Bourgondische hazenbout

Bourgondische haas...Het was even stil hier, gewoon teveel andere zaken die ons bezighouden, niet dat we niets gegeten of gedronken hebben. Het tegendeel… Tijd dus voor een update van wat er zoal op het Ministerie op de borden lag. Tijdens onze vakantie in Bourgondie kochten we allerlei lekkers om er hier de winter mee door te brengen; natuurlijk rode en witte wijn, maar ook potten rilettes, patê, geconfijte eendenpootjes en die typische kruidkoek Pain d’Epice. Een soort kruidkoek die wij hier ook wel kennen, de Bourgondische koek bevat veel honing en is daardoor misschien wat zoeter dan de Nederlandse variant. Men verwerkt de koek daar in zowel hartige als zoete gerechten. Ik at ergens een mooi dessert met deze koek; een bolletje cassis-ijs op een plakje koek, een peertje gestoofd in cassislikeur afgewerkt met crumbel van deze koek. Mooi nagerecht, ga ik binnenkort maken! Gisteren gebruikte ik de koek als bindmiddel voor de saus. Bij de Hanospoelier kocht ik hazenbouten en het leek me lekker om de bouten klaar te maken met de ‘Bourgondische’ boodschappen. Kruidkoek als vroeger...

  • Voor twee personen
  • 2 hazenbouten ontvliesd, ingewreven met peper en zout
  • wat boter
  • een flink glas rode wijn (ik gebruikte Irancy)
  • wat bouillon
  • 1 sjalot, fijngesneden
  • 2 kleine wortelen, in kleine stukjes
  • 2 kruidnagels
  • 5 jeneverbessen
  • wat tijm
  • 300 gram verse zilveruitjes
  • 2 plakjes kruidkoek

Verwarm de boter en braad de hazenbouten rondom aan. Voeg de sjalot en wortel er bij en braad ze even mee. Blus dan af met de rode wijn en voeg de bouillon en de kruiden toe. Laat de bouten nu op een heel laag vuurtje zachtjes garen. Moeilijk te zeggen hoe lang dit duurt, Dat is afhankelijk van de leeftijd/kwaliteit van het vlees, maar reken zeker op 2 uur. Voeg dan de zilveruitjes toe en laat die mooi beetgaar stoven. Haal dan de bouten uit de pan en houd ze warm. Brokkel de kruidkoek in de saus en roer goed tot je een mooie gebonden saus hebt. Dien snel op met een mooi glas Bourgogne erbij.

Kopje espresso toe!

© ellen.

Kroketjes van grijze garnalen…

IMG_4156Al wéken zeuren we bij de vishandelaar om garnalen, ongepelde grijze garnaaltjes… “Nee mevrouw, ik koop ze niet in. Véél te duur. Het aanbod is te klein en ze vragen wurgprijzen op de veiling”. Jammer, en hoe langer er nee verkocht werd, hoe meer zin we kregen in die kleine grijze garnaaltjes… Zaterdag, eindelijk… een grote bak vol ongepelde garnaaltjes, tegen een redelijke prijs! We namen een kilo mee naar huis en Paul pelde ze meteen onder het luisteren naar een mooi radioprogramma. Een saai werkje, maar met iets leuks op de radio of een mooie cd is dat helemaal niet erg. De beloning is groots!  Je hebt heerlijke garnalen, die niet op en neer naar Marokko gevlogen zijn, garnalen zonder rare conserveringsmiddelen én, je hebt een bak met kostbare schillen! Bij de Sligro en Hanos horeca-groothandel kan je die schillen kópen, diepvries weliswaar, maar toch, te koop, zakken met schillen! Voor luie koks die geen tijd hebben om te pellen en toch die schillen nodig hebben om fantastische sauzen te maken. Goed, zelf pellen dus die mooie Hollandse garnaaltjes! En Bewaar die schillen! Maak er zo’n  fantastische bisque mee!

  • Voor de bisque:
  • 1 kilo ongepelde grijze garnalen (zelf pellen en dan houd je ongeveer 300 tot 350 gram garnalen over)
  • 10 gram roomboter
  • 300 ml water
  • 1 sjalotje, fijngesneden

 

Pel de garnalen en bewaar de schillen. Fruit het sjalotje in de boter even aan, voeg de garnalenschillen toe en het water. Breng aan de kook en laat even trekken. Giet de bouillon door een zeef en vang het vocht op. Gooi de garnalenschillen weg.

  • De roux
  • 80 gram roomboter
  • 100 gram bloem
  • 250 gram melk
  • 250 gram garnalenbouillon
  • 2 blaadjes gelatine, geweekt in koud water
  • 2 eidooiers
  • 50 gram room
  • witte peper
  • zout
  • cayennepeper
  • een paar druppeltjes tabasco
  • een eetlepel fijngehakte platte peterselie
  • rasp van een halve citroen
  • 350 gram garnalen, dat is wat je ongeveer overhoud van een kilo ongepelde garnalen
  • paneermeel
  • 5 eiwitten
  • 10 gram bloem
  • olie om te frituren
  • krulpeterselie om te garneren

Smelt voor de roux de boter in een pan met dikke bodem. Roer met een garde de bloem erdoor. Laat even doorgaren en giet er dan geleidelijk de bouillon en de melk bij. Laat de ragout al roerend even doorkoken tot de bloem gaar is. Je kunt zien dat de bloem gaar is als het mengsel glanst. Haal de pan dan van het vuur en roer er de uitgeknepen blaadjes gelatine door. Klop de dooiers los met de room en voeg dit mengsel bij de ragout. Breng het mengsel op smaak met peper, zout, cayennepeper, tabasco en citroenrasp. Roer er tot slot de garnalen door en de gehakte peterselie. Schep de ragout op een platte schaal en dek meteen af met plasticfolie. Laat de massa een nacht in de koelkast opstijven.  IMG_4155

Schep bolletjes van ongeveer 60 gram. Klop de eiwitten los en roer er de bloem door. Haal de kroketten door het eiwit en vervolgens door het grove paneermeel. Frituur de kroketten 3 minuten in olie van 180 graden. Geef er een schijfje citroen bij en wat gefrituurde peterselie, de peterselie had ik vandaag niet in huis, wij deden het zonder. Minder mooi, maar toch.

Een glas mooie Bourgogne en een kopje espresso toe.

 

© ellen.

Spekkersen…

Napoleonkersen...

De kersentijd is voorbij, morgen begint de maand september alweer. Maar ik kwam de foto tegen en ik dacht: Als ik er nu niks mee doe dan verdwijnt het plaatje in een stoffig hoekje van ons archief en da’s ook zonde… Dus:

In mijn jeugd at ik ze, en ik at ze graag. Er ging geen jaar voorbij of er kwam in de zomer wel een maaltje spekkersen voorbij. Waar men ze vandaan haalde, ik zou het niet weten. Misschien kwamen ze bij ons vroeger algemener voor, misschien hadden kennissen van mijn ouders een boom. En ook opa Jehan keek elk jaar volop uit naar dat fruit, al was het alleen maar omdat opa geen andere kersen in zijn kersenpannenkoek duldde dan spekkersen.

We liepen met Julia over de weekmarkt in het Zuid-Belgisch stadje Arlon. Daar lagen die spekkersen te pronken en ik werd er meteen hebberig van. Julia, een gekend kersenliefhebber, huppelde intussen alweer ruim twintig jaar rond op deze aarde, maar spekkersen kende ze in het geheel niet. En daar, aan die marktkraam, realiseerde ik me dat ik de kersen ook al in geen jaren meer gezien had, laat staan geproefd. Alle reden om een maaltje te kopen.

Over de oorsprong van de oerspekkers bestaan verschillende verhalen, maar zoveel is duidelijk: het ras werd ontwikkeld rond 1800 in de buurt van de Duitse stad Halle. Binnen enkele jaren verspreidde de kers zich over Europa en het was een tuinbouwer en rasveredelaar uit het Belgische Henegouwen, genaamd Louis Parmentier, die de kers in 1828 de naam gaf waaronder ze tot aan de dag van vandaag wereldwijd bekend staat : Bigarreau Napoleon. Andere gangbare, maar meer lokale namen zijn Kaizerskirsche, Grosse Prinzessin, en bij ons dus Spekkers.

De spekkersenboom bloeit in april en mei, en de vruchtjes worden in juli en augustus geoogst. De bomen zijn evenwel gevoelig voor een aantal ziekten en de vruchten willen nogal eens barsten door toedoen van een flinke regenbui. Bovendien eisen de bomen een rijke boden. (Mogelijk allemaal redenen waarom ik die spekkers bij ons niet meer zie…)

De kersen hebben stevig vruchtvlees dat een zoetig sap bevat. De kleur van het vruchtvlees is geel met soms hier en daar een rood vlekje. De smaak van de kersen is heerlijk, een heel mooie balans tussen zoet en een tikje bitter. De vruchten worden roder naarmate ze rijper worden, maar ze blijven altijd voor een deel geel. De kersen bevatten opvallend veel vitamine C.

De spekkersen die we op die markt in Arlon kochten kwamen uit de Haspengouw, zeg maar het Belgische equivalent van onze Betuwe. En ze waren dus écht zo lekker als vroeger. Zouden ze ook écht zo zeldzaam zijn als ik nu denk?

Ik vroeg nachtcollega Johan of hij spekkersen kende. Nou en of, zei hij, het zijn de lekkerste kersen uit mijn jeugd. Ik zie ze tegenwoordig nooit meer. Vervolgens stelde ik dezelfde vraag aan Loes, een aanmerkelijk jongere collega die me in de ochtend af kwam lossen. Nee, zei Loes, die ken ik niet. Hoewel, als ik de foto bekijk doet het me denken aan iets dat ik wel eens bij mijn oma zag.

Hoewel dat gevraag van mij niet de waarde heeft van een representatieve steekproef, geeft het toch iets aan van mijn vermoeden: de spekkers verdwijnt uit ons zicht. Wat zonde!

(Voor dit artikel maakte ik onder andere gebruik van de website van de Fruitpluktuin in Haaksbergen.)

© paul

 

Les Halles de Luxembourg (La Provincale)…

Les Halles...We namen voor Lilly en Mars (Luxemburgse vrienden) een paar kilo asperges mee.      ‘s Ochtends nog op het land in Zuidoost Brabant, ‘s avonds in een kookpot, ergens in het departement Gutland, Luxemburg. De beste asperges van Nederlandse bodem… Als tegenprestatie kookte Mars een prachtige felgroene groentesoep voor ons, want geld voor de asperges wilden we niet. Daarnaast had hij nog een verrassing in petto; hij nodigde ons uit hem te begeleiden bij een inkoopsessie in Les Halles de Luxembourg, genaamd La Provincale.

We hadden al wel gehoord over die legendarische Hallen, dat immense bevoorradingsstation voor de hele Luxemburgse horeca, maar geweest waren we er nog nooit. Het bedrijf ligt in de gemeente Leudelange, pal onder Luxembourg-Stadt. Het hallencomplex omvat een aantal grote fabrieksachtige ruimtes, waarvan er een bestemd is voor directe verkoop. De andere dienen als groente- en fruitveiling, uitbeenderij en vleesverwerking, verdeelcentrum en opslag. De capaciteit is enorm. Nou komen we in Nederland regelmatig bij de voedselgroothandel (Hanos, Sligro), en ook daar mogen we ons met tijden verbazen over wat er zoal wordt aangeboden.  Die Luxemburgse Groothandel slaat echter alles. Het assortiment gaat zowel in de breedte als in de diepte. De keuzemogelijkheden zijn nauwelijks te bevatten en de kwaliteit spat ervan af.

Laat me wat voorbeelden geven: de kreeften worden in een fors aantal soorten levend aangeboden ( Westerschelde, Zuideuropa, Canada, V.S., enz.) En per soort is de populatie dan weer in maat en gewicht gesorteerd en verdeeld over een goede dertig waterbakken. In andere aquaria zwemmen Tarbots, Heilbots en zo nog wat waterdieren.

Vlees wordt in alle onderdelen aangeboden per land; Luxenburg, Spanje, Portugal, Italië, Ierland, V.S., Oostenrijk en Duitsland. Voor elke nationale keuken is alles voor handen, inclusief het orgaanvlees. Hart, nieren, lever, hersens, zwezerik en milt. Ook Nederlands vlees wordt er overigens aangeboden, al beperkt dat zich tot kalfsvlees van de boerderij (en biologische soepkip).

Hoenders komen voornamelijk uit Frankrijk; Poule de Bresse tegen schappelijke prijzen, maar verder een keur aan Franse rassen, nagenoeg allemaal met het Label Rouge predicaat. Maar ook de Belgische Mechelse Koekoek vind je er, en biologische soepkippen uit Friesland.

Alle wereldkazen liggen er, maar ook minder bekende soorten. Ze komen uit de fabriek, maar vaker van kleine producenten of direct van de boerderij. Ze zijn allemaal in topconditie en worden met zorg in topconditie gehouden.

Twintig soorten aardappelen, vijftien soorten uien, knoflookrassen uit alle delen van Europa (en soms van daarbuiten). Van elke andere groente liggen er variaties in smaak, vorm en kleur. Opmerkelijk is het grote aandeel biologische producten, terwijl Luxemburg (net als Nederland) heden ten dage helemaal niet zo best scoort in de top twintig van bio-producerende landen. Veel van de aangeboden waar komt uit Luxemburg of de directe omgeving.

En dan vertelde ik je nog niet over die truffels. Er stonden bakken vol, de kiloprijs was slechts € 300,- .De kwaliteit zou in de Perigord hoge ogen gooien. De paddenstoelen lagen in een bewaakte ruimte, samen met mega-blikken Belugakaviaar en blokken ganzenlever, zoals ik ze nog nooit gezien had. (Of je daar nu vrolijk van moet worden laat ik even fijntjes in het midden…)

Enfin, ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan, maar mijn punt is, geloof ik, wel duidelijk. Wij liepen een middag te struinen in een Culi-Eldorado van ongekend niveau. Vergeet ik je nog te vertellen dat Mars een gemakkelijke prater is en dat hij sinds de oertijd (toen hij nog restaurant voerde) al inkocht bij La Provincale. Hij kent er een hoop werkvolk via zijn snelle en handige babbel en zo praatte hij ons in plaatsen achter de schermen waar een andere sterveling met harde hand geweerd wordt. Heel bijzonder…

Een paar foto’s om mijn verhaal wat meer kleur te geven: Afdeling kreeft... Les Halles... Spaanse afdeling... Spaanse afdeling...De droogkasten van... Ook Poule de Bresse...Truffel per kilo... Biologische afdeling voor groenten...Afdeling aardappel en ui...

Maitre-Gebeess…

Mars z'n gebees...Sinds een paar jaar hebben we kennis aan Mars en Lilly. Mars dreef een restaurant in het dorpje Leudelange, tegenwoordig stadsdeel van Luxemburg-Stadt. Hij zwaaide er als chefkok de scepter over de keukenbrigade en de kookpotten, terwijl Lilly er de taak van gastvrouw vervulde. Beim Doktor was de naam van het restaurant.

Er werd daar op niveau gekookt. (Risotto met kreeftenstaartjes en een schuimige saus van Luxemburgse Crémant was er mijn favoriet.) Over de kwaliteit kunnen vrienden en kennissen die we meetroonden naar het restaurant nu nog in lyrische bijval terug dromen.

Maar op enig moment gingen Mars z’n knieën stuk en dat was einde verhaal. Want Mars wilde niet aan de zijlijn staan en collega’s aansturen, hij wilde zelf koken. En dat ging dus niet meer. De zaak werd van de hand gedaan…

Intussen gaat het gelukkig weer goed met Mars, zijn knieën zijn opgelapt in een Universiteitskliniek in Berlijn. Met enige beperking danst hij weer door de keuken, zijn eigen keuken thuis wel te verstaan. Mars kan namelijk niet stilzitten. Voor familie en vrienden kookt hij maaltijden, drie- of viergangenmenu’s, een stuk of vier per week. Alles biologisch! De afnemers betalen de kostprijs voor hun maaltijd.

Mars was, en is nog steeds, een ambitieuze kok. Hij heeft zich dan ook een verheven doel gesteld. In Frankrijk bestaat er zoiets als Maitre-Confiture. Een eretitel voor de beste jammakers van het land. Daar hoort een serieuze competitie bij, te vergelijken met die van Maitre-Choclatier, Maitre-Patisserie, Maitre-Tripes… Geen spelletje voor querilanten is dat, niet voor hobbyisten . Het is hard werken, innovatief zijn en tot het uiterste gaan, ook met iets ogenschijnlijk eenvoudigs als jam… Mars denkt dat het hem binnen nu en 10 jaar gaat lukken om die titel te veroveren. En wij denken dat ook… Gebees...

Vandaag stond Mars met zijn handel op de Bloemenmarkt van het middeleeuwse Franse dorpje Rodemack in het Departement Mouselle. De markt wordt elk jaar gehouden ter ere van het Eenmeifeest. We zochten hem daar op.

Een zwaar bewolkte lucht (met hier en daar een regenspat) en daaronder een breed lachende Mars. Een klein kraampje, maar een keur aan biologische waar. Gebeess heet de waar in goed Luxemburgs. En zo heet het ook in het Franse Rodenmack want men spreek daar een Luxemburgs dialect. Enfin, over de inhoud van de waar, die kostelijke confiture, kom ik nog te schrijven, want wat ik erover wil zeggen is veel te veel voor dit artikel. Op de markt werden overigens nog veel meer artisanale culinaria aangeboden: saffraan uit Lotharingen, whisky uit de Moezelstreek, bier van de plaatselijke brouwer en snoep, gemaakt uit puur fruit. Gegrilde worstjes ook en geroosterd biologisch koevlees, geurende zware broden en verlokkelijke taartjes. Enfin lezer, het komt allemaal, het komt…

(En ach, was ik even vergeten over Lilly te schrijven. Nou, Lilly is gelukkig met haar vrijheid na het zware horeca-leven. Ze bekommert zich om kinderen en kleinkinderen, om haar moeder, om de hond, om de katten en is thuis een fantastische Gastvrouw, ze straalt…)

© paul

Gepofte aardappel met zure room en daslook

gepofte aardappelmet zure room en daslookOp Facebook is voor elk denkbeeldig onderwerp wel een “groep” te vinden. Of het nu over zwerfhonden of heemkunde gaat, er is een groep op Facebook. Zo zijn er ook een groot aantal groepen met Foodbloggers waar allerlei lief en leed over eten wordt gedeeld. Sommige groepen zijn echt gespecialiseerd in bijvoorbeeld brood of chocolade en natuurlijk niet te vergeten de ‘glutenvrij- natuurkost- en wildplukkersbloggers. Van een aantal van deze groepen ben ik ook lid, leuk om te volgen wat de nieuwe trends zijn en ook leuk om mooie recepten van anderen te lezen.

Omdat wij vaak in Luxemburg verblijven ben ik ook lid geworden van de groep “Lëtzebuerger Traditiounen en Rezepter Freier an Haut”, ofwel Luxemburgse tradities en recepten vroeger en nu. Het is iedere keer weer een puzzeltje voor mij wat er precies beschreven staat want alle bijdragen worden uiteraard geschreven in het Lëtzenbuergs. Na al die jaren in Luxemburg moet ik tot mijn schande bekennen dat ik die taal nog steeds niet echt beheers. Luxemburg is weliswaar een echte taal maar men geeft er in woord en geschrift ook een ‘eigen’, lokale draai aan en dat dan ook nog eens doorweven met Duitse en Franse woorden. Begin er maar aan!

Maar goed, het ging hier over Eten en drinken. Op die Luxemburgse site treft het mij iedere keer weer dat ook jonge mensen de traditionele gerechten blijven maken en er een moderne draai aan geven. Wildplukken, hier in Nederland weer helemaal populair, heeft men daar altijd gedaan en is men blijven doen.

Gerechten met paardenbloemblad bijvoorbeeld, zijn heel gewoon. Men maakt er jam van, stooft de bladeren en doet er verslag van op de bloggerssite. Maak je eigen pissenlit door de paardenbloemplant af te dekken met een jute zak. De bladeren krijgen dan geen licht en worden bleker van kleur en zachter van smaak. Mijn Luxemburgse buurman op de camping leerde mij dat al jaren geleden. In de grote supers kan je deze groente ook kopen, maar dat is behoorlijk prijzig. Zelf plukken is dus een optie.

Dat geld ook voor Daslook, een, de naam zegt het al, lookachtige plant. In het voorjaar bijzonder smakelijk, later, na de bloei wordt het blad wat stug. Het is nu de tijd om daslook te eten dus verschenen er allerlei recepten met daslook op de Luxemburgse site. Ook werden er druk ‘vindplaatsen’ uitgewisseld. Ik weet nu dat ik in het bos in Mamer moet zijn! 

Tot voor een paar jaar kende ik het plantje niet, het schijnt hier in Nederland, behalve in het zuiden van Limburg, niet veel voor te komen. Het is me ook niet helemaal duidelijk of het nu wel of niet op de lijst met beschermde planten staat. Niet zomaar alles kaalplukken dus, áls je ze al vind…

Een betere optie is een paar plantjes daslook kopen of ergens knolletjes zien te bemachtigen. Ik kocht vorig jaar een paar plantjes in de Luxemburgse super en plantte ze in onze tuin en in de veel grotere tuin van Marlen en de Jongste Bediende. Ze zijn goed aangeslagen en het werd tijd om te oogsten. Daslook...
Het daslook heeft een zeer fijne uiensmaak met een lichte bijna citroenachtige toets. Heel geschikt om er bijvoorbeeld pesto van te maken. Ik gebruikte het als vulling voor gepofte aardappelen gemengd met zure room en peper en zout. Een prima bijgerecht. Heb je geen daslook dan kan je ook een combinatie van lente-uitjes en bieslook gebruiken. De bloemetjes zijn overigens ook te eten.

  • voor 4 personen
  • 4 grote, iets kruimelige aardappelen. de schil goed schoongeboend
  • aluminiumfolie
  • wat olijfolie
  • een  bekertje zure room
  • 50 gram daslook of lente-uitjes en bieslook, heel fijn gesneden
  • peper en zout

Zet de oven op 200 graden. Maak de vulling door de zure room te mengen met de look en breng op smaak met peper en wat grof zout. Bestrijk de aardappelen met een beetje olijfolie en pak ze in folie. Gaar de aardappelen in ongeveer 45 minuten. Verwijder de folie en snijd de aardappelen kruislings in. Buig ze een beetje open en schep er een flinke klodder vulling in. Wij aten er gisteren lamsfilet bij en een groene salade.

kopje espresso toe!

© ellen.

ps: het blad van daslook lijkt een beetje op het blad van lelietjes van dalen, dat is giftig!

Aspergesoep

aspergesoepFoodbloggen in de Randstad heeft veel voordelen; uitnodigingen voor festivals, presentaties van kookboeken, introducties van nieuwe producten en kookapparatuur, rollende keukens en Goodiebags, het kan allemaal niet op. Ik krijg veel uitnodigingen voor dat soort bijeenkomsten, leuk, maar ik heb ook een baan en de reis naar de randstad is me meestal te veel gedoe. Soms wel jammer en ik mis ook wel het contact met andere ‘eetschrijvers’. Maar het leven hier op het Brabantse platteland heeft ook vele voordelen. Gisteren was zo’n dag dat ik alle voordelen van het leven hier beleefde.

Een rondje in de omgeving leverde een prachtige culinaire oogst op. We bezochten eerst onze aspergeleverancier, de Familie van Dinter. We kochten asperges én ook nog anderhalve kilo ‘stukjes’. Die stukjes zijn beschadigde, te dunne of te dikke exemplaren die niet echt aan de strenge kwaliteitseisen voldoen. Met de smaak is niets mis, ze zien er gewoon niet zo mooi uit. Een kilo stukjes koop je voor € 2,-. Prima voor de soep of voor een mooie pastasaus.

Vervolgens reden we naar de Sumiran Boerderijwinkel in Heusden en kochten daar biologische eieren, ham, brood en een voorraadje vlees. Alles vers, biologisch en verantwoord geteeld. Maar daarover later meer. Tot slot van ons ritje omgeving deden we de palingkwekerij Rijpelaal aan en kochten daar een half pondje gerookte paling. Ook over die kweekpaling gaan we nog schrijven maar nu eerst soep van aspergestukjes! aspergestukjes voor de soep
Ik maakte een flinke pan soep. Het Kind kreeg een pannetje soep  en ook de Keizer van Monera kreeg een pannetje mee naar huis.

  • voor 3 liter soep *)
  • 1,5 kilo aspergestukjes of hele asperges in stukjes gesneden
  • 120 gram boter
  • 120 gram bloem
  • 2 liter bouillon getrokken van de schillen
  • zout, peper en een vleugje nootmuskaat
  • een flinke scheut room

Schil de aspergestukjes en snijd ze in kleine plakjes. Zet de schillen op met 2 liter water en wat zout. Laat de bouillon zachtjes 20 minuten trekken en zeef er dan de schillen uit. De schillen mogen weg, die hebben hun werk gedaan. Maak een roux van de boter en de bloem en giet er beetje bij beetje de bouillon bij. Voeg dan de kleingesneden aspergestukjes toe en laat alles zachtjes garen. Maak af met peper, eventueel zout, wat nootmuskaat en een flinke scheut room.

kopje espresso toe!

*) voor een kleinere hoeveelheid; delen door drie gaat ook prima.

© ellen.

 

Reerugfilet met rodewijnsaus…

reerugfiletIk kreeg dit jaar voor mijn verjaardag een bijzonder cadeau. Nou ja, álle cadeau’s zijn natuurlijk bijzonder, maar dit was wat ongebruikelijker dan een boek of een fles wijn of bloemen. Van Toon en Anita kreeg ik een prachtig stuk reerug. Keurig gevliesd, gevaccumeerd en diepgevroren. “Gij wit daar wel weg mee”, sprak Anita. Mooi cadeau! Het stuk vlees ging nog even terug in de diepvries tot een mooie gelegenheid. Op zo’n mooie gelegenheid kan je wachten tot Sint Juttemis, mooie gelegenheden moet je zelf scheppen. Vandaag dus, vandaag vond ik echt een dag om een stuk reerug te braden , en misschien heb jij beste lezer ook nog iets aan dit recept zo vlak vóór de Kerstdagen. reerugfilet
Het stuk woog ongeveer 450 gram, ruim voldoende voor twee personen dus. Ik liet het vlees heel langzaam in de koelkast ontdooien en droogde het goed af. Daarna op kamertemperatuur laten komen. Geen vliesje of ongerechtigheidje te zien, dus klaar voor gebruik.

  • Een paar regels voor het rood tot rosé braden van een stuk reerugfilet:
  • verwarm de oven voor op 120 graden (hetelucht)
  • Neem een pan die net groot genoeg is. In een te grote pan gaat de boter naast het vlees verbranden.
  • Dep het vlees goed droog en wrijf het in met wat zout
  • Verhit een flinke klont boter en bak daarin het vlees aan alle kanten mooi bruin, prik er niet in, keer met een vleestang of twee lepels
  • breng het vlees over in een ovenschaal en laat het nu in de oven ongeveer 15 minuten nagaren.
  • je kunt als je op het vlees drukt voelen hoe gaar het is, hoe soepeler het voelt hoe roder, hoe stugger, hoe meer gaar
  • haal het vlees uit de oven en laat het onder alufolie zeker 10 minuten rusten.
  • maak intussen de saus af
  • maak een stamppotje van gaargekookte pastinaak en aardappel; een flinke klont boter en wat room toevoegen en grof stampen.
  • snijd de reerugfilet in mooie dikke plakken, kruid ze af met versgemalen peper en eventueel wat zout.
  • maak de voorverwarmde borden op met wat pastinaak/aardappelstamp, een struikje gekarameliseerde witlof en een paar stukjes van de filet. Schep er wat rodewijnsaus over en geniet!

Erbij stoofpeertjes in rode wijn gestoofd met wat suiker, kaneel, kruidnagel en steranijs.

Kopje espresso toe!

© ellen.

 

 

Gefrituurde Moezelvisjes.

gefrituurde MoezelvisjesZoals je misschien begrepen hebt beste lezer, verblijven wij alweer enige dagen in ons hutje in Luxemburg. Het is hier heerlijk stil op de camping. Er heeft weer eens een wisseling van beheerder plaatsgevonden en door wanbeheer van de vorige exploitant is de loop er een beetje uit. Jammer, maar dat komt wel weer. Alles is brandschoon, de nieuwe beheerders Carola en Paul doen hun best om het ons naar de zin te maken. De wifi werkt ook weer en het gras is gemaaid. Nu nog de vergunning om het café te openen en we zijn weer helemaal blij! Goed, beheerders of niet, wij vermaken ons hier altijd wel. We lopen met Hond Jaros door de prachtige stille bossen, turen naar het snel stromende water van de Eisch, en doen onze boodschapjes in de vele giga supermarkten in de buurt. Voor een Foodlover zijn die supermarkten al een beleving op zich…

We zijn niet helemaal alleen op de camping; ook Lotte en Flora van Eupotours brengen hier een weekje van hun vakantie door. Ze struinen door de bossen en verzamelen botjes en enge beesten, ze gaan met de bus naar de supermarkt en verdwalen een beetje, ze kijken films van bedenkelijk allooi en komen iedere dag even Hond Jaros knuffelen. We drinken een glaasje en praten de belevenissen van de dag door. Zij liepen vandaag naar de grote camping in Simmerschmeltz om Joop en Wilma een bezoekje te brengen en verdwaalden vervolgens op de terugweg… Bijna niet mogelijk, maar toch. Ze zijn weer veilig thuis en ontdooien gehaktballen. Ik bemoei me vooral niet met hun maaltijden!

Op de vraag van Lotte wat wij vandaag gedaan hadden liet ik de foto’s van de Moezelvisjes zien die wij aten in Wormeldange. Ojé, wat gaaf, kan je dat zo eten? Ja dus. In veel restaurants aan de Moezel, zowel aan de Duitse, als aan de Luxemburgse kant staan ze op de kaart; gefrituurde Moezelvisjes. L’Assiette de friture de la Moselle. Meestal is er ook, iets duurder, L’Assiette de friture de la Moselle Fine. Dat zijn de lekkerste! Kleine visjes, ongeveer 8 tot 10 centimeter groot, knapperig goudbruin gefrituurd. Je kunt ze helemaal opeten, met graat en al. Je zou zelfs de kopjes op kunnen eten. wat overblijft...
De visjes smaken heerlijk naar mooie riviervis. Meestal worden ze alleen geserveerd met brood, wat zout en peper, soms frietjes of wat sla erbij. Drink er een mooi glas Riesling bij van de plaatselijke Wintzer en je hebt een voortreffelijke lunch.

Kopje espresso toe en nog een bezoekje aan onze favoriete leverancier van Luxemburgse Crémant Poll Fabaire. Onze dag was prima, dit is vakantie!

© ellen.

BBQ: geroosterde champignons met knoflook en tuinkruiden bijvoorbeeld…

Gegrilde champignons met knoflook en tuinkruiden...
Wij hebben sinds een tijdje een nieuwe slager in ons dorp, ik schreef er al eens over. Prima, met de andere slager is ook niets mis, maar die nieuwe slager heeft een wat meer trendy assortiment; Angus Beef, lamsvlees, Livar varkensvlees, Label Rouge -kippen, noem maar op. Ik ben er blij mee, koop er graag zo af en toe wat bijzonder vlees; bijvoorbeeld een mooie Ribeye van Angus Rund, mmjum.

Afgelopen zaterdag stond ik te wachten in de winkel en het viel me op dat hier opeens wel erg veel mannen inkopen komen doen. Inkopen, en  dan bedoel ik niet een pondje gehakt en drie slavinken… Nee, die mannen komen Vlees Kopen. Grote brokken Vlees! Zeker nu de temperaturen stijgen moet er geroosterd worden. Ha, ook  ons dorp kent Hipsters… Je bent Man en je wilt wat!

Achter mij in de rij stonden twee manen druk te beraadslagen; “Nemen we twee van die Côtes de Boeuf, zou dat genoeg zijn voor ons vieren?”

Terwijl mijn boodschappen werden ingepakt, bediende een van de andere slagersmeisjes de hippe mannen. Twee Côtes de Boeuf wilden ze. Het meisje legde de aangewezen stukken vlees op de weegschaal en tikte de code in… Het te betalen bedrag verscheen: € 47,50. De stoere hipsters werden ter plekke heel bleek… dat was wel erg ver boven hun begroting… Misschien kon één Côte in tweeën gedeeld worden…

Jámmer! Zo’n prachtig stuk vlees doormidden snijden is echt zonde. Koop dan één mooi stuk, rooster het met aandacht, laat het rusten en snijd er plakjes van. Iedereen blij.

Je kunt  heel hip BBQ-en met één mooi stuk vlees of vis, dat met veel aandacht bereid wordt. Maak dan zelf wat salades in plaats van ze voor veel geld kant-en-klaar te kopen en vergeet vooral de groenten niet. Gegrilde aubergines, even bestrijken met wat olijfolie, om en om op het rooster en een lekker sausje erbij. Of gewoon wat champignons, goedkoop, smakelijk, en in ons geval ook nog eens bijna zónder Foodmiles; Champignons de “Vrije Heerlijkheid”, uit ons eigen dorp.

  • bijgerecht voor twee personen
  • 8 grote kastanjechampignons, de steeltjes verwijderd
  • twee tenen knoflook
  • wat citroenrasp
  • verse tuinkruiden; ik gebruikte, wat dragon, bieslook, peterselie en tijm, alles heel fijngehakt
  • grof gemalen peper en zout
  • flink scheut olijfolie

Meng de knoflook, de citroenrasp en de kruiden door de olijfolie en marineer de champignons daarin zeker een uur. Schep de kruiden/knoflookvulling in de ‘hoed’ van de champignons, strooi er wat peper en zout over en rooster de champignons dan aan de zijkant van de BBQ, dáár waar het vuur heel zacht brandt. Verschuif ze af en toe en laat ze zo heel langzaam garen.

Wij aten er een pittig lamsworstje bij van de Turkse slager en we deelden een dikke Livar varkenscarbonade, een groene salade van ruccola met tomaat, en wat brood. Meer moest dat niet zijn!

Kopje espresso toe!

©ellen.