soort bijgift.

Het was alweer jaren geleden dat ik een maaltje van alleen kastanjeboleten at. Eekhoorntjesbrood wordt door de liefhebber doorgaans meer gewaardeerd. Maar of dat nou terecht is?.. De smaak mag dat iets minder intens zijn, dat typische, wat notige, maakt de kastanjeboleet tot een heel bijzondere paddenstoel. De maaltijd van zaterdagavond werd er uiteindelijk nog feestelijker van…

Ik moet me maar weer eens vaker bezig houden met die kleine paddenstoeltjes met hun chocolade bruine hoedjes.

Grote veranderingen! (Even bijpraten…)

tuinboontjes met bietjes 001 

“Vanaf vandaag moet er gewoon weer elke dag geschreven worden.” Zo luidt de dwingende mening van Ellen, en ik leg me daar bij neer. Zelf zint ze op nieuwe recepten, en om de daad bij het woord te voegen installeert ze zich achter de kookpotten en begint… De receptuur van haar handelingen volgt dan later op deze dag. Mijn artikeltje is bedoeld om je even bij te praten…

Eerst en vooral zal je opgevallen zijn dat er een nieuwe kop prijkt bovenaan de site. Het is een cadeau van Marleen, de Jongste Bediende en Eupotours (evertneeljulialotteflora). Neel ontwierp de kop, (evenals de oude…) en zo ook het nieuwe visitekaartje. De stijl van ons nieuwe uithangbord is iets formeler, wat gedistingeerder en erg groen… We zijn er bijzonder verguld mee.

Ik verbruik momenteel elke vrije minuut aan het overplaatsen van artikelen van het “oude” web-log naar deze web-site. Het is gruwelijk veel werk, maar het gaat me niet slecht af. Het is uiteindelijk toch een kwestie van gaan zitten, verstand op nul en vervolgens knippen en plakken. Intussen zijn er een goede veertienhonderd artikelen geplaatst en opvraagbaar.

Er staan momenteel twee zoekmachines in de kop. Gebruik de witte. De zwarte moet verwijderd worden, maar dat lukt nog even niet. En wanneer je die witte zoekmachine gebruikt moet je hem activeren met enter, klikken met de muis gaat nog niet.

Het merendeel van de links in de oude artikelen moet worden gerestaureerd, dat gaat nog maanden duren, heb geduld met ons lezer…

Fouten en tekortkomingen! Ach lezer, je zult er nog vaak over struikelen maar duid het ons niet euvel. We kennen all ins-and-outs van dit programma nog lang niet. [Dat geldt natuurlijk niet voor schrijffouten (bereiken-berijken?), daarvoor zijn we ter plekke, en wel onmiddellijk, verantwoording schuldig.]

Ik moet nou weer door met de oude artikelen. Maar eerst lekker eten…

 

Josef Lada en het bier… (Tsjechische bierkultuur deel 1)

Quote

Overmoed, zo zou ik denken. Ik plaatste het plaatje gisteren met de bedoeling er zo snel mogelijk een spetterend artikel bij te maken. “Over de Tsjechische biercultuur”, toe maar! Ach lezer, het overkomt me vaker. In gedachten ontwerp ik een briljantje, maar wanneer ik dan op een later tijdstip ga schrijven blijkt er nog slechts een steenkoolsinteltje overgebleven… Laat ik maar beginnen en kijken waar het schip strandt.

Het plaatje is getekend door Josef Lada (1887-1957), een Tsjechische illustrator uit de vorige eeuw. In het moderne Tsjechië heeft hij evenwel nog steeds dezelfde cult-status als bij leven en welzijn. Zijn polpulariteit lijkt niet af te nemen, ook niet 60 jaar na zijn overlijden. Iedere Tsjech, groot of klein kent Lada’s werk en spreekt er met vertedering over. In de rest van de wereld dankt Lada zijn bekendheid aan de illustraties die hij maakte voor de schelmenroman De Lotgevallen van de brave Soldaat Svejk van Jaroslav Hasek (1883-1923).

Lada publiceerde ruim honderdtwintig kinderboeken, zeker zoveel romans voor volwassenen illustreerde hij. Het gelegenheidswerk (ex-libris, kalenders, affiches, industrieel grafiek) is talloos. Zijn werk kenmerkt zich door een eenvoudige en klare lijnvoering. Zijn kleurgebruik is  helder. De onderwerpen zijn altijd dicht bij ieders belevingswereld, een beetje een geïdealiseerde wereld, dat wel. De humor van Lada is ronduit ontwapenend.

Het Minsiterie heeft in de afgelopen decennia een keur aan werk van Lada bij elkaar gesprokkeld. Het Ministerie krijgt er geen genoeg van… Ook niet van van Svejk overigens, en van zijn geestelijke vader Jaroslav Hasek.

À propos, over die Hasek vallen talloze anekdotes te vertelen (ik doe het uit mijn hoofd, dus hier en daar zal het een of ander wel niet kloppen…). Zo was de man in het begin van de jaren twintig van de vorige eeuw redacteur bij het Praagse tijdschrift “De Wereld der Dieren”, een serieus blad, ter lering en vermaak van de Tsjechische mens ten tijde van het interbellum. Moderne communicatie en informatieversprijding stonden nog in de kinderschoenen, maar het volk was leergierig. Hasek maakte dankbaar gebruik van de omstandigheden, en in de plaats van onderzoeksjournalistiek te bedrijven schotelde hij het volk voor wat het volk wilde. Enge verhalen over enge beesten. Vanaf zijn stamtafel in het Bierhuis verzon hij de meest angstwekkende en fantastische fabeldieren, beschreef hun habitat en hun gewoonten, hun uiterlijk en hun nukken. Hasek schreef àltijd vanaf de stamtafel van het Bierhuis. Groot was de waardering voor zijn inovatief werk, ook al schemerde hier en daar door dat Hasek het niet zo nauw nam met de waarheid. En zo kon het gebeuren dat de hoofdredactie van De Wereld der Dieren” Hasek een grote somme gelds ter beschikking stelde om daarmee het westen van Europa te berijzen. Ook Vlaanderen en Nederland zou hij aandoen. Hasek installeerde zich in zijn Bierhuis en zette het op een verwoed schrijven. Over Brussel schreef hij, over Amsterdam. En over de vreemde fauna die hij aantrof aan het Noordzeestrand. Wekenlang ging dat goed, tot op zeker moment één van de hoofdredacteuren het Bierhuis bezocht waar Hasek zijn pennevruchten in elkaar draaide. De redacteur had nota bene nog diezelfde dag een artikel van Hasek zitten redigeren. Een artikel afkomstig uit Noord-Frankrijk… ( Een deel van de schrijfsels kreeg zijn beslag in de bundel De mensenhandelaar van Amsterdam.)

Enfin,.. Hasek werd op staande voet ontslagen, enige kans op journalistiek werk werd hem ontnomen. En aangezien hij nu niks te doen had begon hij dan maar te schrijven aan een roman. Hij schreef een van de grootste werken uit de wereldliteratuur: De lotgevallen van de brave soldaat Svejk… (vanuit het Bierhuis).

De andere Tsjechische held op het Ministerie heet Bohumil Hrabal. Ook een wereldliterator, ook een geweldig bierdrinker. Over hem later meer.

Zowel Lada, alsook Hasek en idem Hrabal waren liefhebber van het Tsjechisch Zwartbier. In Sveijks favoriete bierhuis U Kalicha (Het Kelkje) wordt dat bier nog steeds geschonken. Wij dronken het daar, we waren meteen verkocht…

Dit is geen artikel over de Tsjechische biercultuur geworden, hooguit over een fragment daarvan. Ik kan echter vandaag niet “korter” schrijven. Ik ga er maar een serie van maken. Misschien komt het dan nog goed…

© paul