Soep, soep, broodjes, pasteitjes en bier! Veel bier…

_DSF3677

Ach lieve lezers, wij laten jullie in de steek. Wij schrijven te weinig… er komen geen nieuwe verhalen en recepten… Dat heeft allerlei redenen, teveel om hier op te noemen. Maar toch voor alle trouwe  lezers : het gaat goed met ons! Wij kijken terug op een prachtige Carnaval. En Carnaval hier in ons Brabantse dorpje is niet niks. Wij zijn moe, uitgeput, vertonen alle verschijnselen van ouderdom die bij onze leeftijd past, maar we hebben genoten ! Van de muziek, van elkaar, de vriendschap. Samen met vrienden en familie was het weer een prachtig feest! Het Heintje Davidscollectief speelde de sterren van de hemel in onze huiskamer. Nu zou ik iets culinairs moeten schrijven maar ik weet eigenlijk niet meer hoeveel pannen soep ik gemaakt heb en wat er allemaal precies in die soep zat… De recepten komen nog, nu alleen een hartelijke dank voor alle lieve mensen die dit jaar ook weer met ons samen het Gemertse carnaval tot een geweldig feest maakten.

Twaalfeneenhalf jaar…

 

Chablis 1er Cru, 2015...

‘t Is dat Marleen ons via de digitale weg liet weten dat het Ministerie van Eten en Drinken twaalfeneenhalfjaar bestaat. Vandaag, op deze eigenste dag, de vijfde februari anno domini 2018…

Zonder haar opmerkzaamheid (middels een kattebelletje, geheugensteuntje, digitale post-it, kladblaadje) zou dat heuglijk feit volkomen aan ons voorbij zijn gegaan. Schande toch…

Marleen stond vanmiddag op de stoep met een gepast cadeautje voor het Jubilerend Instituut, maar we waren er even niet… Ze toog onverrichterzake weer huiswaarts… (Enfin, we maken het morgen wel goed.)

Evengoed is deze mijlpaal mogelijk een goed ogenblik om weer eens aan het schrijven te geraken. Want daarmee is het naatje-pet de laatste tijd, dat had je al wel gemerkt lezer.

Weinig lust, weinig inspiratie en weinig tijd. Het zijn uiteindelijk dooddoeners, maar het zij zo, het komt er gewoonweg niet van…

Enfin, we richtten dan toch maar een klein feestje in voor onszelf. En onder het genot van zeebanket en een uitstekende Chablis beloofden we elkaar dat we er weer vol tegenaan gaan. (Herinner ons er even aan lezer, wanneer we onze belofte niet nakomen…)

Ellen-Paul.

Hoe zat het met het Kerstmenu?..

Het menu...

Hoe zat het nou met dat Kerstmenu? Verschillende lezers vroegen er bij herhaling om en ik voel me verplicht te antwoorden. Maar ook omwille van de archief-functie van deze website dien ik het menu te beschrijven; we gingen in het verleden wat al te lichtzinnig om met het archiveren van die Feestmaaltijden en vaak waren er ook geen geschikte foto’s. Slechts met kunst en vliegwerk, oude menukaarten en het herinneringsvermogen van de vrienden en vriendinnen valt een en ander van vroeger jaren te reconstrueren, en soms lukt het in het geheel niet! Vandaar…

De lettertjes op de foto zijn nauwelijks te lezen. Met wat internetgestunt zou je de foto op kunnen blazen zodat de tekst duidelijker wordt, maar dat gedoe wil ik je niet aandoen lezer. Ik tik het menu wel uit…

 

Gravlax met mierikswortelsaus.

Heldere bouillon met verse tuinkruiden.

Gekonfijte eendenbout met rode portsaus.

Aardappelpuree, Rode kool met cassis, Spruitjes met amandelen, Kerstpeertjes.

Drie rauwmelkse kazen en Muskaatdruiven.

Chocolademouse.

Kop espresso en diverse spiritualiën.

De basis van het Gravlax-recept was biologische zalm, gekweekt ergens in de Atlantische oceaan. We kochten hem bij onze vaste vishandelaar op Helmond markt. Het oorspronkelijk recept kwam van de Engelse BBC-kok Rick Stein en Ellen paste een en ander aan aan haar eigen smaak en goesting. De rauwe zalm mocht achtenveertig uur marineren en was na die tijd zacht, gaar en heel smakelijk. De saus van vers geraspte mierikswortel, kruiderij en room mocht geruime tijd rijpen zodat de smaken zich konden zetten.

De bouillon werd getrokken van biologische leghennen uit Friesland. Geweldige kippen zijn dat. Als leverancier van snel-snel-filetjes zijn ze niet geschikt. Maar voor soep en stoof zijn de dames subliem. De verse kruiderij bestond voor een belangrijk deel uit kervel.

Je zou je eendenpootjes zelf kunnen konfijten, we hebben het wel eens gedaan. Dat garen van die pootjes in eenden- of ganzenvet is echter nogal wat werk en het vergt tijd. Maar er wordt prima kant-en-klaar gekonfijt vlees aangeboden in de levensmiddelenhandel wisten we uit ervaring. We besloten tot de gemakkelijke optie en kochten ons vlees gegaard en gebruiksklaar in. Ze kwamen uit de Sud-Ouest, die pootjes, het zuidwesten van Frankrijk.

Een klassieke zondagse aardappelpuree werd erbij geserveerd (aardappel, boter, room, ei, nootmuskaat).  Verder kwamen er nog spruiten op tafel; eenvoudig gekookt, bedropen met boter en bestrooid met geroosterde amandelen. Simpel maar effectief.

De rode kool was geschonken goed. Onze groenteboer op Helmond markt vond dat we al genoeg aan groenten hadden ingekocht en buiten dat was hij toe aan zijn rol als Kerstman. Hij had voor elke vaste klant wel een kadotje, ons schonk hij twee koolkoppen van elk vier kilo. Bij het afscheid riep hij nog vaderlijk na: Pas bij het raspen op voor uw vingers, vrouwke… Enfin, schoongemaakt leverden die twee giganten een teil van zes kilo rode kool. Veel te veel natuurlijk, maar geen nood. De restanten werden verpakt in handzame plastic bakjes en eenieder die wilde kon een portie mee naar huis nemen. Het overschot vond gretig aftrek. Ellen zal de kool nog beschrijven, dat was-ie dubbel en dwars waard.

De peertjes vormen een apart hoofdstuk, Ellen zal ze nog beschrijven. Wilde Giezerman, zo heten die stoofpeertjes De taak die Ellen zichzelf stelde was dat ze als geen ander de eend konden begeleiden en tegelijk herinneringen op zouden roepen aan een klassieke (lees Engelse) kerst. Gestoofd in een vloeistof van port, rode wijn en crème de cassis met smaakmakers als vanille, steranijs, kaneel en suiker. Het resultaat was ernaar…

De rauwmelkse kazen kwamen van de betere affineur. Er was Brie-de-Meaux uit L’Îles de France, een gerijpte bergkaas uit de Franche-Comté en een pittige blauwschimmelkaas uit hartje Frankrijk. Allemaal AOC-kazen, allemaal ongepasteuriseerd, stevig, vol en uitgesproken van smaak. Simpele schijfjes stokbrood erbij. Geen opdringerige crackers, vijgenbroden of andere knutsels. Het ging om de kaas… Muskaatdruiven, die mochten erbij, en voor de liefhebber een walnoot. Op het laatste moment werd er nog een brok getruffeerde Brillat Savarain aan de plank(en) toegevoegd. Zo’n heerlijk zacht en wollig kaasje, geurend naar een bospad in de late natte herfst. Enfin…

De chocolademousse was klassiek. Ellen had best een andere toespijs gewild, maar de goegemeente is zo verslingerd aan dit toetje dat ze zwichtte voor de talloze smeekbeden. Chocolademousse moest het worden.

Naast de espresso (van bonen van Cook & Boon) serveerden we ook potten thee. Daarbij: Cognac, Armagnac, Port, Cointreau.

De maaltijd werd besproeid met… Het is een gekende uitdrukking, maar toch ook een rare. Want je denkt toch niet dat we met z’n allen een beetje gingen zitten sproeien met onze nobele wijnen? Nee hoor, we dronken met eerbied (en later op de avond een pietsje gulzig). Witte wijn uit Bourgondië, een Hautes-Côtes de Beaune van het wijnhuis Bouchard Aîné & Fils, jaargang 2015. En voor bij de eend een rode wijn, min of meer uit de buurt van herkomst: een stevige Corbières uit 2014, Les Hautes Castelmaure.

Voor de liefhebbers lagen er Speciaalbieren koud en voor een enkeling een pijpje Bavaria. En dat was het dan wel…

Terwijl wij met z’n allen genoten van de maaltijd waren we life getuige van de bereiding van een Linzenschotel, in Manchester, daar in het noorden van het Verdorven Albion. Maar daarover later…

© paul

Gelukkig Nieuwjaar…

Van Marleen...
Het jaar is alweer twee dagen oud, wat gaat de tijd snel…

Terugblikken op het voorbije jaar zou een goede gewoonte zijn, maar we gaan dat nu niet doen. En de toekomst voorspellen is dan wel een aardig tijdverdrijf, uiteindelijk levert ook dat niet veel op.

Maar zoveel is zeker: Ik maak aanspraak op mijn pensioen, is het niet in augustus, dan toch zeker vanaf september van dit jaar. En ook Ellen denkt er sterk over om haar pabo-lier aan de wilgen te hangen. Het is mooi geweest…

En zoveel is zeker: we zullen Bourgondië bezoeken, is het niet in het voorjaar, dan toch zeker in het najaar. Maar liefst allebei.

En zoveel is zeker: we blijven deze website vullen met verhaaltjes, recepten, gedachten.

En zoveel is zeker: wij wensen jullie allemaal een goed en voorspoedig 2018 toe.

Gelukkig Nieuwjaar.

Ellen Paul

 

 

Kerstmaal 2017…

Afwas...
Om nou te spreken van een writer’s block doet een beetje pretentieus aan, maar op de een of andere manier kwam het er gewoonweg (en voor lange tijd) niet van om hier te publiceren. Enfin, laat ik een poging doen om de artikelenstroom weer wat op gang te brengen…

Het Kerstdiner is klaar! Dat wil zeggen, in concept is het klaar. De recepten zijn uitgeschreven, de hoeveelheden ingrediënten berekend en de tijdplanning voor de bereidingen klopt.

Vandeweek  schaften we de eerste (langer houdbare) zaken aan en deze ochtend scharrelden Jeanne en Ellen de bulk van de ingrediënten voor de diverse gerechten bij elkaar. Straks slaan we de versspullen in op de Zaterdagmarkt in Helmond en daarna kan de eerste kooksessie beginnen.

Zoals ieder jaar ontvangen we een hoop gasten; met z’n achttienen zijn we dit maal. En om iedereen een fatsoenlijk plaatsje aan tafel te verschaffen dient de woonkamer te worden verbouwd. Ellen en ik hebben daar evenwel nauwelijks omkijken naar.

Zoals elk jaar werkt Marleen schema’s uit waarin aangegeven wordt wat van wie verwacht wordt: wie poetst het zilver, wie verplaatst de kerstboom, wie ruimt de woonkamer uit en wie ruimt de woonkamer in. Wie haalt tafels op en wie de stoelen, wie stofzuigt er en wie slingert een dweil over de vloer. En dan in een later stadium: wie wast er af, wie ruimt er op, wie verhuist de spullen weer terug naar de plaats van herkomst en wie richt onze woonkamer weer terug in, zodat het Tweede Kerstdag lijkt alsof er niets gebeurde in de afgelopen dagen. Het werkt prima, zo’n schema. Nagenoeg alle gasten zijn op een of andere manier betrokken bij de werkzaamheden, maar omdat de verdeling gespreid is kost het eenieder slechts een beetje van zijn of haar tijd. En Ellen en ik hebben alle ruimte en tijd om ons om het eten te bekommeren.

De bereiding van de maaltijd houden we traditiegetrouw bij onszelf. Dat werkt veel beter dan allerhand volk een taakje geven. Je moet dan namelijk ook eenieder voortdurend aansturen, en uiteindelijk doe je toch alles zelf. Wel rekenen we (ook dat is traditie) op Julia. Zij is onze steun en toeverlaat achter de kookpotten, en dat al járen…

Hoe het Kerstdiner is samengesteld blijft nog even geheim. Ik zou het je best willen vertellen, maar onze gasten lezen de artikelen op dit weblog ook, en dan zou de verrassing er dus af zijn. Het komt nog wel lezer, het komt nog wel.

Voor nu een gepaste groet vanaf het Ministerie en veel succes toegewenst met de bereiding van je Kerstdiner.

© paul

Fratello & Sorella; Met tonijn gevulde minipaprika’s.

Peperoni ripieni di tonno...Ik schreef hier al eerder over Frans en Karin van Munster, zij hadden een rubriek in Vrij Nederland waarin ze van gedachten wisselden over eten in Italie. Ik maakte regelmatig een van de in deze rubriek beschreven recepten. Ik was dus ook meteen enthousiast toen ik zag dat de correspondentie tussen broer en zus nu ook in boekvorm te koop is. “Fratello & Sorella, over Italië, koken en lekker eten” is de titel van dit aardige boekje. Broer Frans schrijft vanuit Puglia naar zijn zus in Nederland. Ze wisselen vragen over eten en recepten uit en het leest als een roman. Heerlijk te lezen in deze donkere dagen over grote feesten, varkens die geslacht en keurig verwerkt worden, de olijvenpluk en ga zo maar door. Het boek is opgedeeld in de maanden van het jaar, dus kook je mooi met de seizoenen mee. Van harte aanbevolen dit boek! Ik maakte meteen maar één van de recepten: met tonijn gevulde minipaprika’s, een smakelijke anti pasta. Helemaal precies een recept volgen doe ik zelden dus ongeveer zoals in het boek staat.

  • 1 blikje tonijn(of andere vis, makreel, sardientjes, zie maar)
  • ongeveer 10 minipaprikaatjes
  • 2 sneetjes wit brood, zonder korst
  • 4 ansjovisfilets, fijngehakt
  • 2 tenen knoflook, fijngesnipperd
  • een handvol gehakte platte peterselie
  • 2 eetlepels kappertjes, fijngehakt
  • 1 eidooier
  • 1 handjevol olijven zonder pit, fijngehakt

Verhit de oven tot 170 graden.Was de paprika’s, snijd het kapje met het steeltje er af en haal de zaadjes er uit. Blancheer de paprika’s ongeveer 5 minuten in gezouten water en spoel ze dan af onder koud water. ...
Maak de sneden brood nat met wat water en verkruimel ze. Doe het brood in een kom en voeg de uitgelekte tonijn er bij. Prak de ingrediënten met een vork en roer er dan de kappertjes, ansjovis, peterselie, olijven, knoflook en de eidooier door. Meng alles goed door elkaar. Je kunt een keukenmachine gebruiken en alles heel fijn malen, je kunt het ook wat grover houden. Ik prefereer een wat grovere vulling waar nog wat herkenbare stukjes in te zien zijn. Vul de paprika’s met het mengsel, leg het kapje er op en leg ze in een ovenschaal. Zet de schaal in de oven en laat de paprikaatjes in ongeveer 40 minuten goudbruin en zacht worden.

Lekker met een glas witte wijn.

Fratello & Sorella. Frans en Karin van Munster. Prometheus, Amsterdam 2017. 9789044634082. € 22,50.

© ellen.

Het Ministerie is twaalf jaar geworden…

Crémantkurken...

Breng je de leeftijd van het Ministerie terug naar de menselijke maat dan mag je ervan uitgaan dat het Ministerie ergens in het afgelopen jaar de pubertijd is binnengegleden. Hoe dat in de toekomst uitpakt is voor ons een vraagteken. Tot nog toe hebben we er weinig van gemerkt, maar wat niet is kan nog komen.

Voorlopig heeft het Ministerie de twaalf jaren volgemaakt. Jaren waarin we nieuwe lezers hebben begroet en jaren waarin we van andere afscheid moesten nemen. Jaren waarin zo’n 3720 (drieduizendzevenhonderdtwintig) artikeltjes werden geschreven (én gelezen). Jaren waarin we alles bij elkaar een paar miljoen bezoekers trokken. Jaren waarin lezers lief en leed met ons deelden.

Met name de laatste tijd wordt er aanmerkelijk minder gereageerd op de website. Dat komt doordat nogal wat lezers ons bereiken via Facebook en daar dan hun reacties achterlaten. Evengoed stegen onze bezoekersaantallen door de jaren naar ruim 800 lezers per dag. Lezers die daadwerkelijk een of meerdere pagina’s openklappen (want anders kan onze telmachine ze niet zien). Bedenk daarbij dat een hoop lezers slechts nu en dan langs komen en je kunt het totale bereik aan bezoekers met tig vermenigvuldigen. En op zo’n aantal bezoekers zijn we trots.

Door de jaren heen zijn we wat minder gaan schrijven. Twee, drie artikeltjes per dag, zoals in het begin, is niet vol te houden en het is de vraag of het zinvol is. Voor korte eet- en drinkberichtjes is Facebook een veel beter medium. Wij houden het op de website dan ook op meer uitgebreide artikelen, maar wel minder. En intussen vallen we  regelmatig in herhaling, ook daar ontkomen we niet aan. Maar een degelijke steekproef onder onze bezoekers leerde dat men daar als lezer geen enkele last van heeft. Een pak van ons hart, want het blijkt niet mogelijk om twaalf lange jaren altijd origineel te zijn.

De nieuwsgierige lezer heeft intussen natuurlijk het eerste-artikel-ooit van het Ministerie opgezocht en ziet als aanvangsdatum 3 augustus 2005 staan. Dat is geen vergissing maar een ingeslopen fout buiten onze schuld om. En die fout is niet meer te herstellen zonder de beginartikelen te verminken. Hoe dat technisch allemaal in elkaar steekt weet ik niet, en dat wil ik graag zo houden. Feit is dat het Ministerie haar eigen aanvang antidateert. Enfin, het zij zo.

Wat de toekomst brengt kan niemand weten. Het Ministerie kan slechts beloven haar best te blijven doen, noest door te schrijven en naar behoren te publiceren. En intussen vieren we een klein feestje. Champagne wil er niet aan te pas komen. Maar een mooie fles Crémant zal het toch moeten ontgelden. Een uit Bourgogne, mogelijk uit de Loirestreek of misschien wel uit Luxemburg. De keuze is nog niet gemaakt.

Wees gegroet lezer, namens Ellen en Paul!

© paul

 

Fijne Paasdagen…

fiGekleurde eieren met plantenmotief, Pasen 2017...

Met de traditionele Paasbrunch wordt het niks dit jaar. Dat is spijtig, heel spijtig, maar het is niet anders. Ik vervul namelijk plichten jegens mijn broodheer, en die plichten vervul ik ‘s nachts. Ergo: ik moet overdag slapen. En kon ik in vroeger dagen mijn nachtdiensttaken moeiteloos combineren met een copieuze maaltijd en een bescheiden drinkgelag met familie en vrienden, nu is dat ondenkbaar. Ik ben er te oud voor geworden, het put me uit. Enfin, het schrijden der jaren eist zijn tol. (Maar wees gerust familie en vrienden, er komen nog andere jaren zonder nachtdienst!)

Dit jaar richtte Ellen een bescheiden ontbijt aan. Ik had daar in het geheel niet op gerekend, maar toen ik thuiskwam van mijn werk zat Ellen al in vol ornaat aan de gedekte dis. Er was gerookte zalm, fijn rundvlees en er waren uitgelezen kazen. Bussenbrood met sesam, matses en vijgenbrood erbij, goei boter en dille- en dragonsauzen. Frisse salades ook met tomaten en komkommer. Ach, te veel, veel te veel…

En dan natuurlijk die eieren. Ellen had ze in de voorgaande nacht nog even geschilderd en gedecoreerd naar beproefd traditioneel recept. Ze kreeg het recept van Meneer Fisch, onze stokoude Luxemburgse drankstoker. Toen hij Ellen het geheim van de paasdecoraties verklapte kreeg hij blosjes op z’n bejaarde wangen: Man macht das mit Damenunterwäsche…

Wil je weten hoe het gaat, klik dan even naar onderstaande link. Het is beslist geen geheim, het is simpel te doen en het levert op. Gebruik wel een goede kwaliteit verf en ragfijne kousen…

Enfin lezer, ik heb intussen een paar glazen champagne gedronken (ook traditie) en het wordt zo zoetjes aan tijd om mijn bed op te zoeken. Ellen wil de rest van de dag lezen: John Irving, Herman Koch en nog een en ander. (Ellen leest razend snel…)

Namens het voltallige personeel van het Ministerie: Fijne Paasdagen

© paul

Middagje Westvleteren…

Westvleteren...

Eerst even dit: zes pensionado’s (of dan toch voor sommigen bijna-pensionado) proberen een afspraak te maken voor een nuttig en aangenaam samenzijn gedurende een middag en een avond. Dat blijkt helemaal niet zo simpel. Voor men het weet is men maanden verwijderd van de datum waarop men gezamenlijk de agenda trok. Kleinkinderen, hobby’s, vrijwilligerswerk en kleine verplichtingen aan de broodheer eisen hun tol. De vermeende vrijheid van de pensionado is ver te zoeken.

Iets dergelijks overkwam ons laatst weer eens. Al voor de Jaarwissel was er een poging tot afspraak, begin april werd de belofte pas ingewisseld. Eigenlijk toch te gek voor woorden…

Hoe dan ook, op die zondagmiddag in april wandelden we in een stralend voorjaarzonnetje naar de woonst van Ans en Alex. We zouden er te gast zijn: Ellen en (andere) Ans, Vriend Jan en ondergetekende.

Afgezien daarvan dat het de hoogste tijd was om weer eens duchtig bij te praten, lief en leed te delen en het contact opnieuw strak aan te snoeren was er nog een reden voor het bezoek. Ans en Alex stelden het namelijk op prijs om een aantal van hun bieren met ons te delen, in het bijzonder die uit Westvleteren. Voorwaar een majestueus gebaar.

Zou je het bier van de Sint-Sixtusabdij uit Westvleteren niet kennen, dan duidt dat op een hiaat in je culinaire bagage, een hiaat zo groot als het gat in de ozonlaag boven de poolcirkel. Laat ik je verklappen dat het door de ware bierliefhebbers van rond de hele wereld wordt geduid als het beste bier ooit… (En ik ben het daar volmondig mee eens.) Dat vloeibaar goud uit West-Vlaanderen doet harten sneller kloppen en bierdrinkers verliefd zwijmelen. De geur, de kleur, de smaak…

Het bier is zo gewild bij de liefhebbers dat men in verre buitenlanden kapitalen neertelt voor een enkel flesje, een krat is nauwelijks te betalen. Enfin lezer, ik ga er binnenkort over schrijven, en misschien kan ik je dan doen begrijpen waarom ik lyrisch wordt wanneer ik het heb over dat bier.

We dronken het bier in stille eerbied; allee, toch in ieder geval het eerste glas. De volgende glazen brachten het gesprek in een versnelling. Ook het edele Westvleteren kende zijn kracht als spraakwater. Smaken bleef het bier evenwel als Hemelwater. Alleen Ellen deed niet mee. Zij hield het bij witte wijn en sloeber uit Schiedam. Ze voelde zich verplicht om beleefd af te slaan. Je moet een niet-liefhebber niet verplichten om mee te delen in kostelijkheden die toch niet worden gewaardeerd. Dat is doodzonde…

De zalige middaguren slopen stiekem de avond in, het werd donker. Met een schok werd ik me bewust van de ruime tijdspanne die we intussen rond de grote tafel hadden doorgebracht. En gegeten hadden we intussen ook.

Er was brood en er waren wereldkazen, worsten ook en zuurwaren, groentjes en fruit. En gekruide smeersels stonden op tafel, waarvan de pesto van daslook de kroon spande. Ik moet Ans snel het recept vragen, het daslook is bijna over z’n hoogtepunt en ik wil die pesto toch nog dit voorjaar maken. Enfin, ook daar zul je snel wat van horen…

Het was intussen écht donker en we zouden huiswaards keren. We keken terug op een middag (en avond) zoals er te weinig zijn. Bij het afscheid kreeg Ellen nog een boek ten geschenke in handen gedrukt: Biergastronomie uit de Westhoek. Een kookboek, geschreven rond de bieren van de (Vlaamse) Westhoek en de recepten van chefkok Stefaan Couttenye.

Inmiddels hebben we dat boek uitgeplozen. En de opgedane kennis biedt alle voorwaarden voor een bierovergoten diner voor het volk van deze aprilzondag. Moeten we wel weer agenda’s trekken. En je wet lezer, het kost pensionado’s kruim om een gedegen afspraak te maken, zeker op korte termijn…

© paul

 

Oesters Rockefeller

oesters RockefellerVeel mensen eten op zondag iets extra lekkers. Omdat Paul regelmatig op zondag moet werken verleggen wij ons weekend soms wat. Zo kunnen er hier op een doodgewone maandag opeens oesters op tafel staan om alsnog het weekend te vieren. We bezochten de Sligro en vonden prachtige Label Rouge oesters, tegen ook nog eens een mooi prijsje. Paul wilde ze graag gegratineerd eten en ik ging op zoek naar een klassiek recept. Dan kom je uit bij Oesters Rockefeller. Eén van de meest gezochte recepten ter wereld wordt er beweerd. Zo’n veel gezocht recept gaat dan natuurlijk een geheel eigen leven lijden. Niemand weet precies hoe het nu echt klaargemaakt moet worden en iedereen geeft er een eigen draai aan.

Het is wel bekend wie het recept uitgevonden heeft. Dat zit zo; We gaan even terug naar 1850, naar Antoine Caciatore, Fransman van geboorte. Hij was de eigenaar van “Antoines Restaurant” in New Orléans. Eén van de beroemde gerechten op zijn kaart waren Bourgondische slakken. Mensen kwamen van heinde en verre om de beroemde slakken te proeven. In 1899 nam zoon Jules Caciatore de zaak over. Hij erfde het recept van vader Antoine en serveerde de slakken zoals zijn vader het deed. Tot er opeens een schaarste aan slakken was. Jules besloot een gerecht te maken dat net zo spannend en geliefd zou worden bij de klanten maar nu iets met lokale producten. Oesters, die zijn er daar genoeg! Dat werd het dus. Oesters, gegratineerd. Met wat kruiden, wat groente, wat broodkruim en een drupje Pastis. Een van de eerste klanten die het gerecht voorgeschoteld kreeg koppelde meteen de naam aan het gerecht. Hij zei: “Oh Jules, wat is dit een rijk gerecht, rijker dan Rockefeller!” Tja, zo zat dat dus volgens de overleveringen. De overleveringen vertellen ook dat Jules het recept nooit prijsgegeven heeft. Het is een goed bewaard geheim. Maar ja, echt moeilijk gokken is het niet om de juiste ingrediënten bij elkaar te zoeken en er een recept van te maken. De hoeveelheden kunnen wat verschillen, de Pastis (het merk kan al verschil geven) en sommige mensen beweren dat Jules in plaats van spinazie waterkers gebruikte… Soms wordt er echt een saus gemaakt door de groenten en kruiden te pureren in de blender, soms wordt alles alleen fijngehakt… Soms gebruikt men verkruimelt uitgebakken spek, soms ook helemaal niet… Och het zal wat… Mijn versie:

  • 12 oesters
  • 4 plakjes spek, krokant gebakken. even laten uitlekken en verkruimelen
  • 3 eetlepels boter
  • 150 gram fijngehakte spinazieblaadjes
  • 1 eetlepel fijngehakte lente-ui
  • 1 eetlepel fijngehakte platte peterselie
  • 1/2 eetlepel fijngehakte selderie
  • flink wat druppels Tabasco
  • een koffielepel Ricard
  • 3 eetlepels broodkruim
  • 500 gram grof zeezout

Verwarm de gril van de oven voor op 220 graden. 

Open de oesters en snijd ze los. Leg ze zonder het vocht in de bolle kant van de schelp. Verdeel het zout over een bakblik. Het moet een dikke laag zijn waarin je de schelpen stabiel kunt neerzetten.

Kiep de andere helft van de schelp onder de druivenstruiken, ze geven mooi wat kalk af en staan decoratief. oesters openen

Verwarm de boter in een sauspan en sauteer daarin de spinazie en de kruiden. Voeg Tabasco naar smaak toe en het spek en broodkruim. Laat alles even sudderen tot je een mooi massa hebt. Schep het groentenmengsel op de oesters en zet het blik in de voorverwarmde oven. Gratineer de oesters tot ze bubbelen. Reken op ongeveer 7 tot 10 minuten. Zet het blik met de oesters zo op tafel. Garneer met wat citroenschijfjes. Wij dronken er een mooi glas Sauterne bij. Rijk, heel rijk…

Misschien wel een ideetje voor de Pasen?

Kopje espresso toe!

© ellen.