De nieuwe keukenvloer…

nieuwe keukenvloer

De te beschrijven onderwerpen stapelen zich op, het wordt zoetjesaan een berg. Laat ik me nu niet gek maken, maar rustig alles afwerken (de komende dagen).

Ondanks alle eet-en-drink-gedoe en het uitstapje naar Compostella was uiteindelijk de belangrijkste gebeurtenis het leggen van een nieuwe vloer in onze keuken. Dat gebeurde gisteren. De firma Snijders stuurde twee mannen om de klus te klaren. Ze deden het voortreffelijk.

Onze keuken heeft een hoop hoeken en gaten. Daar moet in, tegen en omheen gewerkt. En het moet zorgvuldig gebeuren, je wilt er de komende vijfentwintig jaar toch weer aardig bijzitten, nietwaar…

Nou, Davy en Heino klaarden de klus met verve. En wij zijn zo trots als een pauw. Marmoleum is en blijft geweldig materiaal en de kleurkeuze (Ellen!) is een schot in de roos. Hond Jaros is waarschijnlijk de meest gelukkige bewoner van ons huis. Hij hoeft slechts een beetje vaart te maken in de huiskamer en schuift vervolgens op zijn kont het hele lange stuk door de keuken, om te eindigen tegen de buitendeur. Hij herhaalt het spelletje tot vervelens toe.

Tijdens de koffiepauze kwam de Compostellatocht van Ans en Jan ter sprake. Blijkt de schoonvader van Heino hem ook gelopen te hebben. Ach lezer, toeval bestaat niet…

© paul

 

Kerstmis 2013; gepocheerde zalm.

kerst 2013
Ons kerstdiner zit er weer op. Het huis is weer helemaal in de oude staat en de restjes zijn verdeeld, nu eerst maar eens iets schrijven over het menu. Het valt niet mee om steeds iets nieuws te bedenken voor een gezelschap van 20 personen. Niet alle gerechten zijn in onze eenvoudige keuken te maken voor zo’n groot gezelschap en bovendien wilde ik dit jaar op de dag zelf niet al teveel doen. Een goede voorbereiding is dan het halve werk. Ik bedacht dus een menu waarvan het grootste deel al een dag van tevoren gemaakt kon worden. Het bleek allemaal prima te doen. Ik had vlees en vis besteld bij de Sligro, de rest van de boodschappen deden we al eerder. Dinsdagmorgen vroeg hebben we de bestelling opgehaald en ben ik begonnen met koken. Dinsdagavond zo tegen 6 uur was alles klaar. Ik zal hier in een aantal artikelen het diner beschrijven, misschien krijg je met Nieuwjaar wel een groot gezelschap te eten, dan kan je deze recepten misschien gebruiken. Alle recepten zijn dus voor 20 personen.

Vooraf aten we gepocheerde zalm met een romige saus op basis van mayonaise. Het was een prachtige zalm van 3750 gram. De vishandelaar had de vis keurig schoongemaakt. Soms zitten er wat bloedresten in de buikholte, die moeten weggespoeld worden. Voor het klaarmaken van zo’n grote zalm is een vispan eigenlijk onmisbaar.

kerst 2013de voorbereidingen
Ik kreeg de pan een keer cadeau omdat ik voor iemand een koud buffet gemaakt had voor een groot feest en ben er nog steeds heel blij mee. De pan is ruim 60 cm lang en heeft een rooster waar je de vis oplegt. Heel makkelijk om de vis na de bereiding heel uit de pan te tillen. De pan past nét op mijn gasfornuis. Ik heb een langwerpige pit in het midden. Jammer genoeg is de pan niet groot genoeg voor een hele zalm. Ik snijd altijd een stuk van de staart af en pocheer de staart gewoon naast de vis in de pan. Bij het opmaken van de schotel leg ik de staart tegen de rest van de vis en ‘bekleed’ de snijkant met versiersel, in dit geval wat slierten komkommer. Ziet er mooi uit en is nog eetbaar ook.

Maar goed, het pocheren. Ik pocheerde de zalm in een courtbouillon van 1 1/12 fles droge witte wijn aangevuld met water tot de vis bijna onder stond. Erbij wat peperkorrels, een beetje zout, een bosje selderie en peterselie, een sjalot en een stuk wortel. Dat alles langzaam aan de kook gebracht en dan nét tegen de kook aan gehouden. Een zalm van dit gewicht is in ongeveer een uur klaar.

Dan het opmaken want dat is natuurlijk ook belangrijk. Ik heb geen schaal die groot genoeg is voor zo’n hele zalm dus gebruik ik al jaren een plank van 75×30 cm. De plank bekleed ik met aluminiumfolie.

Het vel moet er natuurlijk af gepeld worden. Dat is een lastig karweitje. Ik heb na het maken van verschillende zalmen inmiddels geleerd dat je de vis in het vocht moet laten afkoelen vóór je het vel eraf gaat pellen. Dit keer liet ik de vis gewoon in het kookvocht staan tot de volgende dag. Daarna het rek omhoog en de vis goed uit laten lekken. Op de plank leg ik dan wat sneden wit brood zonder korsten, bijgesneden in de vorm van de zalm. Dat absorbeert nog wat vocht. Ik schuif dan héél voorzichtig de vis van het rooster op de plank. Altijd een spannend klusje, de vis zou kunnen breken… Als ik dit soort spannende dingen moet doen zorg ik altijd dat er zo weinig mogelijk mensen in de buurt zijn. Vervolgens pel ik heel voorzichtig het vel van de zalm. Dan verder de schaal opmaken met wat groenten. Dit keer gebruikte ik een gemengde salade die ik bij de Sligro gekocht had. Heel mooi ‘Kruidensla met bloemen’ staat er op  de verpakking. Groentenkwekerij van den Einden, uit Lierop. Aanbevolen! Ik houd niet zo van die zakjes of bakjes met slamengsel maar dit was een goede uitzondering. Verder wat kwarteleitjes, stukjes tomaat, komkommer en citroen.

Voor de saus meng je goede, liefst zelfgemaakte mayonaise met wat room, een klein kneepje tomatenpuree, wat tabasco en een klein scheutje cognac. Even mooi luchtig kloppen en klaar is het voorgerecht.

Hijn is in ons gezelschap degene die goed kan proportioneren. We plaatsten de zalm op een apart tafeltje. Hijn schepte keurige porties op de bordjes met een beetje van de garnering en wat saus.

Prima gelukt! Iedereen vond het lekker en de viooltjes waren een groot succes!

© ellen.

Glaswerk uit de Borinage…

boussu glaswerk

Een ezel stoot zich wel eens aan een steen, maar toch geen drie keer aan dezelfde?! Deze wijsheid indachtig begin ik aan dit stukje. Al twee keer schreef ik het artikeltje (min of meer in deze vorm), en al twee keer wist ik het, geheel ongewild en tegen mijn bedoeling, te laten verdwijnen. Ik ben nog niet de oude, lezer, nog helemaal niet de oude… Indien ik ook deze poging van mijn schrijfsel per ongeluk vernietig, zul je nooit meer iets horen over dit onderwerp. Dat kan ik écht niet opbrengen…

Op zondagavond kwamen Ans en Hijn langs, zomaar. We hadden juist een aantal vrienden en belangstellenden uitgezwaaid die liefdevol en oprecht geïnteresseerd informeerden naar onze gezondheid, welzijn en welbevinden. Allemaal werden ze door mijn ongesteldheid en kortstondige ziekenhuisopname weer even op hun eigen sterfelijkheid gewezen; dat was confronterend!

Ans en Hijn wisten evenwel van niks, die kwamen gewoon op bezoek. Wel brachten ze kadootjes mee.

In het grensgebied met de Belgische Kempen ontdekten ze een nieuwe vlooienmarkt. Niet zo’n georganiseerde, waarbij het oorspronkelijk doel van plaatselijke rommel versjacheren was vervangen door het aan de man of vrouw brengen van huishoudschorten, leren jasjes, namaak parfums en andere goedkope nieuwlichterijen… Nee hoor, een markt met authentieke rommel, brique-a-braque, liefhebbersspul, kortom, vlooienmarktgedoe..

Ze vonden bovenstaande glazen. Belgisch fabricaat, geproduceerd in het plaatsje Boussu, gelegen in die verarmde kolenstreek waar Vincent van Gogh nog ooit werkte als prediker (jaja!). En waar Joris Ivens zijn eerste grote communistische filmverhaal vertelde. De Borinage heet die streek…

Het was vroeger al niet pluis in de Borinage, maar sinds de teloorgang van de Europese kolen- en staalindustrie in de jaren zestig van de vorige eeuw lijkt er niks meer te functioneren. Ook de glasindustrie, incluis die van Boussu, ligt er al een halve eeuw op z’n gat. Ik ben ervan overtuigd dat het glaswerk van de foto het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nog heeft meegemaakt. Het is geen kristal, gewoon glaswerk is het. Maar sierlijk van vorm, en kunstig met de hand gegraveerd.

Het kleine glas is bestemd voor een Elixer d’Anvers, een Elske misschien, of gewoon voor Ellen d’r dagelijkse borrel. Het grote glas, bedacht Hijn, zou een ideale container zijn voor de Elblingwijn, die wat verdachte, maar mij zo dierbare Luxemburgse boerenwijn. Hijn heeft smaak…

© paul

Weer thuis…

bier 008

Die ene dag liep ik met Hond Jaros in strak tempo een zeven-kilometer-wandeling door de Pandelaarse Kampen, Koks en Esdonk (vise versa), de volgende ochtend haalde ik niet eens de broodstal van onze supermarkt, een goede tweehonderd meter van mijn voordeur… Ik moest omkeren en was letterlijk aan het stikken.

Een doortastend arts-assistent op onze Huisartsenpraktijk deed het enig juiste: ze stuurde me onmiddellijk in. En in het ziekenhuis deed ook de longarts het enig juiste, ze gaf me lucht!

Longaanval, zo heet hetgeen mij overkwam. Het komt erop neer dat de bescherming die ik in het dagelijks leven voor mijn matig functionerende longen hebt ontwikkeld, op agressieve wijze wordt doorbroken door één of meerdere virale infecties. De zuurstoftoevoer naar het lijf wordt voor een deel geblokkeerd. Je bent van het ene moment op het andere invalide, het gaat razendsnel. Ziekenhuisopname is meer dan wenselijk…

Respect en bewondering voor verzorgend volk, de verpleegkundigen en behandelaren van afdeling 3B van het Elkerliek Ziekenhuis in Helmond.

Ik ben intussen weer thuis, en blij toe, dat begrijp je. Ik scharrel wat door het huis, loop een piepklein stuk met Hond Jaros, ontvang bezoek, beantwoord telefoontjes, lees een boek en bekijk een documentaire. Ik lijd aan chronisch slaaptekort en mijn humeur benadert het vriespunt. Mijn omgeving, en vooral dan Ellen, heeft daar last van. Het duurt nog even voor ik weer de oude ben, maar het lijkt sneller te gaan dan ik verwachtte.

Dank aan al die belangstellenden, die me groetten, troostten, een hart onder de riem staken, bloemen en drank schonken. Dank aan Ans, die ons de eerste dagen met alle zorgzaamheid omringde. Dank aan Ellen, die het door mijn getrubbel te druk had haar eigen griep op een verantwoorde manier uit te vieren…

© paul

 

Gespieste kip…

flohmaart Echternach

Doorgaans grillen we kip op een rooster, met een vetvanger of een braadslee eronder. Je vult de kip met een citroen, wat knoflook en rozemarijn en je laat haar lekker haar gang gaan. Af en toe bedruipen en op het laatst bestrijken met een mengsel van olie, zeezout en knoflook. Reken op ruim een uur per kilo bij een temperatuur van 190 graden. Het afbakken kan eventueel onder de gril bij een hogere temperatuur. De dame mag dan buiten de oven onder aluminiumfolie nog even rusten. Komt ze daarna op tafel en wordt ze aangesneden dan waaieren de geuren van citroen, knof en rozemarijn door de ruimte. En het vlees heeft iets van de frisheid van de citroen aangenomen.

Waarom zou je een andere methode gebruiken, wanneer je standaard bereidingswijze zo goed bevalt? Gut, ik weet het niet… Maar eens in de zoveel tijd spies ik een kip op de keramieke braadstandaard. Waarschijnlijk omdat het er wel grappig of bijzonder uitziet.

Er zitten voor- en nadelen aan de methode. Je kunt de kip slechts een beetje vullen met smaakmakers, de lichaamsholte wordt voornamelijk gevuld door het keramiek. En wil je de buitenkant nog even bedekken met wat substantiële ingrediënten dan kom je bedrogen uit, ze rollen eraf en liggen te verpieteren in de lekbak. Wel druipt het vet optimaal uit het beest en krijgt het in de lekbak de smaak mee van wat je met moeite in de kip stopte. Dat mag toch een voordeel heten.

Enfin…, gisterenavond hadden we een voortreffelijke kip. Een Poule Noir, en nog bio ook. Ik spieste haar op de stenen knots. De dame behoefde in het geheel geen smaakmakers. Ze had het allemaal van haarzelf. Wat een geweldig beest…

We aten er een salade van aardappelen en boontjes bij.

Kopje espresso toe…

© paul

Mongoolse Hotpot…

Mongoolse fonduepot

Van je vrienden moet je het hebben… Het klinkt soms als een cynische dooddoener, soms ook als een open deur. Maar het blijft een waarheid als een koe, je kunt er niet omheen.

Zondagochtend ging de telefoon. Het ouderlijk deel van Eupotours stond te blauwbekken op een vlooienmarkt in het dorpje Erp, een goede zeven kilometer benoorden onze woonplaats. Er werd keukengerei aangeboden, blinkend en spiksplinter nieuw. Met een vaag vermoeden van het nut van het apparaat dachten ze dat het Ministerie wel geïnterssseerd was. (En dat was zo!)

Dus enige tijd later, maar nog voor klokke twaalf, werd de metalen bak afgeleverd. Een Mongoolse hotpot. Zoals gezegd, blink-blink, brandschoon en splinternieuw. Nooit gebruikt. De kosten bedroegen drie euro.

Met zo’n pot gaat het als volgt: je hebt een ringvormige pan, met in het midden een schoorsteen. In het onderste gedeelte wordt gestookt. Traditioneel met houtskooltjes, maar bij onze pan horen twee containertjes waarin je een brandbare gel kunt stoken. De ring wordt gevuld met een bouillon, en die wordt aan de kook gebracht. Vervolgens kun je naar eigen keuze voedsel garen. Dunne schijfjes vlees, vis, tofu, paddenstoelen, allerhande groenten, zelfs wontons. De pot staat midden op tafel en het is de bedoeling dat de gasten uit de bouillon halen wat van hun gading is. Dat doen ze met stokjes, maar ook die zeefjes op de voorgrond worden daarvoor gebruikt. (Zorg dat je enige dipsausen hebt bereid.)

Door het gekook aan tafel wordt de bouillon almaar rijker van smaak. De maaltijd sluit af met het prepareren van glasnoedels (of andere mie-achtige dingen) in de bouillon. Die worden dan verdeeld tussen de gasten, samen met de bouillon. 

Wil je meer weten over de Mongoolse Hotpot, of over Chinees fonduen, lees dan het artikel van Kattebelletje op haar website Tokowijzer.

Enfin, tegen de tijd dat wij eraan toe zijn de Hotpot te gaan gebruiken zul je het horen. Het zal niet zo heel lang meer duren.

© paul

Het Zuurkoolvat…

zuurkoolpot

Stenen keukengerei, we verzamelen het al sinds mensenheugnis. Het mag steengoed zijn, of het is aardewerk, soms sluipt er zelfs wat bicuit binnen (dat is bij zo’n lage temperatuur gebakken dat het al uit elkaar valt wanneer je ernaar kijkt). Het mag allemaal de pret niet drukken, als het maar keramiek is. Je hebt in de loop van de tijd al heel wat van onze verzameling voorbij zien komen op deze site, want alles wordt gebruikt.

We betrekken onze spulletjes via uitdragerijen en vlooienmarkten. Het kost doorgaans geen knoop. Een snelle inventarisatie van de stenen potten, pannen, schalen en borden leert dat we in de loop der tijd slechts één, misschien twee stukken nieuw kochten. Het is leuk om te zoeken, leuk om te vinden. En het is geweldig gereedschap in de keuken en aan tafel.

Nu hadden we echter een grote doube-achtige pot nodig. Minstens vijf liter moest de inhoud zijn, en dan ook nog eens hoog genoeg. We besloten dan maar tot aanschaf van een nieuwe pot, de kans om in de nabije toekomst zo’n ding tweedehands te vinden was nihil.

Enig zoeken op internet deed ons belanden bij een site luisterend naar de naam Keukenkeramiek. Het is een internetbedrijf en het is gevestigd in Beegden, Midden-Limburg. En zij hadden dus die ene pot… Verder was er de mogelijkheid om op afspraak langs te komen. Vanmiddag hobbelde het Ministerie dus naar het Zuiden.

Een piepklein hokje was tot aan de nok volgestouwd met keramiek. De bulk van het bedrijf was in een ander deel van het huis opgeslagen. We zagen de doube, bevoelden hem, keurden hem en het was goed. Bleek er nog een forse korting in het verschiet omwille van het zelf ophalen van het ding. Ik keek nog wat rond en koos wat beukenhouten gereedschap, ik had het thuis al op de site uitgezocht. En toen stond die zuurkool pot daar. Aanbieding met alles erop en eraan. Pot, schaaf, stamper, knijper, gewichten. Een complete uitset voor een beginnend zuurkoolmaker. Ik was meteen om. De pot was zo mooi. Keuls steengoed was het, gebakken bij 1300 graden. Een prachtige, aaibare huid, alle details vakkundig afgewerkt. Oerdegelijk Duits vakwerk van net over de grens. Ook de maat stond me meteen aan. Inhoud 3 liter. Niet te groot, niet te klein.

Enfin, en nieuw hoofdstuk gaat geschreven worden in de analen van het Ministerie. Vandaag of morgen maken we onze eerste portie zuurkool. Over een week of zes is het klaar, je zult het zien.

Overigens, die andere pot, die waar het eigenlijk om te doen was, die pot zie je zaterdag, gevuld met het mooiste van het zwijn en de lekkerste bonen…

© paul

 

Exit whiskyglas…

Men beloofde grootse calamiteiten, maar het is vijf uur in de ochtend en er is nog geen vlok te bekennen. Het waait hard, dat wel, en het is ijzig koud. Maar sneeuw, ho maar…

Nou gun ik jullie heus wel een schone en veilige ochtendspits, daar niet van. Maar ik had het leuk gevonden om in de vroege ochtend met hond Max door het veld te banjeren, tot mijn knieën in de sneeuw. Enfin, het wordt nog even, dus er kan nog vanalles vallen… Een glas bijvoorbeeld!

Het overkwam me laatst nog, het gebeurde in de late avond. Of ik er nu met mijn arm tegen stootte, of dat het uit mijn hand roetste, ik weet het niet meer. Het gebeurde in een flits van een seconde, ik schrok me rot. En dan het gesjouw met stofzuiger en blik. Het gezoek naar fijne scherfjes in een matig verlichte keuken. De zorgen om huisgenoten die op blote voeten door het huis rennen, mens en dier… En ten slotte de treurnis om het gebroken glas.

Het is natuurlijk een tamelijk triviaal onderwerp, zo’n kapot glas. Maar ik schrijf het toch maar op omwille van de herinnering (de website is óók ons archief!). Het was een van mijn lievelingsglazen, ik dronk er bij voorkeur wisky uit.

Ach, er sneuvelt wel meer hier in huis. En meestal is het leed al weer snel geleden. Maar een enkele keer

© paul

P.s.: het is nu 06.30 en de buienradar kleurt oranje. Kijk ik naar buiten dan zie ik een sneeuwjacht.  It Giet Oan denk ik…

Mijn mes, mijn mes, niemand de deur uit, waar is mijn mes…

laguiole (verloren mes)
Ik heb al jaren een mes in mijn tas; een Laguiole met een heft van Buxushout. (Fr buis). Niet om me te verdedigen of zoiets; gewoon een mes om een appeltje te schillen, een taart in puntjes te verdelen als er weer eens getrakteerd wordt op het werk, een verpakking van hardnekkige plasticlagen te bevrijden, een broodje smeren, een tomaatje snijden… ga zo maar door. Maar vooral gebruik ik mijn mes in restaurants waar men alleen maar enge gekartelde messen heeft om het vlees mee aan stukken te scheuren; zonde van een mooi stukje vlees om het te bewerken met zo’n verscheurend kartelmes. Dan gebruik ik liever mijn eigen mooie, scherpe mes!

Maar goed, soms gebeuren er vreselijke dingen in een mensenleven; MES KWIJT, Figaro!!! *) pure nostalgie deze link; voor de jongere lezers waarschijnlijk niet te snappen, zap dan maar door naar 3.30 in het filmpje.

Ik ben op een aantal zaken heel precies. Het kan hier in de keuken nog zo’n grote rommel zijn; de messen worden met de hand afgewassen en keurig op hun plek gehangen.  (onze messen hangen aan een staaf met magneten; lege magneet betekent dat er een mes ontbreekt).  Keukenmessen gaan niet in de vaatwasser, nooit, en zeker niet mijn zakmes. Groot was dan ook mijn ontreddering toen het mes opeens verdwenen was. Alles eerst gewoon afgezocht, toen steeds panischer, onder geroep van de hele familie- en vriendenkring “dat het wel in de biobak beland zou zijn, tussen de schillen”. “Nou nee, dat doe ik niet met mijn mes. Het is niet mogelijk dat mijn mes in de biobak beland”. Nou ja, dat geloofde niemand…

Het mes bleef kwijt en het bleef aan mij knagen… Alle tassen gecontrolleerd (ik wissel nog wel eens van tas), niets. Jaszakken, broekzakken… vergeefs.

Ik had de hoop al opgegeven en besloten een nieuw mes te kopen tijdens de vakantie. Ik dacht naar onze vaste messenleverancier (en -slijper) in Arlon te gaan en me een mooi nieuw mes uit te zoeken.

septfontaines hemelvaart 2009
Maar helaas, ook dát kwam er niet van… Druk, druk, druk.

Wél kocht ik met Hemelvaart een nieuwe tas in Luxemburg en laadde ter plekke de hele inhoud van de oude tas naar de nieuwe. Oude tas ging mee naar huis en de nieuwe werd druk gebruikt wegens mooi, origineel enzovoorts. ‘Oude tas’ is eigenlijk veel praktischer, groter, meer geschikt als werktas en eigenlijk óók heel mooi!

Dus, na vergeefse pogingen om, én appeltjes én boterhammen én boek én de gewone zaken in de nieuwe tas te proppen, besloot ik de ‘oude’ weer een tijdje in gebruik te nemen.

Even grondig uitkloppen… en ja hoor, bleek het mes, én een tubetje lippenbalsem dat ik ook al tijden kwijt was, zich door een klein gaatje in de voering te hebben geworsteld. Een gaatje van nog geen twee centimeter!

Goed, ik ben gewoon heel blij dat het mes terug is; vreemd hoe een mens zich kan hechten aan sommige spullen.

De wijze raad van één van mijn facebookvrienden zal misschien wel helpen in het vervolg: “Meske, meske, dan moete ook van oew tas nie zo’n mess maoke”.

Nou ja, eind goed, al goed. Kopje espresso toe…

© ellen.