Portugese kip in bloedsinaasappelsaus…

Kip in sinaasappel-paddenstoelensaus...

De bloedsinaasappel (wijnsinaasappel wordt-ie ook wel geheten) verschijnt op de markt rond deze tijd van het jaar. De sinaasappel is er maar een maand of twee, dus je moet nu je slag slaan. Eind januari komen de eerste exemplaren in de verkoop en begin april is het alweer afgelopen met de pret. 

Wij zijn dol op die rood bespikkelde sinaasappels met hun karmazijnen vruchtvlees en sap. Ze smaken anders dan de gewone sinaasappel, niet overdreven veel anders, maar toch. Delicaat zoet zijn ze, met een fijne ondertoon van ander fruit en heel in de verte een bittertje. Ze lenen er zich uitstekend toe om te verwerken in sauzen en Ellen maakt er elk jaar wel een paar potten donkerkleurige marmelade mee. (Zie link naar artikel onder dit stukje.)

Voor de kip op Portugese wijze had ik sinaasappels nodig, en het geval wilde dat juist die zaterdag onze vaste citrusboer(in) op de Helmondse markt de eerste lading van het jaar had ontvangen. Ik kon dus aan de slag met bloedsinaasappels. 

Het gerecht is een klassieker uit de Portugese keuken, ik vond het in een Duitse uitgave, getiteld: Die Portugiesische Küche (A Cozinha Portuguesa) van Alexandra Klobouk en Rita Cortes Valente de Oliveira.

  • 1 hele kip (bio of Label rouge),
  • 1 flinke ui, fijngehakt,
  • 1 ferme theelepel mosterd,
  • 1/2 theelepel mild paprikapoeder,
  • 2 eetlepels geraspte sinaasappelschil,
  • 50 milliliter olijfolie,
  • 200 milliliter versgeperst sinaasappelsap,
  • 100 milliliter witte wijn,
  • zout en peper uit de molen.

Spoel de kip met koud water en verwijder wat van het overtollig vet. Dep de vogel droog en verwarm de oven op 180 graden.

Verroer de ui, mosterd, paprikapoeder, sinaasappelrasp, peper en zout met de olijfolie tot een marinade en smeer die in en op de kip. Leg de kip met de borstzijde naar onder in een hoge braadslee. Giet het sinaasappelsap en de witte wijn erbij en zet de braadslee in de oven. Laat de kip garen (ik reken minstens een uur per kilo vlees, bij een volwassen hele kip). Halverwege de gaartijd dient de kip omgedraaid te worden. Bedruipt de vogel (ongeveer) elk kwartier met het vocht uit de braadslee. Is de kip klaar, haal haar dan uit de braadslee en laat haar vijf à tien minuten rusten onder aluminiumfolie. Laat de saus uit de braadslee in een souteerpan inkoken indien je de saus te dun vindt.

Trancheer de kip en dien de stukken op op een snede stevig brood. Overgiet met de saus.

  • Opmerkingen:
  • Dat bedruipen, elk kwartier, is wat gedoe. De braadslee moet uit de oven, anders kun je er niet fatsoenlijk bij. Maar uiteindelijk levert het wel degelijk wat op: het vlees blijft sappiger en de smaak van de saus verrijkt het vlees.
  • In het oorspronkelijk recept worden een kwartier voor het einde van de gaartijd gebakken champignons aan de saus toegevoegd. Ik gebruikte er 15 gram gedroogde trompette de la mort voor, die ik weekte en daarna hakte (het zijn de zwarte fluddertjes op de foto). Ze vormden nauwelijks een toevoeging met meerwaarde. En ik betwijfel of gebakken champignons dat wel zouden zijn…

Lees ook: Marmelade van bloedsinaasappels…

© paul

minute

Please follow and like us:

Zelfgemaakte tomatensoep met Turkse gehakballen

Image

Vorig jaar kreeg ik van Neel een paar tomatenplanten. 
Prima pruimtomaten, lekker vol van smaak.  Ze had ze zelf opgekweekt en had veel teveel plantjes. Ik plantte ze niet in de volle grond maar in potten zodat de planten in de zomervakantie dicht bij het huis in de schaduw konden staan. (ons Kind verzorgd in de vakantie trouw huis en haard, maar de planten schieten er wel eens bij in…) De planten overleefden de vakantie wonderwel en we plukten kilo’s tomaten tot aan de herfstvakantie. Er hingen nog wat groene tomaten die ik gebruikte om chutney mee te maken en daarna vergaten we de planten… Eind november ging wat er nog aan planten over was in de biobak. Punt uit. Maar tot mijn verrassing ontsproot er dit zonnige voorjaar opeens een tomatenplant tussen de stenen, zo ongeveer op de plek waar vorig jaar de potten hebben gestaan. Een Bonusplant noemden we het. De Bonusplant groeide en groeide, prima weer voor tomaten. Helaas was de plant nauwelijks te temmen en zeker niet te ondersteunen met stokken of iets dergelijks. “Gooi toch weg” zei Paul, “die overleeft de zomer niet”. Ik probeerde het toch maar; een bloempot onder de bijna rijpe vruchten en een beetje gammele constructie met een paar stokken… Ach, een bloedhete zomer volgde… Toen we na zes weken thuiskwamen waren veel planten behoorlijk verdroogd in onze tuin en ik had weinig hoop dat die Bonustomaat nog in leven zou zijn. Nou ja, verrassing, de plant was nog groter, springlevend en vol met mooie rode, rijpe tomaten! Tijd voor soep! 

Voor ongeveer twee liter soep: 

  • 1 kilo rijpe pruimtomaten
  • 1 grote sjalot, heel fijn gesneden
  • 2 tenen knoflook, geplet en fijngehakt
  • 2 eetlepels tomatenpuree (liefst tripio uit de tube)
  • 300 gram köfte, Turks lamsgehakt met kruiden. Verkrijgbaar bij Turkse slagers. Je kunt ook rundergehakt gebruiken en het zelf kruiden
  • 2 liter groentenbouillon
  • een scheutje olijfolie
  • wat oregano
  • peper en zout

Snijd de tomaten kruislings in en blancheer ze heel even in kokend water. Je kunt er het velletje nu makkelijk afpellen. Snijd de tomaten in kleine stukjes. Verhit de olijfolie in een soeppan en smoor daarin de sjalot en de knoflook zachtjes aan. Voeg de tomatenpuree toe en laat die even meesmoren. Doe er dan de stukjes tomaat bij en laat ze even meesmoren. Voeg dan de bouillon en kruiden toe. Laat de soep 15 minuten zachtjes koken en draai intussen ballen van het gehakt. “Gróóóte ballen Oma, die zijn lekker!” En Jop heeft gelijk; grote ballen moeten er in deze soep! 

Intussen is het half november en ik heb de laatste tomaten geplukt van de Bonusplant. Ze zijn nog niet allemaal rood, maar ik laat de laatste kilo’s rijpen in de vensterbank. Daar kan in nog wel een pannetje soep mee maken!

(Wie goed kijkt ziet een klein Buxusrupsje op een van de tomaten. Buxusrupsen lusten alleen maar Buxus, gelukkig!)

© ellen.

Please follow and like us:

Kleine taartjes deel een, met abrikozen en amandelcrème

Kleine taartjes met abrikoos en amandelcrème...
Ik schreef hier enthousiast over het boek “Kleine taartjes” en natuurlijk wilde ik meteen zelf van deze schattige kleine taartjes maken. Probleem was dat ik niet van die mooie vormpjes had. Natuurlijk kun je via internet de juiste vormpjes kopen maar daar had ik even niets aan in het weekend. Ik gebruikte dus voor de eerste taartjes siliconenvormpjes voor cupcakes van ongeveer dezelfde doorsnee. De hoeveelheid deeg was genoeg voor 10 vormpjes.

  • het deeg
  • 120 gram bloem
  • 50 gram poedersuiker
  • 20 gram amandelmeel
  • mespuntje zout
  • 75 gram koude boter
  • 1 biologisch ei, losgeklopt
  • siliconen cupcake vormpjes of ringen van 6 cm doorsnee

Doe de bloem, poedersuiker en het amandelmeel en zout in een kom. Breek de koude boter in kleine stukjes en verdeel die over de droge ingrediënten. Wrijf net zolang tot er een kruimelige massa ontstaat. Voeg dan een eetlepel van het geklopte ei toe en meng  de deegmassa tot een samenhangende bal. Is het deeg nog te droog dan voeg je wat ei toe. Wordt het deeg te nat dan voeg je wat bloem toe. Kneed het deeg losjes tot een mooie bal en verpak die in plasticfolie. Laat het deeg zeker een uur rusten in de koelkast. Het deeg voor deze kleine taartjes is altijd hetzelfde. Ik dacht eerst dat het veel te weinig deeg was maar de hoeveelheid blijk prima te kloppen.

Nadat het deeg gerust heeft en gekoeld is kneed je het nog een keer door en rol je het uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een lap van ongeveer 3 mm dik. Gebruik een uitsteekvorm van 9 cm doorsnee. Steek rondjes uit en vul de vormpje met het deeg. Prik een paar gaatjes in de bodem.

Dit is de basis van de taartjes, nu kun je verder eindeloos variëren met smaken en texturen. Fris, fruitig, chocolade, karamel, crumble, noem maar op. Ik geef je wat ideetjes, koop het boek en je maakt je eigen variaties!

  • Klassiek is de vulling met amandelcrème, die maak je zo;
  • 50 gram amandelmeel (in het boek worden de amandelen eerst nog eens in de oven geroosterd, daar was ik te lui voor. Het zal ongetwijfeld meer smaak geven)
  • 1/2 vanillepeul
  • 50 gram boter op kamertemperatuur
  • 50 gram poedersuiker
  • 1biologisch ei
  • 5 gram maizena

Snijd het vanillestokje in de lengte open en schraap met een mes het merg er uit. Roer de boter zacht en romig. Voeg het vanillemerg, de poedersuiker en het amandelmeel toe en roer alles tot een gladde massa. Klop dan met een garde het ei en de maizena erdoor.

Schept een dessertlepel  amandelcreme in de deegbakjes en bak ze dan in een op 170 graden voorverwarmde oven ongeveer 8 minuten. Laat de taartjes afkoelen en maak intussen de topping.

5 abrikozen, in reepjes gesneden, pocheren in water met een theelepeltje honing en een steranijs. Laten uitlekken. Leg de abrikozenreepjes op de afgekoelde taartjes. Abricoteer ze met wat verwarmde abrikozenconfituur en strooi er wat amandelschilfers over.

Lekker met een kopje espresso!

© ellen.

 

 

 

Please follow and like us:

Jambon Chablisienne

IMG_2667Halverwege onze vakantie in Bourgondie kregen we een appje van Jan en Ans; zij waren op de terugreis van hun vakantie in Portugal en we vonden het gezellig om nog een paar dagen samen door te brengen. Na overleg met de vriendelijke verhuurster van ons huisje besloten we dat zij niet op de plaatselijke camping maar in het huisje zouden slapen. Twee genoeglijke dagen brachten we samen door; eten en drinken, een museumbezoek en lekker bijkletsen. Zaterdag zouden we weer richting Luxemburg rijden om daar nog een nachtje op de camping te verblijven. We besloten bij het vertrek uit Bourgondie dat we in Luxemburg niet ‘Uit eten’ zouden gaan. Na een lange autorit weer opnieuw in de auto stappen om een restaurant te zoeken leek ons geen optie. Eenvoudige spaghetti zou het worden. Tot Ans vlak voor het vertrek over die doperwtjes begon… Ze had tijdens hun vakantie het recept gelezen en dat leek haar zó lekker…

Goed, we stelden onze navigatiesystemen in en kozen allebei een andere route; zo’n eind achter elkaar rijden is geen optie. We zouden wel zien wie het eerste ter plekke was. Onderweg bleven die erwtjes maar door mijnhoofd spoken; ach als Ans dat zo lekker vind eten we toch erwtjes… en dan met een dikke plak ham erbij, die hadden we al gekocht en lag heerlijk koel in de box op onze achterbank samen met een doos Chablis die we in Chablis gekocht hadden… Op de terugweg kwamen we langs de Grand Fresch bij Arlon en kochten daar prachtige verse erwtjes (Italie) en een mooie krop sla.  IMG_2669

Ik at in Chablis in een restaurant een smakelijk streekgerecht: Jambon Chablisienne, dat zou het worden samen met de erwtjes. Tijd genoeg onderweg om na te denken hoe dat dat ongeveer klaargemaakt moet worden. Ik maakte het zo:

  • voor vier personen
  • 4 dikke plakken gekookte ham van goede kwaliteit (ik gebruikte gekruide beenham)
  • 1 klontje boter
  • 1 fijngesneden sjalot
  • 1 teentje knoflook, geplet en fijngesneden
  • 50 cl kalfsfond
  • 60 cl Chablis (droge witte wijn dus)
  • 400 cl room
  • 2 tot 3 eetlepels tomatenpuree
  • zout en peper

Smoor de sjalot en knoflook even zachtjes in de boter. Blus af met de fond en laat die bijna helemaal inkoken. Voeg de Chablis toe en kook die ook even wat in. Doe er dan de room bij en de tomatenpuree. Roer goed en laat alles inkoken tot de room wat ingedikt is. Breng op smaak met peper en zout. Ik lees nu thuis  dat er ook wat verse dragon door de saus moet en wat platte peterselie. Dat had ik zo gauw niet op de camping maar de kruiden-laag waarmee de ham gevuld was maakte veel goed. Je zou de ham eventueel op de gril even kunnen verwarmen.

Ach, prima eten samen met de verse erwtjes. Dit gerecht zal hier beslist vaker op tafel komen, dan mét dragon en peterselie en eventueel wat gebonden.

We dronken geen espresso toe, we gingen snel naar het café op de camping om de laatste nieuwtjes te horen…

© ellen.

Please follow and like us:

Verse doperwtjes met kropsla…

Verse doperwten (uit Italië)...Hier in Luxemburg zijn de groenten over het algemeen vrij duur vergeleken met onze Nederlandse prijzen. De kwaliteit is dan weer wel wat beter dan ik in Nederland door de bank genomen kan kopen.

Zo heb ik een hekel aan onrijp fruit, te vroeg geplukt en diep gekoeld aangevoerd. Knoerharde perziken, kiwi’s, aardbeien en noem maar op, ik vind ze niet lekker. Een paar dagen narijpen op de fruitschaal helpt meestal ook niet voldoende; te vroeg geplukt is gewoon niet rijp!

Ik kocht hier in Luxemburg zaterdag Italiaanse perziken en vandaag moesten ze vlug op, bij het afpellen (ik kon er gewoon het velletje afstropen) droop het sap over mijn handen… heerlijk waren ze, super sappig en vol van smaak.

We bezochten op aanraden van vriend Mars ook weer eens de Grand Frais, een kleine super waar ze groenten, fruit, vlees en kaas verkopen. Bovendien ligt er allerlei exotische waar  uitgestald zoals colanoten, maniok, kurkema en noem maar op en dat alles tegen redelijke prijzen. De super ligt ergens tussen Arlon en Messancy aan de Frans-Belgische grens, op een industrieterrein dat de Triangle de Lorrain heet.

We waren er al eens eerder; prachtige verse groenten die onder de beste condities bewaard worden. Een mooie bewaseming over de zachte groenten, koeling onder de rest. Alles supervers en zeer betalbaar, ver onder de Luxemburgse prijsnorm.

Wij zochten eigenlijk naar verse tuinboontjes, daar had ik zo opeens mijn zinnen op gezet maar helaas, die waren op. Er lag nog een restant dat tegen een zeer zacht prijsje (€ 0,99 de kilo) werd aangeboden maar die waren niet mooi genoeg naar mijn zin. Wel waren er doperwtjes, vers, in de dop. Skukhorzel maakte op Facebook al een opmerking uit welk Derdewereldland die dan kwamen… Niks Derdewereldland, gewoon uit Italië. Het is daar net wat eerder voorjaar en net wat warmer. Dus kunnen de doperwtjes en tuinboontjes ook net wat eerder geoogst worden dan in Nederland. De afstand Zuid België is ook niet zo groot, het aanbod in deze verswinkel komt dan ook voornamelijk uit Italië en Frankrijk. Moet ik in Nederland zoeken naar verse erwtjes en er ook nog eens een kapitaal voor betalen, hier viel de prijs reuze mee; € 2,99 voor een kilo ongedopte kraakverse erwtjes. Daar moet ik in Nederland het dubbele voor betalen op de markt en dan zijn ze ook nog vaak een beetje melig. We togen dus helemaal blij naar ons vakantieoptrekje met een lading kraakverse groenten en eetbaar fruit. De doperwtjes maakte ik heel klassiek klaar, Frans, een manier van verwerken voor als je een groententuin hebt met sla en doperwtjes…  IMG_2057een beetje sla wat ham, wat platte peterselie…

IMG_2061
voor twee personen:

  • 1 kg verse doperwtjes in de peul
  • 30 gram roomboter
  • 16 kleine uitjes, of 1 grote ui grof gesneden
  • het hart van een krop gewone sla, gewassen en in tweeën gesneden
  • 1 theelepel suiker
  • 25 gram mager rookspek of gerookte ham, in blokjes
  • handje gehakte platte peterselie

Smelt de boter in een stoofpan, leg de sla op de bodem en verdeel daarover de erwtjes, het spek en het lepeltje suiker. Stoof, op een heel zacht vuurtje, het geheel zeker 30 minuten, langer mag ook. Strooi er dan de vers gehakte platte peterselie over en dien op. Wij aten er gisteren nieuwe, gebakken aardappeltjes bij. En dat schepje suiker, ik ben niet zo van de schepjes suiker te pas en te onpas… maar bij deze erwtjes hoort het!

Kopje espresso toe.
© ellen.
Please follow and like us:

zelfgemaakte geweckte tomatensaus

IMG_8737Eigengemaakte tomatensaus in potten geweckt. Ik schreef al eerder over de tomaten die ik kreeg van onze buren. Dag één maakte ik een flinke hoeveelheid jam. De beschrijving staat hier al te lezen. Een heel verrassende smaak, de moeite waard. Maar ik hield nog heel veel tomaten over. De diepvries was nagenoeg vol, dus invriezen was geen optie. Ik besloot van de rest tomatensaus te maken en die saus vervolgens in te wecken in potten. Gelukkig waren de tomaten erg vers een kon ik in alle rust de weckpotten wassen, kijken of ik genoeg ringen en klemmetjes had enzovoorts. Dag twee maakte ik tomatensaus en weckte die vervolgens in. Wecken moet heel zorgvuldig gebeuren; alles moet brandschoon zijn. Gebruik geen aangetaste groenten of fruit. Gebruik steeds nieuwe ringen. Was potten en ringen zorgvuldig en steriliseer de potten in de oven 20 minuten op 80 graden. Zet ze dan omgekeerd op een schone doek. Of was ze op de warmste temperatuur in de vaatwasser en spoel ze vervolgens met schoon, heet water na. Goed, dat zijn de voorbereidingen. Ik had nadat ik de tomatengelei gemaakt had nog 10 kilo tomaten over. Die verwerkte ik in twee keer. Saus voor 5 kilo tomaten:

5 kilo tomaten in blokjes gesneden

  • Sap van twee citroenen
  • 2 flinke uien, fijn gesneden
  • 8 tenen knoflook, geplet en fijngehakt
  • 2 eetlepels gedroogde oregano
  • 2 laurierbladeren 2 eetlepels zout
  • 1 eetlepel gemalen witte peper
  • 1 theelepel gedroogde chilivlokken

 

 tomatengelei

Doe alles in een wijde pan en laat de massa 45 minuten zachtjes inkoken. Schep de saus in de schone potten en sluit de potten af met de deksel met rubberring. Maak de klemmetjes vast en dan kan het wecken beginnen.
Gebruik een weckketel of als je die niet hebt, een grote pan waar de potten inpassen. Leg een rooster op de bodem van de pan en zet de potten daarop. Zorg dat de potten niet tegen elkaar knotsen. (je kunt eventueel een doek om de potten wikkelen om te voorkomen dat ze tegen elkaar botsen) Giet dan warm water op de potten totdat alles onderstaat en breng het water langzaam naar 88 graden. Laat de potten nu 45 minuten op 88 graden sudderen. Laat dan het water wat afkoelen en til de potten uit de pan. Zet ze op een natte doek en laat ze verder afkoelen.
Haal de volgende dag de klemmetjes van de potten en controleer of ze allemaal goed dicht zijn. Plak etiketten op de potten en zet ze koel en donker weg. Op deze manier geconserveerd blijft de saus zeker een jaar houdbaar.
© ellen.

Please follow and like us:

Tomatengelei met limoncello en een vleugje peper…

tomatengeleiTja, hoe kwam ik nou aan zoveel tomaten? Ik zal proberen het uit te leggen…

Facebook eergisteren om 22.53; een berichtje van mijn buurvrouw dat ze in een promotiefilm heeft meegespeeld voor onze Blauwe Grootgrutter. “Alles direct uit de buurt”. Mooi, daar zijn wij wel voor. Buurvrouw Angelique, te zien in een tomatenkas, direct in onze buurt. Prima, mooie shots. Ik reageerde op Facebook: “Zullen jullie de komende dagen wel veel tomaten eten”. Ach,grapjes op Facebook, leuk.

Ik ging onder de douche, poetste mijn tanden en surfte nog even door mijn gedoetje…  De bel ging, hond Jaros blafte de longen uit zijn lijf…Elf uur geweest, al gekleed in mijn badjas, zo laat… dan maak ik de deur niet meer open… Tot ik een pb kreeg van de buren; “Leon en ik belden net bij jou aan. We hebben echt heel veel tomaten die je zo kan hebben als je wil” Goed, broek en t-shirt weer aan en naar de buren. En daar kreeg ik zomaar een enorme krat tomaten! Dank Leon en Angelique!

Maar dan begint het… Wat ga ik er mee doen; Pasasta maken, wecken, invriezen? Invriezen is geen optie, de vriezer zit al ramvol. Wecken dus. Maar dan: Heb ik potten genoeg, deksels, ringen, klemmetjes… Tjaa, natuurlijk moest ik vandaag, eigenlijk mijn vrije dag,  ook nog de hele dag weg, een workshop, een vergadering… De tomaten, overigens in prima verse conditie moesten wachten.

Vanmiddag na thuiskomst diep in de kelder afgedaald en geïnventariseerd wat ik nog aan weckflessen en potten en toebehoren had.  Vervolgens alle potten en flessen in de vaatwasser gezet. Dat was part één. Voor vandaag dus geen tomaatverwerking? Nou ja, die tomaatjes lagen zo mooi rood te lonken, ik bedacht opeens dat tomatenjam ook wel iets zou kunnen zijn. Weer eens wat anders, en jampotjes en geleisuiker zijn hier tegenwoordig altijd op voorraad.   tomatengelei

Ik besloot dus alvast maar wat jam te maken met de tomaatjes in die geweldige pan. Die Pan, die Pan… als ik die Pan toch niet had!

  • Tomatengelei dus:
  • 1300 gram tomaten in stukjes gesneden
  • rasp van een citroen
  • 500 gram geleisuiker
  • 1 borrelglas lemoncello
  • halve theelepel chilivlokken

Doe de stukjes tomaat en de citroenrasp in een wijde pan en breng aan de kook. Laat de massa rustig zo’n 20 minuten inkoken. Giet dan alles door een fijne zeef en voeg 500 gram geleisuiker toe. Roer goed om en om en breng de massa weer aan de kook. Voeg de limoncello en de chilivlokken toe en laat de massa nog drie minuten op hoog vuur inkoken.

Schep de gelei in schone warme potten en schroef er een deksel op. Zet de potten een minuutje op de kop en keer ze dan.
tomatengelei
Wij waren blij verrast door de smaak van deze jam; heerlijk! (en zo komt die limoncello ook eens op)

Kopje espresso en op naar de volgende lading tomaten!

© ellen.

 

Please follow and like us:

Sticky Cake met mandarijn

caketjes met mandarijnOntspullen, een afschuwelijk woord, maar hier in huis wel van toepassing. Wij moeten werkelijk opruimen, ons huis slipt dicht met boeken en andere genoegens. Nu valt het niet mee om boeken weg te doen; boeken waarvan ik vind dat ze weg mogen, wil Paul nog eens lezen, boeken die Paul wel kan missen wil ik persé houden… Je snapt wel lezer, we zijn er dagen mee bezig! Nu hebben we sinds een paar maanden een aardige oplossing voor het boekenoverschot: we hebben een Minibiebje aan ons huis gehangen. In het kastje gaan de boeken die we niet meer lezen. Iedereen mag ze gratis meenemen. Zo hebben anderen er ook nog plezier van. Omdat we midden in het centrum van Gemert wonen komen er dagelijks veel mensen langs het biebje en het is dan ook een groot succes! Er wordt druk geruild en meegenomen. Fijn, ik hoop dat er veel mensen genieten van de mooie verhalen. minibiebje

Dagelijks kijk ik even in het biebje en vul de voorraad zo nodig aan. Gisteren bedacht ik dat ook de oude jaargangen van het tijdschrift Delicious wel weg mochten, te beginnen bij jaargang 9. Voordat ik de tijdschriften in het kastje legde bladerde ik de jaargang nog even door en stuitte op een recept voor cake met mandarijn. Toevallig had ik ook al te veel mandarijnen…

Cake met mandarijnen dus.

  • 180 gram zachte boter
  • 220 gram suiker
  • 3 eieren
  • wat vanillesuiker
  • rasp van twee mandarijnen
  • sap van 1 mandarijn
  • 175 ml Griekse yoghurt
  • 300 gram bloem
  • 2 theelepels bakpoeder
  • 100 gram fijngehakte pistachenootjes
  • voor de siroop
  • schilletjes van twee mandarijnen
  • 220 gram suiker
  • 250 ml mandarijnen sap

Klop met de mixer de boter, de suiker en de vanillesuiker tot een romige massa. Voeg de eieren er één voor één bij en klop alles mooi schuimig. Voeg de rasp en het sap van de mandarijnen toe en de yoghurt. Klop alles goed door elkaar. Voeg dan voorzichtig lepel voor lepel de gezeefde bloem en de bakpoeder erbij.

Vet kleine cakevormpjes in en bedek de bodem met bakpapier. Strooi op de bodem wat fijngehakte pistachenootjes en schep het beslag er op. Bak de cakejes in een voorverwarmde oven 25 minuten op 160 graden.

Maak intussen de siroop. Blancheer de stukjes schil een paar minuten in kokend water. Giet ze af en laat ze goed uitlekken. Kook op een hoog vuur het mandarijnen sap met de suiker tot je een dikke siroop hebt. Voeg de schilletjes erbij en giet de siroop over de cakejes.

caketjes met mandarijn

Heerlijke luchtige cake. Lekker met een kopje espresso!

© ellen.

 

 

Please follow and like us:

stoofpotje van lamsschenkels met verse artisjokken en aardappel

lamsschenkel artisjok, restverwerking

  • Dinsdag is mijn vrije dag en dan mag ik graag iets uitgebreider koken of experimenteren met het één of ander. Ik kocht maandag de eerste verse artisjokken van dit jaar en wilde eigenlijk een mooi ingewikkeld recept maken uit het kookboek “De Keuken van Spanje en Portugal”. Gevulde artisjokken zouden het worden. Gevuld met spinazie, pijnpitten, ham, rozijnen… Thuisgekomen bleken de artisjokken toch niet van zo’n kwaliteit… zoveel moeite… ik bedacht dan maar iets heel anders… Ik had ook lamsschenkels gekocht… Juist, het werden dus lamsschenkels met artisjokken en aardappels. Ook heel lekker, een beproefde combinatie! Het was voor twee personen, wel veel vlees. We hielden over, kregen het niet op, maar later meer over de eventuele restverwerking…
  • lamsschenkels
  • olijfolie
  • 2 middelgrote artisjokken
  • sap van een citroen
  • 2 sjalotten, grof gesneden
  • 1 rode peper, fijn gesneden
  • 2 tenen knoflook, geplet en grof gehakt
  • een theelepel raz el hanout
  • 2 ontvelde rijpe tomaten, in blokjes gesneden
  • een flinke scheut witte wijn
  • een pluk saffraaneen pluk gedroogde oregano
  • 2 ansjovisfilets
  • 2 middelgrote aardappelen, geschild en in kleine blokjes gesneden
  • peper en zout

 IMG_7359

Verhit de olijfolie in een stoofpan en bak de schenkels daarin rondom bruin. Voeg de sjalotten en knoflook toe en bak ze even mee. Voeg de raz el hanout toe, doe de fijngesneden rode peper en de stukjes tomaat erbij en bak ook nog even zachtjes mee. Blus dan af met de witte wijn, voeg saffraan, ansjovis en oregano toe en sudder de schenkels een anderhalf uurtje heel zachtjes. Voeg eventueel wat water toe. Maak intussen de artisjokken schoon. Pers de citroen uit en giet het sap met water in een schaal. Maak de artisjokjes schoon. Verwijder de buitenste blaadjes. Snijd ze dan in vieren en knip de bovenste randjes eraf. Leg de partjes meteen in het citroenwater anders verkleuren ze. Als je mooie verse artisjokken hebt kan je de steeltjes ook gebruiken. Schil de steeltjes en snijd die in stukjes. Doe dan de artisjokken bij de schenkels. Stoof nog zo’n 20 minuten en voeg de aardappelblokjes toe. Stoof tot de aardappels gaar zijn. Proef en breng verder op smaak met peper en zout. Dien op met een groene salade. Zoals gezegd, veel teveel vlees voor ons. Er was ook nog saus, aardappel en een paar stukjes artisjok in de pan… onze maaltijd voor vandaag stond al vast; lekker snel…

Kopje espresso toe. © ellen.

Please follow and like us:

Ossenstaart met pompoen en kaneel, een vleugje Ottolenghi…

ossenstaart met kaneel en steranijs

Omdat het zo’n koud pestweer is had ik me lekker met een nieuw kookboek op de bank genesteld: “Het Kookboek”, van Ottolenghi. Ik kreeg het voor mijn verjaardag. Ik had wel zin om eens een van de recepten uit te proberen, maar wat te kiezen, het lijkt allemaal even lekker. Bovendien geen zin om de deur weer uit te gaan. Dus maakte ik een soort Ottolenghi, maar dan anders. In het boek staat een recept met ossenstaart en pompoen, kwam dat even mooi uit. Dat had ik in huis! De halve pompoen die ik overhield van de cake moest op. Ossenstaart had ik ook, maar mijn ossenstaart heeft Paul gisteren al gegaard in bouillon en Ottolenghi bakt het vlees… Nou ja, een geheel nieuwe versie ontstond waarbij ik eigenlijk alleen de meeste ingrediënten gebruikte maar een geheel andere bereiding toepaste. Het huis ruikt nu geheel naar kerst.

  • Voor twee personen
  • 2 of drie stukken ossenstaart, gegaard in bouillon
  • wat olijfolie
  • 2 sjalotten, fijn gesneden
  • 2 teentjes knoflook, geplet en fijngehakt
  • 1/2 pompoen in kleine blokjes gesneden
  • 1 blikje tomatenstukjes
  • 1 glas rode wijn
  • 1 steranijs
  • 1 theelepel gemalen kaneel
  • zwarte peper
  • zout
  • wat takjes tijm,1 takje rozemarijn

Verwarm de olijfolie in een wijde pan en bak daarin de sjalotjes en de knoflook even aan. Voeg pompoenstukjes toe en bak ze even mee. Blus af met de wijn en doe er de tomatenstukjes bij. Voeg dan de kruiden toe en maak op smaak met peper en zout. Laat de groenten zo even een kwartiertje doorstoven. Leg de stukken ossenstaart in een ovenschaal en schep de saus erover. Verwijder de steranijs en de takjes kruiden. Die hebben hun werk gedaan. Zet de schaal in de voorverwarmde oven op 160 graden en laat het geheel zo 45 minuten garen.

Er was ook nog een restje puree van aardappel en pastinaak. Dat ging op het laatst nog 15 minuutjes in de oven. Klaar! Prima gegeten, alle restjes opgemaakt!

Kopje espresso toe!

© ellen

 

Please follow and like us: