De Peultjes van Boer Skukhorzel…

IMG_2707
In een ver verleden deelden wij onze werkplek, Boer Skukhorzel en ik. Nachtenlang hebben we samen gezeten, gewerkt, gepraat, gesteggeld. Dat we elkaar uit het oog verloren heeft te maken met beider keuzes bij het verloop van onze loopbaan. En natuurlijk het feit dat Skuk in Langerak bij Doetinchem ging wonen, honderd kilometer van mijn woonplaats.

Boer Skukhorzel bereikte intussen de pensioengerechtigde leeftijd en kan zich tegenwoordig geheel toeleggen op wat hij altijd al als zijn kerntaak zag: namelijk boeren. Voorts toont hij zich beschermheer van de hobbykip (hoewel de vos uit het aanpalend beemdgebied aardig huishield in de kippenren). Skuk biedt op zijn landgoed domicilie aan een twintigtal soorten vogels, aan de marter en aan de eekhoorn. Hij klooft er zijn stookhout en biedt burenhulp. En hij boert…

Vorige week waren Vriend Jan en ik een middag bij Skukhorzel op bezoek. Enfin, herinneringen ophalen en de toekomst bespiegelen, oude koeien uit de sloot trekken, roddel en achterklap verkopen. Zo’n middag lezer, zo’n middag. En natuurlijk stapten we rond tussen de cultuurgewassen van Skukhorzels tuindersbedoening.

In andere tijden verzorgde Skukhorzel het Ministerie met preien, kropsla, uien, doperwten, tuinbonen en piepers. Sterappeltjes ook, zonzoete aardbeien en kakelverse eieren. Jarenlang kwam een belangrijk deel van de verse kapucijners die het Ministerie jaarlijks verwerkt uit Skukhorzels dreven. We waren dit jaar echter te vroeg. De paarszwarte peulen hingen er wel, maar waren nog niet uitgerijpt. Wel kregen we bij afscheid een flinke kook peultjes mee. En daarmee kom ik bij de kern van de zaak. Want ik wilde je even waarschuwen.

Het is nu tijd voor peultjes van eigene bodem. En eenieder die zich erop laat voorstaan qua eetgewoonten het gezonde te paren aan culinair genot moet er dus nu op uit. Want ze zijn er maar even, die miniboontjes van de koude grond. En een lekkerder groente is nauwelijks te bedenken. Je kunt ze betrekken via Boer Skukhorzel, maar de afstand zal voor de meesten van ons een bezwaar wezen. Dus…

Zet je groenteboer onder druk, struin de betere boerenmarkten af, bezoek de tuinder of belaag de hobbyist met het volkstuintje. Maar zoek naar vers van eigen bodem en zoek nu!

Ik wil maar zeggen…

© paul

Vakantie met lifters…

lifters, Aire de Capellen
Terwijl Julia het beest vlooide en Hond Jaros beloofde als dank huis en haard te beschermen met het vege lijf, reisden wij af naar onze vakantiebestemming. We gingen op weg naar Frankrijk, met een tussenstop en overnachting in Luxemburg.

We hebben een onderkomen gehuurd in de buurt van Chatillon-sur-Seine, ergens in het noorden van Bourgondië; op de grens van de departementen Yonne en Côte d’Or, pal onder de Champagnestreek. Het is zo’n streek waar je talloze malen doortrekt maar nooit stopt: er lijkt weinig te beleven. Enfin, we zullen het zien…

Al vanaf het vertrek thuis ging het erover waar we zouden lunchen; er zijn op de route Eindhoven – Stadt Luxembourg nogal wat etablissementen die in aanmerking komen, mits je de autoweg links, dan wel rechts laat liggen. Toch viel al snel het besluit om de lunch heel beperkt te houden, er zou die avond tijd genoeg zijn om in Luxemburg een goed restaurant te zoeken. De ingekorte lunch zou gesnackt worden aan de autostrade.

We waren het erover eens dat we zouden stoppen bij tankstation de Knuvelkes, dat gelegen is kort na Maastricht en net voor de grensovergang met België. Op enig mystiek maar helder moment echter herinnerde ik me de bamiblok die ik er ooit kocht. Ik nam het ding vast bij de ene punt en spontaan zakte de ander punt naar beneden, een perfecte hoek van negentig graden vormend. Kwestie van vettigheid, slechtgebakkenheid, belabberdheid en algehele slapte…

Zonder verder overleg nam ik de eerste de beste afslag naar het eerste het beste tankstation in Midden-Limburg, dat gelukkig luisterde naar de vertrouwenwekkende naam het Anker. Enfin, aan de snacklunch moet ik verder geen aandacht besteden. Vette hap is vette hap en de Midden-Limburgse truck-stop-cateraars doen nauwelijks onder voor hun zuiderburen. Wel vriendelijk volk overigens, erg vriendelijk volk…

Maar wat nu als… (Mijn geschiedkundige vrienden worden doodziek van dit soort overwegingen, ze nemen me daarom nog zelden serieus.) Maar wat nu als?..

Wat als we doorgereden waren naar de Midden-Ardennen om aan te leggen bij Restaurant Fleur de Thym in Les Sables d’Olonne? Wat als we de slappe kledder van de Knuvelkes voor lief hadden genomen? Nou lezer, dan hadden we nooit die gasten ontmoet uit Groningen. Da’s toch een wondertje…

Ellen blijft volhouden dat zij ze als eerste had gezien, daar op dat dorre grasveldje van die uitspanning. Jongvolk in blauwe hesjes, en één ervan droeg een kartonnen schildje met daarop getekend Luxemburg (Luxembourg?). En ze dacht nog: wie wil er nou naar Luxemburg?.. Enfin, om een lang verhaal kort te maken, die jongen liep met dat bordje te zwaaien, maar een meisje sprak ons aan. Of het gezelschap mee kon reizen naar bijvoorbeeld Maastricht of zo. Want ze waren namelijk op weg naar Luxemburg.
liftersHond Jaros lag thuis de boel te bewaken zodat de achterbank van de auto vrij was. Plaats hadden we nu voor drie gasten. En aangezien hun reisdoel, zoals het onze Luxemburg was konden en wilden we best drie personen meenemen. Er stond een kluitje hesjesdragers op een hoopje, maar er splitste zich al snel een delegatie af, die wilde wel met ons mee. 

Het bleek te gaan om een actie van leden van een Theatergezelschap, semi- en amateurs. Domicilie hielden ze in de Schone Stad Groningen. Een keer per jaar organiseerde de Club een liftsessie voor de leden van het gezelschap. Men kreeg kort van tevoren het reisdoel te horen en vervolgens begaf men zich in groepjes op pad. Enige competitie was ingebouwd in de race: men diende eenvoudigweg als eerste aan te komen. Maagdenburg in Duitsland was al eens reisdoel geweest, zo nog wat Europese steden. En dit jaar dus Luxemburg.

De reis verliep verder naar behoren. Men keuvelde er lustig op los en probeerde beleefd nu en dan wat meer hoogte van elkander te krijgen. En aangezien we het beneden onze waardigheid vonden om die gasten ergens vóór Stadt-Luxembourg langs de autobaan te droppen tikten we de eindbestemming van de liftrace in in onze Tomtom. De lifters werden verwacht in de grote Jeugdherberg in de oude benedenstad, pal onder het spoorviaduct.

We maakten echter nog een sanitaire stop aan Air-de-Capellen, net over de grens met Wallonië. Het was daar dat ik die uitstalling donuts zag in het wegrestaurant van de snelwegrustplaats. Ik had er nog nooit zoveel bij elkaar gezien, in zoveel kleuren, met zoveel smaakjes (ik kom dan ook niet zo vaak op de harde weg…). Kennelijk waren het begerenswaardige versnaperingen, ze vlogen als warme broodjes over de toonbank. Ook mijn gezelschap liet het zich smaken. Ik hield het bij koffie. Terwijl we daar zaten werden onze gasten aangesproken door een Nederlands echtpaar. Zij hadden die ochtend een ander groepje van het Theatergezelschap een stuk door Limburg vervoerd, en of we misschien nog iets van die gasten gehoord hadden (ze herkenden onze lifters aan hun hesjes…). Enfin…

We hadden echter nog 30 kilometer te gaan en intussen was er mij een en ander aan gelegen om die gasten als eerste bij de Jeugdherberg af te leveren, dus we braken weer snel op. lifters

Luxemburg is een rot-stad om te rijden, de Tomtom is evenwel een onverbiddelijke, maar vastberaden kameraad. Hij sleurde ons via de bovenstad helemaal het dal in en bracht ons tot aan de trappen van het Jeugdhotel. De verwachtingen waren intussen hoog gespannen, maar we werden uiteindelijk dus zesde. Nou ja…

Dat speelde op vrijdag en terwijl ik de slotzinnen tik van dit stukje is het maandag. Die theatergasten zitten intussen in de trein naar het verre noorden, en wij gaan zoetjes aan de dag afsluiten. Ellen zit te spartelen in een comfortabel ligbad en ik schenk me nog een glas Chablis in. Over Bourgondië vertel ik je de komende dagen wel, het nu mooi geweest.

© paul

Les Halles de Luxembourg (La Provincale)…

Les Halles...We namen voor Lilly en Mars (Luxemburgse vrienden) een paar kilo asperges mee.      ‘s Ochtends nog op het land in Zuidoost Brabant, ‘s avonds in een kookpot, ergens in het departement Gutland, Luxemburg. De beste asperges van Nederlandse bodem… Als tegenprestatie kookte Mars een prachtige felgroene groentesoep voor ons, want geld voor de asperges wilden we niet. Daarnaast had hij nog een verrassing in petto; hij nodigde ons uit hem te begeleiden bij een inkoopsessie in Les Halles de Luxembourg, genaamd La Provincale.

We hadden al wel gehoord over die legendarische Hallen, dat immense bevoorradingsstation voor de hele Luxemburgse horeca, maar geweest waren we er nog nooit. Het bedrijf ligt in de gemeente Leudelange, pal onder Luxembourg-Stadt. Het hallencomplex omvat een aantal grote fabrieksachtige ruimtes, waarvan er een bestemd is voor directe verkoop. De andere dienen als groente- en fruitveiling, uitbeenderij en vleesverwerking, verdeelcentrum en opslag. De capaciteit is enorm. Nou komen we in Nederland regelmatig bij de voedselgroothandel (Hanos, Sligro), en ook daar mogen we ons met tijden verbazen over wat er zoal wordt aangeboden.  Die Luxemburgse Groothandel slaat echter alles. Het assortiment gaat zowel in de breedte als in de diepte. De keuzemogelijkheden zijn nauwelijks te bevatten en de kwaliteit spat ervan af.

Laat me wat voorbeelden geven: de kreeften worden in een fors aantal soorten levend aangeboden ( Westerschelde, Zuideuropa, Canada, V.S., enz.) En per soort is de populatie dan weer in maat en gewicht gesorteerd en verdeeld over een goede dertig waterbakken. In andere aquaria zwemmen Tarbots, Heilbots en zo nog wat waterdieren.

Vlees wordt in alle onderdelen aangeboden per land; Luxenburg, Spanje, Portugal, Italië, Ierland, V.S., Oostenrijk en Duitsland. Voor elke nationale keuken is alles voor handen, inclusief het orgaanvlees. Hart, nieren, lever, hersens, zwezerik en milt. Ook Nederlands vlees wordt er overigens aangeboden, al beperkt dat zich tot kalfsvlees van de boerderij (en biologische soepkip).

Hoenders komen voornamelijk uit Frankrijk; Poule de Bresse tegen schappelijke prijzen, maar verder een keur aan Franse rassen, nagenoeg allemaal met het Label Rouge predicaat. Maar ook de Belgische Mechelse Koekoek vind je er, en biologische soepkippen uit Friesland.

Alle wereldkazen liggen er, maar ook minder bekende soorten. Ze komen uit de fabriek, maar vaker van kleine producenten of direct van de boerderij. Ze zijn allemaal in topconditie en worden met zorg in topconditie gehouden.

Twintig soorten aardappelen, vijftien soorten uien, knoflookrassen uit alle delen van Europa (en soms van daarbuiten). Van elke andere groente liggen er variaties in smaak, vorm en kleur. Opmerkelijk is het grote aandeel biologische producten, terwijl Luxemburg (net als Nederland) heden ten dage helemaal niet zo best scoort in de top twintig van bio-producerende landen. Veel van de aangeboden waar komt uit Luxemburg of de directe omgeving.

En dan vertelde ik je nog niet over die truffels. Er stonden bakken vol, de kiloprijs was slechts € 300,- .De kwaliteit zou in de Perigord hoge ogen gooien. De paddenstoelen lagen in een bewaakte ruimte, samen met mega-blikken Belugakaviaar en blokken ganzenlever, zoals ik ze nog nooit gezien had. (Of je daar nu vrolijk van moet worden laat ik even fijntjes in het midden…)

Enfin, ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan, maar mijn punt is, geloof ik, wel duidelijk. Wij liepen een middag te struinen in een Culi-Eldorado van ongekend niveau. Vergeet ik je nog te vertellen dat Mars een gemakkelijke prater is en dat hij sinds de oertijd (toen hij nog restaurant voerde) al inkocht bij La Provincale. Hij kent er een hoop werkvolk via zijn snelle en handige babbel en zo praatte hij ons in plaatsen achter de schermen waar een andere sterveling met harde hand geweerd wordt. Heel bijzonder…

Een paar foto’s om mijn verhaal wat meer kleur te geven: Afdeling kreeft... Les Halles... Spaanse afdeling... Spaanse afdeling...De droogkasten van... Ook Poule de Bresse...Truffel per kilo... Biologische afdeling voor groenten...Afdeling aardappel en ui...

Maitre-Gebeess…

Mars z'n gebees...Sinds een paar jaar hebben we kennis aan Mars en Lilly. Mars dreef een restaurant in het dorpje Leudelange, tegenwoordig stadsdeel van Luxemburg-Stadt. Hij zwaaide er als chefkok de scepter over de keukenbrigade en de kookpotten, terwijl Lilly er de taak van gastvrouw vervulde. Beim Doktor was de naam van het restaurant.

Er werd daar op niveau gekookt. (Risotto met kreeftenstaartjes en een schuimige saus van Luxemburgse Crémant was er mijn favoriet.) Over de kwaliteit kunnen vrienden en kennissen die we meetroonden naar het restaurant nu nog in lyrische bijval terug dromen.

Maar op enig moment gingen Mars z’n knieën stuk en dat was einde verhaal. Want Mars wilde niet aan de zijlijn staan en collega’s aansturen, hij wilde zelf koken. En dat ging dus niet meer. De zaak werd van de hand gedaan…

Intussen gaat het gelukkig weer goed met Mars, zijn knieën zijn opgelapt in een Universiteitskliniek in Berlijn. Met enige beperking danst hij weer door de keuken, zijn eigen keuken thuis wel te verstaan. Mars kan namelijk niet stilzitten. Voor familie en vrienden kookt hij maaltijden, drie- of viergangenmenu’s, een stuk of vier per week. Alles biologisch! De afnemers betalen de kostprijs voor hun maaltijd.

Mars was, en is nog steeds, een ambitieuze kok. Hij heeft zich dan ook een verheven doel gesteld. In Frankrijk bestaat er zoiets als Maitre-Confiture. Een eretitel voor de beste jammakers van het land. Daar hoort een serieuze competitie bij, te vergelijken met die van Maitre-Choclatier, Maitre-Patisserie, Maitre-Tripes… Geen spelletje voor querilanten is dat, niet voor hobbyisten . Het is hard werken, innovatief zijn en tot het uiterste gaan, ook met iets ogenschijnlijk eenvoudigs als jam… Mars denkt dat het hem binnen nu en 10 jaar gaat lukken om die titel te veroveren. En wij denken dat ook… Gebees...

Vandaag stond Mars met zijn handel op de Bloemenmarkt van het middeleeuwse Franse dorpje Rodemack in het Departement Mouselle. De markt wordt elk jaar gehouden ter ere van het Eenmeifeest. We zochten hem daar op.

Een zwaar bewolkte lucht (met hier en daar een regenspat) en daaronder een breed lachende Mars. Een klein kraampje, maar een keur aan biologische waar. Gebeess heet de waar in goed Luxemburgs. En zo heet het ook in het Franse Rodenmack want men spreek daar een Luxemburgs dialect. Enfin, over de inhoud van de waar, die kostelijke confiture, kom ik nog te schrijven, want wat ik erover wil zeggen is veel te veel voor dit artikel. Op de markt werden overigens nog veel meer artisanale culinaria aangeboden: saffraan uit Lotharingen, whisky uit de Moezelstreek, bier van de plaatselijke brouwer en snoep, gemaakt uit puur fruit. Gegrilde worstjes ook en geroosterd biologisch koevlees, geurende zware broden en verlokkelijke taartjes. Enfin lezer, het komt allemaal, het komt…

(En ach, was ik even vergeten over Lilly te schrijven. Nou, Lilly is gelukkig met haar vrijheid na het zware horeca-leven. Ze bekommert zich om kinderen en kleinkinderen, om haar moeder, om de hond, om de katten en is thuis een fantastische Gastvrouw, ze straalt…)

© paul

Fijne Paasdagen…

fiGekleurde eieren met plantenmotief, Pasen 2017...

Met de traditionele Paasbrunch wordt het niks dit jaar. Dat is spijtig, heel spijtig, maar het is niet anders. Ik vervul namelijk plichten jegens mijn broodheer, en die plichten vervul ik ‘s nachts. Ergo: ik moet overdag slapen. En kon ik in vroeger dagen mijn nachtdiensttaken moeiteloos combineren met een copieuze maaltijd en een bescheiden drinkgelag met familie en vrienden, nu is dat ondenkbaar. Ik ben er te oud voor geworden, het put me uit. Enfin, het schrijden der jaren eist zijn tol. (Maar wees gerust familie en vrienden, er komen nog andere jaren zonder nachtdienst!)

Dit jaar richtte Ellen een bescheiden ontbijt aan. Ik had daar in het geheel niet op gerekend, maar toen ik thuiskwam van mijn werk zat Ellen al in vol ornaat aan de gedekte dis. Er was gerookte zalm, fijn rundvlees en er waren uitgelezen kazen. Bussenbrood met sesam, matses en vijgenbrood erbij, goei boter en dille- en dragonsauzen. Frisse salades ook met tomaten en komkommer. Ach, te veel, veel te veel…

En dan natuurlijk die eieren. Ellen had ze in de voorgaande nacht nog even geschilderd en gedecoreerd naar beproefd traditioneel recept. Ze kreeg het recept van Meneer Fisch, onze stokoude Luxemburgse drankstoker. Toen hij Ellen het geheim van de paasdecoraties verklapte kreeg hij blosjes op z’n bejaarde wangen: Man macht das mit Damenunterwäsche…

Wil je weten hoe het gaat, klik dan even naar onderstaande link. Het is beslist geen geheim, het is simpel te doen en het levert op. Gebruik wel een goede kwaliteit verf en ragfijne kousen…

Enfin lezer, ik heb intussen een paar glazen champagne gedronken (ook traditie) en het wordt zo zoetjes aan tijd om mijn bed op te zoeken. Ellen wil de rest van de dag lezen: John Irving, Herman Koch en nog een en ander. (Ellen leest razend snel…)

Namens het voltallige personeel van het Ministerie: Fijne Paasdagen

© paul

Goede Vrijdag…

Kruisegingsaltaar, 1520-1525 (detail)...

In christelijke kringen heet het nu de Goede Week, en in geen enkel West-Europees land kun je je onttrekken aan de verschijningsvormen ervan of zelfs aan de uitwassen. Versta me goed, mijn bemoeienis en interesse met de christelijke gebruiken en tradities is van sociaal-culturele aard. De religieuze kanten ervan heb ik al een hele tijd geleden achter me gelaten.

Maar het is nu eenmaal zo dat ik in Zuidoost Brabant ben geboren in een katholiek gezin en dat ik altijd deel uitmaakte van een in wezen nog steeds christelijke samenleving. En dat ik door mijn muziekkeuze en mijn liefde voor de andere kunsten dagelijks geconfronteerd wordt met het christendom in de breedste zin van het woord. Er waren heus tijden dat ik poogde al die invloeden buiten mijn leven te houden, maar dat was een verloren strijd. Ik kan intussen luchtiger omgaan met deze van christendom doordesemde maatschappij en ik doe er mijn voordeel mee wanneer me dat zo uitkomt. Enfin, dit gezegd hebbende:

Vandaag is het dan Goede Vrijdag. De afbeelding boven het artikel is een detail uit een veel grotere voorstelling. Een voorstelling die de essentie van Goede Vrijdag weergeeft, namelijk de beleving van de kruisdood van Christus, in om en nabij het jaar 33.

Het beschilderd paneel heet Het Kruisigingsaltaar en het hangt te pronken in de Nicolaikirche in Kalkar, Duitsland. Het werd geschilderd door een Anonieme Meester, zo tussen 1520 en 1525. Het is vrijwel zeker dat de Meester afkomstig is van de Nederrijn. De Meester behoort niet tot de klasse van de Memlings, de Van Eijken, de Cranachs of de Van der Weijdens; dat niveau haalt hij niet. Eerder is hij een degelijke middenklasser.

Bij ons laatste bezoek aan de kerk in Kalkar maakte Ellen deze detailopname. Een overzicht van het hele schilderstuk heb ik niet, en ik kan er op het internet ook geen deugdelijk plaatje van vinden. Je houd het maar tegoed. (Die kerk moet je so-wie-so bezoeken. Er hangen enkele altaarstukken met het mooiste houtsnijwerk ooit, zo maar in een kleine kerk, in een klein plaatsje, net over de grens. En je kunt er ook nog eens voortreffelijk eten. Maar daarover later.)

De vrouw op het schilderij op wiens rug je kijkt is vrijwel zeker diegene die de opdracht gaf om het schilderij te maken. Wie of wat ze was is niet te achterhalen. Het was in de middeleeuwen en vroege renaissance gebruikelijk dat opdrachtgevers ergens een plaatsje kregen in het afgebeelde tafereel. Deze mevrouw zit echter wel heel prominent in beeld, geknield onder het kruis waaraan Christus met lompe spijkers is vastgepind. Haar gezichtsuitdrukking oogt wat flauwtjes, misschien wat meewarig, maar naar alle waarschijnlijkheid is dit de manier waarop de kunstenaar poogde om smart uit te drukken.

Maar wat doet die vrouw toch met haar handen? De linkerhand lijkt in de voet van Christus te knijpen, en dat is wel een beetje raar. Maar wat ze met die andere hand doet is mij volkomen onbegrijpelijk. Ze wrikt daarmee aan de teen van Christus, die intussen toch in helse pijnen hangt te sterven. Je zou, met enige fantasie, zelfs kunnen zien dat de vrouw er plezier in heeft, maar dat is natuurlijk onzin.

De bedoeling van de kunstenaar zal waarschijnlijk zijn geweest om het moment uit te drukken dat de vrouw de voeten van Christus gaat kussen, een daad van grote devotie. Maar hij heeft toch écht dat gewriemel, dat gewrik met die teen geschilderd. En de opdrachtgeefster was het daar mee eens. Geloof maar niet dat het anders zo was afgebeeld.

Kunsthistorisch onderzoek naar inhoud en betekenis van deze schildering heb ik niet kunnen vinden. En ook mijn speurtocht naar de iconografie van de tenenwrikkerij op andere kruisigingen leverde me niks, nul, nada op.

Intussen pieker ik me suf en vind ik geen afdoende verklaring voor het beeld. En vertwijfeld bedenk ik dat er toch ergens iemand moet zijn die het wél snapt. En als dat dan zo is dan zou ik dolgraag in die kennis delen. Schrijf even, laat een berichtje achter, maak mijn vrijdag goed…

© paul

1 April…

Afbeeldingsresultaat voor aprilvis

Alweer 1 april. Het voelt alsof ik gisteren een artikeltje maakte over de Frans-Belgische Aprilvis, maar dat is niet zo. Het is gewoonweg alweer een jaar geleden. De tijd gaat beangstigend sneller, naarmate je ouder wordt…

Over de gewoonte om heimelijk een papieren visje op iemands rug te plakken of te spelden heb ik al een paar keer geschreven. Het blijft een onschuldige lolligheid die nog steeds wordt gekoesterd in Frankrijk en België.

Waar ik het nog nooit over heb gehad is over de gewoonte die rond het Fin-de-Siècle (de overgang van de 19e naar de 20e eeuw) in zwang was, met name in Frankrijk, om je geliefde een 1 April-postkaart te zenden. Hij is de lieve koerier van mijn vriendschap zegt bovenstaande kaart.

Je vindt de prentbriefkaarten in alle maten en soorten. Altijd wel staat er een vis op afgebeeld, maar vaak wordt die begeleid door een kindje, een engel, een cupido, een aanbidder (mannelijk, dan wel vrouwelijk) en altijd worden er karrenvrachten bloemen aan de afbeelding toegevoegd. Ze fungeerden als een soort valentijnskaarten, maar dan op een andere datum. Na de Eerste Wereldoorlog verbleekte de traditie, hoewel er zelfs heden ten dage nog lieden zijn die het gebruik in ere houden…

Waar de traditie van dat vissengebruik vandaan komt, en verder, hoe het nou zit met dat vissige 1 Aprilgedoe is me nog steeds niet duidelijk. De Volkskrant probeert vandaag met een artikeltje enige zaken te verklaren, maar ik heb zo mijn twijfels. Ach, laat het ook maar een mysterie blijven…

Ik ben benieuwd of er vandaag vis op ons menu staat…

© paul

Voorjaar…

koffie 003
De wijnstokken zijn nog kaal, maar de eerste bladogen laten zich zien. De rozen lopen overdadig uit en de lavendel heeft al teer groen. De selderie gaat gewoon verder waar hij ophield in december en tussen de stoeptegels ontspruiten de zaailingen van de rozemarijn. De ontluikende maggieplant is nu op z’n mooist en de rozetten van de digitalis beloven een weelde aan bloemen. De blauwe druifjes in het stenen potje bloeien, zoals ze dat al jaren doen, ook deze lente weer. Hond Jaros heeft de in zijn ogen rechtmatige plaats óp de tuintafel alweer in beslag genomen.

Ik hoor er al dagen van, van het voorjaar en van die hoge temperaturen. Ik voel ook wel dat het aangenaam is wanneer ik in de vroege avond mijn bed uit kom. Maar van het échte lenteweer krijg ik weinig mee, ik werk des nachts, dus ik slaap overdag. (Enfin, de nachten zijn intussen ook warmer, dat dan weer wel…)

Ellen maakt het allemaal wat bewuster mee. Achter in de tuin, want daar is het het warmst. Met een kop espresso, een stuk appelgebak en het uitzicht op de bloeiende blauwe druifjes.

Als ik de foto bekijk word ik er grif jaloers van. Maar mijn tijd komt nog lezer; volgende week ben ik vrij, en let dan maar op…

© paul

(Dit is een bewerking van een artikel van voorjaar 2009.)

Troosteten…

Gefrituurde wonton...
Je laat je in een artikeltje ontvallen dat enige ongesteldheid jou deel is (snotverkoudheid, bibbergriep, kriebelhoestexplosies, kleffe zweterigheid) en de beterschapswensen stromen binnen. Niet op deze website, maar op Ellen d’r Facebookpagina. (Hoezo? Zij was toch niet ziek!!). Enfin, ik ben er uiteindelijk wel verguld mee; zoveel aandacht, zoveel medeleven, zoveel menselijkheid…

Tussen de schappen van de buurtsuper sprak een trouwe lezer(es) me aan. Of het wel goed ging, of ik niet in bed hoorde te liggen en of ik mijn jas goed dicht wilde knopen, er stond een guur windje. Ach, ik werd er verlegen van…

Maar lezer, het mag allemaal geen grote naam hebben. Ik lijd aan de naweeën van een lichte griep en een forse verkoudheid. En als ik weer eens in oorverdovend gebulder losbarst, snakkend naar adem, mezelf en de wereld in de meest grove bewoordingen vervloekend, dan zet mijn omgeving me snel weer op mijn plaats. Of ik lijd aan het syndroom van Gilles de la Tourette vragen Het Kind en Ellen me met gepast cynisme. En ik bind in…

In tijden van ongesteldheid zorg ik evenwel prima voor mezelf. Niet ben ik het type gast dat wagonladingen roze koeken gaat zitten wegkanen, of pondspakken Engelse drop, of dikke tabletten gevulde chocolade. Liever prepareer ik voor mezelf een portie troosteten; eenvoudige pasta met een teentje knoflook, wat verse peper en een schaafje truffel. Een geroosterd sneetje witbrood met een schijfje ganzenleverpaté en een lik pruimenmousse. Of een vers soepje, liefst gevuld…

De kopfoto toont een van mijn troostmomenten. Gefrituurde Wan-tan (gevulde deegkussentjes) met een gefermenteerde vissaus en een zoet-zure pepersaus. En hoewel ik deegkussentjes liever gestoomd eet, smaken de gefrituurde exemplaren me ook prima. Bijkomend geluk is de overdaad aan pepersaus. Die opent alle holtes in mijn kop, het grote snotteren kan beginnen. En dat lucht op…

© paul

Het laatste woord…

carnaval 2017 optocht

Een gevaarlijke mix van vilein en charmant… Enfin, de foto spreekt voor zich. En de Carnavalsvertellingen dienen een einde te nemen.

Ons gezelschap heeft het overleefd en iedereen verheugt zich op de volgende editie van het Feest der Feesten. Dat moet toch voldoende zeggen. Voor enkelen van ons dienden er tussentijds nog wat serieuze zaken afgehandeld te worden(o.a. plakte Willy voor zijn broodheer nog snel een muurtje nieuwbouw, volgde Julia een college over enge dierenziekten en werd Flora na het weekend alweer verwacht op de Campus van Wageningen.)

Die maandagavond viel het Heintje Davidscollectief met de deur in huis en gaf een afscheidsconcert ten beste op het Ministerie (ze geven al tien jaar afscheidsconcerten en deden daarmee hun naam eer aan). Dinsdag rond de klok van twaalf werd er gebrunched in het Café Met / Zonder Ruis (gebakken eieren, bloedworst met appeltjes, balkenbrij, aardappelkroketjes met gehakt, balletjes in tomatensaus, salades, broden en worsten). Later die dag concerteerde de Zwarte Kabouter Bende met het ZAB-orkest op het podium van etablissement De Keijzer. En tussen al die bedrijvigheid door maakte men her en der opwachting. Enfin…

En het feit dat een gemene griep mij ergens in de dinsdagavond velde en ik vervolgens bij het Woensdagfeest van Marleen en de Jongste Bediende verstek moest laten gaan om de dag trippend in mijn bed door te brengen mag dan een domper voor mij wezen, voor de andere honderd gasten mocht het de pret niet drukken.

De Voedselvoorziening:

  • Een goede 36 liter soep werd er omgezet, er bleef geen druppel over. Bonensoep, vegetarische linzensoep, ossenstaartsoep en natuurlijk de kerriesoep van Anita.
  • 4 kilo Zoer Vleisj maakten Neel en Evert, en erbij ging 5 kilo aardappelpuree en 2 kilo uien.
  • 80 haringen slobberde men weg op het Woensdagfeest en daarbij nog van Marja een Molukse hoeveelheid gehaktballetjes in pindasaus (en dat is heel veel!).
  • 90 broodjes voor de Maandagavondband, rijk belegd met ham kaas en worst.
  • De ruim 3 kilo drop van Diny naschte men weg alsof het niks was.
  • Een bananencake met chocolade en kokos, een ovenbladgrote vruchtenvlaai met kruimel en een batterij cakejes van Maartje. (Een flink deel van de cakejes werd ontvreemd door armlastige studenten en schielijk afgevoerd naar d’r lui vrijgezellenkamertjes boven de Grote Rivieren, enfin…)
  • Bij de hoeveelheden brood en beleg ben ik definitief de tel kwijtgeraakt.
  • Ruim 1 kilo roomboter verdween als sneeuw voor de zon (de broodeter wil ook wat…). Het kuipje margarine dat ik voor de (infame) liefhebber aanschafte staat nu, ruim tien dagen later ongeopend in mijn keukenkastje. Wie het hebben wil komt het maar halen…
  • En ook 1 kilo zure zult van Hijn was geen lang leven beschoren.
  • Voor 49 gekookte eieren (en een enkel gebakken exemplaar) draaide men z’n hand niet om.
  • Ik vergeet nog enkele zaken, ik ben ervan overtuigd, maar het wil me nu niet te binnen schieten.
  • Dranken in overvloed: een badkuip Bavariapils, rode wijn uit Italië, witte uit Frankrijk. Bieren uit België en borrels uit Schiedam. Fijne spiritualiën uit Schotland, Spanje en Venezuela. Minder fijne spiritualiën uit Friesland en Rusland, en zo nu en dan een glaasje ranja. Een enkele Spa schonken we ook. En containers koffie en sloten thee…

Nou ja, dat was het wel zo’n beetje. Het merendeel van de foto’s is intussen op onze foto-site geplaatst. Je vind ze hier : Flickr, Ellen Bouckaert

Hoogste tijd om weer eens over gewoon eten te schrijven, vindt je ook niet?

© paul