Puree van monstransboontjes…

Oogst 2015...

We gingen vandeweek op ziekenbezoek want Marleen zat al enige dagen in de lappenmand. Een gemeen griepje kluisterde haar al die tijd al aan de loveseat in de hoek van de woonkamer, ze zag bleekjes. Evengoed was ze blij met wat bezoek en het duurde dan ook niet lang of we zaten aan de kloostertafel in de keuken; Marleen schonk een goede borrel. Ook had ze intussen de laatste bonenopbrengst van afgelopen jaar uitgezocht. Toen we na enige uren dan ook huiswaarts keerden zeulden we twee tassen bonen mee, het quotum kwam boven op de hoeveelheid die we al in onze kelder hadden opgeslagen. We dienden naarstig te bedenken hoe we ons de komende tijd door die voorraad zouden werken.

Enfin, Ellen begon er voortvarend aan gisteravond. Ze weekte een kook monstransbonen (heilige boontjes) voor twee personen, 200 gram gedroogd gewicht. Twee uren stonden ze in het water, daarna werden ze gekookt, mét een sjalotje, mét een blaadje laurier en mét een paar dobbelsteentjes gerookt spek. Ze had het zo vaker gedaan met heilige boontjes en dat ging best. De bonen zouden na een goede anderhalf uur gaar moeten zijn. Dat waren ze echter niet, de kooktijd nam aanmerkelijk meer tijd in beslag.

Het is met bonen altijd wat. Hoe ouder ze zijn, hoe langer de kooktijd. Sommige rassen dienen een nacht geweekt om in een redelijke tijd te worden gekookt, andere kunnen toe met een weektijd van enkele uren. Er bestaan zelfs rassen die je helemaal niet vooraf in het water zet. Bedenk wel dat bonen die ongeweekt in de kookpot gaan anders van consistentie zijn dan voorgeweekte bonen In dit geval denkt Ellen dat de weektijd te kort was. Maar goed, die bonen wilden niet gaar worden en het werd al maar later, we barstten intussen van de honger. Ellen maakte dan maar een snel-klaar-alternatief met reuzenbonen uit blik. Het leverde een smakelijk gerecht op, daar niet van, maar we hadden ons een en ander anders voorgesteld. Toen we dan na de maaltijd aan ons kopje espresso zaten bleken de monstransboontje alsnog gaar. Nou ja…
bonenpasta

Enfin, die monstransbonen werden uiteraard niet aan het varken gevoerd. En zo zat ik dus vandaag met een kook koude bonen. Ik verzon een eenvoudige bonenpuree voor onze avondmaaltijd en ik ben heel tevreden met het resultaat. (Ellen wijst me er fijntjes op dat dit soort bonenpasta’s te vinden zijn bij Mevrouw Roden, bij Mevrouw Boon, en in elk kookboek dat de keukens van het Midden-Oosten behandeld. Ik geef het deemoedig toe. Je zult ze ook wel vinden in al die veggi-kookboeken die de laatste jaren zo populair zijn. Enfin…)

  • 200 gram gedroogde bonen,
  • 1/2 rode ui, gehakt,
  • 2 eetlepels aci biber salcasi of een andere peperpasta,
  • 2 tenen knoflook, gehakt,
  • 15 gram verse koriander, gehakt,
  • 2 eetlepels olijfolie.

Kook de bonen zoals hierboven beschreven en giet ze af als ze gaar zijn. Doe de bonen in een blender of keukenmachine, samen met de halve ui, de knoflook, de pepersaus, tien gram verse koriander en twee lepels olijfolie. Draai alles tot een mooie pasta. Je puree is nu klaar, je strooit er de resterende gehakte koriander over en dient hem warm op. Het is een prima bijgerecht bij een vlees- of vismaaltijd. Laat je bij het koken van de bonen het spek weg dan heb je een smakelijk vegetarisch gerecht. Koud is de puree ook lekker, bijvoorbeeld als dip op een stuk goed brood.

Ach, met zo’n maaltje voor twee komen wij natuurlijk nooit door onze voorraad, dat moge duidelijk wezen. Maar de Carnaval zit eraan te komen (en de after party!). En zo zijn er nog wel een paar gelegenheden waar grote potten bonensoep worden vereist. Nee, dat komt wel goed met die bonen…

© paul

Guazetto di pesce e fagioli…

Guazetto di pesce e fagioli…
Het woord guazzetto vertalen valt me niet mee, ik kan er geen Nederlands woord voor vinden. Wat Italianen bedoelen met het woord is een sausachtige vloeistof waarin vlees, dan wel vis wordt gegaard. De basis van de saus is doorgaans tomaat en bouillon. Ik maakte op die manier gisteravond snoekbaars klaar. Met de hoeveelheden zoals ik ze geef bereid je het gerecht voor 3 personen.

  • 500 gram visfilet,
  • 2 tenen knoflook,
  • 1/4 theelepel chilivlokken,
  • 400 gram kerstomaatjes, gehalveerd,
  • 250 ml. witte wijn,
  • 250 gram cannellinibonen (uit blik, gespoeld en uitgelekt),
  • olijfolie,
  • handvol gehakte peterselie,
  • peper en zout.

Verhit de olie in een stevige pan. Laat de gesnipperde knoflooktenen op een matig vuur glazig worden. Doe de chilivlokken, de gehalveerde kerstomaatjes en de witte wijn erbij en laat het geheel zachtjes een klein kwartier pruttelen. Voeg nu de bonen toe en de peterselie en laat die op een zacht vuurtje een minuut of vijf meegaan. Maak de saus af met peper en zout.

Leg dan de visstukken op de saus en sluit de pan af met het deksel. Afhankelijk van de dikte van de filets moet de vis 10 à 15 minuten garen.

Serveer de vis, samen met de tomaten/bonensaus in een diep bord. Goed brood erbij maakt het gerecht compleet. Het gaat snel, is eenvoudig en geeft een superresultaat.

© paul

Pittige burgers van borlottibonen…

pittige bonenbugers
Bonen, bonen, bonen… Ik had teveel bonen gekookt en zocht recepten voor de restverwerking maar kon eigenlijk niets vinden waar ik blij van werd. Er wordt opvallend weinig geschreven over bonen. Hoog tijd dat het nieuwe boek “Bonen”, van Joke Boon in de winkels komt.

Goed, dan maar zelf iets bedacht. Ik maakte een bonenpasta en besloot daar een soort koekjes, burgers van te vormen en die te frituren. Alleen bonen is een beetje saai dus ik gaf ze flink wat pit en om er wat structuur aan te geven, ik verwerkte er kleine blokjes chorizo door. Het resultaat was een smakelijk lunchgerecht.

  • voor 6 burgers
  • 450 gram gare borlottibonen
  • 2 sjalotten fijngesneden
  • 1 teen knoflook fijngesneden
  • 1 flinke koffielepel biber (verkrijgbaar in Turkse winkels, of anders harissa of sambal, pas dan de hoeveelheid aan)
  • 60 gram chorizo in piepkleine blokjes gesneden
  • wat citroenrasp
  • 1 eidooer
  • om te frituren
  • 1 losgeklopt ei
  • bloem
  • paneermeel
  • olie

Doe de bonen met de sjalotten, de knoflook en de biber in de blender en draai er een gladde pasta van. Roer eidooier, citroenrasp en de blokjes chorizo erdoor. Vorm snel platte burgers en haal die door bloem, ei en paneermeel. Bak de burgers ongeveer 3 minuten in de hete olie. Wat augurkjes erbij, kopje espresso toe. Een prima lunch!

© ellen

Ovenschoteltje met borlottibonen

ovenschoteltje met borlottibonen
Paul schreef het al; wij zijn helemaal in de bonen! Groninger pronkbonen, Soldaatjes, Citroenboontjes, Heilige boontjes, Borlottibonen en de exotische Hidatsa bonen. Dit weekend maar eens begonnen met een eenvoudig ovenschoteltje met Borlottibonen en chorizo. Ik wist even niet meer precies hoelang de bonen moesten koken dus zocht ik recepten in o.a. De Zilveren lepel. Dat viel tegen, de aanbevolen kooktijden variëren zo dat ik er niets wijzer van werd. Het ene boek adviseert 2 uur koken, het andere 3 uur en weer en ander volstaat met 1 uur. Zoek het maar uit dus. Ik besloot gewoon maar zelf te testen en af te wachten wanneer de bonen gaar zouden zijn. Ik zette de bonen een nacht in de week in koud water. Ik gebruikte 250 gram droge bonen, veel te veel voor ons tweetjes, maar goed, de rest komt wel op. Ik wilde de bonen eten met gegrilde kwartelpootjes, maar de bonen waren zo snel gaar dat het vlees nog niet klaar was en de bonen koud werden. Een ovenschoteltje was dus de oplossing.

  • 250 gram gedroogde Borlottibonen, een nacht laten weken in koud water
  • 2 sjalotten
  • 3 blaadjes salie
  • een scheutje olijfolie

Zet de bonen op met de salie, sjalotten en olijfolie. Breng ze aan de kook en breng de temperatuur terug zodat de bonen heel zachtjes garen. Onze bonen waren in precies één uur gaar. Deze bonen waren wel heel vers, net geoogst en gedroogd. Dat zal ongetwijfeld uitwerking hebben op de kooktijd. Zeer waarschijnlijk moeten ‘oudere’ bonen langer koken. Ik gebruikte geen zout tijdens het garen. De meningen zijn hierover verdeeld. Er zijn mensen die beweren dat de bonen stug worden als je zout gebruikt tijdens het garen. Er zijn ook mensen die zeggen dat het niets uitmaakt. Ik weet het  niet maar nam het zekere voor het onzeker, er zijn nog bonen genoeg over om dat eens uitgebreid te testen.

Goed, na dat uur waren de bonen al gaar en de rest van het eten nog niet, dus maakte ik een ovenschoteltje.

  • 400 gram gare borlottibonen
  • 100 gram chorizoworst in blokjes gesneden
  • 2 sjalotjes, in fijne ringetjes gesneden
  • 2 tomaten, in blokjes
  • een handje zwarte olijven
  • 1 pepertje, fijn gesneden, zonder zaad
  • olijfolie, peper en zout.

Schik alles in een mooie schaal. breng op smaak met peper en zout. Besprenkel met wat olijfolie en zet de schotel 20 minuten in een voorverwarmde oven op 180 graden.

Erbij gegrilde kwartelpootjes en een mooi glas rode wijn. Kopje espresso toe.

© ellen.

Oogst 2015…

Oogst 2015...
Enfin, citroenboontjes voor de lekker, Groningse pronkbonen voor de mooi en monstransboontjes voor de eeuwigheidBorlottibonen zijn er voor de mooi, de lekker én de eeuwigheid, maar die zie je even niet liggen, die zijn al gedroogd en verpakt…

Je vroeg je af hoe het met de oogst was dit jaar? Ach, je ziet het, de gedopte boontjes mogen drogen op tafel. En dit is slechts een klein deel van het totale scala aan voedsel en andere genoegens dat de tuin aan de Witte Brug noemero vijf dit jaar opbracht.

Marleen en de Jongste Bediende zijn er eigenlijk de hele zomer zoet mee geweest, met die tuin. Schoot er in het voorjaar nog ‘ns een dag over die in ledigheid versnoept kon worden, de zomer betekende werk. Geen vakantie; werk!

Aardappelen en ajuinen, pepers en paprika’s, bonen en boontjes, selderie en peterselie, vlinderstruiken en anemonen, digitalis en zonnebloem, dahlia’s en rozen. Om maar eens wat te noemen…En dan waren er nog de hagen en heggen, de platanen en de elzen, de berk en de notenboom, het gras en het gazon. En natuurlijk de plantage zaailingen van allerhand allooi. Man-o-man, wat een werk.

Over de oogst van dit jaar zijn ze wel te spreken op de Witte Brug. Behalve dan dat het veel te veel is voor hullie tweeën. Je kunt dus dezer dagen de Jongste Bediende het dorp zien doorkruisen, peddelend op zijn transportfiets, de boodschappenkist afgeladen vol met ui en pieper. Hij bezoekt zo de vrienden en vriendinnen en laat op elke plaats een paar maaltjes onbespoten groenten achter. Zij blij, hij blij…

Ach, ik moet het nog hebben over die mosterdzaadplantage, die ze er dit jaar bij hebben gekregen, en ik moet het nog hebben over de talloze boeketten dahlia’s die er de afgelopen weken op het Ministerie belandden. Maar dat is voor een volgend artikel.

Die Borlottibonen, daar ga je snel wat van horen. Ellen heeft een deel van de nieuwe oogst in de week gezet, we zullen ze vanavond eten, op de een of andere manier…

© paul

Doperwtjes á la française…

verse doperwtjes
Wij proberen zoveel mogelijk seizoensgroenten te eten. Duurzaam, gezond en lekker. De meeste groenten eten we gewoon zonder er verder hemelhoogjuichende verslagen over te schrijven, seizoenen komen en gaan; dan zijn er veel pompoenen, dan de eerste boerenkool, de eerste zomerbietjes. Lekker allemaal zonder meer, maar er zijn een paar uitzonderingen, een paar groenten  waar we heel blij van worden… De eerste asperges, daar kijken we naar uit! We houden zo begin april de site van de familie van Dinter in de gaten… zijn ze er al? Het seizoen voor de asperges is maar kort, de laatste worden deze week alweer gestoken en dan is het weer afgelopen. Ik heb dit jaar niet veel geschreven over asperges, we aten ze vaak maar soms herhalen dingen zich en lijkt het niet de moeite waard om een recept hier weer te herhalen. Tja, en voor je er erg in hebt is het gewoon te laat…

Tijd voor een nieuw seizoenswondertje; doperwtjes, vérse doperwtjes! De jaarlijks terugkerende troost voor het einde van het aspergeseizoen. Als je zelf een moestuin hebt met van die lekkere erwtjes ben je een gezegend mens! De meesten van ons zijn echter afhankelijk van de nukken van de groentenjuweliers, en goed gesorteerde weekmarkten (in de super vind je ze al helemaal niet). Zo vanaf half juni is het opletten geblazen; opeens zijn ze er en even later is het alweer afgelopen. Eén weekendje weg en je kunt al te laat zijn. Ik moet toch de Jongste bediende eens zien over te halen een rijtje erwtjes in zijn tuin te zetten. Ik zal er als dank voor hem een lamsbout bij  klaarmaken!

Goed, afgelopen zaterdag was het zover, ik kocht een kilootje mooie verse erwtjes. Ik maakte ze vandaag klaar á la française. Ik vond het recept een paar jaar geleden bij Onno Kleijn en vind het nu ook in het boek “Echt Frans koken”, van Raymond Blanc. Het wijkt allemaal niet veel af, lekker is lekker. Voor de vegetariërs onder ons; laat het spek weg en voeg tegen het einde van de gaartijd wat vers gehakte kervel en peterselie toe. Als je geen zilveruitjes kunt kopen gebruik dan iets grof gesneden sjalot of gewone ui. Ik experimenteerde vandaag met zilveruitjes uit een potje. Ik zette de uitjes vanmiddag in schoon water en ververste dat enkele malen. Resultaat was niet slecht… iets knapperigs tussen de erwtjes, niet echt zuur, decoratief… Ik gebruikte voor de smaak toch maar gewoon ook nog een sjalotje…

  • voor vier personen
  • 20 verse zilveruitjes
  • 50 gram gerookt spek zonder zwoerd, in kleine stukjes gesneden
  • 25 gram boter
  • 2 dl water
  • een snuifje suiker
  • 400 gram gedopte erwtjes
  • het hart van een gewone krop sla, in vieren gesneden
  • zeezout en vers gemalen zwarte peper.

doperwtjes met sla, á la france

Smelt de boter in een stoofpan en stoof daarin de uitjes even aan. Ze mogen niet bruin worden. Leg dan de parten sla erbij en verdeel daarover de erwtjes, het spek en het lepeltje suiker. Stoof, op een heel zacht vuurtje, het geheel zeker 20 minuten, langer mag ook. Strooi er dan de vers gehakte platte peterselie, kruid met wat peper en zout en dien op met bijvoorbeeld nieuwe aardappeltjes.

Kopje espresso toe.
© ellen.

Dubbelgedopte tuinboontjes op Italiaanse wijze…

Dubbel gedopte tuinboontjes op Italiaanse wijze...
Evengoed was het een primeur voor ons: de eerste verse tuinbonen van het jaar. Ze waren er al wel eerder en in een mooier formaat, we kwamen ze al maanden terug tegen. Maar ze kwamen uit Verweggiestan en we beoordeelden ze té exotisch van aard…

We kochten afgelopen zaterdag op de markt onze eerste Europese tuinbonen, ze oogden prachtig. Thuis gekomen bleek de groente van iets mindere kwaliteit dan we op de markt hadden ingeschat. Tel daarbij op dat de bonen door omstandigheden nog een aantal dagen in de koelkast bleven liggen en je snapt dat ik vanmiddag na het polen niet bepaald overhield wat ik oorspronkelijk voor ogen had. Daar komt nog bij dat er nogal wat erg grote exemplaren tussen zaten.

In zo’n geval is er maar een ding wat je kunt doen: dubbeldoppen!

Dubbeldoppen betekent niet meer dan dat je, na het polen, de tuinbonen ontdoet van het buitenste vlies. Het is een eenvoudige klus, maar wel tijdrovend. Je snijdt met een scherp mesjes via de bovenkant de tuinboon (op de naad) overdwars door. Daarna kun je de twee zachte helften uit de harde buitenschil wippen. Nogmaals, het is een eenvoudige klus, maar het kost je tijd. Ik heb geen hekel aan dit soort handwerk. Ik zet een mooie langspeelplaat op of ik luister via de digitale snelweg een gemist radioprogramma terug. Het ontspant me en het levert ook nog eens iets speciaals op.

Het recept dat ik vervolgens gebruikte werd al eens door Ellen beschreven, met dank aan Mevrouw Hazan. Ze noemde het Tuinbonen zoals ze in Rome worden gegeten. Laat ik het recept nou toch terug vinden bij Mevrouw De Medici; daar heet het Toscaanse tuinboontjes. Enfin, Italianen onder elkaar, moet je maar denken…

Ik beschrijf het recept zoals ik het vanmiddag klaarmaakte.

  • 300 gram dubbelgedopte tuinbonen,
  • 50 gram gerookt ontbijtspek,
  • 1 sjalot,
  • olijfolie,
  • peper en (eventueel) zout uit de molen,
  • 4 eetlepels water,
  • wat vers gehakte peterselie.

Verwarm de olijfolie in een pan met een stevige bodem. Fruit hierin de gesnipperde sjalot langzaam glazig. Doe er dan het in dobbelsteentjes gesneden spek bij en laat dat zachtjes uitbakken, ongeveer een minuut of vier. Voeg vervolgens de tuinbonen toe en besprenkel alles met flink wat peper uit de molen. Schep even om zodat er zich een filmlaagje van vet om de boontjes voegt. Doe het water erbij en laat het gerecht dan 10 minuten op een zacht vuurtje stoven. Schep de boontjes in een voorverwarmde schaal, strooi er vers gehakte peterselie over en dien op.

  • Opmerkingen:
  • Of je zout gebruikt hangt voornamelijk af van je spek. Het is al snel teveel.
  • Tuinbonen, gewoon in hun buitenvelletje, ach, we aten ze al zo vaak, en het is een heerlijke groente. Duppelgedopte tuinbonen echter zijn anders, milder, en verschrikkelijk lekker. Alleen al voor die milde smaaksensatie zou je de moeite moeten nemen om het eens uit te proberen.
  • In Italië (maar ook in Portugal) worden zelfs hele jonge tuinbonen dubbel gedopt. Of ik dat er voor over heb weet ik niet, maar het moet wel iets vreselijk lekkers opleveren. (Ik zag ze wel eens op een markt aangeboden voor vreselijk veel geld…)
  • De gaartijd hangt af van de versheid van je tuinbonen. Proeven of het goed is heet het motto.

© paul

 

Linzen met Cotechino di Modena…

Cotechino Modena... Ik had nog twee van die gekookte worsten liggen. Ze begonnen zo zoetjesaan aan de datum te raken dus ik moest er iets mee. Eentje wilde ik bewaren voor de eerst volgende gelegenheid dat Ans en Vriend Jan kwamen eten, die andere kon eigenlijk vandaag wel geslacht worden… De worst waar het om ging heet Cotechino di Modena, het chique zusje van de Zampone, de gevulde varkenspoot uit Italië. Over die worsten later meer. De ideale begeleider voor Zampone en zijn neven en nichten is dat piepkleine erwtje, bekend onder de naam linze. In Nederland, en de rest van noord-west Europa, blijft het een ondergeschoven kindje. Het zal ermee te maken hebben dat linzen veel warmte nodig hebben en bij ons dus alleen in de glasbouw worden gekweekt. In warmer streken evenwel is de linze een belangrijk bestanddeel van het voedingsaanbod. Al ver voor onze jaartelling vind je verhandelingen over de linze, onder anderen in het Oude Testament. Het is heel simpel met die linzen; je doet ze in een pan, giet er een veelvoud aan water op en na een klein halfuur is je maaltje gaar. Zo eenvoudig is dat, en zo jammer is dat ook. Want linzen lenen zich bij uitstek om een beetje verwend te worden. Voeg er wat smaakmakers bij en je hebt ineens een culinair maal. Vandaag stopte ik er dan maar eens een forse hoeveelheid smaakmakers bij. De linzen vonden het heerlijk… Maaltje voor twee personen:

  • 150 gram gedroogde linzen,
  • 1 stengel bleekselderij,
  • 2 sjalotjes,
  • 2 tenen knoflook,
  • 50 gram pancetta (of ander goed spek),
  • 4 verse salieblaadjes,
  • olijfolie,
  • peper en zout,
  • water.

Verhit de olijfolie in een degelijke stoofpan. Versnijd de pancetta in kleine dobbelsteentjes en laat die uitbakken in de olijfolie. Hak de sjalotjes, de bleekselderij en de knoflook heel fijn en voeg ze bij het spek. Als de sjalotten dan mooi glazig worden stort je de linzen en de gehakte salieblaadjes in de pan. Zet het hele zaakje onder water. Breng alles even aan de kook en laat het vervolgens op een laag pitje sudderen. Na 25 à 30 minuten zijn je linzen gaar. Peper en zout gaan er pas bij als de linzen nagenoeg gaar zijn!

  • Opmerkingen:
  • Er zijn nogal wat rassen en soorten linzen, en allemaal dienen ze een andere meester. Sommige worden al snel papperig en lenen zich daarom prima voor soepen; weer andere blijven vol en stevig, ook al kook je ze aanmerkelijk langer dan de aangegeven tijd, ze kunnen mee in een stoofschotel. De ouderdom van de gedroogde vruchtjes speelt ook een rol; hoe ouder, hoe langer je moet koken. Claudia Roden gaat ervan uit dat de linzen na 25 minuten gaar zijn. De verpakking van mijn linzen houdt het op 20 minuten. Maar mijn linzen hebben ‘n kleine 40 minuten gesudderd en Ellen kwalificeerde ze als beetgaar, net te doen, maar iets langer had ook gemogen. Enfin,.. d’r bij blijven en controleren is het credo.
  • Ik gebruikte vandaag Puy linzen, Ellen schreef er al eens over….
  • De verpakking van jou linzen geeft aan hoe de verhouding dient te zijn van water ten opzichte van linzen. Je hoeft je daar niet persé aan te houden. Ik gaarde mijn linzen op de ouderwetse manier door ze onder water te zetten en er steeds wat vocht bij te voegen wanneer ze dreigden te droog te komen staan. Voordeel van deze methode is dat je aan het eind van de rit een redelijk droge schotel overhoudt. Je hoeft de linzen dus niet af te gieten en alle smaak blijft bewaard. (Of deze methode enige invloed heeft op de gaartijd weet ik niet zeker, maar ik betwijfel het…)
  • Zoals gezegd verdient de worst een eigen artikeltje op deze website.

© paul

Florentijnse boontjes…

IMG_2869
Bij een eerdere beschrijving van dit gerecht kwam er vrijwel onmiddellijk een reactie vanaf de website Cucinone. In het kort werd verteld dat de oorsprong van het koken van bonen in een fles of glazen pot met name gezocht moet worden bij de Toscaners, boneneters bij uitstek. In vroeger tijden gebruikte men Giantiflessen, tegenwoordig zijn er speciale kookflessen op de markt. Kijk even op de site van Cucinone voor een afbeelding van zo’n speciale fles en pik meteen een bonenrecept met tonijnvis mee.

Het recept opnieuw beschrijven doe ik niet, je vindt het gemakkelijk terug door hier te klikken: Fagiolio al fiasco

Ik was intussen vergeten hoe heerlijk dit gerecht is. Ik volgde vandaag exact mijn eigen recept, maar al kokend stond ik te bedenken dat deze manier van bereiden noopt tot smaakexperimenten. Enfin, ik bedenk wel wat…
Het kostte me overigens nog moeite om wat salie uit eigen tuin te scooren. Het lag niet aan de struikjes, want die waren al druk bezig om verse, overweldigend geurende nieuwe blaadjes te maken. Het lag meer aan Ellen die in haar snoeiwoede de salieplanten had gekopt. Zeker, een noodzakelijke daad, wil je over enkele maanden weer overvloedig salie kunnen oogsten. Maar daar had ik vandaag niks aan…

Welhaast overbodig om te vermelden dat de citroenboontjes van de Witte Brug komen, waar anders van?!

© paul

 

Turkse linzensoep

Turkse linzensoep...
Het Volkskrant magazine had gisteren het thema Turkije, Turkse journalisten, interviews met beroemde Turkse mensen en berichten over de vernieuwende Turkse keuken. Gelukkig zijn ook daar enkele jongeren actief om het cultureel culinair erfgoed veilig te stellen. Het is overal hetzelfde; jonge mensen werken hard en hebben of nemen geen tijd meer om zelf te koken. De moeders en oma’s koken nog mooie maaltijden maar schrijven de recepten niet op en voor je het weet gaan er prachtige recepten verloren.

Ik kreeg spontaan zin in deze Turkse linzensoep. Echt geen culinair hoogstandje, het tegendeel, maar wel heel geschikt voor een stormachtige koude dag!

  • Voor een flinke pan soep:
  • 300 gram oranje linzen
  • 2 uien in halve ringen gesneden
  • 3 aardappelen, geschild en in blokjes gesneden
  • 2 eetlepels rode paprikapasta, deze pasta heet Biber en is in Turkse winkels te koop. Paul schreef er hier al eens over.
  • scheutje olijfolie
  • 2 eetlepels verse munt,fijngehakt
  • dikke yoghurt
  • eventueel wat zout
  • 2 liter water

Verwarm de olie en bak de uien even aan. Doe de paprikapasta en de munt erbij en bak een paar minuten. Doe dan de aardappelstukjes en de linzen erbij en giet er het water bij. Breng de soep aan de kook en laat ze dan zachtjes 25 tot 30 minuten doorkoken tot de aardappels en de linzen gaar zijn. Pureer met de staafmixer tot een mooie gebonden soep. Proef of er zout bij moet. Meng de rest van de munt door de yoghurt en serveer de soep met een lepel muntyoghurt erin. Lekker met een stuk knapperig brood.

Kopje espresso toe!

© ellen.