Pré Messire, hét bier van Stavelot…

bier uit stavelot

Afgelopen zomer bezochten we óók Stavelot. Dat plaatsje ligt aan het Circuit van Francorchamps in de Belgische Ardennen, waar sinds dit jaar onder anderen weer Formule I wedstrijden worden verreden. In de middeleeuwse abdij van het stadje is een museum gevestigd dat zich richt op auto’s en de racerij. Wij hebben daar niet erg veel affectie mee. Maar deze zomer was er ook een gelegenheidstentoonstelling rond het thema: “De auto in het Stripverhaal”. En dat vonden we dan weer prachtig.

In het restaurant van het museum verkocht men een bier met de naam Pré Messire. Hét bier van Stavelot, werd ons verzekerd. Enfin…, nooit van gehoord.

Pré Messire is de naam van een wijkje achter de abdij. Daar liggen de sportvelden en bevindt zich een klein stadion. Vreemd om daar je bier naar te vernoemen…

Het bier wordt niet in Stavelot gebrouwen, het komt van de brouwerij Grain d’Orge, een kleine brouwerij, gelegen in het dorpje Hombourg (Homburg) in de Belgische Voerstreek. De brouwerij voert twee bieren in haar vaste assortiment, en verder brouwen ze voor “derden”. En ze doen dat op een mini-schaal. Hun brouwsels zijn per keer slechts 800 liter. Het is een steeds populairder wordende trent, dat brouwen voor kleine opdrachtgevers, nogal wat Belgische brouwerijtjes houden zich ermee bezig. Enkele Nederlandse overigens ook.

Ik ben mijn proefnotitie kwijt geraakt. Maar uit mijn hoofd herinner ik me een stevig bruin bier, zéker niet te zoet. Smaak en kwaliteit zoals je van een degelijk Belgische Bruine of Dubbele verwacht.

(Een dag later vonden we in Noord Frankrijk, in het stadje Sedan, alweer zo’n plaatselijk succesbier. Maar daarover de volgende keer.)

bière de Stavelot

© paul

Van Jongste Bediende tot Paranimf…

promotie Zjak

Zjak had het netjes gevraagd. Of hij onze Jongste Bediende mocht lenen. Zjak ging promoveren tot Doctor op het gebied van Natuurkunde, Wiskunde en Informatica, aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij deed er jaren onderzoek voor en schreef daar een boek over: Enantiomers and Polymorphism in Venlafaxine and Ondansetron.

Afgelopen woensdag moest een en ander dan zijn beslag krijgen. En zoals het hoorde zou de aanstaande Doctor zijn eigen personeel mee naar de promotie moeten nemen (of was het brengen?). Eén paranimf had hij al gevonden, bij Eupotours, maar hij had er twee nodig. En voor die andere had hij zijn oog laten vallen op de Jongste Bediende.

Wij leenden hem met liefde en plezier uit, onze Jongste Bediende. We hebben er geen moment aan getwijfeld dat we hem weer ongeschonden terug zouden krijgen. De tijd dat paranimfen fysiek dienden op te treden bij handgemeen en ander geweld tussen promovendus en College van Wijze Mannen ligt ver achter ons. Het gaat er tegenwoordig keurigjes aan toe bij zo’n promotie…

promotie zjak 013

Zjak verdedigde zijn proefschrift met verve en ontving hierna de Bul. Daaropvolgend zijn we met z’n allen gaan eten…

© paul

Ossobuco Milanese van grote schenkels…

osso buco

Ellen kocht in het weekend twee kalfsschenkels, ze vielen erg groot uit. Waar laat die slager toch de schekels van normaal formaat, vroegen wij ons af. Of ze zijn te groot, of ze zijn te klein, het juiste formaat is zelden of nooit voorhanden. Enfin, je bent natuurlijk een zeur wanneer je je erover beklaagt, maar al met al hadden we gewoon té veel vlees op ons bord liggen…

Gisterenavond aten we ze, deze groot uitgevallen schenkels. Ik had ze de dag daarvoor al klaar gemaakt. Ik gebruikte een beproefd recept van Ellen. De gestoofde groenten liet ik echter niet heel. Ik pureerde ze met de staafmixer tot een gladde saus. Voordien had ik nog wat tripio tomatenpuree uit de tube toegevoegd, ter verbetering van kleur en consistentie. Als gaartijd hield ik ruim twee uren aan. Daarna stonden de schenkels op een koele plaats ongeveer een etmaal lekker te worden in hun groentenbed. De dag daarop heb ik ze opgewarmd in de gepureerde saus.

We aten er eenvoudig spaghetti bij en hielden uiteindelijk nogal wat saus over. Geen nood, een van de komende dagen zal die dienen bij eenschotel van schouderkarbonaden, of misschien wel bij een ring gebraden verse worst.

Kopje espresso en een stukje chocolade toe.

© paul

Gegratineerde krab…

etentje met Jan en Ans

Ik had het Jan al verschillende keren beloofd, ik zou Noordzeekrabben voor hem klaarmaken. En aangezien ze de laatste weken weer vers werden aangeboden op de zaterdagmarkt in Helmond, moest het er nu maar eens van komen. Ik had het al eens eerder gedaan, zodat ik niet helemaal wereldvreemd hoefde te stuntelen. Ik zocht evenwel in een aantal verschillende publicaties nog eens terug hoe of het allemaal zat. En zoals dat gaat: ze spraken elkaar op veel punten tegen en ze volgden bij crusiale handelingen geheel andere wegen. Ik bewandelde in een aantal gevallen de Gulden Middenweg en liet verder mijn gezond verstand preveleren. Ik beschrijf je wat ik heb gedaan.

Krabben worden gekookt aangeboden of vers. En vers betekent dan dat ze nog leven. Mijn krabben waren dood en toch vers, omdat ze bevroren waren geweest en pas in de loop van de ochtend ontdooid. Een nadeel van bevriezen is dat de smaak van het vlees wat achteruit gaat, maar het verlost je wel van de vervelende klus van het vermoorden van de van de beesten.

Ik poetste zand en modder van de krabben en kookte ze in gezouten water, verrijkt met een flinke scheut azijn en een paar lourierbladeren. Voor de kooktijd hield ik een gemiddelde aan van wat ik her en der gelezen had, namelijk 20 minuten. Daarna spoelde ik de krabben met koud water af onder de kraan en liet ze enkele uren afkoelen voordat ik verder ging met de bewerking.

Het schoonmaken van krab is niet moeilijk, je moet het alleen even uitvinden: breek de staart los zodat het buikpantser vrij komt. Breek dan de poten en scharen af. Steek voorzichtig met een mes langs de randen van het buikpantser, langs de plaatsen waar eerder de poten aan het lijf vast zaten. Met een beetje wrikken, waarbij je het mes uiteindelijk aan de achterkant van het lijf een kwart slag draait, maak je het compacte lichaam vrij, samen met de kieuwen. Die kieuwen (de dodemansvingers) gooi je weg. Druk je nu met je duimen op de mond dan zal die los komen, samen met de maag en darmen. Gooi dat ook weg. Je kunt nu verder met een theelepeltje het vlees uit het rugpantser scheppen. Het is bruin vlees en van een tamelijk fijne structuur. Vervolgens snijdt je met een grof mes het eerder weggehaalde lichaan doormidden, eventueel maak je dat nog kleiner, en je haalt met een sate-pen, de achterkant van een theelepel, een kleine schroevendraaier het fijne witte vlees uit de holten. Hetzelfde doe je met de poten. Je kunt de schaal van de poten breken met een hamer, de achterkant van een zwaar koksmes, of zoals Johannes van Dam bedacht, je gebruikt een combinatietang. Het is een heel gefrot om het vlees te verzamelen, een geduldwerkje.

etentje met Jan en Ans

Het gerecht maakte ik voor vier personen, en zo zal ik het ook beschrijven:

  • vlees van vier krabben,
  • een zelfde hoeveelheid in melk geweekt witbrood,
  • 4 hard gekookte eieren,
  • 4 kleine augurkjes, fijn gehakt,
  • flink kaas om te gratineren,
  • wat broodkruim,
  • boter,
  • zout en peper.

Knijp het geweekte brood goed uit. Doe het in een mengkom, samen met het krabbenvlees en augurkjes en hardgekookte eieren, die grof werden gehakt. Peperen en zouten. Meng alles goed door elkaar. Je zou nu dit mengsel terug in de schoongemaakte rugpastsers kunnen doen. Dat zijn uitstekende gratineerbakken. Ik koos er echter voor om de massa in een vuurvaste schaal uit te storten. Een schaal, waarvan de rand was bekleed met een dikke laag aardappelpuree. Ik dekte het geheel af met een flinke laag kaas, vermengd met broodkruim in een verhouding van drie delen kaas tegen één deel broodkruim. Hierop kwamen vlokjes boter. De schotel mocht dan een half uur in de oven, op 180 graden. Bij het opodienen ging er een straaltje peterselieolie over de schotel.

Ik vond het een lekkere maaltijd, mijn tafelgenoten beaamden dat. Vooraf aten we gezoet zeewier met een stukje gerookte zalm en toe de honingvijgen. Een en ander werd rijkelijk besproeid met witte wijn uit de Gers, met bokbier en gedestilleerd.

etentje met Jan en Ans

© paul

Vijgen met rozensiroop, Griekse yoghurt en honing…

etentje met Jan en Ans

Paul had al weer lang geleden beloofd om een keer krab klaar te maken voor Jan en Ans. Het kwam er maar steeds niet van, druk, druk , druk…Tot we gisteren allemaal tijd en zin hadden. Paul maakte de krab klaar en schreef erover. Ik beperkte me tot een voorgerechtje en het dessert. Niet mijn sterke kant; het dessert. Ons dessert bestaat meestal uit een stukje kaas of wat vruchten. Toeval bracht me op dit nagerecht.

Van collega Broeder Herman kregen wij het boek “Het vloeibaar goud dat Honing heet” te leen. Ik las daarin een mooi recept met verse vijgen en honing. Behalve de vijgen en honing moest er ook wat rozensiroop over de vijgen gesprenkeld worden. Dat had ik even niet in huis dus belandde dit recept op de vage stapel “nog eens te maken”.

Heel toevallig kreeg ik vorige week een flesje rozensiroop van Maartje en Walter. Zij kochten het op hun vakantie in Frankrijk. Nogmaals dank Maartje en Walter, dit cadeau kwam dus precies van pas!

rozensiroop

Voor vier personen;

  • vier verse vijgen
  • 6 eetlepels Grgiekse yoghurt
  • 2 eetlepels honing
  • 2 eetlepels pistache noten
  • 2 eetlepels amandelschilfers
  • rozensiroop

Was de vijgen en droog ze voorzichtig af. Meng de yoghurt met de honing. Hak de pistachenoten fijn. Rooster de amandelen even lichtbruin. Snijd de vijgen in vieren tot bijna onderaan. Vouw de vijgen voorzichtig open en zet ze op een bordje. Sprenkel in de kern van elke vijg wat rozensiroop en schep er dan de met honing vermengde yoghurt in. Bestrooi met de amandelen en pistichenoten en dien snel op.

Voor espresso toe werd het te laat gisteren…

© ellen.

Peter zingt…

griekse kip

Ik ken Peter al heel lang. In een grijs verleden werden we bij toeval collega’s, en al spoedig waren we vrienden. Toen onze wegen uiteen gingen bleef die vriendschap bestaan. Niet erg vaak zagen we elkaar, maar het was voldoende om de band onverbroken te houden. Ik zocht een andere werkgever, Peter ging gezondheidsrecht studeren. Na een korte carrière als rechtsgeleerde besloot hij dat dát toch ook het leven niet was. Hij zegde zijn banen op, plunderde zijn moeizaam opgebouwde spaartegoeden en startte een muziek-studie aan het conservatorium in Tilburg, full-time. Peter zingt. Hij heeft een goede stem, een tenor. Niet écht boven-gemiddeld, gewoon goed.

Nu wil het verhaal dat op een verloren zaterdag, al weer enige jaren terug, Peter zijn ware talent ontdekte. Onder de Douche! Want wat doet men onder de douche, benevens het zich wassen en het plegen van geheime zaken? Men zingt.

Peter ontdekte die dag dat hij het leuk vond om met een hele hoge stem te zingen. Hij ontdekte zijn vermogen om te zingen als een Contra-tenor, ook wel Countertennor of Altus genaamd. Voor de goede orde; het betreft zo’n hele hoge mannenstem die een altpartij zingt op plaatsen waar dat niet door vrouwelijke alten gedaan mag of mocht worden. In het verleden wilde men jonge mannen nog wel eens castreren zodat hun hoge vrouwelijke knapenstem ook na de pubertijd behouden zou blijven.

Het kostte overredingskracht om zijn docenten te overtuigen van de nieuw ontdekte passie, het muziekwereldje heeft het kennelijk niet zo op “freaks”. Maar Contra-tenor was het, Contra-tenor zou het worden. Peter gaat einde voorjaar, begin zomer van het komend jaar afstuderen als Contra-tenor.

Gisteravond kwam Peter eten. Er dienden gewichtige zaken besproken te worden en dat doe je best tijdens en na een goede maaltijd. We moesten het hebben over de vorm waarin het Afstudeerproject gestoken gaat worden. En ook over een concert dat mogelijk plaats gaat vinden in ons dorp. En of dat concert gecombineerd kan worden met een renaissance-maaltijd, die dan weer verzorgd wordt door het Ministerie. Enfin, genoeg stof dus…

Ellen maakte voor deze gelegenheid de Griekse Kip. Een ovengerecht dat in elk gezelschap en bij elke gelegenheid past. Het recept beschreven we al eens. Aangezien Peter aan de late kant was lieten we de schotel langer garen, bij een fors gereduceerde temperatuur. Ik begin daar steeds meer plezier in te krijgen, in dat lange garen. Tot nu toe zijn alle pogingen bijzonder goed uitgevallen.

In ieder geval hebben we al wat voorzichtige plannetjes gesmeed en en wat vage opzetjes geboekstaafd. Je gaat er van horen…

© paul

Kaasfondue en salade…

kaasfondue

Het begint hier werkelijk Herfst te worden. Ik stond op de bus te wachten en de eerste dikke druppels van een eindeloze regenbui vielen… De jongste Bediende liet per telefoon weten dat hij al klaar was met zijn werk en nog vóór de enorme bui zat ik droog en wel in zijn auto. Thuis keuvelden we nog wat en ik raspte alvast de kazen voor de kaasfondue die we vanavond zouden eten. Het regende inmiddels echt heel hard hier, bleek er geen spiritus in huis…shttt. Paul én Hond Max zijn door de stromende regen op pad gegaan om een fles spiritus te kopen. Baas en Hond kwamen drijfnat thuis. Het lijkt wel een reclameplaatje…en dan is er …kaasfondue…Warm, gezellig, de kaarsjes aan…glas wijn erbij…

Voor vier personen:

  • 1 teentje knoflook, pellen en pletten met een mes
  • 500 gram kaas (100 gram Emmenthaler, 150 gram Gruyère, 250 gram Comté), grof geraspt (wel zelf raspen, vlak van te voren. Supermarkten proberen droge restanten voorbewerkt voor veel geld te verkopen! Niet doen, dat is niet lekker)
  • 3 dl droge witte wijn
  • nootmuskaat, peper
  • 2 theelepels maizena
  • 1 eetlepel Kirsch

Doe de knoflook en de wijn in de fonduepan en zet die op een zacht vuurtje Gebruik een pan van aardewerk, die zetten minder snel aan.
Roer beetje voor beetje de kaas erbij en laat alles langzaam smelten. Als het begint te pruttelen de maizena aanmaken met de Kirsch en bij de kaasmassa doen. Goed roeren, nootmuskaat en peper toevoegen en even door laten pruttelen. Dan snel opdienen met knapperig vers stokbrood.

Wij aten er vanavond een salade bij van ruccola met wat rode ui en kleine tomaatjes. Een dressing erover van olijfolie, ciderazijn, peper en zout.

Kopje espresso toe!

Als je in zo’n enorme regenbui terechtkomt bedenk dan dat :

“Als het regent komen de paddestoelen. En áls ze komen dan is er altijd wel een mandje te vinden om ze in te vervoeren”.
Een Russisch gezegde, we lazen het ooit bij Maxim Gorki (Mijn Universiteiten?).

© ellen.

Feestje!!! Lamsstoofpot voor veel personen…

voor een feestje

Gisteren vierden we mijn verjaardag. Het was een geweldig gezellig feest, ik werd bedacht met vele goede wensen en prachtige cadeau’s waaronder deze indrukwekkende tajine. Ik had al een tajine, maar die was voor ons eigenlijk te klein. Deze is groot genoeg voor ons én een aantal gasten. Nogmaals dank voor deze prachtige schaal en natuurlijk ook voor al die andere mooie cadeau’s en goede wensen. Voor het feestje maakte ik natuurlijk iets lekkers te eten en te snoepen. Ik bakte een appeltaart en een pruimentaart en voor de late uurtjes maakte ik pirosjki. Ik maakte een dubbele hoeveelheid deeg en vulde de pirosjki ditmaal met 500 gram lamsgehakt, gekruid met Turkse kruiden, en een hardgekookt ei, ui en knoflook. 52 lekkere pirosjki waren het resultaat.

voor een feestje

Onze verjaardagen vieren we meestal op de zondag. Zo vanaf een uur of drie druppelen de eerste gasten binnen en laat in de avond gaan de laatsten naar huis. Ik zorg dat er voor iedereen zo rond zeven uur een maaltijd is. Dat moet dan wel iets zijn wat van te voren klaargemaakt kan worden en wat op één bordje informeel gegeten kan worden. Ditmaal maakte ik een stoofschotel van lamsvlees met couscous erbij. Eigenlijk precies iets voor de nieuwe tajine maar voor deze hoeveelheid zou zelfs deze niet groot genoeg zijn geweest. Gewoon in de pan dus. Voor ongeveer 25 personen:

  • 3 kilo lamsvlees van de bout, zonder bot
  • 1 kilo lamsvlees met bot (vlees van de hals de botten geven wat extra smaak)
  • 2 blikken tomaten
  • olijfolie
  • 4 flinke uien, fijngesneden
  • 8 teentjes knoflook, geplet en fijngehakt
  • 3 eetlepels ras el hanout kruiden
  • 1 eetlepel harissa
  • 2 eetlepels tomatenpuree
  • de schil van 2 ingelegde citroenen in fijne reepjes gesneden
  • een flinke theelepel saffraandraadjes
  • 2 blikken kekererwten
  • 2 handelvol (diepvries)doperwten
  • verse gehakte koriander
  • 1500 gram couscous

Snijd het vlees in flinke dobbelstenen. Bak de ui en knoflook in de olie goudbruin en voeg het vlees toe. Bak het vlees lichtbruin. (bij zo’n hoeveelheid bak ik het vlees in kleine porties in verschillende pannen en voeg het als het bruin is toe aan de ui en knoflook in de grote pan. ) Voeg de ras el hanout kruiden toe en bak even mee. Dan de tomaten en de tomatenpuree en de harissa erbij. Alles goed omroeren en water toevoegen tot alles net onder staat. Laat het geheel zo zeker 2 uur zachtjes stoven. (Dit kan heel goed een dag van te voren) De volgende dag de stoofpot opwarmen. Dan mag de citroenschil erbij, de doperwten en de kekererwten. Breng verder op smaak met zout en eventueel nog wat harissa. Strooi er versgehakte koriander over en dien op met couscous.

Ik heb helaas geen foto van deze enorme stoofpot, het was op voor ik er erg in had!

Vandaag had ik een vrije dag. De rommel was snel opgeruimd en we hebben de hele dag heerlijk zitten lezen in de nieuwe boeken. Het regent hier pijpenstelen, ik heb de kaarsjes aangestoken en we mijmeren alvast wat over de paddenstoelen die nu snel zullen groeien…

© ellen.

Varkenspootjes…

varkenspootjes uit sainte Ménehould (Fr)

Sainte-Ménehould heet het stadje, maar de kans is klein dat je het kent. Evengoed is het oord wereldberoemd in Frankrijk.

Ten eerste was er de postbode Jean-Baptiste Drouet, die uit hoofde van zijn functie in 1791 zijn Heer en Vorst herkende, bij hem thuis in de straat. En verbaasd als hij was liet hij dat eenieder weten die het maar horen wilde. Bijkomende complicatie was wél dat Louis XVI op de vlucht was voor Volk en Vaderland, en dat hij door het enthousiasme van de ambtenaar één dag later gearresteerd werd in Varennes, een stukje verderop. Daarna restte nog slechts de guillotine ( voor Lodewijk wel te verstaan…).

Ten tweede werd in Sainte-Ménehould in 1639 een man geboren die later Dom Pérignon zou gaan heten. Hij is degene die doorgaat voor de “uitvinder” van de Champagne. Het kwam er in feite op neer dat Pérignon grote fouten maakte in het productieproces en zo stuitte op de bubbeltjeswijn die sinds dien als edelste der edelen aan de wereld wordt aangeboden. Hij had het zelf al meteen door. Proevend van zijn misbaksel riep hij tot zijn mede-broeders: “Kom gauw, ik proef sterren…”. (Het verhaal is overigens net zo apocrief als de Lucaspassie van Bach.)

De derde geschiedenis uit Sainte-Ménehould verhaalt van nog een andere culinaire stommiteit, Die werd begaan door ene Anoniem (ken je zijn naam, laat het alstublieft weten..). In het stedelijk Hotel Metz moest hij in de late avond als koksgast passen op een ketel met varkenspootjes die daar zachtjes stond te sudderen. De bedoeling was dat het vlees een paar uur zou trekken, maar de gast viel in slaap. Toen hij in de ochtend werd gewekt door een vroege collega ging men ervan uit dat alles naar de vaantjes was. En dat nu lezer, dat nu, viel alleszins mee. Het vlees was heerlijk mals. En de botjes van die varkenspoten, die hadden een heel bijzondere gedaanteverandering ondergaan. Ze waren zacht, ze hadden smaak, ze waren zo te eten.

Enfin,,,. met Champagne mochten ze niks, met Louis konden ze niks, maar die Varkenspootjes, die hielden ze erin. Ze zijn er maar wát trots op in Sainte-Ménehoul. En zoals bij elke serieuse zaak in Frankrijk ontstond er ook in Saint-Ménehoul een broederschap die waakt over de traditie.

Wij van het Ministerie wisten overigens van niks. Tot we erop opmerkzaam werden gemaakt door Ans en Hijn. Zij komen al járen in dat stadje. Zij brachten de varkenspootjes voor ons mee, en zij overtuigden ons van de noodzaak om eens gericht af te zakken naar de Aragonne.

© paul.

Pörkölt van Paardenvlees…

paardenstoofvlees

Paul schreef het al; we hebben het weblog even helemaal verwaarloosd. Denk niet dat er hier niet gegeten en gekookt werd, we waren gewoon te moe om het allemaal op te schrijven. Toch maar even het eten van gisteren beschrijven; Paardenstoofvlees ofwel Pörkölt. Wij hebben er niets op tegen paardenvlees te eten. Integendeel; het is niet vet en bevat veel ijzer, best gezond eigenlijk. Wij kennen ook de bezwaren van de paardenliefhebbers en respecteren die. De paardenliefhebbers kunnen deze Pörkölt ook maken met rundvlees.

Nog even over de Pörkölt, die wij eigenlijk in de volksmond meestal goulash noemen; Goulash kent iedereen zo langzamerhand wel. Je vindt goulash over de hele Balkan en in Midden-Europa als belangrijk gerecht in het dagelijks bestaan. In restaurants over de hele wereld staat de goulash op de kaart, smakelijk en voedzaam. En altijd gaat het over stoofschotels. Maar niet in Hongarije, de bakermat van de goulash…

In Hongarije (en in meer landen van de Balkan) is goulash altijd een maaltijdsoep. Maak je met min of meer dezelfde ingrediënten een stoofschotel dan heet die pörkölt.

De basis voor een goede pörkölt (en ook voor goulash) vormen: vlees, paprika, paprikapoeder, ui en kümmel. Dat vlees kan zijn van rund, paard, varken, lam of kip (en heel soms vis). Ook lever wordt wel gebruikt, zo ook pens (Pacalpörkölt).

Eerst worden de uien glazig gestoofd en dan gaat de pot van het vuur. Je voegt het paprikapoeder toe en schept alles goed om. Terug op het vuur gaat de rest erbij. Als het vlees is dichtgeschroeid kan het vuur laag.Een beetje vocht moet, maar niet te veel. Vervolgens is het een kwestie van tijd, want alles moet langzaam stoven.

Traditioneel wordt gekozen voor een wat scherper paprikapoeder, maar dat is geen wet. Hoe het gerecht uiteindelijk komt te smaken hangt van je eigen fantasie af. Je kunt water gebruiken, maar ook wijn (in Tsjechië gebruiken ze bruin bier), je kunt knoflook gebruiken, laurier, mild of scherp paprikapoeder, pepertjes of chiliescheuten. Bij de zondagse editie van het gerecht wordt fijne worst toegevoegd. Enfin, bedenk zelf maar. Gebruik je room om het gerecht een zalvige binding te geven, dan creëer je automatisch een ander gerecht; Paprikás noemen de Hongaren het dan.

In Hongarije eet men meestal als bijgerecht pasta-achtige deegwaren of rijst. In Tsjechië zijn het dan weer knedlíky en in Oostenrijk semmelknödel. Maar een mooie aardappel kan ook.

Wij aten gisteravond Pörkölt. Van paardenvlees, met ui, met een scheut witte wijn, met mild paprikapoeder, met groene paprika’s, met knoflook en laurier, pepertjes en kümmel (karwijzaad).

Erbij een paar gekookte aardappeltjes en gestoofde kool. Ik maakte de Venetiaanse kool en voegde tijdens het stoven nog wat kummel toe. Dat geeft een mooi Hongaars tintje aan dit koolgerecht.

En natuurlijk een kopje espresso toe, met een stukje chocolade; extra bitter gevuld met kersen en rode peper gelei. (Lindt: Edelbitter Mousse, Sauerkirsch-Chili. Onder andere te koop in Kleve. Ik weet hier in Nederland geen verkoopadres van deze heerlijke chocolade.)

© ellen.