Grog…

 medicijn

Heerst er griep in den lande, ik ben de klos. Het zij in het vroege stadium van de nationale aanval, hetzij in het late. Tussendoor kan ook. Ondanks griepspuit en andere zorgvuldig gekozen voorzorgen krijg ik mijn deel mee. Elk jaar weer…

En natuurlijk komt het nooit uit. En natuurlijk heb ik juist nu van alles te doen. En natuurlijk moet er juist nu weer van alles beschreven worden. Enfin…, het grootste leed is inmiddels geleden. Vanaf morgen ga ik er weer serieus tegenaan. Vandaag beperk ik me, het zoemt nog teveel in mijn kop.

Ellen bakt nu de kalfskarbonaadjes aan, erbij een stoofpotje van linzen, spek, pepers en tomaat. Ik begin weer zin in eten te krijgen. De afgelopen dagen was dat wel anders.

Ik hoefde niks, ik verlangde niks. Met rust gelaten worden, dat wilde ik. Evengoed was ik dankbaar voor de ongevraagde zorgen. Het Kind liep mijn rondje met Hond Max. Ellen schermde me af tegen de kwade invloeden van de buitenwereld. En aan het eind van weer een vruchteloze, half verslapen dag werd ik de nacht in gedreven met haar eeuwenoud medicijn, een zelf gebrouwen drankje: de grog

Pers een citroen uit en doe het sap in een glas. Schud daar een dubbele borrel (of iets meer) bruine rum bij. Vul het glas af met gloeiend water en breng op smaak met goede honing. Ga in bed liggen en slurp de drank in grote slokken naar binnen. De drank moet heet geconsumeerd worden.

Voel al na korte tijd de weldadige werking van warmte, alcohol en smaak. Je wordt rozig en binnen “no time” zak je weg. Je verhitte lijf krijgt nog eens een extra opdonder en al snel lig je te baden in het zweet. Je zorgt dat het dekbed je blijft omsluiten zodat de warmte bewaard blijft. Je droomt weg en slaapt de rest van de nacht als een roos.

Morgen weer een dag…

© paul

Cassoulet

cassoulet
Cassoulet; een beroemd gerecht uit het zuiden van Frankrijk. Een stoofschotel met witte bonen en veel vlees die langzaam in de oven gegaard wordt zodat er een mooie korst bovenop komt. Onno Kleyn schrijft: “Het is een embleem, een icoon, een ijkpunt in moeilijke tijden”. Ik las ook ergens over een schoenmaker die zijn zaak nooit sloot, behalve als er cassoulet gegeten werd. Dan hing hij een bordje op: “Gesloten wegens Cassoulet”.

Cassoulet,al jaren wilde ik dit gerecht een keertje maken maar zoals dat gaat met die dingen; het kwam er gewoon maar niet van. Totdat ik vorige week in de Volkskeuken de bijdrage van Onno Kleyn las: een recept voor cassoulet! Nu was het bovendien ook nog ijskoud vriesweer en we hadden wel zin om met een klein gezelschap de koude te verdrijven, kortom ideale omstandigheden voor De Cassoulet. Ik zocht naast het recept van Onno Kleyn nog wat meer informatie over cassoulet en toen begon het gedoe pas goed; in welke schaal, welke bonen, wel of geen lamsvlees gebruiken, tomatenpuree erbij, wel of geen paneermeel… Hoe meer informatie ik vond, hoe duidelijker dat het me werd; cassoulet verschilt per streek, sterker nog, verschilt per dorp en iedereen vindt dat hij/zij de enige echte cassoulet maakt. Nou ja, duidelijk moge zijn dat de cassoulet een eenpansgerecht is uit de zuidwestelijk Langedoc. Er zijn drie versies; die van Toulouse, Castelnaudary en Carcassonne. Het gerecht heeft zijn naam te danken aan de aardewerken pot waarin het wordt gestoofd; de Cassolle en die Cassolle worden gemaakt in Uxel een dorpje in de buurt van Castelnaudary.

Probleem nummer één diende zich aan; de aardewerken pot, wij hebben kasten vol aardewerken potten maar net die, met die wijde opening… We vonden mooie potten op internet en reden naar Limburg om er een te kopen. Leuk uitstapje, leuke bedrijfje. We kochten er ook nog een zuurkoolpot, maar daarover later meer. Thuisgekomen begon ik toch te twijfelen. De opening was niet wijd genoeg en het leek ook dat niet alle bonen en het vlees erin konden. Na lang zoeken en discussiëren besloot ik toch maar één van onze eigen oude schalen te gebruiken en dat bleek een prima keuze. Belangrijk is dat het een wijde schaal is, zo ontstaat er een groot oppervlak voor de korst en die korts is belangrijk voor de echte cassoulet.

Het vlees was allemaal wel te koop, misschien vooraf wel even bestellen bij een goede slager. Knoflookworstje kon ik niet vinden maar goede braadworst was een alternatief. Gekonfijte eendenpootjes had ik nog. De bonen, die heel essentieel zijn, kon ik hier nergens vinden. In mijn boeken stond dat ik witte Lingot-bonen moest gebruiken, Onno Kleyn liet weten dat ze ter plaatse bonen uit de Tarbe gebruiken; haricots tarbais. hij raadde mij aan om Noord-Hollandse Krombekken te nemen en dat heb ik dus gedaan. Prima advies.

cassoulet

  • 1000 gram witte bonen (Krombekken dus) een nacht van tevoren weken.
  • een flink stuk varkenszwoerd
  • 1 varkenspoot
  • 2 laurierblaadjes
  • wat tijm
  • 1 ui met 8 kruidnagels bestoken
  • wat eendenvet ( van de pootjes)
  • 3 uien fijngesneden
  • 8 tenen knoflook fijngehakt
  • 800 gram varkensschouder in blokken gesneden
  • 400 gram verse worst in 8 stukken verdeeld
  • 4 gekonfijte eendenbouten

Zet de varkenspoot en de zwoerd op met ongeveer 3 liter water. Doe de ui met de kruidnagels, de tijm en laurier erbij en trek er op een zacht vuur en mooie bouillon van. Breng de bouillon op smaak met peper en zout. Zet de bonen op met ruim koud water, breng ze aan de kook en schuim af. Kook ze in ongeveer 30 minuten gaar. Braad de worst en de stukken schouder even aan. Fruit de uien en de knoflook ook even aan. Leg onder in de schaal wat van de fijngehakte zwoerd en daarop een laagje bonen. Kruid met flink wat zwarte peper en wat zout. Verdeel het vlees over de bonenlaag en bedekt dat met de rest van de bonen. Giet er zoveel bouillon op dat alles mooi onderstaat. Laat de schotel 2 uur garen op 170 graden. Vul eventueel aan met bouillon als het te droog dreigt te worden. Als de korst bruin is steek je er met een spatel door. Dat moet volgens Onno Kleyn zeven keer gebeuren, ergens anders las ik dat het acht keer moet… Nou ja, het wordt altijd íets anders…

Deze versie van de Cassoulet is genoeg voor 8 personen die van te voren een lange winterwandeling gemaakt hebben. Beetje groene salade en wat brood erbij is meer dan genoeg.

© ellen.

 

Taartje met amandelen en bloedsinaasappel

taartje met bloedsinaasappel en amandelen
Het is weer tijd voor bloedsinaasappelen, ik zag ze vorige week opeens op de markt liggen; meteen gekocht natuurlijk. Ik vind ze heerlijk, ze hebben een mooi ronde bitterzoete smaak. Als ze te koop zijn; meteen doen, het seizoen is maar heel kort. Je kunt er in de keuken van alles mee doen. Verwerk ze bijvoorbeeld  in een salade met venkel of bij de witlof.  Ik bedacht vandaag om de bloedsinaasappelen te gebruiken in  amandeltaartje. Het deeg bestaat uit eieren amandelen, suiker en sinaasappelrasp. Je bakt de taart eigenlijk ondersteboven en op de bodem leg je wat sinaasappelschijfjes. Bloedsinaasappels zijn dan extra decoratief.

  • Voor een springvorm van 18 centimeter:
  • 2 kleine, bloedsinaasappels
  • 4 grote eieren
  • 175 gram fijne suiker
  • 225 gram gemalen amandelen
  • 1 glas rum

Bekleed de bodem van de springvorm met bakpapier. Smeer de zijkanten in met boter en bestrooi met wat fijne suiker.

Boen de sinaasappels goed schoon en snijd één van de sinaasappels horizontaal in dunne schijfjes. Leg de schijfjes sinaasappel in een mooi patroon op de bodem van de springvorm. Rasp de schil van de andere sinaasappel en pers het sap eruit. Bewaar het sap.

Doe de eieren in een kom en klop tot je een schuimig mengsel hebt. Voeg de suiker toe en blijf kloppen tot de massa mooi stevig is en je een streep kunt trekken met een mes. Spatel er dan voorzichtig de sinaasappelrasp door en de gemalen amandelen.

Verwarm de oven voor op 160 graden en bak het taartje in ongeveer 45 tot 50 minuten gaar. Laat de taart 5 minuten rusten. Stort de taart, met de onderkant boven, op een bord, verwijder de ring en het bakpapier. Meng de rum met het sinaasappelsap en sprenkel dat over de taart.

© ellen.

Spaghetti met lamsballetjes in tomatensaus…

lamsgehakballetjes

Ik ging een eenvoudige Mediterrane tomatensaus maken en ik bedacht dat ik eindelijk maar eens uit moest zoeken hoe het nu zit in Italië. Soms heet het Sugo, soms Salsa, dan weer Passata. Ik kwam er niet écht uit.

Passata is het resultaat van tomaten koken en daarna door een zeef werken. Dat zou alles moeten zijn, maar de tomatenpulp wordt doorgaans nog gesterilliseert, met toevoeging van smaakmakers, dus is het toch weer meer. Salsa is een benaming die voor allerhande sauzen wordt gebruikt. Tomatensalsa’s worden gemaakt op basis van passata’s, met toevoeging van van alles en nog wat. De beste zijn echter de eenvoudigste (eh…, dan zijn het toch gewoon passata’s?). De benaming Sugo wordt gebruikt voor vleessaus, lijkend op fond. Maar Sugo di pommodoro is een eenvoudige tomatensaus. (Een soort passata?)

De culinaire paus van Italië, Artusi, laat weten dat je sugo niet moet verwarren met salsa. Sugo is een eenvoudige tomatensaus waar hooguit wat knoflook aan wordt toegevoegd. En misschien ook een beetje ui en een vingerlengte selderij. Wat basilicum kan, maar meer moet het niet zijn. Salsa’s, schijft hij verderop in zijn standaardwerk, zijn bewerkelijke sausen, maar de beste Salsa pommodoro is eenvoudig. Gewoon met niks anders dan tomaat, misschien met een kleine toevoeging van…

Nou ben ik sinds mensenheugnis bewonderaar van Artusi. Ik neem hem heel serieus. Zo ook de Italiaanse oma’s op Youtube. En de schrijvers van de grote Italiaanse kookboeken,  Maar snap je lezer, dat ik een beetje simpel wordt van die spraak- en begripvervuiling?

Ik maakte dan maar de simpelste saus die ik kon bedenken. Ik noem hem Salsugo. Het recept als hier beschreven voldeed vanavond voor drie personen:

  • spaghetti naar behoefte,
  • 1 sjalot,
  • 2 tenen knoflook,
  • 1 blik tomatenblokjes,
  • olijfolie,
  • peper en zout,
  • paar takjes peterselie,
  • 500 gram gekruid lamsgehakt.

Fruit in een braadpan (op matig vuur) de gesnipperde sjalot en de fijn gehakte tenen knoflook in de olijfolie. Wanneer die na een paar minuten glazig zijn geworden stort je er de tomatenpulp bij. Verdun de saus met een scheutje witte wijn en een scheutje water tot je een consistentie hebt zoals van dikke gebonden soep. Breng op smaak met peper en zout en laat de saus rustig pruttelen. Proef of het gehakt voldoende op smaak is en kruid eventueel bij. Draai er ballen van en leg die in de saus. Laat het vlees rustig garen. Breng een pan water aan de kook en gaar de spaghetti naar voorschrift. Giet af en dien op. Stort de balletjes en saus op een voorverwarmde schaal en bestrooi met gehakte peterselie. Serveer.

Enkele opmerkingen:

  • Ik gebruikte gekruid lamsgehakt van onze Turkse slager. Dat heeft niks met Italië te maken. Maar het is goed gekruid, met verse koriander, met knof, met scherpe peperpasta, met zout. Je hoeft er niks aan te doen, de smaak klopt. Vaak is gekruid gehakt milder. Het is aan jou om de smaak kloppend te maken. Ook leent het gehakt zich ertoe om meteen ballen van te maken. Sommig gehakt is zo rul dat je het moet binden met brood en ei.
  • De tomatensaus is van een simpelheid die grenst aan infantiliteit, de smaak is overweldigend, altijd weer…
  • Indien je een voor- en nagerecht maakt kun je beslist meer dan drie monden voeden met dit recept.

Ik zit dit stukje te schrijven in de studeerkamer van Marleen. In de belendende ruimte, hullie woonkeuken, zit het kompleet gezelschap te werken aan de Carnavalspèkskes. (Neel roept: ik kom één muts tekort).

© paul

Het Zuurkoolvat…

zuurkoolpot

Stenen keukengerei, we verzamelen het al sinds mensenheugnis. Het mag steengoed zijn, of het is aardewerk, soms sluipt er zelfs wat bicuit binnen (dat is bij zo’n lage temperatuur gebakken dat het al uit elkaar valt wanneer je ernaar kijkt). Het mag allemaal de pret niet drukken, als het maar keramiek is. Je hebt in de loop van de tijd al heel wat van onze verzameling voorbij zien komen op deze site, want alles wordt gebruikt.

We betrekken onze spulletjes via uitdragerijen en vlooienmarkten. Het kost doorgaans geen knoop. Een snelle inventarisatie van de stenen potten, pannen, schalen en borden leert dat we in de loop der tijd slechts één, misschien twee stukken nieuw kochten. Het is leuk om te zoeken, leuk om te vinden. En het is geweldig gereedschap in de keuken en aan tafel.

Nu hadden we echter een grote doube-achtige pot nodig. Minstens vijf liter moest de inhoud zijn, en dan ook nog eens hoog genoeg. We besloten dan maar tot aanschaf van een nieuwe pot, de kans om in de nabije toekomst zo’n ding tweedehands te vinden was nihil.

Enig zoeken op internet deed ons belanden bij een site luisterend naar de naam Keukenkeramiek. Het is een internetbedrijf en het is gevestigd in Beegden, Midden-Limburg. En zij hadden dus die ene pot… Verder was er de mogelijkheid om op afspraak langs te komen. Vanmiddag hobbelde het Ministerie dus naar het Zuiden.

Een piepklein hokje was tot aan de nok volgestouwd met keramiek. De bulk van het bedrijf was in een ander deel van het huis opgeslagen. We zagen de doube, bevoelden hem, keurden hem en het was goed. Bleek er nog een forse korting in het verschiet omwille van het zelf ophalen van het ding. Ik keek nog wat rond en koos wat beukenhouten gereedschap, ik had het thuis al op de site uitgezocht. En toen stond die zuurkool pot daar. Aanbieding met alles erop en eraan. Pot, schaaf, stamper, knijper, gewichten. Een complete uitset voor een beginnend zuurkoolmaker. Ik was meteen om. De pot was zo mooi. Keuls steengoed was het, gebakken bij 1300 graden. Een prachtige, aaibare huid, alle details vakkundig afgewerkt. Oerdegelijk Duits vakwerk van net over de grens. Ook de maat stond me meteen aan. Inhoud 3 liter. Niet te groot, niet te klein.

Enfin, en nieuw hoofdstuk gaat geschreven worden in de analen van het Ministerie. Vandaag of morgen maken we onze eerste portie zuurkool. Over een week of zes is het klaar, je zult het zien.

Overigens, die andere pot, die waar het eigenlijk om te doen was, die pot zie je zaterdag, gevuld met het mooiste van het zwijn en de lekkerste bonen…

© paul

 

Zomaar een zaterdag…

onthulling van het bordje

Ik zit nu al tien minuten naar het scherm te turen en ik weet nog steeds niet wat ik vertellen wil.

Niet dat er vandaag (zaterdag) niets gebeurde… We bezochten de markt in Helmond. We waren laat voor onze doen, we lazen thuis eerst twee ochtendbladen en slurpten een grote pot sterke koffie weg. Erbij toast en een drie-minuten-eitje.

Onze Turkse slager deed een soort quiz met Ellen, waarbij hij haar testte op haar kennis van linzensoep uit het Noord-Westen van Turkije.; ze slaagde met vlag en wimpel. Vervolgens maakte de dochter van onze Citrusboer seksistische grapjes over mannen (heel bijzonder om de ellende ook eens van de andere kant te horen);en ook bleef de dochter van onze Groenteboer, ondanks alle koude, liefdevol wachten tot wij onze keuze gemaakt hadden; onze Visboer beloofde ons een snoekbaars, af te halen aanstaande donderdag op het Pastoor Poelplein te onzent. Onze Bloemenboer maakte zich oprecht zorgen over de handelswaar van vorige week. Had niemand vorstschade opgelopen? Onze Shoarmaboer had het koud, daar stokte voor vandaag de conversatie. En onze Kaasboer lieten we links liggen, we hadden nog voldoende op voorraad.

Ik zou nu verder moeten schrijven over de House Warming Party van Bert, maar ik kan geen bruggetje maken… Misschien moet het Ministerie voor de rest van de avond haar burelen maar sluiten. Over al die speciale bieren die Bert te bieden had moeten we misschien een andere keer schrijven…

lezer, het ga je goed, welterusten!

 

Biber Salcasi…

slakken

Harissa betrekken we al jaren van onze Turkse slager in Helmond. We zijn grootverbruiker en bovendien nemen we met regelmaat af voor vrienden en kennissen. Voor de duidelijkheid, het betreft een Noord-Afrikaanse peperpasta, samengesteld uit rode pepers, knoflook, koriander, karwijzaad en zout. Een enkele keer maken we hem zelf, maar er is niks mis met de pasta die onze slager verkoopt. Het merk heet Le Phare du Cap Bon en het komt uit Tunesië. De saus zit verpakt in een tube en bevat 90 gram. De prijs is nog geen euro.

Onze slager zag al dat gedoe met die Noord-Afrikaanse saus al met al toch wat met lede ogen aan. En onlangs liet hij ons dan ook weten dat de Turkse keuken een uitstekend alternatief te bieden heeft. Ach, enig chauvinisme is hem niet vreemd.

Het betreft een pasta die de naam draagt Biber Salcasi, soms Kirmizi Biber Salcasi. Het wordt gemaakt van rode paprika’s of rode pepers. Er gaat zout bij, plantaardige olie en wat voedingszuur en dat is het dan.

We kochten aanvankelijk één potje en probeerden het uit. Geweldig spul… Het geeft smaak, eventueel scherpte, het geeft binding zoals ook tomatenpuree dat doet. De toepassingen zijn legio. Intussen zijn we er aardig aan verslingerd.

Het merk van onze biber heet Öncü, maar er zullen talloze andere producenten zijn. Ik ken ze niet. Onze pot bevat 370 gram en kost € 2,20.

Biber Salcasi kent twee verschijningsvormen. Staat er op het potje vermeld dat het Aci Biber Salcasi is dan heb je te maken met de scherpe vorm, gemaakt van rode pepers. De milde vorm heet Tatli Biber Salcasi en daarin worden zoete paprika’s verwerkt.

De Biber is geen vervanger voor de Harissa. Daarvoor verschillen de sausen te veel van elkaar. Maar alle twee zijn ze multi inzetbaar. Gisteren gebruikte ik de scherpe variant van de Biber in een Hongaarse Pörkölt. Maar je hoeft niet persé exotisch te koken om Harissa of Biber te gebruiken. Met een beetje fantasie pep je de meest simpele Hollandse kost op. Stooflapjes, boerenkool, aardappelpuree, snert, enzoverder-enzovoort. Enfin, bedenk maar. Neem in ieder geval de moeite om zo’n potje aan te schaffen (of anders een tube Harissa). Je doet er jezelf een groot plezier mee, reken maar van Yes!

© paul

Turkse spruitjes

Turkse spruitjes
Het moest maar eens wat ‘gewoon’ na al die feestjes. En wat dan? Spruitjes, dat is toch wel zo ongeveer de meest gewone Hollandse kost. Er schiet me opeens een lied uit een ver verleden te binnen: het had iets te maken met bijstandsmoeders die ten einde raad waren ( ja, hoor, in de jaren tachtig was er ook al een heftige economische crisis. Wij weten dat nog!!!) In ieder geval; zongen wij toen : “Wij eten nu spruitjes, en dragen tweedehands truitjes”…

Tjaa, Spruitjes dus, maar niet meer zo proletarisch:  Paul schreef al over Irfan Orga, ik probeerde zijn spruitjesrecept, maar kwam wat vreemde zaken tegen; Ik paste het recept aan voor twee personen., mijn versie dus hieronder;

  • 500 gram spruitjes
  • wat boter
  • 3 kleine rijpe tomaten, in kleine blokjes gehakt
  • 1 theelepel gehakte bieslook, in fijne snippertjes gehakt
  • wat vers geraspte nootmuskaat
  • zout en peper
  • 4 eetlepels gerijpte yoghurt ( ik gebruikte Turkse Yoghurt)
  • 3 eetlepels geraspte Parmezaanse kaas
  • 2 eetlepelsamandelsnippers

Nu staat er boven het recept: “Om de amandelen te roosteren, legt u ze 3 tot 5 minuten op een bakblik in een hete oven  of onder de gril

Mooi bedacht, maar in de verdere receptuur komen die amandelsnippers nergens meer voor… Wat dus te doen met die snippers… Eigenlijk wel logisch om ze óp de yoghurt te strooien, vermengd met de Parmezaanse kaas… maar dan zou je ze van te voren niet hoeven roosteren… ik had de amandelen  al geroosterd…  ik trok dus maar mijn eigen plan;

Gaar de schoongemaakte spruitjes in  kokend water  met wat zout in ongeveer 6 minuten beetgaar. Giet ze af en laat ze goed uitlekken. Beboter een ovenschaal en schik daarin de spruitjes, de tomatenblokjes en de bieslooksnippers. Bestrooi de groenten met nootmuskaat, peper en zout naar smaak. Overgiet alles met de yoghurt . Bestrooi met de Parmezaanse kaas en bak het in ongeveer 15 minuten mooi bruin op 180 graden….

*) de amandelsnippers zijn nu dus niet gebruikt; Ik besloot ze maar door de groenten te mengen/ ( ik had ze  al geroosterd.) Later bedacht ik dat ze misschien beter niet geroosterd konden worden en als een soort knapperige bestanddelen aan de bovenlaag toegevoegd zou kunnen worden… open receptuur dus…Niettemin, deze spruitjes met yoghurt smaakten prima! We experimenteren gewoon nog even verder…

Kopje espresso toe.

@ ellen.

 

 

 


Het misterie van de Plofslak…

huisnaambordje

Tijdens het Naambordfeestje presenteerden we voor de liefhebbers ook wijngaardslakken. De schoteltjes kwamen gloeiend uit de oven, ieder was gewaarschuwd. Met een prikkertje of een vorkje viste je voorzichtig een slakje uit de pan en de kruidenboter sopte je daarna met een stukje stokbrood op. De animo van de gasten was groot.

Vriend Jan koos zijn slakje uit en bracht zijn vorkje vervaarlijk dicht bij het prooidier. Toen er dan sprake was van écht fysiek contact liet het slakje een gemene plof horen en vloog in een prachtige boog, als een ouderwetse mortiergranaat, in het bierglas van Vriend Jan. Verschrikte reacties, maar ook hilariteit. Hoe was het mogelijk!

En natuurlijk was er iemand met een pyro-technische achtergrond, die onmiddellijk de baan van het projectiel begon te berekenen om zodoende de kracht van de explosie te achterhalen. Het lukte haar niet.

Het bleef gelukkig bij dit ene accident met de wijngaardslakken. Wel gaf het nog geruime tijd stof tot overdenken. Hoe was het bijvoorbeeld mogelijk dat het bier van Jan (Lupulus dubbel) zijn mooie bruine schuimkraag behield, nadat het vette slakje uit het glas was gevist? En waarom sprongen al die andere slakjes niet net zo uit de pannetjes? Enfin, once-in-a-lifetime

© paul

 

Turkse spruitjes met yoghurt en amandelen…

Leuk natuurlijk, dat geschrijf over feestjes, maar het is vandaag weer gewoon werkendag en er moet gegeten worden… En het liefst aten we vanavond iets “gewoons”: spruiten!

Nu ben je geneigd om te denken dat spruiten bij uitstek een Nederlandse aangelegenheid zijn, en misschien is dat ook wel zo. Maar elders denkt men daar iets anders over. Engelsen noemen de groenten Brussels sprouts, Fransen spreken van Choux de Bruxelles. En Brussel ligt écht niet in Nederland, zoals je misschien weet… Zelfs Duitsers hadden het lange tijd over Brüsseler Sprosen, tegenwoordig heet het daar Rosenkohl. Vreemd is het allemaal niet, de spruit zoals we die nu kennen werd ontwikkeld in de buurt van Brussel, ergens in de zestiende eeuw.

Wel vreemd vonden we het feit dat er in het Midden-Oosten ook spruiten worden gegeten. Sterker nog, ze doen er leuke dingen mee. Alle reden om er eens wat van uit te proberen.

Ifran Orga was een nazaat van Turkse adel, hun geschiedenis gaat ver terug in het Groot Ottomaanse Rijk. In het Turkije van Attatürk, het moderne Turkije, vervulde Orga tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn plicht aan het vaderland als jachtvlieger. Omwille van sociale en politieke reden moest hij vluchten uit zijn vaderland. Hij streek neer in Groot Britanië. De rest van zijn leven woonde hij daar, maar in gedachten bleef hij Turkije trouw. Hij schreef een autobiografische roman: Aan de oevers van de Bosporus, vertaald in elke grote wereldtaal. Er volgde nog een en ander aan literatuur en dan waren er drie kookboeken. Allemaal met betrekking tot de Turkse keuken en de Turkse cultuur. Het spruitenrecept komt uit Cooking With Yoghurt. Het boek verscheen voor het eerst in 1956, in London. Ifran Orga werd geboren in 1908 in Istambul, hij stierf 1970 in London.

Het recept komt morgen…

© paul