Ongewilde avonturen en culinaire ontdekkingen…

Citoën Ami...

We kwamen uit het zuidenwesten, uit de Cognacstreek. Het uitgestippelde doel lag ergens veel noordoostelijker, in de Allier. Daar, in het stadje Moulins, zag ik ooit een laat middeleeuws, nou vooruit dan, een vroeg renaissancistisch drieluik van de hand van de Mâitre de Moulins. De hoofdrolspeelster in dit tableau is de Moeder-Maagd (mét kroost). Ik wilde haar terugzien, vandaar…

Nu is reisdoelen plannen altijd wat ingewikkelder wanneer je je onderwerpt aan het credo nooit een autobaan te nemen. Maar met wat gezoek, kaartwerk, een gemankeerde Tomtom en een door de wol geverfde navigator van vlees en bloed kwam je uiteindelijk altijd daar waar je wilde komen… Nou ja, altijd?

Het was al weken bloedheet, maar dan ook écht bloedheet. We poogden de moed erin te houden door de klimatologische aanslagen op ons leven eenvoudigweg te negeren. Maar uiteindelijk kregen we er allebei lichamelijke en geestelijke aandoeningen van; het lijf voelde niet goed en helder denken was van een andere aard dan we gewend waren…

Ik voelde voor het eerst nattigheid toen ik een wegwijzer zag staan met de aanduiding: Le Mans, autosportcentrum van Frankrijk. Hoe we daar terecht kwamen is me nog een raadsel, maar we zaten te westelijk, veel te westelijk, zoveel was duidelijk. En ineens waren we in Normandië...

Boudin de Mortagne-au-Perche in cidersaus...

We zochten dan maar een camping, stelden onze Bambicaravan op en namen alle tijd om nieuwe plannen te smeden. We waren ongewild beland in de festiviteiten ter ere van het honderdjarig bestaan van autofabrikant Citroën en dat was mooi meegenomen. De hele omgeving was vergeven van de Lelijke Eenden, de Snoeken en de Ami’s. Ze snorden, puften of pruttelden overal waar je kijken kon over ‘s heren wegen, een lust voor het oog. Het bood enige dagen ontspanning en ook was de omgeving bespikkeld met romaanse kerkjes, gotische stadjes en culinair vertier. Ik at er de lekkerste bloedworst ooit en was in de gelegenheid om een voorraad voor thuis veilig te stellen. (Je hoort er nog over…)

Enfin, intussen bleef het reisdoel Moulins in de Allier. Ellen wilde koste wat kost voorkomen dat we in de buurt van Parijs zouden belanden, ze heeft een enorme hekel aan de drukte rondom die metropool. We zochten een stadje op waarop we ons konden oriënteren op de papieren kaart. Het lag aan een Route National, ruim ten zuiden van Parijs. We tikten de naam in op de Tomtom en vertrokken vol goede moed.

Toen na enige tijd de plaatsaanduiding Argentuil verscheen op grote groene borden wist ik dat het nu écht goed fout zat. Argentuil is al sinds jaar en dag opgeslobberd door veelvraat Parijs, fout reisdoel dus. Er was nu geen ontkomen meer aan; van het ene moment op het andere doken we in een autobaan-infrastructuur zoals er die maar een paar zijn op de wereld. Dit was er zo een. In de verte zag ik de Eifeltoren liggen…

Achteraf bleek de plaatsnaam die we hadden ingevoerd in de Tomtom (en waarvan ik de juiste signatuur nu even kwijt ben) een keer of acht voor te komen in Frankrijk. Het stadje waarop we reden correspondeerde slechts in naam met de plaats die we uitgezocht hadden op de papieren routekaart. Fysiek lagen ze hemeltergend ver uit elkaar.

Een hoop ellende, zoveel is zeker. Links en rechts passerend stadsverkeer verdrong ons, beschimpte ons, vervloekte ons, maakte ons heel klein. En een foute afslag leidde ons zonder pardon Parijs in. Uiteindelijk schoof ik met gevaar voor eigen welbevinden dan maar weer de Periferique op, die levensgevaarlijke slagader rondom Parijs. Klevend aan een vrachtvervoerder van internationaal allooi dacht ik buiten levensgevaar van de overweldigende drukte te geraken. Ik had juist gegokt. Na een goed halfuur kwamen we in rustiger vaarwater…

Foie gras uit eigen keuken...

We stopten dan aan wat bij nadere beschouwing de smerigste picknickplaats van Frankrijk bleek te zijn. We bedienden ons van een frisse lunch, angstvallig de vuiligheid van de omgeving buiten ons systeem houdend. En daar besloten we dan (van de nood een deugd makend) dat we misschien nog wat Loopgraaftourisme moesten ondergaan. Dat speelt zich af in het noorden van Frankrijk, en daar waren we nu onvrijwillig beland. De Maagd van Moulins zou nog een jaartje op me moeten wachten…

We kozen als standplaats het stadje Soissons. Ooit was dat een Franse koningstad: de Merovinger Clovis resideerde er bij aanvang van de middeleeuwen nog (zijn voorvaderlijke familie had iets van doen met onze Lage Landen heb ik in een duister verleden bij geschiedenisonderwijs geleerd). Soissons dus, met zijn prachtige kathedraal in loepzuivere gotiek opgetrokken, geheel gerestaureerd na de ellende van de Eerste Wereldoorlog. De hele stad werd overigens in die Eerste Wereldoorlog aan flarden geschoten, ook de kathedraal. Van de 14.500 inwoners waren er in januari 1915 nog 450 over (de rest gevlucht, gedood, geëvacueerd…). Zowel in de gevel van het stadhuis alsook in die van de kathedraal zijn de kogelgaten nog te zien van die rampzalige oorlog…

Enfin, er was uiteindelijk niet zoveel te beleven in het stadje, maar Soissons bleek een prima uitvalsbasis voor ons oorlogsrampentourisme. De beroemde (beruchte) Chemin des Dames ligt er om de hoek.

Bloedheet in Soissons...

De allerbeste herinnering aan de stad blijft dat café met terras: ze schonken er ijskoud water. De hittegolf hield namelijk aan en het bleef stinkend heet. Je droogde na enkele minuten zon volledig uit.

Oh ja, en dan natuurlijk de witte bonen van Soissons, wereldberoemd in Frankrijk. Prachtige grote niervormige en hagelblanke bonen, geschikt voor verwerking in hartige, maar ook zoete recepten. We hebben ze in Soissons niet gegeten, maar afgelopen week maakten we het kleine meegebrachte voorraadje, souvenir van die vakantie, soldaat. Je zult er nog over lezen…

En overigens: die auto van de kopfoto (Citroën Ami 8) is een volbloed broertje van onze eerste auto, ergens in 1972. Hoewel het natuurlijk allemaal schandalig verouderde techniek betreft verlang ik er nog vaak naar terug. Het zal wel vals sentiment zijn en misplaatste nostalgie maar toen ik daar in het zuiden van Normandië al die Vrienden in de rondte zag scheuren ging mijn hartje spontaan sneller kloppen…

© paul

Kleine taartjes, met chocoladeganache met gember en ganache van vruchtenchocolade

kleine taartjes

Nu we toch allemaal binnen moeten blijven is er tijd genoeg om te bakken en uitgebreide maaltijden klaar te maken. recepten genoeg op deze site. Ik ging verder met de Kleine taartjes. Ik schreef het hier al. Het deeg is altijd hetzelfde. De baktijd varieert. Deze taartjes met een vulling van chocolade ganache met gember worden na het bakken gevuld. Ze hebben dus een veel kortere baktijd. Je moet ze ‘blind’ bakken. Dat is wel even gepriegel met die kleine vormpjes. Het recept voor het deeg is voor 12 taartjes. De recepten voor de vulling zijn steeds voor 6 taartjes zodat je met een portie deeg twee verschillende soorten taartjes kunt bakken.

Kleine taartjes blind bakken....

Bekleed de ringen of bakvormpjes met het deeg. Prik met een vork wat kleine gaatjes in de deegbodem. Knip van bakpapier kleine rondjes en leg daarop de blindbakparels of gebruik gedroogde bonen. Bak de taartvormpjes dan 15 minuten op 170 graden. Laat de bodems afkoelen en maak intussen de ganache:

  • 80 gram room
  • 10 gram verse gember in kleine stukjes
  • 125 gram pure of melkchocolade (40 % vaste cacaobestanddelen
  • 2 gram gezouten boter
  • 20 gram gekonfijte gember in piepkleine stukjes gehakt

Breng de room met de gember en de honing aan de kook. Haal de pan van het vuur en laat dit ongeveer 20 minuten afgedekt trekken. Smelt de chocolade au bain Marie of in de magnetron. Verwarm de room opnieuw en giet bij de gesmolten chocolade. Roer met een pannenlikker in het midden van de kom tot alles mooi gemengd is. Voeg het klontje boter tot en vul de taartbodems. Garneer met een stukje gekonfijte gember of met gesuikerde gemberblokjes.

Kleine taartjes...

Voor deze ganache gebruikte ik vruchtenchocolade Delicata, Ruby Rood Fruit, eigen merk AH. Cacaobestanddelen tenminste 40 %

  • 180 gram Ruby Rood Fruit chocolade
  • 90 gram room
  • 12 gram honing

Hak de chocolade in stukjes en smelt ze au bain Marie of in de magnetron. Breng de room met de honing aan de kook en roer met een pannenlikker vanuit het midden tot alles mooi gemengd is. Giet de ganache in de deegbakjes.

Heerlijk met een kopje espresso!

© ellen.

Het Zwarte Boekje…

Festival des Géants et Marionnettes, Marbehan...

Iedereen heeft intussen een mening geventileerd over het Coronavirus en de impact die het heeft op ieders leven, wij hebben niet de minste behoefte om dat nog eens dunnetjes over te doen. Maar vanuit de grond van ons hart: sterkte voor alle getroffenen, waar en hoe dan ook. Sterkte ook voor al het volk dat beroepshalve of als vrijwilliger blijft doorploeteren. En oprechte beterschap voor elke geïnfecteerde. Enfin…

Ik heb een Zwart Boekje. Ik kreeg het van Ellen nadat ik mijn Rode Boekje op een of andere manier was kwijt geraakt. Het was misschien uit mijn jaszak gevallen, ik had het ergens laten liggen, ik had het in een dronken bui aan een vreemde geschonken? Lezer, ik weet het niet…

Enfin, dat Rode Boekje was ik dus kwijt: een ramp… Er stonden recepten in waarvan ik dacht dat ze onmisbaar zouden zijn voor onze nabije toekomst. Maar ook waren er tekeningen van Jop op jonge leeftijd, z’n eerste prutserige pseudokopvoeters. Tekeningen van mij op latere leeftijd; bewust geconstrueerde kopvoeters. Een keur aan adressen van vrienden en bekenden, hullie telefoonnummers en hullie internetbereikbaarheid. Maar ook overpeinzingen van ondergetekende over musea die belangrijke tentoonstellingen presenteerden. Over boeken ook (al dan niet fictie) die geleend, dan wel gekocht dienden te worden. Nog te bekijken films en documentaires stonden erin. Wachtwoorden met toegang tot KPN, internet, weblog ,website en Flickr. Verslagen van voorbije vakanties en verwachtingen van nieuw te ontginnen oorden. Kortom, zo’n boekje…

Hoogst onpraktisch overigens, zo’n boekje. De aantekeningen staan in volgorde van binnenkomst genoteerd. Geen colofon, geen register, geen alfabetische zoeklijst, dat is allemaal écht niet te doen in zo’n boekje. Wil je iets terug vinden dan moet je dus het hele boekje doorbladeren (met alle gevolgen van dien…).

Je zoekt het gewenste artikel door opgewekt met bladeren te starten. Al na pagina vier haakt je oog aan een stukje over een geheel ander onderwerp (ach ja, dat was ook leuk, niet slecht verwoord en op enig moment écht belangrijk…). Maar niet getalmd, denk je en manmoedig blader je door. Op pagina zeven echter wordt je aandacht getrokken door een schrijfsel van grote importantie, zo ook op pagina negen, elf, vijftien en eenentwintig. Je bent intussen ruim een half uur verder, want je moest al die vergeten schrijfsels ook lezen. Je verwijlt evenwel nog maar in het begin van je boekje en je bent intussen vergeten wat je eigenlijk zocht. Je boekje bevat honderdvijftig pagina’s, dat wordt dus nachtwerk, want het artikeltje dat je uiteindelijk wilde vinden blijkt helemaal achterin te staan. Ach, uiteindelijk is het allemaal pure romantiek…

Mijn hele leven al maak ik gebruik van dit soort boekjes. Er slingert intussen een hele stapel door het huis. En natuurlijk heb ik erover gedacht hoe je een en ander een beetje efficiënt kunt houden. Dat gaat zo: is een artikel achterhaald, een boek gelezen, een film gezien, een recept geprepareerd (en beschreven op de website) dan kan het verdwijnen.

Je moet weten dat ik altijd (altijd) schrijf met een vulpen [hetzij van het merk Wasserman, hetzij Parker (twee stuks, met gouden pennetje)]. Artikelen wegkrassen, doorhalen, vernietigen, doe ik met diezelfde vulpennen. Het is een heel meditatieve bezigheid; zachtjes maar definitief elke letter wegkalken met vulpeninkt. Het is zoiets als uitgummen maar dan andersom. Idealiter is, dat tegen de tijd dat mijn boekje geheel met letters gevuld is, nagenoeg elke pagina tot een zwart vlak is gedegradeerd. Het weinige dat resteert kan handmatig overgenomen worden in het nieuwe boekje. Maar dat lukt dus nooit lezer, het lukt nooit…

Recepten werden niet overgenomen op weblog of website, boeken werden niet gelezen, films werden niet gezien, tentoonstellingen werden niet bezocht. Al mijn oude boekjes bieden nog genoeg te lezen, want een hele hoop belangrijks kreeg nooit de kans zich te bewijzen, het werd dus ook niet zwart gemaakt. Het kwam er gewoon niet van…

In een digitaal tijdperk dien je je niet te bedienen van dit soort archaïsche nonsens. Vindt Ellen, vindt mijn omgeving, vindt de wereld. Computers dienen de mens, dienen het gemak. Alles snel opslaan, zuiver categoriseren en catalogiseren, eenvoudig terug zoeken, eenvoudig verwijderen. Een boekje met handgeschreven teksten is een obstakel voor de vooruitgang. Ach, het zal allemaal wel. Maar ik memoreerde het al eerder: het is romantiek, het is verliefdheid op het handwerk, het is nostalgie, het is de lol van de vertraging door handmatig schrijven en gebrekkig terugzoeken.

Enfin… Dit verhaaltje loopt volledig uit de hand (het verhaal neemt een loopje met me). Ik wilde je eigenlijk alleen maar laten weten dat ik in mijn Zwarte Boekje een artikeltje had terug gevonden van een aardig recept. En ik heb het intussen ook nagekookt. Ik wilde het recept eenvoudigweg beschrijven en daarbij een kleine inleiding maken. En kijk nou toch eens waar het opuit draait…

Ellen suggereert dat ik mijn Rode Boekje ben kwijtgeraakt tijdens het Festival des Géants et Marionnettes in het dorpje Marbehan in de Gaumestreek, in Belgisch Lotharingen. We schrijven dan mei 2016. (zie kopfoto).

Het lijkt mij onwaarschijnlijk. Het boekje dat ze me schonk ter troost en vervanging (het Zwarte Boekje) opent met een citaat van onze kleinzoon: Het was geen goede dag voor Jop. Want… z’n beker was gevallen. Jop was ook gevallen, 22 keer! Dag Oma... (06-11-2018).

Ik heb écht geen tweeëneenhalf jaar zonder opschrijfboekje gezeten. Dat is godsonmogelijk…

Zou dat wijfje van de kopfoto nog leven? Ze danste op muziek van de blaaskapel levenslustig en energiek. Maar ook een beetje wankel en ongecoördineerd. In het café had ik haar in vlot tempo onwaarschijnlijke hoeveelheden Bofferdingpils naar binnen zien gieten. En de gretigheid en routine die ze daarbij aan de dag legde vertelde mij dat het hier meer dan een incidentele actie gold…

De beschrijving van het recept waar het uiteindelijk allemaal om begon krijg je nog, écht waar!

© paul

Kleine taartjes; tijdverdrijf voor wie binnen moet blijven

kleine taartjes

We kunnen hier natuurlijk net doen alsof er niets aan de hand is maar we bevinden ons toch echt in een wereldwijde crisis. Corona beheerst ons leven. Voor de één wat meer ongemak dan de ander, maar allemaal ondervinden we op z’n zachts gezegd grote hinder van de omstandigheden. Kinderen thuis, opa’s en oma’s zonder bezoek. Vrienden op afstand, geen geknuffel, nou ja, noem maar op. En dan heb ik het maar even niet over de mensen in de zorg en de bestuurders van ons land. Moeilijk allemaal. Wij hier op het Ministerie blijven zoveel mogelijk thuis. Wij behoren tot de risicogroep en gaan het allemaal niet nog erger maken dan het is. We moeten ons dus thuis zien te vermaken. Eigenlijk gaat dat hier best redelijk; we lezen allebei graag, kijken af en toe een goede film, spelen een spelletje Wordfeut en maken een praatje met kleinzoon Jop via de App. Jop, 5 jaar, kreeg via de mail ‘huiswerk’ van zijn juf. Een bladzijde vol taaktje voor een hele week. Binnen een halve dag had hij alle taken volbracht. Zo, en nu… Tja, zie die kinderen maar bezig te houden. Misschien een idee om samen koekjes of taartje te gaan bakken? Ik maakte vandaag twaalf kleine taartjes naar ideeen uit “Kleine taartjes” van Meike Schaling. Ik schreef er hier al eerder over. Het leuke van dit boek is dat het vooral ideeën geeft. De bodem is altijd hetzelfde deeg, met de vulling kan je eindeloos variëren. Je kunt ook prima koekjes bakken met dit deeg. Dan rol je het simpel uit en steek er met een vormpje leuke figuurtjes uit. Het deeg is genoeg voor 12 kleine taartjes van 6 cm doorsnee. Je kunt ringen gebruiken zoals in het boek beschreven maar heb je die niet dan kan het ook goed met cupcake vormpjes.

Het deeg:

  • het deeg
  • 120 gram bloem
  • 50 gram poedersuiker
  • 20 gram amandelmeel (ik maal zelf amandelschilfers in de blender. Dat gaat prima en is goedkoper dan amandelmeel)
  • mespuntje zout
  • 75 gram koude boter
  • 1 biologisch ei, losgeklopt
  • siliconen cupcake vormpjes of ringen van 6 cm doorsnee

Doe de bloem, poedersuiker en het amandelmeel en zout in een kom. Breek de koude boter in kleine stukjes en verdeel die over de droge ingrediënten. Wrijf net zolang tot er een kruimelige massa ontstaat. Voeg dan een eetlepel van het geklopte ei toe en meng  de deegmassa tot een samenhangende bal. Is het deeg nog te droog dan voeg je wat ei toe. Wordt het deeg te nat dan voeg je wat bloem toe. Kneed het deeg losjes tot een mooie bal en verpak die in plasticfolie. Laat het deeg zeker een uur rusten in de koelkast. Het deeg voor deze kleine taartjes is altijd hetzelfde. Ik dacht eerst dat het veel te weinig deeg was maar de hoeveelheid blijk prima te kloppen.

Nadat het deeg gerust heeft en gekoeld is kneed je het nog een keer door en rol je het uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een lap van ongeveer 3 mm dik. Gebruik een uitsteekvorm van 9 cm doorsnee. Steek rondjes uit en vul de vormpje met het deeg. Prik een paar gaatjes in de bodem.

Ik maakte 6 taartjes met amandelcreme en frambozen. en 6 met chocolade. Ik zal de chocoladetaartjes in een apart artikel beschrijven. Dat lijkt me duidelijker. Ik gebruikte diepvries frambozen. Die had ik nog en we gaan nu even geen onnodige boodschappen doen.

  • 50 gram amandelmeel (in het boek worden de amandelen eerst nog eens in de oven geroosterd, daar was ik te lui voor. Het zal ongetwijfeld meer smaak geven)
  • 1/2 vanillepeul
  • 50 gram boter op kamertemperatuur
  • 50 gram poedersuiker
  • 1biologisch ei
  • 5 gram maizena

Snijd het vanillestokje in de lengte open en schraap met een mes het merg er uit. Roer de boter zacht en romig. Voeg het vanillemerg, de poedersuiker en het amandelmeel toe en roer alles tot een gladde massa. Klop dan met een garde het ei en de maizena erdoor.

Schep een flinke eetlepel  amandelcreme in de deegbakjes. Leg in elk deegbakje 3 á 4 frambozen en bak de deegbakjes dan in een op 170 graden voorverwarmde oven ongeveer 25 minuten. Laat de taartjes afkoelen en bestrijk ze met wat verwarmde confiture (Framboos of bessen, maakt niet uit).

Een fijn klusje op een druilerige middag! Prima om de tijd te verdrijven met een stel hangerige kinderen.

Kopje espresso erbij!

© ellen.

Primeur: Asperges…

asperges...

De eerste keer gaat het traditioneel volgens de traditie. (Traditioneel, traditie? Wat een kreupel taalgebruik, nou ja…) De primeur van 2020 verdiende een waardiger openingszin. Maar enfin, de vaste lezers van deze website snappen het al wel, de eerste asperges van dit jaar liggen op onze borden.

En zoals elk jaar aten we ze zo eenvoudig mogelijk: met ei, met ham en met de beste boter denkbaar. Snippertje peterselie, snuifje zout, snuifje peper.

Later in het seizoen is er weer plaats voor gratineren, voor een overdaad aan nootmuskaat, voor dragonsaus, voor gerookte zalm, voor bearnaisesaus, voor wokgedoe en voor soep. Nu moest het even zo puur mogelijk: ei, ham, boter…

Normaal gesproken worden wij tijdens het Carnavalsfeest even bijgepraat door José van Dinter, onze vaste leverancier. We komen haar altijd wel ergens tegen in het dorp, toeterend in een blaasorkest [we noemen haar het Picolootje, want dat is waar ze goed in is, hoewel ze tal van andere instrumenten bespeelt (haar man overigens ook)…].

Dit jaar echter geen direct contact dus, wij waren er even niet (spijtig, maar onvermijdbaar). Via de website van de familie Van Dinter en een vlammend artikel in het Eindhovens Dagblad werden we echter op de hoogte gehouden van de stand van zaken. Vandaag was het dus zover, de openbare verkoop van de Van-Dinter-Asperges ging vandaag van start.

Wij maken geen reclame op deze webside, dat wil zeggen: we worden voor lovende woorden niet betaald, noch anderzijds beloond. Vinden we echter iets écht goed, dan zul je het horen, reken maar van yes

De asperges van Van Dinter zijn superieur. Dat vonden we al jaren, dat vinden we nog steeds.. Enfin…

(De foto dateert van 2010. Ook toen betrokken we onze asperges al bij Van Dinter…)

© paul

Stoofpot met linzen, chorizo en pikante broodcroutons…

Linzenschotel met chorizo en pikante croutons...

Paul schreef het al; het eten en genieten daarvan gaat hier gewoon door. Er is een enkele beperking wat betreft het gebruik van zout. Wij gebruikten nooit erg veel zout maar nu is het zaak nog minder te gebruiken. Ik val je daar verder niet mee lastig beste lezer. Wij gebruiken nog maar spaarzaam zout, gebruik zelf wat je lekker en gezond vindt. Ik geef daar verder geen aanwijzingen voor.

Dit linzengerecht vond ik in het boek “De keuken van Spanje en Portugal” van Elisabeth Luard. Alweer een ‘oudje’, uitgegeven in 2005, maar ik mag er, zeker op sombere regenachtige dagen, graag nog eens doorbladeren om wat inspiratie op te doen. Meer dan inspiratie was het dit keer ook niet. Het recept dat me wel aantrok veranderde al doende in iets heel anders. Het was oorspronkelijk een winterse potage, het werd bij mij een stoofpot die je zelfs als salade zou kunnen eten.

  • voor vier personen
  • 150 gram groene Puy linzen *)
  • 200 gram zachte, pittige chorizo, in blokjes of dunnen plakjes gesneden (bewaar een paar plakjes voor de garnering)
  • 1 eetlepel seranoham, gesnipperd of in blokjes
  • 1 flinke ui, in kleine stukjes gesneden
  • 4 tenen knoflook, geplet en fijngehakt
  • 1 stengel bleekselderij, in kleine blokjes
  • 1 rode puntpaprika, in kleine stukjes gesneden
  • 2 rijpe tomaten, ontveld en in kleine blokjes
  • 1/2 theelepel gekneusde zwarte peperkorrels
  • 1/2 theelepel korianderzaad
  • 1 laurierblad
  • 2 á 3 kruidnagelen.
  • voor de garnering:
  • twee aardappelen, geschild en in kleine blokjes gesneden
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 2 dikke sneden oud, stevig witbrood in grove blokken
  • wat gerookte paprikapoeder, ik koos voor de pittige variant. Er is ook mild verkrijgbaar.
  • een flinke handvol rucola

Was de linzen en doe ze samen met de rest van de ingrediënten met ongeveer 500 ml water in een pan. Breng aan de kook en laat het geheel op een laag vuur ongeveer 20 minuten stoven. Voeg dan de aardappelen toe en kook tot ze gaar zijn. Als het goed is is het kookvocht zo ongeveer verdampt.

Verwarm intussen de olijfolie en bak daarin de broodcroutons bestrooid met het paprikapoeder en de overgebleven plakjes chorizo.

Schep de massa op een mooie schaal en schik er de croutons en de rucola over. Winters en tóch Zon op je bord!

*) Ik gebruikte een uitstekende kwaliteit Puy linzen, de kooktijd is dan ongeveer 30 tot 40 minuten. Soms als linzen wat ouder zijn of van mindere kwaliteit zal het wat langer duren voor ze gaar zijn. De kooktijd is dus een indicatie. Proef gewoon even tussendoor en voeg de aardappelstukjes toe als de linzen bijna gaar zijn.

Kopje espresso toe, met een paaseitje!

© ellen.

Edele Dame…

Edele dame en profil...

Zo noemde ik haar: Edele Dame. (Of eigenlijk: Edele Dame en profile…)

Het is alweer een eeuwigheid geleden dat de opname werd gemaakt.

En ach, het is ook alweer een eeuwigheid geleden dat er een stukje voor deze website werd geschreven. (Drie maanden spreekwoordelijke radiostilte, hoe is het mogelijk?!)

Enfin, de geïnteresseerde lezer (en daar schrijven we tenslotte voor) wil weten hoe het met Ellen gaat…

Het gaat goed, zoveel is duidelijk! (Wel zal het nog een jaar of twee duren voordat ze kan doen wat ze zich als levensdoelen heeft gesteld.)

En veel meer ga ik er nu niet over vertellen. Voor nadere informatie wordt je hartelijk uitgenodigd ten huize(n?) alhier. We schenken de beste koffie van het dorp en de thee mag er ook wezen. De wijnkelder is goed gevuld en bier en spiritualiën zijn op voorraad. (En het zou zomaar kunnen dat je wordt uitgenodigd om aan te schuiven aan onze dis.) Enfin, zie maar…

Denk echter niet dat er de laatste maanden niet goed en gezond werd gegeten in dit huis, want dan zit je op een fout spoor. Het kwam er alleen niet van om er ook nog over te berichten. Het leek allemaal wat futiel, wat zinloos maar tegelijk ook grotesk in het kader van de enerverende gebeurtenissen van het afgelopen half jaar.

Nou ja, genoeg gezeverd. De keukentafelgesprekken van de afgelopen dagen hier in het achterhuis (maar ook de bemoedigende aansporingen van trouwe lezers) hebben ons gesterkt in de gedachte dat het doodzonde is om de website nog langer te verwaarlozen. Zo zit dat!

En er is écht voldoende te vertellen: we herontdekten afgelopen tijd de geweldige platvis, luisterend naar de naam Griet. Een aantal nieuwe (nou ja, nieuwe?) sauzen verschenen op onze tafel. Anderhalve liter kreeftenolie rijpt op dit moment in de kelder. Over bloedworst kan het gaan, maar dan wel over heel bijzondere bloedworst. De avonturen van Teut en Tonika in onze stoofpan heb je nog tegoed Enfin…

De Edele Dame van de kopfoto is overigens een echte Francaise, ze komt uit de buurt van Armagnac. Ze had er een goed buitenleven en werd aanmerkelijk ouder dan haar zusters uit de plofindustrie. Bij ons genoot ze van alle egards die zo een Francaise maar kan ondergaan.

Haar borstjes werden onderhuids bedekt met plakjes truffel en klontjes fijne boter. Haar huidje werd aan de buitenzijde bestreken met de beste olijfolie en haar binnenste werd verwend met een tak verse rozemarijn, partjes citroen en tenen gerookte knoflook. De zonnebank (die onze oven ook is) toverde haar velletje prachtig bruin.

En wij lezer, wij hebben heerlijk gegeten…

Eenvoudige spaghetti met cantharellen…

Spaghetti met cantharellen...

Ik maak het artikeltje eigenlijk omwille van de foto. Die foto geeft namelijk zo aardig weer wat ik van dit gerechtje vind: majestueus vind ik het, niet meer en niet minder!

Echt waar, iedere keer wanneer ik de foto tegenkom (en dat is vaak) nemen mijn speekselklieren een loopje met me. Ik krijg er een acute lust tot eten van, ik bibber een beetje, ik duik onverhoeds in koelkast of voorraadkast en grabbel naar wat op dat moment het smakelijkst schijnt. Altijd fout natuurlijk…

Enfin, een simpelere (en smakelijkere) pastaschotel is nauwelijks denkbaar. Het gaat over cantharellen, sjalotjes, room, blokjes ham, nootmuskaat, peterselie, peper, zout en een scheut olijfolie (of een lik roomboter, dat is aan jou). En natuurlijk ook pasta. Da’s écht alles! En hoe je de paddenstoelenragout maakt wist je intussen zelf al wel lezer. En zo niet dan klik je maar op de verwijzing onder dit artikel. ( Het recept kan met alle voorkomende paddenstoelen gemaakt worden, cantharellen blijven mijn voorkeur houden.)

Al vaker vertelde ik je over het volk van Rome dat ervan overtuigd is dat pasta met té ingewikkelde en té prijzige ingrediënten tot niks leidt. Geldverspilling, vinden ze, en je proeft de kapitaalinjectie in ingrediënten nooit terug in het eindproduct. Dus houd het goedkoop en simpel!

Het volgende verhaal uit de Italiaanse volkscultuur maakt die overtuiging nog eens duidelijk, we lazen het in het Italiëboek van Onno Kleyn.

Het belangrijkste personage uit de Commedia dell’arte, namelijk Pulcinella (zoiets als onze Jan Klaasen), wordt op enig moment tot koning uitgeroepen van een of ander staatje. Hij vindt het allemaal prima tot duidelijk wordt dat zijn nieuwe status met zich meebrengt dat hij geen ordinaire, simpele pasta meer zal mogen eten. Onmiddellijk ontdoet hij zich van de soevereine status, luid schreeuwend: Mò me sprincepo! (Ik ontprins me!)

© paul

Requiem voor twee varkens…

Teut en Tonica in haar nadagen...

Het is misschien niet de beste foto die je je zou wensen, maar in ieder geval glimlachen de beide dames op dit portret. Teut en Tonica, weet je wel, de Hongaarse wolharige varkens, troetelzwijnen van de Witte Brug….

Zo althans staan ze opgeslagen in onze gedachten. Breed lachend wanneer ze ons weer zagen aankomen met een container etensresten van de afgelopen dagen, wetende dat ze als voorpretje van die superieure maaltijd iets extra’s zouden scoren. Een appeltje, een stukje citroen, een kropje sla, een overrijpe banaan, enfin…

Met liefde en veel genegenheid verzorgden Marleen en Vincent de meiden het afgelopen anderhalf jaar! Het beste van het beste aan eten kregen ze voorgeschoteld. Ze genoten van, letterlijk, vaten pepernoten (over de datum geraakt in de reguliere horecaf en dus verdacht voor menselijke consumptie). De varkens vonden het geweldig. Ook kruiwagens eikels vielen hen ten deel, verzameld en geraapt door enthousiaste fans. Allerhande groenten, restanten van het teveel waarvan hobbytuinders uit de buurt nu eenmaal altijd last hebben, vonden gretig aftrek. En natuurlijk ons eigen keukenafval (ik stopte er zo nu en dan een bolletje knoflook extra tussen, je kon maar niet weten…). Enfin…

Eikels voor de varkens...

Behalve dan de culinaire geneugten des levens viel de dames een ongekende materiële luxe ten deel. Een stenen onderkomen, een paleis waardig. Met stromend water, met elektrische verlichting, met toilet en desgewenst verwarming. Niet een varkenskot was dat, nee hoor, een boudoir hadden ze ter beschikking. Een boudoir prinsesjes waardig. Dáár woonden Teut en Tonica.

Voorts konden de meiden naar buiten in het vrije veld. Wandelen konden ze, wroeten, stoeien en spelen in een ruime weide, voorzien van tal van speeltjes (krabpalen, een basketbal, een voetbal, jute zakken, timmerhout en een modderpoel ter grote van een half voetbalveld…

Maar enfin, Teut en Tonica waren ook gedomesticeerde wilde zwijnen die vanwege het in gevangenschap doorfokken van hullie grootouders tot consumptievarkens waren getransformeerd. Die status bood de dames aanzien, maar ook verplichtingen (Noblesse Oblige oftewel Adeldom Verplicht...).

Ze wisten het misschien dan zelf niet, maar iedereen in de Grotenmensenwereld die een klein beetje had nagedacht zag het aankomen. Het moment om de status van consumptievarken te gelde te maken was daar: november slachtmaand. Tja…

Vanochtend was het zover. De dames werden afgevoerd naar hun Eeuwige Jachtvelden (in gewone-mensen-terminologie: het Slachthuis.) Het was niet helemaal eenvoudig, want de meiden snapten voor geen meter wat er van ze werd verwacht buiten het bereik de hen vertrouwde speelweide. De binnenkant van een automobiel was hen totaal vreemd en het verzet tegen binnentreden was dan ook heftig. Uiteindelijk lukte een en ander, vooral ook door tussenkomst van Neef Marcel, die de afgelopen jaren een bijzondere band met de varkens had opgebouwd.

Nou ja, de rest kun je zelf bedenken lezer; Teut en Tonica vonden de niet geheel zelfverkozen rust in het slachthuis in Elsendorp. (En nu weet ik niet zo goed hoe ik dit stukje waardig moet afsluiten. Vergeef het me lezer, morgen hoor je meer…)

©paul

Eekhoorntjesbrood, oogst 2019…

Eekhoorntjesbrood...

Ellens ziekenhuisavonturen ontnamen me de tijd, maar vooral ook de lust, om degelijk jacht te maken op de paddenstoelen waarvoor ik in andere jaren álles opzij zet. En dat terwijl, ik hoorde het van andere jagers, dit een heel goed jaar was voor Eekhoorntjesbrood en aanverwanten.

Enfin, toen Ellen eenmaal ontslagen uit het ziekenhuis en terug thuis was, op haar gemak in haar eigen stulp en onder het wakend oog van een zorgzame babysit, zag ik mijn kans schoon. Ik kon met een gerust hart de deur uit, mét mijn paddenstoelenmes, mét mijn katoenen tasjes, op naar de eeuwige jachtvelden…

Ik bezocht de mij vertrouwde plekken. De plaatsen waar ik altijd wel een paar maaltjes plukte en dan ook nog eens voldoende exemplaren van die prachtige boleten overhield om een voorraad voor het komend jaar te drogen.

Ach, ik was aan de late kant dit jaar, dat wist ik wel. De ideale combinatie van jaargetijde, temperatuur en vochtigheid had ik gemist. Evengoed bleek er nog wel een en ander te vinden, ik verzamelde in één sessie een degelijke maaltijd. Ik bezocht er drie gekende plukplaatsen voor en hield uiteindelijk nog wat over om te drogen.

Het waren gave exemplaren van het specimen Vroeg Eekhoorntjesbrood (Boletus reticulatus, vroeger bekend als Boletus aestivalis) en mooie blozende paddenstoelen die luisteren naar de naam Gewoon Eekhoorntjesbrood (Boletus edulis). Niet veel, maar alles topkwaliteit, alles bruikbaar…

Spaghetti porcini (met eekhoorntjesbrood)...

Thuisgekomen kregen de paddenstoelen niet de kans nog een beetje te wennen aan hun nieuwe status als culinaire hoogstandjes; ik heb ze namelijk onmiddellijk verwerkt tot een degelijke pastasaus.

Het was een soort van eerbetoon aan mijn favoriete jaargetijde: de Herfst. Ook een eerbetoon aan de paddenstoelenwereld die me elk jaar weer laat meedelen in de immense rijkdom die dat rijk te bieden heeft. Maar vooral was het een welkom-thuis geschenk voor Ellen.

Ps.; Op een van mijn gekende stekken zag ik ook een hele plantage russula’s staan. Een overtuigend kleurrijke rode hoed hadden ze en bij doorsnijden toonde zich een lelieblank lichaam. Zoveel had ik er nog nooit bij elkaar gezien. Eindelijk, dacht ik, eindelijk vind ik dan de Vissige Russula. De naam doet anders vermoeden, maar het is een van de écht betere spijspaddenstoelen.
De russulsafamilie is echter heel groot en herbergt exemplaren van allerlei allooi, dus is het bij russula’s altijd zaak om even te proeven. Gewoon een klein stukje van de hoed afbreken en in je mond stoppen. Proef je niks (of hooguit wat meligs) dan is het ook niks. Ontvouwt zich een weelderig zacht schimmelig aroma in je mond, je hebt het goede te pakken. Trekt je bek samen omwille van de bittere smaak, je zit helemaal fout.

Enfin, mijn bek trok samen van bittere oneetbaarheid. Ik had weer eens een exemplaar van de Braakrussula te pakken. Zonde toch. (Die truck van een beetje proeven doe ik alleen met russula’s. Andere paddenstoelen laat ik oraal ongemoeid, je weet maar nooit…)

Een recept vind je in de verwijzing hieronder, behalve dan dat ik er voor deze keer een zeer ruime scheut room aan toevoegde. Enfin, zie maar…

Lees ook: Eekhoorntjesbrood, gesmoord in knoflook en peterselie…

© paul