Pindang tulang met nasi goreng

pindang tulang met nasie goreng
Onze vrienden Bram en Marja maken op dit moment een rondreis door Indonesië. Niet zomaar een vakantiereisje zal het worden maar een echte (her-) ontdekking van het land. Bram is geboren op de Molukken en op jonge leeftijd met zijn ouders naar Nederland geëmigreerd. Na de toen gebruikelijke opvangtijd in een aantal ‘kampen’ in Nederland belandde de familie in Helmond. Later, nadat hij zijn Marja, een echte ‘Blanda’, ontmoette, gingen ze samen in Marja geboorteplaats Gemert wonen.
Het is de eerste keer dat Bram terugkeert naar zijn geboorteland. Best spannend allemaal. Ze zullen onder andere bij familieleden van Bram logeren op de Kai- of Kei-eilanden en op Celebes. Marja heeft van haar Molukse schoonmoeder koken geleerd (wij schreven al eerder over de heerlijke gerechten die Marja op tafel tovert). Voor Marja is deze reis een uitdaging om haar kennis van de Indonesische keuken aan te vullen en uit te breiden. Wij zijn heel benieuwd naar hun avonturen en vooral met wat voor mooie recepten Marja thuis zal komen. Marja en Bram zijn voor vrienden te volgen op Facebook.

Tja, wat dat met ons eten te maken heeft? Niet zoveel. Mijn kennis van juist de Indonesische keuken is niet bijzonder groot. Ik maak weleens wat nasi of een keertje saté ofzo, maar veel verder gaat mijn kennis niet. Ik besloot dus onlangs maar eens een fatsoenlijk kookboek aan te schaffen: “De complete Indonesische keuken”, van Lonny Gerungen. Met mijn gedachten bij Bram en Marja in dat verre land besloot ik  een gerecht uit het boek van Lonny te maken. De  ingrediënten kun je kopen bij een Toko. Als je in onze buurt woont kun je ook op de Helmondse zaterdagmarkt terecht bij de kraam van Don Mario.

Ik maakte Nasi Goreng met flink wat trassie en verder koos ik een rundvleesgerecht uit Sumatra; Pindang tulang. Ik paste het gerecht een beetje aan (kan ik niet laten) dus het is iets anders dan Lonny beschrijft. Het smaakte ons ondanks de aanpassingen prima!

  • 1 kilo runderrib, in blokjes
  • water
  • 2 sjalotjes
  • 4 teentjes knoflook
  • 5 gedroogde lomboks
  • 1 stukje djahé van ongeveer 3 cm
  • 1 stukje kunyit van ongeveer 3 cm
  • 1 stukje laos ook 3 cm
  • 2 tomaten
  • 3 bosuitjes
  • 1 serehstengel
  • 3 eetlepels plantaardige olie
  • 5 blaadjes salam
  • 2 eetlepels ketjap manis

Breng het water aan de kook en laat het vlees hierin in ongeveer 2 uur gaarkoken. Pel de sjalotjes en de knoflook en snijd ze fijn. Snijd de lomboks doormidden en snijd ze dan in dunne reepjes. Snijd de geschilde djahé, kunyit en laos in reepjes en de tomaten in kleine partjes. Knip het bovenste deel van de sereh en leg een knoop in de stengel. Snijd de bosuitjes in stukjes. Verhit de olie en fruit hierin de sjalotjes en de knoflook. Doe er de kunyit, djahé, laos en sereh bij en roerbak een paar minuten. Voeg het vlees toe en wat van het kookvocht. Doe er de lomboks, tomaten, bosuitjes, de salamblaadjes en ketjap bij, voeg zout naar smaak toe en laat alles nog 3 minuten doorsudderen.

Met dank aan Lonny.

© ellen.

 

 

Massaman rundvleescurry

curry
Al het biologische varkensvlees is op, we moeten nodig nieuwe voorraad gaan kopen bij de Sumiranboerderij. In de supermarkten hier in het dorp kun je ook wil biologisch vlees kopen maar wij vinden dat niet lekker en bovendien erg duur. Nou ja, er zit dus niets anders op dan rund- of lamsvlees te eten of vis of vegetarisch deze week. Iedere keer hetzelfde stoofpotje gaat vervelen dus besloot ik vandaag maar iets anders te maken dan anders. Delicious inspireerde me tot deze Thaise curry van rundsvlees. Ik veranderede het recept een klein beetje en paste de hoeveelheden wat aan.

Voor de kruidenpasta hield ik ongeveer dezelfde hoeveelheid aan als in het recept van Delicious. De curry wordt dan flink pittig. Wil je het wat minder pittig, neem dan minder van de chilivlokken.

Gebruik een pan met deksel die in de oven kan.  Verwarm de oven voor op 160 graden.

  • 2 theelepels gedroogde chilivlokken
  • 2 tl komijnzaad
  • 1 tl witte peperkorrels
  • 1 tl grof zeezout
  • 5 kardemompeulen (kneuzen en de zaadjes eruit halen)
  • stukje gemberwortel van 2 cm, geschild en fijngehakt
  • 1/2 rode ui, zeer fijngehakt
  • 6 tenen knoflook, geperst
  • 2 eetlepels korianderstengels
  • 3 eetlepels zonnebloemolie
  • 750 gram sukadelappen in blokken gesneden
  • 1 eetlepel vissaus
  • 1 stukje citroengras 5 cm
  • 3/4 blik kokosmelk
  • water
  • 1 tl fijne suiker
  • 3 middelgrote aardappelen, geschild en in blokken gesneden
  • 1 eetlepel limoensap
  • Flink wat verse gehakte koriander

Stap de chilivlokken, komijnzaad, peperkorrels, kardemom en het zeezout in een vijzel fijn. Voeg uien, gember, koriander  en knoflook toe en stam er een mooi pasta van. Verhit de olie en bak het rundvlees rondom lichtbruin aan. ( bak het vlees in delen dan wordt het sneller bruin en gaat het niet aan het garen i.p.v bakken)

Neem het vlees uit de pan en bak nu de kruidenpasta even aan in de olie. Bak ongeveer 2 minuten onder goed roeren, tot de kruiden beginnen te geuren. Doe dan het vlees terug in de pan en giet er de kokosmelk over. Voeg de aardappelen toe en de vissaus, het stukje citroengras en de suiker. Giet er vervolgens wat water op tot alles helemaal bedekt is en zet de pan met deksel in de oven. Na drie uur is het vlees het zachten de saus ingekookt. Controleer om het half uur of er nog genoeg vocht in de pan is en voeg eventueel wat water toe. Als je een dikke saus wilt haal dan het laatste half uur de deksel van de pan en laat de saus zo verder indikken.

Haal de pan uit de oven en bestrooi met veel vers gehakte koriander. Wij aten er witte rijst bij. Al met al viel de gaartijd hier wat langer uit en omdat je op het laatst flink moet roeren, viel het vlees wat uit elkaar. Ziet er niet zo fraai uit, maar lekker was het wél!

kopje espresso toe!

© ellen.

 

 

Zelfgemaakte cannelloni met eekhoorntjesbrood

cannelloni
Zelf pasta maken is niet echt moeilijk, maar; het is wel makkelijk als je een pastamachine heb en als je echt pastameel kunt gebruiken. Het pastameel is verkrijgbaar in Italiaanse delicatessenwinkels of bij de groothandel. Ik koop het pastameel bij de Sligro, prima kwaliteit De Cecco.
Vandaag maakte ik cannelloni gevuld met gehakt en eekhoorntjesbrood. (Het eekhoorntjesbrood hebben we deze herfst zelf geplukt en gedroogd, je kunt het ook gedroogd kopen bij Italiaanse winkels. In de herfst kun je de paddenstoelen vers gebruiken)
Ik maak pastadeeg altijd in dezelfde hoeveelheid/verhouding, meestal is dat genoeg, soms iets teveel. Voor het receptvan vandaag is de hoeveelheid deeg teveel. Ik sneed van de restanten wat pasta (tagliatelle) die eten we morgen. Je kunt de restanten ook gebruiken voor in de soep of zo.

  • Maak pastadeeg zoals hier beschreven.
  • een flinke handvol gedroogd eekhoorntjesbrood (twintig minuten weken in warm water, gooi het weekwater niet weg, dat komt van pas in de tomatensaus)
  • 1 sjalot, fijngehakt
  • 2 teentjes knoflook, geplet en fijngehakt
  • 400 gram mager rundergehakt
  • zout, versgemalen zwarte peper en wat vers geraspte nootmuskaat
  • 1 eidooier
  • 2 eetlepels fijngehakte verse peterselie
  • 1 buffelmozzarellakaasje
  • 1/2 liter tomatensaus (maken van 1/2 blik tomaten, uitje, knoflook wat basilicum, peper en zout en het weekwater van de paddenstoelen)
  • vers geraspte Parmezaanse kaas
  • olijfolie.

Rol de pasta uit tot vier lappen. Snijd dan acht stukken van 25 cmx25 cm. Er blijft wel wat deeg over, dat verwerk je tot pasta voor in de soep ofzoiets.

Fruit de ui en knoflook zachtjes aan in wat olijfolie. Voeg het gehakt erbij en bak tot het vlees bruin is. Haal de paddenstoelen uit het weekwater en knijp het vocht eruit. Hak ze fijn en voeg ze bij het gehaktmengsel. Bak nog even en voeg peper,zout en nootmuskaat naar smaak toe. Zet het vleesmengsel opzij en laat het afkoelen.

pasta

Rol de pasta uit tot vier lappen. Snijd dan acht stukken van 25 cmx25 cm. Er blijft wel wat deeg over, dat verwerk je tot pasta voor in de soep of zoiets.

cannelloni

Kook de pastavellen in kokend gezouten water in 3 minuten gaar. Schep ze voorzichtig uit de pan en leg ze op het aanrecht.

Roer de eidooier en de peterselie door het afgekoelde vleesmengsel. Schep de vulling nu op de pastavellen. Op ieder vel een mooi verdeeld strookje vulling. Leg op elke vulling een paar stukjes mozzarella en rol de pasta tot cannelloni.

Beboter een ovenschaal en verdeel twee eetlepels van de tomatensaus over de bodem. Leg daarop de cannelloni naast elkaar en zorg dat de schaal mooi passend gevuld is. Schenk de rest van de tomatensaus erover. Schik de rest van de mozzarella over de pasta en strooi er de Parmezaanse kaas over. Zet de schotel in de voorverwarmde oven op 180 graden. Ongeveer 20 minuten.

Kopje espresso toe!

© ellen.

 

Gestoofd vlees op z’n Atjehs.

gestoofd rundvlees op z'n Atjehs
Ik wilde vandaag maar eens proberen me te verdiepen in de Indonesische keuken. Ik had me voorgenomen om een stoofschotel van rundvlees te maken met daarbij rijst en boontjes. Dus een portie rundvlees uit de diepvries gehaald, toch? Rundvlees? “Ah Shit”, zou Meneer Wat Eet Ons zeggen. Na ontdooien bleek het geen rundvlees maar, weliswaar hele mooie, lapjes, lamsvlees. Shit, dat komt ervan als je geen etiketjes op die blauwe diepvrieszakjes plakt met duidelijke aanwijzingen wat er zich in dat zakje bevindt! Al mijn plannen in de war gestuurd! Ik besloot gewoon stug tóch rundvlees te smoren en het lamsvlees dan maar te verwerken in een stoofpotje met kappertjes. Dat konden we dan later deze week eten. Dus snel rundvlees gekocht. Ik koos een recept uit het boek “Het groot Indonesisch kookboek”,  van Beb Vuyk; Gestoofd vlees op z’n Atjehs.

  • 3 eetlepels uien, gesnipperd
  • 1 teentje knoflook, gesnipperd
  • 3 theelepels sambal oelek
  • 2 theelepels ketoembar
  • 1 theelepel koenjit
  • stukje asem ter grootte van een walnoot
  • zout
  • peper
  • 500 gram rundvlees
  • 1/6 blok santen
  • 1 spriet sereh
Wrijf de uien, knoflook, ketoembar, koenjit, asem, wat zout en peper tot een brij. Snijd het vlees in dobbelstenen en marineer ze in het kruidenmengsel. Breng al roerend 3 dl water aan de kook met de santen en de sereh. Laat het vlees hierin stoven tot het gaar is. (ongeveer 2 uurtjes heel zachtjes laten garen.
Voor zover mijn eerste avontuur met Indonesisch eten…
Daarna, dit was alvast erg lekker, besloot ik voor het lamsvlees ook maar een recept uit het boek van Mevrouw Vuyk uit te zoeken. Hebben we gelijk voor de hele week te eten…
Wordt vervolgd dus!
© ellen.

Sucadelapjes met paddenstoelen…

Het was me vorige week weer prima bevallen, dat langzaam garen. Ik besloot dan ook afgelopen zondag het kunstje nog eens toe te passen, nu met sucadelapjes en paddenstoelen. Het recept voldoet voor vier personen.

  • 4 sucadelappen (600 gram),
  • 250 gram kastanjechampignons,
  • 2 sjalotjes,
  • 2 tenen knoflook,
  • blaadje laurier,
  • peper en zout uit de molen,
  • olijfolie,
  • bouillon,
  • rode wijn.

Snijd de sucadelappen door de helft. Verhit olijfolie in een zware pan met deksel. Wrijf het vlees in met peper en zout en bak alle stukken aan beide kanten mooi bruin. Haal het vlees dan uit de pan, maar houd het warm. Bak nu in de pan de gesnipperde sjalotjes en de grof gehakte knoflook tot alles mooi glazig ziet. Voeg dan de gesneden champignons toe. Gebruik eventueel nog wat extra olie. Doe het laurierblad erbij en laat de paddenstoelen een minuut of vijf smoren op een middelhoog vuur. Leg nu het vlees terug in de pan, op de paddenstoelenbodem, en voeg gelijke delen rode wijn en bouillon toe totdat het vlees goeddeels onder staat. Zet vervolgens de pan in een op 150 graden voorverwarmde oven en laat het gerecht een goede twee uur garen. Kijk af en toe even of er nog voldoende vocht in de pan zit en vul eventueel wat aan (water, wijn, bouillon, wat je wilt). De bedoeling is dat je uiteindelijk botermals vlees in een ingedikte paddenstoelensaus overhoudt. (Ik gebruikte overigens vlees van het angusrund.)

We aten er witlof bij en aardappelpuree. En we dronken een prachtige Barolo. Esprersso en een stukje chocolade toe.

© paul

 

Van langzame ossenstaart en zalvige groentensaus…

Wat jammer“, schreef Ellen al weer een paar jaren terug, “Ossenstaart is een beetje een vergeten stukje vlees geworden, en dat terwijl...”  Tja, ze sloeg de spijker op z’n kop. Heerlijk vlees, geweldig voor de soep, geweldig om te stoven. Het Kind maakte er ons fijntjes op attent dat we misschien zelf ook een beetje vergeten waren dat… En ja hoor, ze had gelijk. Het was alweer een jaar geleden dat er op het Ministerie runderstaart werd verwerkt.

We voelden ons in hoge mate aangesproken, we schaften ons dan ook onmiddellijk twee-en-een-halve kilo aan. De helft voor de soep, de helft om te stoven. Ellen  maakte de soep, ze zal hem nog beschrijven. Gisteren stoofde ik de rest tot een degelijke maaltijd voor vier personen.

  • Ruim één kilo runderstaart,
  • 1 flinke ui,
  • 2 stelen bleekselderij,
  • 1 flinke winterwortel,
  • 3 tenen knoflook,
  • 1 eetlepel tomatenpuree,
  • ruime theelepel venkelzaad,
  • twee theelepels chilievlokken,
  • flinke tak verse rozemarijn.
  • paar takjes verse tijm,
  • 2 laurierblaadjes,
  • 3/4 fles rode wijn,
  • flinke scheut bouillon,
  • olijfolie,
  • bloem,
  • peper en zout.
Extra voor de groentensaus:
  • 2 blikken tomaten blokjes (800 gram),
  • tomatenpuree,
  • scheutje room.
Ik ben altijd wel van de mise en place. Ik ben namelijk man, en ik kan niet multi tasken (ik heb daar overigens ook geen behoefte aan). Ik vind het prettig wanneer alle spullen die ik ga gebruiken netjes klaar staan.
Dus: snijd de ui in stukjes, plet de knoflook en hak hem grof, hak de bleekselderij in stukjes en snijd de wortel in kleine blokjes. Leg de kruiderij klaar en ook de specerijen. Wijn en bouillon staan voor het grijpen en ook een bord  met bloem. De oven wordt voorverwarmd op honderdenvijf graden. Je kunt nu aan de slag.
Droog het vlees en besprenkel het met peper en zout. Wentel dan het vlees door de bloem en klop het teveel aan bloem eraf. Neem een goede, oven bestendige pan (met deksel) en laat daarin de olijfolie warm worden. Bak vervolgens de stukken ossenstaart aan alle kanten bruin. Neem het vlees uit de pan. In dezelfde pan (en olie) fruit je nu de ui en de knoflook tot ze mooi glazig ogen. De venkelzaadjes mogen ook even meebakken. Dan gaan de andere groenten erbij, en ook de tomatenpuree. Laat de hele boel een minuut of acht lekker stoven, draai wanneer het te hart gaat het vuur wat terug. Voeg de kruiderij toe en vlij de stukken vlees op de groentjes. Voeg nu de rode wijn toe, en een flinke scheut bouillon. De pan, met gesloten deksel gaat nu in de oven en zal daar verblijven voor de komende vijf uur. Tussendoor kijk je een keer of een en ander toch niet te hard gaat, maar die kans is eigenlijk minimaal bij een goede honderd graden.
Neem na vijf uur het vlees uit de pan en zet het terug in de oven. Je houdt het vlees zo warm terwijl je je maaltijd afmaakt.
Schep het vet van de vloeistof en groenten, gewoon met een grote lepel. Stort nu de tomatenblokjes bij de groentenpulp en laat even meetrekken. Zet vervolgens de staafmixer in de pan en pureer alles tot een dikke gladde saus. Scheutje room erbij en op kleur en smaak gebracht met een flinke kneep uit de tube tomatenpuree. Eventueel nog wat bijkruiden met peper en zout en je hoofdgerecht is klaar.
 
De saus kan over het vlees, hij kan apart gegeten worden. Hij is geschikt als pastasaus of bij een bord aardappelpuree.
 
Wij aten er een puree bij van aardappel en pastinaak (in de verhouding twee staat tot één).
 
© paul

Vlaamse stoverij; maar zonder draadjes…

Vlaamse stoofpot met frieten
Ik heb een hekel aan ‘draadjesvlees’. Het woord alleen al doet me denken aan vervelende zondagen waarop ik als kind moest blijven eten bij een tante, een tante mét een wrat, mét een haar op haar kin. Zij serveerde dan altijd ‘draadjesvlees’. Van die droge, taaie, lapjes langdradige vlees, zonder enig vet, zonder smaak ook. Het vlees bleef na wat kauwen als een bal in mijn keel steken; brrr. Ik lijk hierin alleen te staan want overal is de term draadjesvlees een aanbeveling; ‘oma’s draadjesvlees’, ‘uit eigen keuken’, ‘nostalgisch’, zijn zo van die termen. De Keurslager adverteert met de kreet “Oma’s eigen draadjesvlees”. Hoezo, wie z’n oma? Maar ja, er wordt natuurlijk bedoeld een mooie stoofpot met smakelijk vlees… Maar waarom zou je dat kant-en-klaar kopen als je het zelf zeker zo lekker kunt klaarmaken, zonder al teveel moeite?

Er zijn eindeloos veel varianten alleen al voor runderstoofvlees en bijna allemaal zijn ze heerlijk; mits je het goede vlees gebruikt. Neem voor een stoofpot geen mager vlees; een randje vet geeft juist meer smaak. Ik gebruik bij voorkeur sukade of ribstuk. Snijd het vlees niet te klein maar in blokjes van ongeveer 3,5×3,5 cm. Schroei het vlees snel dicht, bak grote hoeveelheden desnoods in een aparte koekenpan met kleine porties tegelijk. Laat het vlees na aanbraden langzaam garen in een flinke hoeveelheid vocht. Wijn, bier, bouillon, het maakt niet uit.

Ik maakte vandaag een stoofpot van rundvlees, ribstuk om preciezer te zijn. Ik noem het maar Vlaamse stoofpot omdat ik Vlaams bier gebruikte en Vlaamse koek.

  • 750 gram riblap in stukken van 3,5 bij 3,5 cm gesneden
  • 1 sjalot, heel fijn gesneden
  • 2 teentjes knoflook, geplet en daarna fijngehakt
  • een flesje Westmalle Dubbel
  • olijfolie
  • een blaadje laurier, takje tijm, peper en zout
  • een wortel in kleine blokjes gesneden
  • 3 eetlepels zilveruitjes
  • 3 Bastognekoeken
  • wat vers gehakte platte peterselie
Neem een grote koekenpan, verwarm daarin wat van de olie en braad de stukjes vlees snel aan alle kanten bruin. Verwarm intussen een klein beetje van de olie in een braadpan met dikke bodem en goed afsluitende deksel. Laat de sjalotjes en de knoflook daarin even ‘uitzweten’. Voeg de stukjes vlees erbij. Voeg peper, zout, tijm en laurier toe en overgiet met de helft van de Westmalle Dubbel. Breng alles op temperatuur en sluit de deksel. Laat het vlees zo, op een heel zacht vuurtje, zeker twee uur stoven. Doe er dan de wortel en zilveruitjes bij en stoof nog een half uurtje. (voeg eventueel nog wat Westmalle toe, er moet ruim vocht in de pan zijn). Leg dan de Bastognekoeken op het vlees en laat ze zachtjes smelten. Roer dan alles voorzichtig door. De koeken binden de saus en geven een mooie zoete toets bij het zuur van de uitjes en het bitter van het bier.

Een heerlijk gerecht; geef er mooie, dikke frieten bij en een salade.

Kopje espresso toe!

© ellen.

 

Schoteltje van soepvlees…

Restverwerking is een schone zaak, we blijven het beklemtonen. Het is niet moeilijk, je moet er alleen even over nadenken. En dan blijkt nagenoeg alles mogelijk.

Ik had weer eens soepvlees over na het trekken van een krachtige bouillon. Sinds ik het recept tegen kwam in het Rund- en kalfsvleesboek uit de antieke, maar hoogst aktuele serie Praktisch Koken van Time/Life ben ik het blijven maken. Ik beschreef het recept hier. Gisteren echter verwerkte ik er ook een restje gekookte aardappelen in. Gewoon het broodkruim vervangen door een laagje aardappelpuree. Ik dekte de aardappelen dan nog af met een beetje geraspte Parmasaanse kaas en wat vlokjes roomboter. En aangezien ik uitgleed met de azijnfles werkte ik een lepeltje honing door de uien. Kwestie van de zoet-zuur balans herstellen.

Voorwaar, degelijke kost! (En onwaarschijnlijk lekker…)

 

 

Irisch Angus Ribeye…

We zijn weer terug. Thuis dus…

De verschrikkelijke buien die men voor ons in petto had vandaag vielen op andere plaatsen. In Luxemburg, zuidelijk van ons, kreeg men het voor de kiezen. Ook Gelderland, van ons uit noordelijk, kreeg zijn portie mee. Wij zaten daar tussenin. Het regende hier, op enig moment kon je spreken van een stortbui, maar écht gedoe met wateroverlast en zo bleef ons bespaard. De broeïerigheid hield aan.

Ik had Ellen beloofd om het vlees te grillen, buiten, in the open air. Ik zag ervan af vanwege de weervoorspellingen. Het moest dan maar gewoon in de koekenpan gebakken worden.

En zo geschiedde. Ellen bakte haar Black Angus ribeye, zo ongeveer de beste ter wereld. Ik volstond met een Thüringer worst, maar dan zonder velletje erom. Over Black Angus hebben we het al gehad. Die worst zonder vel is daarom eigenlijk interessanter. Maar daarover schrijf ik je nog.

Tatort en espresso toe (en een hoop witte wijn, ik heb nog vakantie, nog twaalf dagen!)

Doorgaans krijg je een foto van een mooi gerecht op deze site. Dit keer de rauwe versie. Een prachtige ribeye is het!

Andijviestamppotje met runderlapjes

andijviestamppotje met runderlapjes

Deze week ontspon zich spontaan een gesprek hier aan de tafel over de kookgewoontes van diverse moeders. De ene moeder stoofde de spruitjes net zolang tot ze zachtgeel waren, de andere moeder kookte andijvie tot het snot was, bruine bonen en bruine(!) tuinbonen waren ‘eng’ en de rundertong, die ook nog wat taaiig bleef was al helemaal griezelig. Een eng gesprek zo aan de borreltafel. Je begrijpt dat de kinderen van deze moeders pas héél veel later groenten zijn gaan eten voor hun plezier! Ik heb zelf overigens niets te klagen. Mijn moeder kookte goed en ze was er bovendien van overtuigd dat je groenten kort moet koken omdat ‘de vitaminen er anders uit waren’. Knapperige spruitjes dus bij ons thuis en rauwe andijvie door de stamppot. Die andijviestamppot daar kreeg ik spontaan zin in en zo stond dat gerecht dus vanavond bij ons op tafel;

Kook kruimige aardappelen gaar met wat zout. Was de andijvie, laat ze goed uitlekken en snijd het blad heel fijn. Stamp die rauwe andijvie met de aardappelen goed door elkaar. Meng er een flinke klont boter (!) door en wat melk. Maal er wat zwarte peper over en strooi er uitgebakken spekjes over.

Wij aten er een succadelapje bij gestoofd met veel mosterd in een saus van donker bier.

Kopje espresso toe natuurlijk, mét een kerstkoekje!

© ellen.