Lamsvlees met ansjovis en kappertjes

Lamsstoofpot met boontjes en tomaten uit de oven...

Het verzetten van de klok is hier in huis dit keer zonder incidenten verlopen. Dat is wel bijzonder want het wil nog wel eens helemaal verkeerd uitpakken. Even snel achteruit als het vooruit moet zijn is hier al vaker gebeurd, met alle gevolgen van dien. We belandden dan zomaar in een geheel vervreemdende tijdszone. Maar goed, dit keer verliep alles vlekkeloos, zelfs de klok in de auto staat nu weer op de juiste tijd. Alleen Hond Jaros moet nog even wennen. Hij krijgt zijn avondeten altijd stipt om half zes, wordt het soms iets later dan maakt hij ons dat met veel gedoe wel even duidelijk. Dat begint met zachtjes duwen tegen mijn arm, een likje over mijn hand, zo van: Hé, let eens op mij, ik ben er ook nog’. Als dat niet werkt gaat hij met zijn speelgoed smijten en laat dat baldadig piepen, en als dat ook nog niet werkt dan duwt hij zijn etensbak over de keukenvloer, net zo lang tot wij er helemaal genoeg van krijgen en naar de kelder afdalen om zijn brokken te halen. Tja, het beest weet feilloos wanneer het half zes is, maar als je dan die klokken gaat verzetten is hij toch een paar dagen van de wap. We ‘middelen’ nu maar een beetje. We zijn nu op kwart over vijf als juiste tijd. Dat gaat nét.

Veel mensen hebben een hekel aan de wintertijd, ik niet. Ik vind het ook wel weer heel gezellig; kaarsjes aan, rode wijn in plaats van koele witte, tijd voor stoofpotten en gevulde soepen en uitgebreid koken. Zeker nu we onze contacten zoveel mogelijk moeten beperken is het heel fijn om de lange winteravonden te delen met die paar vrienden die we nog kunnen zien. Samen lekker te eten en de laatste nieuwtjes uit te wisselen. Zondag aten we samen met Jan en Ans. Zij waren afgelopen maand in Italië en brachten een pakket met allerlei lekkers en mooie verhalen voor ons mee. In het pakket onder andere een potje truffeltapenade. Dat leek me een prima start voor ons etentje samen; verse pasta met truffeltapenade en een scheutje mooie olijfolie, meer moest dat niet zijn. Daarna lamsvlees met ansjovis en kappertjes, een klassieker hier in huis die toch wel weer eens beschreven moest worden.

Voor vier personen:

  • 1 kilo lamsvlees (van de bout of schouder, zonder bot, in dobbelstenen gesneden)
  • wat olijfolie of boter
  • 2 uien fijngesneden
  • 3 teentjes knoflook, even pletten en fijnhakken
  • 1 laurierblad, 2 stukjes foelie, 4 kruidnagels, peper
  • 1 klein glas witte wijn, eventueel wat bouillon
  • 1 biologische citroen in kleine partjes gesneden
  • 1 eetlepel kappertjes ( even het zout eraf spoelen)
  • 4 ansjovisjes, fijngehakt
  • 125 ml room
  • een handvol verse basilicum

Verhit de olie in een grote braadpan en bak daarin de ui met de knoflook lichtbruin. Haal ze uit de pan en bak in dezelfde pan het lamsvlees even aan. Voeg ui en knoflook weer toe en blus af met de wijn. Doe nu de kruiden erbij en laat het geheel ongeveer 1 uur zachtjes stoven. Voeg eventueel wat bouillon toe.
Doe er dan de partjes citroen, de ansjovis, basilicum en kappertjes bij en proef of er eventueel wat zout bij moet. Voeg dan de room toe en laat de saus nog tien minuten inkoken.

Wij aten er boontjes bij met spek en gegrilde tomaatjes uit de oven.

Als dessert Salame di Cioccolato en natuurlijk een kopje espresso. Maar daarover later meer!

© ellen.

Please follow and like us:

We zijn er nog…

Gegratineerde oester...

De vijftiende verjaardag van deze website (5 augustus 2020) zouden we vieren met enig tromgeroffel en een paar klaroenstoten, althans dat namen we ons voor. Gewoon een beetje heisa maken. We lieten het feestje evenwel schieten.

De puf was eruit en schrijven werd een strafexercitie. Onze kop stond er niet naar; de zin was ver te zoeken en het plezier ook. Fysieke belemmeringen misbruikten we gretig als reden om de boel de boel te laten, zo ook zakelijke beslommeringen en sociale beperkingen.

We troostten ons met het idee dat foodbloggers het doorgaans niet langer bolwerken dan een paar jaar. Ach, de meeste haalden het eind van het eerste jaar niet eens. Nee, wij dan… Vijftien jaar, ruim drie duizend artikelen, even zoveel foto’s uit eigen archief en in betere tijden duizend lezers per dag (!). En zonder nieuwe artikelen toch nog vijf honderd bezoekers (per dag).

Intussen krijgen we berichtjes van lezers die ons bedanken voor de geleverde schrijfsels en ons het beste wensen voor de toekomst. Alsof we gepensioneerd zijn…

Goed bedoelde reacties overigens, oprecht en liefdevol. Maar het gaf ons ook te denken…

Enfin lezer, ik kan nog eindeloos doormieren, maar dat wordt teveel van hetzelfde. Het komt erop neer dat we (Ellen en ik) na een enerverend weekend tot de conclusie kwamen dat we weer moeten gaan schrijven. Voor onze gemoedsrust en voor het plezier van de lezer. Zo zit dat…

En vanavond hebben we dat besluit beklonken met een fles voortreffelijke Crémant (dank Neel en Evert) en een schotel gegratineerde oesters. Als dat geen belofte is?..

© Ellen-Paul

Please follow and like us:

Vier Bevrijding met een glas Meiwijn…

Le Maitrank du Café Suisse chez Betty...

Het is een rare gewaarwording om op 4 en 5 mei in Nederland te zijn. En ook Koningsdag (in uitgeklede vorm weliswaar, maar toch…) thuis mee te maken is ons tamelijk vreemd. Onder meer normale omstandigheden vieren wij de Dag van de Arbeid. In Luxemburg wel te verstaan, maar het zou ook ergens anders kunnen zijn…

Want heel Europa viert op 1 mei de Dag van de Arbeid. En in de meeste gevallen is er een korte vakantie om die datum heen gepland. In heel Europa dus, behalve bij hullie van Brexit en bij ons in Kikkerland. Enfin, wij vieren de Dag van de Arbeid dus wel, en we doen dat al heel lang. Voorheen (min of meer illegaal) in Nederland, en sinds vijfentwintig jaar elders. En we plakken er altijd wat extra dagen buitenland aan vast.

Niet dat we geen respect hebben voor Dodenherdenking en Bevrijding, het tegendeel is waar. Maar je maakt een keuze en je kunt niet overal tegelijk zijn…

Dit jaar dus waren we thuis, noodgedwongen. We waren even niet welkom in België, en ook niet in Luxemburg. Om nou niet helemaal dwars te liggen hebben we 1 mei dan verder maar gelaten voor wat het was: een uitgesteld feest…

Op sober gepaste wijze vierden we dan Dodenherdenking en Bevrijdingsdag thuis. We overdachten samen de ellende van oorlogen, we stonden stil bij familie, vrienden en kennissen die al het leed ondergingen (wij kennen er nog een paar). We bedachten een ode aan de vrijheid en memoreerden onze zegeningen. En we ontvingen op 5 mei sinds lange tijd weer bezoek (op gepaste afstand). En zo werd het dus een écht feestje…

brandmeester

We beluisterden 4 mei de toespraak van de Koning en we waren onder de indruk. Ondanks mijn republikeinse inborst ben ik de man oprecht dankbaar dat hij ook onze gevoelens en ideeën op overtuigende wijze vertolkte. Iets verder op de avond blies Jan Geerts Amazing Grace op zijn doedelzak, vanaf de Brandweertoren, hoog boven ons dorp. Kregen we ook nog een filmpje ingestuurd van Skukhorzel ( je weet wel) die op zijn bugeltje Taptoe blies. Indrukwekkend (ik houd het nooit droog wanneer ik een doedelzak hoor, en gedragen trompetmuziek vreet zich ook onoverkomelijk in in mijn sentimenteel gemoed…). Enfin…

IMG_0311

Op Bevrijdingsdag ontvingen we Jop en zijn moeder (op gepaste afstand). Jop had een lunch samengesteld bestaande uit Mexicaanse deegkussentjes gevuld met pittige kip en frikandellenbroodjes. (Bijna) helemaal zelf gekocht bij Lidl. We waren ontzettend blij met zijn bezoek en een en ander was wederzijds. Wel had hij de nodige aanmerkingen op de presentatie van zijn meegebrachte versnaperingen. Want hoewel ik ze mooi krokant had afgebakken in de oven vond Meneertje Snotneus (vijf turven hoog, vijf jaren jong) dat ze te donker waren. Hij noemde ze verwijtend zwart, terwijl ze in werkelijkheid mooi kastanjebruin oogden. (Opa, da’s niet goed hoor, je kunt toch beter… Ja jongen… Zucht, zucht…) Enfin, welkom terug na de lock down, we hebben je gemist, écht waar (moeilijk om niet te knuffelen zoals we gewend zijn)…

In de middag kregen we bezoek van Ans en Vriend Jan, de enige mensen waarmee we de afgelopen weken nog live contant onderhielden (op gepaste afstand). De Maitrank (Meiwijn) die al lag te koelen sinds 1 mei kon dan eindelijk aangesproken worden. Schijfje bevroren sinaasappel erbij, een hartelijke toost (op gepaste afstand) en heerlijk slap geroddel aan de keukentafel.

(Roddel: Vriend Jan heeft een nieuwe hobby, hij is verslingerd geraakt aan patisserie bakken. Zijn perentaart, aardbeientaart, kleine taartjes, het belooft allemaal wat voor de toekomst. Intussen studeert hij naarstig bij Bakker Holtkamp, bij de Gebroeders Roux, kortom, hij leest alles wat hij te pakken kan krijgen aangaande zijn nieuwe passie… Hij oriënteert zich zorgvuldig op het terrein van keukengereedschap en schaft het nodige aan. Ellen wrijft hem zachtjes in dat vrouwen op zoek gaan naar meel wanneer ze besluiten te gaan bakken, mannen schaffen apparatuur aan. Ik zeg: Geeft niks Vriend Jan, mij verwijt ze ook dat soort gedrag, en soms terecht. Maar het blijft toch noodzaak om beslagen ten ijs te komen, en zonder fatsoenlijke spulletjes wordt het nooit wat! )

Neel komt even later langs met een partij tomatenplantjes, zelf opgetrokken uit zaad. Ze is met de auto dus drinkt ze een kopje thee (op gepaste afstand), maar neemt overtuigend deel aan de roddel. De afgelopen weken vliegen gecomprimeerd over de keukentafel, we hebben nog veel in te halen…

Ik blijf maar herhalen dat we op gepaste afstand communiceren met wie er in onze buurt komt. Dat heeft deels te maken met mijn volgzame aard, met mijn burgerlijke gehoorzaamheid, met mijn logisch inzicht. Maar er is meer…

We hadden min of meer afgesproken dat we het er niet over zouden hebben op sociale media, maar de actualiteit achterhaalde ons. Enfin, het zij zo.

Ellen kreeg vorige week een ICD pacemaker geplaatst. We zijn daar onwaarschijnlijk content mee want dat ding biedt rust, zekerheid en vertrouwen. De operatie en haar algemene conditie maken Ellen in deze coronatijden echter extra kwetsbaar. Vandaar dat wij de nodige voorzorgen in acht nemen. Afstand is daarbij belangrijk….

Intussen een dag later: Ellen leest voor de vijfde keer (?) De Buddenbrooks van Thomas Mann. Ellen leest en herleest álles van Thomas Mann; ze is een verslaafde fan. Buiten dat las ze de afgelopen weken onwaarschijnlijk veel, grotendeel in het Duits, zij wel… Ik ben strontjaloers…

Ik klungel een beetje tussen lectuur, literatuur, film en documentaire. Ik pluk de foute grassen uit de bloembedden, verwijder de bladrollers uit de rozen en poog de valeriaan op te binden. Ik vertaal intussen een stripverhaal vanuit de Franse taal in acceptabel Nederlands: Notre Maire la Guerre. Het is een volkomen overbodige exercitie want de 250 pagina’s beeldverhaal zijn al jaren geleden verschenen in de taal van de Lage Landen. Enfin, het doet me goed…

© paul


Please follow and like us:

Pasen 2020…

Crémant Poll - Fabaire, cuvée 2010 brut

Wat heeft een fles Luxemburgse Crémant van doen met de paasgedachte? Niet veel zul je zeggen en je hebt natuurlijk gelijk…

Ware het niet dat Pasen in deze stulp doorgaans een reden is om een feest aan te richten waarbij die Crémant rijkelijk vloeit. We noemen het Brunch en het begint zo rond twaalf uur.

En de gasten, ach, je kunt ze uittekenen. Het is doorgaans hetzelfde volk, een stuk of tien in getal, onze Jop erbij maakt elf. We doen het al jaren zo. Nou ja, dit jaar dus even niet…

Daarover klagen heeft geen zin, iedereen hobbelt mee in hetzelfde coronaschuitje. Wij zitten aan de keukentafel en soms in de tuin, net als de rest van Nederland, België en zo verder en zo voorts… Misschien komt er nog een verdwaalde wandelaar even buurten via het raam aan de straatkant, hij is op gepaste afstand welkom. Ach, en voor de rest vermaken we ons wel…

We ontkurken de laatste fles Crémant en drinken op jouw gezondheid…

Fijne Pasendagen lezer, maak er wat van. Een hartelijke groet vanuit een verlaten Ministerie…

Ellen en Paul.

Please follow and like us:

De loempia’s van Marja…

De loempia's van Marja...

Is het nou alleen het plebs dat praat over Corona, en is COVID-19 voorbehouden aan het hogere segment van de goegemeente? vroeg Ellen zich af. Ach schat, ik heb het over Corona, mompelde ik terug, En als me dat plaatst tussen het plebs dan heb ik daar vrede mee, ik hoor daar geloof ik ook thuis,..

Uiteindelijk maakt het ook niks uit hoe je de boosdoener noemt, het gaat over dezelfde ellendeling. Het raakt ons hoe dan ook, want in onze contreien (Gemert, Boekel, Erp) vallen de klappen, we verloren intussen een aantal van onze vrienden, bekenden, familie…

Mensen worden bang in deze vreemde tijden, ze gaan rare dingen doen, tonen egoïstisch gedrag of worden gevaarlijk onverschillig. Het komt allemaal voor en ik erger me eraan, maar het zij zo.

Ik laaf me evenwel aan de solidariteit en zorg voor elkaar, de inventiviteit waarmee mensen de moed erin te houden; de stugge volharding om ziekenhuis, brandweer, vuilophaal, supermarkt en wat dies meer zij gaande te houden. De inzet om scholen draaiende te houden en de achterstand van kindertjes tot een minimum te beperken. Het bloemetje en het pannetje soep voor het buurmens, de boodschappendienst of de aubade aan het venster van een eenzame. Enfin, je snapt wat ik bedoel…

Vanochtend ging de voordeurbel terwijl ik in de keuken het oud papier zat te sorteren. Dat was vreemd, want ik had al het denkbaar toekomstig bezoek de afgelopen weken laten weten dat wij noodgedwongen quarantaine zouden houden. Ik ging dan ook niet kijken wie er aan de voordeur stond, het zou de briefbesteller wel zijn.

Ellen opende de deur en daar stond Marja. Ze hield de gepaste afstand aan en had een tasje op de het rooster voor onze voordeur geplaatst. Lekkers voor eenzame (nou ja eenzame) vrienden.

De trouwe lezers kwamen haar al vaker tegen op deze website, maar voor de nieuwkomers onder ons publiek leg ik het nog even uit: Marja trouwde als hoogblonde blanke vrouw, al weer jaren geleden, in in een Molukse familie (of Abraham trouwde als rasmolukker in in een zuidoost Brabantse familie van voornamelijk wittekoppen, daar wil ik even vanaf zijn…). Hoe het ook zij, de Molukse moeder van Abraham onderkende op enig moment dat haar blonde nieuwkomer onmiskenbaar talent had in de keuken en Brams moeder besloot daarop haar kookgeheimen door te sluizen naar de Blandaschoondochter. (Misschien wel het beste besluit van Mevrouw Renwarin ooit…) Marja heeft er gelukkig gretig gebruik van gemaakt…

Enfin, we zijn al heel lang bevriend met Marja en Bram en we stellen hullie gezelschap aan de borreltafel altijd bijzonder op prijs. Meedelen in de culinaire kunsten van Marja is daar een onvermijdelijk gevolg.

Lumpers gestoomd; saté cambing, saté babi, saté ajam, gegaard boven een minuscuul houtskoolvuurtje; pepesan van makreel of van kabeljauw, badend in een scherpe groentesaus. Eenvoudige bami, gecompliceerde bami, rijst zus en rijst zo. Gehaktballetjes in pindasaus, gehaktballetjes in ketjapsaus; sambal boontjes, sambal kool, sambal petis, sambal tomaat. En zo verder lezer, en zo verder…

Enfin, Abraham was de chauffeur op deze ochtend en Marja de gulle geefster. Ze stonden dus op gepaste afstand aan de deur en verrasten ons met een onverwachte lunch: 10 kleine loempia’s, zelf gemaakt, overheerlijk…

Het bleek dat Marja en Abraham per Jeep nagenoeg heel zuidoost Brabant hadden bereden, ter meerdere eer en glorie van familie en vrienden, overal hun gulle gaven achterlatend (ze moeten meer dan honderd van die dingen gemaakt hebben…). Molukse families tevreden en, geloof me, deze Blanda’s ook. Warme solidariteit in moeilijke dagen…

We hebben de loempiaatjes meteen gebruikt, we vierden er een feestelijke lunch mee. Een druppel ketjap manis en een lik krachtige Javaanse sambal, meer hoefde dat niet te zijn.

Dank, dank, en nog eens dank!

En een kopje espresso toe…

© paul

Please follow and like us:

Ongewilde avonturen en culinaire ontdekkingen…

Citoën Ami...

We kwamen uit het zuidenwesten, uit de Cognacstreek. Het uitgestippelde doel lag ergens veel noordoostelijker, in de Allier. Daar, in het stadje Moulins, zag ik ooit een laat middeleeuws, nou vooruit dan, een vroeg renaissancistisch drieluik van de hand van de Mâitre de Moulins. De hoofdrolspeelster in dit tableau is de Moeder-Maagd (mét kroost). Ik wilde haar terugzien, vandaar…

Nu is reisdoelen plannen altijd wat ingewikkelder wanneer je je onderwerpt aan het credo nooit een autobaan te nemen. Maar met wat gezoek, kaartwerk, een gemankeerde Tomtom en een door de wol geverfde navigator van vlees en bloed kwam je uiteindelijk altijd daar waar je wilde komen… Nou ja, altijd?

Het was al weken bloedheet, maar dan ook écht bloedheet. We poogden de moed erin te houden door de klimatologische aanslagen op ons leven eenvoudigweg te negeren. Maar uiteindelijk kregen we er allebei lichamelijke en geestelijke aandoeningen van; het lijf voelde niet goed en helder denken was van een andere aard dan we gewend waren…

Ik voelde voor het eerst nattigheid toen ik een wegwijzer zag staan met de aanduiding: Le Mans, autosportcentrum van Frankrijk. Hoe we daar terecht kwamen is me nog een raadsel, maar we zaten te westelijk, veel te westelijk, zoveel was duidelijk. En ineens waren we in Normandië...

Boudin de Mortagne-au-Perche in cidersaus...

We zochten dan maar een camping, stelden onze Bambicaravan op en namen alle tijd om nieuwe plannen te smeden. We waren ongewild beland in de festiviteiten ter ere van het honderdjarig bestaan van autofabrikant Citroën en dat was mooi meegenomen. De hele omgeving was vergeven van de Lelijke Eenden, de Snoeken en de Ami’s. Ze snorden, puften of pruttelden overal waar je kijken kon over ‘s heren wegen, een lust voor het oog. Het bood enige dagen ontspanning en ook was de omgeving bespikkeld met romaanse kerkjes, gotische stadjes en culinair vertier. Ik at er de lekkerste bloedworst ooit en was in de gelegenheid om een voorraad voor thuis veilig te stellen. (Je hoort er nog over…)

Enfin, intussen bleef het reisdoel Moulins in de Allier. Ellen wilde koste wat kost voorkomen dat we in de buurt van Parijs zouden belanden, ze heeft een enorme hekel aan de drukte rondom die metropool. We zochten een stadje op waarop we ons konden oriënteren op de papieren kaart. Het lag aan een Route National, ruim ten zuiden van Parijs. We tikten de naam in op de Tomtom en vertrokken vol goede moed.

Toen na enige tijd de plaatsaanduiding Argentuil verscheen op grote groene borden wist ik dat het nu écht goed fout zat. Argentuil is al sinds jaar en dag opgeslobberd door veelvraat Parijs, fout reisdoel dus. Er was nu geen ontkomen meer aan; van het ene moment op het andere doken we in een autobaan-infrastructuur zoals er die maar een paar zijn op de wereld. Dit was er zo een. In de verte zag ik de Eifeltoren liggen…

Achteraf bleek de plaatsnaam die we hadden ingevoerd in de Tomtom (en waarvan ik de juiste signatuur nu even kwijt ben) een keer of acht voor te komen in Frankrijk. Het stadje waarop we reden correspondeerde slechts in naam met de plaats die we uitgezocht hadden op de papieren routekaart. Fysiek lagen ze hemeltergend ver uit elkaar.

Een hoop ellende, zoveel is zeker. Links en rechts passerend stadsverkeer verdrong ons, beschimpte ons, vervloekte ons, maakte ons heel klein. En een foute afslag leidde ons zonder pardon Parijs in. Uiteindelijk schoof ik met gevaar voor eigen welbevinden dan maar weer de Periferique op, die levensgevaarlijke slagader rondom Parijs. Klevend aan een vrachtvervoerder van internationaal allooi dacht ik buiten levensgevaar van de overweldigende drukte te geraken. Ik had juist gegokt. Na een goed halfuur kwamen we in rustiger vaarwater…

Foie gras uit eigen keuken...

We stopten dan aan wat bij nadere beschouwing de smerigste picknickplaats van Frankrijk bleek te zijn. We bedienden ons van een frisse lunch, angstvallig de vuiligheid van de omgeving buiten ons systeem houdend. En daar besloten we dan (van de nood een deugd makend) dat we misschien nog wat Loopgraaftourisme moesten ondergaan. Dat speelt zich af in het noorden van Frankrijk, en daar waren we nu onvrijwillig beland. De Maagd van Moulins zou nog een jaartje op me moeten wachten…

We kozen als standplaats het stadje Soissons. Ooit was dat een Franse koningstad: de Merovinger Clovis resideerde er bij aanvang van de middeleeuwen nog (zijn voorvaderlijke familie had iets van doen met onze Lage Landen heb ik in een duister verleden bij geschiedenisonderwijs geleerd). Soissons dus, met zijn prachtige kathedraal in loepzuivere gotiek opgetrokken, geheel gerestaureerd na de ellende van de Eerste Wereldoorlog. De hele stad werd overigens in die Eerste Wereldoorlog aan flarden geschoten, ook de kathedraal. Van de 14.500 inwoners waren er in januari 1915 nog 450 over (de rest gevlucht, gedood, geëvacueerd…). Zowel in de gevel van het stadhuis alsook in die van de kathedraal zijn de kogelgaten nog te zien van die rampzalige oorlog…

Enfin, er was uiteindelijk niet zoveel te beleven in het stadje, maar Soissons bleek een prima uitvalsbasis voor ons oorlogsrampentourisme. De beroemde (beruchte) Chemin des Dames ligt er om de hoek.

Bloedheet in Soissons...

De allerbeste herinnering aan de stad blijft dat café met terras: ze schonken er ijskoud water. De hittegolf hield namelijk aan en het bleef stinkend heet. Je droogde na enkele minuten zon volledig uit.

Oh ja, en dan natuurlijk de witte bonen van Soissons, wereldberoemd in Frankrijk. Prachtige grote niervormige en hagelblanke bonen, geschikt voor verwerking in hartige, maar ook zoete recepten. We hebben ze in Soissons niet gegeten, maar afgelopen week maakten we het kleine meegebrachte voorraadje, souvenir van die vakantie, soldaat. Je zult er nog over lezen…

En overigens: die auto van de kopfoto (Citroën Ami 8) is een volbloed broertje van onze eerste auto, ergens in 1972. Hoewel het natuurlijk allemaal schandalig verouderde techniek betreft verlang ik er nog vaak naar terug. Het zal wel vals sentiment zijn en misplaatste nostalgie maar toen ik daar in het zuiden van Normandië al die Vrienden in de rondte zag scheuren ging mijn hartje spontaan sneller kloppen…

© paul

Please follow and like us:

Het Zwarte Boekje…

Festival des Géants et Marionnettes, Marbehan...

Iedereen heeft intussen een mening geventileerd over het Coronavirus en de impact die het heeft op ieders leven, wij hebben niet de minste behoefte om dat nog eens dunnetjes over te doen. Maar vanuit de grond van ons hart: sterkte voor alle getroffenen, waar en hoe dan ook. Sterkte ook voor al het volk dat beroepshalve of als vrijwilliger blijft doorploeteren. En oprechte beterschap voor elke geïnfecteerde. Enfin…

Ik heb een Zwart Boekje. Ik kreeg het van Ellen nadat ik mijn Rode Boekje op een of andere manier was kwijt geraakt. Het was misschien uit mijn jaszak gevallen, ik had het ergens laten liggen, ik had het in een dronken bui aan een vreemde geschonken? Lezer, ik weet het niet…

Enfin, dat Rode Boekje was ik dus kwijt: een ramp… Er stonden recepten in waarvan ik dacht dat ze onmisbaar zouden zijn voor onze nabije toekomst. Maar ook waren er tekeningen van Jop op jonge leeftijd, z’n eerste prutserige pseudokopvoeters. Tekeningen van mij op latere leeftijd; bewust geconstrueerde kopvoeters. Een keur aan adressen van vrienden en bekenden, hullie telefoonnummers en hullie internetbereikbaarheid. Maar ook overpeinzingen van ondergetekende over musea die belangrijke tentoonstellingen presenteerden. Over boeken ook (al dan niet fictie) die geleend, dan wel gekocht dienden te worden. Nog te bekijken films en documentaires stonden erin. Wachtwoorden met toegang tot KPN, internet, weblog ,website en Flickr. Verslagen van voorbije vakanties en verwachtingen van nieuw te ontginnen oorden. Kortom, zo’n boekje…

Hoogst onpraktisch overigens, zo’n boekje. De aantekeningen staan in volgorde van binnenkomst genoteerd. Geen colofon, geen register, geen alfabetische zoeklijst, dat is allemaal écht niet te doen in zo’n boekje. Wil je iets terug vinden dan moet je dus het hele boekje doorbladeren (met alle gevolgen van dien…).

Je zoekt het gewenste artikel door opgewekt met bladeren te starten. Al na pagina vier haakt je oog aan een stukje over een geheel ander onderwerp (ach ja, dat was ook leuk, niet slecht verwoord en op enig moment écht belangrijk…). Maar niet getalmd, denk je en manmoedig blader je door. Op pagina zeven echter wordt je aandacht getrokken door een schrijfsel van grote importantie, zo ook op pagina negen, elf, vijftien en eenentwintig. Je bent intussen ruim een half uur verder, want je moest al die vergeten schrijfsels ook lezen. Je verwijlt evenwel nog maar in het begin van je boekje en je bent intussen vergeten wat je eigenlijk zocht. Je boekje bevat honderdvijftig pagina’s, dat wordt dus nachtwerk, want het artikeltje dat je uiteindelijk wilde vinden blijkt helemaal achterin te staan. Ach, uiteindelijk is het allemaal pure romantiek…

Mijn hele leven al maak ik gebruik van dit soort boekjes. Er slingert intussen een hele stapel door het huis. En natuurlijk heb ik erover gedacht hoe je een en ander een beetje efficiënt kunt houden. Dat gaat zo: is een artikel achterhaald, een boek gelezen, een film gezien, een recept geprepareerd (en beschreven op de website) dan kan het verdwijnen.

Je moet weten dat ik altijd (altijd) schrijf met een vulpen [hetzij van het merk Wasserman, hetzij Parker (twee stuks, met gouden pennetje)]. Artikelen wegkrassen, doorhalen, vernietigen, doe ik met diezelfde vulpennen. Het is een heel meditatieve bezigheid; zachtjes maar definitief elke letter wegkalken met vulpeninkt. Het is zoiets als uitgummen maar dan andersom. Idealiter is, dat tegen de tijd dat mijn boekje geheel met letters gevuld is, nagenoeg elke pagina tot een zwart vlak is gedegradeerd. Het weinige dat resteert kan handmatig overgenomen worden in het nieuwe boekje. Maar dat lukt dus nooit lezer, het lukt nooit…

Recepten werden niet overgenomen op weblog of website, boeken werden niet gelezen, films werden niet gezien, tentoonstellingen werden niet bezocht. Al mijn oude boekjes bieden nog genoeg te lezen, want een hele hoop belangrijks kreeg nooit de kans zich te bewijzen, het werd dus ook niet zwart gemaakt. Het kwam er gewoon niet van…

In een digitaal tijdperk dien je je niet te bedienen van dit soort archaïsche nonsens. Vindt Ellen, vindt mijn omgeving, vindt de wereld. Computers dienen de mens, dienen het gemak. Alles snel opslaan, zuiver categoriseren en catalogiseren, eenvoudig terug zoeken, eenvoudig verwijderen. Een boekje met handgeschreven teksten is een obstakel voor de vooruitgang. Ach, het zal allemaal wel. Maar ik memoreerde het al eerder: het is romantiek, het is verliefdheid op het handwerk, het is nostalgie, het is de lol van de vertraging door handmatig schrijven en gebrekkig terugzoeken.

Enfin… Dit verhaaltje loopt volledig uit de hand (het verhaal neemt een loopje met me). Ik wilde je eigenlijk alleen maar laten weten dat ik in mijn Zwarte Boekje een artikeltje had terug gevonden van een aardig recept. En ik heb het intussen ook nagekookt. Ik wilde het recept eenvoudigweg beschrijven en daarbij een kleine inleiding maken. En kijk nou toch eens waar het opuit draait…

Ellen suggereert dat ik mijn Rode Boekje ben kwijtgeraakt tijdens het Festival des Géants et Marionnettes in het dorpje Marbehan in de Gaumestreek, in Belgisch Lotharingen. We schrijven dan mei 2016. (zie kopfoto).

Het lijkt mij onwaarschijnlijk. Het boekje dat ze me schonk ter troost en vervanging (het Zwarte Boekje) opent met een citaat van onze kleinzoon: Het was geen goede dag voor Jop. Want… z’n beker was gevallen. Jop was ook gevallen, 22 keer! Dag Oma... (06-11-2018).

Ik heb écht geen tweeëneenhalf jaar zonder opschrijfboekje gezeten. Dat is godsonmogelijk…

Zou dat wijfje van de kopfoto nog leven? Ze danste op muziek van de blaaskapel levenslustig en energiek. Maar ook een beetje wankel en ongecoördineerd. In het café had ik haar in vlot tempo onwaarschijnlijke hoeveelheden Bofferdingpils naar binnen zien gieten. En de gretigheid en routine die ze daarbij aan de dag legde vertelde mij dat het hier meer dan een incidentele actie gold…

De beschrijving van het recept waar het uiteindelijk allemaal om begon krijg je nog, écht waar!

© paul

Please follow and like us:

Kleine taartjes; tijdverdrijf voor wie binnen moet blijven

kleine taartjes

We kunnen hier natuurlijk net doen alsof er niets aan de hand is maar we bevinden ons toch echt in een wereldwijde crisis. Corona beheerst ons leven. Voor de één wat meer ongemak dan de ander, maar allemaal ondervinden we op z’n zachts gezegd grote hinder van de omstandigheden. Kinderen thuis, opa’s en oma’s zonder bezoek. Vrienden op afstand, geen geknuffel, nou ja, noem maar op. En dan heb ik het maar even niet over de mensen in de zorg en de bestuurders van ons land. Moeilijk allemaal. Wij hier op het Ministerie blijven zoveel mogelijk thuis. Wij behoren tot de risicogroep en gaan het allemaal niet nog erger maken dan het is. We moeten ons dus thuis zien te vermaken. Eigenlijk gaat dat hier best redelijk; we lezen allebei graag, kijken af en toe een goede film, spelen een spelletje Wordfeut en maken een praatje met kleinzoon Jop via de App. Jop, 5 jaar, kreeg via de mail ‘huiswerk’ van zijn juf. Een bladzijde vol taaktje voor een hele week. Binnen een halve dag had hij alle taken volbracht. Zo, en nu… Tja, zie die kinderen maar bezig te houden. Misschien een idee om samen koekjes of taartje te gaan bakken? Ik maakte vandaag twaalf kleine taartjes naar ideeen uit “Kleine taartjes” van Meike Schaling. Ik schreef er hier al eerder over. Het leuke van dit boek is dat het vooral ideeën geeft. De bodem is altijd hetzelfde deeg, met de vulling kan je eindeloos variëren. Je kunt ook prima koekjes bakken met dit deeg. Dan rol je het simpel uit en steek er met een vormpje leuke figuurtjes uit. Het deeg is genoeg voor 12 kleine taartjes van 6 cm doorsnee. Je kunt ringen gebruiken zoals in het boek beschreven maar heb je die niet dan kan het ook goed met cupcake vormpjes.

Het deeg:

  • het deeg
  • 120 gram bloem
  • 50 gram poedersuiker
  • 20 gram amandelmeel (ik maal zelf amandelschilfers in de blender. Dat gaat prima en is goedkoper dan amandelmeel)
  • mespuntje zout
  • 75 gram koude boter
  • 1 biologisch ei, losgeklopt
  • siliconen cupcake vormpjes of ringen van 6 cm doorsnee

Doe de bloem, poedersuiker en het amandelmeel en zout in een kom. Breek de koude boter in kleine stukjes en verdeel die over de droge ingrediënten. Wrijf net zolang tot er een kruimelige massa ontstaat. Voeg dan een eetlepel van het geklopte ei toe en meng  de deegmassa tot een samenhangende bal. Is het deeg nog te droog dan voeg je wat ei toe. Wordt het deeg te nat dan voeg je wat bloem toe. Kneed het deeg losjes tot een mooie bal en verpak die in plasticfolie. Laat het deeg zeker een uur rusten in de koelkast. Het deeg voor deze kleine taartjes is altijd hetzelfde. Ik dacht eerst dat het veel te weinig deeg was maar de hoeveelheid blijk prima te kloppen.

Nadat het deeg gerust heeft en gekoeld is kneed je het nog een keer door en rol je het uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een lap van ongeveer 3 mm dik. Gebruik een uitsteekvorm van 9 cm doorsnee. Steek rondjes uit en vul de vormpje met het deeg. Prik een paar gaatjes in de bodem.

Ik maakte 6 taartjes met amandelcreme en frambozen. en 6 met chocolade. Ik zal de chocoladetaartjes in een apart artikel beschrijven. Dat lijkt me duidelijker. Ik gebruikte diepvries frambozen. Die had ik nog en we gaan nu even geen onnodige boodschappen doen.

  • 50 gram amandelmeel (in het boek worden de amandelen eerst nog eens in de oven geroosterd, daar was ik te lui voor. Het zal ongetwijfeld meer smaak geven)
  • 1/2 vanillepeul
  • 50 gram boter op kamertemperatuur
  • 50 gram poedersuiker
  • 1biologisch ei
  • 5 gram maizena

Snijd het vanillestokje in de lengte open en schraap met een mes het merg er uit. Roer de boter zacht en romig. Voeg het vanillemerg, de poedersuiker en het amandelmeel toe en roer alles tot een gladde massa. Klop dan met een garde het ei en de maizena erdoor.

Schep een flinke eetlepel  amandelcreme in de deegbakjes. Leg in elk deegbakje 3 á 4 frambozen en bak de deegbakjes dan in een op 170 graden voorverwarmde oven ongeveer 25 minuten. Laat de taartjes afkoelen en bestrijk ze met wat verwarmde confiture (Framboos of bessen, maakt niet uit).

Een fijn klusje op een druilerige middag! Prima om de tijd te verdrijven met een stel hangerige kinderen.

Kopje espresso erbij!

© ellen.

Please follow and like us:

Edele Dame…

Edele dame en profil...

Zo noemde ik haar: Edele Dame. (Of eigenlijk: Edele Dame en profile…)

Het is alweer een eeuwigheid geleden dat de opname werd gemaakt.

En ach, het is ook alweer een eeuwigheid geleden dat er een stukje voor deze website werd geschreven. (Drie maanden spreekwoordelijke radiostilte, hoe is het mogelijk?!)

Enfin, de geïnteresseerde lezer (en daar schrijven we tenslotte voor) wil weten hoe het met Ellen gaat…

Het gaat goed, zoveel is duidelijk! (Wel zal het nog een jaar of twee duren voordat ze kan doen wat ze zich als levensdoelen heeft gesteld.)

En veel meer ga ik er nu niet over vertellen. Voor nadere informatie wordt je hartelijk uitgenodigd ten huize(n?) alhier. We schenken de beste koffie van het dorp en de thee mag er ook wezen. De wijnkelder is goed gevuld en bier en spiritualiën zijn op voorraad. (En het zou zomaar kunnen dat je wordt uitgenodigd om aan te schuiven aan onze dis.) Enfin, zie maar…

Denk echter niet dat er de laatste maanden niet goed en gezond werd gegeten in dit huis, want dan zit je op een fout spoor. Het kwam er alleen niet van om er ook nog over te berichten. Het leek allemaal wat futiel, wat zinloos maar tegelijk ook grotesk in het kader van de enerverende gebeurtenissen van het afgelopen half jaar.

Nou ja, genoeg gezeverd. De keukentafelgesprekken van de afgelopen dagen hier in het achterhuis (maar ook de bemoedigende aansporingen van trouwe lezers) hebben ons gesterkt in de gedachte dat het doodzonde is om de website nog langer te verwaarlozen. Zo zit dat!

En er is écht voldoende te vertellen: we herontdekten afgelopen tijd de geweldige platvis, luisterend naar de naam Griet. Een aantal nieuwe (nou ja, nieuwe?) sauzen verschenen op onze tafel. Anderhalve liter kreeftenolie rijpt op dit moment in de kelder. Over bloedworst kan het gaan, maar dan wel over heel bijzondere bloedworst. De avonturen van Teut en Tonika in onze stoofpan heb je nog tegoed Enfin…

De Edele Dame van de kopfoto is overigens een echte Francaise, ze komt uit de buurt van Armagnac. Ze had er een goed buitenleven en werd aanmerkelijk ouder dan haar zusters uit de plofindustrie. Bij ons genoot ze van alle egards die zo een Francaise maar kan ondergaan.

Haar borstjes werden onderhuids bedekt met plakjes truffel en klontjes fijne boter. Haar huidje werd aan de buitenzijde bestreken met de beste olijfolie en haar binnenste werd verwend met een tak verse rozemarijn, partjes citroen en tenen gerookte knoflook. De zonnebank (die onze oven ook is) toverde haar velletje prachtig bruin.

En wij lezer, wij hebben heerlijk gegeten…

Please follow and like us:

Eenvoudige spaghetti met cantharellen…

Spaghetti met cantharellen...

Ik maak het artikeltje eigenlijk omwille van de foto. Die foto geeft namelijk zo aardig weer wat ik van dit gerechtje vind: majestueus vind ik het, niet meer en niet minder!

Echt waar, iedere keer wanneer ik de foto tegenkom (en dat is vaak) nemen mijn speekselklieren een loopje met me. Ik krijg er een acute lust tot eten van, ik bibber een beetje, ik duik onverhoeds in koelkast of voorraadkast en grabbel naar wat op dat moment het smakelijkst schijnt. Altijd fout natuurlijk…

Enfin, een simpelere (en smakelijkere) pastaschotel is nauwelijks denkbaar. Het gaat over cantharellen, sjalotjes, room, blokjes ham, nootmuskaat, peterselie, peper, zout en een scheut olijfolie (of een lik roomboter, dat is aan jou). En natuurlijk ook pasta. Da’s écht alles! En hoe je de paddenstoelenragout maakt wist je intussen zelf al wel lezer. En zo niet dan klik je maar op de verwijzing onder dit artikel. ( Het recept kan met alle voorkomende paddenstoelen gemaakt worden, cantharellen blijven mijn voorkeur houden.)

Al vaker vertelde ik je over het volk van Rome dat ervan overtuigd is dat pasta met té ingewikkelde en té prijzige ingrediënten tot niks leidt. Geldverspilling, vinden ze, en je proeft de kapitaalinjectie in ingrediënten nooit terug in het eindproduct. Dus houd het goedkoop en simpel!

Het volgende verhaal uit de Italiaanse volkscultuur maakt die overtuiging nog eens duidelijk, we lazen het in het Italiëboek van Onno Kleyn.

Het belangrijkste personage uit de Commedia dell’arte, namelijk Pulcinella (zoiets als onze Jan Klaasen), wordt op enig moment tot koning uitgeroepen van een of ander staatje. Hij vindt het allemaal prima tot duidelijk wordt dat zijn nieuwe status met zich meebrengt dat hij geen ordinaire, simpele pasta meer zal mogen eten. Onmiddellijk ontdoet hij zich van de soevereine status, luid schreeuwend: Mò me sprincepo! (Ik ontprins me!)

© paul

Please follow and like us: