We hebben Jan begraven…

null

Dit verhaal gaat niet over eten en drinken. Je hoeft het niet te lezen, ik schrijf het voor Ellen en voor mezelf. En doe ik er anderen een plezier mee dan is dat mooi meegenomen.

Een goede maand geleden kreeg ik een telefoontje van Jan. Of ik nog eens in een werkgroep wilde? Nou nee, dat wilde ik niet. “Luister,” zei Jan, “het betreft de werkgroep Help Jan T. door het leven…

Ik begreep meteen wat hij bedoelde. Enige weken voor het telefoontje kwam Jan op een zaterdagochtend vertellen dat hij kanker had, en dat het terminaal was. Hij verzocht mij nu dus om voor een waardig afscheid te zorgen, hij was er zelf niet meer toe instaat. Harrie kreeg eenzelfde telefoontje, maar daar heette het aksiegroep. Evenzo bij Hans. Het mag duidelijk zijn dat er in dit geval geen sprake van weigeren kon zijn.

Jan voerde de regie, daartoe was hij nog wel in staat. Alles zouden we zelf doen. Niet alleen omwille van de speciale wensen van Jan, het was ook een budgettaire kwestie. Jan dacht dat we nog ruim tijd zouden hebben, een paar maanden tot een half jaar. Tot het fout ging natuurlijk… Maakte hij drie weken geleden nog een ballonvaart, begin vorige week kon hij nog nauwelijks uit zijn bed komen. We kregen plotsklaps haast.

Jan overleed in de nacht van donderdag op vrijdag rond half drie. In de aanloop naar het sterven was er vrijwel permanent bezoek. Jan vond het geweldig. Tot ver in de laatste avond van zijn leven genoot hij ervan, al was hij nog nauwelijks instaat tot communiceren.

We hebben Jan dinsdag begraven. En dat was een feest!

We hielden een afscheidsbijeenkomst in Jongerencentrum D’n Bunker, we brachten Jan met paard en wagen naar het kerkhof van de Oude Kerk. Daar droegen we hem ten grave, naar zijn plekje onder de oude rode beuk. Na een laatste groet wandelde het hele gezelschap terug naar D’n Bunker waar de afterparty plaats vond. Zo had Jan bepaald.

Er waren 185 gasten. Er werden fonkelende wijnen geschonken en er vloeide bockbier. En voor de liefhebbers had Jan zijn kistje wiet ter beschikking gesteld. Zelf gekweekt, zelf gedroogd. Het Ministerie zorgde voor brood en worst, koek, groenten en fruit. (Behalve de spacecake, die kwam van een ander Ministerie…) Het werd een geweldig feest. Er was niemand die zich niét vermaakte.

We hebben het allemaal zelf gedaan. Het drukwerk en de advertenties, de wake en bewaking van het sterfhuis. Het kisten en begraven. Al het regelwerk, al het bijkomend gedoe…

Iedereen die zich uitsloofde om het feest compleet te maken hebben we persoonlijk bedankt (en dat waren er velen!). Dit is niet de plaats om mensen nog een te vernoemen. Behalve dan Francine en Liesbeth. Die twee meiden hebben toch maar gezorgd dat Jan vredig zijn laatste weken sleet…

De doden hebben een plaats, de doden hebben een nummer. Zo bepaalt het onze burocratie. De begrafenisondernemer, die ons dezer dagen begeleidde bij de voorbereidingen van dit afscheid, moet geweten hebben van Jans passie voor film. Hij bepaalde het nummer, en wij schreven Jan in in het gemeente register. Hij heet nu officieel: J.T. 007…

Het is rommelig in huis. In de kamer, in de keuken. Overal slingeren aantekeningen, kattebelletjes, speeches, rouwdrukwerk en feestdrukwerk, rekeningen. Jan regeert over zijn graf. Vroeger maakte hij ook altijd een puinhoop van ons huis.

null

Please follow and like us:

6 thoughts on “We hebben Jan begraven…

  1. Ik kan het niet geloven.
    Ik blijf het maar lezen. Een geestverwant is vertrokken. Het stemt me droef. In herinnering bewaar ik zijn guitige pretogen en zijn typische grinik-lach.
    Een mooi mens!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *