Eten buiten de deur…

IMG_7955
Het heeft bijna een week moeten duren, maar vandaag at ik dan eindelijk Oeufs en Meurette. Vanaf het moment dat we in Bourgogne waren had ik er mijn zinnen op gezet, maar elke dag was er zoveel ander lekkers te kiezen…

We hebben een vast patroon ontwikkeld voor onze dagindeling. De ochtend begint met een pot koffie en een licht ontbijt. Daarna een ferme wandeling met de hond, het beest heeft er recht op. Dan trekken we de deur achter ons dicht en zwerven door de omgeving om vervolgens rond 13.00 uur neer te strijken bij een Bourgondische eetgelegenheid. We gebruiken daar onze warme maaltijd en we nemen er de tijd voor. In de middag bezoeken we nog eens een oude kerk, misschien twee of drie, om dan rond 16.00 uur te belanden op het terras van een café in het middeleeuwse centrum van Saint-Gengoux-le-National. De waard schenkt er een uitstekende witte wijn uit Saint-Véran. Na twee glazen dienen we op te breken, de hond heeft recht op een volgende wandeling. In de avond gebruiken we een lichte maaltijd thuis, brood, kaas, hapjes. We lezen onze lectuur en drinken witte wijn. Er volgt nog een klein ommetje met Jaros en dan zit de dag erop. Het lijkt allemaal wat cliché, maar het ontspant enorm, en je wordt er doodmoe van. Vakantie!

De maaltijden buitenshuis dienen liefst Bourgondisch te zijn, maar uitstapjes naar de nabije contreien mogen ook. Zo was er Bresse-kip met verse morieljes, in een saus van vin-jaune uit de Jura. En gekonfijte eend in mille-feuille met gebakken foie gras in botersaus. Wijngaardslakken, dat spreekt voor zich en het beste van het Charolesrund. Huisgemaakte paté wordt als voorgerecht aangeboden en kazen, recht van de boerderij, als toetje. Kortom: Bourgondië…

Zo’n stukje kaas wil ik na de maaltijd nog wel eens nemen, maar meestal is het teveel, ik krijg het niet op. Ellen evenwel, en geheel tegen haar gewoonte, snoept al de hele week zoete nagerechten. Taartjes, puddinkjes, ijs en koek.

Het ding van de foto is een tarte tatin, zo’n appeltaartje dat op z’n kop wordt gebakken. Het kwam vers, recht uit de oven, op haar bord. Gloeiend heet. Een bolletje huisgemaakt vanille-ijs erop. Ik mocht er een hapje van proeven, een moorddessert…

Over de wijnen, vooral de witte, kom ik nog te schrijven. Over de kazen waarmee we onze avondmaaltijd doorgaans vieren, ook. En ook over de terrines met duif, met eend, met slakken. Enfin…

Die Oeufs en Meurette van vandaag, dat waren misschien wel de lekkerste die ik ooit at. In alle simpelheid was elk onderdeel van het gerecht exact zoals het moest zijn. Niks teveel, niks te weinig, het klopte allemaal. En alleen de beste ingrediënten waren gebruikt. De mevrouw van het restaurant vertelde met gepaste trots dat haar kok al 45 jaar bij haar in dienst was. En door de tijd had hij zijn gerechten almaar vervolmaakt. Dat gold voor mijn Oeufs en dat gold voor Ellen d’r Bresse-kip

© paul

Taarten met Lemmoncurd…

lemmoncurd pie
Je kunt de lemmoncurd die ik deze week maakte op allerlei manieren verwerken; als tussenlaag in cake of ander gebak, als smeersel op eigengebakken krentenbrood, vulling voor soezen, noem maar op. Ik gebruikte een deel van de lemmoncurd om er een taartje mee te vullen en ook dat kan weer op verschillende manieren; in de oven even bakken zodat je een knapperig korstje krijgt, of de lemmoncurd gewoon op het gebak strijken en zo serveren. Ik kon niet kiezen zondag en maakte van beide varianten wat.

Ik gebruikte voor de bodem fonceerdeeg á la Bakker Holtkamp. Ik maak dat meestal in een dubbele hoeveelheid en vries dan de helft in. Mits je het zorgvuldig in plastic verpakt blijft het deeg dan wel een paar weken goed. Handig voor de volgende taart, dan hoef je alleen het deeg uit de vriezer te halen en te laten ontdooien! Ik gebruikte de helft van het deeg voor twee kleine gebakjes met een doorsnee van 10 cm en één taartbodem met een doorsnee van 22 cm. De rest van het deeg ligt in de diepvries te wachten tot de volgende keer.

  • Voor het deeg:
  • 250 gram boter
  • 1 ei
  • 250 witte basterdsuiker
  • een snuifje zout
  • 2 eetlepels water
  • 500 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder

Meng de boter, de basterdsuiker, het zout, het ei en het water. Kneed vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoor tot je een mooi egaal deeg hebt. Laat het deeg verpakt in plasticfolie een paar uur rusten in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 200 graden.

lemmoncurd pie

De grote taart maak je als volgt: vet een vlaaibodem doorsnee 22 cm in.

Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een dikte van 3mm. Vet de vorm in en bekleed de bodem en de rand met het deeg. Leg een cirkel vetvrij papier op de deegbodem en leg er een noodvulling op. Ik gebruik hiervoor gedroogde boontjes. Je kunt de boontjes meerdere keren gebruiken. In de groothandel zijn ook echte ‘blindbak paletten’ te koop maar met boontjes gaat het prima. Bak de bodem 20 minuten. Haal de bodem uit de oven en verwijder de noodvulling en het bakpapier. Laat even uitwasemen bij kamertemperatuur. Draai de oventemperatuur terug tot 180 graden. Smeer een dikke laag lemmoncurd op de bodem van de taart en strooi er lichtjes wat poedersuiker over. Zet de taart dan nog 20 minuten in de oven tot de lemmoncurd een mooi lichtbruin korstje heeft.

De kleine taartjes maak je zo;

Vet kleine vormpjes goed in en bekleed ze met het uitgerolde deeg. Leg bakpapier op het deeg en wat boontjes of iets anders ter verzwaring. Bak de taartjes 25 minuten op 180 graden. Laat ze afkoelen en vul ze dan met de lemmoncurd.

Lekker met een kopje espresso!

© ellen.

 

Lemmoncurd

 

lemmoncurd
Ik hang alweer een paar dagen met een pijnlijke voet op de bank en nu het wat beter gaat wilde ik vandaag eindelijk weer eens naar buiten gaan. Maar helaas, het regent en waait het alsof het herfst is. Niet erg aantrekkelijk voor een wandelingetje. Wat dan te doen op een druilerige zondagmiddag; juist, taart bakken! Maar eerst de vulling. Er waren nog veel biologische citroenen in huis, dus lemmoncurd leek me een goed idee.

Gebruik voor deze lemmoncurd onbehandelde citroenen, liefst biologische citroenen.

Om zoveel mogelijk van de etherische olie uit de schil te halen moet je de citroen raspen met een suikerklontje! Wrijft met een suikerklontje over de schil van een citroen. Boen zo de hele schil af. De citroenolie lost het klontje op.
Rasp boven de kom en gebruik zowel de suiker als de citroenolie.

Lemon curd;
2 grote citroenen
240 gram suiker én een stuk of vijf suikerklontjes om de schil van de citroen te bewerken
4 grote eieren
125 gram boter

Doe de suiker in een kom, pers de citroenen uit en voeg het sap erbij. Rasp de schil van de citroenen met de klontjes suiker boven de kom. Als één klontje op is neem je een nieuw. Ga zo door tot je zoveel mogelijk citroenolie uit de schil geraspt hebt.
Roer alles goed om.
Als alle suiker opgelost is mogen de eieren er één voor één bij.
Zet de kom au bain Marie, roer met een garde of met de mixer op de laagste stand.
Voeg de boter toe als de massa wat warm wordt en blijf roeren tot alle ingrediënten een mooi mengsel vormen dat eruit ziet als dikke honing.
Haal de kom dan van het vuur en blijf roeren tot de curd is afgekoeld.
Schep de curd in een glazen pot. Je kunt deze lemmoncurd in de koelkast zeker 2 weken bewaren.

© ellen.

 

Chocolademousse met cointreau

IMG_3260chocolademousse met cointreau
Gisteren maakte ik Pulled Pork, ik beschreef hoe ik het vlees klaargemaakte, maar nu hier eerst het dessert.
Op zaterdag kook ik meestal iets speciaals, ik probeer nieuwe gerechten uit. Het Kind met haar Kruimel, echtgenoot Andy, De Jongste Bediende en vriendin Marleen willen mijn experimenten altijd wel proeven. We drinken wat, we kletsen wat en genieten van een mooie maaltijd. Deze zaterdag schoven ook Maartje en Walter aan aan  tafel. Walter kent een plaatselijke jager en wordt ieder seizoen ruim bedeeld met de opbrengsten van de jacht. Zo ruim dat wij regelmatig ook een deel mogen ontvangen. Twee diepgevroren fazanten, een paar wildworstjes en nog wat Italiaans edelhert, lekker! Daar lees je hier binnenkort meer over.

Reden genoeg dus om te zorgen voor een goede maaltijd met een mooi dessert. Het dessert is hier altijd een beetje ondergeschoven kindje. Wij eten vaak kaas als dessert en als ik dan eens iets zoet maak als naspijs vergeet ik foto’s te maken en schrijf er vervolgens ook maar niet meer over.

Omdat het Kind tijdens haar zwangerschap een aantal keren moest passen voor ‘gevaarlijke’ gerechten zoals Tiramisù (alcohol en rauwe eieren) besloot ik haar nu maar eens te verwennen met haar lievelingsdessert; Chocolademousse, mét rauwe eieren en drank!

Niet voor zwangere vrouwen dus! Wel lekker. Ik paste een oud recept aan maar had niet goed gekeken. Ik dacht dat er stond voor vier personen en verdubbelde de hoeveelheid. Ik vond het wel erg veel voor acht personen. Vanmorgen nog eens gekeken en toen bleek dat het recept voor 6 personen bedoeld was! Nou ja, iedereen vond het een heerlijk mousse. De verhoudingen waren prima en er zijn een paar porties overgebleven die vandaag gretig opgesnoept worden. De hoeveelheid hieronder is dus voor 12 personen maar gewoon de helft van alles nemen kan ook. Dan heb je een mooi dessert voor 6 chocohollics.

  • 300 gr pure chocolade
  • 8 eiwitten
  • 4 eidooiers
  • 2 eetlepels poedersuiker
  • 300 ml slagroom
  • 1 scheutje Cointreau of Grand Marnier.

Smelt de chocolade au-bain-marie. Klop de eidooiers met de poedersuiker tot een romige, schuimige massa.  Laat de gesmolten chocolade intussen afkoelen tot 50 graden. Klop de slagroom stijf. En dan in een andere, brandschone kom ook de eiwitten stijfkloppen. Een enorme hoeveelheid afwas dus, dat wel…

Voeg eerst de geklopte eidooiers en een scheutje Cointreau  bij de afgekoelde chocolade. Dan voorzichtig, beetje bij beetje de slagroom bij het chocolademengsel voegen. Probeer te mengen zonder al te veel te roeren.  Meng dan heel voorzichtig de geklopte eiwitten door de chocolademassa. Niet kloppen of mixen, dan sla je alle lucht eruit. Gebruik liefst een lepel met een gat en ‘vouw’ de eiwitten door de massa. Als alles mooi egaal gemengd is schep je de mousse in kleine schaaltjes of kopjes. Laat de mousse in de koelkast opstijven.

IMG_3275chocolademousse met cointreau
Wij dronken er nog een klein glaasje Cointreau bij en vergaten de espresso.
© ellen.

Chocolatier Neuhaus…

leuven, neuhaus...
De aanduiding Belgische Bonbons is een begrip over de hele wereld, je komt het dan ook overal tegen. Worden de bonbons buiten België gemaakt dan wil de producent met de geadopteerde benaming aangeven dat zijn chocoladesnoep van hoge kwaliteit is, komen ze evenwel uit België zelf dan is de kans heel groot dat ze ook van exquise kwaliteit zijn…

Bij ons bezoek aan de stad Leuven, een goede week geleden, vonden we onszelf verschillende keren terug voor de etalageruit van één van de vele chocolatiers die de stad rijk is. Er bestonden nog wel wat kleine neringdoenden, vaker betrof het echter winkeltjes, aangesloten bij een keten. (Onze voorkeur gaat uit naar die kleine zelfstandigen, maar het is nu eenmaal een trend om aan schaalvergroting te doen, je kunt het niet stoppen en je kunt er niet omheen…) En dat schaalvergroting niet altijd afbreuk hoeft te doen aan kwaliteit en eigenzinnigheid van een product bewijst de Chocolaterie-keten die luistert naar de naam Neuhaus. En wij wilden dat zelf bevestigd zien.

De oude Neuhaus was een Zwitserse apotheker die zich in het midden van de 19e eeuw vestigde in hartje Brussel. Naast zijn pillendraaierij deed hij ook een beetje aan chocoladeverwerking. En met succes, want na een aantal jaren verdween het apothekersspul uit de winkel en legde hij zich samen met zijn zoon helemaal toe op het vervaardigen van fijne chocolaterie. Ook kleinzoon Jean kwam in de zaak terecht, hij had aanleg voor het vak. Het was deze Jean Neuhaus die rond het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog de praline, het met zachte inhoud gevulde chocolaatje, uitvond. En zijn vrouw tekende voor de ontwikkeling van de Ballotin, de verpakking waarin nu nog steeds pralines worden verpakt. De reden was een eenvoudige; mevrouw Neuhaus ergerde zich blauw aan het feit er zoveel pralines sneuvelden door ze te verpakken in papieren puntzakken. Haar Ballotin loste dit euvel voor eens en voor altijd op.
leuven, neuhaus...

Naast de uitvinding van de praline en het vernuftige pralinedoosje heeft het Chocoladehuis een aantal klassiekers op zijn naam staan. In 1937 creëerden ze een herdenkingsbonbon ter nagedachtenis aan de in België zo geliefde Koningin Astrid die twee jaar eerder omkwam bij een auto ongeluk. Er kwamen snoepjes ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958, en er werden bonbons ontworpen ter ere van het huwelijk van Boudewijn, Koning der Belgen, en zijn Fabiola. En er verscheen zo nog een en ander bij Neuhaus; al die zaken behoren tot op de dag van vandaag tot het vaste assortiment.

In 1978 verkocht de familie Neuhaus het bedrijf aan twee Franse broertjes en daarmee begon de internationalisering van het bedrijf. Intussen zijn er 1.500 verkooppunten wereldwijd, in 50 verschillende landen. De bonbons worden echter nog steeds met de hand gemaakt in het plaatsje Vlezenbeek, onder de rook van Brussel. Het plaatsje heeft slechts een goede 3000 inwoners, Neuhaus biedt werkgelegenheid voor 300 chocolademakers. (Ook de prestigieuze brouwerij Lindemans is in het dorpje gevestigd, goed voor ruim twintig banen. Men leeft daar in Vlezenbeek werkelijk van eten en drinken…)
macarons van Neuhaus

Voor het Kind en Andy namen we een doosje Macarons mee naar huis, zij hadden die dag de zorg voor Hond Jaros op zich genomen. Het Kind liet weten dat ze van een bijzondere kwaliteit waren, bijna zo goed als die van Ellen

Op die bonbons kom ik nog terug. Klik op de link en je kunt een filmpje bekijken van de  handmatige productie bij Neuhaus. Fictie of werkelijkheid, ik zou het niet weten, maar het water loopt je bij het aanschouwen in de mond…

© paul

 

Frambozen-bessentaartje

frambozen-bessentaartje
Het blijft miezerig koud weer dus ik ga nog maar even door met zomerse gerechten. Er lag mooi zomerfruit in de winkel, frambozen en bessen leken me lekker voor een zonnig taartje. Ik gebruikte fonceerdeeg á la Bakker Holtkamp. Ik maak dat meestal in een dubbele hoeveelheid en vries dan de helft in. Mits je het goed in plastic verpakt blijft het deeg dan wel een paar weken goed. Handig voor de volgende taart, dan hoef je alleen het deeg uit de vriezer te halen en te laten ontdooien!

  • Voor het deeg:
  • 250 gram boter
  • 1 ei
  • 250 witte basterdsuiker
  • een snuifje zout
  • 2 eetlepels water
  • 500 gram bloem
  • 10 gram bakpoeder

Meng de boter, de basterdsuiker, het zout, het ei en het water. Kneed vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoor tot je een mooi egaal deeg hebt. Laat het deeg verpakt in plasticfolie een paar uur rusten in de koelkast. Gebruik voor dit taartje een platte vorm doorsnee 30 cm. en gebruik de helft van het deeg, de rest vries je in voor de volgende taart.

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een dikte van 3mm. Vet de vorm in en bekleed de bodem en de rand met het deeg. Leg een cirkel vetvrij papier op de deegbodem en leg er een noodvulling op. Ik gebruik hiervoor gedroogde boontjes. Je kunt de boontjes meerdere keren gebruiken. In de groothandel zijn ook echte ‘blindbak paletten’ te koop maar met boontjes gaat het prima. Vergeet niet tussen boontjes en deeg papier te leggen! Bak de bodem 20 minuten. Haal de bodem uit de oven en verwijder de noodvulling en het bakpapier. Laat even uitwasemen bij kamertemperatuur. Draai de oventemperatuur terug tot 180 graden.

  • Voor de vulling:
  • 300 ml créme fraiche
  • 135 gram suiker
  • 1/2 vanillestokje, opengespleten en het merg eruit geschraapt
  • 3 eieren
  • ongeveer 300 gram frambozen en 250 gram bessen (je kunt ook nog ander rood fruit gebruiken of een paar zwarte of witte bessen erbij doen. Maakt niet uit, als het er maar mooi uitziet

Klop in een kom de eieren, crème fraiche en suiker. Voeg het merg uit het vanillestokje toe. Giet de vulling in de voorgebakken bodem en bak het geheel ongeveer 20 minuten op 180 graden tot de vulling stevig aanvoelt. Haal de taart uit de oven en laat afkoelen.

Schik dan de frambozen en de bessen op de vulling. Verwarm wat frambozen- of rode bessengelei (ongeveer 6  eetlepels) en schep die over de vruchten.

Lekker met een kopje espresso!

©ellen.

 

 

Granita di Caffé.

Het is hier heel warm, drukkend, benauwd. Vanmorgen ben ik al vroeg naar de markt geweest met Vriend Jan. Allerlei lekkers gekocht voor een etenje vanavond. We sluiten de maaltijd in ieder geval af met Aardbeien met Pepersaus. Een ander mooi dessert voor warme dagen is deze Granita di Caffé of voor de komende dagen toch een heerlijk tussendoortje.

  •  3 dl zeer sterke espresso
  • suiker naar smaak
  • 2 dl slagroom geklopt met suiker naar smaak.

Zet hele sterke espresso en los de suiker op in de nog warme koffie. Laat afkoelen en giet de espresso in een ijsblokjes vorm. Maak de blokjes niet dikker dan 1 cm.  Laat de koffieblokjes bevriezen.( kan gewoon in het vriesvak) Klop de slagroom met wat suiker stijf. Leg de bevroren blokjes in de keukenmachine (met metalen blad), of maal ze met de staafmixer, tot fijne kristallen. Verdeel het koffie-ijs over 6 glazen en schep de slagroom erop. Serveer direct.

Posted in desserts | Leave a reply

Aardbeien met groene pepersaus

etentje bram en maya 005

Er wordt warm weer voorspelt voor de Pinksterdagen, heel warm weer. Ik wil dan eindelijk weer eens met een flink gezelschap aan onze grote tuintafel eten, Hond Jaros gaat maar eens ergens anders liggen. Het menu staat nog niet helemaal vast, ik laat dat altijd afhangen van het aanbod op de markt, het dessert is duidelijk: aardbeien met groene pepersaus, een prachtig gerecht voor warme dagen, feestelijk genoeg voor Pinksteren en er worden nu volop aardbeien te koop aangeboden. Ik maak dit dessert al jaren, soms wat meer peper, soms wat minder alcohol (als er kinderen mee-eten) het blijft een succes. De combinatie van groene pepertjes met aardbeien is bijzonder lekker. Aardbeien kunnen soms wat weeïg zijn, de pepertjes geven ze weer pit.

  • Voor ongeveer 8 personen:
  • Aardbeienpuree:
  • 1 dl water
  • 500 gram aardbeien
  • 100 gram suiker
  • Saus:
  • 100 gram suiker
  • 1 dl Grand Marnier
  • 2 theelepels groene
  • peperkorrels op sap (in glazen potjes te koop)
  • Om te garneren:
  • 250 gram aardbeien
  • roomijs

Doe het water en de aardbeien in een pan en bestrooi met de suiker. Breng ze
aan de kook en laat ze dan ongeveer 1 minuut op een hoog vuur doorkoken.
Doe de massa in een blender en pureer tot je een mooie massa hebt.
Wrijf de puree
door een haarzeef.

Doe de suiker in een sauspan en laat op een zacht vuur carameliseren. Voeg
de grand Marnier toe en de peperkorrels. Doe de siroop bij de aarbeienpuree en
roer goed.
Laat de saus afkoelen.

Snijd de rest van de aardbeien doormidden en leg ze in een kring op de borden.
Giet de aardbeiensaus binnen de kring en leg in het midden een bolletje
roomijs.

© ellen.

Christmas Pudding, de start

vulling Christmas Pudding
Jaren geleden maakten we al eens een echte Christmas Pudding. Ik heb daar toen niets van opgeschreven, jammer. Ik kan me alleen nog herinneren dat we erg ons best gedaan hebben om zo authentiek mogelijk te werk te gaan.

We zochten toen… Nee niet even op Google, dat was er nog helemaal niet! We zochten toen nog gewoon in kookboeken en encyclopedieën… Zo lang is dat al geleden… We, dat was een heel gezelschap, dezelfde vrienden waarmee we al jaren en jaren Kerst vieren. ‘We’, zochten, en iemand kwam met de mededeling dat we dan beslist Stir-up Sunday moesten vieren.

“Stir-up Sunday vier je op de laatste zondag vóór de advent en in Engeland maakt iedereen dan die Christmas Pudding. Dat is behalve even die pudding maken heel gezellig. Iedereen helpt mee en drinkt daarbij een borrel… ofwat… Die pudding bak je die dag en moet dan verder almaar lekkerder worden tot Kerstmis… ofzoiets…”.

Aldus onze Christmas-Pudding deskundige! Het werd een hele geslaagde Stirp-up Sunday. Er werd nog eindeloos gebakkeleid over wat er nou wél en wat er nou juist níet in de Pudding moest, maar het uiteindelijke resultaat van de ‘Pudding’ was prima en de Stir-up Sunday was… nou ja, heel Engels, vooral nogal overgoten met de  restanten van de alcoholische bestanddelen zullen we maar zeggen. (Misschien ook de reden dat ik er nooit iets over opgeschreven heb?) Ons hele gezelschap at dat jaar met Kerst de Christmas Pudding en iedereen vond het heerlijk. Vooral de Whiskysaus werd met algemene stemmen tot Super gestemd. ( het recept voor die saus heb ik nog niet kunnen achterhalen, dat komt nog)

Goed, dat was lang, lang geleden… Daarna volgden weer andere Kerstdiners met andere nagerechten… Eigenlijk al jaren niet meer aan die Pudding gedacht… Tot Marja mij twee weken terug vroeg of ik wist hoe je nou zo’n echte Christmas Pudding moest maken…

“Moet lang van tevoren heb ik gelezen. Misschien als jij dat weet hoe het gaat… en kunnen we volgend jaar misschien?…”

Dat vond ik eigenlijk wel een uitdaging, hoezo volgend jaar? Doen we gewoon volgende week, of beter nog; op Stir-up Sunday!

Even Google leerde ons dat dit jaar Stir-up Sunday valt op 24 november, dat was dus nog wel te doen. Maar nader onderzoek leerde ook dat zo’n Christmas Pudding eigenlijk véél eerder gemaakt wordt. Zo’n Pudding moet ‘rijpen’, en wel liefst een jaar of meerdere jaren…

Nou ja, we besloten dan toch maar een snelle Pudding te maken in een flinke hoeveelheid. Kunnen we altijd nog besluiten om één of twee Puddingen te bewaren tot volgend jaar! En wij vieren dus komende zondag Stir-up Sunday!

Maar dat gaat allemaal niet zomaar. Deze week heb ik recepten verzameld en vergeleken en ik kwam al snel tot de conclusie dat we nog veel voorbereidingen moesten treffen voor ‘Stir-up Sunday’.  Er moesten kommen gezocht worden die de goede inhoudsmaat hadden. Het ‘deeg’ moet na het mengen 48 uur op een koele plek rusten. Als we dus zondag willen ‘Stirren’ moesten we vandaag al snijden, hakken en mengen…

Ik besloot het recept te volgen, ongeveer, van de Gebroeders Michel en Albert Roux. En zij hebben het recept weer gekregen van Mrs. Bradbrook, ‘een fantastische Engelse kok’.

Omdat het ‘deeg’ 48 uur moet rusten zijn we vanavond alvast begonnen met het mengen, en omdat een aantal vrienden zich verheugen op een echte Stir-up Sunday Party hebben Marja en ik besloten dat we twee partijen Pudding maken; één voor Marja’s familie/kerstgezelschap en één voor ons kerstdiner. Om iedereen toch mee te laten delen in het plezier van de voorbereidingen en het bakken hebben we vanavond het eerste ‘deeg’ gemaakt. Dat kan zondag in de oven. Zondag maken we samen het tweede deeg, vieren Stir-up Sunday en stoven/bakken de eerste lading Pudding. Het tweede ‘deeg’ stoom/bak ik dinsdag in alle stilte…

Voor wie nog even snel Stir-up wil vieren… Schrik niet van de ingrediëntenlijst, het valt allemaal nogal mee…

  • Aan Keukengerei
  • een grote mengkom (zeg maar een grote soeppan)
  • 4 porseleinen kommen van 850 ml inhoud, lossende vorm (ik kon deze kommen zo snel niet vinden, wij gebruiken nu 2 kommen met een inhoud van 1700 ml, Blokker, € 5,00. erg lelijk, maar wel geschikt)
  • vetvrij papier
  • kaaslinnen, genoeg om de kommen te overspannen
  • keukengaren
  • een braadslede minstens 8 cm diep
  • aluminium folie

 

  • Ingrediënten:
  • 250 gram gedroogde cranberry bessen
  • 375 gram sultanas
  • 375 gram krenten
  • 200 gram gehakte amandelen
  • 400 gram fijngehakt schoon niervet
  • geraspte schil en het sap van een citroen
  • geraspte schil en het sap van een sinaasappel
  • 1 flinke appel geschild, klokhuis eruit en geraspt
  • 1 flinke winterwortel, geschild en fijn geraspt
  • 250 gram broodkruim
  • 250 gram bloem
  • 400 gram bruine suiker
  • 6 eieren
  • beetje zout
  • 1 theelepel kaneel
  • 1 eetlepel all spice
  • 150 gram gekonfijte vruchten, grof gehakt
  • 5 eetlepels amarenekersen, grof gehakt
  • 1 glas cognac ( en nog meer cognac voor na het stomen van de pudding)
  • 1 flesje Stout, bier
  • 150 gram geklaarde boter om in te vetten als de pudding gestoomd is

Deze hoeveelheid is dus voor vier kleine Puddings. 4x vorm inhoud 850 ml. ik gebruik 2 schalen van 1700 ml)

Het mengsel staat nu mooi koel lekker te worden in een grote pan, deksel erop. (Even deksel eraf en ik ruik al bijna Kerst… heerlijk!)

Phoeh, een heel verhaal, en wordt vervolgd dus nog!

© ellen.

 

 

 

 

 

Fijne vakantie…

meivakantie uit eten

Bij ons dartelen de kids al een week vrij rond. Rumoer op straat, ballen over de schutting. Het is vakantie. En zo zoetjes aan zal de rest van het land wel volgen. De eerste vrienden en vriendinnen zijn al afgereisd.

Volgende week sluit het Academisch Jaar, en dat betekent dat ook Ellens vakantie begint. Voor mij duurt het nog even, maar ik heb tegenwoordig zoveel vrije tijd dat er geen enkele reden is tot klagen.

De foto’s dateren van een eerdere vakantie (die van Hemelvaart) en behoeven enige uitleg. Het is namelijk een goede gewoonte om die Hemelvaartvakantie af te sluiten met een souper in Portugees restaurant Ribatejo in Wandhaff, Luxemburg. We bezetten dan met een gezelschap van een goede vijftien gasten de oude, tot eethoek omgebouwde kegelbaan. Dat doen we al jaren. En al jaren bestelt één van de jongsten uit het gezelschap een appeltaartje met vanille ijs als toespijs. Waarlijk een voortreffelijke keuze. Het ijs komt uit eigen keuken en het taartje wordt vers gebakken. En daar zit dan een piepklein addertje onder het gras.

Aangezien het taartje vers uit de oven moet komen wordt het geduld enigszins op de proef gesteld. Er verloopt altijd een respectabele tijd tussen het bestellen en het opdienen. Lotte, op wiens toetje we zaten te wachten, loste dit maal een en ander op door een klein concertje in te lassen.

Voorzien van voldoende witte en zwarte toetsen rammelde ze er een onvervalst Wohltemperiertes Klavier uit. Het was evenwel te snel voor ons… Ze ging dan maar over op Für Elise. Langzaam en wat gedragen gespeeld, zodat we het bij konden houden. En toen dan eindelijk de laatste klanken wegstierven was daar het toetje…meivakantie uit eten