Hartige taart met Epoisses en appel

 

EpoissetaartDit weekend waren we druk doende met de voorbereidingen voor onze voorjaarsvakantie. Ook deze vakantie zullen we doorbrengen in Bourgondie, Frankrijk. Wij vinden deze streek een heerlijk deel van Frankrijk; de prachtige bossen van de Morvan, de heerlijke wijnen van de Côte d’Or, de kleine stadjes met overdekte markten en niet te vergeten de uitgelezen kazen. We kregen acuut zin in kaas en wijn… Paul schreef in november 2005 een artikel over Epoisses, een kaasje uit Bourgondië, en over de gruwelijke omstandigheden waaronder vroeger weeskinderen deze kazen moesten wassen met witte wijn en Marc de Bourgondië. Hij schreef toen ook dat deze kaas alleen bij de gespecialiseerde kaashandel te koop is. Dat is inmiddels voorbij, de gewone super heeft dit kaasje tegenwoordig vaak in het schap liggen.  Epoisse

Ik kocht zondag (ja foei, niet mijn gewoonte, boodschappen doen op zondag, maar zaterdag te ziek om aan eten te denken) een mooie Epoisses bij onze plaatselijk grootgrutter met het blauwe logo. Niet goedkoop zo’n Epoisses, maar dan heb je ook iets heel lekkers. Dit AOP exemplaar heeft zelfs een zilveren medaille gewonnen op het Concours Génerale Agricole in Parijs.

Omdat we zaterdag te grieperig waren om een echte maaltijd voor het weekend te bedenken waren er ook geen inkopen gedaan. Het kaasje moest dus onze maaltijd worden. Ik maakte een hartig taartje met de Epoisses, appel en wat ham. Een flinke salade erbij en je hebt een prima lunch of avondmaaltijd voor vier personen. Het recept komt oorspronkelijk uit het boek “Recettes de Bourgogne”, maar is hier in huis inmiddels een eigen leven gaan leiden. Ik maakte het taartje als volgt:

  • Het taartje is voor 4 tot 6  personen.
  • Voor het deeg
  • 250 gram tarwebloem
  • beetje zout
  • 125 gram koude boter
  • 1 eidooier
  • 50 ml water
  • voor de vulling
  • 3 eieren
  • 5 dl crème fraiche
  • 1 geraffineerde Epoisses á 250 gram
  • 2 goudrenetten, geschild en in blokjes gesneden
  • 100 gram rauwe boerenham
  • zout, peper en geraspte nootmuskaat

 

Maak een kuiltje in de gezeefde bloem. Voeg zout, water, eidooier en de boter in kleine klontjes toe en kneed er een mooi soepel deeg van. Laat het deeg onder folie een uurtje rusten in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 200 graden. Klop voor de vulling de eieren los en roer de crème fraiche erdoor. Snijd de kaas, de appelen en de ham in kleine blokjes en roer ze door het eimengsel. Breng verder op smaak met zout, peper en nootmuskaat. Rol het deeg uit tot een dunne lap en bekleed daarmee een ingevette vlaaivorm, doorsnee 26 cm. Prik wat gaatjes in de deegbodem en schep het kaasmengsel erin.

Bak de taart 5 minuten op 200 graden. Draai dan de temperatuur terug naar 180 graden en bak nog 30 minuten. Serveer de taart warm. Wij aten de restanten de volgende dag bij de lunch; koud smaakte het ons ook prima. Erbij een glas witte Bourgogne uit de buurt van Vezelay.

Kopje espresso toe!

© ellen.

 

Please follow and like us:

Bourgondische kaassoesjes of Gougères

ourgondische kaassoesjes ofwel  GougèresIk weet niet hoe het bij jullie is beste lezer, maar hier is het pestweer! Zo’n bui die de hele dag niet overgaat, een snijdende wind, somber, donker, brrr… We gingen voor wat noodzakelijke boodschappen naar de Helmondse markt en waren er bijna alleen. Ook een fors aantal vaste handelaren waren er niet, te koud, te nat. De echte diehards waren er natuurlijk wel, onze vaste leveranciers van groenten, sinaasappels, vis, kaas en bloemen hebben lak aan een buitje meer of minder. De bloemenman vertelde zelfs dat hij gewoon dezelfde omzet maakte als iedere week. “Mijn klanten komen toch wel”, beweerde hij. Nou ja, zonder een bloemetje op tafel is dit rotweer al helemaal niet te harden. 

Eenmaal thuis hadden we het koud, prima omstandigheden voor een flinke pan bonensoep en iets erbij. Echte Bourgondische kaassoesjes, daar had ik zin in! Je krijgt deze soesjes in Bourgondie overal bij de borrel, of liever nog bij een glas Kir. Há, we hebben ook nog een fles lekkere Crème de Cassis in huis, gekocht tijdens onze herfstvakantie in Bourgondie. Paul koelde een mooie fles Sauvignon blanc en de soesjes waren snel gemaakt. Prima ingrediënten om de bewolking te verdrijven! Soezendeeg is niet moeilijk te maken, je hebt  er alleen wat kracht voor nodig als je de eieren door het beslag klopt. En, hoe harder je klopt hoe luchtiger de soesjes worden, dat wel! ourgondische kaassoesjes ofwel  Gougères

  • Bourgondische kaassoesjes ofwel Gougères
    2,5 dl melk
  • 100 gram boter een snuifje zout
  • 150 gram bloem
  • 4 eieren
  • 50 gram Comté of Gruyère kaas in blokjes gesneden ter grote van een doperwtje
  • 50 gram geraspte kaas

Breng de melk met de boter en het zout in een steelpan aan de kook.
Voeg de bloem in één keer toe en en verwarm het mengsel al roerend (op een heel laag pitje) tot het van de bodem van de pan loslaat en alle klontjes verdwenen zijn.
Laat het deeg nu even afkoelen en roer er dan één voor één de eieren door. Je moet roeren tot je een mooi glanzend mengsel hebt.
Roer er dan de blokjes kaas door.
Vorm met twee eetlepels kleine balletjes van het deeg en leg die op een ingevette bakplaat.
Strooi nog wat geraspte kaas over de soesjes en bak ze in een voorverwarmde oven op 170 graden in 20 minuten gaar. Met het deeg kun je ongeveer 20 soesjes maken.

Drink er een mooie Bourgogne bij of een Bourgondisch aperitief Kir; schenk een flinke scheut crème de cassis in een wijnglas en vul het dan aan met een witte Bourgogne of een andere droge witte wijn of maak een Kir Royale, dan neem je in plaats van witte wijn een cremant of champagne. Kopje espresso nemen we vanavond wel na de maaltijd!

© ellen.

 

Please follow and like us:

Hartig hapje; gehakt in piedeeg…

worstenbroodjes met pie-deegEens in de zoveel tijd komt de vraag; “die worstenbroodjes, wanneer maak je ze weer eens?” En dan hebben we het hier in huis niet over de Brabantse worstenbroodjes maar dan wil de familie een variant die al van héél lang geleden is… Zo rond het begin van ons samenzijn… en dat is lang, lang geleden. Ik kreeg van mijn bezorgde moeder het Margriet kookboek mee toen ik het ouderlijk huis verliet. “Om toch een beetje gezond en smakelijk te kunnen koken”. Ik kreeg de druk van 1971, Amsterdamboek, samengesteld met medewerking van de Voedingsraad. Tja, dat moest wel goed zijn! Ik moet zeggen dat ik meer geleerd heb van mijn moeder dan van dit kookboek, ik ben denk ik, meer bevattelijk voor aanschouwelijk onderwijs. Maar toch, als het om bakken van taarten en ander gebak gaat moet je wel een echt recept hebben als beginnende kok en daar was dit boek dan wel weer heel geschikt voor. Ik probeerde van alles uit in de spaarzame vrije tijd die we hadden; taarten, cake, appelstrudel en ook deze worstenbroodjes. De worstenbroodjes bleken een ‘blijverdje’ in ons huishouden.

 worstenbroodjes met pie-deeg

Nu vind ik dit eigenlijk geen worstenbroodjes, het boek noemt het gerecht wel zo, maar worstenbroodjes zijn naar mijn idee gemaakt van brooddeeg, deze broodjes zijn gemaakt met piedeeg. Piedeeg is eigenlijk een eenvoudige variant van bladerdeeg en de broodjes zou je dus eigenlijk beter saucijzenbroodjes kunnen noemen. Heel Holland/Nederland bakt maar ik lees nooit meer ergens over piedeeg, vreemd… Toch best wel smakelijk en snel te maken bovendien. Piedeeg dus, dat gaan we maken en dan vullen met gehakt, met lekker veel kruiden, lekker pittig.

Het Margriet kookboek geeft aan dat “piedeeg niet zo smakelijk is als het bewerkelijke bladerdeeg of feuilletée, maar toch heel lekker kan zijn als we het gebruiken met een of andere ragout of vruchtenmoes.” De misselijk makende tekst die ze even verder in het boek schrijven over de mislukkingen die kunnen ontstaan als “de huisvrouw fouten maakt bij de moeilijke bereiding van bladerdeeg”, zal ik jullie maar besparen

Gewoon, eenvoudig piedeeg dus, makkelijk en voor iedereen te maken…

  • Worstenbroodjes ongeveer 12 stuks:
  • het deeg
  • 300 gram bloem
  • 150 gram koude boter
  • ongeveer 1,5 dl koud water
  • 1/2 afgestreken eetlepel zout ( beetje minder mag best)
  • voor de vulling
  • 350 gram gehakt, half om of lamsgehakt of wat dan ook
  • peper, zout, nootmuskaat, knoflook, chilipepers, ras-el-hanout,
  • 50 gram oud brood, geweekt in wat melk
  • 1 ei, losgeklopt met wat water

Meng het zout door de bloem en hak de boter in piepkleine stukjes door de bloem. Voeg dan met kleine beetjes het water toe en meng voorzichtig tot het deeg samenhangt. Druk het deeg luchtig tot een bal en laat die onder folie een uurtje in de koelkast opstijven.

Breng intussen het gehakt op smaak met peper, zout en naar wens knoflook, nootmuskaat, chilipepers en raz-el-hanout. Vorm balletjes van gelijke grootte van het gehakt.

Rol het gekoelde deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak tot een rechthoekige lap van ongeveer 1/4cm dik. Snijd de lap deeg in stukjes van 8×12 cm. Bestrijk de randen met het losgeklopte ei en leg er de gehaktrolletjes op. Maak er een mooi pakketje van door de  zijkanten in te slaan en dan de bovenkant en onderkant dicht te vouwen. Leg de broodjes met de dichtgevouwen onderkant naar beneden op de bakplaat en bestrijk de broodjes met de rest van het losgeklopte ei.

Bak ze in een op 180 graden voorverwarmde oven ongeveer 45 minuten gaar.

Prima voor een zaterdagse maaltijd; kopje soep, worstenbroodje, kopje espresso toe!

© ellen.

 

 

Please follow and like us:

Gevulde speculaas en geuren…

gevulde speculaas

Jop, onze kleinzoon van negen maanden oud, logeerde afgelopen weekend bij ons. Ach en wat doe je dan met zo’n manneke? Te klein voor Sinterklaas, weet hij veel. Maar de intocht van Sinterklaas in Gemert kwam langs ons huis en daar moesten we, ondanks storm en regen, toch even naar gaan kijken.  Jop vond het wel leuk… Sinterklaas zelf kon hem nog niet zo boeien, dat snapte hij nog niet zo… Het waren vooral de ronkende motoren van motorclub de Kleppenjagers die de goedkeuring van Jop kregen… broemmm… Jop houdt van veel geluid!

Hij is al te groot om nog de hele dag te slapen… af en toe een powernapje in de box voldoet. Jop scharrelt wat rond… zwem-kruipt door de keuken, waggelt in zijn loopmobiel en maakt zo toch, samen met Hond Jaros, vele meters door ons huis.

De keuken is het favoriete terrein van Jop. In de keuken blinken vele apparaten en de lampjes onder de afzuigkap lijkt hij bijzonder gezellig te vinden. Hij roept dan ohhh en ahhh en lacht…  Allemaal heel mooi, maar in keukens wordt ook gewerkt; daar ruikt het, als het goed is, naar lente, zomer, herfst of winter… De geur van de herfst is voor mij  verbonden met de Sinterklaastijd, speculaas, amandelspijs, kruidkoek… heerlijk! Ik heb zaterdag dus voor Jop speculaas gebakken. Jop at er niets van, daar is hij nog te jong voor, maar ik hoop dat hij de geuren opslaat in zijn geheugen… een knusse, warme keuken, fijn spelen, mooie muziek en de geur van … vertrouwd… hmmm…

  • 300 gram bloem
  • 125 gram donkere basterdsuiker
  • 2 eetlepels speculaaskruiden
  • 150 gram koude boter
  • 1/2 zakje bakpoeder
  • snufje zout
  • 2 eetlepels melk
  • 300 gram amandelspijs ( te koop bij een goede banketbakker, of zelf maken)
  • garneeramandelen
  • 1 losgeklopt ei

 

Meng bloem, zout, bakpoeder, suiker en speculaaskruiden. Hak de boter met twee messen door het mengsel tot piepkleine stukjes. Voeg de melk toe en kneed er een mooie deegbal van. Zet het deeg een uur in de koelkast.

gevulde speculaas

Verdeel de deegbal in twee gelijke stukken. Rol elke stuk deeg met de deegroller uit tot een lap van ongeveer 20 x 30 cm. Leg 1 lap op de met bakpapier beklede bakplaat. Kneed de helft van het losgeklopte ei door de amandelspijs en rol de spijs op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een lap van ongeveer 20×30 cm. Leg de spijs op de lap deeg en leg de tweede deeg-lap erop. Druk de zijkanten goed op elkaar.
Bestrijk de bovenkant van het deeg met de rest van het ei. Druk de amandelen in het deeg als versiering. Schuif de bakplaat in het midden van de voorverwarmde oven. Bak de gevulde speculaas op 160 graden in 40-45 minuten gaar.

Het huis ruikt heerlijk, nu de kaarsjes aan en “Rupsje nooitgenoeg”… Jop vindt het allemaal prima! Zijn ouders eten de speculaas, met een kopje espresso…

© ellen.

 

Please follow and like us:

Chocoladen kerstbomen…

Fréderic Gomez, Chocolatier...Een paar kilometer van ons huisje in het natuurgebied Parc de Morvan lag een meer: het Lac des Settons. Ik ga je er nog wel eens van vertellen, maar dat is voor een andere keer. Nu volstaat het om te vermelden dat het meer, 360 hectare groot, met name in de zomer een vakantieattractie is voor volk uit heel Frankrijk. Er loopt een wandelweg van 15 kilometer omheen en op strategische plaatsen zijn uitspanningen opgetrokken; eenvoudige hutjes, ogend als een strandtent, maar ook luxe restaurants zijn er te vinden, enfin, een beetje vergane glorie, maar toch…

Aan de noordkant, bij de stuwdam, ligt Hotel-restaurant Les Grillons de Morvan. Het wordt gerund door Meneer Gomez en zijn vrouw. De naam van het hotel doet je een beetje denken aan een grillhuis of een steakhouse, maar uiteindelijk is het een tamelijk chique bedoening. Naast hotelier en restauranthouder is Meneer Gomez ook Chocolatier. Ik weet niet waarom, maar er zijn in Parc de Morvan een hoop chocolatiers te vinden, het heeft er de schijn van dat het aantal bovengemiddeld is. (Ellen suggereert dat het een respectabele bezigheid is die vooral buiten het toeristenseizoen plaats vindt om zo de slappe tijden nog enigszins te gelden te maken. Het zou zomaar kunnen…)

Zoals de meeste Chocolatiers in de Morvan doet Meneer Gomez de hele bereiding van zijn handel zelf, van cacaoboon tot kant-en-klare chocolade. En aangezien het hele proces in eigen hand is levert hij, zoals elke artisinale chocolademaker, zijn eigen unieke smaak aan. Vergelijk het met kazen die op de boerderij gemaakt worden. Ook al zijn ze allemaal van hetzelfde type, ze zullen altijd in smaak van elkaar verschillen. De chocolade van Meneer Gomez smaakte vol en rijk, licht bitter, licht zuur en zeker niet te zoet. Een exquise ontdekking…

Behalve allerhand bonbon-achtig snoep maakt Meneer Gomez kerstbomen van chocolade. Ze zagen er lollig uit en het was een voor de hand liggende keuze voor iemand uit het Parc de Morvan, die kerstbomen. Kerstboomkwekereij, Morvan...

Naast het alom aanwezige Charolais-vee is er eigenlijk niks agrarisch te vinden in het Parc de Morvan. Werd er in vroeger dagen nog op grote schaal stookhout geproduceerd voor de grote Franse steden, en dan met name voor Parijs, die industrie is al een eeuw overbodig. De houtproductie lijkt op een laag pitje te functioneren. Verder is slechts een klein areaal grond geschikt voor het verbouwen van graan, hetzelfde geldt voor de groententeelt. En wijngaarden zul je in dit deel van Bourgogne niet treffen. Maar wel is de bodem te gebruiken om kerstbomen te kweken. En dat gebeurt dan ook massaal. Het zijn geen uitgestrekte velden, maar ontelbaar veel kleine akkertjes, omgeven door wild hout en kleine weitjes…

Tijdens ons verblijf, eind oktober, werden de eerste bomen voor het komend Kerstfeest al gerooid. Mét kluit, want anders houd je ze nooit zo lang goed. Maar ook Meneer Gomez was al druk doende met Kerstmis. Ook voor hem gold dat, wilde hij met Kerstmis zaken doen, hij nu op volle toeren Sapins chocolat moest produceren. (Ik ben vergeten te vragen hoe hij die dingen maandenlang goed houdt.)

Enfin, we kochten zo’n boompje voor het Kind, die kan dat soort zaken wel waarderen. Het kostte nog hele toeren om het kwetsbare ding heel naar huis te brengen tussen het geweld van flessen wijn, pakken pasta en dozen tomatenpuree. Maar het lukte…

© paul

 

Please follow and like us:

Wildzwijn op de Bourgondische manier…

IMG_6236Wildzwijn op de Bourgondische manier…
We zijn vanuit de Morvan zaterdag teruggereisd naar ons eigen stekje in Luxemburg. Er restten ons nog een paar dagen vakantie en het leek ons een goed idee om ook onze ‘eigen’ bossen nog even in hun herfsttooi te bekijken. Ook hier is het mooi; prachtige kleuren en herfstige geuren. We dronken zaterdag een borrel met mede-campinggast Frank en z’n dochter Janna, heel gezellig. Zij vertrokken zondag via racebaan Duitsland weer naar huis, wij blijven nog even. In alle stilte, er is hier niets meer te doen en dat bevalt ons prima. Het is Sinterklaasweer: mistig, koud, vroeg donker. Tijd voor stoofpotten en soep bij een snorrende kachel en een beetje Bach (we misten muziek in het huisje in de Morvan), een mooi boek en een goeie film…
Vanmorgen deden we dus in allerijl boodschappen in onze favoriete supercactus Belle Etoille. Hum, allerlei lekkers, nog in de aanbieding ook… Halve geit voor zo’n € 30,- . Helaas, een beetje veel voor ons twee. Dan maar wildzwijn, gefokt, ook lekker.
Ik besloot op dit zwijn al mijn opgedane indrukken en in Bourgogne gekochte boodschappen los te laten. Mijn versie dus van een Bourgondische wildzwijnstoofpot.

• Voor twee personen
• Een goeie stoofpot met een dikke bodem
• 400 gram wildzwijn, in stukken van ongeveer 3×3 cm
• boter
• 1 sjalot, fijngehakt
• 1 teen knoflook, geplet en fijngehakt
• 1 wortel, geschild en in kleine blokjes gehakt
• 4 jeneverbessen en een blaadje laurier
• peper en zout
• 1 glas rode wijn (liefst Bourgogne
• een scheut crème de cassis
• wat bouillon
• 1 dikke plak pain d’épices, of neem kruidkoek en voeg een steranijs toe
Verhit de boter in de stoofpan en bak de stukken vlees snel rondom bruin. Haal ze uit de pan en bak de sjalot en knoflook even aan. Voeg de wortelstukjes erbij en bak ze ook even mee. Blus dan af met de rode wijn en een scheut crème de cassis. Verwarm alles en voeg dan het vlees weer toe. Laat het geheel nu zo’n twee en een half uur heel zachtjes sudderen. Proef en voeg naar behoefte peper en zout toe. Kruimel de pain d’épice over de saus en roer goed. Laat nog even stoven en dien dan op. Wij aten er lekkere Bourgondische ratten *) bij en wat gestoofde rode kool. Een glas Saint Aubin huppelde mee over de tafel…
Heerlijk, Herfst!
Kopje espresso toe!
*) aardappelsoort.
© ellen

Please follow and like us:

Cake met pompoen en sinaasappel

pompoen-sinaasappelcakeVandaag is zo’n dag dat je de deur niet uitgaat als het niet hoeft. Alles lijkt grijs en somber, binnen is het lekker warm en er ligt een mooi boek klaar om gelezen te worden. Mensen fietsen diep in hun jassen gedoken langs ons huis. Maar ja, Hond Jaros moet er toch echt uit. Dikke jas aan en ook handschoenen en inderdaad het is koud, grauw en er waait een geniepig windje, brr. Meteen maar boodschappen gedaan dan hoef ik er voorlopig niet meer uit. Bij onze grootgrutter nam ik het maandelijkse clubblaadje mee, altijd leuk om een ideetje op te doen. Hoewel je het blad eigenlijk in de winkel zou moeten bekijken, anders kom je thuis en heb je weer nét die benodigde ingrediënten niet in huis… Thuisgekomen bladerde ik langs de bladzijden en mijn oog viel op de pompoen-sinaasappelcake. Met speculaaskruiden, mmm, ik kon de geur al bijna ruiken. Sinaasappel en speculaaskruiden dat past precies bij deze grauwe dag! Natuurlijk werd het weer eens ietsje anders dan in de Allerhande; halverwege de verwerking kwam het Kind met haar Kruimel op bezoek en al kletsend las ik het recept maar half. Ik deed het sinaasappelsap bij het beslag, Allerhande giet het er over. Ik deed ook alle suiker door het beslag, Allerhande mengt dat met het sinaasappelsap en giet de siroop over de cake. Ik glazuurde mijn cake met sinaasappelmarmelade. Je zou denken dat mijn cake door het sap te nat zou worden, het tegendeel is waar. Een is lekkere smeuïge cake geworden, ook niet te zoet. Ik geef je dus mijn recept: pompoen-sinaasappelcake

  • 1/2 pompoen, pitten en draden verwijderen, schillen en in kleine stukjes snijden. De stukjes pompoen 8 minuten in wat water koken en afgieten onder koud water. Even goed uit laten lekken.
  • 1 sinaasappel goed schoonboenen, de schil raspen, de rest uitpersen.
  • 100 gram zachte boter
  • 1 theelepel speculaaskruidenmix
  • 1 mespuntje zout
  • 200 gram witte basterdsuiker
  • 2 eieren
  • 1 klein bekertje crème fraiche
  • 300 gram zelfrijzend bakmeel
  • 2 theelepels bakpoeder
  • wat bloem om de vorm te bestuiven
  • 3 eetlepels sinaasappelmarmelade

Meng met keukenmachine of mixer de boter, de kruiden, sinaasappelrasp, het zout, de suiker, de helft van de stukjes pompoen en het sinaasappelsap tot een mooi beslag. Voeg dan één voor één de eieren toe en de crème fraiche. Klop nog even en zeef dan het bakpoeder en het zelfrijzend bakmeel over de massa. Schep alles voorzichtig om en om en voeg de rest van de pompoenblokjes toe Ziet er mooi uit zo her en der een vrolijk oranje stukje.

Bestuif de cakevorm met wat bloem en giet het beslag in de vorm. Bak de cake in het midden van de oven in ongeveer 50 minuten gaar. Haal de cake uit de vorm en laat afkoelen. Verwarmde marmelade en giet die over de cake.

Lekker met een kopje espresso!

© ellen.

 

Please follow and like us:

Weckmann…

Weckmann...

Ik was even in het grensplaatsje Goch, gelegen aan de Duitse zijde van de demarcatie. Ik had er eigenlijk niks te zoeken, maar ik moest er even uit. De plaatselijk bakker bood een broodpop aan, dat hoorde bij deze tijd van het jaar. Je vindt ze overal in het Rijnland, maar ook aan de Nederlandse kant van de grens, met name in Limburg. Ook de Pfalz heeft z’n eigen variant, evenzo de Elzas, Lotharingen en de Franche Comté.

In Goch heet het mannetje Weckmann, Herr Weckmann wel te verstaan, maar een paar kilometer verderop in Kleef laten ze de laatste n weg. Verder luistert hij naar de namen: Stutenkerl, Stutenmännchen, Kiepenkerl, Klaaskerl, Backsmann, Stutenmann, Piefekopp, Puhmann, Weckmännchen, Buckmann, Bauchmann, Kaiten Jais, Dambedei, Hefekerl, Ditz, Klausenmann, Griitibänz, Grettimaa, Elgermaa, Teigmännli, Grättimaa, Elggermaa, Baselmann, Wäge̩mǫǫn, Wäge̩man, Klooskäälsche, Flǫütewäk, Wäkman, Wëggemann, Weggemann, Kloskälche, Fleuteweck, Weckpopp, Wäge̩man, Koosmännke of Weggbopp.

In Nederland mag hij Piepekop heten, of Buikman, Wekkeman, Stevensman en Ziepesjprengert. In ons eigen Luxemburg spreekt men hem aan met Boxemänchen, (hoewel Ellen ervan overtuigd is dat ze hem in de Moezelstreek écht anders noemen). In de Elzas is het dan weer Männele en in de rest van Noord-Oost Frankrijk spreekt men van Jean Bonhomme. Zoveel namen voor zo’n simpel broodmannetje…

Het broodmannetje wordt gebakken van een eenvoudig gistdeeg dat tegenwoordig vaak wordt aangezoet. En je hebt mannetjes mét krenten en zonder. Het mannetje hoort van oudsher zowel bij Sint Maartensdag als bij Sinterklaas, hoewel hij tegenwoordig de hele Adventstijd wordt gebakken. (En ruim eerder dus ook…)

Al vanuit de middeleeuwen is bekend dat men in de Adventstijd broden in de vorm van menselijke figuren bakte, die men vervolgens schonk aan zieken, armen en behoeftigen. Katholieke werken van barmhartigheid dus. Maar in andere verhalen komen de Germanen uit de voorchristelijke tijd om de hoek piepen, met hun broodoffers rond de Midwinterwende.

De gewoonte om een stenen pijpje mee te bakken stamt uit onze contreien, het is typisch Rijnlands. Hoe lang en waarom dat gebeurt geeft voedingsbodem tot allerhande speculaties. De gewoonte zou ergens uit de 17e of 18e eeuw stammen en ermee te maken kunnen hebben dat het Protestants volksdeel zich actief bezig hield met het ontheiligen van Katholieke symbolen. Door het broodmannetje een pijp mee te geven maakte je van een oorspronkelijk religieus symbool een doodgewoon mannetje.

In oktober 2007 schreef ik al eens over Herr Weckmann. Het stukje heeft niet zoveel om het lijf, maar we kregen er een hele hoop schitterende reacties op; een paar uit Duistland en een aantal uit Limburg. Die reacties zijn voor eeuwig verloren gegaan door toedoen van een slechte weblog-aanbieder.

Enfin,.. ik kocht dat broodmannetje voor onze Jop, maar die kan er natuurlijk nog niks mee. Die is nog in het stadium van kleine brokjes brood met jam van oma

Ach het schijnt vaker voor te komen, irrationaliteit bij beginnende grootouders. Het schijnt ook weer over te gaan…

© paul

P.s.: Weck is overigens Oud-Duits voor een deeg van water, gist en bloem…

Please follow and like us:

Schiacciata con l’uva; druivenbrood….

Druivenbrood... Haar website staat al jaren gemarkeerd als een van onze favorieten, en het zou zomaar kunnen dat je haar al eens bezocht. Maar voor al diegenen die dat genot nog niet ten deel viel geeft ik hier nog maar eens het adres: La Cucina, Italiaans koken met Antoinette

Antoinette is een Nederlandse vrouw die in het begin van de eeuw verhuisde naar Italië omwille van liefde, keuken en koken. Hoe het intussen met de liefde is, daar heb ik geen weet van, maar met keuken en koken zit het wel snor. Van die laatste twee zaken getuigt Antoinettes website. Antoinette schrijft beeldend, helder en met humor. Haar recepten zijn mooi, bruikbaar en doorgaans prima na te koken. Bezoek die site en doe er je voordeel mee….

Zo stond er recentelijk dat artikel op Antoinettes website over de druivenoogst bij haar in de buurt. En ze plakte er dan maar meteen een recept aan. Onze eigen druivenoogst was zo goed als voltooid. Natuurlijk mocht er wat blijven hangen ten bate van de vogelen des velds, maar er viel ook nog best een paar kilo eerste klas druiven te plukken omwille van culinair gerief. En dat recept van Antoinette kwam daarbij prima van pas. Het betreft een vruchtenbrood, met verse vruchten wel te verstaan. Het recept komt uit Toscane, maar in de basis is het in feite een heel algemeen recept, iets dergelijks zal dus op andere plaatsen ook wel te vinden zijn. In haar artikel suggereert Antoinette dat ze een eigen invulling aan het recept gaf. En ik veranderde er ook weer een en ander aan. Ik gebruikte meer bloem en minder druiven (ik kreeg in eerste instantie mijn deeg niet goed). Ik geef je het recept zoals ik het maakte. Het recept volgens Antoinette vind je op haar site.Druivenbrood...

    • 500 gram bloem,
    • 7 gram droge gist,
    • 290 ml. water,
    • 4 eetlepels olijfolie,
    • 1,5theelepel zout,
    • 600 gram druiven,
    • 90 gram suiker

Meng de gist met twee eetlepels olie en twee eetlepels water. Werk gist, zout en de rest van het water door de bloem en kneed tot een soepel deeg. Doe het deeg vervolgens in een kom en laat het bij kamertemperatuur anderhalf uur rijzen. Het volume van het deeg zal zich in die tijd verdubbelen. Verdeel nu het deeg in twee helften. Bedek met een helft de bodem van een ronde bak- of cakevorm (doorsnee 30 centimeter) en stort hierop de helft van de druiven. Strooi er wat suiker over en dek vervolgens deze laag af met de rest van het deeg. Druk in deze toplaag de rest van de druiven en bestrooi met de rest van de suiker. Laat het druivenbrood nog eens een uur rijzen bij kamertemperatuur. Bak het brood vervolgens in een op 180 graden voorverwarmde oven in 45 minuten gaar.

Wat je nu hebt komt heel aardig overeen met traditionele Limburgse vlaai. Niet die kruimelbodemvlaai uit de winkel, maar dat vruchtenbrood zoals het gegeten werd (wordt?) als nagerecht bij een copieus maal. Antoinette geeft nog een paar suggesties voor het geval dat je geen druiven ter beschikking zijn. Met een beetje creativiteit zijn de mogelijkheden legio. Probeer het recept uit met druiven. Het levert een heerlijk zoet vruchtenbrood op met een fris zuurtje. En het geurt oorverdovend…

© paul

Please follow and like us:

Flammekuche mit Blutwurst…

Flammekuche uit de Pfalz...

Het gebouw lag een paar honderd meter buiten het wijndorp Wachenheim aan de zoom van het Pfälzer Wald. Slechts een smal pad ernaartoe bleek geplaveid, verder was de omgeving een grote zandbak met hier en daar een oase van grind. Dat gold ook voor de Bierstube, die verder overschaduwd werd door een linde, een kastanje en twee eiken. De reusachtige bomen hadden een groot deel van de vorige eeuw meegemaakt. Onder de bomen stonden verveloze tafeltjes en stoeltjes, bij wijze van terras.

Een café kon je het niet noemen, eerder een uitspanning. Een veredelde houten keet, een soort verkennerijblokhut, maar dan van enige omvang. Het grofstoffelijk meubilair bestond voornamelijk uit houten banken, grove tafels en een enkel bankstel. Een soort jongerencentrum voor vijftigers dus. De toiletten waren blinkend schoon…

De ene kopse kant van de ruimte werd gevuld door een enorme open haard, over de breedte van de andere strekte zich een ouderwetse toog uit. Die toog was evenwel zelden bemand, de kasteleinse had haar bezigheden voornamelijk in de aanpalende keuken. Drank en voedsel konden dan worden besteld via een luikje en werden ook door dat luikje uitgeserveerd. Er hing een handgeschreven bordje boven: géén bediening op het terras. Het deed allemaal onduits aan, maar ik voelde me er direct thuis…

De kasteleinse bakte Flammekuche, dat was haar voornaamste bezigheid. Nagenoeg alle gasten maakten gebruik van haar kunnen, en aangezien het terras vol zat wilde het zeggen dat de vrouw permanent in de keuken stond. Naast de klassieke varianten van de Flammekuche  serveerde ze er een met bloedworst. Het was me een ware openbaring.

De bloedworst die ze gebruikte, een Pfälzer variant, leek wel op onze bakbloedworst. Misschien was hij iets steviger. Naar de romige ondergrond heb ik haar niet gevraagd, maar die smaakte zoals thuis, dus dat zou zomaar kwark en crème fraiche kunnen zijn. Eigenlijk, vertelde kasteleinse, hoorde er ook zuurkool bij als ondergrond, maar die was al dagen op. In plaats daarvan gebruikte ze uienringen. Spekjes erbij en lente uitjes en je Flammekuche was compleet.

Ik at het die warme zomeravond voor het eerst, en de avond daarop weer, en weer… Ik kon er geen genoeg van krijgen. Intussen ben ik ervan overtuigd dat het gerecht thuis gemakkelijk is na te bakken. Onze bloedworst leent zich er wel voor, mits heel dun gesneden.

Ellen beschreef al verschillende keren hoe zij haar variant maakt. Onder andere vind je het recept en de beschrijving onder Flammenkueche (Elzas)… De Pfälzer variant (Flammekuche) staat op mijn verlanglijst.

© paul

Please follow and like us: