Varkenssteak van het houtskoolkomfoor…

Varkenssteak...
Ik was de afspraak met Neel glad vergeten. Ik had mijn houtskoolvuurtje juist op temperatuur en Ellen stond al achter me te dringen met het stuk varkenssteak toen de voordeurbel klingelde. Daar stond Neel op de stoep met al haar fotoapparatuur, statieven, belichters, flitsers, meters en wat dies meer zij. Ik had de dag daarvoor beloofd om model te staan voor een opdracht ten behoeve van haar academische opleiding tot kunstenfotograaf. En nu, op dit tijdstip, was er het juiste licht. Ik stapte dan maar in haar auto en liet me voeren naar de plek die Neel uitgekozen had voor de shooting.

Intussen zat Ellen met dat houtskoolvuurtje. Natuurlijk hield ze het brandend, maar dat vlees kon er nog niet op. Om verder, in de tussenliggende tijd, niks te doen met die gloeiende pot was een zwakke optie, dus grilde ze maar vast een paar uien. Ook versneed ze twee aubergines overlangs in dunne plakken. Ze besmeerde ze met olijfolie en stoof er een snuifje gekruid zout over; verder was het een kwestie van grillen en de plakken op tijd draaien. Je moest er wel even bij blijven.

Enfin, dankzij de effectieve arbeid van Neel was de fotosessie in een mum van tijd gedaan, ik was na een dik half uur alweer thuis. Het vlees ging op het rooster, de tafel was al gedekt, de maaltijdsalade van bietjes en aardappel was de dag daarvoor al bereid, we konden aan tafel. Natuurlijk snoepten we ook van de aubergines, maar het bleek veel te veel te zijn. We hielden een bord over voor de volgende dag.

Over het varkensvlees niets dan lof. Het kwam van een varken dat vrij heeft gedarteld in het Limburgse land. Zijn of haar voedsel was niet strikt biologisch, dus werd hem of haar dat predicaat ontzegd, maar het (hij of zij) heeft meegegeten met de alledaagse grote-mensen-pot. Kom daar nog eens om bij een gangbaar zwijn…

Het vlees was gepekeld en deels ingewreven met een rub van kruiden. Dat laatste beschouwen we als een noodzakelijk kwaad, wij kruiden liever zelf… De gepekelde status echter is een toevoeging aan vlees dat je gaat roosteren. Het blijft simpelweg sappiger, malser.

Enfin…

Neel liet vanavond weten dat de foto precies voldoet aan haar vooropgestelde doelen. Nou Neel, ons varkensvlees ook!

© paul

Please follow and like us:

Pulled pork…

procureur, voorbereiding voor pulled pork
Ik wilde dit al heel lang eens klaarmaken maar het kwam er maar niet van. Pulled Pork vindt zijn herkomst in de zuidelijke Amerikaanse staten en wordt daar vaak op enorme barbecues bereid. Pulled Pork, letterlijk getrokken varkensvlees, wordt heel langzaam gebraden op de barbecue, in de slowcooker, op het fornuis of in de oven, het maakt niet uit, als het maar heel langzaam gebeurd onder hele lage temperatuur. Het vlees wordt meestal eerst een nachtje gemarineerd. Waarmee daar verschillen de meningen over, ieder heeft zo zijn of haar eigen kruidenmix. Welk vlees gebruikt wordt is wel belangrijk, de bedoeling is dat je na uren smoren een boterzacht gaar stuk vlees overhoudt, dat je met twee vorken uit elkaar trekt. Draadjesvlees moet niet te lang van draad zijn en niet te droog. Gebruik daarom varkensvlees van de schouder zonder bot, ook wel procureur genoemd. Ik kocht een mooi stuk van 2700 gram bij de Hanos groothandel. Pulled pork is geen gerecht dat je voor twee personen maakt, minder dan een kilo is de moeite niet waard. Bovendien zou een klein stukje procureur niet echt het gewenste effect hebben. Voor een mooi gezelschap dus. Wij aten zaterdag de Pulled Pork met acht personen, er bleef een klein beetje over. Ik besloot het vlees in de oven klaar te maken. Handig, je hebt er nauwelijks omkijken naar. Ik maakte vrijdagavond een marinade en wreef het vlees daarmee stevig in. Zaterdagmorgen om half elf ging het vlees in de oven op 110 graden en om zeven uur was het heerlijk, botermals gaar.

  • marinade
  • 1 eetlepel raz el hanout kruiden
  • 1 eetlepel gerookt paprikapoeder
  • 1 eetlepel gedroogde oregano
  • 2 teentjes knoflook, geplet en fijngehakt
  • 2 eetlepels olijfolie

Procureur, voorbereiding voor pulled pork
Alles goed mengen en het vlees stevig inwrijven. Laat het zeker 12 uur in de marinade staan. Ik heb het vlees heel licht ingekerfd aan de bovenkant om de marinade er goed in te laten trekken.

  • Maak een mengsel van 150 ml bouillon
  • 2 eetlepels wijnazijn
  • 4 eetlepels barbecuesaus
  • 4 eetlepels bruine basterdsuiker
  • 1 eetlepel chilisaus
  • wat zout
  • 1 eetlepel olijfolie

Verwarm de oven voor op 110 graden. Giet de olijfolie in een braadslede waar het vlees precies inpast. Leg het vlees erin en lepel het mengsel over het vlees. Leg er wat bakpapier over en sluit het dan af met alufolie. ( Omdat er zuur in het mengsel zit moet je zorgen dat de alufolie de ‘saus’ niet raakt.) Zet het vlees in de oven en ga gezellig iets anders doen. Kijk zo om de twee uur of alles goed gaat, voeg eventueel wat vocht, bouillon, toe. Na zo’n 6 uur zal het vlees een kerntemperatuur hebben van 90 graden. Je voelt, als je er een vork insteekt dat het helemaal gaar is. Haal het vlees dan uit de oven en laat het onder folie 15 minuten rusten. Neem twee vorken een trek het uit elkaar.

pulled pork, procureur

Wij aten er tortilla’s bij en Dutchmens Coleslaw. En Chocolademousse toe. Van harte aanbevolen! Ik ga dit vaker maken!

© ellen.

Please follow and like us:

Zuurkoolstoofpotje…

zuurkoolschoteltje
Drukke tijden hier op het Ministerie. Ik val je verder niet lastig met onze besognes, maar leeftijd begint enig tol te eisen. Ik voorzag een dag van kibbelen met de alom tegenwoordige bureaucratie, Ellen had gewoon een drukke dag in haar Biebje. We spraken vroeg in de ochtend af dat het pizza zou worden deze avond, afhaalpizza…

Gaande de dag raakte ik almaar meer gefrustreerd door de moderne manier waarop men vindt dat burgers zich hebben te gedragen, namelijk digitaal. Ik kreeg het geëiste niet via de computer voor elkaar. Gelukkig bood de mij kwellende instantie me een mogelijkheid om telefonisch in contact te treden met een helpdesk (90 cent per minuut, er zijn nog 7 wachtenden voor u.). Graag maakte ik gebruik van die diensten, al zou het me een dag salaris kosten.

De wat norse beambte die ik aan de lijn kreeg luisterde mijn verhaal aan en kwam vervolgens tot de conclusie dat het niet van deze tijd was dat iemand zijn zaken op andere manier dan digitaal wenste af te handelen. Einde gesprek!

Hier word ik dus écht gek van lezer. En morgen moet ik weer verder met mijn gedoe met der Overheid. Van de weeromstuit besloot ik die pizza’s te laten voor wat ze waren. Ik kon mijn frustratie wel kwijt in het maken van een simpel gerecht. Een zuurkoolschotel uit de oven.

Ik ga je in dit geval geen exacte opgave van ingrediënten geven; met wat je in huis hebt kan het alle kanten op, het lukt altijd…

Ik gebruikte twee rode uitjes en een sjalot. Ik hakte die fijn met twee tenen knoflook en bakte ze vervolgens in eendenvet op een laag vuur tot ze mooi begonnen te glanzen. Daarna voegde ik goed varkensgehakt aan de groenten toe en besprenkelde het geheel met peper en zout uit de molen. Het was nu zaak flink door te bakken, zodat het gehakt wat kleur kreeg. Ik bestreek intussen de bodem en wanden van een ovenschotel met boter. Op de bodem kwam vervolgens een laag zuurkool. Daarop stortte ik het gehakt. De schotel werd afgedekt met een laag aardappelpuree.

Je maakt het gerecht op elk moment dat jou wenselijk is; in de koelkast blijft het een aantal dagen goed. Het is dan een kwestie van opwarmen in de oven. Nagenoeg iedereen lust dit eten en velen waarderen het als troosteten. Kortom, je maakt er al je tafelgenoten blij mee…

© paul

 

Please follow and like us:

Varkenswangetjes in Hertog Jan Witbier.

varkenswang in Hertog Jan Weizener
Paul loopt een rondje met Hond Jaros dus kan ik eindelijk eens even op de laptop werken. Zowel Paul als de laptop maken deze dagen overuren, het schrijven over de reizigers naar Santiago neemt zo veel tijd in beslag dat er nauwelijks een momentje overblijft om te schrijven over wat er zoal op tafel komt deze dagen. Uit de reacties maken we op dat onze lezers genieten van de verslagen maar het is elke dag een hele klus om de verhalen van Jan en Ans om te zetten in een leesbaar verhaal. Zeker nu het einde van de tocht nadert moeten we bij zien te blijven zodat we allemaal tegelijk in Santiago eindigen.

Goed, er moet dus ook gegeten worden en vriend Jan is dezer dagen een graag geziene gast aan onze tafel. Vorige week maakte ik deze varkenswangetjes voor Jan. Voor bierliefhebber Jan natuurlijk een recept met met bier. Ik koos voor Hertog Jan Witbier. Een tijdje geleden, toen de wandelaars in het prille begin van hun tocht door Hoegaarden liepen maakte ik karbonaden klaar in Hoegaarden witbier. Dat was een succes, een lekkere volle saus leverde dat witbier op. Voor herhaling vatbaar dus. Ik combineerde de aantal verschillende recepten en gaf er een eigen draai aan. Het resultaat was prima; voor herhaling vatbaar!

De varkenswangetjes waren niet zo heel groot, een echte vleesliefhebber kan er best twee op. Ik geef het recept voor vier personen maar op zich maakt de hoeveelheid wangetjes niet uit. De ingrediënten voor de saus blijven gelijk.

  • 6 varkenswangetjes, schoongemaakt en het meeste vet weggesneden
  • 1 flesje witbier
  • boter
  • wat bloem
  • peper en zout
  • 2 sjalotten, fijngesneden
  • 1 teentje knoflook, geplet en fijngehakt
  • een takje tijm
  • 2 laurierblaadjes
  • een koffielepel appelstroop
  • eventueel wat bouillon

Verwarm de oven voor op 120 graden. Haal de wangetjes even door wat bloem en bak ze in de boter snel rondom bruin. Voeg de sjalotten en knoflook toe en bak die ook even mee. Blus dan af met het witbier en voeg peper, zout, tijm, laurier en appelstroop toe. Roer even zodat de appelstroop oplost en zet de pan met deksel dan in de voorverwarmde oven. Laat het gerecht zo zeker twee en een half uur zachtjes garen. Controleer af en toe of er nog genoeg vloeistof in de pan is en vul zo nodig aan met wat bouillon.

Wij aten er nieuwe aardappeltjes bij en peultjes. Geen wijn maar een mooi glas witbier erbij!

Kopjes espresso toe.

© ellen.

Please follow and like us:

Langzaam gegaard buikspek

buikspek
Ik denk dat veel mensen in gedachten zo’n lijstje hebben met “dingen die ooit eens moeten gebeuren”. Dat kan variëren van “eindelijk de zolder opruimen, of één keer van die berg abseilen”, tot hele simpele dingen die je al heel lang eens wil doen maar wat er maar niet van komt. Ik heb een enorme waslijst van nog te doen dingen, ik ga die hier niet allemaal opnoemen er moet nog iets te wensen overblijven nietwaar? Maar dat ene recept wat er maar nooit van kwam… Juist! Langzaam gegaard buikspek, dat wilde ik nou al heel lang eens klaarmaken. Simpel, zou je zeggen, doe je toch gewoon even! Maar zo eenvoudig ligt dat niet.

Wij eten al jaren geen varkensvlees meer van varkens uit fokbatterijen. Er komt hier alleen nog biologisch, diervriendelijk gefokt varken op tafel. We kopen het vlees meestal bij de Sumiranboerderij een enkele keer ook bij een goede bioslager. Ik zou zo’n stuk buikspek natuurlijk best bij de dames van de Sumiranboerderij kunnen bestellen maar dat komt er gewoon maar niet van. Toen we deze week wat winkelden bij de Hanos groothandel zag ik daar in het schap een prachtig stuk buikspek liggen, biologisch, van het Zweeds Landvarken. Eindelijk! Natuurlijk een veel te groot stuk voor ons tweetjes maar voor de zaterdagdis met veel mensen was het precies een mooie hoeveelheid. Ik las zo hier en daar wat recepten en gaf er mijn eigen draai aan; een beetje ‘Chinees’.

  • Voor 8 personen:
  • 1500 gram buikspek uit één stuk, de zwoerd was eraf gesneden, de vetrand niet.
  • voor de marinade;
  • 4 teentjes knoflook, fijngeknepen
  • een stukje gember, ongeveer 5 cm, fijn geraspt
  • 2 eetlepels honing
  • 1 eetlepel hoisingsaus
  • 3 eetlepels sojasaus
  • 1 eetlepel rijstazijn
  • 1 theelepel vijfkruidenpoeder
  • 1 theelepel sesamolie

Kerf met een scherp mes een ruitpatroon in de vetrand van het vlees. Roer alle ingrediënten door elkaar tot een mooie marinade en laat het vlees daarin minstens 8 uur marineren. Af en toe een keer omdraaien en inwrijven.

Verwarm de oven voor op 220 graden. Leg het vlees op een rooster en plaats dat op een lekbak. Laat het vlees 20 minuten braden op 220 graden. Schakel de thermostaat terug naar 90 graden en laat het vlees zo nog 2 uur garen. Haal het spek dan uit de oven en laat het even rusten op een plank. Snijd het dan in dunne plakken en geniet!

Werkelijk overheerlijk vond ons gezelschap! En dat was het ook; smeltend zacht, prima van smaak! We aten er nasi goreng bij, wat komkommer en boontjes met pepertjes en wat kokos.

Kopje espresso toe!

© ellen.

Please follow and like us:

Schouderkarbonade in Lupulus dubbel.

Vriend Jan en Dochter Loes kwamen terug van hun vakantie in Frankrijk. Maar eerst maakten ze nog een omweggetje naar Courtil, waar de Lupulusbrouwerij staat. Geheel ongevraagd bracht hij een krat Tripel mee voor de Jongste Bediende, en voor mij een krat Dubbel., 70 cl per fles, wel te verstaan. Ik was zeer verrast, ik was allang weer door mijn voorraad.

Een van de favoriete gerechten op het Ministerie is de in bier gestoofde schouderkarbonade. We eten dat vaak, zo ook afgelopen week. Ellen maakte voor de vorm nog een enkele foto, maar we zouden er niet over gaan schrijven. Dat hadden we al zo vaak gedaan (dachten we)…

Ik ben toch maar even gaan zoeken in het archief. En wat blijkt: in de zeven jaren dat het Ministerie publiceert beschreven we het gerecht slechts vier keer. En steeds nét weer iets anders qua ingrediënten en qua biertype. Daar komt nog bij dat het laatste artikel over het gerecht alweer enige tijd oud is. Enfin, alle reden om toch werk te maken van de schouderkarbonade in Lupulusbier. Het recept is bedoeld voor twee personen.

  • 2 schouderkarbonaden van onbesproken gedrag,
  • 2 sjalotjes,
  • 2 tenen knoflook,
  • 33 cl. donker abdijbier,
  • 1 takje tijm,
  • peper en zout uit de molen,
  • handvol gehakte verse peterselie,
  • boter.

Wrijf het vlees in met peper en zout. Smelt in een stoofpan boter en laat daarin op een middelhoog vuur de gesnipperde sjalotjes en de gehakte knoflook mooi glazig worden. Schep ui en knoflook uit de pan en zet even opzij. Doe dan het vlees in de pan en bak het aan de twee kanten bruin in de achtergebleven boter (voeg indien nodig nog wat boter toe). Giet er vervolgens het bier bij, de sjalotjes en de knoflook. Ook het takje tijm mag nu meestoven. Doe de deksel op de pan en laat het vlees stoven op een laag pitje.  In een goede 45 minuten tot één uur is het gerecht klaar. Een kwartier voor het einde van de stooftijd mag de helft van de gehakte peterselie in de pan. Is het vlees klaar dan leg je het op een voorverwarmde schotel. De saus maak je af met peper en zout, en je haalt het takje tijm uit de saus (dat heeft zijn dienst gedaan en kan weg).Giet de saus over het vlees of serveer in een sauskom. Dien warm op en werk af met de rest van de peterselie.

  • Wij gebruikten Lupulus bier, het donkere type. Aangezien dat in Nederland nog slechts mondjesmaat te krijgen is (en ook in Vlaamderen sporadisch) zul je in de meeste gevallen gebruik moeten maken van een ander abijbier. Er zijn er genoeg en je kunt ze gemakkelijk aankomen.
  • Lange tijd ben ik ervanuit gegaan dat het niet zo heel erg veel uitmaakt welk bier je gebruikt. Ik dacht dat door het stoven en de forse smaaktoevoegingen het typische, het eigene van het bier min of meer verloren gaat.  Daar ben ik inmiddels van terug gekomen. Het maakt wel degelijk uit. Om te ontdekken welke smaak je het best bevalt zul je moeten experimenteren.
  • Een stooftijd van een dikke vijfenveertig minuten is een aardige richtlijn. Wij stoven meestal wat langer, een beetje afhankelijk van de dikte van de saus. Let wel op dat de saus niet te droog wordt. Dan koekt de hele zaak vast en verbrand. En dat is eeuwig zonde…

© paul

Please follow and like us:

Schouderkarbonade gestoofd in Witte Hoegaarden…

Schouderkarbonade in Hoegaarden

Dit wordt het derde artikel over Hoegaarden, en voorlopig het laatste. Na de Avonturen van Ans en Jan en de Avonturen van het personeel van de brouwerij vertel ik je mijn eigen avontuur met Hoegaarden Wit. Dat van mij is het minst spannend, maar wel heel lekker.

Koken doe je met een rijpe tripel, met een stevige bruine, een kriek of desnoods met een pijpje pils (mosseltjes). Het was nog nooit in me opgekomen om er Hoegaarden (witbier, tarwe)voor te gebruiken. De aanschaf van een partij biologisch varkensvlees bij de Sumiranboerderij en het geleuter over Hoegaarden op deze web site maakten dat ik me er maar eens aan waagde.

  • 2 schouderkarbonades,
  • 1 pijpje Hoegaarden wit,
  • 1 grote ui,
  • 1 sjalot,
  • 2 tenen knoflook,
  • 1 handvol verse peterselie,
  • scheut room,
  • olijfolie,
  • boter,
  • peper en zout uit de molen.

Verhit olie en boter in een stoofpan. Wrijf het vlees in met peper en zout en bak het snel aan beide kanten bruin. Haal het vlees uit de pan en zet het even weg onder alu-folie. Stoof de in ringen gesneden ui, de gesnipperde sjalot en gehakte knoflook in hetzelfde olie-botermengsel op een niet te hoog vuur tot ze glazig zijn. Leg het vlees dan op de uien, schenk er het witbier bij en breng het geheel even aan de kook. Dan terug naar een zeer matig vuur. Plaats de deksel op de pan. Het vlees mag anderhalf tot twee uur stoven. Haal het vlees uit de pan en houd het warm. Voeg een scheut room toe en laat even doorkoken. Leg het vlees op een voorverwarmde schaal en overgiet met de saus. Afwerken met peterselie…

  • Je gebruikt veel vloeistof. Wanneer je saus te dunnetjes wordt, laat het geheel dan eventjes stoven zonder deksel. Maar voor je het weet heb je te weinig vloeistof in je pan.
  • Hoegarden levert een milde saus op, een beetje zoetig zelfs (mede dankzij de uien natuurlijk). Het bitter dat je bij sommige tripelsauzen weer met kunstgrepen moet verzachten ontbrak geheel. Hoegaarden stooft goed…
  • Hoegaarden wordt in het brouwproces op smaak gebracht met koriander en sinaasappelschil. Volgens Ellen maakt dat, samen met de frisheid van het bier, dat Hoegaarden zo geschikt blijkt voor dit soort stoofpotten. Wij vonden het in ieder geval heerlijk.

© paul

Please follow and like us:

Jambonneau sauce moutarde, beenhammetje in mosterdsaus

jambonneau sauce moutarde

Als wij uit Luxemburg terugkomen is het altijd gedoe wat we zullen eten. Wat we ook bedenken, het komt er altijd op neer dat we rond twaalf uur daar vertrekken en zo rond 3, 4 uur thuis zijn. Snel spullen uit de auto laden en dan loopt ons huis langzaam vol met gasten; De Jongste Bediende en Marleen komen de bestelde sigaretten en Champus ophalen, Het Kind en Vriend Andy, De Keizer van Monera  en wie er verder nog nieuws te melden heeft… Gezellig, een glas wijn, een borrel, wat hapjes… Tot een fatsoenlijke maaltijd komt het nooit, als het bezoek vertrokken is ruimen we de ergste troep op, lopen nog een rondje met Hond Jaros en Thats It! Dit keer zou ik dat eens heel anders oplossen; gewoon in Luxemburg inkopen doen, vroeg vertrekken, thuis netjes koken en dan bezoek…

We vertrokken inderdaad vroeg en we waren dit keer al om stipt 15.00 uur thuis, maar toen moesten we zóveel troep uitladen en opbergen en wassen… Maar snel iets bij de Chinees gehaald! Ja hoor, niets menselijks is ons vreemd!
Maar toch, gisteren de uitgestelde snelle maaltijd gemaakt. Ik kocht in Luxemburg bij een goede slager voorbereide beenhammetjes, Jambonneau heten ze daar. Hier zie je ze soms nog rauw bij de vakslager. Ze heten dan ijsbeen of beenhammetje. In Luxemburg, Belgie en Duitsland kan je ze bij elke goede slager voorbereid kopen. Ze zijn dan gepekeld, van alle vet ontdaan en gegaard. Lekker bij zuurkool of andere winterse groenten. Met een mooie mosterdsaus van Luxemburgse biologische pitjesmosterd.

jambonneau sauce moutarde

Zo had ik dat gepland; zo’n hammetje, wat van die heerlijke eigengemaakte zuurkool, wat aardappelpuree en een mooie mosterdsaus erbij, snel klaar en toch… Goed, een dag later was dit een prima maaltijd

  • 2 hammetjes, gepekeld en gegaard (soms is één jambonneau per persoon wel veel, maar wat er aan vlees overblijft is koud ook heel lekker met wat augurkjes en mosterd.)
  • 1 eetlepel boter
  • 1 lepel bloem
  • 1 kleine sjalot, zéér fijngehakt
  • 2 eetlepels grove mosterd met pitjes (of mosterd zonder pitjes als je die zoals ik bent vergeten mee te nemen…)
  • een kopje bouillon
  • een scheutje room
  • flink wat vers gemalen zwarte peper.

De Saus:

Smoor de sjalot even zachtjes in de boter. Voeg de bloem erbij en smoor die even mee. Dan de mosterd erbij en alles goed roeren zodat alle klontjes weg zijn. De bouillon erbij en roeren tot je een mooie gladde saus hebt. Scheutje room erbij even laten doorkoken en verder op smaak brengen met peper en zout.

Maak mooie luchtige aardappelpuree. Verwarm de oven voor op 180 graden. Schik de aardappelpuree in een ingevette ovenschaal aan de zijkanten. Leg in het midden de uitgelekte zuurkool en daarop de hammetjes. Dek af met alufolie en zet de schotel zo 25 minuten in de oven. Haal de folie eraf en laat de schotel nog 10 minuten verder warmen zodat de hammetjes een beetje kleuren en de puree een mooi korstje krijgt.

Kopje espresso toe!

© ellen.

Please follow and like us:

Nostalgie op Blue Monday; varkenshaasje met zuurkool en gorgonzolasaus

zuurkool, een varkenshaasje en saus van gorgonzola

Tja, ik heb er persoonlijk niet zo’n last van die Blue Monday, maar het is een gegeven, lees Twitter en Facebook en dan we hebben vandaag een opkikker nodig, dat is wel duidelijk.

Een opkikkertje dus vandaag en tegelijk nou maar eens een recept uit de ‘oude doos’. Een leuk initiatief van Els, van website ‘Eetlust’; zij was haar oude kookboeken aan het doorlezen en besloot een aantal van de hele ‘oude recepten’ nog eens uit te voeren. Dat sprak mij wel aan, goed idee, ga ik ook doen… Vervolgens ontbrak me de tijd om nou weer eens echt in die oude boeken te duiken en was ik het hele plan alweer bijna vergeten… tot ik vandaag besloot dat de diepvries ook weer eens wat leeggemaakt moest worden. Ha, daar lag nog een prima biologisch varkenshaasje van de Sumiranboerderij. Eigenlijk heel nostalgisch zo’n varkenshaas; wie eet dat nog gewoon gebraden? Er was een tijd dat dit stukje varken als heel sjiek werd benoemd, dat at je met Kerst of andere bijzondere feestdagen. Een beetje saai ook zo’n varkenshaas; weinig vet, dus weinig smaak. Smaak moet je zelf toevoegen. Varkenshaas heeft, wat mij betreft, altijd een flinke saus nodig, room, pikant, veel peper…

In de koelkast lag ook nog een mooi stuk Gorgonzola en ik was te lui om verse groenten te gaan kopen, dus resultaat; varkenshaas met gorgonzolasaus en zuurkool, want zuurkool hebben we gewoon zelf in de kelder, handig! Beetje vreemd, maar bijzonder lekker.
zuurkool, een varkenshaasje en saus van gorgonzola

Braad de varkenshaas langzaam rondom bruin en laat even zachtjes doorgaren. (tijd is afhankelijk van dikte grootte enzovoorts, voel of het vlees nog meegeeft… en bedenkt welke garing je wilt. Ik houd niet van helemaal gaar, een beetje rosé mag wel.) haal het vlees uit de pan en laat het onder folie even rusten.

  • Saus:
  • 1 sjalot, heel fijngesneden
  • lepel boter
  • klein lepeltje bloem
  • wat bouillon
  • scheutje room
  • 75 gram gorgonzola in kleine stukjes gebrokkeld
  • peper, zout en wat vers gehakte peterselie

Verwarm de boter en smoor de sjalot snippers daarin lichtbruin. Voeg de bloem toe en smoor even zachtjes mee. Voeg een paar lepels bouillon toe, een scheut room en de gorgonzolastukjes. Laat alles langzaam aan de kook komen en maak de saus af met peper, zout en wat vers gehakte peterselie.

Samen met de eigengemaakte zuurkool en een paar gekookte aardappelen was dit een mooie maaltijd!

Kopje espresso toe!

© ellen

Please follow and like us:

Varkensstoofpot met Orvalbier

stoofpot met Orvalbier
Stukjes over het eten schrijven zit er hier even niet zo in… Internet werkt maar heel af en toe, en eerlijk gezegd hebben we ook maar héél af en toe tijd om iets te schrijven… We genieten van het mooie weer, nu samen met vriend Jan en Ans. We toeren wat rond door de Gaume, doen onze boodschapjes en drinken daarna een mooi glas bier, ook uit de Gaume. Er zijn hier flink wat kleine brouwerijtjes die prachtig bier produceren. Paul en Jan mogen er graag van genieten, één blijft echter favoriet: Orval! Je ontkomt er hier niet aan, Orval is overal, wordt overal gedronken en ook op veel plaatsen gebruikt bij het koken.

Een recept met Orvalbier dus: voor vier personen

  • 800 gram varkensvlees van onbesproken kwaliteit (fricandeau of schouder zonder bot) in flinke stukken gesneden
  • 2 sjalotten fijn gesneden
  • 2 stengels bleekselderij fijn gesneden
  • 1 wortel fijn gesneden
  • 3 teentjes knoflook, geplet en fijn gesneden
  • geklaarde boter of olijfolie
  • een flesje Orvalbier
  • peper en zout
  • wat versgehakte platte peterselie

Verhit een deel van de olie of boter in een grote braadpan en bak daarin de sjalotten en de knoflook mooi lichtbruin. Voeg er de bleekselderij en de wortel bij en stoof het geheel zachtjes. Verhit de rest van de olie of boter in een koekenpan en bak daarin de stukken varkensvlees mooi bruin. ( bak in gedeeltes zodat alles echt goed bruin wordt en meteen dichtschroeit) Voeg de bruingebakken stukken vlees bij de groenten. Schep alles goed om en om. Blus de koekenpan met het Orvalbier en roer de aanbaksels los. Giet het vocht bij de stoofpot. Laat alles even aan de kook komen, schep nog eens goed om en laat de stoofpot dan langzaam garen met de deksel op de pan. Als het vlees bijna gaar is de deksel van de pan halen en de saus nog wat laten indikken. Strooi er eventueel nog een lepeltje vloeiende bloem over en roer goed. Breng verder op smaak met peper en zout.

Dien het vlees op met de Orval/groentensaus en geef er wat pasta bij. (bijvoorbeeld die kleine handgmaakte ‘oortjes’.

Kopje espresso toe! Weer een mooie vakantiedag!

© ellen.

 

Please follow and like us: