Amandeltaartje met amarenekersen en chocolade

IMG_1837
Paul schreef gisteren al over de kersen, vandaag het recept voor de taart. Ik ben niet echt een mens van goede voornemens met nieuwjaar. Ik vind het eigenlijk een beetje vreemd om juist op die dag te besluiten om gezonder te gaan eten of te stoppen met roken. Dat soort voornemens kan je het hele jaar maken, volhouden, dat is de kunst. Aanstaande maandag is het alweer Blue Monday, de dag waarop de goede voornemens weer vergeten zijn en we, met of zonder depressie, gewoon weer verder gaan zonder dat de goede voornemens ons in de weg zitten. Ik zou zeggen vier Blue Monday met dit lekkere taartje, steek er eventueel een sigaret bij op en drink er een lekker kopje sterke espresso bij!
Toch heeft dit taartje wel iets te maken met ‘goede voornemens’. Ik ruimde voor de kerstdagen de kelder eens flink op om plaats te maken voor de kerstboodschappen en constateerde dat er wel weer erg veel potjes en pakjes op de planken stonden. Potten honing, pakken spaghetti, rijst, rijst en risottorijst, blikken bonen, dozen met gedroogde bonen, 5 soorten sojasaus, maar liefst 4 potten Amarenekersen Foei! Ik nam me voor om nu eerst maar eens de voorraad op te maken te beginnen met de kersen. Een taartje met amandelmeel (ook teveel amandelen) en een tussenlaag van kersen, met een topping van (juist ja, teveel chocolade)

Een springvorm van 20 cm, de randen invetten en de bodem bedekken met bakpapier.
De oven voorverwarmen op 160 graden voor hete lucht, 180 voor een gewone oven.

  • 175 gram fijngemalen amandelen
  • 175 gram fijne suiker
  • 175 gram zelfrijzend bakmeel
  • 175 boter
  • 2 eieren
  • een pot Amarenekersen, laat de kersen uitlekken en bewaar er drie voor de garnering
  • 150 gram pure chocolade, fijngehakt

Smelt de boter en meng dan alle ingrediënten, behalve de kersen, door elkaar.
Meng met de mixer in de laagste stand ongeveer één minuut.
Bedek de bodem van de springvorm met de helft van het deeg. Leg daarop de kersen en dan de rest van het deeg. Bak de taart dan 1 uur op 160 graden hete lucht of 180 graden gewone oven. Laat de taart even in de vorm staan een maak de randen voorzichtig los. Laat de taart afkoelen en bewaak intussen die drie kersen. Voor je het weet loopt er iemand langs en steekt ze achteloos in zijn mond!

Smelt de chocolade au bain Marie. Voeg er een klein beetje water bij en een klein klontje boter voor de glans. Bestrijk de taart met de chocolade en garneer met de drie kersen (als die tenminste nog op het bordje liggen)

IMG_1841

Lekker met een kopje sterke espresso!

© ellen.

 

 

Please follow and like us:

Taartje met aalbessen en boragebloemen

taartje met rode bessen en boragebloemen
Paul schreef al over de kapucijners, een leuk karweitje om ze te doppen vinden wij en ook heerlijk om te eten. Dat zijn van die echte seizoengroenten, je moet er snel bij zijn, en ze zijn meestal niet in de Super te koop dus je moet naar een groenten juwelier, zoals dat tegenwoordig zo mooi heet, of naar een grote markt. Dat geldt ook voor peultjes(Albert Heijn verkoopt alleen peultjes uit een heel ver land, op de markt kocht ik mooie verse peultjes, voor minder geld gewoon uit Nederland!) Maar goed, genoeg reclame voor de markt, een bessentaartje.

aalbessen

Verse aalbessen, ook al zoiets. Je bent een rijk mens als je zelf wat struiken in je tuin hebt. Zo niet, naar de markt dus weer! Ook het rissen van de besje is zo’n geduld karweitje. Je kunt ze één voor één van de steeltjes peuteren maar als je veel bessen moet rissen doe je dat met een vork. Pak de dikke kant van het steeltje vast, klem die tussen een vork en rits de bessen er zo in één keer vanaf. (boven een diepe schaal natuurlijk)
Ik bakte een eenvoudig taartje met de besjes en versierde het met wat Boragebloemetjes uit onze eigen tuin. Wonderbaarlijk mooie combinatie: kleurt mooi, smaakt mooi bij elkaar, en de borage bloeit precies als de besjes rijp zijn! De natuur staat voor niets! Borage hebben we zelf in onze tuin; goed voor de bijen en vlinders en een lust voor het oog! Zaaien die plant!

Maak deeg van
◾250 gram bloem
◾100 gram koude boter
◾100 gram poedersuiker
◾mespuntje zout
◾2 eieren

Zeef de bloem op het werkvlak en maak een kuiltje in het midden. Verdeel hierover de in kleine stukjes gesneden boter. Voeg de suiker en het zout toe en daarna de eieren, meng alles goed en schuif er geleidelijk de bloem bij.
Kneed het deeg een paar maal met de palm van je hand goed door. Rol het deeg tot een bal en leg die met folie afgedekt een uurtje in de koelkast.
Rol het deeg dan uit tot een schijf, groot genoeg om bodem én randen van de springvorm te bedekken.
Leg het deeg met behulp van de roller in de ingevette vorm. Druk de randen goed aan, prik met een vork hier en daar een paar gaatjes in de bodem en bekleed dan het deeg met bakpapier. Lees hier gerust even over de dingen die hier ook wel eens fout gaan; Eerst dus bakpapier!
Stort op het bakpapier dan iets om het deeg te verzwaren cq op zijn plaats te houden, bijvoorbeeld gedroogde boontjes, knikkers of ,te koop in kookwinkels, aluminium paletten. Ikzelf gebruik hiervoor Portugese gedroogde ogenboontjes. Je kunt ze heel veel keren gebruiken.

Bak de taartvorm dan 30 minuten in een voorverwarmde oven op 200 graden.

Laat de taartbodem afkoelen.
◾Voor de vulling gebruikte ik
◾400 gram besjes,
◾een eetlepel fijne suiker
◾6 blaadjes gelatine
◾eetlepel fijne suiker
◾1/2 liter water of half water half vruchtensap (ik gebruikte vandaag Caravan Cevitam Appel/bessen siroop gemengd met water. Extra suiker is dan niet nodig.
◾boragebloemen

Week de blaadjes gelatine vijf minuten in koud water. Verwarm het water/vruchtensap met de suiker. Haal de pan van het vuur en los de geweekte geatine op in de vloeistof. Roer goed tot alles opgelost is. Koel het mengsel zeker 1 1/2 uur.

Was de besjes en verwijder de steeltjes, roer er de suiker door. Schep wat van het gelatinemengsel over de besjes en zet ze in de koelkast. Herhaal dat tot de gelatine bijna opgestijfd is. Schep dan alles op de taartbodem en strijk nog wat van de gelatine over de vulling. Versier met een paar boragebloemen  en zet het taartje nog een half uurtje in de koelkast om verder op te stijven.

 

© ellen

Please follow and like us:

Taartje met amandelen en bloedsinaasappel

taartje met bloedsinaasappel en amandelen
Het is weer tijd voor bloedsinaasappelen, ik zag ze vorige week opeens op de markt liggen; meteen gekocht natuurlijk. Ik vind ze heerlijk, ze hebben een mooi ronde bitterzoete smaak. Als ze te koop zijn; meteen doen, het seizoen is maar heel kort. Je kunt er in de keuken van alles mee doen. Verwerk ze bijvoorbeeld  in een salade met venkel of bij de witlof.  Ik bedacht vandaag om de bloedsinaasappelen te gebruiken in  amandeltaartje. Het deeg bestaat uit eieren amandelen, suiker en sinaasappelrasp. Je bakt de taart eigenlijk ondersteboven en op de bodem leg je wat sinaasappelschijfjes. Bloedsinaasappels zijn dan extra decoratief.

  • Voor een springvorm van 18 centimeter:
  • 2 kleine, bloedsinaasappels
  • 4 grote eieren
  • 175 gram fijne suiker
  • 225 gram gemalen amandelen
  • 1 glas rum

Bekleed de bodem van de springvorm met bakpapier. Smeer de zijkanten in met boter en bestrooi met wat fijne suiker.

Boen de sinaasappels goed schoon en snijd één van de sinaasappels horizontaal in dunne schijfjes. Leg de schijfjes sinaasappel in een mooi patroon op de bodem van de springvorm. Rasp de schil van de andere sinaasappel en pers het sap eruit. Bewaar het sap.

Doe de eieren in een kom en klop tot je een schuimig mengsel hebt. Voeg de suiker toe en blijf kloppen tot de massa mooi stevig is en je een streep kunt trekken met een mes. Spatel er dan voorzichtig de sinaasappelrasp door en de gemalen amandelen.

Verwarm de oven voor op 160 graden en bak het taartje in ongeveer 45 tot 50 minuten gaar. Laat de taart 5 minuten rusten. Stort de taart, met de onderkant boven, op een bord, verwijder de ring en het bakpapier. Meng de rum met het sinaasappelsap en sprenkel dat over de taart.

© ellen.

Please follow and like us: