Hondenbier…

bier brand 002
We hadden ons net met een stapel boeken op de bank gezet toen het Kind binnenkwam. Met een verrassing, voor hond Max! Ze had een vergadering vanmorgen in Café Den Engelenburgt hier in het dorp. Wij waren natuurlijk razend nieuwsgierig; wat hebben ze nu voor verrassingen in een café voor onze hond?
Juist ja, bier! Gekker moet het niet worden, hondenbier. Moest je tot nu toe altijd maar alleen op stap, vanaf nu kon je je hond gewoon gezellig meenemen naar het café en dan niet een slappe bak water voor de trouwe viervoeter! Nee, gewoon; één biertje voor de baas en geef de hond er ook één.

Ik kreeg meteen al visioenen van een hikkende, zwalkende Max maar na het lezen van het etiket hoef ik me daar niet druk om te maken: De inhoud van het flesje bestaat uit; 0,8 % eiwit, 0,18 % vet,0,18 % ruwe celstof, 0,05 % ruwe as en 98,3 % vocht.
Het bier is gebrouwen uit; water, rundvlees extract, gerstemout extract,melkzuur, aminozuren, mineralen. Het etiket vermeldt verder: aanvullend diervoer voor honden: klein tot middelgroot 1/2 fles per dag, middelgroot tot grote hond 1 fles per dag.
Schudden voor gebruik! Na openen 3 dagen gekoeld houdbaar. Op kamertemperatuur het lekkerst!
Meer info op hondenbier .

De uitbaters van café den Engelenburgt zijn echte dierenliefhebbers en hebben dit bier al een paar weken in hun assortiment. Er zijn al enkele vaste klanten voor deze tractatie. Ze verwachten deze zomer een grote toeloop van honden met baasjes die op de lekkernij afkomen!

Hond Max krijgt zijn fles bier vanavond, het is nog wat vroeg om nu al aan de drank te gaan. Wij maken dan zelf maar een fles Bourgogne open. Alleen drinken is voor die hond ook niet leuk!
Wordt vervolgd!

© ellen

Parelhoen met morielles…

3 maart 2007 028

Natuurlijk gingen we gisteren niet alleen op zoek naar the best frites! Als we dan toch in Belgie zijn, hebben we meestal wel een boodschappenlijstje met dingen die we hier in ons dorp niet kunnen kopen.
De laatste tijd zoeken we bijvoorbeeld naar alternatieven voor kip. Van die plofkippen uit de bio-industrie lusten we niet meer. Biologische kippen zijn hier niet te krijgen (de Sumiranboerderij heeft lang niet altijd braadkip op voorraad).
We besloten in Belgie de frieten te testen en meteen eens te zoeken naar wat bijzondere hoendersoorten. Bij een gewone middelgrote Delhaize supermarkt troffen we in het schap: Mechelse koekoek, kwartel, duif, parelhoen en nog veel meer. Alles van onbesproken kwaliteit, soms biologisch en soms op kleine schaal gefokt, alles in ieder geval beter dan de plofkippen. We kochten onder andere een parelhoen. Dat aten we vanavond, de rest komt later. Een achtergrondverhaal over het parelhoen en waarom het hoen nooit uit een fokbatterij komt zal Paul later schrijven, nu eerst het recept.
Nadat ik in allerlei boeken had gezocht naar parelhoen besloot ik zelf maar een soort samenvatting van de diverse recepten te maken;

voor vier personen;
1 parelhoen van ongeveer 1 tot 1 1/2 kilo
een klein klontje boter
1 ons ongezouten spek
2 uien in grove stukken gesneden
2 teentjes knoflook, geplet en even gehakt
een takje rozemarijn, een paar blaadjes salie, zout en peper
een handjevol gedroogde morielles, een half uurtje geweekt in water
3 grote vastkokende aardappelen in grote stukken gesneden
1 glas witte wijn
500 ml bouillon
1 theelepel witte truffelolie
Bekleed het hoen met de plakken spek en braad het aan alle kanten aan. Voeg de stukken ui en knoflook toe en bak ze even mee. Blus af met de wijn en voeg de kruiden en bouillon toe.
Schik de stukken aardappel en de morielles rondom het hoen, giet de truffelolie erover, en plaats de deksel op de pan.
Zet de pan in een voorverwarmde oven op 200 graden. Braad het hoen zo 15 minuten. Draai de oventemperatuur terug naar 175 graden laat alles zo nog 60 minuten verder garen.
Verdeel het parelhoen aan tafel in stukken. Schep een paar stukjes aardappel op de borden en wat van het braadvocht. Als groente kozen we spruitjes.
Wij dronken er een glas Bourgogne bij, dat paste heel mooi.
Een stukje kaas toe.
En espresso.

© ellen

Keukenbrandje…

bier brand 004

Het was wel even schrikken vanmiddag; we zaten gezellig met Het Kind in de keuken te keuvelen over het hondenbier . We zagen wel wat grote rookwolken langskomen maar we dachten dat één van de buren misschien een kacheltje stookte…Tot Het Kind naar huis ging en we aan de voordeur nóg veel meer rook te zien kregen.
Het bleek een klein keukenbrandje bij de buren van onze buren, wel heel dichtbij dus. De inmiddels gewaarschuwde brandweer speelde een ware thuiswedstrijd. Brand op nog geen 25 meter van de kazerne…
In een paar minuten waren ze er allemaal. Hardlopend kwamen ze, in hun beste pak, van een feestje bij café Dientje (ook vlakbij) naar de kazerne. In het pak en in de brandweerwagen, één enkele zwiep van de sirene volstond…

Gelukkig was het vuur meteen geblust en raakte niemand gewond. Maar het was toch wel even schrikken, met zo’n harde wind kan een klein vuurtje snel uitbreiden!

Na ruim een uur konden we allemaal weer met een gerust hart naar binnen. De mensen van de brandweer hebben alles grondig gecontrolleerd en vrijgegeven.bier brand 007

 Je ziet op de foto één van de vrijwillige brandweermensen bij het raam waarachter de brand ontstaan is. Op de achtergrond de toren van de kazerne.

Ik heb me voorgenomen om nu toch maar een heel snel een branddeken te kopen voor in de keuken. Je weet maar nooit! Een ongeluk zit in een klein hoekje en brandjes ontstaan wel heel vaak in

Zalm en gepoceerd ei…

1 maart 2007 005

Gisteren alvast een Paasgerecht gemaakt; een gepocheerd ei op een plakje gerookte zalm. Een mooie klassieke combinatie. Wij aten dit gisteren als voorgerecht maar het is ook goed in te passen in een Paasbrunch of -lunch.
Neem per persoon een snee van een rond brood (ik gebruikt een kaiserbroodje, de korsten wegsnijden)
Rooster het sneedje brood heel lichbruin.
Leg er een passende plak gerookte zalm op en het gepocheerde ei . Strooi wat gehakte peterselie of dille op het bord en dien snel op. Voor de liefhebbers van een oosters tintje kun je in plaats van dille of peterselie ook een klein spoortje sojasaus op de bordjes druppelen.
Simpel en heel smakellijk.

Chinees…

chinese pot

Gesnotter alom, Ellen maakte er al melding van. Gevolg: geen zin om te koken, nauwelijks zin om te eten. Kwik, monter en blakend van gezondheid adviseert het Kind telefonisch: “Kies menu C bij de Afhaalchinees.” Zij heeft daar goede ervaringen mee. “Nou, bedankt Hendrikje!”

Het is intussen een goede gewoonte geworden op dit web-log om de lezer niet te vervelen met de “snelle-en-achteraf-altijd-frustratie-opwekkende-Aziëhap”. In plaats daarvan iets moois. Dit maal een grote pot uit het China van de tweede eeuw, de Oostelijke Han-dynastie. Steengoed, voor de helft geglazuurd met een celladon-achtig asglazuur. Het motief met de afzakkende druppels heeft een naam, maar die kan ik even niet vinden. De pot bevindt zich in de collectie van de Freer Gallery of Art, onderdeel van het Smithsonion Institution, Washington D.C., U.S.A.

Ware het Ministerie wat beter bemiddeld, het zou dit soort potten verzamelen…

© paul

Spaghetti “I soliti ignoti”…

De scène maakte op een of andere manier dusdanig indruk op me dat ik hem tot op de dag van vandaag heb onthouden. Het verhaal gaat over een stel kruimeldieven die de slag van hun leven hebben gepland. In een weekend zullen ze een juwelier beroven. Ze doen dit middels het huren van een huis, aanpalend aan dat van de juwelier. De bende wil een doorsteek hakken tussen beide huizen en zich op die manier toegang verschaffen tot groot fortuin. Vanaf het begin van de film gaat alles fout wat maar fout kan gaan, één opeenstapeling van blunders, tegenval en frustratie. Het komt zo ver dat de bende in het juweliershuis geraakt, maar via misrekening in een volkomen verkeerd deel van het pand. Tot overmaat van ramp kunnen ze ook niet meer terug (waarom weet ik niet). Daar zit dan de bent, opgesloten voor de rest van het weekend. Tegen deze achtergrond ontpopt zich een gesprek over eten. Een gesprek dat zich al snel ontwikkelt tot een meningsverschil van wel haast levensbedreigende omvang.
Het gaat over spaghetti; vindt de ene dat spaghetti alleen de moeite waard is wanneer je hem eet met een tomatensaus, de ander zweert bij een “rijke” uitvoering met spek, room en eieren. Een derde springt verontwaardigd op en maakt zijn maten met veel handgebaar, en een lichaamstaal die niks te wensen over laat, duidelijk dat een spaghettigerecht valt of staat bij zijn simpelheid. Het moet met olie, een pepertje en wat knoflook. Verder niks. Basta!

Dit is wat ik me herinner. Of mijn herinneringen kloppen, ik weet het niet. Ik heb wel vaker last van “Dichtung und Wahrheid” en ik heb de film sinds mijn jonge jaren niet meer gezien.
De spaghettiscène maakte evenwel een enorme indruk op me. Dat mensen tot het uiterste konden gaan in hun mening over eten en smaak was een openbaring. Voor het eerst beleefde ik dat voedsel ook in het leven van gewoon volk puur cultuur kon opleveren. Dat het niet iets vrijblijvends was, maar dat je diende te staan voor je opvattingen over kwaliteit en smaak.

De film, heb ik intussen uitgevogeld, heet “I Soliti Ignoti” en hij werd in 1958 gemaakt door Mario Monicelli. De rolbezetting bestond uit wat later grote namen in de filmhistorie zouden worden: Marcello Mastroianni, Vittori Gassman, Renato Salvatore en Claudia Cardinale. De film kreeg destijds nog een Oscarnominatie. Ik heb waarschijnlijk de Duitse versie op t.v. gezien: “Diebe habben’s schwer”.

28 februari 2007 004
Later leerde ik dat de simpele spahetti met perpertjes en knoflook ook een naam had: Spaghetti Aglio, Olio e Peperoncino. En dat gerecht maakte ik vanavond voor mezelf. Ellen gaat uit eten met haar collega’s dus onze keuken is voor mij alleen.

Het recept is voor één persoon:
150 gram spaghetti,
2 forse tenen knoflook,
1 verse peper, (bij gebrek kan gedroogd ook, maar let op dat het niet oneetbaar scherp wordt)
3 eetlepels olijfolie,
handje gehakte platte peterselie.

Olie in een koekenpan, pepertje en knoflook erbij. Zachtjes laten garen, de knoflook mag bruin worden maar absoluut niet verbranden. (Gebeurt dat wel dan gooi het zaakje maar gerust weg, niet te eten!) Ik gebruikte een gedroogd pepertje (mild) want vers had ik niet. Intussen kook je de spaghetti beetgaar. Afgieten en het oliemengsel door de spaghetti scheppen.
Peterselie erover en onmiddellijk eten. Tijdens het koken had ik nog wat tijd om een bak sla aan te maken, klaar is mijn maaltijd. Kost me slechts 15 minuten in totaal. De maaltijd is af met een glas Barbera d’Asti.

© paul

Recept om snel van een verkoudheid af te komen…

 

Het lijkt erop dat heel Nederland snottert en snift. De jaarlijkse verkoudheid slaat toe. Zeker hier in het Zuiden waar we een aantal dagen met teveel mensen, van te ongezonde leefgewoonten hebben genoten, vallen de slachtoffers met bosjes.

Bij toeval stuitte ik weer eens op het boekje “Cognac en Armagnac” van Wina Born.

In een stukje over cognac schrijft ze dat Harold H. Left in The International Record of Medicine (juli 1957) op basis van 39 publicaties van verschillende onderzoeken tot de conclusie kwam dat cognac een zeer gunstige invloed heeft op de spijsvertering enzovoorts enzovoorts. Maar waar het mij vandaag om gaat ;

Voor alle verkoudheidslijders, sniffers en snotters zegt Harold H. Left;
Als verkoudheid en griep, waar immers nog altijd geen afdoende geneesmiddelen tegen gevonden zijn, in alle hevigheid toeslaan, moet men de boze en kille wereld de rug toedraaien, met een warme kruik onder de wol kruipen en dan, zoals een aardige Engelse arts eens adviseerde: “aan het voeteneind van het bed een wandelstok rechtop zetten en er een bolhoed overheen hangen. En dan net zoveel hete cognac-groc drinken tot men twéé bolhoeden ziet”.

Volgende dag nergens meer last van!!! Het proberen waard?!

Afbeelding; Réne Margritte

© ellen

Fugu, de kogelvis…

 

Op aanraden van Ellen begon ik vanavond aan Troost van Giphart. In de openingszin van die roman denkt de hoofdpersoon dat hij een verkeerd stuk fugu heeft gegeten, met alle gevolgen van dien. Een dag eerder vond ik bij toeval een afbeelding van een Japanse houtprint voorstellende diezelfde fugu. En deze samenloop van zaken, maar vooral ook mijn reeds lang bestaande fascinatie met het fenomeen leek me een artikeltje waard.

Het gaat om het keine lachebekje op de prent. Dat visje heet in het Japans fugu. De Nederlandse naam is kogelvis. Overigens staat fugu ook voor de gerechten die van het visje worden bereid. De grote blauwe vis is een makreelachtige, daar weet ik verder niks van.

De fugu is razend populair in Japan. Er bestaan talloze restaurants die gespecialiseerd zijn in het bereiden van dat visje. De gerechten die door de jaren bedacht werden zijn dan ook niet te tellen. Alles wordt gebruikt. Het visvlees wordt rauw, gestoomd of gekookt geserveerd, maar ook de lever, de vinnen, de testikels en de huid leveren de meest exotische gerechten op. Tot zover is het nog allemaal te volgen, ware het niet dat het eten van het visje levensgevaarlijk is.

De fugu bevat een gif dat tetrodotoxine heet en 275 maal giftiger is dan cyaankali. Het gif zit vooral in de lever, galblaas, eierstokken en darmen. Onzorgvuldig schoonmaken van de vis is dodelijk. In Japan sterven er zo’n vijftig (andere bronnen zeggen honderd) mensen per jaar aan de gevolgen van het eten van de kogelvis. De vergiftingsverschijnselen zijn gruwelijk. Langzaam raken alle spieren in het lichaam verlamd. Als laatste stoppen longen en hart met functioneren. En al die tijd is het slachtoffer volledig bij kennis. Pas na 24 uur volgt de dood. Er bestaat geen antigif.

De vis wordt al sinds de oudheid in Japan gegeten. Archeologische vondsten tonen aan dat het 2300 jaar geleden al een consumptievis was. In de loop van de geschiedenis waren er altijd wel gezagsdragers die het eten van de vis verboden, maar het mocht niet baten. De vis bleef populair. In 1958 ging men over tot strenge wetgeving voor de Japanse horeca aangaande de fugu. Koks dienden een opleiding van drie jaar te volgen en werden ook daarna vaak en uiterst streng gecontroleerd op hun kunnen. Slechts dertig procent van de opgeleiden krijgt uiteindelijk het diploma “gifvis”. Niet dat die andere zeventig procent het leven van de klanten in de waagschaal stelden, maar de eisen zijn zo streng dat de minste hapering in de bereiding de kandidaten uitsluit van het diploma. Sinds 1958 zijn er dan ook nog nauwelijks ongelukken gebeurd in de officiële eetgelegenheden. Overigens is de vis ook schoongemaakt te koop in de detailhandel en zelfs enige supermarktketens bieden hem aan. Voor hen gelden dezelfde strenge normen als voor de restaurants. De ongelukken met de fugu gebeuren thuis, bij de hobbykok.

Alles bij elkaar levert het gedoe met de kogelvis een vreemd fenomeen op: de vis is duur, het is gevaarlijk om hem te eten, en de smaak is niet spectaculair, eerder flauw. Dit alles zou reden genoeg moeten zijn om de vis links te laten liggen. Het omgekeerde gebeurt echter. Gaat het om zoiets als doodsverachting, om de spanning van het spelen met je leven? Je mag aannemen dat de vis nauwelijks populair zou zijn als hij niet giftig was, want alleen voor de smaak hoef je hem niet te eten. Maar je kunt van de andere kant toch bezwaarlijk alle Japanners roekeloos, dom of gestoord verklaren. Nee, ik zie iets over het hoofd, ik begrijp iets niet. Overigens is het de Keizer van Japan bij wet verboden fugu te eten. Kwestie van het uitsluiten van een constitutionele crisis omwille van de kick.

De prent aan het begin van dit artikel is gemaakt door Hiroshige in het jaar 1832.

© paul

Bloemkool en pasta met een zuiders tintje…

26  februari 003

Bloemkool, op dit moment niet duur, overal te krijgen en je kunt er veel mee doen. Het Duitse tv programma Essen und Trinken had afgelopen vrijdag een special over bloemkool en er waren een paar aardige recepten bij. Eén van de recepten heb ik vandaag in aangepaste vorm gemaakt;

Bloemkoolschotel;
voor 4 personen
400 gram bloemkool
sap van 1 citroen
zout

voor de dressing:
1 handvol pijnpitten
5 ansjovisjes
3 teentjes knoflook
2 eetlepels zwarte olijven
8 zongedroogde tomaatjes op olie, (gewoon gedroogde tomaatjes moet je even inweken)
3 lepels olijfolie
een kleine handvol gehakte basilicum

250 gram pasta, bijvoorbeeld pipe rigate

Verdeel de bloemkool in kleine roosjes. Bewaar de rest van de bloemkool, daar kun je morgen soep van maken.
Zet een pan op met water, zout en het sap van 1 citroen en kook daarin de roosjes in ongeveer 15 minuten gaar.
Laat ze uitlekken en schik ze op een schaal.
Kook intussen ook de pasta beetgaar, giet die af en roer er een scheutje olie door. Voeg de pasta bij de bloemkool.

Maak de dressing;
De pijnpitjes even lichtbruin roosteren. Voeg dan de olijfolie en de knoflook toe. De in kleine stukjes gesneden ansjovisjes, de stukjes tomaat en de olijven. Roer even goed om totdat de ansjovisjes helemaal gesmolten zijn. Voeg de basilicum toe en giet het de dressing over de bloemkool en pasta.
Maal er nog wat zwarte peper over en dien op.

Wij aten er een lamskarbonaadje bij, maar als vegetarisch gerecht zou dit best kunnen.
Een sukje kaas (Comté en Tome de Savoye) en espresso toe.

© ellen

Aus Deutschlands Küchen….

aus Deutschlands Küchen

Horst Scharfenberg heeft zijn sporen verdiend bij de Duitse televisie. Hij werkte er als journalist, als producent, als regiseur én als televisiekok. Op 5 mei 1962 startte hij op de SWF (later SWR) met een programma dat luisterde naar de naam “Koch Club”. En daarmee was hij de allereerste televisiekok van Duitsland. Het programma liep tot 1970. Voorts waren zijn cullinaire en vinologische bemoeienissen talrijk. Scharfenberg schreef een aantal boeken, vooral over Duitse wijnen en Duitse streekkeukens. Zijn voornaamste werk was evenwel Aus Deutschlands Küchen.

Het is een schitterend boek geworden. Zijn hele leven heeft Scharfenberg recepten verzameld. Duitse recepten. Hij presenteert ze in het boek op een logische manier, naar onderwerp (soep-gevogelte-wild-bakkerij enz.) en naar streek. De recepten zijn afkomstig uit oer-oude kookboeken, uit archieven, uit familiebezit. Alles gelardeerd met culinaire en kultuurhistorische wetenswaardigheden uit de zestien landsstreken, “von Mosel bis Memel”, laten we zeggen het Duitsland van 1870 (inclusief Elzas en Lotharingen en tot ver in wat nu Rusland is). De recepten zijn goed geschreven en (bijna) allemaal na te koken. In totaal geeft Scharfenberg er een goede zevenhonderd. Achterin het boek is een aantal hoofdstukken opgenomen die de eigenheid van elke streekkeuken afzonderlijk beschrijven. Onze uitgave is de derde editie en stamt uit 1989. De oorspronkelijke eerste uitgave is van 1980. Het boek is gebonden, telt 668 pagina’s en is voorzien van maar liefst drie leeslinten. Het boek is rijk geïllustreerd met prenten in zwart-wit met Duitse stads- en streekgezichten en plaatjes over de kookhistorie uit voorbije tijden. Uiteraard is het boek geschreven in het Duits en ik heb er geen idee van of het überhaupt ooit in een andere taal is verschenen. Wij kochten ons exemplaar voor een grijpstuiver op een vlooienmarkt.

Werkelijk een heerlijk boek. Om uit te koken, om in te lezen. Ik kan nu even niet voor Ellen spreken, maar voor mij behoort het tot de absolute tot tien van onze kookbibliotheek.

Vrij onlangs (2004) is alweer de zoveelste editie verschenen. Geheel opnieuw bewerkt, uitgebreid met maar liefst honderd pagina’s, illustraties in zwart-wit. De nieuwe editie ziet er ook wat moderner uit, zoals je kunt zien. Het boek kost (gebonden) € 34,-

Horst Scharfenberg: Aus Deutschlands Küchen Uitgeverij Hädeke, ISBN 3 7750 0415 7.

Horst Scharfenberg maakte als boreling de Radenrepubliek van 1919 net niet meer mee, hij stierf in januari 2006.

© paul

(Aanvulling oktober 2020: de editie uit 2004 is nog in de handel…)