Oesters met Tabasco Chipotl (smoked)…

Het zal je niet ontgaan zijn, vorige week vierden we een beetje vakantie. Om het feest wat cachet te geven nam ik uit Nederland oesters mee. Niet dat ze in Luxemburg niet te krijgen zijn, maar ik kon vlak bij huis een hele mooie kwaliteit kopen voor niet al teveel geld.

Al eerder liet ik je weten dat Ellen vindt dat je met die beestjes niet moet klungelen. Gewoon besprenkelen met een beetje citroensap en een snuifje peper volstaat.

Ik denk daar ietsje anders over. Ik vind het lekker om de zilte smaak aan te zetten met wat pittigers. De combinatie van een paar druppels gefermenteerde vissaus (Nuoc Man) en een tikkeltje tabasco is een gouden greep.

Intussen leerde ik nog zo’n moordcombinatie kennen. Ik gebruikte Tabasco Chipotl, een paar druppels. Zilt, zuur, peperig en een vleug rooksmaak. Ik vond het geweldig. Over die Tabacso Chipotl zal ik nog schrijven, ik ben aangenaam verrast door die, mij tot dusverre onbekende, loot aan de tabascostamboom.

Maitrank en pirosjki…

Het gaat er al een tijdje over in ons huishouden. Ik wil een espressomasjientje, Ellen heeft haar zinnen gezet op een oventje voor in onze Luxemburgse woonst. Geldelijke middelen zijn even niet toereikend, dus wat doe je dan? Je droomt er een beetje over, je verteld deze en gene van je verlangens…

Wilma klopte vanochtend op ons keukenraam. Ze had gisteravond in het café gehoord hoe Ellen haar plannen voor de toekomst ontvouwde. Dat oventje zou er beslist komen. Wilma had wat gerommeld op haar zolder en vond wat ze zocht. Een spiksplinter nieuw oventje, op elektra. En ze bood het aan, geheel gratis en voor niets.

En toen hadden we dan een oventje. En ineens moest er van alles. Er diende ruimte gemaakt, de stroomvoorziening moest aangepast en bovenal, er diende gebakken te worden.

Ellen maakte Pirosjki naar beproefd recept. In de namiddag hebben we die gegeten met Eupotours, die sinds gisteravond ook weer hier zijn. De Maitrank was intussen klaar, die vormde een prima begeleider bij de pasteitjes. Het merendeel van de pirosjki brachten we naar het café. Voor Wilma en de klanten. De schaal was in een mum leeg…

Het klinkt een beetje lullig, maar het leek alsof het een zaterdag thuis was. Borrellende gasten, snoepend van pasteitjes, druk orerend over alle belangrijke zaken des levens. Ach, de mens is een gewoontedier…

Orvalcrisis…

Sinds jaar en dag zorgt onze Luxemburgse uitbater dat hij Orval bier op voorraad heeft. Voor mij! En heel af en toe voor nog een andere gast, die ik dan meestal nog zelf heb meegebracht.

Vijf uur in de middag is mijn tijd. Ik stiefel op het gemak naar Joops café, lees het Letzeburger Wort (für Wahrheit und Recht), luister wat naar het geleuter van de stamgasten en drink mijn glas Orval. Soms twee, meer nooit (op de middag)… Zo ook afgelopen maandag, eerste dag van onze korte vakantie. Ik bestelde als gewoonlijk mijn bier, maar kreeg er en-passant een besmuikt verhaal bij. Weet jij wat dat is? vroeg Joop. Ik kan op mijn vaste stekken geen Orval meer kopen. Het gerucht gaat dat de brouwerij failliet is…

Ik kon Joop (en mezelf) gerust stellen: Trappistenpaters gaan niet failliet Joop, en ze hebben daar in Orval een paar jaar geleden hun brouwcapasiteit verdubbeld. 64.000 hectoliter komt er elk jaar uit de brouwketels…

De dag daarop probeerde Joop het bij zijn Belgische leverancier. Ook daar kreeg hij nul op rekest. En ik begon zoetjes aan een beetje nattigheid te voelen. Ik ben dan maar zelf op zoek gegaan, de Cora supermarkt beneden Arlon leek me de aangewezen plaats.

De plaats waar normaal een goede dertig Orvalkratten staan vertoonde een gapend gat. En de schappen, die normaal ruim een kubieke meter aan bierflesjes bevatten… Enfin, kijk zelf maar. En de mij bekende verkooppunten in Luxemburg stonden al helemaal droog.

Enig lectuuronderzoek leerde me dat het een luxeprobleem betreft. Trappistenbieren, en zeker ook Orval, genieten een teveel aan populariteit. Het is een capasiteitsprobleem, de vraag is groter dan het aanbod. En aangezien de Paters niet meer willen brouwen dan ze nu doen zal het probleem alleen maar groter worden.

Komt nog bij dat in tijden van schaarste de prijzen stijgen. Je betaald snotverdorie in de Super intussen € 8,- (acht euro!) voor vier flesjes Orval. Enfin, ik behoor tot de liefhebbers die Orval in hun top-drie van beste bieren ter wereld hebben staan, ik zal me door de prijs niet laten afschrikken. Scandalig vind ik het wel!

Dus Vriend Jan, in het verre Nederland, koop thuis de schappen leeg, je weet waar je moet wezen. Ik zal je graag van het overschot afhelpen.

Maitrank, jaargang 2012…

Na een enerverende tocht door een groot deel Luxemburg, een stukje Frankrijk en een restje België belandden we uiteindelijk in het café van Madame Betty in Arlon. Op deze Eerste Mei dronken we er Maitrank. Dat moet zo zijn, dat is traditie. En Madame Betty maakt-um zelf.  The best ever…

De dag daarop kaartten we nog wat na over onze trip. We zouden best weer eens zelf Maitrank kunnen maken. We hadden eigenlijk alles gewoon in huis. Behalve dan Lieve-vrouwenbed-stro (Waldmeister). Maar geen nood, ik wist het kruid te staan. Ik had het gezien tijdens een boswandeling met Hond Max. We strikten onze loopschoenen en togen op pad. Het werd een forse wandeling. Aangekomen op het gewraakte bosperceel bleek het Stro toch wat tegen te vallen. Een beetje lullige plantjes waren het. We verzamelden wat, maar het ging niet van harte. Enfin, we hielden er dan toch een mooie wandeling aan over.

Terug thuis liep ik nog even met de Hond. Aan de achterkant van de camping, daar waar het bos begint, zag ik tot mijn verrassing Lieve-vrouwenbed-stro. Niet een beetje, maar een hele plantage. Mooie exemplaren, groot genoeg, sappig en nog nét niet in bloei. Tsja, het kan verkeren…

  • 20 takjes Lieve-vrouwenbed-stro,
  • 1 liter Rivaner,
  • 1 borrel armagnac,
  • 2 eetlepels suiker,
  • 1 sinaasappel,
  • 1 pijpje kaneel.
Snijdt de sinaasappel in schijven. Doe vervolgens alle ingrediënten in een pot en sluit die af. Zet de pot weg op een koele donkere plaats. Over twee dagen zal de drank op smaak zijn. Zeef dan de Maitrank, koel hem en dien hem op met een schijf sinaasappel.
Je gaat er nog van horen…

‘n Ricard kannetje op 1 mei…

We zijn er even niet. Wij vieren 1 mei in Luxemburg. Huis en haard zijn bij het Kind in goede handen, wij kunnen gerust een week wegblijven. (Dat doen dan we ook!)

De Eerste Mei is in nagenoeg heel Europa een feestdag, niet in Nederland. Van oudsher neemt het Ministerie dan maar zelf een vrije dag. Wij vierden 1 mei en we doen dat nog steeds. Vroeger waren dat strijdbare dagen. Een feest ter verheffing van de werkvrouw c.q. werkman, een feest ter verheffing van onszelf en onze kinderen. We vierden het in politieke kring, we vierden het in huiselijke kring. Maar we vierden het altijd… (Waar is het Jongvolk dat de fakkel overneemt?)

Tegenwoordig zijn onze 1 mei feesten veel gezapiger. We doen het met wat Luxemburg te bieden heeft. Overal wordt gegrild. De fanfares trekken door de dorpen, meikransen worden aangeboden en om een uur of elf in de ochtend zit eenieder al aan bier, wijn of champus. De gesprekken zijn geanimeerd, de politieke lading ontbreekt ten enen male. Wij hebben er vrede mee…

In de late ochtend ontvluchtten we Septfontaines, het werd ons té gezellig. Zwervend door Zuid-West Luxemburg kwamen we terecht in Differdange, een stadje op de grens met Frankrijk. Ach, ook daar vrijblijvende jolijt, maar tegelijk ook een gigantische vlooienmarkt. En aanpalend een groentenmarkt van topkwaliteit. Bovenstaand kannetje kon ik er scoren, met dank aan Ellen… Ik zag een dergelijk exemplaar al in een andere kraam, maar die uitbater hanteerde Franse prijzen. Onze koopvrouw rekende een normale prijs. Dat kannetje namen we dan ook mee…

De groentenmarkt bood ook spectaculaire zaken. We kochten er verse jonge knoflook. En bovenal hele jonge artisjokken. Die zijn er maar heel kort, nu dus! Ellen is op dit moment bezig ze te stoven. Het geurt dat het een aard heeft, het recept mag je vanavond verwachten…

Gruut, het bier van de Gentse Stadsbrouwerij…

Ik had al eens bier gedronken van Stadsbrouwerij Gruut. Bij Vriend Jan. Ans en Jan beleefden als onderdeel van hun Vlaamse vakantie een bijzondere middag en avond in brouwerij annex biercafé Gruut in hartje Gent. Ten gerieve van de thuisblijvers namen ze een aantal stalen mee naar huis. Blond bier, bruin bier en naar ik me herinner witbier. Ik heb het destijds dus geproefd, maar ik herinner me er evenwel niet veel van. Het maakte kennelijk weinig indruk op me.

Des te groter was de verrassing (overrompeling) op die gedenkwaardige lentedag in maart. Die dag dat we onze passie voor rozen en bier combineerden en uiteindelijk neerstreken in Arcen. Biercafé Hertog Jan Proeverij had het amberbier van Gruut op de tap. Naar het voorbeeld van Jan bestelde ik een glas en was direct verkocht. Lekker, mals, vol, granig en koel. Kijk ik naar de foto dan worden mijn speelkselklieren onmiddellijk geactiveerd. Ook nu weer! Bier om bij te kwijlen…

Enkele dagen later, toen ik me via het internet wat verdiepte in de Stadsbrouwerij Gruut, leerde ik dat er in de nabije omgeving van ons dorpje een verkooppunt is gestationeerd. Op een regenachtige zaterdagochtend toog ik naar Haps en ik kocht er wat ze aan Gruut op voorraad hadden: blond en amber.

Vervolgens de vreemst mogelijke gewaarwording. Ik dronk het amber op keldertemperatuur, en ik probeerde het ook in fors gekoelde staat. Het leek op geen enkele manier op dat roodgouden vocht van het uitstapje. Het smaakte me mat, niet verrassend, niet tintelend. Op enig moment stond het me zelfs een beetje tegen. En het blonde Gruut liet nog minder indruk achter.

Vreemd toch. Waren mijn smaakpapillen vertroebeld? Lag het aan de temperatuur van het bier, aan het glas, aan het brouwsel? Waren het de entourage van een vroege voorjaarszon, het aimabel gezelschap en een excellent humeur welke destijds op valse wijze een positieve vertekening van de werkelijkheid voortoverden? Was ik zo op het verkeerde been gezet? (Je hoort dat soort verhalen ook vaak van mensen die liters en liters wijn naar huis sjouwen, als souvernier van hun zonnige vakantie. Het smaakt echter nooit meer zoals het deed op dat Franse terrasje. En steevast krijgt de wijnboer de schuld!)

Ik weet het niet lezer, ik weet het niet. Ik ga opnieuw beginnen. Ik schaf me opnieuw van dat amber aan. Ik zal zorgen dat de omstandigheden optimaal zijn. Ik zal Vriend Jan op de proeverij vragen. En waarschijnlijk heb ik een mooi verhaal te vertellen. Wordt vervolgd…

 

 

Restjeseten op basis van eendenbouillon…

Natuurlijk missen dit soort soepen het briljante van de soepen die je vers en zorgvuldig klaar maakt en waarbij je angstvallig let op de kwaliteit van de ingrediënten en het evenwicht in de samenstelling. Maar daarom hoef je je nog niet te schamen voor zo’n tweedehands potje… Restverwerking is ook creatief koken, niet waar? (En weggooien van etenswaar is doodzonde!)

Voor de eendenpaté had ik bouillon nodig, die trok ik van het karkas van de vogel. Ik had lang niet alle bouillon nodig voor de paté, ik hield uiteindelijk een halve liter over. En dat was dan de basis voor mijn restjessoep.

In de vriezer lag een bakje kippenbouilon te wachten, een goede liter was het. Daarmee vulde ik het eendennat aan. Erbij een liter tomatenpulp. Daarmee had ik een basis van ruim twee liter.

In de groentenla van de koelkast lag nog een en ander weg te kwijnen, hoogste tijd voor gebruik. Een paar stelen selderij, een wortel, een halve paprika. Ik sneed de groenten in heel kleine blokjes. Van de maaltijd van vrijdag restte nog een schaaltje Puy-linzen. Dat vormde samen met de inhoud van een blik linzen dat Petra van de week in zeven haasten afleverde (zomaar…) voor de stevigheid van de soep. Een grappig contrast overigens, die gele linzen tussen die zwarte uit Puy.

In Luxemburg kochten we worsten uit de Comté, ook die moesten hoognodig op. Die worsten zijn half rauw, dus buiten de vrieskast niet erg lang houdbaar. Een hele worst verwerkte ik. Verder bleef er enige tijd geleden wat vers pastadeeg over van de ravioli die Ellen maakte. Ik heb er destijds sliertjes van gesneden en die zorgvuldig gedroogd. Prima deegwaar voor de soep.

Een kneepje tomatenprut, een flinke lik knoflookpulp en een klein lepeltje sambal. Natuurlijk peper uit de molen, zout was niet nodig. En na een half uur trekken op een heel laag vuurtje was de soep klaar.

Deze zaterdag moet Ellen werken en ook ik heb een en ander te doen. En ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat er tegen de avond nogal wat volk “op de klep” valt. Heb ik in ieder geval een bord soep aan te bieden. Goei soep!

Het zij zo….

We lagen er een aantal dagen uit, uit internet. Uiteindelijk was het onze eigen schuld, nou ja, hetzij zo…

In die tussentijd gingen eten en drinken hier in huis wel gewoon door. Ellen kookte maaltijden voor ons twee, of als het zo uitkwam voor meer .

En ik bakte een eendenpaté. Het kostte me moeite en tijd, ik ga je er morgen over schijven. Zoals ook Ellen je morgen schrijft over haar gedoe van de laatste dagen…

Grapjuhhhh…

Ik was al een paar keer aan het bord voorbij gesjokt. Ik herinner me dat ik dacht:Vijf euro voor een kilo verse Ardenner forel is wel érg goedkoop. Kan dat wel iets zijn? Kun je voor dat geld de kwaliteit krijgen die ze daar nomaal gesproken leveren?

Toen ik het bord voor de derde keer passeerde las ik iets meer dan alleen de prijs. En ineens viel het kwartje. Hier werd een grap gemaakt. Niet dat het niet klopte met die prijs, want die klopte wel. Maar de naam die de reclamecampagne mee had gekregen verborg een dubbele bodem.

Poisson d’avril betekent in Frankrijk zoveel als aprilgrap. In de Walen overigens ook. Op 1 april loop je de kans om ongemerkt op je rug een visje opgespeld te krijgen, al dan niet voorzien van een grappige tekst. In Vlaanderen heet het aprilvis.

Gutteguttegutte, wat was ik trots dat ik dat van die woordgrap had ontdekt, ik bloosde ervan. Vis-van-de-maand en aprilgrap in-een. Mijn Frans ging er duidelijk op vooruit…

Ach, ik weet het wel, elk kind daar uit de buurt had het me meteen kunnen vertellen, en de meest zullen waarschijnlijk achteloos aan de grap voorbij zijn gelopen. Reclame bedient zich bijna altijd van woordgrappen, en vaak beter

Maar ik vond het leuk. Dus vroeg ik Ellen beleefd of ze een plaatje voor me wilde schieten. Met mijn telelefoontje. Het klinkt wat lullig, maar ik kan dat niet zelf.

Het aanbod van de goedkope forel liep gisteren af. En de maand april is alweer voor de helft geschiedenis. Het cliché de tijd gaat snel is steeds vaker op mij van toepassing. Ik wordt oud…

Ovenschotel met courgettes (courgettessoufflé?!)…

Vorige week vond ik een kookboek van Berthe Meijer terug: De Avontuurlijke keuken, voor het eerst uitgegeven in 1988. Het was in Luxemburg beland tussen de andere lec- en literatuur in ons boekenschap. Ik had het boek in tijden niet ingekeken en pas nu viel me op hoeveel bruikbare en smakelijke groentengerechten Mevrouw Meijer beschreven had. We hebben het boek mee terug genomen naar huis en afgelopen week ben ik ermee aan de slag gegaan. Ik koos een gerecht met courgettes. Zoals altijd paste ik het recept een beetje aan aan onze smaak. 

  • Olijfolie,
  • 1 kleine gesnipperde ui,
  • 2 tenen knoflook, fijngehakt,
  • 1 blik tomatenblokjes,
  • scheutje witte wijn,
  • 300 gram courgettes,
  • 25 gram boter,
  • 3 eieren
  • scheut room,
  • 25 gram parmazaanse kaas,
  • verse fijngehakte peterselie.

Laat op een matig vuur de uiensnippers en knoflook glazig worden. Voeg de tomatenblokjes toe en een scheutje wijn. Peper en zout erbij. Laat het geheel op een rustig vuurtje inkoken tot een mooie, niet al te dikke tomatensaus.

Snijdt de courgettes in dunne plakjes en bak die in de boter voor een goede tien minuten. Je dient de plakjes voortdurend om te scheppen om verbranden te voorkomen.

Klop de eieren los met de room en spatel de kaas erdoor, peper en zout en de peterselie.

Vet een ovenschaal in en stort op de bodem de tomatensaus. Hierop komen de schijfjes courgettes. Giet er vervolgens de eierstruif over en plaats de schotel in een op 200 graden voorverwarmde oven. Het gerecht is klaar wanneer de eieren zijn gestold, dat is na ongeveer 13 minuten. Ietsje langer in de oven geeft een mooie goudbruine kleur…

Het is de bedoeling dat je het gerecht warm opdient, maar het restant smaakte me later die dag koud ook prima. Hoewel het geen echte soufflé was  kreeg het er toch wat van weg. Luchtig! Als voorgerecht voldoet het voor vier personen, als hoofdgerecht voor twee.

We aten er gekookte aardappeltjes bij, en Ellen een biefstuk. Kaas en espresso toe.