Marmelade van bloedsinaasappels

IMG_5176Het seizoen voor bloedsinaasappels loopt ten het einde maar gelukkig kon ik afgelopen zaterdag nog een flinke portie kopen. Ik bakte al eerder een mooi taartje met bloedsinaasappels, maar met deze wilde ik een voorraadje marmelade maken. Ik ben eigenlijk niet zo´n liefhebber van jam of confituur maar deze marmelade vind ik toch wel heel lekker. Heerlijk op een vers geroosterde boterham… Tijd dus voor een jaarlijkse portie.

    • 2700 gram bloedsinaasappel
    • sap van 4 citroenen
    • 250 gram frambozen (diepvries, mooi voor de kleur)
    • 1250 gram geleisuiker extra

 Was de jampotjes en de dekseltjes goed af en spoel ze na met heel heet water. Zet ze omgekeerd op een schone theedoek. Was de sinaasappels en laat ze dan in ruim water zachtjes ongeveer 2 uur koken op een laag vuurtje. Laat de vruchten in het kookwater afkoelen. Haal de vruchten uit het kookvocht en halveer ze. Bewaar het kookvocht. IMG_5161

Schep met een lepel het vruchtvlees en de pitten uit de schil, schraap ook wat van de witte laag van de schil af. Dat wit en de pitten bevatten de meeste pectine die er mede voor zorgen dat de marmelade straks gaat stollen. Bewaar de schillen apart en snijd ze in fijne reepjes. Doe het vruchtvlees met het wit van de schillen, de pitten, het citroensap en de frambozen samen in een ruime pan en voeg 3 dl. water toe. Laat dit 7 minuten in een gesloten pan zachtjes koken.
Schep dan het vruchtvlees en frambozen in een passevite en draai ze door de fijne zeef die je op een kom gezet hebt. Draai het vruchtvlees door de passevite tot er alleen nog taaie vezels en pitten overblijven. Dat is een langdurig klusje, maar toch volhouden. Filter de overgebleven massa dan nog eens door een fijne zeef zodat je mooi helder sap overhoud.
Weeg het vruchtensap en de schilletjes en vul het aan met het kookvocht tot je totaal ongeveer 3000 gram hebt.
IMG_5168Doe het sap, de schilletjes en het kookvocht in een ruime confituur pan en laat alles 15 minuten zachtjes koken. IMG_5155
Voeg dan de geleisuiker toe en breng de massa opnieuw aan de kook. Dan nog 3 minuten doorkoken.
Schep de jam in de potjes. Gebruik een passende trechter, dat bespaard een hoop geknoei. Draai de dekseltjes meteen op de potjes en zet ze omgekeerd op de theedoek. Draai de potjes na een paar minuten om en klaar is je eigengemaakte bloedsinaasappelconfituur! Wat rest is een enorme hoop afwas, dat wel.

¢ ellen.

Spekkersen…

Napoleonkersen...

De kersentijd is voorbij, morgen begint de maand september alweer. Maar ik kwam de foto tegen en ik dacht: Als ik er nu niks mee doe dan verdwijnt het plaatje in een stoffig hoekje van ons archief en da’s ook zonde… Dus:

In mijn jeugd at ik ze, en ik at ze graag. Er ging geen jaar voorbij of er kwam in de zomer wel een maaltje spekkersen voorbij. Waar men ze vandaan haalde, ik zou het niet weten. Misschien kwamen ze bij ons vroeger algemener voor, misschien hadden kennissen van mijn ouders een boom. En ook opa Jehan keek elk jaar volop uit naar dat fruit, al was het alleen maar omdat opa geen andere kersen in zijn kersenpannenkoek duldde dan spekkersen.

We liepen met Julia over de weekmarkt in het Zuid-Belgisch stadje Arlon. Daar lagen die spekkersen te pronken en ik werd er meteen hebberig van. Julia, een gekend kersenliefhebber, huppelde intussen alweer ruim twintig jaar rond op deze aarde, maar spekkersen kende ze in het geheel niet. En daar, aan die marktkraam, realiseerde ik me dat ik de kersen ook al in geen jaren meer gezien had, laat staan geproefd. Alle reden om een maaltje te kopen.

Over de oorsprong van de oerspekkers bestaan verschillende verhalen, maar zoveel is duidelijk: het ras werd ontwikkeld rond 1800 in de buurt van de Duitse stad Halle. Binnen enkele jaren verspreidde de kers zich over Europa en het was een tuinbouwer en rasveredelaar uit het Belgische Henegouwen, genaamd Louis Parmentier, die de kers in 1828 de naam gaf waaronder ze tot aan de dag van vandaag wereldwijd bekend staat : Bigarreau Napoleon. Andere gangbare, maar meer lokale namen zijn Kaizerskirsche, Grosse Prinzessin, en bij ons dus Spekkers.

De spekkersenboom bloeit in april en mei, en de vruchtjes worden in juli en augustus geoogst. De bomen zijn evenwel gevoelig voor een aantal ziekten en de vruchten willen nogal eens barsten door toedoen van een flinke regenbui. Bovendien eisen de bomen een rijke boden. (Mogelijk allemaal redenen waarom ik die spekkers bij ons niet meer zie…)

De kersen hebben stevig vruchtvlees dat een zoetig sap bevat. De kleur van het vruchtvlees is geel met soms hier en daar een rood vlekje. De smaak van de kersen is heerlijk, een heel mooie balans tussen zoet en een tikje bitter. De vruchten worden roder naarmate ze rijper worden, maar ze blijven altijd voor een deel geel. De kersen bevatten opvallend veel vitamine C.

De spekkersen die we op die markt in Arlon kochten kwamen uit de Haspengouw, zeg maar het Belgische equivalent van onze Betuwe. En ze waren dus écht zo lekker als vroeger. Zouden ze ook écht zo zeldzaam zijn als ik nu denk?

Ik vroeg nachtcollega Johan of hij spekkersen kende. Nou en of, zei hij, het zijn de lekkerste kersen uit mijn jeugd. Ik zie ze tegenwoordig nooit meer. Vervolgens stelde ik dezelfde vraag aan Loes, een aanmerkelijk jongere collega die me in de ochtend af kwam lossen. Nee, zei Loes, die ken ik niet. Hoewel, als ik de foto bekijk doet het me denken aan iets dat ik wel eens bij mijn oma zag.

Hoewel dat gevraag van mij niet de waarde heeft van een representatieve steekproef, geeft het toch iets aan van mijn vermoeden: de spekkers verdwijnt uit ons zicht. Wat zonde!

(Voor dit artikel maakte ik onder andere gebruik van de website van de Fruitpluktuin in Haaksbergen.)

© paul

 

Taartje met Mirabellen

IMG_3088Mirabellentijd! De mirabel is een heel kleine, ronde, kersachtige pruim. Meestal geel maar er zijn ook ovale donkerrode rassen. Hier in Nederland zie je ze zelden in de verkoop, maar in het zuiden van Belgie, Luxemburg en vooral Lorraine (FR) zijn de kleine pruimpjes heel populair. In Lorraine worden ze in allerlei gerechten en drankjes verwerkt. Ik at er al eens een kwarteltje gevuld met mousse van mirabellen, vooraf gegaan door een glas champagne met mirabellenlikeur. Lekker! In Frankrijk en het zuiden van België vinden ze dan ook dat de mirabellen uit die streek de beste zijn. We waren eens op een markt in Saint Léger (B) waar twee mirabellenverkopers tegenover elkaar stonden en luidkeels reclame maakten voor hún mirabellen; de ene verkocht mirabellen van de Maas (Cote de Meuse) en de andere mirabellen van de Moezel. Die met de mirabellen van de Maas verkocht aanmerkelijk meer. Chauvinisme? Wie weet. Saint Léger
Er zijn wel degelijk verschillende rassen. Je hebt de ‘Mirabelle de Nancy’ en de ‘Mirabelle de Metz’ maar ook de wat grotere ‘Bellamira’ een Duits ras, ontstaan uit en kruising van Cacanska Najbolja met Mirabelle de Nancy. Maar ook al zijn de Moezelmirabellen wat groter, het blijven erg kleine pruimpjes. Ontpitten met een gewone pruimenontpitter gaat niet, dan knijp je de hele mirabel kapot. Een olijvenontpitter of kersenontpitter is ideaal om de mirabellen te ontpitten. Heb je die niet, dan kun je de vruchten ook gewoon halveren en de pitjes er uit halen. Maar goed, het zijn erg smakelijke vruchtjes, of ze nu van de Maas of van de Moezel komen, ze zijn lekker en je kunt er van alles mee doen. Bij mijn laatste bezoek deze vakantie aan de markt in Arlon werden de eerste mirabellen van dit jaar aangeboden en ik besloot er een taartje mee te maken. Heel simpel; een bodem van fonceerdeeg bedekt met mirabellen. Ik schreef het al vaker, fonceerdeeg is prima in te vriezen. Ik maakte in het begin van de vakantie een hoeveelheid deeg en verdeelde die in drie porties voor 3 taartjes van 24 cm doorsnee.

  • Fonceerdeeg: voor 3 taartjes, 24 cm doorsnee.
  • 250 gram boter
  • 1 ei
  • 250 witte basterdsuiker
  • een snuifje zout
  • 2 eetlepels water
  • 500 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder

 

Meng de zachte boter, de basterdsuiker, het zout, het ei en het water. Kneed vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoor tot je een mooi egaal deeg hebt. Laat het deeg verpakt in plasticfolie een paar uur rusten in de koelkast. Verdeel het deeg in drie porties en vries er twee in. Rol een portie deeg uit en bekleed er de ingevette vlaaivorm mee.  Steek met een vork wat gaatjes in de bodem..

  • ongeveer 250 gram mirabellen
  • ongeveer 2 eetlepels suiker

Halveer de mirabellen en verwijder de pitjes. Bestrooi de bodem van het deeg in de vlaaivorm met de suiker. De suiker zal het vocht dat tijdens het bakken uit de mirabellen vrijkomt binden en op die manier blijft de bodem toch krokant. Schik de gehalveerde mirabellen met de platte kant naar beneden op de deegbodem. Bak het taartje in een voorverwarmde oven ongeveer 35 minuten op 180 graden.

Lekker met een kopje espresso!

Zie ook: Mirabellenjam en De Mirabellen van Fons

© ellen.

Abrikozen-roomijs met lavendel…

 

IMG_2908Ergens in het voorjaar van 2016 kocht ik bij de Lidl een ijsmachientje. Zomaar in een opwelling; ijs maken leek me wel leuk. Het ding was beslist niet duur, ik weet niet meer precies wat ik er voor betaalde, maar veel was het niet. Thuisgekomen bleek dat de twee bekers die het apparaat bevat zeker 8 uur in de diepvries gezet moeten worden. Tja, zoals dat gaat, diepvries was ramvol, het apparaat verhuisde naar de kelder en ik dacht er niet meer aan, tot vorige week… Ik verblijf al bijna twee weken in ons stulpje in Luxemburg en omdat ik deze vakantie hier veel tijd zonder Paul of zonder vervoer zal doorbrengen besloten we een klein diepvrieskastje te kopen zodat ik niet zo vaak met de bus naar de Supermarché hoef te reizen en een voorraadje in het vrieskastje kan bewaren. Handig! Ik ben er blij mee. Meteen in de eerste week van mijn verblijf hier stegen de temperaturen tot ver boven de dertig graden en ik kreeg opeens zin in een koel ijsje. Maar ja, 20 kilometer met de bus reizen om een ijsje te kopen… Tja, toen bedacht ik dat ik nu een vriezertje hier heb dat nog niet helemaal vol is en thuis een ijsmachientje dat nodig eens uitgetest moest worden… Paul bracht het machientje maandag mee en vandaag heb ik er voor de eerste keer ijs mee gemaakt. IMG_2905

Bij het machientje werd een uitgebreide handleiding inclusief een paar slordige recepten geleverd. Daar had ik niet zoveel aan en dus ging ik op zoek naar boeken over ijs. Twee winkels hier doorzocht met enorme kookboekenafdelingen maar een boek over ijs, nop! Foodbloggers, een gat in de markt! Spring er in en schrijf over zelf ijs maken!

Ik maak af en toe pruimenijs naar een recept uit een boekje van Wina Born over cognac en armagnac. Ik beschreef het jaren geleden al eens. Maar ik heb dit recept nog nooit gemaakt met een ijsmachientje. Je moet het ijs dan telkens zelf omroeren om de massa een beetje luchtig te houden. Dat zou dit apparaat nu voor mij kunnen doen!

Omdat ik nergens een fatsoenlijk recept kon vinden heb ik zelf maar iets bedacht, ijs dat ik een paar jaar geleden eens at in Deidesheim (ik vond dat het lekkerste ijsje ooit) vormde de inspiratiebron. Abrikozen met een vleugje lavendel en wat room.

Het machientje bevat twee bekers waar per beker maximaal 300 ml vloeistof in kan. Dat komt neer op ongeveer vier bolletjes ijs per beker. Ik besloot voorzichtig te beginnen met één beker. Zet de bekers zeker acht uur voor je begint in de diepvries.

  • 120 gram abrikozen in stukjes gesneden
  • 70 ml volle melk
  • 60 ml slagroom
  • 30 gram poedersuiker
  • een piepklein drupje lavendelolie

Pureer de stukjes abrikoos met een staafmixer. Klop de slagroom stijf. Meng de rest van de ingrediënten door elkaar en laat het in de koelkast afkoelen tot een graad of vijf. Giet de massa in de ijsbekers. Laat de machine ongeveer 30 minuten draaien en, wonderbaarlijk, je hebt een heerlijk ijsje!

Kopje espresso er bij is prima!

© ellen.

Snoepjes van de nonnen (Pâtes de Fruits)…

Snoepjes van de Trappistinnen (Pâtes de fruits)...

De Orde van de Trappisten kende je allang, al was het alleen maar omdat een aantal van hun monniken voortreffelijk bier brouwen. Wat je mogelijk niet wist is dat er ook Trappistinnen bestaan. Het betreft dan de vrouwelijke leden van de Orde, en ze tooien zich met een van de lelijkste namen die ik kan bedenken: Trappistinnen

Hoewel… Het kan nog erger. De Trappistenorde heet eigenlijk Orde der Cisterciënzers. De Trappistinnen noemen zich dus officieel Cisterciënzerinnen. Je krijgt het nauwelijks uit je spreektoeter: Cisterciënzerinnen…

Enfin, hoe het ook zij: de Orde bestaat en kennelijk verkiest men het om die rare vervrouwelijking van de naam voor lief te nemen. (Vroeger sprak men bij ons in het dorp ook van de Dokterès als men een vrouwelijke arts wilde duiden, ook al zo’n draak van een woord.)

De oudste kloostergemeenschap voor Trappistinnen werd ergens in de 12e eeuw gesticht en staat in de buurt van Hasselt: de Abdij van Herkenrode. Maar je vindt Trappistinnen door heel Europa en ook in het Nabije Oosten. De nonnen van de snoepjes van de foto wonen in Frankrijk, in het departement Maine-et-Loire, daar waar de rivier de Loire zijn eindpunt bereikt en afstroomt in de Atlantische Oceaan. Saint-Georges-des-Gardes heet het plaatsje en de Abdij luistert naar de naam Abbaye Notre-Dame des Gardes.

Daar waar een aantal van hun mannelijke ordegenoten zich in hun kloosters bezig houden met bieren en kazen, met broden, worsten en hammen, vervaardigen de Trappistinnen van Notre-Dame des Gardes goedbedoelde religieuze prullaria. Ze doen verder in gezondheidsmiddelen, kazen en fijne vleeswaar van bevriende paterkes en ze verkopen rundvlees uit eigen slacht. Maar waar het écht om gaat is de verwerking van fruit (deels uit eigen biologische bongerds). Ze maken er confitures van en gelées. En dus die pâtes de fruit. En dat alles in wel 25 varianten.

Die fruitsnoepjes worden gemaakt van super ingekookte vruchten, in wezen is het niet zo’n ingewikkeld procédé. Kort door de bocht kun je zeggen dat het niet anders is dan jam maken, behalve dan dat wanneer je jammassa klaar is je door blijft koken tot je een kleverige, bijna vaste substantie overhoudt. Die substantie doe je in een bakje en laat hem afkoelen en opstijven. Vervolgens snijdt je er dobbelsteentjes van en rolt die door de suiker. Zoiets lezer, zoiets…

Alles valt en staat natuurlijk bij de ingrediënten die je gebruikt en de nonnetjes verwerken hun fruit zo puur mogelijk (frambozen, zwarte bessen, sinaasappelen, abrikozen, vijgen, aardbeien, kweeperen, citroenen en appels). Maar enige toevoeging is noodzakelijk, anders gaat het niet werken. Rietsuiker gaat erbij, glucosesiroop en fruitpectines. Alles mondjesmaat, maar toch… Géén kleurstoffen, géén kunstmatige aroma’s!

Als gevolg van de ambachtelijke manier van verwerken en de topkwaliteit van het fruit betaal je een aardige prijs voor het snoepgoed. De tien brokjes fruit op de foto zijn samen goed voor vijf euro. Dat lijkt heel wat wanneer je het vergelijkt met de zak vruchtensnoepjes uit de super (driedubbele hoeveelheid voor een derde van de prijs), maar heb je die snoepjes van de nonnen geproefd, dat snap je het écht wel. Zo vol van smaak, zo schandalig lekker, zo’n pure fruitsensatie… En nauwelijks zoet.

Ik snap heus wel dat je de komende weken niet bij die nonnetjes langs zult gaan, hoewel je dat best zou kunnen op je tocht naar warme Spaanse oorden (even van de snelweg af, even ontspannen op het Franse platteland, eventjes een zakje snoep scoren). Maar enfin, de Trappistinnen van Abbaye Notre-Dame des Gardes bieden hun waar ook op fors wat andere plaatsen aan. Dus bezoek je weer eens een oud klooster, kijk dan even in de altijd aanwezige kloosterwinkel of die snoepjes van de nonnetjes er misschien liggen. Wij kochten onze exemplaren in de Abdij van Orval aan de Franse grens.

En overigens is er wel meer volk dat op deze ambachtelijke wijze pâtes de fruit produceert. Je vindt hun producten op marktjes en bij de betere patisserie. Blijf kritisch op de kwaliteit en ben niet te pinnig in aanschaf. Je zult er geen spijt van krijgen…

© paul

 

Gebeess (de Kersenjam van Mars)…

Gebeess vum Mars...
De Luxemburgse taal is niet een Duits brabbeldialect. Zoals uit het Nederfrankisch de Nederlandse taal groeide, zo komt het Luxemburgs voort uit het Moezelfrankisch. Beiden talen behoren tot de West-Germaanse taalgroep, waaronder ook het Hoogduits valt. Het Luxemburgs wordt ook buiten het land gesproken in de grensstreken met Duitsland, België en Frankrijk.

De Luxemburgse taal heeft een zelfstandige grammatica die zich ertoe leent om Germaanse woorden een geheel eigen voorkomen te geven en zinsconstructies en werkwoordvervoegingen op geheel eigen wijze op te lossen. Ook een groot deel van de talloze Franse leenwoorden kreeg in de loop van de jaren een uniek Luxemburgs uiterlijk…

En dan zijn er natuurlijk een aantal woorden die niet te herleiden zijn tot een of andere voorvaderlijke taal. Woorden die in het gebied waar ze gesproken en geschreven worden lijken te zijn ontstaan, woorden die geen enkele verbintenis lijken te hebben met de talen in de omgeving. Gebeess is zo’n woord.

De betekenis van gebeess is: jam of confiture. Het woord gebeess kan ik op geen enkele manier linken aan een ander bestaand (en mij bekend) woord. Ook onze Luxemburgse vrienden hebben er geen idee van waar het woord vandaan komt, of hoe het is ontstaan. Feit is dat elke Luxemburger het woord kent en ook gebruikt.

Over de gebeess-ambities van Vriend Mars schreef ik je al eerder. En toen hij dan met zijn handeltje op de jaarlijkse Bloemenmarkt van Rodemack (in het Franse departement Moselle) stond schaften we ons twee potten aan, benieuwd als we waren naar de creatieve gebeess-oplossingen die Mars had bedacht.

De confitures van Mars hebben een geheel eigen receptuur en ze zijn zorgvuldig gecomponeerd. Mars streeft naar een complexe smaaksensatie en hij maakt daarbij gebruik van zijn jarenlange ervaring als chefkok. Een van de potten hebben we intussen leeg gelepeld, dan wel als smeersel op de ochtendboterham verwerkt.

Het fruit voor deze confiture bestond voor de helft uit Cerise Griotte (Krieken) en voor de andere helft uit Rabarber. Suiker gebruikte Mars mondjesmaat, maar wel bijzondere suiker. Op de eerste plaats biologische rietsuiker en verder ook Moskovadosuiker, (een ongeraffineerde bruine suiker met een sterke melassesmaak). Zwarte Timutpeper uit Tibet gebruikte hij, een peper met een houtachtige smaak en met de aroma’s van citroen en pompelmoen. Bourbonvanille ging erbij en ook een scheutje Tanqueray ginn. Om het zoet van de confiture wat meer in evenwicht te brengen, een beetje te neutraliseren, werd een klein beetje citroensap toegevoegd. Om de kersenmassa wat meer binding te geven gebruikte Mars een paar druppels agar-agar.

De verhoudingen in dit recept zijn natuurlijk het geheim van de smid, ik kan ze je dan ook niet geven. Je kunt je voorstellen dat er een aantal kooksels nodig zijn om de juiste balans te vinden. De gebeess uit onze pot was het uitontwikkelde eindproduct. En dat mocht er zijn…

Dient nog vermeld te worden dat Mars zijn uiterste best doet om alleen biologische spullen te verwerken. Dat lukt per recept nagenoeg nooit helemaal, maar het overgrote deel van de ingrediënten kan hij als biologisch verantwoorden.

Hoe smaakte die gebeess dan? Nou, die smaakte naar kersenjam natuurlijk (de rabarber was moeilijker te ontdekken). Maar dan wel naar kersenjam met allerlei ongekende smaaksensaties, en te samen toch een sterk, onlosmakelijk en evenwichtig geheel. Een hele diepe smaak, waarvan onderdelen aan je smaakpapillen bleven hangen zoals bij de afdronk van een goede wijn.

Je zou deze confiture kunnen gebruiken in een maaltijd met gestoofd lamsvlees of bij zwijnengebraad. Het zou een exquise vulling voor een luxe taart kunnen zijn. Wij gebruikten de gebeess om ons brood te besmeren. Maar het merendeel hebben we met een lepeltje uit de pot gehengeld. En dan gewoon weggesnoept als super fruithapje. Verbazingwekkend hoe snel zo’n potje leeg is…

Die Mars wordt binnen nu en een paar jaar gelauwerd als Maitre Confiture, let op wat ik je brom…

Lees ook: Maitre Gebeess…

© paul

vruchtentaartje met banketbakkersroom

taartje met banketbakkersroomEr is op dit moment nu allerlei vers fruit te koop; aardbeien, frambozen, bramen en besjes. Soms al van de koude grond, soms uit de kas of uit Spanje, Italie of Frankrijk. De aanvoer zal de komende weken nog groeien. Tijd dus om vruchtentaartjes te maken. Ik gebruik voor eenvoudige vruchtentaartjes eigenlijk altijd fonceerdeeg. Ik maak daarvan een flinke portie en vries wat ik niet meteen gebruik in. deze hoeveelheid is genoeg voor 3 taartjes met een doorsnee van 24 cm.

  • Fonceerdeeg:
  • 250 gram boter
  • 1 ei
  • 250 witte basterdsuiker
  • een snuifje zout
  • 2 eetlepels water
  • 500 gram bloem1
  • 10 gram bakpoeder

 

 Meng de zachte boter, de basterdsuiker, het zout, het ei en het water. Kneed vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoor tot je een mooi egaal deeg hebt. Laat het deeg verpakt in plasticfolie een paar uur rusten in de koelkast. Je kunt dit deeg vervolgens gebruiken om  vruchtentaartjes te bakken. Rol het deeg uit en bekleed er de ingevette vlaaivorm mee. Leg er een vel op maat geknipt bakpapier op en stort dat vol met blindbakboontjes. (die zijn te koop voor veel geld, je kunt ook gewoon gedroogde boontjes gebruiken). Bak de bodem vervolgens 20 tot 25 minuten in een voorverwarmde oven op 180 graden. (hete lucht) Verwijder bakpapier en boontjes (die zijn gewoon opnieuw te gebruiken) en laat het taartje afkoelen. Je kunt de vruchten nu zo op de taartbodem schikken maar het is lekkerder om de bodem eerst te bekleden met een vulling. Soms maak ik Frangipane, soms gebruik ik een laagje vruchtengelei of jam. Dit keer maakte ik banketbakkersroom om de vruchten op te schikken. Zelfgemaakte banketbakkersroom...
Banketbakkersroom:

  • 6 eidooiers
  • 125 gramfijne suiker
  • 40 gram gezeefde bloem
  • 500 ml melk
  • 1 vanillestokje, opengesneden en de merg er uit gehaald.

Doe de eidooiers en ongeveer 1/3 van de suiker in een kom en klop zolang tot je een lichtgekleurd mengsel hebt. Meng de bloem hierdoor.

Breng de melk met de suiker en het vanillestokje en de vanille aan de kook. Schenk zodra het mengsel begint te koken al roerend 1/3 bij het dooiermengsel. Giet dit terug in de pan en laat het geheel op een heel zacht vuurtje onder voortdurend roeren ongeveer 2 minuten zachtjes doorkoken. Giet de room in een komt en bestuif het oppervlak met wat poedersuiker om velvorming te voorkomen.

Bedek de taartbodem met de afgekoelde banketbakkersroom en schik daarop de vruchtjes.

Lekker met een kopje espresso.

© ellen.

Pruimentaart met frangipane

pruimentaart met frangipaneIk ben niet zo dol op televisiekijken, ik lees liever. Maar soms, als ik echt moe ben en nergens zin in heb, mag ik graag languit voor de tv liggen en wat rondzappen. Het verbaast mij dan telkens weer wat een verschrikkelijke onzin er te bekijken valt; van Het Familiediner (heeft niets met eten te maken) tot de Bouwval. Ik zag op 24 Kitchen een blanke blonde mevrouw-kok in haar blinkende autootje door de rimboe rijden en bij zielige negerkindertjes een bosje verlepte worteltjes kopen; de blanke mevrouw babbelde over de heerlijke jeugd die ze had gehad daar in Zuid Afrika… Wat ze met die wortelen ging doen heb ik maar niet meer afgewacht. Gelukkig hebben we voor dit soort dagen een enorme buffer opgenomen programma’s en kan ik dan zelf kiezen wat ik wil zien. “Dagelijkse kost” met Jeroen Meus is één van mijn favorieten. Niet moeilijk doen, geen huizenhoge pretenties, geen modisch gestunt, gewoon dagelijkse kost. Gezellig gebabbel vanuit de open keukenstudio in Leuven. Jeroen converseert wat met de cameraman/vrouw, zwaait naar voorbijgangers en kookt. Ik bekeek deze week een programma van februari vorig jaar en de pruimentaart die Jeroen daar maakte stond me wel aan; dat werd de zaterdagtaart!  pruimentaart met frangipane

Het lijkt misschien allemaal wat ingewikkeld maar het recept is best te maken en het resultaat was uitstekend. Jeroen gebruikte kant-en-klaar kruimeldeeg. Ik weet niet of dat in Nederland te koop is, ik gebruikte Fonceerdeeg. (ik gebruikte 2/3 van de hoeveelheid. de rest ging in de vriezer.)

  • Een lage taartvorm doorsnee 30 cm in vetten, met bloem bestuiven en bekleden met het fonceerdeeg.  Houd wat deeg over voor de afwerking.
  • Leg bakpapier op het deeg en strooi blindbakvulling op het papier. (je kunt echte blindbakparels gebruiken maar met gedroogde bonen gaat het ook prima)
  • De oven voorverwarmen op 175 graden
  • Bak de bodem 10 tot 15 minuten, en laat hem daarna afkoelen. (laat de oven aan staan)

Het frangipanedeeg:

  • 100 gram zachte boter
  • 1 ei
  • 60 gram suiker
  • 65 gram amandelpoeder
  • 60 gram poedersuiker
  • 90 gram bloem
  • 60 ml melk

Klop in de keukenmachine de boter, het ei en de suiker tot een smeuige massa. Meng bloem, amandelpoeder en poedersuiker en voeg dat mengsel beetje bij beetje toe aan het botermengsel. Als alles goed gemengd is de melk toevoegen en nog even kloppen. Schep de frangipane in een spuitzak en zet in een kom  en laat de frangipane opstijven in de koelkast.

De pruimenvulling:

  • 1 pot pruimenjam 370 gram
  • 1 steranijs
  • 1 snuifje kaneelpoeder
  • 500 gram gedroogde pruimen zonder pit

Doe de jam in een pan samen met de steranijs en het kaneelpoeder. Vul de lege jampot met water en voeg dat er bij. Verwarm en laat even op een laag vuurtje pruttelen. Snijd de gedroogde pruimen in kleine stukjes. Houd een klein deel van de gedroogde pruimen apart en doe de rest bij de jam. Haal de steranijs er uit en pureer het pruimenmengsel met de staafmixer of in de blender. Roer de stukjes pruim door de rest.

Spuit het frangipanedeeg op de afgekoelde taartbodem. Smeer het mooi gelijkmatig uit. Schep de pruimencompote er op. Snijd van de rest van het deeg mooie rechte reepjes en leg die op de vulling zo dat je een mooi raster krijgt. Bestrijk het raster met een losgeklopte eidooier.

Bak de taart 30 minuten in de voorverwarmde oven.

Heerlijke taart! Die houden we er in! Kopje espresso er bij.

© ellen.

Boer Boris en appeltaart

boer boris.... appeltaartVoor wie het nog niet wist, het is Kinderboekenweek! Een goede reden om eens een extra verhaal voor te lezen en je kinderen of kleinkinderen te verwennen met een mooi boek. Onze kleinzoon Jop heeft, zo klein als hij is, een voorkeur voor de boeken van Boer Boris dus toen ik de nieuwste Boer Boris in de winkel zag liggen besloot ik meteen een exemplaar voor Jop te kopen. “Boer Boris gaat naar oma”, ook dat nog! In het verhaal blijkt Oma gelukkig geen krakkemikkig oud vrouwtje te zijn maar een fabriekje waar appeltaart een perensap gemaakt wordt. Nou ja, lees het zelf maar… Ik kreeg al lezende zin in appeltaart, het is er ook de tijd voor; er zijn allerlei soorten lekkere verse appels en het is prettig om weer binnenshuis dingen te doen. Wat is er fijner dan een huis dat naar versgebakken appeltaart ruikt! Ik maakte de taart dit keer met fonceerdeeg. De hoeveelheid is te veel voor één taart maar het restant van het deeg kan je prima invriezen en is genoeg voor bijvoorbeeld een kleine vruchtentaart. Oma's appeltaart...

  • Voor een springvorm doorsnee 24 cm:
  • Fonceerdeeg:
  • 250 gram boter
  • 1 ei
  • 250 witte basterdsuiker
  • een snuifje zout
  • 2 eetlepels water
  • 500 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder

Meng de zachte boter, de basterdsuiker, het zout, het ei en het water. Kneed vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoor tot je een mooi egaal deeg hebt. Laat het deeg verpakt in plasticfolie een paar uur rusten in de koelkast. Verwarm de oven voor op 160 graden (hete lucht)

  • Voor de vulling:
  • 5 middelgrote appels, geschild en in blokjes gesneden
  • 2 eetlepels honing
  • 4 eetlepels rozijnen, even gewassen en geweekt in schoon water
  • 1 eetlepel custardpoeder
  • 1 koffielepel kaneelpoeder

Meng alles goed door elkaar.

Rol dan 3/4 van het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak. (de rest gaat in de diepvries.) Vet de springvorm in en bekleed de bodem en zijkant met het deeg. Verdeel het appelmengsel over de bodem en gebruikt reepjes deeg om een ‘deksel’ te maken.

Bak de taart in 60 minuten mooi bruin en gaar.

Kopje espresso erbij én Boer Boris natuurlijk!

© ellen.

  • Ted van Lieshout en Philip Hopman
  • Boer Boris gaat naar Oma
  • Gottmer 2016
  • ISBN 9789025765828

 

Onze Luxemburgse wijnstok…

De deplorabele staat van onze Luxemburgse druivenstok...
We waren er even niet, maar dat had je al opgemerkt. We verbleven een klein weekend in ons huisje in Luxemburg. Eigenlijk was het verblijf tekort, maar aangezien het de komende weken aan tijd ontbreekt moest het nu dan maar even.

Een snelle inspectie leerde dat alles min of meer z’n gangetje ging. Het gezamenlijk sanitair was schoner dan schoon, het broodnodig onderhoud aan veld en beemd was inmiddels gepleegd, oude meuk voor een groot deel opgeruimd en het aanpalend café had sinds anderhalf jaar de deuren weer geopend. Het terras was prettig overschaduwd een enkele oudgediende zat er alweer in alle rust te slempen, alsof-ie nooit weg was geweest. Nauwelijks iets nieuws onder de zon dus…

Alleen die druif van ons, die deed het belabberd. Stond ze vorig jaar nog uitbundig te pronken met zware trossen vruchten, dit jaar leek de hele oogst naar de filistijnen. En ik heb er geen flauw idee van waar het aan ligt. Het blad verdort en de vruchtjes  schrompelen weg. Aan de standplaats van de druif is sinds vorig jaar niets veranderd. Ze staat gewoon in de volle zon en ook de aarde is dezelfde als die waarin ze al jaren gedijt. Misschien was er op enig moment te weinig vocht, wie zal het zeggen. Het ziet er in ieder geval beroerd uit.

Of misschien heeft de wijnstok last van de schimmelziekte die rondwaart in het Luxemburgs wijngebied aan de Moezel. Ik herken die ziekte niet, maar het zou zomaar kunnen. Het schijnt dat de Luxemburgse wijnboeren dit jaar moeten rekenen twintig procent minder opbrengst ten gevolge van die schimmelziekte. En het hardst worden de bio-boeren getroffen, die kunnen niet zomaar spuiten.

Denk niet te gering over de Luxemburgse wijnbouw. Het minilandje produceert kwalitatief hoogstaande wijnen. Fransen weten dat, en Duitsers ook. De rest van Europa heeft er geen benul van. Daarom zeg ik het nog maar eens. De Wijnrampen in Bourgogne worden wereldwijd breed uitgemeten, die van  Luxemburg voltrekken zich in alle stilte.

Enfin,.. over de Luxemburgse wijn kom ik nog te spreken, let maar op. Voor nu posteer ik me met een groot glas bruisend water en een vrachtje ijsklonten in de schaduw op mijn stoepje, in een poging het tropisch weer te trotseren. Ellen overhandigt me een roman van Charlotte Link (Der Beobachter…). Ik heb pauze en mag ongestoord een uurtje lezen. Straks moet ik er weer vol tegenaan: de Collecte van de Nierstichting zit eraan te komen en er moet nog een hoop werk worden verzet voordat de collectanten met hun bussen de deuren langs kunnen…

Tot zover gegroet…

© paul