Geurige langoustineolie (Huile de Crustacés)…

Huile de crustacés (schaaldierenolie)...
Bij ons heten ze doorgaans langoustine, maar de eigenlijke naam is Noorse kreeft (Nephrops norvegicus). Ze worden wat hogerop in de Noordzee gevangen en de stand (en controle daarop) is van dien aard dat je je geen zorgen hoeft te maken voor overbevissing. Steeds vaker worden ze op een milieuvriendelijke manier gevangen, maar toch nog teveel ook worden ze bevist met onvriendelijker methoden. De kreeftjes worden diepgevroren aangeboden en in principe zijn ze het hele jaar leverbaar. Er zijn evenwel door het jaar heen tijden van schaarste.
Ik keek er alweer een hele tijd naar uit, maar sinds de Feestdagen had ik geen exemplaar meer gezien. En nu dan ineens werden ze bij drie vishandelaren aangeboden op de Helmondse zaterdagmarkt. Kennelijk was het de tijd (hoewel mijn visbijbel het hoogtepunt van aanvoer wat later in het jaar geeft…). Ik betaalde voor één kilo € 8,- .
De reden om uit te kijken naar de kreeftjes was de volgende… In het Sauzenboek van Michel Roux sr. kwam ik een Franse klassieker tegen: spijsolie, geparfumeerd met de smaak van langoustines of rivierkreeftjes: Huile de Crustacés. De ideale begeleider van een maaltje asperges. Het is wat gedoe en beslist ook wat werk, maar dan heb je ook iets… Michel Roux geeft hoog op over de saus. En ons aspergeseizoen is intussen alweer een aantal dagen geleden geopend. Vandaar… Ik zal het hele procedé stap voor stap beschrijven.

Schalen en schokken van Langoestines...

  • 1 kilo langoustines (rivierkreeftjes mag ook),
  • 1/2 bol knoflook, ongepeld,
  • 2 takjes tijm,
  • 2 laurierbladeren,
  • 1 klein bosje dragon,
  • 1 theelepel witte peperkorrels,
  • 1/2 theelepel korianderzaadjes,
  • olijfolie, zoveel als nodig is,
  • Weckpot van anderhalve liter (of andersoortig afsluitbaar glaswerk).

Kook de kreeftjes in ruim (gezouten) water, of liever nog een lichte groentebouillon. Zeven minuten koken maximaal, anders wordt het vlees wat te week en krijg je de staartjes niet mooi gepeld. Spoel de gekookte kreeftjes onder koud water om het garen te stoppen. Scheid de koppen, de scharen en de staarten. De staarten worden weggezet, die zullen een ander doel dienen (als kreeftensalade, als hapje bij de borrel, als voorgerecht bij een mooie maaltijd).

Verwarm intussen de oven op 120 graden. Hak met een zwaar keukenmes de koppen en scharen grof. Doe het haksel in een ovenblik of braadpan en zet dat in de oven. De schokken mogen nu 3 uren uitdrogen. Schep een paar keer om. Na drie uur in de oven zal al het vocht verdampt zijn.

Leg op de bodem van je glaswerk de halve bol knoflook. Stort er de peperkorrels en de korianderzaadjes bij, de laurier, de tijm en het bosje dragon. Vul de fles voorts met de gedroogde schokken. Vervolgens gaat er de olie bij, tot twee centimeter van de rand. Zet de pot nu in een hoge pan, gevuld met gezouten water. Plaats de fles op een treefje, zodat het glas de bodem van de pan niet raakt. Breng het water aan de kook en laat de olie 45 minuten steriliseren.

Opmerkingen:

  • Haal het glaswerk na de sterilisatietijd voorzichtig uit de pan, zet het op een theedoek en laat het afkoelen tot kamertemperatuur. Vervolgens kan de fles in de koelkast geplaatst worden, alwaar de inhoud 8 dagen mag rijpen. Na die 8 dagen is de olie gebruiksklaar.
  • Op een koele, donkere plaats (of in de koelkast) is de olie maanden houdbaar.
  • Voor gebruik dien je de olie te decanteren (dus te zeven en over te doen in kleinere flesjes die handzamer zijn in gebruik. Eenmaal gedecanteerd geeft Roux aan dat de olie een aantal weken houdbaar is. Maar naar mijn mening, mits koud en donker bewaard, gaat de olie veel langer mee.
  • Roux beveelt aan om je pan met aluminimumfolie te bekleden, zodat de glazen pot niet onmiddellijk stuk gaat wanneer hij bijvoorbeeld tegen de wand van de pan tikt. Ik heb dat in eerste instantie gedaan, maar aangezien de pan bijna tot de rand vol water zat gaf dat een knoeiboel met lekkend water. Ik haalde het folie weg. Door de glazen pot (op een treefje) los van de bodem te zetten was hij voldoende beschermd.
  • Ook geeft Roux aan dat er per liter kookwater 300 gram zout moet worden gebruik. Waarom dat zo is blijft mij een raadsel. Ik gebruikte al minder zout, maar door het overklotsend kokend water ontstonden er zoutpilaren op mijn fornuis, op en in de pan en op de glazen fles. Ik geloof dat ik dat zout volgende keer maar weglaat.
  • Het schoonmaken van de kreeftjes is een eenvoudige klus. Je breekt de kop los van het staartgedeelte. Vervolgens leg je de staart op de zijkant en drukt er ligt op. Je voelt en hoort het pantser knakken. Je pelt dan heel eenvoudig de schil van het staartvlees. Kijk even op Youtube, er staan filmpjes genoeg die het demonstreren.

© paul

 

Aspergesoep

aspergesoepFoodbloggen in de Randstad heeft veel voordelen; uitnodigingen voor festivals, presentaties van kookboeken, introducties van nieuwe producten en kookapparatuur, rollende keukens en Goodiebags, het kan allemaal niet op. Ik krijg veel uitnodigingen voor dat soort bijeenkomsten, leuk, maar ik heb ook een baan en de reis naar de randstad is me meestal te veel gedoe. Soms wel jammer en ik mis ook wel het contact met andere ‘eetschrijvers’. Maar het leven hier op het Brabantse platteland heeft ook vele voordelen. Gisteren was zo’n dag dat ik alle voordelen van het leven hier beleefde.

Een rondje in de omgeving leverde een prachtige culinaire oogst op. We bezochten eerst onze aspergeleverancier, de Familie van Dinter. We kochten asperges én ook nog anderhalve kilo ‘stukjes’. Die stukjes zijn beschadigde, te dunne of te dikke exemplaren die niet echt aan de strenge kwaliteitseisen voldoen. Met de smaak is niets mis, ze zien er gewoon niet zo mooi uit. Een kilo stukjes koop je voor € 2,-. Prima voor de soep of voor een mooie pastasaus.

Vervolgens reden we naar de Sumiran Boerderijwinkel in Heusden en kochten daar biologische eieren, ham, brood en een voorraadje vlees. Alles vers, biologisch en verantwoord geteeld. Maar daarover later meer. Tot slot van ons ritje omgeving deden we de palingkwekerij Rijpelaal aan en kochten daar een half pondje gerookte paling. Ook over die kweekpaling gaan we nog schrijven maar nu eerst soep van aspergestukjes! aspergestukjes voor de soep
Ik maakte een flinke pan soep. Het Kind kreeg een pannetje soep  en ook de Keizer van Monera kreeg een pannetje mee naar huis.

  • voor 3 liter soep *)
  • 1,5 kilo aspergestukjes of hele asperges in stukjes gesneden
  • 120 gram boter
  • 120 gram bloem
  • 2 liter bouillon getrokken van de schillen
  • zout, peper en een vleugje nootmuskaat
  • een flinke scheut room

Schil de aspergestukjes en snijd ze in kleine plakjes. Zet de schillen op met 2 liter water en wat zout. Laat de bouillon zachtjes 20 minuten trekken en zeef er dan de schillen uit. De schillen mogen weg, die hebben hun werk gedaan. Maak een roux van de boter en de bloem en giet er beetje bij beetje de bouillon bij. Voeg dan de kleingesneden aspergestukjes toe en laat alles zachtjes garen. Maak af met peper, eventueel zout, wat nootmuskaat en een flinke scheut room.

kopje espresso toe!

*) voor een kleinere hoeveelheid; delen door drie gaat ook prima.

© ellen.

 

Kruidige boter voor de mosseltjes…

Mosselen met kruidenbotersaus...
Mosseltjes betrek ik normaal gesproken van Supermarkt Albert, bij ons om de hoek. Ze bieden doorgaans de waar van schelpenkoning Prins & Dingemans aan, en ook hun huismerk stelt nooit teleur.

Wie schetste mijn verbazing toen de aanvoer vanaf januari stokte. Bij navraag wist men mij te vertellen dat het even niet het seizoen was. Dat was natuurlijk baarlijke nonsens. Want ook al zijn er so-wie-so nog nauwelijks lege seizoenen in het mosselbedrijf, juist de wintermaanden garanderen een uitgebreide aanvoer. Enfin, hoe ik ook zeurde, er kwamen geen mosselen en er was niemand die me kon vertellen waarom niet. Die toestand heeft een week of vier geduurd. Ik haalde mijn mosseltjes dan maar op de Helmondse zaterdagmarkt. Daar lagen ze wel, en in overvloed.

Maar gelukkig is de aanvoer in de plaatselijke Super intussen ook weer opgang gekomen, en dat is wel zo handig. Toen ik ze vorige week zag liggen schafte ik me dan ook meteen twee kilo aan. Ik wilde ze eten met kruidige boter, een recept dat via Markus Huibers van de Volkskeuken tot ons kwam.

Mosselen met kruidenbotersaus...

Het hele gedoe met boter klaren, de kruidensaus maken en de mosseltjes koken heb ik al beschreven. Je kunt naar het artikeltje doorklikken via de hieronder staande link. Ik vermeld in dit verhaal alleen de verschillen met die eerdere bereiding.

Allereerst veranderde ik wat aan de samenstelling van de kruiderij. In de plaats van salie gebruikte ik dragon, en het was dus logisch dat de saus anders ging smaken en geuren. De dragon bleek een geslaagde toevoeging.

Voorts hakte ik de kruiderij grof. Achteraf blijkt dat heel fijn hakken (zoals vorige keer) beter en smakelijker is.

De mosselen kookte ik met de toevoeging van een portglas Noilly Prat (Zuid-Franse vermouth). En dat verhoogde de feestvreugde aanmerkelijk. De mosseltjes kregen wat van de smaak mee en het kooknat bleek een heerlijk zuiders soepje te zijn geworden.

Ook nu weer bleef er een flinke hoeveelheid van de gekruide boter over. Geen nood: de boter is breed inzetbaar. Ik bakte er al een ei in, en ook verse kreeftenstaartjes. Prima geschikt is de boter voor de bereiding van wijngaardslakken (gaat dit weekend gebeuren…).

Voorts blijft staan dat mosselen, gedoopt in wat van deze botersaus, tot de lekkerste schelpdierengerechten behoren die je kunt bedenken…

Lees ook: Mosselen met kruidige boter

© paul

 

prei met gerookte zalm en kruidenkaassaus

prei met gerookte zalm en saus van kruidenkaas

Prei, een heel gewone groenten. Wij gebruiken het bijna dagelijks, in de soep, nasi, bami, stoofpotten noem maar op, maar gewoon puur prei als groenten raakt bij ons een beetje in de vergetelheid. Jammer, prei is smakelijk, gezond en goedkoop. Jeroen Meus bracht me op een idee; gestoofde prei met gerookte zalm en een saus van kruidenkaas.

De prei wordt gebraiseerd zoals dat met een deftig woord heet. Eerst even stoven in wat boter, dan water toevoegen en dan zachtjes verder garen. Zo krijg je heerlijke romige prei. De prei moet zeker goed gaar zijn, ‘al dente’ is geen optie voor deze groenten. Op piepende harde prei zit niemand te wachten.

Gebruik voor dit gerecht alleen het witte gedeelte van de prei, de rest kan in de soep.

  • voor vier personen:
  • 8 stukken prei van 6 tot 8 centimeter
  • een flinke klont boter om te stoven
  • wat water
  • 8 plakjes gerookte zalm
  • voor de saus
  • 200 gram kruidenkaas ( Boursin of iets dergelijks)
  • 50 gram boter
  • 50 gram bloem
  • 1/2 liter melk
  • peper en zout

De prei; smelt de boter in een pan en smoor daarin de stukken prei zachtjes aan. Doe er een scheutje water bij zodat de prei net onder staat en zet een deksel op de pan. Laat de prei zo op een laag vuur garen. Maak intussen de saus. Smelt de boter en voeg de bloem toe. Roer tot een gladde roux. Giet de melk er bij en laat de saus al roerend indikken en garen. Smelt de kruidenkaas in de saus en kruid af met wat peper en zout. Meng het vocht van de prei door de saus.

Rol de plakjes zalm om de prei en giet de saus er over. Serveer met gekookte aardappeltjes.

Kopje espresso toe!

© ellen.

 

Rollade met Barolo-tomatensaus

IMG_1478We beleefden een prachtige lenteweek, zon, mooie temperaturen, het kon niet op. Zelf genoot ik daar even minder van, een pijnlijke voet veroordeelde me tot een weekje bank-hangen, maar goed, de zon scheen door de ruiten en iedereen werd er blij van! Natuurlijk leven wij in een land waar de wispelturigheid van weer en andere zaken gemeengoed is. Ach, het went, vandaag weer regen- en somber druilweer. Iets zonnigs op tafel was wel gewenst na een week vol gedoe. Voor het eerst sinds dagen daalde ik onze keldertrap af en vond in het achterste rek (gereserveerd voor speciale gelegenheden) een mooie fles wijn. Zo’n wijn die alle trubbels en regenbuien verdrijft; Een Barolo uit Alba, 2011. Barolo Alba

Nu nog iets passends zoeken om er bij te eten… Paul ging naar de slager met de opdracht iets te zoeken bij die mooie fles Barolo, en kwam terug met…Runderschnitsels… Wat moet ik daar nou mee? “Prima vlees, Iers Angus rund”. Maar een runderschnitsel is bij voorbaat gedoemd om als een taaie lap op je bord te eindigen. “Kort bakken zei de slager”! Tja, wat te doen met zo’n lapje… Ik bekeek de schnitsels nog eens goed en ze bleken eigenlijk prima geschikt om er een omhulsel voor een Italiaanse rollade van te maken, vullen met gekruid gehakt en stoven in een rijke tomatensaus met de Barolowijn, dat ging ons avondmaal worden!

Klop met een vleeshamer de twee  schnitsels (of een mooi lap rosbief) tussen folie uit tot een platte lap van ongeveer A4 formaat. Je kunt ook vragen of de slager dat voor je wil doen.

  • voor vier personen:
  • twee Runderschnitsels, samen ongeveer 400 gram, uitgeklopt tot A4 formaat
  • 250 gram gehakt, half om half
  • 40 gram Pecorino
  • 80 gram oude kaas
  • wat brood in melk geweekt en daarna uitgeknepen
  • 1 ei
  • zout en peper, nootmuskaat
  • wat rozemarijn en een paar blaadjes salie, fijngehakt
  • voor de saus:
  • 1 flinke ui, fijngehakt
  • 1 teentje knoflook, geplet en fijngehakt
  • 1/2 liter blik tomatenpulp
  • 2 eetlepels kleine olijfjes met pit. Ik gebruikte kleine Spaanse Arbequina olijven met pit
  • een flink glas Barolo

Meng de beide kaassoorten, het brood de kruiden en het ei door het gehakt. Vorm er een rol van en leg die op de lap rosbief. Vouw de rosbief om de vulling en bind de rollade met keukengaren op.

Verwarm de olijfolie en bak daarin de rollade aan alle kanten mooi bruin. Haal het vlees uit de pan en bak vervolgens in dezelfde pan de ui en knoflook even aan.  Doe er de tomatenpulp bij en het glas Barolo. Breng alles weer op temperatuur en leg de rollade terug in de pan.  Stoof het vlees in 50 minuten heel zachtjes gaar. Haal de rollade uit de pan en verwijder het keukengaren. Snijd de rollade in dikke plakken. Proef de saus en voeg eventueel wat peper en zout toe. Serveer de plakken rollade met de saus en wat saus-slorpende  pasta.

Kopje espresso toe, met een paaseitje!

© ellen.

Asperges, primeur 2017…

IMG_1541
Het gonsde al enige dagen op de food-logs; her en der was er een verse asperge gesignaleerd! Carla bijvoorbeeld had er eentje voorbij zien komen tijdens een fijne maaltijd, vermomd als uitgelezen voorgerecht.

Enfin,.. zoals elk jaar hebben wij hier op het Ministerie de foodbloggersprimeur, wij wonen per slot aan de bron. En als onze vaste leverancier, de Familie van Dinter, aankondigt dat het seizoen geopend is, dan is dat zo. En de opening was vandaag!

Ik werd dan ook vanochtend door mijn geliefde voortijds uit bed gerammeld. Tijd voor een kop koffie was er nog net, de krant diende ik maar te lezen in mijn eigen tijd. Ik werd de deur uitgebonjourd met de overduidelijke boodschap niet terug te keren zonder een maaltje van het Witte Goud.

Ik was niet de eerste klant bij Van Dinter. Terwijl ik mijn auto een beetje ordentelijk parkeerde snorde mijn collega Ria me voorbij op haar kekke electro-bike; zij was eerst… Ze sloeg twee keer anderhalve kilo aspergestukken in. Dat wordt twee fikse pannen soep, verantwoordde ze haar inkoop. Enfin, na het uitwisselen van nog wat wetenswaardigheden (milde roddel) was ik aan de beurt. Ik schafte mijn eerste maaltje van Jaargang 2017 aan.

Ellen plaatse dan onmiddellijk een plaatje van de aanschaf op haar Facebookpagina en de reacties bleven niet uit. Neef Max stelde voor om een maaltje naar Warmenhuizen te brengen en Vriend Bert uit Drenthe reserveerde alvast een plaatsje aan onze dis. Mars uit Luxemburg toonde zich bereid om aldaar te onderhandelen met de lokale caféuitbater ten einde mijn favoriete bier weer op de kaart te krijgen, mits hem een maaltje Gemerts Goud ten deel zou vallen. En Cees uit Portugal wacht met spanning af wanneer er geleverd wordt. Mariëtte, die doorgaans poëten als Vasalis en Lucebert citeert ( Alles van Waarde is Kwetsbaar…) dichtte nu vrijelijk: Met Van Dinter verdrijf je de Winter! Nou ja…

En al het volk dat ons al enige jaren volgt op deze site weet (of dient te weten) dat die asperges uit ons dorp de beste zijn van het land. Een stuk of acht aspergeboeren uit onze contreien bieden hun waar aan onder de verzamelnaam Vrije Heerlijckheid. Of dat nog steeds zo is weet ik niet, bij Van Dinter noemen ze hun asperges dit jaar Smaakasperges. Ondanks het feit dat zo’n benaming helemaal niks wezenlijks zegt over de kwaliteit blijven hullie asperges de beste van Nederland.

Zoals op het Ministerie te doen gebruikelijk is worden de eerste asperges van het jaar traditioneel gegeten, dat wil zeggen: met ham, met ei, met goei boter. Een snuifje vers geraspte nootmuskaat en een flintertje gehakte platte peterselie mag als sobere toevoeging, maar daar houdt het op…

Ik heb Ellen al geruime tijd geleden beloofd om niet voortdurend in superlatieven te schijven over onze maaltijden. Je zult van mij dan ook niet horen dat dit de lekkerste asperges ooit waren. Maar ik keek eens schielijk naar het bord aan de overkant van de keukentafel en ik zag er ruim een pond van die groenten wegschuiven. Nou ja, trek zelf je conclusie…

Kopje espresso en een paaseitje toe.

© paul

 

Troosteten…

Gefrituurde wonton...
Je laat je in een artikeltje ontvallen dat enige ongesteldheid jou deel is (snotverkoudheid, bibbergriep, kriebelhoestexplosies, kleffe zweterigheid) en de beterschapswensen stromen binnen. Niet op deze website, maar op Ellen d’r Facebookpagina. (Hoezo? Zij was toch niet ziek!!). Enfin, ik ben er uiteindelijk wel verguld mee; zoveel aandacht, zoveel medeleven, zoveel menselijkheid…

Tussen de schappen van de buurtsuper sprak een trouwe lezer(es) me aan. Of het wel goed ging, of ik niet in bed hoorde te liggen en of ik mijn jas goed dicht wilde knopen, er stond een guur windje. Ach, ik werd er verlegen van…

Maar lezer, het mag allemaal geen grote naam hebben. Ik lijd aan de naweeën van een lichte griep en een forse verkoudheid. En als ik weer eens in oorverdovend gebulder losbarst, snakkend naar adem, mezelf en de wereld in de meest grove bewoordingen vervloekend, dan zet mijn omgeving me snel weer op mijn plaats. Of ik lijd aan het syndroom van Gilles de la Tourette vragen Het Kind en Ellen me met gepast cynisme. En ik bind in…

In tijden van ongesteldheid zorg ik evenwel prima voor mezelf. Niet ben ik het type gast dat wagonladingen roze koeken gaat zitten wegkanen, of pondspakken Engelse drop, of dikke tabletten gevulde chocolade. Liever prepareer ik voor mezelf een portie troosteten; eenvoudige pasta met een teentje knoflook, wat verse peper en een schaafje truffel. Een geroosterd sneetje witbrood met een schijfje ganzenleverpaté en een lik pruimenmousse. Of een vers soepje, liefst gevuld…

De kopfoto toont een van mijn troostmomenten. Gefrituurde Wan-tan (gevulde deegkussentjes) met een gefermenteerde vissaus en een zoet-zure pepersaus. En hoewel ik deegkussentjes liever gestoomd eet, smaken de gefrituurde exemplaren me ook prima. Bijkomend geluk is de overdaad aan pepersaus. Die opent alle holtes in mijn kop, het grote snotteren kan beginnen. En dat lucht op…

© paul

Het laatste woord…

carnaval 2017 optocht

Een gevaarlijke mix van vilein en charmant… Enfin, de foto spreekt voor zich. En de Carnavalsvertellingen dienen een einde te nemen.

Ons gezelschap heeft het overleefd en iedereen verheugt zich op de volgende editie van het Feest der Feesten. Dat moet toch voldoende zeggen. Voor enkelen van ons dienden er tussentijds nog wat serieuze zaken afgehandeld te worden(o.a. plakte Willy voor zijn broodheer nog snel een muurtje nieuwbouw, volgde Julia een college over enge dierenziekten en werd Flora na het weekend alweer verwacht op de Campus van Wageningen.)

Die maandagavond viel het Heintje Davidscollectief met de deur in huis en gaf een afscheidsconcert ten beste op het Ministerie (ze geven al tien jaar afscheidsconcerten en deden daarmee hun naam eer aan). Dinsdag rond de klok van twaalf werd er gebrunched in het Café Met / Zonder Ruis (gebakken eieren, bloedworst met appeltjes, balkenbrij, aardappelkroketjes met gehakt, balletjes in tomatensaus, salades, broden en worsten). Later die dag concerteerde de Zwarte Kabouter Bende met het ZAB-orkest op het podium van etablissement De Keijzer. En tussen al die bedrijvigheid door maakte men her en der opwachting. Enfin…

En het feit dat een gemene griep mij ergens in de dinsdagavond velde en ik vervolgens bij het Woensdagfeest van Marleen en de Jongste Bediende verstek moest laten gaan om de dag trippend in mijn bed door te brengen mag dan een domper voor mij wezen, voor de andere honderd gasten mocht het de pret niet drukken.

De Voedselvoorziening:

  • Een goede 36 liter soep werd er omgezet, er bleef geen druppel over. Bonensoep, vegetarische linzensoep, ossenstaartsoep en natuurlijk de kerriesoep van Anita.
  • 4 kilo Zoer Vleisj maakten Neel en Evert, en erbij ging 5 kilo aardappelpuree en 2 kilo uien.
  • 80 haringen slobberde men weg op het Woensdagfeest en daarbij nog van Marja een Molukse hoeveelheid gehaktballetjes in pindasaus (en dat is heel veel!).
  • 90 broodjes voor de Maandagavondband, rijk belegd met ham kaas en worst.
  • De ruim 3 kilo drop van Diny naschte men weg alsof het niks was.
  • Een bananencake met chocolade en kokos, een ovenbladgrote vruchtenvlaai met kruimel en een batterij cakejes van Maartje. (Een flink deel van de cakejes werd ontvreemd door armlastige studenten en schielijk afgevoerd naar d’r lui vrijgezellenkamertjes boven de Grote Rivieren, enfin…)
  • Bij de hoeveelheden brood en beleg ben ik definitief de tel kwijtgeraakt.
  • Ruim 1 kilo roomboter verdween als sneeuw voor de zon (de broodeter wil ook wat…). Het kuipje margarine dat ik voor de (infame) liefhebber aanschafte staat nu, ruim tien dagen later ongeopend in mijn keukenkastje. Wie het hebben wil komt het maar halen…
  • En ook 1 kilo zure zult van Hijn was geen lang leven beschoren.
  • Voor 49 gekookte eieren (en een enkel gebakken exemplaar) draaide men z’n hand niet om.
  • Ik vergeet nog enkele zaken, ik ben ervan overtuigd, maar het wil me nu niet te binnen schieten.
  • Dranken in overvloed: een badkuip Bavariapils, rode wijn uit Italië, witte uit Frankrijk. Bieren uit België en borrels uit Schiedam. Fijne spiritualiën uit Schotland, Spanje en Venezuela. Minder fijne spiritualiën uit Friesland en Rusland, en zo nu en dan een glaasje ranja. Een enkele Spa schonken we ook. En containers koffie en sloten thee…

Nou ja, dat was het wel zo’n beetje. Het merendeel van de foto’s is intussen op onze foto-site geplaatst. Je vind ze hier : Flickr, Ellen Bouckaert

Hoogste tijd om weer eens over gewoon eten te schrijven, vindt je ook niet?

© paul

Soep, soep en nog eens soep…

Soep voor Rosenmontag...
Meestal lukt het mij niet om een exact receptverslag te geven van wat wij zoal nuttigen hier met de carnavalsdagen. Dit keer schreef ik bijna alles op, vandaar een bijna zorgvuldig verslag van wat men zoal eet in het diepe zuiden tijdens de feestdagen…

Voor mij is het ieder jaar weer vooral een logistiek probleem; hoe kunnen veel mensen, in ons relatief kleine huis, tegelijk aan tafel of in ieder geval enigszins comfortabel eten. Voor onze vaste groep, zo’n 22 personen en wat aanhang is dat nog wel te doen, maar de overigens zeer welkome aankondiging dat de Heintje Davidsband ook dit jaar weer graag bij ons op Visite zou willen komen, maakte toch dat we even goed moesten denken wat en hóe we al dat volk te eten en te drinken konden geven… 22 kabouters, wat vrienden en een 20 koppige band… En dan ook nog een beetje op de tijd letten terwijl Carnaval toch eigenlijk een feest zonder vaste tijden of wat dan ook is…Lang leven de lol, maar de soep moet wel op tijd klaar zijn… Toch?

Mijn oproep aan de Foodbloggers om adviezen leverde niet echt veel constructieve ideeën op; leuk een dikke soep met hele worsten die de gasten dan met een lepel doorbreken… Hoe moet een beetje aangeschoten gezelschap in een kleine ruimte worsten doorbreken met een lepel… ik zag het al voor me… Leuke tapashapjes is prima, maar niet voor 50 personen (ik had ook een feestje!) Verschillende stamppotjes, leuk, maar voor 50 mensen verschillende stamppotjes… mijn oven is wel groot, maar niet zó!

Ik besloot dus soep te maken, mooie gevulde soep met veel verse groenten en broodjes er bij. Maandagmorgen vroeg kwamen Evert en Neel om nog even mee te denken hoe we alles het meest praktisch konden organiseren. Broodjes smeren, een buffettafel maken, wat salade erbij. Dat zou moeten lukken. Ik ging dus rap naar onze grootgrutter om 90 broodjes te kopen… stom, had ik moeten bestellen! Ze hadden 50 broodjes klaar, 40 moest ik zelf afbakken. Nou ja, dat was ook eigenlijk zo gebeurd!

Intussen maakte ik soep met genoeg vitaminen om weer een Carnavalsdag door te komen;

voor 10 liter soep:

een krachtige bouillon van

  • 1 flink lamsbot (bovenkant van de bout met nog wat vlees er aan. (met water, een ui, wat selder, wortel, peterselie, laurier, tijm, peper en zout opzetten) Trek rustig een mooie bouillon, zeef de bouillon, haal het bruikbare vlees van het bot en geef de rest aan de hond.
  • klaar de bouillon en voeg het vlees toe
  • 300 gram kalfsvlees, in kleine stukjes
  • 1 Morteau worst of andere mooie gerookte worst, in kleine stukjes gesneden
  • vervolgens de groenten:
  • 6 grote blikken canelliboontjes  de boontjes in een zeef doen en even afspoelen onder stromend water
  • een knolselderij in kleine blokjes gesneden
  • 2 preien, in kleine stukjes
  • 2 wortels, in blokjes
  • 2 uien, fijn gesneden
  • een flinke handvol diepvrieserwtjes
  • 2 blikken tomatenpulp
  • een lepel harissa
  • flink wat oregano
  •  peper en zout ( and the wonderful, wonderful soupstone natuurlijk)
  • nog een flinke lading fijngesneden peterselie en selderie en wat gedroogde oregano.

De pan verder afvullen met water. alles rustig laten garen. Proeven, eventueel zout of peper toevoegen. Soep!

Erbij dus 90 broodjes, met veel liefde gesmeerd en belegd met jonge en  oude kaas, ham en worst. Een paar schalen salade met tomaat, komkommer en uien.

Geen espresso toe!

© ellen.