Aardbeientaartje met Frangipane

aardbeientaartje met frangipane
In ons dorp staan in het seizoen op zaterdag twee kraampjes, één met asperges en één met aardbeien. Alles uit eigen dorp. Kersverse topkwaliteit, geen Foodmiles. Er was keus tussen kleine en grote aardbeien, twee verschillende rassen. De kleintjes geurden heerlijk en kosten € 1,50 per bak van 500 gram. Geen geld, ik kocht er heel hebberig meteen maar twee.

Dus; yoghurt met aardbeien, brood met aardbeien, Smoothy met aardbeien en aardbeien met slagroom… en toen waren ze nog niet op. Tijd om weer eens een taartje te bakken. Er staan op deze site al diverse recepten van aardbeientaartjes maar ik wilde nu weer eens iets anders. Ik ging op zoek naar een voor mij nieuw recept en kwam uit bij Bakker Holtkamp, altijd goed.

Het taartje is gemaakt met Fonceerdeeg, een makkelijk te maken deeg dat je bovendien goed in de diepvries kunt bewaren. Ik maak het altijd een dubbele portie en vries dan de helft in, makkelijk als je haast hebt en toch taart wilt.

  • Fonceerdeeg:
  • 250 gram boter
  • 1 ei
  • 250 witte basterdsuiker
  • een snuifje zout
  • 2 eetlepels water
  • 500 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder

Meng de zachte boter, de basterdsuiker, het zout, het ei en het water. Kneed vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoor tot je een mooi egaal deeg hebt. Laat het deeg verpakt in plasticfolie een paar uur rusten in de koelkast.

  • Frangipane
  • 250 gram marsepein
  • 1 ei
  • 50 gram zachte boter
  • 50 gram bloem
  • (voor dit taartje is dit iets teveel, je kunt met de overgebleven Frangipane nog een minitaartje maken)

Meng de boter en de marsepein en roer tot er geen klontjes meer zijn. Voeg het ei er bij en roer goed tot je een mooie egale massa hebt. Roer er dan de bloem door.

  • Voor het taartje
  • 250 gram Fonceerdeeg (de rest van het deeg inpakken in plastic en invriezen voor een volgende keer)
  • 330 gram frangipane
  • aardbeienjam (ik gebruikte een eigengemaakte gelei van bramen, aardbeien en bessen, dat combineerde erg goed met de rest. Iets pittiger dan alleen aardbeienjam)
  • 500 gram aardbeien
  • poedersuiker

Verwarm de oven voor op 190 graden of 180 graden voor de hetelucht oven. Gebruik een vlaaivorm van 24 cm doorsnee en 2 ½ cm hoog. Vet de vorm in met boter. Rol het deeg uit en bekleed daarmee de ingevette vorm. Doe de Frangipane in een spuitzak en verdeel de massa over het deeg. Bak de vorm 20 minuten in de voorverwarmde oven.

Laat de taart afkoelen en haal hem uit de vorm. Verdeel de jam over de bodem en leg daarop de aardbeien. Bestrooi met wat poedersuiker.

Kopje espresso erbij!

© ellen.

 

 

Sjieke skrewsaus…

lamskarbonaadjes met een saus van ansjovis en kappertjes
Sjieke Skrewsaus, hu? Dat vraagt wat uitleg voor de lezers buiten Brabant.

Vroeger was er in veel Brabantse gezinnen geen geld om elke dag vlees te eten. Geen kwestie van zelf gekozen vegetarisme maar pure armoede. Om de maaltijden toch wat op te leuken maakte men een dikke voedzame saus met gestoofde uien. Die uien moesten gesneden worden en daar ga je van huilen, skrewen zeggen ze hier. Hoe groter de armoede, hoe meer er geskrewd werd.
Nou ja, eigenlijk is er natuurlijk niks mis met een stevige uiensaus, maar elke dag…
Die uiensaus maakte men zo:

  • 50 gram reuzel of boter
  • 50 gram bloem
  • 3 flinke uien
  • zout, peper
  • water of bouillon tot de saus de gewenste dikte heeft

Snijd de uien fijn en bak ze in de verwarmde boter of reuzel mooi bruin. Strooi de bloem er over en smoor die even mee. Doe er beetje bij beetje het vocht bij en roer tot je een mooie gladde saus hebt. Zout en peper om de saus verder om smaak te brengen. Kook de saus nog even op een zacht vuurtje en serveer bij een stamppotje. Op z’n Brabants heet dat dan Petazzie met Skrewsaus.

Nu had ik op de markt van die prachtige sjalotten gekocht, van die grote paarse en daar wilde ik iets mee; “Skrewsaus”, riep Paul, “maak skrewsaus!” Het werd dus skrewsaus, maar dan een deftige variant.

  • 40 gram boter
  • 40 gram bloem
  • 2 grote sjalotten, heel fijn gesneden
  • 1 teentje knoflook, geplet en fijngehakt
  • scheutje witte wijn
  • wat bouillon
  • 2 ansjovisjes, gesneden en in de vijzel tot pasta gestampt
  • een eetlepel kappertjes
  • peper en eventueel zout

Verwarm de boter en smoor daarin de sjalot en de knoflook zachtjes gaar. Voeg de ansjovispasta erbij en roer goed. doe dan de bloem erbij en smoor even. Blus af met de witte wijn en voeg bouillon toe tot je een mooie gladde saus hebt. Even door laten koken en dan de kappertjes toevoegen. Proef of er nog zout bij moet en breng verder op smaak met peper. Dien op met een kapperappeltje. Lekker bij lamskarbonaadjes.

Kopje espresso toe1

© ellen.

Risotto met kreeft en truffel

risotto met kreeft en truffelGeen Paaswens dit jaar, niet omdat we onze lezers geen fijne Pasen gewenst zouden hebben, maar simpelweg omdat we geen verbinding konden maken… We waren even weg. We brachten de Paasdagen door in ons optrekje op de camping in Luxemburg en, zoals dat daar al vaker gebeurd is, is er weer eens een heftige strijd gaande tussen beheerders van de camping en het besturende Syndicaat d’Initiative. Ach, na al die jaren leert ons de ervaring dat het wel weer goed komt… Maar nu even géén wifi, geen verwarming, koude douches. Dat was minder, maar,  ondanks dat was het een gezellig weekend. Ook Neel, Evert, Petra en Frank waren er en  we brachten een genoeglijke avond samen door. We aten Gemertse asperges, dronken Luxemburgse wijn en bespraken de wereldpolitiek…

Natuurlijk deden we ook weer inkopen in de grote Cactussuper.Zo vlak voor de Pasen pakten ze daar flink uit. Allerlei heerlijkheden die wij in ons Brabantse dorpje zelden of nooit zien. Ik bezweek zelfs voor een zakje. (wij koken eigenlijk bijna nooit uit pakjes en zakjes maar dit zakje leek me wel wat.) Ik kocht een vacumverpakking risottorijst met stukjes gedroogde truffel. De prijs was wel zo dat je mag verwachten ook echt een vleug truffel te vangen. Verder lagen er in de Super stapels al reeds gekookte kreeften, handig, een kreeft killen op een camping heb ik nog niet gedaan en leek me wat lastig. Hopla gekookte kreeft in het wagentje, en zo nog het een en ander. Thuisgekomen werd dit onze Paaszaterdagmaaltijd: risotto met kreeft en truffel, salade, espresso met bijzonder paaseitje toe.

      • Voor 2 personen
      • vacuümverpakte risotto met zomertruffel, 170 gram carnalroli rijst
      • 1 sjalotje
      • scheutje witte wijn
      • flinke klont boter
      • ongeveer 800 ml kreeftenfond of andere goede bouillon, tegen de kook aan houden
      • wat peper en zou
      • een reeds gekookte kreeft, bevrijd uit zijn pantser, stukjes kreeftenvlees mooi verdeeld

 

    kreeft

Verwarm een deel van de boter in een pan en fruit daarin de sjalotjes zachtjes aan. Voeg de rijst met de truffelstukjes toe en laat ze even de boter ‘aanraken’. Schep om en om en blus af met een beetje witte wijn. Schep dan zoveel lepels warme bouillon op de rijst dat alles net onderstaat. Roer en blijf roeren. Voeg eventueel nog wat kokende bouillon toe en laat de rijst koken tot ze nét al dante is. Haal de pan van het vuur een voeg een flinke klont goede boter bij de rijst. roer flink. Proef of zout en peper nodig zijn. Voeg dan de in stukjes verdeelde kreeft toe en schep ze voorzichtig door de rijst. Dien snel op met een mooie groene salade.

Wouw, zo willen wij wel vaker uit een zakje eten! dit was echt lekker. Ik hield met niet helemaal aan de verpakking (die beschrijft geen sjalotje of scheutje wijn, en sprak ook niet van kreeft) maar toch… dit was een prima risotto, met echte truffelgeur én smaak.

We sloten deze smakelijke maaltijd af met een kopje espresso met een bijzonder paaseitje. Maar daarover later meer.

© ellen.

Sticky Cake met mandarijn

caketjes met mandarijnOntspullen, een afschuwelijk woord, maar hier in huis wel van toepassing. Wij moeten werkelijk opruimen, ons huis slipt dicht met boeken en andere genoegens. Nu valt het niet mee om boeken weg te doen; boeken waarvan ik vind dat ze weg mogen, wil Paul nog eens lezen, boeken die Paul wel kan missen wil ik persé houden… Je snapt wel lezer, we zijn er dagen mee bezig! Nu hebben we sinds een paar maanden een aardige oplossing voor het boekenoverschot: we hebben een Minibiebje aan ons huis gehangen. In het kastje gaan de boeken die we niet meer lezen. Iedereen mag ze gratis meenemen. Zo hebben anderen er ook nog plezier van. Omdat we midden in het centrum van Gemert wonen komen er dagelijks veel mensen langs het biebje en het is dan ook een groot succes! Er wordt druk geruild en meegenomen. Fijn, ik hoop dat er veel mensen genieten van de mooie verhalen. minibiebje

Dagelijks kijk ik even in het biebje en vul de voorraad zo nodig aan. Gisteren bedacht ik dat ook de oude jaargangen van het tijdschrift Delicious wel weg mochten, te beginnen bij jaargang 9. Voordat ik de tijdschriften in het kastje legde bladerde ik de jaargang nog even door en stuitte op een recept voor cake met mandarijn. Toevallig had ik ook al te veel mandarijnen…

Cake met mandarijnen dus.

  • 180 gram zachte boter
  • 220 gram suiker
  • 3 eieren
  • wat vanillesuiker
  • rasp van twee mandarijnen
  • sap van 1 mandarijn
  • 175 ml Griekse yoghurt
  • 300 gram bloem
  • 2 theelepels bakpoeder
  • 100 gram fijngehakte pistachenootjes
  • voor de siroop
  • schilletjes van twee mandarijnen
  • 220 gram suiker
  • 250 ml mandarijnen sap

Klop met de mixer de boter, de suiker en de vanillesuiker tot een romige massa. Voeg de eieren er één voor één bij en klop alles mooi schuimig. Voeg de rasp en het sap van de mandarijnen toe en de yoghurt. Klop alles goed door elkaar. Voeg dan voorzichtig lepel voor lepel de gezeefde bloem en de bakpoeder erbij.

Vet kleine cakevormpjes in en bedek de bodem met bakpapier. Strooi op de bodem wat fijngehakte pistachenootjes en schep het beslag er op. Bak de cakejes in een voorverwarmde oven 25 minuten op 160 graden.

Maak intussen de siroop. Blancheer de stukjes schil een paar minuten in kokend water. Giet ze af en laat ze goed uitlekken. Kook op een hoog vuur het mandarijnen sap met de suiker tot je een dikke siroop hebt. Voeg de schilletjes erbij en giet de siroop over de cakejes.

caketjes met mandarijn

Heerlijke luchtige cake. Lekker met een kopje espresso!

© ellen.

 

 

Hartige taart met Epoisses en appel

 

EpoissetaartDit weekend waren we druk doende met de voorbereidingen voor onze voorjaarsvakantie. Ook deze vakantie zullen we doorbrengen in Bourgondie, Frankrijk. Wij vinden deze streek een heerlijk deel van Frankrijk; de prachtige bossen van de Morvan, de heerlijke wijnen van de Côte d’Or, de kleine stadjes met overdekte markten en niet te vergeten de uitgelezen kazen. We kregen acuut zin in kaas en wijn… Paul schreef in november 2005 een artikel over Epoisses, een kaasje uit Bourgondië, en over de gruwelijke omstandigheden waaronder vroeger weeskinderen deze kazen moesten wassen met witte wijn en Marc de Bourgondië. Hij schreef toen ook dat deze kaas alleen bij de gespecialiseerde kaashandel te koop is. Dat is inmiddels voorbij, de gewone super heeft dit kaasje tegenwoordig vaak in het schap liggen.  Epoisse

Ik kocht zondag (ja foei, niet mijn gewoonte, boodschappen doen op zondag, maar zaterdag te ziek om aan eten te denken) een mooie Epoisses bij onze plaatselijk grootgrutter met het blauwe logo. Niet goedkoop zo’n Epoisses, maar dan heb je ook iets heel lekkers. Dit AOP exemplaar heeft zelfs een zilveren medaille gewonnen op het Concours Génerale Agricole in Parijs.

Omdat we zaterdag te grieperig waren om een echte maaltijd voor het weekend te bedenken waren er ook geen inkopen gedaan. Het kaasje moest dus onze maaltijd worden. Ik maakte een hartig taartje met de Epoisses, appel en wat ham. Een flinke salade erbij en je hebt een prima lunch of avondmaaltijd voor vier personen. Het recept komt oorspronkelijk uit het boek “Recettes de Bourgogne”, maar is hier in huis inmiddels een eigen leven gaan leiden. Ik maakte het taartje als volgt:

  • Het taartje is voor 4 tot 6  personen.
  • Voor het deeg
  • 250 gram tarwebloem
  • beetje zout
  • 125 gram koude boter
  • 1 eidooier
  • 50 ml water
  • voor de vulling
  • 3 eieren
  • 5 dl crème fraiche
  • 1 geraffineerde Epoisses á 250 gram
  • 2 goudrenetten, geschild en in blokjes gesneden
  • 100 gram rauwe boerenham
  • zout, peper en geraspte nootmuskaat

 

Maak een kuiltje in de gezeefde bloem. Voeg zout, water, eidooier en de boter in kleine klontjes toe en kneed er een mooi soepel deeg van. Laat het deeg onder folie een uurtje rusten in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 200 graden. Klop voor de vulling de eieren los en roer de crème fraiche erdoor. Snijd de kaas, de appelen en de ham in kleine blokjes en roer ze door het eimengsel. Breng verder op smaak met zout, peper en nootmuskaat. Rol het deeg uit tot een dunne lap en bekleed daarmee een ingevette vlaaivorm, doorsnee 26 cm. Prik wat gaatjes in de deegbodem en schep het kaasmengsel erin.

Bak de taart 5 minuten op 200 graden. Draai dan de temperatuur terug naar 180 graden en bak nog 30 minuten. Serveer de taart warm. Wij aten de restanten de volgende dag bij de lunch; koud smaakte het ons ook prima. Erbij een glas witte Bourgogne uit de buurt van Vezelay.

Kopje espresso toe!

© ellen.

 

Bourgondische kaassoesjes of Gougères

ourgondische kaassoesjes ofwel  GougèresIk weet niet hoe het bij jullie is beste lezer, maar hier is het pestweer! Zo’n bui die de hele dag niet overgaat, een snijdende wind, somber, donker, brrr… We gingen voor wat noodzakelijke boodschappen naar de Helmondse markt en waren er bijna alleen. Ook een fors aantal vaste handelaren waren er niet, te koud, te nat. De echte diehards waren er natuurlijk wel, onze vaste leveranciers van groenten, sinaasappels, vis, kaas en bloemen hebben lak aan een buitje meer of minder. De bloemenman vertelde zelfs dat hij gewoon dezelfde omzet maakte als iedere week. “Mijn klanten komen toch wel”, beweerde hij. Nou ja, zonder een bloemetje op tafel is dit rotweer al helemaal niet te harden. 

Eenmaal thuis hadden we het koud, prima omstandigheden voor een flinke pan bonensoep en iets erbij. Echte Bourgondische kaassoesjes, daar had ik zin in! Je krijgt deze soesjes in Bourgondie overal bij de borrel, of liever nog bij een glas Kir. Há, we hebben ook nog een fles lekkere Crème de Cassis in huis, gekocht tijdens onze herfstvakantie in Bourgondie. Paul koelde een mooie fles Sauvignon blanc en de soesjes waren snel gemaakt. Prima ingrediënten om de bewolking te verdrijven! Soezendeeg is niet moeilijk te maken, je hebt  er alleen wat kracht voor nodig als je de eieren door het beslag klopt. En, hoe harder je klopt hoe luchtiger de soesjes worden, dat wel! ourgondische kaassoesjes ofwel  Gougères

  • Bourgondische kaassoesjes ofwel Gougères
    2,5 dl melk
  • 100 gram boter een snuifje zout
  • 150 gram bloem
  • 4 eieren
  • 50 gram Comté of Gruyère kaas in blokjes gesneden ter grote van een doperwtje
  • 50 gram geraspte kaas

Breng de melk met de boter en het zout in een steelpan aan de kook.
Voeg de bloem in één keer toe en en verwarm het mengsel al roerend (op een heel laag pitje) tot het van de bodem van de pan loslaat en alle klontjes verdwenen zijn.
Laat het deeg nu even afkoelen en roer er dan één voor één de eieren door. Je moet roeren tot je een mooi glanzend mengsel hebt.
Roer er dan de blokjes kaas door.
Vorm met twee eetlepels kleine balletjes van het deeg en leg die op een ingevette bakplaat.
Strooi nog wat geraspte kaas over de soesjes en bak ze in een voorverwarmde oven op 170 graden in 20 minuten gaar. Met het deeg kun je ongeveer 20 soesjes maken.

Drink er een mooie Bourgogne bij of een Bourgondisch aperitief Kir; schenk een flinke scheut crème de cassis in een wijnglas en vul het dan aan met een witte Bourgogne of een andere droge witte wijn of maak een Kir Royale, dan neem je in plaats van witte wijn een cremant of champagne. Kopje espresso nemen we vanavond wel na de maaltijd!

© ellen.

 

Hartig hapje; gehakt in piedeeg…

worstenbroodjes met pie-deegEens in de zoveel tijd komt de vraag; “die worstenbroodjes, wanneer maak je ze weer eens?” En dan hebben we het hier in huis niet over de Brabantse worstenbroodjes maar dan wil de familie een variant die al van héél lang geleden is… Zo rond het begin van ons samenzijn… en dat is lang, lang geleden. Ik kreeg van mijn bezorgde moeder het Margriet kookboek mee toen ik het ouderlijk huis verliet. “Om toch een beetje gezond en smakelijk te kunnen koken”. Ik kreeg de druk van 1971, Amsterdamboek, samengesteld met medewerking van de Voedingsraad. Tja, dat moest wel goed zijn! Ik moet zeggen dat ik meer geleerd heb van mijn moeder dan van dit kookboek, ik ben denk ik, meer bevattelijk voor aanschouwelijk onderwijs. Maar toch, als het om bakken van taarten en ander gebak gaat moet je wel een echt recept hebben als beginnende kok en daar was dit boek dan wel weer heel geschikt voor. Ik probeerde van alles uit in de spaarzame vrije tijd die we hadden; taarten, cake, appelstrudel en ook deze worstenbroodjes. De worstenbroodjes bleken een ‘blijverdje’ in ons huishouden.

 worstenbroodjes met pie-deeg

Nu vind ik dit eigenlijk geen worstenbroodjes, het boek noemt het gerecht wel zo, maar worstenbroodjes zijn naar mijn idee gemaakt van brooddeeg, deze broodjes zijn gemaakt met piedeeg. Piedeeg is eigenlijk een eenvoudige variant van bladerdeeg en de broodjes zou je dus eigenlijk beter saucijzenbroodjes kunnen noemen. Heel Holland/Nederland bakt maar ik lees nooit meer ergens over piedeeg, vreemd… Toch best wel smakelijk en snel te maken bovendien. Piedeeg dus, dat gaan we maken en dan vullen met gehakt, met lekker veel kruiden, lekker pittig.

Het Margriet kookboek geeft aan dat “piedeeg niet zo smakelijk is als het bewerkelijke bladerdeeg of feuilletée, maar toch heel lekker kan zijn als we het gebruiken met een of andere ragout of vruchtenmoes.” De misselijk makende tekst die ze even verder in het boek schrijven over de mislukkingen die kunnen ontstaan als “de huisvrouw fouten maakt bij de moeilijke bereiding van bladerdeeg”, zal ik jullie maar besparen

Gewoon, eenvoudig piedeeg dus, makkelijk en voor iedereen te maken…

  • Worstenbroodjes ongeveer 12 stuks:
  • het deeg
  • 300 gram bloem
  • 150 gram koude boter
  • ongeveer 1,5 dl koud water
  • 1/2 afgestreken eetlepel zout ( beetje minder mag best)
  • voor de vulling
  • 350 gram gehakt, half om of lamsgehakt of wat dan ook
  • peper, zout, nootmuskaat, knoflook, chilipepers, ras-el-hanout,
  • 50 gram oud brood, geweekt in wat melk
  • 1 ei, losgeklopt met wat water

Meng het zout door de bloem en hak de boter in piepkleine stukjes door de bloem. Voeg dan met kleine beetjes het water toe en meng voorzichtig tot het deeg samenhangt. Druk het deeg luchtig tot een bal en laat die onder folie een uurtje in de koelkast opstijven.

Breng intussen het gehakt op smaak met peper, zout en naar wens knoflook, nootmuskaat, chilipepers en raz-el-hanout. Vorm balletjes van gelijke grootte van het gehakt.

Rol het gekoelde deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een rechthoekige lap van ongeveer 1/4cm dik. Snijd de lap deeg in stukjes van 8×12 cm. Bestrijk de randen met het losgeklopte ei en leg er de gehaktrolletjes op. Maak er een mooi pakketje van door de  zijkanten in te slaan en dan de bovenkant en onderkant dicht te vouwen. Leg de broodjes met de dichtgevouwen onderkant naar beneden op de bakplaat en bestrijk de broodjes met de rest van het losgeklopte ei.

Bak ze in een op 180 graden voorverwarmde oven ongeveer 45 minuten gaar.

Prima voor een zaterdagse maaltijd; kopje soep, worstenbroodje, kopje espresso toe!

© ellen.

 

 

Gevulde speculaas en geuren…

gevulde speculaas

Jop, onze kleinzoon van negen maanden oud, logeerde afgelopen weekend bij ons. Ach en wat doe je dan met zo’n manneke? Te klein voor Sinterklaas, weet hij veel. Maar de intocht van Sinterklaas in Gemert kwam langs ons huis en daar moesten we, ondanks storm en regen, toch even naar gaan kijken.  Jop vond het wel leuk… Sinterklaas zelf kon hem nog niet zo boeien, dat snapte hij nog niet zo… Het waren vooral de ronkende motoren van motorclub de Kleppenjagers die de goedkeuring van Jop kregen… broemmm… Jop houdt van veel geluid!

Hij is al te groot om nog de hele dag te slapen… af en toe een powernapje in de box voldoet. Jop scharrelt wat rond… zwem-kruipt door de keuken, waggelt in zijn loopmobiel en maakt zo toch, samen met Hond Jaros, vele meters door ons huis.

De keuken is het favoriete terrein van Jop. In de keuken blinken vele apparaten en de lampjes onder de afzuigkap lijkt hij bijzonder gezellig te vinden. Hij roept dan ohhh en ahhh en lacht…  Allemaal heel mooi, maar in keukens wordt ook gewerkt; daar ruikt het, als het goed is, naar lente, zomer, herfst of winter… De geur van de herfst is voor mij  verbonden met de Sinterklaastijd, speculaas, amandelspijs, kruidkoek… heerlijk! Ik heb zaterdag dus voor Jop speculaas gebakken. Jop at er niets van, daar is hij nog te jong voor, maar ik hoop dat hij de geuren opslaat in zijn geheugen… een knusse, warme keuken, fijn spelen, mooie muziek en de geur van … vertrouwd… hmmm…

  • 300 gram bloem
  • 125 gram donkere basterdsuiker
  • 2 eetlepels speculaaskruiden
  • 150 gram koude boter
  • 1/2 zakje bakpoeder
  • snufje zout
  • 2 eetlepels melk
  • 300 gram amandelspijs ( te koop bij een goede banketbakker, of zelf maken)
  • garneeramandelen
  • 1 losgeklopt ei

 

Meng bloem, zout, bakpoeder, suiker en speculaaskruiden. Hak de boter met twee messen door het mengsel tot piepkleine stukjes. Voeg de melk toe en kneed er een mooie deegbal van. Zet het deeg een uur in de koelkast.

gevulde speculaas

Verdeel de deegbal in twee gelijke stukken. Rol elke stuk deeg met de deegroller uit tot een lap van ongeveer 20 x 30 cm. Leg 1 lap op de met bakpapier beklede bakplaat. Kneed de helft van het losgeklopte ei door de amandelspijs en rol de spijs op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een lap van ongeveer 20×30 cm. Leg de spijs op de lap deeg en leg de tweede deeg-lap erop. Druk de zijkanten goed op elkaar.
Bestrijk de bovenkant van het deeg met de rest van het ei. Druk de amandelen in het deeg als versiering. Schuif de bakplaat in het midden van de voorverwarmde oven. Bak de gevulde speculaas op 160 graden in 40-45 minuten gaar.

Het huis ruikt heerlijk, nu de kaarsjes aan en “Rupsje nooitgenoeg”… Jop vindt het allemaal prima! Zijn ouders eten de speculaas, met een kopje espresso…

© ellen.

 

Chocoladen kerstbomen…

Fréderic Gomez, Chocolatier...Een paar kilometer van ons huisje in het natuurgebied Parc de Morvan lag een meer: het Lac des Settons. Ik ga je er nog wel eens van vertellen, maar dat is voor een andere keer. Nu volstaat het om te vermelden dat het meer, 360 hectare groot, met name in de zomer een vakantieattractie is voor volk uit heel Frankrijk. Er loopt een wandelweg van 15 kilometer omheen en op strategische plaatsen zijn uitspanningen opgetrokken; eenvoudige hutjes, ogend als een strandtent, maar ook luxe restaurants zijn er te vinden, enfin, een beetje vergane glorie, maar toch…

Aan de noordkant, bij de stuwdam, ligt Hotel-restaurant Les Grillons de Morvan. Het wordt gerund door Meneer Gomez en zijn vrouw. De naam van het hotel doet je een beetje denken aan een grillhuis of een steakhouse, maar uiteindelijk is het een tamelijk chique bedoening. Naast hotelier en restauranthouder is Meneer Gomez ook Chocolatier. Ik weet niet waarom, maar er zijn in Parc de Morvan een hoop chocolatiers te vinden, het heeft er de schijn van dat het aantal bovengemiddeld is. (Ellen suggereert dat het een respectabele bezigheid is die vooral buiten het toeristenseizoen plaats vindt om zo de slappe tijden nog enigszins te gelden te maken. Het zou zomaar kunnen…)

Zoals de meeste Chocolatiers in de Morvan doet Meneer Gomez de hele bereiding van zijn handel zelf, van cacaoboon tot kant-en-klare chocolade. En aangezien het hele proces in eigen hand is levert hij, zoals elke artisinale chocolademaker, zijn eigen unieke smaak aan. Vergelijk het met kazen die op de boerderij gemaakt worden. Ook al zijn ze allemaal van hetzelfde type, ze zullen altijd in smaak van elkaar verschillen. De chocolade van Meneer Gomez smaakte vol en rijk, licht bitter, licht zuur en zeker niet te zoet. Een exquise ontdekking…

Behalve allerhand bonbon-achtig snoep maakt Meneer Gomez kerstbomen van chocolade. Ze zagen er lollig uit en het was een voor de hand liggende keuze voor iemand uit het Parc de Morvan, die kerstbomen. Kerstboomkwekereij, Morvan...

Naast het alom aanwezige Charolais-vee is er eigenlijk niks agrarisch te vinden in het Parc de Morvan. Werd er in vroeger dagen nog op grote schaal stookhout geproduceerd voor de grote Franse steden, en dan met name voor Parijs, die industrie is al een eeuw overbodig. De houtproductie lijkt op een laag pitje te functioneren. Verder is slechts een klein areaal grond geschikt voor het verbouwen van graan, hetzelfde geldt voor de groententeelt. En wijngaarden zul je in dit deel van Bourgogne niet treffen. Maar wel is de bodem te gebruiken om kerstbomen te kweken. En dat gebeurt dan ook massaal. Het zijn geen uitgestrekte velden, maar ontelbaar veel kleine akkertjes, omgeven door wild hout en kleine weitjes…

Tijdens ons verblijf, eind oktober, werden de eerste bomen voor het komend Kerstfeest al gerooid. Mét kluit, want anders houd je ze nooit zo lang goed. Maar ook Meneer Gomez was al druk doende met Kerstmis. Ook voor hem gold dat, wilde hij met Kerstmis zaken doen, hij nu op volle toeren Sapins chocolat moest produceren. (Ik ben vergeten te vragen hoe hij die dingen maandenlang goed houdt.)

Enfin, we kochten zo’n boompje voor het Kind, die kan dat soort zaken wel waarderen. Het kostte nog hele toeren om het kwetsbare ding heel naar huis te brengen tussen het geweld van flessen wijn, pakken pasta en dozen tomatenpuree. Maar het lukte…

© paul

 

Wildzwijn op de Bourgondische manier…

IMG_6236Wildzwijn op de Bourgondische manier…
We zijn vanuit de Morvan zaterdag teruggereisd naar ons eigen stekje in Luxemburg. Er restten ons nog een paar dagen vakantie en het leek ons een goed idee om ook onze ‘eigen’ bossen nog even in hun herfsttooi te bekijken. Ook hier is het mooi; prachtige kleuren en herfstige geuren. We dronken zaterdag een borrel met mede-campinggast Frank en z’n dochter Janna, heel gezellig. Zij vertrokken zondag via racebaan Duitsland weer naar huis, wij blijven nog even. In alle stilte, er is hier niets meer te doen en dat bevalt ons prima. Het is Sinterklaasweer: mistig, koud, vroeg donker. Tijd voor stoofpotten en soep bij een snorrende kachel en een beetje Bach (we misten muziek in het huisje in de Morvan), een mooi boek en een goeie film…
Vanmorgen deden we dus in allerijl boodschappen in onze favoriete supercactus Belle Etoille. Hum, allerlei lekkers, nog in de aanbieding ook… Halve geit voor zo’n € 30,- . Helaas, een beetje veel voor ons twee. Dan maar wildzwijn, gefokt, ook lekker.
Ik besloot op dit zwijn al mijn opgedane indrukken en in Bourgogne gekochte boodschappen los te laten. Mijn versie dus van een Bourgondische wildzwijnstoofpot.

• Voor twee personen
• Een goeie stoofpot met een dikke bodem
• 400 gram wildzwijn, in stukken van ongeveer 3×3 cm
• boter
• 1 sjalot, fijngehakt
• 1 teen knoflook, geplet en fijngehakt
• 1 wortel, geschild en in kleine blokjes gehakt
• 4 jeneverbessen en een blaadje laurier
• peper en zout
• 1 glas rode wijn (liefst Bourgogne
• een scheut crème de cassis
• wat bouillon
• 1 dikke plak pain d’épices, of neem kruidkoek en voeg een steranijs toe
Verhit de boter in de stoofpan en bak de stukken vlees snel rondom bruin. Haal ze uit de pan en bak de sjalot en knoflook even aan. Voeg de wortelstukjes erbij en bak ze ook even mee. Blus dan af met de rode wijn en een scheut crème de cassis. Verwarm alles en voeg dan het vlees weer toe. Laat het geheel nu zo’n twee en een half uur heel zachtjes sudderen. Proef en voeg naar behoefte peper en zout toe. Kruimel de pain d’épice over de saus en roer goed. Laat nog even stoven en dien dan op. Wij aten er lekkere Bourgondische ratten *) bij en wat gestoofde rode kool. Een glas Saint Aubin huppelde mee over de tafel…
Heerlijk, Herfst!
Kopje espresso toe!
*) aardappelsoort.
© ellen