Kapucijners in mosterd-roomsaus…

Kapucijners in mosterd-room...

Heb je eindelijk ontdekt waar je ze kunt vinden in je omgeving, blijkt het seizoen alweer voorbij.

Ik was vandeweek even bij de Boerderijwinkel aan de Rooije Hoefsedijk, hier ten lande, om wat groenten voor de komende dagen in te slaan. Van de krat met verse kapucijners was nog slechts de bodem bedekt met paarse peulen. Bij navraag bleken het de laatste van het seizoen te zijn, althans, de laatste die er op deze boerderij zouden worden geoogst. We hadden tot op dat moment slechts twee maal verse kapucijners gegeten dit jaar, dus het was geen kwestie van keuze om die laatste kilo uit de krat te grabbelen. Want het zou waarschijnlijk weer een jaar wachten worden vooraleer de volgende kapucijnermaaltijd zich zou aandienen. Ik kocht dus een ruime kilo kapucijners en hield daar na het doppen een goede 400 gram erwten over.

Ik sjouw al jaren met aantekeningenboekjes rond. Ik noteer daarin alles wat ik niet wil vergeten. Adressen, telefoonnummers, websites, radioprogramma’s, ingekleurde tekeningetjes voor Jop en natuurlijk recepten en gerechten. Ook noteer ik tijdens het koken wat ik sta te doen en ik teken aan hoe ik een gerecht aanpas aan mij eigen goesting. De bedoeling is dat ik de aantekeningen verwerk, zodat ze op plaatsen terecht komen waar ze eigenlijk thuishoren. Daarna kunnen de aantekeningen vernietigd worden, doorgekrast of uitgegumd. Op enig moment kan ik hele bladzijden uitscheuren en eigenlijk is het de bedoeling dat tegen de tijd dat zo’n boekje vol is er ook nog slechts een paar beschreven pagina’s over zijn. De informatie die daarop staat schrijf ik over in een nieuw boekje en het hele gedoe begint dan weer van voor af aan. Ik schrijf overigens altijd met een vulpen en zwarte inkt. Het is wat primitief, dat realiseer ik me maar al te goed, maar ik heb het altijd zo gedaan en ik vind het prettig.

Afgelopen winter noteerde ik een recept voor verse kapucijners. Ik weet niet meer waar ik het vandaan haalde, wie de auteur is, waar ik het gelezen heb. Ik herinner me nog slechts dat het barstens koud was, meer details zijn me ontgaan. Ik schreef het recept een beetje naar onze smaak toe en maakte het eergisteren klaar. Het resultaat was verrassend lekker. Voor twee personen is het een hoofdgerecht, als bijgerecht bedien je er makkelijk vier eters mee.

  • 400 gram (gedopte) kapucijnererwten,
  • 2 sjalotten, gesnipperd,
  • olijfolie,
  • 2 tenen knoflook, gesnipperd,
  • 50 gram pancetta (event. ontbijtspek) in dunne schijfjes.
  • 1/2 chilipepertje, ontdaan van zaad en zaadlijsten, gesnipperd,
  • 1 deciliter room,
  • 1 eetlepel mosterd,
  • zout en peper.

Verwarm de olijfolie in een sauspan (of hapjespan) en laat hierin de gesnipperde sjalotjes glazig worden. Voeg de knoflook toe en het pepertje. Voeg ook de heel fijn gesneden pancetta toe. Laat alles even doorbakken op niet al te hoog vuur. Voeg mosterd en room toe en roer goed om. Zet het vuur heel even hoog, zodat de saus omhoog komt. Draai dan terug en laat de saus zachtjes sudderen.

Zet de kapucijners in ruim koud en gezouten water op. Eenmaal aan de kook laat je de erwtjes 5 minuten gaan, beslist niet langer. Giet de kapucijners daarna af en schud ze bij de mosterd-roomsaus. Laat alles nog twee minuten heel zacht trekken, Je gerecht is klaar. Verrassend lekker, dit wordt een klassieker in dit huishouden…

Lees ook: De kapucijners van Loethe Olthuis…

© paul

De kapucijners van Loethe Olthuis…

IMG_6650
Jarenlang waren we verstoken van verse kapucijners. Betrokken we ze vroeger het hele seizoen van mijn gewaardeerde collega en fermier-pur-sang, Boer Skukhorzel, toen we door omstandigheden te ver weg van elkaar kwamen wonen was het uit met de pret. En hoewel de groentekramen op de Helmondse zaterdagmarkt geweldig zijn gesorteerd, was het iedere keer maar afwachten of er überhaupt verse kapucijners zouden worden aangevoerd (vaak niet dus…).

En nou blijken er dus bij de Boerderijwinkel aan de Rooije Hoefsedijk, in het buitengebied van ons eigen dorp, volop kapucijners te worden geteeld. De staken met paarse peulen staan zo ongeveer tegen de winkel aan. Ze doen dat overigens al jaren, dat kapucijners kweken, en wij wisten weer eens van niks. Enfin…

De ontdekking van het paarse goud maakte ons, op z’n zachts gezegd, gelukkig. We aten dan ook vorig weekend ons eerste maaltje verse kapucijners. En zoals te doen gebruikelijk dienden de primeurs van dit jaar, evenals de asperges en evenals de nieuwe erwtjes, zo simpel mogelijk te worden bereid. We kookten de kapucijners kort en stoofden ze daarna verder in boter en spekjes. Een sjalotje mocht erbij, maar meer moest dat niet zijn. Ze waren heerlijk…

Nou heb ik je al eens (regelmatig) verteld over mijn voorliefde voor de Volkskeuken, de kookrubriek van de Volkskrant. Ik lees die rubriek eigenlijk elke dag en ik heb zo mijn voorkeuren. Staat me een gerecht of recept aan, dan scheur het uit de krant en stop het in een mapje. Het mapje raakt aardig vol en ik heb nog steeds niks gerubriceerd. Het is dan ook geen wonder dat ik dat recept van Loethe Olthuis (van tien jaar geleden) niet terug kon vinden. Terwijl ik toch zeker meende te weten dat ik het ergens had opgeslagen… Enfin, Ellen is veel praktischer; ze googelt even en daar staat het recept op m’n scherm. Nah jah…

Ik paste het recept aan aan ons tweepersoons huishouden en ik geef het je zoals ik het bereidde:

  • een flinke kilo kapucijners, in de schil,
  • 3 ansjovisfilets, indien nodig ontzout,
  • 1 teen knoflook, fijn gehakt,
  • flinke klont boter (75 gram),
  • de blaadjes van twee takken basilicum, fijngehakt,
  • grof zeezout,
  • vers gemalen peper.

Ontdoe de kapucijners van hun jasje, je houdt 350 gram aan kapucijner-erwtjes over. Laat de ansjovis met de knoflook in een flinke klont boter garen. De ansjovisfilets zullen uit elkaar vallen. (Je dient een paar lepels water toe te voegen aan het proces om wat smeuïgheid te krijgen.)

Voeg de kapucijners toe en breng de hele zaak snel aan de kook (deksel op de pan) en laat ze in de saus een minuut of vier, vijf koken. Meer hoeft echt niet, je werkt met jonge kapucijnererwten en langer verhitten maakt je erwten taai. Schep tussendoor een keer om.

Werk aan het eind van de bereiding de gehakte basilicum erdoor en breng het gerecht op smaak met vers gemalen peper.

Gebakken aardappeltje erbij, een glaasje lichte witte wijn, stukje vlees voor Ellen, en uiteraard een kopje espresso toe…

Lees ook: De Peultjes van Boer Skukhorzel…

© paul

linguine met spinazie en gerookte zalm

linquine met spinazie, room en zalmGelukkig is het hier eindelijk wat afgekoeld, er viel zelfs wat regen. De rozen fleuren weer op en wij ook. Na dagen slecht slapen door de warmte zijn we allebei moe. Geen zin in moeilijke dingen, weekend! Een snelle maaltijd dan, maar eens lekker voor de televisie hangen en vroeg te bed.

    • Snelle pasta voor twee personen
    • linguine voor twee personen (normale portie, zoals je gewend bent)
    • 1 fijngesneden sjalot
    • 1 fijngesneden teen knoflook
    • wat olijfolie
    • 200 gram spinazie
    • 150 ml room
    • 100 gram mooie gerookte zalm
    • peper, zout, nootmuskaat.

Ilinquine met spinazie, room en zalm

Zet water met zout op voor de pasta. Snijd de sjalot en de teen knoflook fijn. Verwarm de olie in een wijde pan en smoor daarin de sjalot en knoflook even aan. Voeg de gewassen spinazie toe en smoor even tot de blaadjes geslonken zijn. Schep dit mengsel dan in de blender of pureer het met een staafmixer. Voeg de room toe en breng op smaak met peper en wat nootmuskaat. Voorzichtig met zout, de zalm is al zout. Schep alles weer terug in de pan en voeg wat stukjes zalm toe. Bewaar de rest van de zalm om te garneren. Intussen heb je de linguine gekookt. Giet de pasta af en meng door de spinazie/room. Warm nog even op en serveer met de rest van de zalm.

Supersnel, smakelijk!

Kopje espresso toe!

(Paul probeerde de pasta nu eens net zo mooi op het bord te rollen als Jeroen Meus, maar ja.. zo’n vorkje… (bijna niet te bekomen, zo’n vorkje van Jeroen, met zo’n geel plastic heft. Hele discussies op het Meus-forum…)

© ellen.

Doperwtjes met slaharten en zilveruitjes…

Verse erwtjes met slahart...Wij proberen zoveel mogelijk de groenten en ook andere produkten van het seizoen te eten. We schrijven er vaak over omdat we het belangrijk vinden zo duurzaam mogelijk te eten en te drinken. Weinig Foodmiles, minder vlees, zo min mogelijk verpakkingen, geen vissen waar het niet goed mee gaat, bijna altijd biologisch vlees van dieren die een goed leven hebben gehad, ‘zuivere’ koffie en cacao nou ja, zo kan ik nog even doorgaan… Maar wij zijn natuurlijk ook niet helemaal wars van verleidingen, soms moet je even een oogje dichtknijpen. Eén van die dingen waar ik makkelijk voor zwicht is verse doperwtjes en tuinboontjes. Verse erwtjes uit Nederland daar moet je heel alert op zijn. Ze zijn maar een paar weken te koop en dan alleen nog bij een super goeie groentenjuwelier of op de markt. De plaatselijke supers hier verkopen zoiets ‘eenvoudigs’ niet. Het risico dat we weer net eens het land uit zijn in die paar weken dat de verse erwtjes te koop zijn is niet denkbeeldig.  Toen ik dus op de Helmondse zaterdagmarkt van die mooie verse erwtjes  *1) zag liggen aarzelde ik geen moment. Zonder naar land van herkomst te kijken had ik mijn mandje al gevuld… Luxe! Krop sla erbij en een handvol verse zilveruitjes. Alles compleet om de erwtjes alle eer aan te doen want met die eerste verse erwtjes is het al net zo als met de eerste asperges; geen ingewikkelde recepten, gewoon is al heerlijk genoeg! De asperges klassiek met ham, boter en een eitje, de erwtjes met het hart van een krop sla, uitjes en wat spekjes. Het recept stamt uit de tijd dat mensen nog grote groententuinen hadden. De eerste sla begint door te schieten en moet toch op, de laatste gedroogde uitjes moeten op vóór de nieuwe oogst er is en een stukje spek had men altijd wel…

voor twee personen:

1 kg verse doperwtjes in de peul

  • 30 gram roomboter
  • 16 kleine zilveruitjes, of 1 grote ui grof gesneden
  • het hart van een krop sla, gewassen en in vieren gesneden
  • 1 theelepel suiker
  • 25 gram mager rookspek, in blokjes
  • handje gehakte platte peterselie

Smelt de boter in een stoofpan, leg de sla op de bodem en verdeel daarover de erwtjes, het spek, de uitjes en het lepeltje suiker. Stoof, op een heel zacht vuurtje, het geheel zeker 30 minuten, langer mag ook. Strooi er dan de vers gehakte platte peterselie over en dien op met jonge aardappeltjes.

Kopje espresso toe.

*1) de erwtjes kwamen overigens uit Zuid Frankrijk, viel dus nog best mee.

© ellen.

 

 

 

Gegratineerde asperges met beenham en Langreskaas…

IMG_5412
Vorige week schreef Paul al over de eerste asperges van dit seizoen. We aten ze simpel met wat ham, boter en een eitje. Heerlijk!
Ik weet het, wij zijn zeer bevoorrecht hier in Brabant; altijd de eerste én de beste kersverse asperges en dan vorige week ook nog een lieve collega van Paul die ze aan huis bezorgde… Vandaag besloten we ze zelf maar eens te gaan kijken hoe het met het ‘witte goud’ erbij stond. Het verkoopadres van de familie van Dinter is verplaatst naar het huis van Jozé en Toon, 200 meter verder aan de Paashoefsedijk. Het perceel met de eerste asperges ligt pal tegenover hun huis en het was er een drukte van belang zowel in de winkel als op het veld. Een tiental medewerkers was bezig de oogst te verwerken. Een rijke oogst na een mooi zonnig weekende! Op de site van José en Toon kun je lezen hoe deze eerste asperges in verwarmde bedden geteeld worden. Zij schrijven: “Wij gebruiken blaastunnels die over het aspergeperceel worden gezet. Hierdoor komt de zonne-energie veel meer tot zijn recht en worden de aspergeplanten veel sneller op een natuurlijke manier opgewarmd. Ook wordt de bodem opgewarmd door een soort vloerverwarming. Kosten nog moeite zijn gespaard. Maar dan héb je ook wat.”

Nu, dan weten we dus allemaal hoe. Discussie gesloten! En lékker zijn ze!

Vandaag hadden we zin in gegratineerde asperges en Paul wilde daar kaas bij, véél kaas. We hadden nog een mooi AOC Langres kaasje. Een gewassen korstkaas van volle koemelk, afkomstig uit Langres (Frankrijk) en uitermate geschikt om mee te koken. Paul schreef er al eens over.

  • Voor 2 personen
  • 1 kilo geschilde asperges
  • 150 gram mooie beenham
  • 150 gram Langres kaas
  • bechamelsaus

Kook de asperges gaar. Wij houden niet van ‘beetgaar’ maar je kookt ze maar zoals je ze het liefste hebt. Houd er rekening mee dat ze nog in de oven gaan. Laat de asperges goed uitlekken en maak intussen de bechamelsaus. Verwarm de oven voor op 180 graden. Schep een laagje bechamelsaus in een ovenschaal en schik daarop wat dunne plakjes kaas. Draai de asperges met twee of drie in de plakken ham en leg die op de saus. Verdeel de rest van de plakjes kaas over de asperges en gratineer de aspergeschotel ongeveer 20 minuten in de oven.

Smullen was dat! Kopje espresso toe!

© ellen.

 

Aardappel-geitenkaaskroketjes met pittige tomatensaus

IMG_5264Als je in Belgie ‘op restaurant’ gaat, krijg je bij het hoofdgerecht vaak de keuze ; frietjes, puree of kroketjes. Een beetje Chef maakt die kroketjes dan ook zelf! Ik kies dan altijd de kroketjes. Zelf maken doe ik ze eigenlijk nooit. Waarom niet? Gewoon nooit aan gedacht. Nu had ik toevallig flink wat aardappelpuree over van de vorige dag. De bedoeling was om er een ovenschoteltje met kaas van te maken. Ook lekker, maar opeens had ik zin in van die kroketjes… Het werden kroketjes met geitenkaas en erbij een pittige tomatensaus. De puree was al lekker smeuïg, aangemaakt met een ei en een flinke klont boter.

    • 450 gram aardappelpuree, aangemaakt met volle melk, een flinke klont boter en een ei
    • 100 gram zachte geitenkaas
    • 1 flinke eetlepel fijngehakte peterselie
    • peper en zout
    • bloem
    • 1 losgeklopt ei
    • paneermeel of panco
    • een frituurpan met zonnenbloemolie
    • Voor de saus
    • wat olijfolie
    • 1 sjalot, fijn gesneden
    • 1 teen knoflook, geplet en fijngesneden
    • 1 blikje tomatenstukjes
    • chilivlokken naar smaak (zo pittig als je wilt)
    • 2 ansjovisjes, in stukjes gesneden
    • 1 eetlepel kappertjes
    • wat oregano, peper en zout

Maak eerst de tomatensaus. Verhit de olie en bak daarin de sjalot en knoflook zachtjes aan. Voeg de ansjovis toe en laat die even smelten. Doe de chilivlokken en de oregano erbij en dan de tomatenstukjes. Kook even door en voeg de kappertjes toe. Breng verder op smaak met peper en zout. IMG_5238

Prak met een vork de geitenkaas en de peterselie door de puree en breng die verder op smaak met peper en zout. Verdeel de puree in porties en vorm daar rollen van. Snijd de rollen in stukjes van ongeveer 7 cm. Zet drie borden klaar één met bloem, één met losgeklopt ei en één met paneer. Wentel de porties puree achtereenvolgens door de bloem, het losgeklopte ei en de paneer. Verhit de olie tot 180 graden en bak de kroketjes in 2 tot 3 minuten goudbruin. Laat de kroketjes even uitlekken op keukenpapier en serveer ze dan met de pittige tomatensaus.

Kopje espresso toe!

© ellen.

Asperges: Primeur 2018…

Asperges: primeur 2018...

Het is welhaast traditie; elk jaar met Carnaval komen we op de laatste dag van het feest de boerin tegen die ons gedurende het in het verschiet liggende seizoen rijkelijk van  het Witte Goud zal voorzien. En altijd weer benutten we die carnavalsontmoeting om de ultieme vraag te stellen: Wanneer verwacht je de eerste asperges? Dit jaar liepen we elkaar echter mis…

Enfin, dacht ik, ik houd het wel op een andere manier in de gaten. Ik ging ervan uit dat ik beslist een berichtje zou opvangen wanneer het zo ver was; ons dorp is niet zo groot en de lokale tam-tam werkt nog immer op gekende wijze. Alle belangrijke zaken komen ons op enig moment ter oren, en doorgaans sneller dan verwacht.

De serieuze winterperiode in de afgelopen maand had de productiedatum voor asperges beslist nadelig beïnvloed, meende ik stellig. En de winterse dip die voor de komende dagen in het verschiet lag zou het er niet beter op maken. Ik had dus die asperges maar weer even uit mijn hoofd verbannen. Tot dan dat telefoontje kwam van collega Ria.

Ria is een gekend liefhebber van de Asparagus officinalis. Vorig jaar nog raakte ik bij toeval in een wedstrijd met haar verzeild, met als inzet de eerste asperges van het jaar bemachtigen bij ons beider vaste leverancier. Ria op de gemotoriseerde eco-fiets, ik in mijn oude schicht op vier wielen. Ria won nipt, maar samen waren we dan toch de eerste particuliere klanten van het jaar bij onze aspergeboer(in).

Dit jaar had Ria op mij een onmiskenbare voorsprong in het hele aspergegebeuren. Zij had namelijk de beschikking over het 06-nummer van de boerin. En ze heeft daar dankbaar gebruik van gemaakt… En ja, liet de boerin telefonisch weten, er waren al asperges te koop. De boerderijwinkel was nog wel niet in bedrijf, maar gewoon aan huis werd de waar al uitgevent.

En ik lezer, ik wist weer van niks…

Tot dan dat telefoontje kwam van collega Ria. Ze vertelde me haar bevindingen en nodigde me uit samen een maaltje te scoren. Ik moest evenwel gedurende dag slapen, want ik werk deze week ‘s nachts (zoals ik altijd ‘s nachts werk…). Ria begreep dat als geen ander, ze is zelf per slot al sinds mensenheugenis nachtzuster. Geen probleem, zei ze, ik breng asperges voor je mee en lever ze af wanneer je wakker bent. En aldus geschiedde…

Enfin lezer, ik nam het Witte Goud op gepaste tijd in ontvangst, schilde de blanke stengels zorgvuldig en vleide ze eerbiedig in de pan. Ze mochten garen en zacht worden als boter. (asperges beetgaar, al dente of zo iets lafs, het is dood-in-de-pot voor de asperge, geloof me!).

We aten ze dus gisteravond, die verse asperges. We aten ze klassiek: met goede (de beste) boter, met fijne gekookte ham, met hardgekookt ei, met een snuifje geraspte kaas. Meer hoeft dat niet te zijn

Dient nog vermeld dat onze asperges, van hier in dat kneuterdorp, in deze uithoek van Zuidoost Brabant, behoren tot een van de specimen die dienen opgenomen te worden in de lijst van culinair wereldcultuurgoed

©paul

Linzenschotel met extra groenten…

Linzenschotel...

Ergens in de Bijbel staat beschreven hoe een hele erfenis wordt verruild voor een bord linzen. In het Middenoosten zijn linzen (enkelvoud: linze) dan ook al duizenden jaren cultuurgoed. Het merendeel van de wereldproductie komt evenwel uit Turkije en India. In die landen wordt ook het leeuwendeel geconsumeerd.

In het zuidelijk deel van Europa vind je de linze volop, maar ook in Duitsland wordt ze in redelijke hoeveelheden geproduceerd. De Franse Puy-linzen zijn wel de beroemdste, op de voet gevolgd door de Italiaanse Castelluccio-linzen. Dat komt waarschijnlijk omdat die soorten (rassen?) verreweg het smakelijkst en het verfijnst zijn. Daar komt bij dat de Puy-linze, en ook de Castelluccio, heel en stevig blijft wanneer je die kookt. Andere linzen worden wat week, koken een beetje kapot. Dat wil overigens absoluut niet zeggen dat ze niet smaken. Schroom je niet om de linzen te gebruiken uit Berrydie uit de Cantal of die van de Haut-Loire. Ze smaken prima hoor. En ook al die soorten en rassen uit Spanje, uit Italië en die uit Duitsland mogen er wezen. Gebruik je splitlinzen, bijvoorbeeld voor de soep, dan heb je welhaast zeker Indiase of Turkse exemplaren te pakken. Niks mis mee, maar wij prefereren die kleine bolletjes uit Puy…

Nog even voor de duidelijkheid: linzen worden(in tegenstelling tot allerlei andere bonen) nooit vers gegeten, ze worden eerst gedroogd. En linzen worden (in tegenstelling tot andere gedroogde bonen) nooit vooraf geweekt. Bij modern geproduceerde linzen is het niet noodzakelijk om vooraf de linzen te wassen en te inspecteren op steentjes en ander ongemak. Linzen leveren een gezonde en zeer voedzame maaltijd…

Neel en Evert verbleven een tijdje in Frankrijk. Bij terugkomst brachten ze voor het Ministerie een keur aan kazen mee en een likeur op basis van Gentiaan. En dan ook nog een blik linzen uit Puy. We hebben er vandeweek van gegeten. Het recept dat ik je geef  levert een maaltje op voor 4 personen. Wil je minder, dan zul je de ingrediënten terug moeten rekenen..

  • 250 gram Puy-linzen,
  • olijfolie,
  • 1 ui, gesnipperd,
  • 1 teen knoflook, gesnipperd,
  • 100 gram gerookt spek, in kleine blokjes gesneden,
  • winterwortel, in kleine blokjes,
  • 2 stangen bleekselderij, geschild en in kleine blokjes gesneden,
  • 1 theelepel scherpe paprika,
  • water (0,75 l.),
  • peper en zout.

Verhit in een pan met deksel en stevige bodem de olijfolie en laat daarin de gesnipperde ui en knoflook glazig worden. Voeg dan het gerookt spekt toe en laat het even uitsmelten. Zet nu het vuur hoger en voeg winterwortel, bleekselderij en paprikapoeder toe. Laat alles een minuut of vijf bakken, roer af en toe om.

Stort de linzen in de pan en giet er het water bij. Doe het deksel op de pan en zet weg op een laag vuurtje. De schotel mag 20 tot 30 minuten trekken. Het laatste deel van de gaartijd mag het deksel van de pan. Vanaf twintig minuten regelmatig een smaakproef nemen. Gaar is gaar… Breng op smaak met peper en zout uit de molen.

  • Ik hield qua verhouding water/linzen de aanwijzing op de verpakking aan. Aangezien de aanvullende groeten echter ook vocht genereren was mijn schotel aan het eind van de gaartijd nog wat aan de natte kant. Inkoken heeft geen zin want je loopt kans dat je je linzen helemaal verkookt, je houdt soep of pap over. Schep het gerecht met een schuimspaan over in een voorverwarmde schotel en je probleem is opgelost.
  • We hielden behoorlijk wat van het gerecht over. Ook dat is geen probleem. Je kunt de dag erop de rest opwarmen, maar beter is het om het gerecht koud (als een soort salade) te eten. Een beetje van je beste spijsolie erover, heerlijk… Verwerken tot een soepje levert ook zeer bevredigende resultaten op.
  • Vroeger ging men er vaak vanuit dat linzen taai worden wanneer je er zout bij doet aan het begin van het gaarproces. Dat is een achterhaald uitgangspunt. Proefjes van een aantal betrouwbare kookschrijvers hebben uitgewezen dat het niets uitmaakt wanneer je zout toevoegt.

© paul

Lamsschenkels met wortel, tomaat en olijven

Stoofpot met lamsschenkel...
Zo af en toe moet de diepvrieskast eens ontdooit en opgeruimd worden. Een vervelend klusje maar er komen dan ook ‘vergeten’ lekkernijen tevoorschijn. Dat is dan wel weer leuk. Zo vond ik tot mijn verbazing nog twee lamsschenkels terug. Wij vinden deze schenkeltjes allebei erg lekker, dus meestal vergeet ik die niet maar na zo’n lange vakantieperiode wist ik even niet meer dat ik ze gekocht had. Ik besloot ze klaar te maken met veel wortel en verse tomaten. Tomaten uit eigen tuin. Ik kreeg een paar plantjes van Neel en ze overleefden de zomer dankzij de goede zorgen van ons Kind en Paul die de planten tijdens mijn afwezigheid water gaven. Resultaat een flinke oogst pruimtomaten. Mooi vast vruchtvlees en gewoon gerijpt in de zon, dat proef je!

Het recept werd een beetje Claudia Roden en een beetje van me zelf. Door toevoeging van kaneel en nootmuskaat weer eens anders dan anders.

Gebruik een pan met deksel die ook in de oven kan. Verwarm de oven voor op 160 graden

  • voor 2 personen
  • 2 lamsschenkels
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 1 grote ui grof gehakt
  • 2 tenen knoflook, geplet en gehakt
  • 2 wortels, geschrapt en in blokjes gesneden
  • 4 pruimtomaten, in stukken gesneden
  • 1 stengel bleekselderij, in stukjes gesneden
  • peper en zout
  • wat chilivlokken
  • 1 theelepel kaneel
  • 1/2 theelepel nootmuskaat
  • 2 eetlepels zwarte olijven
  • een plukje saffraan
  • 1 glas droge witte wijn

Verwarm de olijfolie en bak daarin de schenkels rondom aan. Haal ze uit de pan en houd ze even apart. Bak dan de ui en knoflook in dezelfde pan. Voeg wortel, bleekselderij en tomaatstukjes toe en bak ze even zachtjes mee. Week de saffraan in de witte wijn en blus daarmee af. Voeg dan peper, zout, chilivlokken kaneel en nootmuskaat toe. Roer alles goed om en leg de lamsschenkels op de groenten. Voeg de olijven toe en sluit de pan. Zet de pan in de voorverwarmde oven en laat de stoofpot ongeveer anderhalf uur garen. Voeg eventueel wat bouillon toe als de saus te veel inkookt.

Wij aten er wat couscous bij en een knapperige groene salade.

Kopje espresso toe.

© ellen.

Zon op je bord; aardappelstoofpotje met saffraan.

Spaanse aardappelstoofpot...
Ik hoor veel mensen mopperen over het weer; te weinig zomer, teveel regen… Ik heb zelf niets te klagen gehad. Op mijn vakantiestek in Luxemburg was het weer heel redelijk, soms zelfs erg warm, en weinig regen. Hier is het nu ook even wat beter en mocht het weer omdraaien is dit het recept om een zonnetje op je bord te toveren, dat helpt soms ook!
Aardappeltjes met saffraan en zwarte olijfjes

  • Voor vier personen:
  • 1 kilo kleine aardappeltjes
  •  1 flinke rode ui, in dunne ringen gesneden
  • 3 tenen knoflook, fijngehakt
  •  3 grote rijpe tomaten, in blokjes gehakt
  • een plukje saffraandraadjes
  • een handje zwarte olijfjes, ik gebruikte van die heerlijke Taggiasche van de Costa Ligure, die geven dit gerecht een extra zonnig tintje.
  • 1 glas witte wijn
  • zeezout en peper
  • olijfolie.
  • versgehakte peterselie
  • eventueel wat chilivlokken (wij houden wel van flink pittig en ik gebruik er dan ook flink wat van)

Verwarm de olijfolie en fruit daarin de uienringen en knoflook licht aan. Voeg de tomatenstukjes toe en eventueel de chilivlokken. Week de saffraandraadjes even in de witte wijn. Voeg de wijn met saffraan. Schep een paar keer goed om. Laat het mengsel nu even inkoken. Voeg dan de aardappeltjes bij de saus en giet er zo veel water over dat de aardappeltjes net onderstaan. Breng alles weer aan de kook, zonder deksel, en laat koken tot de saus weer dik en glad is en de aardappeltjes bijna gaar zijn. Voeg de olijven toe en laat nog vijf minuutjes doorsudderen zodat de olijven hun smaak kunnen afgeven. Proef en kruid dan af met peper en zout. Strooi er tenslotte wat versgehakte peterselie over.

Wij aten er een paar lamskarbonaadjes bij van de gril, maar mocht het toch weer regenen, dan voldoet dit zonnig stoofpotje ook prima met een frisse groene salade.

Kopje espresso toe natuurlijk!

© ellen.