Kerstnacht 2011…

nieuwjaar 

Waarschijnlijk het lelijkste Engeltje op aarde, maar het blijft een Engeltje.

Ik zit met een kop koffie achter mijn buro. Het is intussen rustig op de afdeling. Dat mag ook wel, het is al over vieren. Ik neem aan dat Ellen ligt te slapen, ik neem eigenlijk aan dat zowat iedereen ligt te slapen.

Het Grote Kerstdiner slaan we dit jaar over. Het feit dat ik deze nachten werk haalt een streep door de traditie. De resterende tijd brengen we samen door. Een beetje lezen, een filmpje, lekker eten…

Nog een paar klusjes heb ik te doen en het is alweer tijd. Het Marktmeisje komt me aflossen en ik spoed me naar huis. Ellen heeft me kreeft beloofd, met zalvend zachte mayonaise en een glas Loirewijn. En daarna slaap ik een gat in de dag…

Een Gelukkig Kerstfeest lezer…  

 

Turks fruit…

Gisteren vierden de Twins van Eupotours hun verjaardag, wij waren op het feestje. Dat zal dan ook de reden zijn waarom ik terug moest denken aan de snoepjes. Met enige moeite vond ik de foto, eigenlijk was het hele gedoe allang weggezakt in de vergetelheid van mijn simpele bestaan.

Het moet kort na de vakantie zijn geweest, Ellen was terug in Nederland, en de Twins ook. We bezochten gevieren onze Turkse slager in Helmond, dus het zal wel een zaterdag zijn geweest. De slagerij, die ook een beetje functioneert als kleine supermarkt, had het snoep toegevoegd aan het ruime  assortiment zoetigheid dat ze al sinds tijden voeren. En omwille van die gelegenheid deelden ze het uit met gulle hand. De Twins kregen ieder een zakje mee naar huis.

Het is eigenaardig spul, dat zachte, mierzoete snoep. Ik ben er dol op. Hoofdbestanddelen zijn suiker, gelatine en water. Voor de smaak gebruikt men vruchtensap en en allerlei smaakmakers. In dit geval was onmiskenbaar gekozen voor rozensiroop. Zo geurden ze, zo smaakten ze.

Ik heb sindsdien nog slechts een maal Turks fruit gekocht. Je moet ten slotte opletten dat de lekkere dingen je door overconsumptie niet gaan tegenstaan. Het geldt voor Fudge, het geldt voor Marsepein. Maar het geldt al helemaal voor Turks fruit. Volgend jaar weer…

 

Baumkuchen(torte)…

Maandagmiddag was ik even in het grensstadje Kleve (Kleef). Ik zocht een boek, en ik was ervan overtuigd dat ik het daar zou vinden. Ik was echter even vergeten dat de Rijnlanders al aan hun kerstreces toe waren. In de belangrijkste winkelstraten kon je over de koppen lopen. Alsof heel Kleef en omstreken juist op deze dag de kerstinkopen moest doen. Aan de infobalie van de boekhandel stond een lange rij. Een goede twintig mensen voor mij. “Nee”, dacht ik, “Dit gaat-um niet worden.” Ik snuffelde nog wat rond op eigen gelegenheid en vertrok dan maar onverrichter zake.

Ik wandelde naar de Zwanenburgt in het hoger gelegen gedeelte van de stad, een beetje in de luwte van het kerstgedoe. Ik groette het ruiterstandbeeld van Kurfürst Friedrich Wilhelm, hoewel ik niks met keurvorsten van doen heb. Maar het paard is zo mooi, vandaar. En ik vond het eigenlijk allemaal best. Ik genoot van mijn maandags uitje.

Toen ik in een boogje terug kuierde naar de benedenstad besloot ik om nog even aan te gaan bij Cafe Wanders (Stadt Cafe Conditorei Kleve). We dronken er wel eens een kopje espresso en aten er gebak. Het is zo’n typische Deutsche Conditorei, zo een waar je Duitse dametjes ziet lunchen met twee of drie stuks gebak en een kannetje slappe koffie. Maar ook jong volk komt er graag. En het gebak is van de aller-allerbeste kwaliteit.

Ik kocht er een Baumkuchen. Een koek of taartje, dat is opgebouwd uit laagjes. Je maakt het door voor een open vuur deeg aan te brengen op een rol. Vervolgens draai je de rol rond en brengt een nieuw laagje aan. Zo wordt laag over laag gebakken. (Hoe het precies werkt kan ik je hier laten zien…) Als grote koek ziet-ie eruit als een boomstam, doorgesneden lijkt het alsof je de jaarringen kunt tellen van een stammetje. Vandaar de naam.

Het beslag wordt gemaakt van boter, eieren, meel, suiker, vanille en zout. Het gebak wordt in het laatste stadium overdekt met een laag chocolade of suikerglazuur.  Het levert heerlijk gebak op, maar het is machtig. Je eet dan ook nooit grote stukken ineens.

Het gebak komt voor op veel plaatsen in Midden-Europa. Voor het eerst werd het beschreven in een Italiaans handschrift uit het begin van de vijftiende eeuw. De naam Baumkuchen duikt voor het eerst op in 1682, in een dieetboek van ene Johann Sigismund Elsholtz. En dat was dan weer de lijfarts van Kurfürst Friedrich Wilhelm, de Keurvorst wiens paard ik zojuist had gegroet. De cirkel was rond, ik kon tevreden naar huis…

Gerard van Lankveld, Keizer van Monera…

Aankondiging in het Gemerts Nieuwsblad, dinsdag 20 december 2011:

De NCRV zendt donderdag 22 december een portret uit van Gerard van Lankveld, geboren te Gemert in 1947. In het programma Showroom presenteert Joris Linssen de wondere wereld van Gerard van Lankveld, kunstenaar, klokkenmaker, vernufteling.      (Ned 1, 22.20 uur ).

Ja lezer, diezelfde Gerard die je nagenoeg elke zaterdag aantreft aan onze dis, ergo, de Keizer die je ziet verschijnen in nagenoeg elk artikeltje over het verloop van de zaterdagen op het Ministerie…

En er is meer: de Kerstbijlage van het Eindhovens Dagblad (ook die van het Brabants Dagblad?) ruimt fors plaats in voor het fenomeen Monera, komende zaterdag, 24 december aanstaande.

Wij kennen hem als de goedlachse drinker, cabaretesk scherp in zijn observaties, hilarisch in het beschrijven van wat hij zoal weer heeft gezien of beleefd. Maar ook kennen we Gerard als de “Grumpy Old Man”, kankerend op alles wat de wereld te bieden heeft. En als-ie eenmaal kankert, hoed je lezer, wat hij is nauwelijks nog tot de orde te roepen. Enfin, enige directieve vermogens zijn me niet vreemd, dus meestal keert de wal het schip…

Gerard hult zich graag in zijn underdog rol, verstoken van enige aandacht, verschopt en verstoten. Niets is minder waar!

Welke Nederlandse kunstenaar kan zich beroepen op een expositie in het meest prestigieuze Architectuurmuseum ter wereld, het DAM in Frankfurt am Main

So-wie-so, de exposities die de Keizer ten deel vielen roepen de jaloezie op bij de meeste vakgenoten hier ten lande, alsook wereldwijd. Ik ga al die exposities en tentoonstellingen niet opnoemen, het zijn er veel te veel.

Twee biografieën in druk verschenen er tot nog toe over zijn leven. En een kinderroman waarin de hoofdpersoon een afsplitsing is van onze Keizer (of klokkenmaker!).

Het Museum Dr. Guislain te Gent (B) richtte een kabinet in waar permanent topstukken uit het oeuvre van de Gerard  worden geëxposeerd. Een kabinet voor de Keizer alleen!

Films over zijn leven werden er gemaakt, met als hoogtepunt de documentaire van de Belgische cineast Josef Devillé, als aanvulling op de biografie die Ton Thelen schreef in het jaar 2005.

Tijdschriften over Outsider Art, zowel hier als in het buitenland publiceerden toonaangevende artikelen over Monera Carcos Vlado, zoals het keizerrijk van Gerard heet.

Het blog Outsider Environments Europe van Henk van Es besteedt ruim aandacht aan het fenomeen, wereldwijd. Tot in de Oekraïne wordt er over hem gepubliceerd.

Kom je ons dorp binnen gereden of gelopen, je kunt niet voorbij aan de monumentale poort genaamd Klaïda!

Enfin, dit stukje wil niet meer zijn dan een aankondiging van zaken die in het nabije verschiet liggen. Voor inhoudelijke info klik je door naar onze linken. Vergeet daarbij niet ook even te kijken op de web site van de Keizer van Monera….

Hij miskend? Ach lezer, wij weten wel beter…

 

Zigeunermuziek op een zondagavond en andere genoegens…

Zondag vierde ik mijn verjaardag. Met familie, vrienden en vriendinnen. Het feest begon rond drie uur in de middag en liep uit tot een uur of tien in de avond. Er was voldoende te drinken, en netaan genoeg te eten. (Een foute inschatting van mij, en Ellen had nog wel zo gezegd…)

Ik werd bedacht met uitgelezen wijnen, bijzondere spiritualiën, Belgische bieren (inclusief een recept dat erom schreeuwt nagekookt te worden), worsten en kookboeken, stripverhalen en literatuur.

De maaltijd bestond uit Pörkölt, koolsalade en goed brood. En zoals altijd bij dit soort gelegenheden kwam het er weer even niet van om op tijd een foto te maken.

Onze Jongste Bediende had nog een bijzonder kado in petto. Kort na de maaltijd intoduceerde hij aan het gezelschap een muzikaal duo. Adolf Steinbach en zijn zoon Jan. Adolf is nog een van de weinige zigeuners (Sinti) die tot in de jaren zeventig een zwervend bestaan leidden. Het Duitse Rijnland, Limburg en Brabant, met af en toe een uuitstapje naar Vlaanderen. En altijd een paar keer per jaar terug kerend naar het driekantig veldje op de grens van Beek en Donk en Gemert. Een stukje niemandsland, zogezegd…

We kenden Adolf al zo’n dertig jaar, maar ik had hem nog nooit horen spelen. En van zoon Jan wist ik niet eens dat hij een gitaar vast kon houden. Maar dan: Zigeunermuziek, Weense deuntjes, Schrammelmusik en Hongaarse csárdás. Ook het Ave Maria van Bach-Gounod. En Stille Nacht Heilige Nacht. Een viool en een Kontragitarre ( een twaalfsnarige gitaar met twee halzen, die ik alleen maar ken van de Weense Schrammelmusik, en die geloof ik verder op de wereld ook nauwelijks voorkomt). Een heel opmerkelijk concert, en een bijzonder kado.

Er volgde nog een glasheldere vertolking van The Rose door Julia van Eupotours. Neel en Ans zongen Moravisch (of was het Kaukasisch?) en de Jongste Bediende haalde zijn opera repertoir eindelijk weer eens van stal. Ellen en andere Ans hielden het bij Kurt Weill. Toon improviseerde zoals alleen Toon dat kan. En ikzelf, ach ikzelf…

Vriend Jan verkoos een gemakkelijke stoel, min of meer met zijn rug naar het gebeuren. Hij geloofde het allemaal wel.

Zo lezer, ach, zo wil ik wel een keer of zes per jaar jarig zijn…

Dim Sum van AH…

dim sum 010

Ik noem het nog steeds de nieuwe web site, terwijl we er toch alweer maanden op werken. Enfin, het zal nog wel een tijdje zo blijven…

Een van de voornemens die we bedachten toen we de nieuwe web site in gebruik namen was het idee om weer zoals “vroeger” stukjes te publiceren, ook wanneer er niet uitgebreid gekookt werd. Gewoon de lezer even laten weten wat er zoal gegeten werd. Dat gebruik diende in ere hersteld te worden. Laten we maar proberen ons aan dat voornemen te houden.

Ik kondigde gisteren al aan dat ik dim sum zou maken voor de lunch. En aldus geschiedde. Meestal kopen wij de dim sum bij de Chinese supermarkt aan de Kleine Berg in Eindhoven. Zelf maken doen we ze nooit, hoewel oplettende lezers in het verleden ons bezworen dat het heel goed mogelijk is. Aangezien we door onze voorraad waren, en ik niet in de gelegenheid was om boodschappen te doen in de Grote Stad, kocht ik deze keer de dim sum bij AH. Men biedt die aan in de Excellent-serie. De prijs weet ik niet meer, het zal een euro of drie zijn geweest. Twaalf stuks in de verpakking en twee zakjes saus: koriander en chili. Een kleine vijftien minuten in het stoommandje en ze zijn klaar. Ik gebruikte eigen sauzen: een gefermenteerde vissaus en een sojasaus.

Ze smaakten me behoorlijk, die dim sum’s, en ik zal ze in een onbewaakt moment heus nog wel eens aanschaffen. Ik prefereer evenwel die van de Chinese supermarkt. Koop je daar de iets sjiekere, dan heb je ten enen male meer smaak.

Vleeswolf en stopmachine…

Het gebeurt vaker op mijn verjaardag. Dat het buiten donker is en de hele dag donker blijft. Ik ben eraan gewend, het is eerder regel dan uitzondering. Ik vind het niet erg.

Het Kind belde me op en Boer Skukhorzel SMSte. Met de beste wensen, enzoverder enzovoort. Ellen is naar haar werk. Ze kwijt zich deze ochtend van haar taak als Voorzitter van de Jury ten behoeve van het Groot Kerstdictee Fontys PABO Eindhoven/Veghel. Voor ze de deur uitging overhandigde ze me een kado. Dat is zo de gewoonte in dit huis. Het bleek een apparaat te zijn (Ik en apparaten?!). Al tijden zat ik erover te dubben, te zeuren, te twijfelen. Ellen had dan de knoop maar doorgehakt. Ik ben sinds vanochtend de trotse bezitter van een vleeswolf annex worststopmachiene.

Zelf worst maken, de gedachte speelde al heel lang door mijn hoofd. Het kwam er alleen niet van, er was altijd wel een bezwaar waarom ik er niet aan begon. En trouwens, waar moest je beginnen? De recepten die ik vond bleven vaag en de werkinstructies waren doorgaans amateuristisch. Tot ik dat boek van Sjoerd Mulder en Meneer Wateetons in handen kreeg. Daar stond het allemaal in. Dé kant-en-klare handleiding. Ik had nu geen enkele reden meer om me niét in de worstenmakerij te storten.

In een ver verleden deden we de nodige ervaring op met de handvleesmolen. Zo een die je op tafel moet schroeven, op een plank of op het aanrecht. Gevolg: kapotte handen, gekneusde vingers, versmeerd vlees, kledder en drab. Dat lag natuurlijk aan ons, maar het maakte wel dat we die worstmolen nooit meer gebruikten. Moest er vlees gedraaid worden ten behoeve van de patébakkerij, we wisten wel andere methoden te bedenken. Ik had intussen eigenlijk allang besloten dat, zou ik aan mijn privé worstatelier beginnen, er een elektrische molen moest komen. Ik twijfelde nog over het hoe en wat. En zoals meestal in dit huis nam Ellen dan maar een besluit. En terecht!

Het apparaat dient gemonteerd op onze keukenmachine. Ik heb nauwgezet de instructies gevolgd, het is niet moeilijk. En alles doet het!

Aanstaande zondag zal ik mijn verjaardag vieren met familie, vrienden en vriendinnen. Het Kind verwacht dan van de eerste worstjes te kunnen snoepen. Maar zo gaat dat niet… Een en ander vergt voorbereiding, moet degelijk overdacht worden. Nee, dat wordt wel januari…

Hoe de dag verder zal verlopen, ik weet het niet. Ik haal straks Ellen op en misschien gaan we uit eten. Misschien ook niet. Mogelijk komt er nog bezoek , ik weet het niet. Voorlopig zet ik een CD op met Oude Engelse Gezangen, blader ik wat in het Groot Keukenwoordenboek van Alexandre Dumas (nog een kado…) en maak voor mezelf Dim Sum. Daar heb ik zin in…

Ansjovisboter…

Vandeweek aten we ieder een kalfskarbonade. Keurig vlees, enige dagen eerder aangeschaft bij onze Turkse slager in Helmond. Maar het artikel gaat eigenlijk over iets anders, de kleine groenige mopjes die op het vlees liggen: ansjovisboter.

Je kunt die kant-en-klaar kopen in de betere delicatessezaak, maar veel bevredigender is het om die zelf te maken. En het is doodeenvoudig.

  • 4 ansjovisfilets,
  • 4 tenen knoflook,
  • vers gehakte peterselie,
  • boter,
  • peper en eventueel zout.

Je kunt die boter maken met een keukenmachine of staafmixer, ik gebruikte een vijzel. Gewoon het ouderwetse handwerk. Het resultaat is wat ruller van consistentie. Niet zo gladjes en stukgedraaid. Ik schreef daar al eens over in een artikel over vijzels… Ik gebruikte ditmaal onze middelgrote vijzel.

Doe de ansjovisfilets in de vijzel en druk ze tot pulp. In het begin moet je even flink druk zetten, daarna doet de stamper het werk zelf. Je hoeft hem dan alleen nog maar snel rond te draaien. Het gewicht van de stamper zorgt voor de desïntergratie van je vis. Doe er vervolgens de schoongemaakte en geplette tenen knoflook bij. Ook hier weer even druk uitoefenen tot de zaak uit elkaar valt. Wanneer je een min of meer homogeen papje hebt kan er gehakte peterselie bij en de boter in klontjes. En almaar draaien met de stamper… Na korte tijd is je ansjovisboter klaar. Maak de boter af met wat peper uit de molen en eventueel wat zout (Let op, de ansjovis is zout). Ik gebruikte gezouten boter, dus ik hoefde so-wie-so niks bij te voegen.

Schep de boter in een kommetje en laat hem even opstijven in de koelkast. Je kunt de boter voor langere tijd goedhouden, mits goed gekoeld.

Zo eenvoudig is het écht… Hoeveel boter je gebruikt is afhankelijk van je smaak. Dat geldt ook voor de hoeveelheid peterselie. (En natuurlijk kun je met de rest van de ingrediënten ook spelen.)

Vacherin Mont d’Or, de gebakken kaas…

We raken alweer een beetje achter met het beschrijven van de maaltijden, maar dat is de laatste tijd eerder regel dan uitzondering. Enfin…

Dinsdag stond er kaas op het menu. Ik schreef je al eens over het kaasje met de exotische naam Vacherin Mont d’Or. Onlangs hadden we er weer eens eentje op de kop getikt. En ook nu weer bakten we het in de oven…

En aten we het vorige keer met een gekookt aardappeltje, dinsdag volstond knapperig stokbrood. In het eerdere artikel schreef ik dat de kaas een half uur in de oven mocht. Vandeweek was een langere baktijd gewenst. De kaas kwam namelijk recht uit een onderkoelde ijskast. Een oventijd van drie kwartier was noodzakelijk.

Voor alle duidelijkheid: het kaasje zit in een spanen doos. Die omwikkel je met alu-folie. Je maakt kruisgewijs een inkeping in de huid van de kaas en stopt er twee geplette tenen knoflook in. (In dit geval deed ik het met een theelepel geconserveerde knoflookpulp.) Een goede scheut witte wijn over het kaasje en het kan een half uur de oven in bij 180 graden (mits de kaas op kamertemperatuur is).

Maar evengoed: Godenspijs…

Verse blaadjes sla erbij en plakken ham uit Spanje. Een glas witte wijn uit datzelfde land en espresso met een stroopwafel toe.

Veevoeders…

Ik mag er best een paar jaren langs zitten, ik schrijf uit het blote hoofd en de oplettende lezer weet intussen wel dat ik nogal eens lijd aan “Verdichtung”. (Er verschijnt op dit moment weer een cirkel in mijn bierglas…)

We kochten het rek op een  vlooienmarkt ten behoeve van de plaatselijke Land- en Tuinbouwschool, een goede dertig jaar terug. De school werd ingrijpend verbouwd en gemoderniseerd en kennelijk was dit stukje aanschouwelijk onderwijs overbodig.

Het rek bevatte oorspronkelijk 48 buisjes, gevuld  met componenten waaruit veevoeders werden (worden?) samen gesteld. Twee buisjes ontbraken, twee hebben we zelf naar de vaantjes geholpen.

Exotische namen als Cobaltsulfaat, Maisglutenglucose, Luzernemeel, Zemelgrint, Katoengraanschroot en Verenmeel beschrijven de inhoud van de glazen potjes. En dat waren dan de ingrediënten van het voedsel van de dieren die uiteindelijk op jou en ons bord belandden.

Ons burgers zegt het weinig. De enige burger die ik ken die zich iets bij die stoffen kan voorstellen is Zjak. Maar die is dan ook bio-chemicus. Evengoed zijn hele generaties boerenkinderen in onze, maar waarschijnlijk ook in jou omgeving, groot geworden met de kennis die ze vergaarden door goed te kijken naar dit soort tableau’s.

De Jongste Bediende, die in een ver verleden als burgerkind infiltreerde in onze boerenstand, herinnert zich in ieder geval het gebruik van het rek in het schoolvak Diervoeders nog als de dag van gisteren. (Het is later nog goed gekomen met die jongen, hij ging Biologies-Dienamies studeren, en wel in de strenge vorm…)

Het voederrek was aan de school ter beschikking gesteld door de C.H.V., een diervoedergigant die zijn wortels heeft in Veghel, bij ons om de hoek. Theo Maassen, die in de schaduw van de C.H.V. silo’s zijn jeugd doorbracht gebruikte het bedrijf nog eens als achtergrond voor een sketsch (hoe treurig kan Brabant zijn..).

Enfin…, als Maartje niet een foto nodig had van het voederrek, en Walter niet zo doortastend geweest was om Ellen even te bellen, dan was er geen foto. En dit stukje zou waarschijnlijk nooit geschreven zijn. En dat, terwijl dat rek toch al bijna een derde eeuw in onze toilet hangt te pronken…