“Elke zondag heerlijke taart”. Een inspirerend boek.

download

Bij de Facebookgroep Foodbloggers Benelux ging het laatst over kookboeken zonder illustraties. Gereon de Leeuw schrijft over kookboeken zonder, of met heel weinig foto’s:

Het dwingt je terwijl je leest zelf een voorstelling te maken van wat je gaat koken. Het in je fantasie vast te proeven… Je dompelt je onder in het geschrevene, net als bij Elisabeth David, Wina Born of Onno Kleyn.

Ik ben het helemaal eens met Gereon, heerlijk om in gedachten mee te koken en te proeven. Aan het lijstje van kookboeken zonder plaatjes mag ik graag ook nog Claudia Roden toevoegen. Haar boek “De Joodse keuken” blijft een bron van inspiratie. Toch nu hier even over een boek dat juist het tegenovergestelde is, ik kocht het  voor de plaatjes; “Elke zondag heerlijke taart”, van Caroline Lebar. In het boek staan veertig taarten met foto en recept. Prachtige plaatjes van schitterend versierde taarten.

Caroline Lebar is artdirector bij het modehuis Karl Lagerfeld. Om de lange, winterse zondagen die ze op het Franse platteland doorbrengt op een andere manier in te vullen is ze taarten gaan bakken,heeft ze ze gefotografeerd en vervolgens op Instagram geplaatst. Dat werd zo’n succes dat dit boek uitgegeven is.

Voor de recepten hoef je dit boek niet te kopen. Caroline gaat er van uit dat je de nodige basiskennis al hebt. Als je wilt leren hoe je perfect gebak maakt moet je gewoon het boek “De banketbakker” van Cees Holtkamp aanschaffen, maar die plaatjes… Prachtig!

Het boek is vierkant, 26.5×26.5 cm, begint met een inhoudsopgave en dan meteen veertig bladzijden met telkens een recept, vrij summier beschreven en daarnaast een foto van de taart, telkens dezelfde achtergrond, dezelfde maat taart. De taarten zijn ware grafische plaatjes en soms vermoed ik dat de vruchten er met een pincet op geschikt zijn zo precies.

Achter in het boek twee bladzijden met verschillende deegsoorten die ze gebruikt. Ach, niet belangrijk. Dit zijn geen recepten om na te maken, dit zijn plaatjes die je doen dromen van hoe je zelf zo’n taart zou kunnen componeren. Een paar voorbeelden van taarten uit het boek; AppelkaramelWalnoot, Framboosaalbesspeculaas, Ricottahoningvijgamandel of Banaanspecerijentatin. Ach, ze zijn allemaal even mooi!

Van harte aanbevolen;

Elke zondag heerlijke taart. Caroline Lebar.  Forte Uitgevers, Baarn 2017. ISBN 9789491853159. € 14,95.

© ellen.

 

Boer Boris en appeltaart

boer boris.... appeltaartVoor wie het nog niet wist, het is Kinderboekenweek! Een goede reden om eens een extra verhaal voor te lezen en je kinderen of kleinkinderen te verwennen met een mooi boek. Onze kleinzoon Jop heeft, zo klein als hij is, een voorkeur voor de boeken van Boer Boris dus toen ik de nieuwste Boer Boris in de winkel zag liggen besloot ik meteen een exemplaar voor Jop te kopen. “Boer Boris gaat naar oma”, ook dat nog! In het verhaal blijkt Oma gelukkig geen krakkemikkig oud vrouwtje te zijn maar een fabriekje waar appeltaart een perensap gemaakt wordt. Nou ja, lees het zelf maar… Ik kreeg al lezende zin in appeltaart, het is er ook de tijd voor; er zijn allerlei soorten lekkere verse appels en het is prettig om weer binnenshuis dingen te doen. Wat is er fijner dan een huis dat naar versgebakken appeltaart ruikt! Ik maakte de taart dit keer met fonceerdeeg. De hoeveelheid is te veel voor één taart maar het restant van het deeg kan je prima invriezen en is genoeg voor bijvoorbeeld een kleine vruchtentaart. Oma's appeltaart...

  • Voor een springvorm doorsnee 24 cm:
  • Fonceerdeeg:
  • 250 gram boter
  • 1 ei
  • 250 witte basterdsuiker
  • een snuifje zout
  • 2 eetlepels water
  • 500 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder

Meng de zachte boter, de basterdsuiker, het zout, het ei en het water. Kneed vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoor tot je een mooi egaal deeg hebt. Laat het deeg verpakt in plasticfolie een paar uur rusten in de koelkast. Verwarm de oven voor op 160 graden (hete lucht)

  • Voor de vulling:
  • 5 middelgrote appels, geschild en in blokjes gesneden
  • 2 eetlepels honing
  • 4 eetlepels rozijnen, even gewassen en geweekt in schoon water
  • 1 eetlepel custardpoeder
  • 1 koffielepel kaneelpoeder

Meng alles goed door elkaar.

Rol dan 3/4 van het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak. (de rest gaat in de diepvries.) Vet de springvorm in en bekleed de bodem en zijkant met het deeg. Verdeel het appelmengsel over de bodem en gebruikt reepjes deeg om een ‘deksel’ te maken.

Bak de taart in 60 minuten mooi bruin en gaar.

Kopje espresso erbij én Boer Boris natuurlijk!

© ellen.

  • Ted van Lieshout en Philip Hopman
  • Boer Boris gaat naar Oma
  • Gottmer 2016
  • ISBN 9789025765828

 

Mosselen met kruidige botersaus…

primeur mosselen
De Volkskeuken is de dagelijkse kookrubriek van de Volkskrant. Een team van eetschrijvers is verantwoordelijk voor de inhoud, elke dag van de week wordt verzorgd door een ander. De opzet is doorgaans dezelfde. Soms een verhaaltje dat raakvlakken heeft met de culinaire actualiteit, soms iets anekdotisch, soms zakelijke informatie. Maar uiteindelijk wordt er altijd naar de inhoud van het recept van de dag toegeschreven. En dat kan werkelijk alles zijn.

Meestal laat ik er mijn blik snel overheen glijden, soms lees ik de artikeltjes aandachtig. En een enkele keer kook ik zo’n recept na. (De recepten zijn overigens eigenlijk altijd goed te doen, en soms ronduit verrassend van inhoud.)

Marcus Huibers had het gisteren in de Volkskeuken over de vermeende mosselcrisis ten gevolge van het gifstofje TTX dat werd aangetroffen in onze eigen Oosterscheldemosselen. Het goede nieuws was evenwel dat we ons geen zorgen hoeven te maken over kwaliteit, dat hetgeen wat wordt aangevoerd vanuit Zeeland volstrekt veilig is. En vervolgens beschreef hij een mosselgerecht zoals hij het at bij Lobster Roll, Amagansett, USA. Aangezien wij hard toe waren aan onze eerste mosselen van het seizoen besloot ik zijn recept na te koken. Ik hield me nagenoeg helemaal aan de richtlijnen van Marcus Huibers. Het recept levert een hoofdgerecht op voor twee personen.

  • 150 gram (gezouten) roomboter,
  • 3 tenen knoflook,
  • 10 gram verse kruiden (tijm, salie, bieslook, marjolein),
  • olijfolie,
  • 2 witte uien,
  • 2 kilo mosselen,
  • 300 milliliter droge witte wijn,
  • 30 gram platte peterselie,
  • peper en zout uit de molen.

Smelt de boter in een pan met dikke bodem. Laat de boter niet te heet worden en aankleuren. Schep de witte schuimachtige vervuiling die komt bovendrijven ervan af, net zolang tot er puur heldere vloeistof overblijft (geklaarde boter). Doe vervolgens de gesnipperde knoflook en de gehakte verse kruiden bij de boter. Houdt de saus warm.

Verhit in de mosselpan de olijfolie en fruit hierin de in halve ringen gesneden witte uien. Spoel de mosselen en kijk ze na. Drapeer de mosselen op het bed van uien en voeg de witte wijn toe. Strooi de peterselie erover en rijkelijk peper uit de molen en eventueel een snuifje zout. Kook de mosselen op een hoog vuur tot de schelpen zich hebben geopend (dat gaat snel, dus let op!). Schud de inhoud van de pan tijdens het koken een keer of schep de mosselen met een schuimspaan om.

Wanneer de mosselen gaar zijn schep je ze met een schuimspaan uit de pan in een mooie schaal en dient direct op. Dip de mosselen in de kruidenboter. Een stukje brood erbij is voldoende. En natuurlijk een goed glas witte wijn…

  • Opmerkingen:
  • Marcus Huibers suggereert als alternatief voor de witte wijn een sherry. Het lijkt me de moeite waard om te proberen, er wordt de laatste jaren so-wie-so veel te weinig met sherry gekookt (uit de mode!..).
  • Volgens Ellen zal een flinke scheut Noilly Prat de feestvreugde voor jou en voor de mosselen aanmerkelijk verhogen. Ook dat moet maar eens geprobeerd worden (Noilly Prat is ook al uit de mode!..).
  • Die knoflook in de botersaus is verplicht, met de kruiderij kun je naar eigen smaak spelen. Bedenk wel dat 10 gram kruiden een behoorlijke hoeveelheid is, met een paar blaadjes van dit en een paar blaadjes van dat kom je tekort. Dat geldt ook voor de peterselie.
  • Het is een relatief zwaar gerecht door de hoeveelheid boter die je binnen krijgt. Je zult met twee personen dan ook welhaast zeker overhouden. Maar het is duivels lekker. Stop op tijd met eten en bak de rest van de mosseltjes de volgende dag op als stoere lunch. Je kunt de kruidenboter er uitstekend bij gebruiken…
  • Met dank aan Marcus Huibers

© paul

Sticky Cake met mandarijn

caketjes met mandarijnOntspullen, een afschuwelijk woord, maar hier in huis wel van toepassing. Wij moeten werkelijk opruimen, ons huis slipt dicht met boeken en andere genoegens. Nu valt het niet mee om boeken weg te doen; boeken waarvan ik vind dat ze weg mogen, wil Paul nog eens lezen, boeken die Paul wel kan missen wil ik persé houden… Je snapt wel lezer, we zijn er dagen mee bezig! Nu hebben we sinds een paar maanden een aardige oplossing voor het boekenoverschot: we hebben een Minibiebje aan ons huis gehangen. In het kastje gaan de boeken die we niet meer lezen. Iedereen mag ze gratis meenemen. Zo hebben anderen er ook nog plezier van. Omdat we midden in het centrum van Gemert wonen komen er dagelijks veel mensen langs het biebje en het is dan ook een groot succes! Er wordt druk geruild en meegenomen. Fijn, ik hoop dat er veel mensen genieten van de mooie verhalen. minibiebje

Dagelijks kijk ik even in het biebje en vul de voorraad zo nodig aan. Gisteren bedacht ik dat ook de oude jaargangen van het tijdschrift Delicious wel weg mochten, te beginnen bij jaargang 9. Voordat ik de tijdschriften in het kastje legde bladerde ik de jaargang nog even door en stuitte op een recept voor cake met mandarijn. Toevallig had ik ook al te veel mandarijnen…

Cake met mandarijnen dus.

  • 180 gram zachte boter
  • 220 gram suiker
  • 3 eieren
  • wat vanillesuiker
  • rasp van twee mandarijnen
  • sap van 1 mandarijn
  • 175 ml Griekse yoghurt
  • 300 gram bloem
  • 2 theelepels bakpoeder
  • 100 gram fijngehakte pistachenootjes
  • voor de siroop
  • schilletjes van twee mandarijnen
  • 220 gram suiker
  • 250 ml mandarijnen sap

Klop met de mixer de boter, de suiker en de vanillesuiker tot een romige massa. Voeg de eieren er één voor één bij en klop alles mooi schuimig. Voeg de rasp en het sap van de mandarijnen toe en de yoghurt. Klop alles goed door elkaar. Voeg dan voorzichtig lepel voor lepel de gezeefde bloem en de bakpoeder erbij.

Vet kleine cakevormpjes in en bedek de bodem met bakpapier. Strooi op de bodem wat fijngehakte pistachenootjes en schep het beslag er op. Bak de cakejes in een voorverwarmde oven 25 minuten op 160 graden.

Maak intussen de siroop. Blancheer de stukjes schil een paar minuten in kokend water. Giet ze af en laat ze goed uitlekken. Kook op een hoog vuur het mandarijnen sap met de suiker tot je een dikke siroop hebt. Voeg de schilletjes erbij en giet de siroop over de cakejes.

caketjes met mandarijn

Heerlijke luchtige cake. Lekker met een kopje espresso!

© ellen.

 

 

Jop’s eerste kookboek: “Puur natuur” van Alain Ducasse

puur natuur
Vele jaren geleden toen ons Kind nog een baby was waren we al overtuigd van het belang van gezonde verse voeding, ook voor baby’s. Toen ze na borstvoeding en fles toe was aan haar eerste echte hapjes besloten alles zoveel mogelijk zelf, vers klaar te maken. Dat was nog niet zo simpel; we hadden nog geen staafmixer of blender of keukenmachine. Pureren deden we via de passe-vite, ofwel een ijzeren roerzeef. Een moeizaam klusje waar je ook nog een berg afwas aan overhield, maar goed, met liefde gedaan. Eén keer besloten we toch maar eens zo’n potje Olvarit te kopen. We moesten ergens op bezoek en het leek ons voor een keer wel handig. Na één hap trok het Kind een vies gezicht en weigerde verder te eten. Het restant kreeg de hond, een altijd hongerige Mechelse herder. Toen die na wat gesnuffel ook weigerde het hapje op te eten besloten we ons voortaan maar verre te houden van dit kant-en-klaarspul.

Het Kind heeft nu inmiddels haar eigen baby Jop, en Jop is toe aan echt eten. Het Kind maakt ook zoveel mogelijk zelf, Paul schreef er hier al over. Dat gaat allemaal prima, Jop vind alles lekker en groeit als kool, maar zijn moeder vindt het soms lastig om te bedenken wat ze hem nu weer eens voor zal zetten. Zo gevarieerd mogelijk, we willen geen kniesknauwer. Maar toch best lastig om steeds weer iets nieuws, gezonds en voedzaams te bedenken.

De oplossing zag ik in de boekwinkel in de vorm van dit boek van de Franse sterrenkok Alain Ducasse, “Puur Natuur, baby en peuter”.  Deze sterrenchef is vooral beroemd om zijn liefde voor verse, liefst biologische groenten en hij besefte dat veel vaders en moeders moeite hebben om steeds weer een gezonde en eenvoudige maaltijd klaar te maken voor hun kroost. Hij vindt het belangrijk dat de kleintjes stap voor stap verschillende smaken leren kennen aan de hand van lekkere producten en niet uit potjes kant-en-klare babyvoeding. Hij wil met dit boek de smaak van baby’s en peuters vormen. “Smaak”, aldus Ducasse, “ontwikkelt zich al in de eerste maanden. Smaak zet zich dan vast in onze hersenen en blijft daar voor de rest van ons leven.” De smaken van potjesvoeding vindt Ducasse te eenzijdig. Ze houden ook geen rekening met de seizoenen. In dit boek geeft Ducasse recepten voor smakelijke babyhapjes voor kinderen van 6  tot 18 maanden. Het boek is ingedeeld in de hoofdstukken: Moestuin, Akker, Zee, Weiland en Boomgaard. In elk hoofdstuk vind je recepten voor de verschillende leeftijdsgroepen. De recepten zijn dan ook weer gerangschikt in seizoenen. Pompoen in de herfst, asperges en jonge erwtjes in het voorjaar enzovoorts.

Wat ik vooral heel aardig vind in de recepten zijn de toevoegingen die je zelf zo gauw niet zou bedenken voor babyvoeding.  Pompoen met wat geraspte gember en geelwortel (vanaf12 maanden) of Rodebietensoep met kwark en bieslook (vanaf 10 maanden) of Artisjok met verse doperwtjes met een blaadje munt en verse schapenkaas vanaf 7 maanden). Toevoegingen van wat verse koriander, wat tijm, een blaadje basilicum maakt dat baby’s al vroeg in contact komen met verschillende echte smaken.

Ducasse schreef het boek samen met voedingsdeskundige Paule Neyrat. Zij gaf advies op welke leeftijd baby’s bepaald voedsel kunnen en mogen eten en zorgde voor het nodige evenwicht in de recepten.

Op de foto’s zien de gerechten er zo smakelijk uit dat ik zelf nog wel zo’n babyhapje zou lusten. Wat te denken van Gepocheerde clementines met steranijs? Lijkt me heerlijk! En de Elleboogjes macaroni met ham en truffel is ook niet mis, hoewel ik denk dat dit in weinig Nederlandse gezinnen  voor baby op tafel zal worden gezet! De recepten zijn echt niet allemaal zo luxueus. Prei, knolselderij en raapjes is voor iedereen bereikbaar, maar knip er dan om baby’s smaak optimaal te ontwikkelen wat kervel door!

Kortom, een fijn boek voor ouders van jonge kinderen om inspiratie op te doen voor de babyhapjes.

Alain Ducasse, Puur natuur, 100 recepten voor gezonde en lekkere gerechten voor baby en peuter. DE Nederlandstalige uitgave: 2015  Fontaine Uitgevers bv. Hilversum. ISBN 9789077902141. € 17,95.

Van harte aanbevolen! Ik hoop dat Jop gaat genieten van deze lekkere hapjes en zijn vader en moeder veel plezier beleven aan het klaarmaken daarvan!

© ellen.

Spaghetti met geitenkaas en ricotta.

spaghetti met geitenkaas en ricotta
Ik heb een nieuw kookboek! Nou ja, dat gebeurt vaker… maar dit is wel heel speciaal. Het boek is voor mij gloednieuw maar werd al in 1989 voor de eerste keer uitgegeven; ik heb het over “De smaken van Italië”, van Claudia Roden. In deze nieuwe, bijgewerkte editie zijn er nieuwe recepten toegevoegd en oude recepten zijn, waar nodig, bijgewerkt. Hoe dan ook, het blijft bovendien een schat aan verhalen. Claudia Roden voert ons door heel Italië. Ze vertelt verhalen over de eenvoudige plattelandskeukens, de boerenkeukens en de grote gerechten van de adel. Het boek leest als een roman en de gerechten zijn als een Italiaanse droom…

Ik ben dus even helemaal in de ban van dit geweldige boek en kook al een aantal dagen Italiaans volgens mevrouw Roden. Geen straf vinden wij, alleen zijn de omstandigheden nu even niet zo gunstig om uitgebreid te koken.

Ik had een heftig griepje waarvan de naweeën nog rondwaren, maar het is ook vakantie dus we zijn, griep of geen griep, toch maar afgereisd naar ons Luxemburgse huisje. Al veel eerder besloten we dat het lelijke keukenblok nu toch echt geverfd moest worden… Tja, daar zitten we dan met dat mooie kookboek in de verflucht…

Na de zoveelste laag schuren, verven enzovoorts vluchtten we vanmiddag even naar Arlon(B). Daar was een soort boerenmarkt met streekproducten, lammetjes en geitjes om te aaien, een sympathieke politieke partij, en wat er zoal meer op zo’n markt te vinden is; alles bio. Gezellig! Een lekker, huisgemaakt ijsje gegeten en natuurlijk wat mooie streekproducten gekocht. We vonden onder andere biologische, verse geitenkaas uit Barnich, een plaatsje onder de rook van Arlon. Paul scoorde een prachtige, zeer smakelijke bloedworst gemaakt van eend en varkensvlees, geproduceerd op de boerderij, ook in de buurt van Arlon. En natuurlijk was er Maitrank. Hoe kan het ook anders in de Hoofdstad van deze smakelijke wijn. Maar dat geitenkaasje gaf de inspiratie om toch even een snelle maaltijd klaar te maken. Troostrijk, snel, comfortfood! Recept uit “De smaken van Italië”, van Mevrouw Roden:

Ik heb het recept aangepast voor twee personen, verdubbel de hoeveelheden en je hebt genoeg voor vier.

  • 175 gram droge spaghetti
  • zout
  • 1 eetlepel boter
  • 125 gram ricotta
  • 125 gram verse geitenkaas
  • 4 eetlepels geraspte parmezaanse kaas
  • zwarte peper
  • flink wat geraspte nootmuskaat
  • citroenrasp.

Kook de spaghetti met zout in kokend water beetgaar. Smelt intussen in een andere pan de boter en voeg ricotta, geitenkaas en parmezaanse kaas toe. Voeg een beetje kookvocht van de pasta toe en roer alles goed door elkaar tot de kazen gesmolten zijn en je een mooie romige saus hebt. Voeg dan de citroenrasp toe en wat vers gehakte platte peterselie.

Giet de spaghetti af en doe hem in de pan met de kaassaus. Meng goed en breng verder op smaak met flink wat versgeraspte nootmuskaat en zwarte peper.

Geef er een tomatensalade bij van bijvoorbeeld zo’n mooie Coeur de boeuf tomaat met wat olijfolie en verse blaadjes basilicum.

Kopje espresso toe.

© ellen.

De lange weg naar Santiago de Compostella, etappe 63…

IMG-20140530-WA0005
30-05-2014. De etappe ging van Estella naar Torres del Rio, 30 kilometer.

De kookboekenserie Culinaria staat de plank links boven in onze keukenboekenkast. Door de jaren heen hebben we alle delen bij elkaar gesprokkeld. Voor een deel kozen we voor de Duitse uitgaven want die zijn vaak uitgebreider en ook goedkoper.

De receptuur schiet zo hier en daar wel eens tekort, maar de delen geven erg veel achtergrondinformatie over de landen en streken waarover ze handelen. Culinaria Frankrijk begeleidde ons al menig keer op onze uitstapjes naar dat land.
Bodegas Irache

In Culinaria Spanje lazen we over die bijzondere bron aan de rand van het wijnplaatsje Irache. Men noemt het Bodega Irache en pelgrims hebben er de keuze uit twee kranen. De ene geeft koel helder water, uit de andere vloeit de goede wijn van de streek. En dat allemaal gratis en voor niks. We gaven de wetenschap aan de Jongste Bediende mee zodat hij ervoor kon zorgen dat de pelgrims er hun voordeel me zouden doen. Ik weet niet of de boodschap is overgekomen, misschien dat de wandelaars via andere wegen bij de Bodega geraakten. Zoveel is zeker, ze hebben er geen water getapt.

Enfin,.. evenals de dag hiervoor vertrokken de wandelaars zonder ontbijt, wel dronken ze een stevige kop koffie. Zoals te verwachten deed zich al snel een mogelijkheid voor om vers brood in te slaan. De wandelaars bezochten dan de Bodega van Irache en verkozen hierna een alternatieve route, aanbevolen door verschillende medepelgrims.

De route voerde hen door een wijds landschap, een heuvelachtige omgeving. De wandelaars trokken langs graanvelden, olijfbomen en steeneiken, een naar kruiden geurend land. Uit het pelgrimsgidsje leerden Ans en Jan dat ze ook een hoop affodil zouden zien. En misschien was dat ook wel zo, maar de pelgrims hadden er geen benul van hoe affodil eruit zag…
IMG-20140530-WA0006

Het was fijn wandelweer, niet te warm, niet te koud, regelmatig zon en een enkele drup regen, het maakte dat de regencapes nauwelijks uit de rugzak kwamen.

Redelijk vroeg in de middag liepen de wandelaars het dorpje Torres del Rio binnen. Een vriendelijk dorpje, het leek wel of elk gebouw werd opgeknapt.

De wandelaars vonden er onderdak bij Signora Mari. Jan schrijft: We zennur in de kost! Maar evengoed moesten de wandelaars wél hun avondmaaltijd zelf bereiden. Het werd een pastaschotel…

© paul

Klik bij Catagories (in de rechter kolom), of onder dit artikel op reis naar Santiago voor alle artikelen. En voor het overzichtskaartje van Sas: klik op de link hieronder.<iframe src=”https://mapsengine.google.com/map/embed?mid=zdjs6EO5tq8A.klZPafK3sUQo” width=”640″ height=”480″></iframe>

 

Maespils: Waarloos…

maes
Ik had er op 10 mei iets over moeten zeggen, maar door al het geschrijf over de wandelaars en Compostella ontglipte het me.

Op 10 mei van dit jaar was het welgeteld 35 jaar geleden dat Louis Paul Boon overleed. En het is griezelig te zien hoe snel de grootste Vlaamse schrijver ooit in de vergetelheid raakt. In Vlaanderen is er nog wel iemand te vinden die behalve de Kappellekesbaan  een paar titels kan opsommen. Kom daar in Nederland eens om…

Alweer jaren geleden verscheen er een herdenkingsbundeltje, opgedragen aan de meester, met daarin literaire stukjes van diverse Vlaamse schrijvers. Ik vond het allemaal niet zo denderend van kwaliteit, behalve dan dat ene juweeltje van Josse De Pauw, acteur, regisseur, schrijver.

Hij gaf het gedicht als titel mee: “Laat Boontje” en het gaat  zo:

***
Waarloos, zei Louis.
Maes-pils: waarloos,
‘t staat op den bak.
Dat is de brouwerij, zei de patron.
Het dorp, zei zijn vrouw.
Waarloos, zei Louis.
Maes-pils: waarloos,
‘t staat op den bak.

***

De gegevens van het herdenkingsbundeltje kan ik niet terug vinden, het ding is zoek. Het gedichtje is echter ook opgenomen in de bundel WERK van Josse De Pauw uit 2000.

Josse De Pauw
WERK
Uitgeverij Van Halewyck
ISBN 90 5617 701 x

© paul

La Vache qui rit…

la vache qui rit

Tegen het einde van de zestiger jaren van de vorige eeuw kwam ik voor het eerst in aanraking met Franse en Franstalige striptijdschriften. En hoewel Kuifje en Robbedoes als weekblad gewoon verschenen in het Nederlands, vond ik ze als de Franstalige uitgaven Tintin en Spirou zoveel aantrekkelijker, zoveel exotischer. Mijn ULO-frans volstond beslist niet om de volle inhoud van de tekst te ontcijferen, maar dat mocht de pret niet drukken. Ik kon af en toe enkele exemplaren aanschaffen. Niet opeenvolgend, ik had maar af te wachten wanneer er zich weer een kansje voordeed om wat losse nummers te scoren. Ik vond het best. Het meest verzot was ik op het blad Pilote. De verhalen daarin leken zoveel meer volwassen. Het waren de verhalen die mondjesmaat ook verschenen in het Nederlandse stripblad Pep.

Het moet in Pilote zijn geweest dat ik voor het eerst kennis maakte met La Vache qui rit. Helemaal in stripstijl gepresenteerd. Ik stelde me er iets waanzinnig lekkers bij voor.

Ik kende wel van die kaasblokjes uit het kerstpakket van mijn vader, en ook op feestjes verschenen ze steeds vaker als voorzichtige borrelsnack. Maar dat waren hele gewone dingen. Ze heetten Gouda of ERU (bestond dat eigenlijk al?). Maar die konden het toch nooit halen bij die Lachende Koe, dat wist ik zeker.

Het probleem was evenwel dat ik die Franse kaasjes nooit tegenkwam. Ze waren in ons dorp niet te krijgen, en of ik er nu zo heel veel moeite voor heb gedaan om ze van elders te betrekken betwijfel ik. Het was veel meer een mooie gedachte dat er iets verschrikkelijk lekkers bestond, dat alleen ik kende. Welliswaar niet van smaak, maar toch van naam. Mijn dorpsgenoten lazen geen Pilote! Wisten zij veel… (Wist ik veel?!)

Het heeft nog jaren geduurd voordat ik La Vache qui rit voor het eerst proefde. En dat de blokjes nu zoveel beter smaakten dan het Nederlandse equivalent durf ik niet te beweren. Maar de betovering bleef. Kwestie van een overdosis nostalgie. Ik heb daarna alle kaaspuntjes afgezworen. Ik bezondig me alleen nog aan die Lachende Koeien.

De kaas is ontwikkeld in de Comté, zo rond 1921. Het was de eerste echte smeerkaas ooit! De illustratie op het van oorsprong spanen doosje is van Benjamin Rabier en stamt uit 1922. Intussen wordt de kaas over de hele wereld geproduceerd. En in allerlei vormen. Maar die romige puntjes blijven voor mij toch de enige echte, vooral die met ham.

We hebben ze tegenwoordig nog zelden in huis, die kaasjes. Ik kan er namelijk niet afblijven en het gevaar dat ik me eraan vergrijp en me overeet is niet denkbeeldig. Gelukkig ontdekten de Kids van Eupotours de romige driehoekjes. Ik ga dan maar bij hen op bezoek en laat me mondjesmaat verwennen.

© paul

Guazetto di pesce e fagiolio (witvis met bonen en tomaten)…

Guazzetto di pesce e fagioli

Afgelopen najaar kocht ik een boek  van de Australische kookschrijfster en culinair uitgever Loukie Werle. De titel luidt: La Cucina della Mamma. Eronder staat dunnetjes gedrukt: De geheimen van Cucina Povera. Over de Italiaanse volkskeuken dus…

Het boek is mooi uitgegeven. Het is gebonden en omvat zo’n driehonderd pagina’s. De recepten zijn traditioneel, relatief eenvoudig, gemakkelijk na te koken en allemaal prima betaalbaar, naar het Romeinse credo: Più se spenne e pejo se magna. (Hoe meer je uitgeeft, hoe slechter je eet…)

Overdadig, paginagroot fotowerk van Alan Benson. Meestal vind ik een veelvoud aan foto’s zonde van de ruimte. Schrijf maar wat meer over eten denk ik dan, de plaatjes maak ik zelf wel. Maar in dit geval ben ik blij dat er gekozen is voor veel fotoruimte. Het levert schitterende prenten op. Het concept van de vormgeving is: linker pagina het recept, rechter pagina de foto. Dat maakt het boek ook een beetje tot een salontafelboek, maar ik ben er verguld mee.

Er zijn van die combinaties die ik niet verzonnen krijg. Een gerecht van bonen en vis bijvoorbeeld, het kwam nooit in me op. Terwijl, wanneer je er over nadenkt, het helemaal niet zo raar hoeft te zijn. Ik vond een recept van vis met bonen in La Cucina della Mamma. Ik paste het wat aan, omdat ik slechts voor ons tweeën zou koken en het oorspronkelijk recept voor vier personen geschreven is.

  • 300 gram gefileerde schelvis,
  • 200 gram kerstomaatjes,
  • 250 gram (gekookte) cannellinibonen,
  • 150 ml droge witte wijn,
  • 2 tenen knoflook,
  • een gesnipperd vers pepertje,
  • olijfolie,
  • verse platte peterselie,
  • peper en zout.

Verhit de olie en bak daarin de knoflook even aan, bij matig vuur. Voeg dan het pepertje, de gehalveerde tomaatjes en de wijn toe en laat alles een goede tien minuten pruttelen. Voeg dan de bonen toe en laat het geheel nog eens vijf minuten gaan, niet te hard, anders koken de bonen stuk. Maak af met zout en peper en een deel van de gekate peterselie.. De in brokken gesneden vis mag er nu bij. Laat de ingrediënten nog een goede tien à vijftien minuten gaan, totdat de vis gaar is. Heet opdienen in diepe, voorverwarmde borden. Strooi de rest van de peterselie over het gerecht. Voor ieder een partje citroen en een paar sneden geroosterd brood.

  • Door de witte wijn en de tomaatjes wordt je gerecht nogal nat. Het is tussendoor een beetje goochelen met de hitte onder je pan om de zaak in te laten koken, maar zodanig dat het niet droog wordt. Dat lukt best, maar je moet er wel bij blijven. De bedoeling is dat je een ingedikte tomatensaus overhoudt.
  • De smaak van de saus is uiteraard afhankelijk van de tomaten die je gebruikt. Die kerstomaatjes (cherrytomaten) zijn ideaal vanwege het zoet en het zuur wat ze afgeven aan de saus.
  • Beter zou zijn om zelf bonen te koken, maar daarvoor ontbrak me tijd en voorbereiding, ik gebruikte bonen uit blik. Ik koos voor cannellinibonen van Bonduelle. Ze waren stevig en smakelijk.
  • Ik nam schelvis voor dit recept omdat ik die nog had liggen. Elke witvis is echter te gebruiken, dat snap je wel.
  • We dronken er een glas Gewürztraminer bij. Een Pinot gris of blanc zou beter zijn  geweest.

© paul