Kalfslever met Marsala…

Kalfslever in Madeirasaus...
Wij zijn een nuffig volkje; we eten de nette delen van de koe, de borstjes van de kip, de haas van het varken, soms een gehaktbal of slavink die iets onduidelijker delen van het dier bevatten. Maar dat is het dan wel zo’n beetje. Kom niet aanzetten met de ingewanden van koe of kalf, dan beginnen we te griezelen.

Lever en niertjes behoren niet meer tot de ‘gewone’ kost. Er zijn almaar minder slagers die lever of niertjes op voorraad hebben. Op mijn vraag naar kalfslever antwoorde onze slager dat hij dat niet heeft. “Ik moet zo’n hele lever inkopen en krijg het gewoon niet verkocht”. Tja, jammer! Misschien dat het in de Randstad wel te koop is, bij ons op het platteland niet. Als wij in Luxemburg verblijven mag ik dus graag kalfslever klaarmaken want hier is dat bij elke slagerij of goede Supermarkt wel verkrijgbaar.

Al weer een half mensenleven geleden kocht ik een boekje, “Van kop tot staart” heette het, om me eens serieus te verdiepen in de wat onbekendere delen van koe, kalf, varken en schaap. Er ging een wereld voor me open. Ik experimenteerde met allerlei delen waar ik voorheen nooit van gedacht had dat ze eetbaar waren. Bijvoorbeeld Prairie-oesters, ooit van gehoord? Een is mooi woord voor de kloten van een lam. Ze blijken erg smakelijk, doen een beetje aan zwezerik denken en zijn overigens helaas net zo bewerkelijk. Sommige gerechten uit dit boekje eten we nog steeds regelmatig, andere zijn in de vergetelheid geraakt, zoals dat gaat.

Kalfslever met Marsala is één van de recepten die we regelmatig eten. Ik twijfel nu wel of ik het recept uit dat boekje heb gehaald of ergens anders gevonden heb. Na een paar keer gaan recepten bij mij sowieso een eigen leven leiden dus maakt het niet uit. Dat scheutje Marsala geeft de saus in ieder geval een bijzondere toets. Marsala is een zoete Italiaanse wijn, gebruik er dus niet teveel van. Een scheutje is genoeg.

Bij mijn favoriete Super kocht ik twee mooie lapjes kalfslever, goed voor een herfstig stoofpotje.

  • Voor twee personen:
  • 2 lapjes kalfslever
  • stukje gerookt spek
  • Wat bloem
  • Peper en zout
  • Boter
  • 1 flinke ui in stukjes gesneden
  • Een paar blaadjes salie
  • Een scheutje Marsala
  • Een scheutje droge witte wijn.

Snijd de lever in reepjes en bestuif die heel licht met wat bloem. Verwarm de boter en bak daarin de ui en het in dobbelsteentjes gesneden gerookt spek op een zacht vuurtje lichtbruin. Voeg de reepjes lever toe en bak ze rondom bruin. Afhankelijk van de dikte zijn 6 tot 8 minuten genoeg. Haal de lever uit de pan en houd ze warm. Blus de jus af met een scheut marsala en wat witte wijn. Voeg de salie toe en laat de saus even indikken. Doe de lever bij de saus en dien snel op. Wij aten er boontjes bij en aardappelpuree.

Kopje espresso toe.

© ellen

Forel uit de Eisch

forelWij hebben vakantie en verblijven sinds zaterdag in ons vertrouwde huisje in Luxemburg. Het is gezellig hier, alle vaste campinggasten waren er dit weekend. Fijn om elkaar nog vóór de winter even te zien en te spreken. Ook buurman Jaap en zijn zoon Tim waren present. Ze maakten er een echt mannenweekend van; hardlopen, vuurtje stoken en vissen. Onder de camping stroomt het riviertje de Eisch, een snelstromend watertje. Soms rustig en onschuldig ogend, soms een woeste, brede stroom die zelfs af en toe een stukje van het dorp onder water zet. Het riviertje heeft een rijke biotoop; waterplanten, waaronder waterkers, verschillende soorten vis en allerlei waterinsecten, af en toe zelfs een rivierkreeftje. Mooi, en dat wil men hier zo houden. Vissen is streng verboden. Sommige stukken worden verpacht voor flinke bedragen per jaar. Degene die het stuk pacht verplicht zich ook de boel te onderhouden. Jarenlang was het stuk rivier bij de camping verpacht aan een oude meneer uit de stad. Hij viste er af en toe op forel. Met grote lieslaarzen in het riviertje staand haalde hij de vis uit het water. We kregen regelmatig een paar forellen van hem, zorgvuldig verpakt in schoon gras. Ondanks het verbod en de hoge boetes als je gesnapt wordt, willen sommige campinggasten toch nog wel eens een visje verschalken, stiekem. Hoewel, ik heb wel eens een paar pubers triomfantelijk de camping op zien wandelen met tussen hen in een grote stok waar een heleboel forellen aanhingen. Hun moeder riep ze meteen tot de orde; ze had de vakantie ervoor al ergens € 200,- moeten betalen voor een genegeerd visverbod. Goed, Jaap en Tim weten hun plekje te kiezen en zorgen wel dat ze niet gesnapt worden. Ze vingen deze keer niet veel maar hadden een fijne middag. Eenmaal terug hadden ze geen zin om de forellen schoon te maken en te bakken en aldus belandden de vissen uiteindelijk in mijn vispan. Uiteindelijk, want eerst moesten we ze nog schoonmaken en dat is een lastig klusje als je weinig faciliteiten hebt. Camping Deneuvre; plaats om de vers gevangen vis te spoelen...

In Frankrijk op een camping aan de Allier waar veel gevist wordt hadden ze een prima oplossing; een speciale visschoonmaak-spoelbak. Handig met een vuilnisemmer eronder. Nou ja, Paul klaarde het klusje hier in het zonnetje aan een buitenkraantje en dat ging ook prima. Mes in het gaatje onderin de buik steken, naar voren halen en de ingewanden eruit wippen. Even goed spoelen en klaar is je vis. Kraantje schoonmaken moet natuurlijk wel.
forelIk besloot ze zo simpel mogelijk klaar te maken, gewoon bakken in zonnenbloemolie, wat peper en zout in de buikholte en bestoven met een klein beetje bloem. Truite á la meunière, op de manier van de molenaarsvrouw. Het was één grote forel, ik schat een goed pond en één kleine. De baktijden verschilden dus. Reken voor zo’n grote forel 15 à 20 minuten totaal. De kleinere 10 tot 15 minuten. Serveer met een schijfje citroen.
forel

Wij aten er een simpele salade bij en wat luchtige aardappelpuree. Een glas Luxemburgse Pinot smaakte er prima bij.
Kopje espresso toe!

©ellen.

Boer Boris en appeltaart

boer boris.... appeltaartVoor wie het nog niet wist, het is Kinderboekenweek! Een goede reden om eens een extra verhaal voor te lezen en je kinderen of kleinkinderen te verwennen met een mooi boek. Onze kleinzoon Jop heeft, zo klein als hij is, een voorkeur voor de boeken van Boer Boris dus toen ik de nieuwste Boer Boris in de winkel zag liggen besloot ik meteen een exemplaar voor Jop te kopen. “Boer Boris gaat naar oma”, ook dat nog! In het verhaal blijkt Oma gelukkig geen krakkemikkig oud vrouwtje te zijn maar een fabriekje waar appeltaart een perensap gemaakt wordt. Nou ja, lees het zelf maar… Ik kreeg al lezende zin in appeltaart, het is er ook de tijd voor; er zijn allerlei soorten lekkere verse appels en het is prettig om weer binnenshuis dingen te doen. Wat is er fijner dan een huis dat naar versgebakken appeltaart ruikt! Ik maakte de taart dit keer met fonceerdeeg. De hoeveelheid is te veel voor één taart maar het restant van het deeg kan je prima invriezen en is genoeg voor bijvoorbeeld een kleine vruchtentaart. Oma's appeltaart...

  • Voor een springvorm doorsnee 24 cm:
  • Fonceerdeeg:
  • 250 gram boter
  • 1 ei
  • 250 witte basterdsuiker
  • een snuifje zout
  • 2 eetlepels water
  • 500 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder

Meng de zachte boter, de basterdsuiker, het zout, het ei en het water. Kneed vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoor tot je een mooi egaal deeg hebt. Laat het deeg verpakt in plasticfolie een paar uur rusten in de koelkast. Verwarm de oven voor op 160 graden (hete lucht)

  • Voor de vulling:
  • 5 middelgrote appels, geschild en in blokjes gesneden
  • 2 eetlepels honing
  • 4 eetlepels rozijnen, even gewassen en geweekt in schoon water
  • 1 eetlepel custardpoeder
  • 1 koffielepel kaneelpoeder

Meng alles goed door elkaar.

Rol dan 3/4 van het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak. (de rest gaat in de diepvries.) Vet de springvorm in en bekleed de bodem en zijkant met het deeg. Verdeel het appelmengsel over de bodem en gebruikt reepjes deeg om een ‘deksel’ te maken.

Bak de taart in 60 minuten mooi bruin en gaar.

Kopje espresso erbij én Boer Boris natuurlijk!

© ellen.

  • Ted van Lieshout en Philip Hopman
  • Boer Boris gaat naar Oma
  • Gottmer 2016
  • ISBN 9789025765828

 

Aardbeientaartje met Frangipane

aardbeientaartje met frangipane
In ons dorp staan in het seizoen op zaterdag twee kraampjes, één met asperges en één met aardbeien. Alles uit eigen dorp. Kersverse topkwaliteit, geen Foodmiles. Er was keus tussen kleine en grote aardbeien, twee verschillende rassen. De kleintjes geurden heerlijk en kosten € 1,50 per bak van 500 gram. Geen geld, ik kocht er heel hebberig meteen maar twee.

Dus; yoghurt met aardbeien, brood met aardbeien, Smoothy met aardbeien en aardbeien met slagroom… en toen waren ze nog niet op. Tijd om weer eens een taartje te bakken. Er staan op deze site al diverse recepten van aardbeientaartjes maar ik wilde nu weer eens iets anders. Ik ging op zoek naar een voor mij nieuw recept en kwam uit bij Bakker Holtkamp, altijd goed.

Het taartje is gemaakt met Fonceerdeeg, een makkelijk te maken deeg dat je bovendien goed in de diepvries kunt bewaren. Ik maak het altijd een dubbele portie en vries dan de helft in, makkelijk als je haast hebt en toch taart wilt.

  • Fonceerdeeg:
  • 250 gram boter
  • 1 ei
  • 250 witte basterdsuiker
  • een snuifje zout
  • 2 eetlepels water
  • 500 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder

Meng de zachte boter, de basterdsuiker, het zout, het ei en het water. Kneed vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoor tot je een mooi egaal deeg hebt. Laat het deeg verpakt in plasticfolie een paar uur rusten in de koelkast.

  • Frangipane
  • 250 gram marsepein
  • 1 ei
  • 50 gram zachte boter
  • 50 gram bloem
  • (voor dit taartje is dit iets teveel, je kunt met de overgebleven Frangipane nog een minitaartje maken)

Meng de boter en de marsepein en roer tot er geen klontjes meer zijn. Voeg het ei er bij en roer goed tot je een mooie egale massa hebt. Roer er dan de bloem door.

  • Voor het taartje
  • 250 gram Fonceerdeeg (de rest van het deeg inpakken in plastic en invriezen voor een volgende keer)
  • 330 gram frangipane
  • aardbeienjam (ik gebruikte een eigengemaakte gelei van bramen, aardbeien en bessen, dat combineerde erg goed met de rest. Iets pittiger dan alleen aardbeienjam)
  • 500 gram aardbeien
  • poedersuiker

Verwarm de oven voor op 190 graden of 180 graden voor de hetelucht oven. Gebruik een vlaaivorm van 24 cm doorsnee en 2 ½ cm hoog. Vet de vorm in met boter. Rol het deeg uit en bekleed daarmee de ingevette vorm. Doe de Frangipane in een spuitzak en verdeel de massa over het deeg. Bak de vorm 20 minuten in de voorverwarmde oven.

Laat de taart afkoelen en haal hem uit de vorm. Verdeel de jam over de bodem en leg daarop de aardbeien. Bestrooi met wat poedersuiker.

Kopje espresso erbij!

© ellen.

 

 

Sjieke skrewsaus…

lamskarbonaadjes met een saus van ansjovis en kappertjes
Sjieke Skrewsaus, hu? Dat vraagt wat uitleg voor de lezers buiten Brabant.

Vroeger was er in veel Brabantse gezinnen geen geld om elke dag vlees te eten. Geen kwestie van zelf gekozen vegetarisme maar pure armoede. Om de maaltijden toch wat op te leuken maakte men een dikke voedzame saus met gestoofde uien. Die uien moesten gesneden worden en daar ga je van huilen, skrewen zeggen ze hier. Hoe groter de armoede, hoe meer er geskrewd werd.
Nou ja, eigenlijk is er natuurlijk niks mis met een stevige uiensaus, maar elke dag…
Die uiensaus maakte men zo:

  • 50 gram reuzel of boter
  • 50 gram bloem
  • 3 flinke uien
  • zout, peper
  • water of bouillon tot de saus de gewenste dikte heeft

Snijd de uien fijn en bak ze in de verwarmde boter of reuzel mooi bruin. Strooi de bloem er over en smoor die even mee. Doe er beetje bij beetje het vocht bij en roer tot je een mooie gladde saus hebt. Zout en peper om de saus verder om smaak te brengen. Kook de saus nog even op een zacht vuurtje en serveer bij een stamppotje. Op z’n Brabants heet dat dan Petazzie met Skrewsaus.

Nu had ik op de markt van die prachtige sjalotten gekocht, van die grote paarse en daar wilde ik iets mee; “Skrewsaus”, riep Paul, “maak skrewsaus!” Het werd dus skrewsaus, maar dan een deftige variant.

  • 40 gram boter
  • 40 gram bloem
  • 2 grote sjalotten, heel fijn gesneden
  • 1 teentje knoflook, geplet en fijngehakt
  • scheutje witte wijn
  • wat bouillon
  • 2 ansjovisjes, gesneden en in de vijzel tot pasta gestampt
  • een eetlepel kappertjes
  • peper en eventueel zout

Verwarm de boter en smoor daarin de sjalot en de knoflook zachtjes gaar. Voeg de ansjovispasta erbij en roer goed. doe dan de bloem erbij en smoor even. Blus af met de witte wijn en voeg bouillon toe tot je een mooie gladde saus hebt. Even door laten koken en dan de kappertjes toevoegen. Proef of er nog zout bij moet en breng verder op smaak met peper. Dien op met een kapperappeltje. Lekker bij lamskarbonaadjes.

Kopje espresso toe1

© ellen.

Risotto met kreeft en truffel

risotto met kreeft en truffelGeen Paaswens dit jaar, niet omdat we onze lezers geen fijne Pasen gewenst zouden hebben, maar simpelweg omdat we geen verbinding konden maken… We waren even weg. We brachten de Paasdagen door in ons optrekje op de camping in Luxemburg en, zoals dat daar al vaker gebeurd is, is er weer eens een heftige strijd gaande tussen beheerders van de camping en het besturende Syndicaat d’Initiative. Ach, na al die jaren leert ons de ervaring dat het wel weer goed komt… Maar nu even géén wifi, geen verwarming, koude douches. Dat was minder, maar,  ondanks dat was het een gezellig weekend. Ook Neel, Evert, Petra en Frank waren er en  we brachten een genoeglijke avond samen door. We aten Gemertse asperges, dronken Luxemburgse wijn en bespraken de wereldpolitiek…

Natuurlijk deden we ook weer inkopen in de grote Cactussuper.Zo vlak voor de Pasen pakten ze daar flink uit. Allerlei heerlijkheden die wij in ons Brabantse dorpje zelden of nooit zien. Ik bezweek zelfs voor een zakje. (wij koken eigenlijk bijna nooit uit pakjes en zakjes maar dit zakje leek me wel wat.) Ik kocht een vacumverpakking risottorijst met stukjes gedroogde truffel. De prijs was wel zo dat je mag verwachten ook echt een vleug truffel te vangen. Verder lagen er in de Super stapels al reeds gekookte kreeften, handig, een kreeft killen op een camping heb ik nog niet gedaan en leek me wat lastig. Hopla gekookte kreeft in het wagentje, en zo nog het een en ander. Thuisgekomen werd dit onze Paaszaterdagmaaltijd: risotto met kreeft en truffel, salade, espresso met bijzonder paaseitje toe.

      • Voor 2 personen
      • vacuümverpakte risotto met zomertruffel, 170 gram carnalroli rijst
      • 1 sjalotje
      • scheutje witte wijn
      • flinke klont boter
      • ongeveer 800 ml kreeftenfond of andere goede bouillon, tegen de kook aan houden
      • wat peper en zou
      • een reeds gekookte kreeft, bevrijd uit zijn pantser, stukjes kreeftenvlees mooi verdeeld

 

    kreeft

Verwarm een deel van de boter in een pan en fruit daarin de sjalotjes zachtjes aan. Voeg de rijst met de truffelstukjes toe en laat ze even de boter ‘aanraken’. Schep om en om en blus af met een beetje witte wijn. Schep dan zoveel lepels warme bouillon op de rijst dat alles net onderstaat. Roer en blijf roeren. Voeg eventueel nog wat kokende bouillon toe en laat de rijst koken tot ze nét al dante is. Haal de pan van het vuur een voeg een flinke klont goede boter bij de rijst. roer flink. Proef of zout en peper nodig zijn. Voeg dan de in stukjes verdeelde kreeft toe en schep ze voorzichtig door de rijst. Dien snel op met een mooie groene salade.

Wouw, zo willen wij wel vaker uit een zakje eten! dit was echt lekker. Ik hield met niet helemaal aan de verpakking (die beschrijft geen sjalotje of scheutje wijn, en sprak ook niet van kreeft) maar toch… dit was een prima risotto, met echte truffelgeur én smaak.

We sloten deze smakelijke maaltijd af met een kopje espresso met een bijzonder paaseitje. Maar daarover later meer.

© ellen.

Sticky Cake met mandarijn

caketjes met mandarijnOntspullen, een afschuwelijk woord, maar hier in huis wel van toepassing. Wij moeten werkelijk opruimen, ons huis slipt dicht met boeken en andere genoegens. Nu valt het niet mee om boeken weg te doen; boeken waarvan ik vind dat ze weg mogen, wil Paul nog eens lezen, boeken die Paul wel kan missen wil ik persé houden… Je snapt wel lezer, we zijn er dagen mee bezig! Nu hebben we sinds een paar maanden een aardige oplossing voor het boekenoverschot: we hebben een Minibiebje aan ons huis gehangen. In het kastje gaan de boeken die we niet meer lezen. Iedereen mag ze gratis meenemen. Zo hebben anderen er ook nog plezier van. Omdat we midden in het centrum van Gemert wonen komen er dagelijks veel mensen langs het biebje en het is dan ook een groot succes! Er wordt druk geruild en meegenomen. Fijn, ik hoop dat er veel mensen genieten van de mooie verhalen. minibiebje

Dagelijks kijk ik even in het biebje en vul de voorraad zo nodig aan. Gisteren bedacht ik dat ook de oude jaargangen van het tijdschrift Delicious wel weg mochten, te beginnen bij jaargang 9. Voordat ik de tijdschriften in het kastje legde bladerde ik de jaargang nog even door en stuitte op een recept voor cake met mandarijn. Toevallig had ik ook al te veel mandarijnen…

Cake met mandarijnen dus.

  • 180 gram zachte boter
  • 220 gram suiker
  • 3 eieren
  • wat vanillesuiker
  • rasp van twee mandarijnen
  • sap van 1 mandarijn
  • 175 ml Griekse yoghurt
  • 300 gram bloem
  • 2 theelepels bakpoeder
  • 100 gram fijngehakte pistachenootjes
  • voor de siroop
  • schilletjes van twee mandarijnen
  • 220 gram suiker
  • 250 ml mandarijnen sap

Klop met de mixer de boter, de suiker en de vanillesuiker tot een romige massa. Voeg de eieren er één voor één bij en klop alles mooi schuimig. Voeg de rasp en het sap van de mandarijnen toe en de yoghurt. Klop alles goed door elkaar. Voeg dan voorzichtig lepel voor lepel de gezeefde bloem en de bakpoeder erbij.

Vet kleine cakevormpjes in en bedek de bodem met bakpapier. Strooi op de bodem wat fijngehakte pistachenootjes en schep het beslag er op. Bak de cakejes in een voorverwarmde oven 25 minuten op 160 graden.

Maak intussen de siroop. Blancheer de stukjes schil een paar minuten in kokend water. Giet ze af en laat ze goed uitlekken. Kook op een hoog vuur het mandarijnen sap met de suiker tot je een dikke siroop hebt. Voeg de schilletjes erbij en giet de siroop over de cakejes.

caketjes met mandarijn

Heerlijke luchtige cake. Lekker met een kopje espresso!

© ellen.

 

 

Hartige taart met Epoisses en appel

 

EpoissetaartDit weekend waren we druk doende met de voorbereidingen voor onze voorjaarsvakantie. Ook deze vakantie zullen we doorbrengen in Bourgondie, Frankrijk. Wij vinden deze streek een heerlijk deel van Frankrijk; de prachtige bossen van de Morvan, de heerlijke wijnen van de Côte d’Or, de kleine stadjes met overdekte markten en niet te vergeten de uitgelezen kazen. We kregen acuut zin in kaas en wijn… Paul schreef in november 2005 een artikel over Epoisses, een kaasje uit Bourgondië, en over de gruwelijke omstandigheden waaronder vroeger weeskinderen deze kazen moesten wassen met witte wijn en Marc de Bourgondië. Hij schreef toen ook dat deze kaas alleen bij de gespecialiseerde kaashandel te koop is. Dat is inmiddels voorbij, de gewone super heeft dit kaasje tegenwoordig vaak in het schap liggen.  Epoisse

Ik kocht zondag (ja foei, niet mijn gewoonte, boodschappen doen op zondag, maar zaterdag te ziek om aan eten te denken) een mooie Epoisses bij onze plaatselijk grootgrutter met het blauwe logo. Niet goedkoop zo’n Epoisses, maar dan heb je ook iets heel lekkers. Dit AOP exemplaar heeft zelfs een zilveren medaille gewonnen op het Concours Génerale Agricole in Parijs.

Omdat we zaterdag te grieperig waren om een echte maaltijd voor het weekend te bedenken waren er ook geen inkopen gedaan. Het kaasje moest dus onze maaltijd worden. Ik maakte een hartig taartje met de Epoisses, appel en wat ham. Een flinke salade erbij en je hebt een prima lunch of avondmaaltijd voor vier personen. Het recept komt oorspronkelijk uit het boek “Recettes de Bourgogne”, maar is hier in huis inmiddels een eigen leven gaan leiden. Ik maakte het taartje als volgt:

  • Het taartje is voor 4 tot 6  personen.
  • Voor het deeg
  • 250 gram tarwebloem
  • beetje zout
  • 125 gram koude boter
  • 1 eidooier
  • 50 ml water
  • voor de vulling
  • 3 eieren
  • 5 dl crème fraiche
  • 1 geraffineerde Epoisses á 250 gram
  • 2 goudrenetten, geschild en in blokjes gesneden
  • 100 gram rauwe boerenham
  • zout, peper en geraspte nootmuskaat

 

Maak een kuiltje in de gezeefde bloem. Voeg zout, water, eidooier en de boter in kleine klontjes toe en kneed er een mooi soepel deeg van. Laat het deeg onder folie een uurtje rusten in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 200 graden. Klop voor de vulling de eieren los en roer de crème fraiche erdoor. Snijd de kaas, de appelen en de ham in kleine blokjes en roer ze door het eimengsel. Breng verder op smaak met zout, peper en nootmuskaat. Rol het deeg uit tot een dunne lap en bekleed daarmee een ingevette vlaaivorm, doorsnee 26 cm. Prik wat gaatjes in de deegbodem en schep het kaasmengsel erin.

Bak de taart 5 minuten op 200 graden. Draai dan de temperatuur terug naar 180 graden en bak nog 30 minuten. Serveer de taart warm. Wij aten de restanten de volgende dag bij de lunch; koud smaakte het ons ook prima. Erbij een glas witte Bourgogne uit de buurt van Vezelay.

Kopje espresso toe!

© ellen.

 

Bourgondische kaassoesjes of Gougères

ourgondische kaassoesjes ofwel  GougèresIk weet niet hoe het bij jullie is beste lezer, maar hier is het pestweer! Zo’n bui die de hele dag niet overgaat, een snijdende wind, somber, donker, brrr… We gingen voor wat noodzakelijke boodschappen naar de Helmondse markt en waren er bijna alleen. Ook een fors aantal vaste handelaren waren er niet, te koud, te nat. De echte diehards waren er natuurlijk wel, onze vaste leveranciers van groenten, sinaasappels, vis, kaas en bloemen hebben lak aan een buitje meer of minder. De bloemenman vertelde zelfs dat hij gewoon dezelfde omzet maakte als iedere week. “Mijn klanten komen toch wel”, beweerde hij. Nou ja, zonder een bloemetje op tafel is dit rotweer al helemaal niet te harden. 

Eenmaal thuis hadden we het koud, prima omstandigheden voor een flinke pan bonensoep en iets erbij. Echte Bourgondische kaassoesjes, daar had ik zin in! Je krijgt deze soesjes in Bourgondie overal bij de borrel, of liever nog bij een glas Kir. Há, we hebben ook nog een fles lekkere Crème de Cassis in huis, gekocht tijdens onze herfstvakantie in Bourgondie. Paul koelde een mooie fles Sauvignon blanc en de soesjes waren snel gemaakt. Prima ingrediënten om de bewolking te verdrijven! Soezendeeg is niet moeilijk te maken, je hebt  er alleen wat kracht voor nodig als je de eieren door het beslag klopt. En, hoe harder je klopt hoe luchtiger de soesjes worden, dat wel! ourgondische kaassoesjes ofwel  Gougères

  • Bourgondische kaassoesjes ofwel Gougères
    2,5 dl melk
  • 100 gram boter een snuifje zout
  • 150 gram bloem
  • 4 eieren
  • 50 gram Comté of Gruyère kaas in blokjes gesneden ter grote van een doperwtje
  • 50 gram geraspte kaas

Breng de melk met de boter en het zout in een steelpan aan de kook.
Voeg de bloem in één keer toe en en verwarm het mengsel al roerend (op een heel laag pitje) tot het van de bodem van de pan loslaat en alle klontjes verdwenen zijn.
Laat het deeg nu even afkoelen en roer er dan één voor één de eieren door. Je moet roeren tot je een mooi glanzend mengsel hebt.
Roer er dan de blokjes kaas door.
Vorm met twee eetlepels kleine balletjes van het deeg en leg die op een ingevette bakplaat.
Strooi nog wat geraspte kaas over de soesjes en bak ze in een voorverwarmde oven op 170 graden in 20 minuten gaar. Met het deeg kun je ongeveer 20 soesjes maken.

Drink er een mooie Bourgogne bij of een Bourgondisch aperitief Kir; schenk een flinke scheut crème de cassis in een wijnglas en vul het dan aan met een witte Bourgogne of een andere droge witte wijn of maak een Kir Royale, dan neem je in plaats van witte wijn een cremant of champagne. Kopje espresso nemen we vanavond wel na de maaltijd!

© ellen.

 

Hartig hapje; gehakt in piedeeg…

worstenbroodjes met pie-deegEens in de zoveel tijd komt de vraag; “die worstenbroodjes, wanneer maak je ze weer eens?” En dan hebben we het hier in huis niet over de Brabantse worstenbroodjes maar dan wil de familie een variant die al van héél lang geleden is… Zo rond het begin van ons samenzijn… en dat is lang, lang geleden. Ik kreeg van mijn bezorgde moeder het Margriet kookboek mee toen ik het ouderlijk huis verliet. “Om toch een beetje gezond en smakelijk te kunnen koken”. Ik kreeg de druk van 1971, Amsterdamboek, samengesteld met medewerking van de Voedingsraad. Tja, dat moest wel goed zijn! Ik moet zeggen dat ik meer geleerd heb van mijn moeder dan van dit kookboek, ik ben denk ik, meer bevattelijk voor aanschouwelijk onderwijs. Maar toch, als het om bakken van taarten en ander gebak gaat moet je wel een echt recept hebben als beginnende kok en daar was dit boek dan wel weer heel geschikt voor. Ik probeerde van alles uit in de spaarzame vrije tijd die we hadden; taarten, cake, appelstrudel en ook deze worstenbroodjes. De worstenbroodjes bleken een ‘blijverdje’ in ons huishouden.

 worstenbroodjes met pie-deeg

Nu vind ik dit eigenlijk geen worstenbroodjes, het boek noemt het gerecht wel zo, maar worstenbroodjes zijn naar mijn idee gemaakt van brooddeeg, deze broodjes zijn gemaakt met piedeeg. Piedeeg is eigenlijk een eenvoudige variant van bladerdeeg en de broodjes zou je dus eigenlijk beter saucijzenbroodjes kunnen noemen. Heel Holland/Nederland bakt maar ik lees nooit meer ergens over piedeeg, vreemd… Toch best wel smakelijk en snel te maken bovendien. Piedeeg dus, dat gaan we maken en dan vullen met gehakt, met lekker veel kruiden, lekker pittig.

Het Margriet kookboek geeft aan dat “piedeeg niet zo smakelijk is als het bewerkelijke bladerdeeg of feuilletée, maar toch heel lekker kan zijn als we het gebruiken met een of andere ragout of vruchtenmoes.” De misselijk makende tekst die ze even verder in het boek schrijven over de mislukkingen die kunnen ontstaan als “de huisvrouw fouten maakt bij de moeilijke bereiding van bladerdeeg”, zal ik jullie maar besparen

Gewoon, eenvoudig piedeeg dus, makkelijk en voor iedereen te maken…

  • Worstenbroodjes ongeveer 12 stuks:
  • het deeg
  • 300 gram bloem
  • 150 gram koude boter
  • ongeveer 1,5 dl koud water
  • 1/2 afgestreken eetlepel zout ( beetje minder mag best)
  • voor de vulling
  • 350 gram gehakt, half om of lamsgehakt of wat dan ook
  • peper, zout, nootmuskaat, knoflook, chilipepers, ras-el-hanout,
  • 50 gram oud brood, geweekt in wat melk
  • 1 ei, losgeklopt met wat water

Meng het zout door de bloem en hak de boter in piepkleine stukjes door de bloem. Voeg dan met kleine beetjes het water toe en meng voorzichtig tot het deeg samenhangt. Druk het deeg luchtig tot een bal en laat die onder folie een uurtje in de koelkast opstijven.

Breng intussen het gehakt op smaak met peper, zout en naar wens knoflook, nootmuskaat, chilipepers en raz-el-hanout. Vorm balletjes van gelijke grootte van het gehakt.

Rol het gekoelde deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een rechthoekige lap van ongeveer 1/4cm dik. Snijd de lap deeg in stukjes van 8×12 cm. Bestrijk de randen met het losgeklopte ei en leg er de gehaktrolletjes op. Maak er een mooi pakketje van door de  zijkanten in te slaan en dan de bovenkant en onderkant dicht te vouwen. Leg de broodjes met de dichtgevouwen onderkant naar beneden op de bakplaat en bestrijk de broodjes met de rest van het losgeklopte ei.

Bak ze in een op 180 graden voorverwarmde oven ongeveer 45 minuten gaar.

Prima voor een zaterdagse maaltijd; kopje soep, worstenbroodje, kopje espresso toe!

© ellen.