Fratello & Sorella; Met tonijn gevulde minipaprika’s.

Peperoni ripieni di tonno...Ik schreef hier al eerder over Frans en Karin van Munster, zij hadden een rubriek in Vrij Nederland waarin ze van gedachten wisselden over eten in Italie. Ik maakte regelmatig een van de in deze rubriek beschreven recepten. Ik was dus ook meteen enthousiast toen ik zag dat de correspondentie tussen broer en zus nu ook in boekvorm te koop is. “Fratello & Sorella, over Italië, koken en lekker eten” is de titel van dit aardige boekje. Broer Frans schrijft vanuit Puglia naar zijn zus in Nederland. Ze wisselen vragen over eten en recepten uit en het leest als een roman. Heerlijk te lezen in deze donkere dagen over grote feesten, varkens die geslacht en keurig verwerkt worden, de olijvenpluk en ga zo maar door. Het boek is opgedeeld in de maanden van het jaar, dus kook je mooi met de seizoenen mee. Van harte aanbevolen dit boek! Ik maakte meteen maar één van de recepten: met tonijn gevulde minipaprika’s, een smakelijke anti pasta. Helemaal precies een recept volgen doe ik zelden dus ongeveer zoals in het boek staat.

  • 1 blikje tonijn(of andere vis, makreel, sardientjes, zie maar)
  • ongeveer 10 minipaprikaatjes
  • 2 sneetjes wit brood, zonder korst
  • 4 ansjovisfilets, fijngehakt
  • 2 tenen knoflook, fijngesnipperd
  • een handvol gehakte platte peterselie
  • 2 eetlepels kappertjes, fijngehakt
  • 1 eidooier
  • 1 handjevol olijven zonder pit, fijngehakt

Verhit de oven tot 170 graden.Was de paprika’s, snijd het kapje met het steeltje er af en haal de zaadjes er uit. Blancheer de paprika’s ongeveer 5 minuten in gezouten water en spoel ze dan af onder koud water. ...
Maak de sneden brood nat met wat water en verkruimel ze. Doe het brood in een kom en voeg de uitgelekte tonijn er bij. Prak de ingrediënten met een vork en roer er dan de kappertjes, ansjovis, peterselie, olijven, knoflook en de eidooier door. Meng alles goed door elkaar. Je kunt een keukenmachine gebruiken en alles heel fijn malen, je kunt het ook wat grover houden. Ik prefereer een wat grovere vulling waar nog wat herkenbare stukjes in te zien zijn. Vul de paprika’s met het mengsel, leg het kapje er op en leg ze in een ovenschaal. Zet de schaal in de oven en laat de paprikaatjes in ongeveer 40 minuten goudbruin en zacht worden.

Lekker met een glas witte wijn.

Fratello & Sorella. Frans en Karin van Munster. Prometheus, Amsterdam 2017. 9789044634082. € 22,50.

© ellen.

Het Ministerie is twaalf jaar geworden…

Crémantkurken...

Breng je de leeftijd van het Ministerie terug naar de menselijke maat dan mag je ervan uitgaan dat het Ministerie ergens in het afgelopen jaar de pubertijd is binnengegleden. Hoe dat in de toekomst uitpakt is voor ons een vraagteken. Tot nog toe hebben we er weinig van gemerkt, maar wat niet is kan nog komen.

Voorlopig heeft het Ministerie de twaalf jaren volgemaakt. Jaren waarin we nieuwe lezers hebben begroet en jaren waarin we van andere afscheid moesten nemen. Jaren waarin zo’n 3720 (drieduizendzevenhonderdtwintig) artikeltjes werden geschreven (én gelezen). Jaren waarin we alles bij elkaar een paar miljoen bezoekers trokken. Jaren waarin lezers lief en leed met ons deelden.

Met name de laatste tijd wordt er aanmerkelijk minder gereageerd op de website. Dat komt doordat nogal wat lezers ons bereiken via Facebook en daar dan hun reacties achterlaten. Evengoed stegen onze bezoekersaantallen door de jaren naar ruim 800 lezers per dag. Lezers die daadwerkelijk een of meerdere pagina’s openklappen (want anders kan onze telmachine ze niet zien). Bedenk daarbij dat een hoop lezers slechts nu en dan langs komen en je kunt het totale bereik aan bezoekers met tig vermenigvuldigen. En op zo’n aantal bezoekers zijn we trots.

Door de jaren heen zijn we wat minder gaan schrijven. Twee, drie artikeltjes per dag, zoals in het begin, is niet vol te houden en het is de vraag of het zinvol is. Voor korte eet- en drinkberichtjes is Facebook een veel beter medium. Wij houden het op de website dan ook op meer uitgebreide artikelen, maar wel minder. En intussen vallen we  regelmatig in herhaling, ook daar ontkomen we niet aan. Maar een degelijke steekproef onder onze bezoekers leerde dat men daar als lezer geen enkele last van heeft. Een pak van ons hart, want het blijkt niet mogelijk om twaalf lange jaren altijd origineel te zijn.

De nieuwsgierige lezer heeft intussen natuurlijk het eerste-artikel-ooit van het Ministerie opgezocht en ziet als aanvangsdatum 3 augustus 2005 staan. Dat is geen vergissing maar een ingeslopen fout buiten onze schuld om. En die fout is niet meer te herstellen zonder de beginartikelen te verminken. Hoe dat technisch allemaal in elkaar steekt weet ik niet, en dat wil ik graag zo houden. Feit is dat het Ministerie haar eigen aanvang antidateert. Enfin, het zij zo.

Wat de toekomst brengt kan niemand weten. Het Ministerie kan slechts beloven haar best te blijven doen, noest door te schrijven en naar behoren te publiceren. En intussen vieren we een klein feestje. Champagne wil er niet aan te pas komen. Maar een mooie fles Crémant zal het toch moeten ontgelden. Een uit Bourgogne, mogelijk uit de Loirestreek of misschien wel uit Luxemburg. De keuze is nog niet gemaakt.

Wees gegroet lezer, namens Ellen en Paul!

© paul

 

Fijne Paasdagen…

fiGekleurde eieren met plantenmotief, Pasen 2017...

Met de traditionele Paasbrunch wordt het niks dit jaar. Dat is spijtig, heel spijtig, maar het is niet anders. Ik vervul namelijk plichten jegens mijn broodheer, en die plichten vervul ik ‘s nachts. Ergo: ik moet overdag slapen. En kon ik in vroeger dagen mijn nachtdiensttaken moeiteloos combineren met een copieuze maaltijd en een bescheiden drinkgelag met familie en vrienden, nu is dat ondenkbaar. Ik ben er te oud voor geworden, het put me uit. Enfin, het schrijden der jaren eist zijn tol. (Maar wees gerust familie en vrienden, er komen nog andere jaren zonder nachtdienst!)

Dit jaar richtte Ellen een bescheiden ontbijt aan. Ik had daar in het geheel niet op gerekend, maar toen ik thuiskwam van mijn werk zat Ellen al in vol ornaat aan de gedekte dis. Er was gerookte zalm, fijn rundvlees en er waren uitgelezen kazen. Bussenbrood met sesam, matses en vijgenbrood erbij, goei boter en dille- en dragonsauzen. Frisse salades ook met tomaten en komkommer. Ach, te veel, veel te veel…

En dan natuurlijk die eieren. Ellen had ze in de voorgaande nacht nog even geschilderd en gedecoreerd naar beproefd traditioneel recept. Ze kreeg het recept van Meneer Fisch, onze stokoude Luxemburgse drankstoker. Toen hij Ellen het geheim van de paasdecoraties verklapte kreeg hij blosjes op z’n bejaarde wangen: Man macht das mit Damenunterwäsche…

Wil je weten hoe het gaat, klik dan even naar onderstaande link. Het is beslist geen geheim, het is simpel te doen en het levert op. Gebruik wel een goede kwaliteit verf en ragfijne kousen…

Enfin lezer, ik heb intussen een paar glazen champagne gedronken (ook traditie) en het wordt zo zoetjes aan tijd om mijn bed op te zoeken. Ellen wil de rest van de dag lezen: John Irving, Herman Koch en nog een en ander. (Ellen leest razend snel…)

Namens het voltallige personeel van het Ministerie: Fijne Paasdagen

© paul

Middagje Westvleteren…

Westvleteren...

Eerst even dit: zes pensionado’s (of dan toch voor sommigen bijna-pensionado) proberen een afspraak te maken voor een nuttig en aangenaam samenzijn gedurende een middag en een avond. Dat blijkt helemaal niet zo simpel. Voor men het weet is men maanden verwijderd van de datum waarop men gezamenlijk de agenda trok. Kleinkinderen, hobby’s, vrijwilligerswerk en kleine verplichtingen aan de broodheer eisen hun tol. De vermeende vrijheid van de pensionado is ver te zoeken.

Iets dergelijks overkwam ons laatst weer eens. Al voor de Jaarwissel was er een poging tot afspraak, begin april werd de belofte pas ingewisseld. Eigenlijk toch te gek voor woorden…

Hoe dan ook, op die zondagmiddag in april wandelden we in een stralend voorjaarzonnetje naar de woonst van Ans en Alex. We zouden er te gast zijn: Ellen en (andere) Ans, Vriend Jan en ondergetekende.

Afgezien daarvan dat het de hoogste tijd was om weer eens duchtig bij te praten, lief en leed te delen en het contact opnieuw strak aan te snoeren was er nog een reden voor het bezoek. Ans en Alex stelden het namelijk op prijs om een aantal van hun bieren met ons te delen, in het bijzonder die uit Westvleteren. Voorwaar een majestueus gebaar.

Zou je het bier van de Sint-Sixtusabdij uit Westvleteren niet kennen, dan duidt dat op een hiaat in je culinaire bagage, een hiaat zo groot als het gat in de ozonlaag boven de poolcirkel. Laat ik je verklappen dat het door de ware bierliefhebbers van rond de hele wereld wordt geduid als het beste bier ooit… (En ik ben het daar volmondig mee eens.) Dat vloeibaar goud uit West-Vlaanderen doet harten sneller kloppen en bierdrinkers verliefd zwijmelen. De geur, de kleur, de smaak…

Het bier is zo gewild bij de liefhebbers dat men in verre buitenlanden kapitalen neertelt voor een enkel flesje, een krat is nauwelijks te betalen. Enfin lezer, ik ga er binnenkort over schrijven, en misschien kan ik je dan doen begrijpen waarom ik lyrisch wordt wanneer ik het heb over dat bier.

We dronken het bier in stille eerbied; allee, toch in ieder geval het eerste glas. De volgende glazen brachten het gesprek in een versnelling. Ook het edele Westvleteren kende zijn kracht als spraakwater. Smaken bleef het bier evenwel als Hemelwater. Alleen Ellen deed niet mee. Zij hield het bij witte wijn en sloeber uit Schiedam. Ze voelde zich verplicht om beleefd af te slaan. Je moet een niet-liefhebber niet verplichten om mee te delen in kostelijkheden die toch niet worden gewaardeerd. Dat is doodzonde…

De zalige middaguren slopen stiekem de avond in, het werd donker. Met een schok werd ik me bewust van de ruime tijdspanne die we intussen rond de grote tafel hadden doorgebracht. En gegeten hadden we intussen ook.

Er was brood en er waren wereldkazen, worsten ook en zuurwaren, groentjes en fruit. En gekruide smeersels stonden op tafel, waarvan de pesto van daslook de kroon spande. Ik moet Ans snel het recept vragen, het daslook is bijna over z’n hoogtepunt en ik wil die pesto toch nog dit voorjaar maken. Enfin, ook daar zul je snel wat van horen…

Het was intussen écht donker en we zouden huiswaards keren. We keken terug op een middag (en avond) zoals er te weinig zijn. Bij het afscheid kreeg Ellen nog een boek ten geschenke in handen gedrukt: Biergastronomie uit de Westhoek. Een kookboek, geschreven rond de bieren van de (Vlaamse) Westhoek en de recepten van chefkok Stefaan Couttenye.

Inmiddels hebben we dat boek uitgeplozen. En de opgedane kennis biedt alle voorwaarden voor een bierovergoten diner voor het volk van deze aprilzondag. Moeten we wel weer agenda’s trekken. En je wet lezer, het kost pensionado’s kruim om een gedegen afspraak te maken, zeker op korte termijn…

© paul

 

Oesters Rockefeller

oesters RockefellerVeel mensen eten op zondag iets extra lekkers. Omdat Paul regelmatig op zondag moet werken verleggen wij ons weekend soms wat. Zo kunnen er hier op een doodgewone maandag opeens oesters op tafel staan om alsnog het weekend te vieren. We bezochten de Sligro en vonden prachtige Label Rouge oesters, tegen ook nog eens een mooi prijsje. Paul wilde ze graag gegratineerd eten en ik ging op zoek naar een klassiek recept. Dan kom je uit bij Oesters Rockefeller. Eén van de meest gezochte recepten ter wereld wordt er beweerd. Zo’n veel gezocht recept gaat dan natuurlijk een geheel eigen leven lijden. Niemand weet precies hoe het nu echt klaargemaakt moet worden en iedereen geeft er een eigen draai aan.

Het is wel bekend wie het recept uitgevonden heeft. Dat zit zo; We gaan even terug naar 1850, naar Antoine Caciatore, Fransman van geboorte. Hij was de eigenaar van “Antoines Restaurant” in New Orléans. Eén van de beroemde gerechten op zijn kaart waren Bourgondische slakken. Mensen kwamen van heinde en verre om de beroemde slakken te proeven. In 1899 nam zoon Jules Caciatore de zaak over. Hij erfde het recept van vader Antoine en serveerde de slakken zoals zijn vader het deed. Tot er opeens een schaarste aan slakken was. Jules besloot een gerecht te maken dat net zo spannend en geliefd zou worden bij de klanten maar nu iets met lokale producten. Oesters, die zijn er daar genoeg! Dat werd het dus. Oesters, gegratineerd. Met wat kruiden, wat groente, wat broodkruim en een drupje Pastis. Een van de eerste klanten die het gerecht voorgeschoteld kreeg koppelde meteen de naam aan het gerecht. Hij zei: “Oh Jules, wat is dit een rijk gerecht, rijker dan Rockefeller!” Tja, zo zat dat dus volgens de overleveringen. De overleveringen vertellen ook dat Jules het recept nooit prijsgegeven heeft. Het is een goed bewaard geheim. Maar ja, echt moeilijk gokken is het niet om de juiste ingrediënten bij elkaar te zoeken en er een recept van te maken. De hoeveelheden kunnen wat verschillen, de Pastis (het merk kan al verschil geven) en sommige mensen beweren dat Jules in plaats van spinazie waterkers gebruikte… Soms wordt er echt een saus gemaakt door de groenten en kruiden te pureren in de blender, soms wordt alles alleen fijngehakt… Soms gebruikt men verkruimelt uitgebakken spek, soms ook helemaal niet… Och het zal wat… Mijn versie:

  • 12 oesters
  • 4 plakjes spek, krokant gebakken. even laten uitlekken en verkruimelen
  • 3 eetlepels boter
  • 150 gram fijngehakte spinazieblaadjes
  • 1 eetlepel fijngehakte lente-ui
  • 1 eetlepel fijngehakte platte peterselie
  • 1/2 eetlepel fijngehakte selderie
  • flink wat druppels Tabasco
  • een koffielepel Ricard
  • 3 eetlepels broodkruim
  • 500 gram grof zeezout

Verwarm de gril van de oven voor op 220 graden. 

Open de oesters en snijd ze los. Leg ze zonder het vocht in de bolle kant van de schelp. Verdeel het zout over een bakblik. Het moet een dikke laag zijn waarin je de schelpen stabiel kunt neerzetten.

Kiep de andere helft van de schelp onder de druivenstruiken, ze geven mooi wat kalk af en staan decoratief. oesters openen

Verwarm de boter in een sauspan en sauteer daarin de spinazie en de kruiden. Voeg Tabasco naar smaak toe en het spek en broodkruim. Laat alles even sudderen tot je een mooi massa hebt. Schep het groentenmengsel op de oesters en zet het blik in de voorverwarmde oven. Gratineer de oesters tot ze bubbelen. Reken op ongeveer 7 tot 10 minuten. Zet het blik met de oesters zo op tafel. Garneer met wat citroenschijfjes. Wij dronken er een mooi glas Sauterne bij. Rijk, heel rijk…

Misschien wel een ideetje voor de Pasen?

Kopje espresso toe!

© ellen.

1 April…

Afbeeldingsresultaat voor aprilvis

Alweer 1 april. Het voelt alsof ik gisteren een artikeltje maakte over de Frans-Belgische Aprilvis, maar dat is niet zo. Het is gewoonweg alweer een jaar geleden. De tijd gaat beangstigend sneller, naarmate je ouder wordt…

Over de gewoonte om heimelijk een papieren visje op iemands rug te plakken of te spelden heb ik al een paar keer geschreven. Het blijft een onschuldige lolligheid die nog steeds wordt gekoesterd in Frankrijk en België.

Waar ik het nog nooit over heb gehad is over de gewoonte die rond het Fin-de-Siècle (de overgang van de 19e naar de 20e eeuw) in zwang was, met name in Frankrijk, om je geliefde een 1 April-postkaart te zenden. Hij is de lieve koerier van mijn vriendschap zegt bovenstaande kaart.

Je vindt de prentbriefkaarten in alle maten en soorten. Altijd wel staat er een vis op afgebeeld, maar vaak wordt die begeleid door een kindje, een engel, een cupido, een aanbidder (mannelijk, dan wel vrouwelijk) en altijd worden er karrenvrachten bloemen aan de afbeelding toegevoegd. Ze fungeerden als een soort valentijnskaarten, maar dan op een andere datum. Na de Eerste Wereldoorlog verbleekte de traditie, hoewel er zelfs heden ten dage nog lieden zijn die het gebruik in ere houden…

Waar de traditie van dat vissengebruik vandaan komt, en verder, hoe het nou zit met dat vissige 1 Aprilgedoe is me nog steeds niet duidelijk. De Volkskrant probeert vandaag met een artikeltje enige zaken te verklaren, maar ik heb zo mijn twijfels. Ach, laat het ook maar een mysterie blijven…

Ik ben benieuwd of er vandaag vis op ons menu staat…

© paul

Het laatste woord…

carnaval 2017 optocht

Een gevaarlijke mix van vilein en charmant… Enfin, de foto spreekt voor zich. En de Carnavalsvertellingen dienen een einde te nemen.

Ons gezelschap heeft het overleefd en iedereen verheugt zich op de volgende editie van het Feest der Feesten. Dat moet toch voldoende zeggen. Voor enkelen van ons dienden er tussentijds nog wat serieuze zaken afgehandeld te worden(o.a. plakte Willy voor zijn broodheer nog snel een muurtje nieuwbouw, volgde Julia een college over enge dierenziekten en werd Flora na het weekend alweer verwacht op de Campus van Wageningen.)

Die maandagavond viel het Heintje Davidscollectief met de deur in huis en gaf een afscheidsconcert ten beste op het Ministerie (ze geven al tien jaar afscheidsconcerten en deden daarmee hun naam eer aan). Dinsdag rond de klok van twaalf werd er gebrunched in het Café Met / Zonder Ruis (gebakken eieren, bloedworst met appeltjes, balkenbrij, aardappelkroketjes met gehakt, balletjes in tomatensaus, salades, broden en worsten). Later die dag concerteerde de Zwarte Kabouter Bende met het ZAB-orkest op het podium van etablissement De Keijzer. En tussen al die bedrijvigheid door maakte men her en der opwachting. Enfin…

En het feit dat een gemene griep mij ergens in de dinsdagavond velde en ik vervolgens bij het Woensdagfeest van Marleen en de Jongste Bediende verstek moest laten gaan om de dag trippend in mijn bed door te brengen mag dan een domper voor mij wezen, voor de andere honderd gasten mocht het de pret niet drukken.

De Voedselvoorziening:

  • Een goede 36 liter soep werd er omgezet, er bleef geen druppel over. Bonensoep, vegetarische linzensoep, ossenstaartsoep en natuurlijk de kerriesoep van Anita.
  • 4 kilo Zoer Vleisj maakten Neel en Evert, en erbij ging 5 kilo aardappelpuree en 2 kilo uien.
  • 80 haringen slobberde men weg op het Woensdagfeest en daarbij nog van Marja een Molukse hoeveelheid gehaktballetjes in pindasaus (en dat is heel veel!).
  • 90 broodjes voor de Maandagavondband, rijk belegd met ham kaas en worst.
  • De ruim 3 kilo drop van Diny naschte men weg alsof het niks was.
  • Een bananencake met chocolade en kokos, een ovenbladgrote vruchtenvlaai met kruimel en een batterij cakejes van Maartje. (Een flink deel van de cakejes werd ontvreemd door armlastige studenten en schielijk afgevoerd naar d’r lui vrijgezellenkamertjes boven de Grote Rivieren, enfin…)
  • Bij de hoeveelheden brood en beleg ben ik definitief de tel kwijtgeraakt.
  • Ruim 1 kilo roomboter verdween als sneeuw voor de zon (de broodeter wil ook wat…). Het kuipje margarine dat ik voor de (infame) liefhebber aanschafte staat nu, ruim tien dagen later ongeopend in mijn keukenkastje. Wie het hebben wil komt het maar halen…
  • En ook 1 kilo zure zult van Hijn was geen lang leven beschoren.
  • Voor 49 gekookte eieren (en een enkel gebakken exemplaar) draaide men z’n hand niet om.
  • Ik vergeet nog enkele zaken, ik ben ervan overtuigd, maar het wil me nu niet te binnen schieten.
  • Dranken in overvloed: een badkuip Bavariapils, rode wijn uit Italië, witte uit Frankrijk. Bieren uit België en borrels uit Schiedam. Fijne spiritualiën uit Schotland, Spanje en Venezuela. Minder fijne spiritualiën uit Friesland en Rusland, en zo nu en dan een glaasje ranja. Een enkele Spa schonken we ook. En containers koffie en sloten thee…

Nou ja, dat was het wel zo’n beetje. Het merendeel van de foto’s is intussen op onze foto-site geplaatst. Je vind ze hier : Flickr, Ellen Bouckaert

Hoogste tijd om weer eens over gewoon eten te schrijven, vindt je ook niet?

© paul

Soep, soep en nog eens soep…

Soep voor Rosenmontag...
Meestal lukt het mij niet om een exact receptverslag te geven van wat wij zoal nuttigen hier met de carnavalsdagen. Dit keer schreef ik bijna alles op, vandaar een bijna zorgvuldig verslag van wat men zoal eet in het diepe zuiden tijdens de feestdagen…

Voor mij is het ieder jaar weer vooral een logistiek probleem; hoe kunnen veel mensen, in ons relatief kleine huis, tegelijk aan tafel of in ieder geval enigszins comfortabel eten. Voor onze vaste groep, zo’n 22 personen en wat aanhang is dat nog wel te doen, maar de overigens zeer welkome aankondiging dat de Heintje Davidsband ook dit jaar weer graag bij ons op Visite zou willen komen, maakte toch dat we even goed moesten denken wat en hóe we al dat volk te eten en te drinken konden geven… 22 kabouters, wat vrienden en een 20 koppige band… En dan ook nog een beetje op de tijd letten terwijl Carnaval toch eigenlijk een feest zonder vaste tijden of wat dan ook is…Lang leven de lol, maar de soep moet wel op tijd klaar zijn… Toch?

Mijn oproep aan de Foodbloggers om adviezen leverde niet echt veel constructieve ideeën op; leuk een dikke soep met hele worsten die de gasten dan met een lepel doorbreken… Hoe moet een beetje aangeschoten gezelschap in een kleine ruimte worsten doorbreken met een lepel… ik zag het al voor me… Leuke tapashapjes is prima, maar niet voor 50 personen (ik had ook een feestje!) Verschillende stamppotjes, leuk, maar voor 50 mensen verschillende stamppotjes… mijn oven is wel groot, maar niet zó!

Ik besloot dus soep te maken, mooie gevulde soep met veel verse groenten en broodjes er bij. Maandagmorgen vroeg kwamen Evert en Neel om nog even mee te denken hoe we alles het meest praktisch konden organiseren. Broodjes smeren, een buffettafel maken, wat salade erbij. Dat zou moeten lukken. Ik ging dus rap naar onze grootgrutter om 90 broodjes te kopen… stom, had ik moeten bestellen! Ze hadden 50 broodjes klaar, 40 moest ik zelf afbakken. Nou ja, dat was ook eigenlijk zo gebeurd!

Intussen maakte ik soep met genoeg vitaminen om weer een Carnavalsdag door te komen;

voor 10 liter soep:

een krachtige bouillon van

  • 1 flink lamsbot (bovenkant van de bout met nog wat vlees er aan. (met water, een ui, wat selder, wortel, peterselie, laurier, tijm, peper en zout opzetten) Trek rustig een mooie bouillon, zeef de bouillon, haal het bruikbare vlees van het bot en geef de rest aan de hond.
  • klaar de bouillon en voeg het vlees toe
  • 300 gram kalfsvlees, in kleine stukjes
  • 1 Morteau worst of andere mooie gerookte worst, in kleine stukjes gesneden
  • vervolgens de groenten:
  • 6 grote blikken canelliboontjes  de boontjes in een zeef doen en even afspoelen onder stromend water
  • een knolselderij in kleine blokjes gesneden
  • 2 preien, in kleine stukjes
  • 2 wortels, in blokjes
  • 2 uien, fijn gesneden
  • een flinke handvol diepvrieserwtjes
  • 2 blikken tomatenpulp
  • een lepel harissa
  • flink wat oregano
  •  peper en zout ( and the wonderful, wonderful soupstone natuurlijk)
  • nog een flinke lading fijngesneden peterselie en selderie en wat gedroogde oregano.

De pan verder afvullen met water. alles rustig laten garen. Proeven, eventueel zout of peper toevoegen. Soep!

Erbij dus 90 broodjes, met veel liefde gesmeerd en belegd met jonge en  oude kaas, ham en worst. Een paar schalen salade met tomaat, komkommer en uien.

Geen espresso toe!

© ellen.

 

 

 

 

Het Feest der Feesten nam aanvang…

 

statiefoto bij ons nieuwe huis

Zoals je ziet is de ZKB (Zwarte Kabouter Bende) intussen weer op volle sterkte. Het jongste lid telt twee jaren levenservaring, het oudste lid is de zestig allang gepasseerd. En tussen die twee uitersten kun je alles van je gading vinden. Welkom bij Carnaval jaargang 2017.

Het moest geruime tijd duren voordat je weer een levensteken van ons zag op deze website. We zouden ons kunnen verschuilen achter de gedachte dat er een hoop voorbereidingen dienden te worden gedaan om vlekkeloos het Carnaval in te schuiven, maar dat is niet eerlijk. We waren er eigenlijk allang klaar voor. Van schrijven kwam gewoon even niets. Daarover zaten we ons een tijdje gepast te schamen en ging vervolgens over tot de orde van de dag…

De tijden dat het Feest der Feesten voor ons zijn aanvang nam op donderdag en eindigde op Aswoensdag ‘s weeks daarop, die tijden liggen achter ons. De leeftijd en gezondheid gebieden een matiger invulling van het Feest. We beperken ons nu tot vijf dagen.

Gisteren ving het dan écht aan, en wel met een bijzonder evenement. Terry werd zestig en zijn geliefde organiseerde een weergaloos feest voor hem. De ZKB maakte er haar (zijn?) opwachting en ook het Heintje Davidscollectief trad in vol en volledig ornaat aan. En verder waren er een hele bubs familie, goede vrienden en vage kennissen.

Of het nou zo’n gelukkige keuze was om dat 60jarig jubileum te vieren op de eerste avond van het Carnaval, daarover waren de meningen verdeeld. Voor de ZKB was het in ieder geval een gelegenheid om mensen te ontmoeten, liederen te zingen, lol te maken en in te drinken voor de slemptocht later die avond. Karin en Terry, bedankt… Het was een mooi feest.

Na afscheid te hebben genomen van de zestigjarige jubilaris begon het Carnaval dan echt. We trokken het dorp in en deden ons ding op de bekende afwerkplekken. Van het Bejaardencentrum naar de Keizer, en dan via het Ridderhof naar de Engelenburght. In de meeste gevallen werden we verwacht.

De ZKB huldigde haar tradities maar liet zich er niet door verstikken. Er diende zich elk kwartier wel een kantelpunt aan in de vooraf bepaalde conventies van de groep. Hoogtepunten vormden de huilaria van Neel bij de Laotbloeiers en een weergaloos optreden van Toon op het bugeltje.

Enfin, ik wilde je nog meer vertellen, maar de eerste gasten druppelen binnen en daarmee is het uit met de rust en relatieve stilte in dit huis. Mijn concentratie ontglipt me en ik tikt vortdudent faautennn… Ik stop ermee!

Zo meteen trekt de Grote Optocht voorbij. Het huis zal dan weer bomvol zitten met gasten, voornamelijk kabouters, en wanneer de laatste praalwagen zijn achterkant laat zien trekt de ZKB er weer op uit.

Je hoort nog van ons lezer…

© paul

Gelukkig Nieuwjaar lezer…

Crémant Poll - Fabaire, cuvée 2010 brut

De wandklok tikt iets te luidruchtig in de richting van het volgende uur. Een nieuwe dag heeft z’n aanvang genomen: woensdag 4 januari 2017. Ik vergeet intussen alweer om de mensen die ik ontmoet een Gelukkig Nieuwjaar te wensen, zo snel gaat dat.

We doorstonden de jaarwissel gedrieën; Hond Jaros, Ellen en ik. Hond Jaros was de hele dag al gespannen, hij schrok van elk vuurwerkgeluid en liep rusteloos in hoog tempo door het huis te draven, luid blaffend naar elke knal. We hebben hem dan maar onder een pharmaceutisch dekentje gelegd. ‘s Avonds tegen tienen stuikte hij om en werd het aangenaam rustig op het Ministerie. We openden een fles Pommery, genoten van de wijn en van Claudia de Breij en schoven zo zoetjes het nieuwe jaar binnen.

Op Nieuwjaarsdag was het feest op het Ministerie. Jop kwam zijn opwachting maken, samen met zijn ouders, hij schoot onmiddellijk aan de oliebollen die Ellen de dag daarvoor had gebakken. Ans en Vriend Jan waren er, Marleen en de Jongste Bediende en ook Evert en Neel. De Keizer van Monera kwam zijn felicitaties al eerder op de dag brengen. Hij was er vroeg bij, ik zat nog in mijn kamerjas…

We dronken champagne en crémant, stokoude Orval en bieren van het Kapittel. Er was uitgelezen gerookte zalm en Canadese kreeft met zachte, lobbige mayonaise, er was worst, er was ham en op het eind die heel intens smakende ossenstaartsoep. Het oude jaar werd becommentarieerd, het nieuwe werd alvast besproken en we namen ons voor om er ook dit jaar weer het beste van te maken…

En nu dus is het nieuwe jaar alweer een paar dagen oud. Met weemoed namen we gisteren afscheid van de Kerstboom, de sporen van de voorbije feestdagen zijn nagenoeg gewist. Maar toch lezer, uit de grond van ons hart wensen we je alsnog alle gezondheid en geluk voor het jaar dat we 2017 noemen.

Bonne année, Glückliches neues Jahr, Happy New Year an e gudde Rutsch an d’neit Joer…

Ellen-Paul…