Fijne Paasdagen…

fiGekleurde eieren met plantenmotief, Pasen 2017...

Met de traditionele Paasbrunch wordt het niks dit jaar. Dat is spijtig, heel spijtig, maar het is niet anders. Ik vervul namelijk plichten jegens mijn broodheer, en die plichten vervul ik ‘s nachts. Ergo: ik moet overdag slapen. En kon ik in vroeger dagen mijn nachtdiensttaken moeiteloos combineren met een copieuze maaltijd en een bescheiden drinkgelag met familie en vrienden, nu is dat ondenkbaar. Ik ben er te oud voor geworden, het put me uit. Enfin, het schrijden der jaren eist zijn tol. (Maar wees gerust familie en vrienden, er komen nog andere jaren zonder nachtdienst!)

Dit jaar richtte Ellen een bescheiden ontbijt aan. Ik had daar in het geheel niet op gerekend, maar toen ik thuiskwam van mijn werk zat Ellen al in vol ornaat aan de gedekte dis. Er was gerookte zalm, fijn rundvlees en er waren uitgelezen kazen. Bussenbrood met sesam, matses en vijgenbrood erbij, goei boter en dille- en dragonsauzen. Frisse salades ook met tomaten en komkommer. Ach, te veel, veel te veel…

En dan natuurlijk die eieren. Ellen had ze in de voorgaande nacht nog even geschilderd en gedecoreerd naar beproefd traditioneel recept. Ze kreeg het recept van Meneer Fisch, onze stokoude Luxemburgse drankstoker. Toen hij Ellen het geheim van de paasdecoraties verklapte kreeg hij blosjes op z’n bejaarde wangen: Man macht das mit Damenunterwäsche…

Wil je weten hoe het gaat, klik dan even naar onderstaande link. Het is beslist geen geheim, het is simpel te doen en het levert op. Gebruik wel een goede kwaliteit verf en ragfijne kousen…

Enfin lezer, ik heb intussen een paar glazen champagne gedronken (ook traditie) en het wordt zo zoetjes aan tijd om mijn bed op te zoeken. Ellen wil de rest van de dag lezen: John Irving, Herman Koch en nog een en ander. (Ellen leest razend snel…)

Namens het voltallige personeel van het Ministerie: Fijne Paasdagen

© paul

Goede Vrijdag…

Kruisegingsaltaar, 1520-1525 (detail)...

In christelijke kringen heet het nu de Goede Week, en in geen enkel West-Europees land kun je je onttrekken aan de verschijningsvormen ervan of zelfs aan de uitwassen. Versta me goed, mijn bemoeienis en interesse met de christelijke gebruiken en tradities is van sociaal-culturele aard. De religieuze kanten ervan heb ik al een hele tijd geleden achter me gelaten.

Maar het is nu eenmaal zo dat ik in Zuidoost Brabant ben geboren in een katholiek gezin en dat ik altijd deel uitmaakte van een in wezen nog steeds christelijke samenleving. En dat ik door mijn muziekkeuze en mijn liefde voor de andere kunsten dagelijks geconfronteerd wordt met het christendom in de breedste zin van het woord. Er waren heus tijden dat ik poogde al die invloeden buiten mijn leven te houden, maar dat was een verloren strijd. Ik kan intussen luchtiger omgaan met deze van christendom doordesemde maatschappij en ik doe er mijn voordeel mee wanneer me dat zo uitkomt. Enfin, dit gezegd hebbende:

Vandaag is het dan Goede Vrijdag. De afbeelding boven het artikel is een detail uit een veel grotere voorstelling. Een voorstelling die de essentie van Goede Vrijdag weergeeft, namelijk de beleving van de kruisdood van Christus, in om en nabij het jaar 33.

Het beschilderd paneel heet Het Kruisigingsaltaar en het hangt te pronken in de Nicolaikirche in Kalkar, Duitsland. Het werd geschilderd door een Anonieme Meester, zo tussen 1520 en 1525. Het is vrijwel zeker dat de Meester afkomstig is van de Nederrijn. De Meester behoort niet tot de klasse van de Memlings, de Van Eijken, de Cranachs of de Van der Weijdens; dat niveau haalt hij niet. Eerder is hij een degelijke middenklasser.

Bij ons laatste bezoek aan de kerk in Kalkar maakte Ellen deze detailopname. Een overzicht van het hele schilderstuk heb ik niet, en ik kan er op het internet ook geen deugdelijk plaatje van vinden. Je houd het maar tegoed. (Die kerk moet je so-wie-so bezoeken. Er hangen enkele altaarstukken met het mooiste houtsnijwerk ooit, zo maar in een kleine kerk, in een klein plaatsje, net over de grens. En je kunt er ook nog eens voortreffelijk eten. Maar daarover later.)

De vrouw op het schilderij op wiens rug je kijkt is vrijwel zeker diegene die de opdracht gaf om het schilderij te maken. Wie of wat ze was is niet te achterhalen. Het was in de middeleeuwen en vroege renaissance gebruikelijk dat opdrachtgevers ergens een plaatsje kregen in het afgebeelde tafereel. Deze mevrouw zit echter wel heel prominent in beeld, geknield onder het kruis waaraan Christus met lompe spijkers is vastgepind. Haar gezichtsuitdrukking oogt wat flauwtjes, misschien wat meewarig, maar naar alle waarschijnlijkheid is dit de manier waarop de kunstenaar poogde om smart uit te drukken.

Maar wat doet die vrouw toch met haar handen? De linkerhand lijkt in de voet van Christus te knijpen, en dat is wel een beetje raar. Maar wat ze met die andere hand doet is mij volkomen onbegrijpelijk. Ze wrikt daarmee aan de teen van Christus, die intussen toch in helse pijnen hangt te sterven. Je zou, met enige fantasie, zelfs kunnen zien dat de vrouw er plezier in heeft, maar dat is natuurlijk onzin.

De bedoeling van de kunstenaar zal waarschijnlijk zijn geweest om het moment uit te drukken dat de vrouw de voeten van Christus gaat kussen, een daad van grote devotie. Maar hij heeft toch écht dat gewriemel, dat gewrik met die teen geschilderd. En de opdrachtgeefster was het daar mee eens. Geloof maar niet dat het anders zo was afgebeeld.

Kunsthistorisch onderzoek naar inhoud en betekenis van deze schildering heb ik niet kunnen vinden. En ook mijn speurtocht naar de iconografie van de tenenwrikkerij op andere kruisigingen leverde me niks, nul, nada op.

Intussen pieker ik me suf en vind ik geen afdoende verklaring voor het beeld. En vertwijfeld bedenk ik dat er toch ergens iemand moet zijn die het wél snapt. En als dat dan zo is dan zou ik dolgraag in die kennis delen. Schrijf even, laat een berichtje achter, maak mijn vrijdag goed…

© paul

1 April…

Afbeeldingsresultaat voor aprilvis

Alweer 1 april. Het voelt alsof ik gisteren een artikeltje maakte over de Frans-Belgische Aprilvis, maar dat is niet zo. Het is gewoonweg alweer een jaar geleden. De tijd gaat beangstigend sneller, naarmate je ouder wordt…

Over de gewoonte om heimelijk een papieren visje op iemands rug te plakken of te spelden heb ik al een paar keer geschreven. Het blijft een onschuldige lolligheid die nog steeds wordt gekoesterd in Frankrijk en België.

Waar ik het nog nooit over heb gehad is over de gewoonte die rond het Fin-de-Siècle (de overgang van de 19e naar de 20e eeuw) in zwang was, met name in Frankrijk, om je geliefde een 1 April-postkaart te zenden. Hij is de lieve koerier van mijn vriendschap zegt bovenstaande kaart.

Je vindt de prentbriefkaarten in alle maten en soorten. Altijd wel staat er een vis op afgebeeld, maar vaak wordt die begeleid door een kindje, een engel, een cupido, een aanbidder (mannelijk, dan wel vrouwelijk) en altijd worden er karrenvrachten bloemen aan de afbeelding toegevoegd. Ze fungeerden als een soort valentijnskaarten, maar dan op een andere datum. Na de Eerste Wereldoorlog verbleekte de traditie, hoewel er zelfs heden ten dage nog lieden zijn die het gebruik in ere houden…

Waar de traditie van dat vissengebruik vandaan komt, en verder, hoe het nou zit met dat vissige 1 Aprilgedoe is me nog steeds niet duidelijk. De Volkskrant probeert vandaag met een artikeltje enige zaken te verklaren, maar ik heb zo mijn twijfels. Ach, laat het ook maar een mysterie blijven…

Ik ben benieuwd of er vandaag vis op ons menu staat…

© paul

Voorjaar…

koffie 003
De wijnstokken zijn nog kaal, maar de eerste bladogen laten zich zien. De rozen lopen overdadig uit en de lavendel heeft al teer groen. De selderie gaat gewoon verder waar hij ophield in december en tussen de stoeptegels ontspruiten de zaailingen van de rozemarijn. De ontluikende maggieplant is nu op z’n mooist en de rozetten van de digitalis beloven een weelde aan bloemen. De blauwe druifjes in het stenen potje bloeien, zoals ze dat al jaren doen, ook deze lente weer. Hond Jaros heeft de in zijn ogen rechtmatige plaats óp de tuintafel alweer in beslag genomen.

Ik hoor er al dagen van, van het voorjaar en van die hoge temperaturen. Ik voel ook wel dat het aangenaam is wanneer ik in de vroege avond mijn bed uit kom. Maar van het échte lenteweer krijg ik weinig mee, ik werk des nachts, dus ik slaap overdag. (Enfin, de nachten zijn intussen ook warmer, dat dan weer wel…)

Ellen maakt het allemaal wat bewuster mee. Achter in de tuin, want daar is het het warmst. Met een kop espresso, een stuk appelgebak en het uitzicht op de bloeiende blauwe druifjes.

Als ik de foto bekijk word ik er grif jaloers van. Maar mijn tijd komt nog lezer; volgende week ben ik vrij, en let dan maar op…

© paul

(Dit is een bewerking van een artikel van voorjaar 2009.)

Troosteten…

Gefrituurde wonton...
Je laat je in een artikeltje ontvallen dat enige ongesteldheid jou deel is (snotverkoudheid, bibbergriep, kriebelhoestexplosies, kleffe zweterigheid) en de beterschapswensen stromen binnen. Niet op deze website, maar op Ellen d’r Facebookpagina. (Hoezo? Zij was toch niet ziek!!). Enfin, ik ben er uiteindelijk wel verguld mee; zoveel aandacht, zoveel medeleven, zoveel menselijkheid…

Tussen de schappen van de buurtsuper sprak een trouwe lezer(es) me aan. Of het wel goed ging, of ik niet in bed hoorde te liggen en of ik mijn jas goed dicht wilde knopen, er stond een guur windje. Ach, ik werd er verlegen van…

Maar lezer, het mag allemaal geen grote naam hebben. Ik lijd aan de naweeën van een lichte griep en een forse verkoudheid. En als ik weer eens in oorverdovend gebulder losbarst, snakkend naar adem, mezelf en de wereld in de meest grove bewoordingen vervloekend, dan zet mijn omgeving me snel weer op mijn plaats. Of ik lijd aan het syndroom van Gilles de la Tourette vragen Het Kind en Ellen me met gepast cynisme. En ik bind in…

In tijden van ongesteldheid zorg ik evenwel prima voor mezelf. Niet ben ik het type gast dat wagonladingen roze koeken gaat zitten wegkanen, of pondspakken Engelse drop, of dikke tabletten gevulde chocolade. Liever prepareer ik voor mezelf een portie troosteten; eenvoudige pasta met een teentje knoflook, wat verse peper en een schaafje truffel. Een geroosterd sneetje witbrood met een schijfje ganzenleverpaté en een lik pruimenmousse. Of een vers soepje, liefst gevuld…

De kopfoto toont een van mijn troostmomenten. Gefrituurde Wan-tan (gevulde deegkussentjes) met een gefermenteerde vissaus en een zoet-zure pepersaus. En hoewel ik deegkussentjes liever gestoomd eet, smaken de gefrituurde exemplaren me ook prima. Bijkomend geluk is de overdaad aan pepersaus. Die opent alle holtes in mijn kop, het grote snotteren kan beginnen. En dat lucht op…

© paul

Het laatste woord…

carnaval 2017 optocht

Een gevaarlijke mix van vilein en charmant… Enfin, de foto spreekt voor zich. En de Carnavalsvertellingen dienen een einde te nemen.

Ons gezelschap heeft het overleefd en iedereen verheugt zich op de volgende editie van het Feest der Feesten. Dat moet toch voldoende zeggen. Voor enkelen van ons dienden er tussentijds nog wat serieuze zaken afgehandeld te worden(o.a. plakte Willy voor zijn broodheer nog snel een muurtje nieuwbouw, volgde Julia een college over enge dierenziekten en werd Flora na het weekend alweer verwacht op de Campus van Wageningen.)

Die maandagavond viel het Heintje Davidscollectief met de deur in huis en gaf een afscheidsconcert ten beste op het Ministerie (ze geven al tien jaar afscheidsconcerten en deden daarmee hun naam eer aan). Dinsdag rond de klok van twaalf werd er gebrunched in het Café Met / Zonder Ruis (gebakken eieren, bloedworst met appeltjes, balkenbrij, aardappelkroketjes met gehakt, balletjes in tomatensaus, salades, broden en worsten). Later die dag concerteerde de Zwarte Kabouter Bende met het ZAB-orkest op het podium van etablissement De Keijzer. En tussen al die bedrijvigheid door maakte men her en der opwachting. Enfin…

En het feit dat een gemene griep mij ergens in de dinsdagavond velde en ik vervolgens bij het Woensdagfeest van Marleen en de Jongste Bediende verstek moest laten gaan om de dag trippend in mijn bed door te brengen mag dan een domper voor mij wezen, voor de andere honderd gasten mocht het de pret niet drukken.

De Voedselvoorziening:

  • Een goede 36 liter soep werd er omgezet, er bleef geen druppel over. Bonensoep, vegetarische linzensoep, ossenstaartsoep en natuurlijk de kerriesoep van Anita.
  • 4 kilo Zoer Vleisj maakten Neel en Evert, en erbij ging 5 kilo aardappelpuree en 2 kilo uien.
  • 80 haringen slobberde men weg op het Woensdagfeest en daarbij nog van Marja een Molukse hoeveelheid gehaktballetjes in pindasaus (en dat is heel veel!).
  • 90 broodjes voor de Maandagavondband, rijk belegd met ham kaas en worst.
  • De ruim 3 kilo drop van Diny naschte men weg alsof het niks was.
  • Een bananencake met chocolade en kokos, een ovenbladgrote vruchtenvlaai met kruimel en een batterij cakejes van Maartje. (Een flink deel van de cakejes werd ontvreemd door armlastige studenten en schielijk afgevoerd naar d’r lui vrijgezellenkamertjes boven de Grote Rivieren, enfin…)
  • Bij de hoeveelheden brood en beleg ben ik definitief de tel kwijtgeraakt.
  • Ruim 1 kilo roomboter verdween als sneeuw voor de zon (de broodeter wil ook wat…). Het kuipje margarine dat ik voor de (infame) liefhebber aanschafte staat nu, ruim tien dagen later ongeopend in mijn keukenkastje. Wie het hebben wil komt het maar halen…
  • En ook 1 kilo zure zult van Hijn was geen lang leven beschoren.
  • Voor 49 gekookte eieren (en een enkel gebakken exemplaar) draaide men z’n hand niet om.
  • Ik vergeet nog enkele zaken, ik ben ervan overtuigd, maar het wil me nu niet te binnen schieten.
  • Dranken in overvloed: een badkuip Bavariapils, rode wijn uit Italië, witte uit Frankrijk. Bieren uit België en borrels uit Schiedam. Fijne spiritualiën uit Schotland, Spanje en Venezuela. Minder fijne spiritualiën uit Friesland en Rusland, en zo nu en dan een glaasje ranja. Een enkele Spa schonken we ook. En containers koffie en sloten thee…

Nou ja, dat was het wel zo’n beetje. Het merendeel van de foto’s is intussen op onze foto-site geplaatst. Je vind ze hier : Flickr, Ellen Bouckaert

Hoogste tijd om weer eens over gewoon eten te schrijven, vindt je ook niet?

© paul

Soep, soep en nog eens soep…

Soep voor Rosenmontag...
Meestal lukt het mij niet om een exact receptverslag te geven van wat wij zoal nuttigen hier met de carnavalsdagen. Dit keer schreef ik bijna alles op, vandaar een bijna zorgvuldig verslag van wat men zoal eet in het diepe zuiden tijdens de feestdagen…

Voor mij is het ieder jaar weer vooral een logistiek probleem; hoe kunnen veel mensen, in ons relatief kleine huis, tegelijk aan tafel of in ieder geval enigszins comfortabel eten. Voor onze vaste groep, zo’n 22 personen en wat aanhang is dat nog wel te doen, maar de overigens zeer welkome aankondiging dat de Heintje Davidsband ook dit jaar weer graag bij ons op Visite zou willen komen, maakte toch dat we even goed moesten denken wat en hóe we al dat volk te eten en te drinken konden geven… 22 kabouters, wat vrienden en een 20 koppige band… En dan ook nog een beetje op de tijd letten terwijl Carnaval toch eigenlijk een feest zonder vaste tijden of wat dan ook is…Lang leven de lol, maar de soep moet wel op tijd klaar zijn… Toch?

Mijn oproep aan de Foodbloggers om adviezen leverde niet echt veel constructieve ideeën op; leuk een dikke soep met hele worsten die de gasten dan met een lepel doorbreken… Hoe moet een beetje aangeschoten gezelschap in een kleine ruimte worsten doorbreken met een lepel… ik zag het al voor me… Leuke tapashapjes is prima, maar niet voor 50 personen (ik had ook een feestje!) Verschillende stamppotjes, leuk, maar voor 50 mensen verschillende stamppotjes… mijn oven is wel groot, maar niet zó!

Ik besloot dus soep te maken, mooie gevulde soep met veel verse groenten en broodjes er bij. Maandagmorgen vroeg kwamen Evert en Neel om nog even mee te denken hoe we alles het meest praktisch konden organiseren. Broodjes smeren, een buffettafel maken, wat salade erbij. Dat zou moeten lukken. Ik ging dus rap naar onze grootgrutter om 90 broodjes te kopen… stom, had ik moeten bestellen! Ze hadden 50 broodjes klaar, 40 moest ik zelf afbakken. Nou ja, dat was ook eigenlijk zo gebeurd!

Intussen maakte ik soep met genoeg vitaminen om weer een Carnavalsdag door te komen;

voor 10 liter soep:

een krachtige bouillon van

  • 1 flink lamsbot (bovenkant van de bout met nog wat vlees er aan. (met water, een ui, wat selder, wortel, peterselie, laurier, tijm, peper en zout opzetten) Trek rustig een mooie bouillon, zeef de bouillon, haal het bruikbare vlees van het bot en geef de rest aan de hond.
  • klaar de bouillon en voeg het vlees toe
  • 300 gram kalfsvlees, in kleine stukjes
  • 1 Morteau worst of andere mooie gerookte worst, in kleine stukjes gesneden
  • vervolgens de groenten:
  • 6 grote blikken canelliboontjes  de boontjes in een zeef doen en even afspoelen onder stromend water
  • een knolselderij in kleine blokjes gesneden
  • 2 preien, in kleine stukjes
  • 2 wortels, in blokjes
  • 2 uien, fijn gesneden
  • een flinke handvol diepvrieserwtjes
  • 2 blikken tomatenpulp
  • een lepel harissa
  • flink wat oregano
  •  peper en zout ( and the wonderful, wonderful soupstone natuurlijk)
  • nog een flinke lading fijngesneden peterselie en selderie en wat gedroogde oregano.

De pan verder afvullen met water. alles rustig laten garen. Proeven, eventueel zout of peper toevoegen. Soep!

Erbij dus 90 broodjes, met veel liefde gesmeerd en belegd met jonge en  oude kaas, ham en worst. Een paar schalen salade met tomaat, komkommer en uien.

Geen espresso toe!

© ellen.

 

 

 

 

Het Feest der Feesten nam aanvang…

 

statiefoto bij ons nieuwe huis

Zoals je ziet is de ZKB (Zwarte Kabouter Bende) intussen weer op volle sterkte. Het jongste lid telt twee jaren levenservaring, het oudste lid is de zestig allang gepasseerd. En tussen die twee uitersten kun je alles van je gading vinden. Welkom bij Carnaval jaargang 2017.

Het moest geruime tijd duren voordat je weer een levensteken van ons zag op deze website. We zouden ons kunnen verschuilen achter de gedachte dat er een hoop voorbereidingen dienden te worden gedaan om vlekkeloos het Carnaval in te schuiven, maar dat is niet eerlijk. We waren er eigenlijk allang klaar voor. Van schrijven kwam gewoon even niets. Daarover zaten we ons een tijdje gepast te schamen en ging vervolgens over tot de orde van de dag…

De tijden dat het Feest der Feesten voor ons zijn aanvang nam op donderdag en eindigde op Aswoensdag ‘s weeks daarop, die tijden liggen achter ons. De leeftijd en gezondheid gebieden een matiger invulling van het Feest. We beperken ons nu tot vijf dagen.

Gisteren ving het dan écht aan, en wel met een bijzonder evenement. Terry werd zestig en zijn geliefde organiseerde een weergaloos feest voor hem. De ZKB maakte er haar (zijn?) opwachting en ook het Heintje Davidscollectief trad in vol en volledig ornaat aan. En verder waren er een hele bubs familie, goede vrienden en vage kennissen.

Of het nou zo’n gelukkige keuze was om dat 60jarig jubileum te vieren op de eerste avond van het Carnaval, daarover waren de meningen verdeeld. Voor de ZKB was het in ieder geval een gelegenheid om mensen te ontmoeten, liederen te zingen, lol te maken en in te drinken voor de slemptocht later die avond. Karin en Terry, bedankt… Het was een mooi feest.

Na afscheid te hebben genomen van de zestigjarige jubilaris begon het Carnaval dan echt. We trokken het dorp in en deden ons ding op de bekende afwerkplekken. Van het Bejaardencentrum naar de Keizer, en dan via het Ridderhof naar de Engelenburght. In de meeste gevallen werden we verwacht.

De ZKB huldigde haar tradities maar liet zich er niet door verstikken. Er diende zich elk kwartier wel een kantelpunt aan in de vooraf bepaalde conventies van de groep. Hoogtepunten vormden de huilaria van Neel bij de Laotbloeiers en een weergaloos optreden van Toon op het bugeltje.

Enfin, ik wilde je nog meer vertellen, maar de eerste gasten druppelen binnen en daarmee is het uit met de rust en relatieve stilte in dit huis. Mijn concentratie ontglipt me en ik tikt vortdudent faautennn… Ik stop ermee!

Zo meteen trekt de Grote Optocht voorbij. Het huis zal dan weer bomvol zitten met gasten, voornamelijk kabouters, en wanneer de laatste praalwagen zijn achterkant laat zien trekt de ZKB er weer op uit.

Je hoort nog van ons lezer…

© paul

Nederland is vol… met gastvrije mensen die vluchtelingen een warm hart toedragen.

tram
Een aantal weken slingerde het Ministerie van Eten en Drinken zich piepend en knarsend door de hoofdstad Amsterdam. Kijk naar op de foto linksboven. Rechts aan de bovenkant van het rode lampje kun je ons vinden. (Ellen staat aan de andere kant van de lamp.)

Het zit zo: vorig jaar riep Vluchtelingenwerk Nederland op om tegen een geringe geldelijke vergoeding je naam te laten plaatsen op een tram. De slogan heette: Nederland is vol… met  gastvrije mensen die vluchtelingen een warm hart toedragen. En door je deelname gaf je in ieder geval blijk van je afkeuring van al het gehurk en gehork van een deel van je landgenoten die grenzen wilden sluiten, torenhoge muren wilden bouwen en ons kikkerland wilden behoeden voor een andere kleur dan blank (zelfs wanneer het leven van vluchtelingen letterlijk aan een zijden draadje hing…). Enfin.

Het was de bedoeling dat die tram (of twee) rond Prinsjesdag door Den Haag zou gaan toeren, maar om een of andere reden was de stad waar onze regering zetelt niet van die actie gediend. Het zal wel met politiek te maken hebben, de Hagenezen die ik persoonlijk ken zijn de gastvrijheid zelve…

Gelukkig was dan nog Rotterdam, en zo ook onze hoofdstad Amsterdam. En al is het volk daar in die metropolen in de optiek van de rest van Nederland tamelijk overtuigd van hullie suprematie, ze zijn ook gul, vriendelijk en gastvrij. Noodgedwongen, maar uiteindelijk naar ieders tevredenheid, week Vluchtelingenwerk uit naar die twee steden.

En zo hobbelde dan het Ministerie een aantal weken door de hoofdstad. Prominent geposteerd tussen al dat andere gastvrije volk op de flank van Tram 1. De foto kregen we toegestuurd door Vluchtelingenwerk, waarvoor onze dank…

© paul

Zoals moeder kookte…

Porkölt (goulasch)...

Jij hebt ongetwijfeld ook die ervaring: dat ene gerecht van je moeder, waarvan jij de receptuur heel zorgvuldig noteerde en dat je minutieus nakookt, smaakt altijd anders dan wanneer je moeder het klaarmaakte. En hoe je ook je best doet, het lukt je eenvoudigweg nooit om die unieke smaak uit je jeugd terug te halen…

Een paar verklaringen zijn daarvoor wel te bedenken. Op de eerste plaats zou je bij je falend geheugen te rade moeten gaan. Verdichtung is geen uitzondering, het is juist regel. Je geheugen verdicht je herinneringen tot een bruikbaar concept, een concept waar je de rest van je leven mee vooruit kan. Dat daarbij de waarheid of werkelijkheid geweld wordt aangedaan zal je geheugen een worst wezen; alles voor de bruikbaarheid.

Iets wat in de buurt komt van Verdichtung is nostalgie. Je wilt je iets anders herinneren dan er in werkelijkheid was; je wilt die beschermde wereld van je kindheid terug, de warmte van het ouderlijk nest, het eenvoudige en eenduidige wereldbeeld van toen. En daarbij horen de geuren en smaken uit je moeders keuken. Maar dan wél in de kontekst van je verlangen. (En zo ben je weer terug bij Verdichtung…)

Een reden van meer technische aard is de veranderde kwaliteit van producten. Tomaten smaken heden ten dag anders dan vijftig jaar geleden. En dat geldt voor een hele boel andere groenten ook, en ook voor het merendeel van het vlees en voor de vetstoffen die je gebruikt.

Ach, er valt op mijn redeneringen heus wel een en ander af te dingen, ik weet het. En er zullen best nog andere verklaringen voor het fenomeen denkbaar zijn. Feit blijft dat iedereen er wel eens mee te maken krijgt en dat niemand, bij mijn weten, een afdoende oplossing heeft voor het debacle. Enfin, genoeg gefilosofeerd op een late zondagmiddag. Hoewel…

Ik schenk me een glas Laphroaig in, die voortreffelijke Whisky van dat eiland voor de Westkust van Schotland (Island of Islay, hoofdstad Port Ellen). Die whisky met z’n geur van jodium en verbrande turf, z’n teer- en fenolsmaak, ziltig en een tikkeltje zoet. Die whisky die sommige drinkers hemels vinden en andere het grootst denkbare bocht. (Ik behoor tot de eerste categorie, dat mag duidelijk wezen.)

Ik word altijd wat bedachtzaam, wat beschouwend, wat stilletjes van die drank. (Tot ik natuurlijk aan mijn zoveelste glas nip: dan ga ik praten. Tegen die tijd lezer, zoek je maar een ander tafeltje.) Enfin…

Gegroet lezer, het Ministerie sluit haar burelen. Vergeet niet vanavond naar Tatort te kijken.

(Lees ook: Landlord of Islay…)

© paul