Dôr hedde de Skut…

verhuizing met de Skut 041

Ik zou dan voor Ellen dat artikel schrijven over die gigantische pan soep die
ze ter gelegenheid van de verhuizing van Marleen en de Jongste Bediende had
gekookt. En er was zoveel soep nodig omdat het geen gewone verhuizing betrof.
Nee, de verhuizing werd gedaan door de Gildebroeders van de Gruun Skut (Groene
Schut). En toen bedacht ik dat we op het web-log al eerder schreven over Marleen
en de Skut, en dat we daarop nogal wat vragen kregen. Voor dorpsgenoten is het
al niet altijd gesneden koek, laat staan voor volk van “buiten”. We hebben
destijds de vragen allemaal netjes beantwoord, maar om te voorkomen dat we weer
iedereen afzonderlijk moeten schrijven besloot ik dan maar een artikeltje te
maken over het fenomeen “Skut”.

Ons dorp is nog twee Schutterijen (ook wel Gilde genaamd) rijk, de Rooi Skut
en de Gruun Skut. De geschiedenis van deze Gildes gaat in ieder geval terug tot
de renaissance, maar naar alle waarschijnlijkheid bestonden ze al in de
middeleeuwen. De oudste geschreven bronnen zijn van rond 1500. De opzet en
organisatie vertoont wel gelijkenis met de bekende Stadsschutterijen uit de
Zeven Provinciën, behalve dan dat onze Schutterijen voornamelijk werden (en
worden) bevolkt door mensen uit de boeren stand. Oorspronkelijk was het doel
beslist ook fysieke bescherming van huis en haard en sippe, tegenwoordig houden
de Gildes zich veel meer met de sociale kanten van het bestaan bezig. De
Schutterijen zijn min of meer ingebed in het Rijke Roomse Leven. Er kan geen
activiteit plaats vinden of het Papendom is erbij betrokken. En verder is de
Schutterij van ouds her een mannenbolwerk.

aspergemarkt 055    aspergemarkt 037

Er bestaat wel degelijk een rivaliteit tussen onze twee Schutterijen, hoewel
men elkaar al lang niet meer de koppen inslaat, zoals in vroeger dagen nog wel
eens wilde gebeuren. En of je tot de Rooi of de Gruun behoort is voornamelijk
familiair bepaald, dat geldt tot op de dag van vandaag. De familie van Marleen
is van ouds her gelieerd aan de Gruun. Marleens vader was Keizer en moeder
Anneke Keizerin (???) en broer Joost behoort tot de Tamboersgroep van de
bent.

Een van de festiviteiten van het Gilde is het Koningschieten. Op een hoge
paal wordt een houten vogel geplaatst en degene die hem uiteindelijk naar
beneden schiet wordt voor twee jaar tot Gildekoning gekroond. Hans Kanters
schoot zich twee jaar geleden Koning en hij verzocht Marleen als zijn Koningin.
Marleen stemde toe en mocht zich voor twee jaar Koningin noemen (mét alle
rechten, mét alle plichten…). Aangezien Marleen in deze periode zou verhuizen
werd zij daarin bijgestaan door het nagenoeg voltallig Schuttersgilde. Hulp bij
verhuizingen van Gildebroeders en -zusters behoort immers tot de sociale
verplichtingen van de Skut. Het te verhuizen volk wordt op het oude adres
opgehaald en in plechtige stoet door het dorp gevoerd naar het nieuwe adres.
Onderweg wordt de groep getrakteerd op spiritualiën door deze of gene die aan de
route woont. Gezien de staat waarin men het nieuwe adres betrat, was er onderweg
met gulle hand geschonken…

De Jongste Bediende is overigens geen lid van de Skut. Hij is een
arbeidersjongen, en bovendien rood. Maar omdat hij nu eenmaal gelieerd is aan
Marleen moest de Skut wat met hem. Ze hebben hem dan maar onder gebracht bij de
Dameskrans van het Gilde.

verhuizing met de Skut 014     verhuizing met de Skut 020

verhuizing met de Skut 048      verhuizing met de Skut 049

Als eerbetoon werd door de vendeliers tot slot een gepaste groet gebracht aan
de verhuisden en de resterende Gildebroeders.

En om een eind te breien aan een lang verhaal: voor deze verhuizing maakte
Ellen die grote ketel soep.

Natuurlijk is mijn verhaal onvolledig. Maar wil je meer weten, klik dan even
door naar de web-site van de Gruun
Skut
. Rest me nog te zeggen dat
de Gruun Skut waarlijk weet wat feesten is, en dat geldt zeker ook voor hullie
wat achter geschoven vrouwvolk…

© paul

verhuizing met de Skut 008

Recept voor veertig liter bonensoep…

verhuizing met de Skut 005

Het recept voor veertig liter soep. Ik denk niet dat er veel lezers op zoek
zijn naar zo’n recept, veertig liter soep koken is voor de meeste mensen geen
alledaagse bezigheid.
Toch schrijf ik mijn bevindingen hier op. Voor mezelf,
als curiositeit, of voor je-weet-nooit-wanneer-het-nog-eens…

Uitgangspunt was de enorme pan die De Jongste Bediende even mocht lenen;
inhoud vijftig liter. Een mooie roestvrijstalen pan met een goede dikke
bodem.
Die pan was veel groter dan ik gedacht had, niet meer te tillen met
inhoud bedacht ik. Dus besloten we de soep ter plaatse te maken, in het nieuwe
huis, aan de Witte Brug.

De ingrediënten:
1 kilo kalfsschenkels
1 kilo ossenstaart
1 kilo
speklappen in stukjes gesneden
500 gram varkensribbetjes
2 grote gerookte
Ardenner worsten
1 kilo Portugese ogenboontjes
1 kilo ingevroren groene
bonen
6 literblikken witte bonen
3 uien, (1 in de bouillon, 2 twee in
fijne stukjes gesneden)
5 zakken prei (uit eigen tuin, gewassen, gesneden en
diepgevroren)
16 bouillonblokjes
4 struiken bleekselderij
1 kilo
sperzieboontjes in stukjes gesneden
1 bos peterselie, 1 bos selderij, 6
blaadjes laurier, 1 eetlepel gemalen witte peper, 3 eetlepels gedroogde oregano,
een tak verse rozemarijn, 4 teentjes knoflook

De avond vooraf maakte ik thuis een sterke bouillon in onze eigen grootste
soeppan.

1 kilo kalfsschenkels, 1 kilo ossenstaart, wat varkensribbetjes, een flinke
ui, wat laurier, peper, en bos selderij en een bos peterselie.
Het vlees in
de pan en afvullen met koud water. Langzaam aan de kook brengen en afschuimen
tot het vocht helder is. Dan de ui en kruiden erbij en de bouillon langzaam op
een zacht vuurtje laten trekken.
De ogenboontjes een nacht in ruim (koud)
water laten weken.

De volgende ochtend heb ik het het vlees uit de pan geschept en de bouillon
door een puntzeef gegoten. Het vlees ontdaan van vellen en drellen en in stukjes
gesneden.
De ogenboontjes afgegoten en met ruim koud water aan de kook
gebracht. Ze moeten ongeveer 1 1/2 uur koken. Zout mag er pas bij als ze gaar
zijn, anders worden de boontjes taai.

Daarna brachten we alle ingredienten naar het nieuwe huis. De gezeefde
bouillon ging als eerste in de grote pan. Daarna de ogenboontjes met
kookvocht.
Vervolgens de ui, knoflook, kruiden, bouillonblokjes en de helft
van de prei.
Dan de verse groenten. Eerst de sperzieboontjes, dan de
bleekselderij, de rest van de prei en tot slot de uitgelekte witte bonen.

Ten slotte de Ardenner worsten in kleine stukjes gesneden en nog even mee
laten trekken in de soep. Als alle smaken vermengd zijn, proeven, misschien nog
wat zout of peper. De rest van de prei en voor een mooie groene toets nog wat
peterselie en selderij erbij gedaan.

Roeren ging nog net, maar de  soep uitscheppen was niet zo simpel. De afstand
tussen de afzuigkap en de pan was te klein om, zonder je armen te verbranden, te
kunnen scheppen. We bedachten een simpele oplossing; de pan werd met vereende
krachten van het vuur getild en op een krat geplaatst!

verhuizing met de Skut 058

Natuurlijk was deze soep alleen niet genoeg om de magen van de hongerige
verhuizers te stillen. De moeder van Marleen smeerde ook nog eens 200 broodjes
en belegde ze met ham (gekookte en gerookte), worst en kaas.

We sneden 4 grote stokbroden in dunne sneetjes en ik maakte daarbij
kruidenboter.

Verschillende mensen vroegen mij het recept van de kruidenboter op dit weblog
te schrijven. Zo lekker! Het geheim is simpel; gebruik goede boter, gebruik géén
voorgedroogde kruidenmengsels maar verse kruiden!

500 gram goede biologische boter, 1 bos verse platte peterselie en een bosje
bieslook uit eigen tuin, 3 á 4 tenen verse knoflook, beetje peper en zeezout uit
de molen. Hak de kruiden samen met de knoflook zeer fijn en werk dat mengsel,
met een beetje peper en zout door de boter.

© ellen.

Fin de Vacance…

augustus 2008 073

Niet een astronomisch object fotografeerde Ellen hier.
Dat wat je ziet is
een afbeelding van het nagloeien van ons laatste kampvuurtje.
Ik plaats de
foto om sentimentele reden…

Onze vakantie zit erop, het is gedaan. Donderdag tegen de avond kwamen we
thuis.
En onmiddellijk stapelden de verplichtingen zich op. Vrienden moesten
begroet worden en verhalen verteld.  De actuele dorpspolitiek werd geëvalueerd
en bediscussiëerd en standpunten moesten bepaald. Er kwamen diverse mensen langs
om eetwaar te brergen, en dat moest natuurlijk ook weer gefotografeerd, zodat er
later over kan worden geschreven.
Een gigantische hoop post op web-log en
mailbox vroegen om antwoord en de vakantiefoto’s moesten uitgezocht. Voor de
verhuizing van Marleen en de Jongste Bediende (op zaterdag) diende een goede
veertig liter soep te worden gemaakt. En dan natuurlijk nog het verwerken van
onze eigen vakantierommel.
Je begrijpt het lezer, we stelden het schrijven
nog even uit…

Tijdens de vakantie hadden we niet te klagen over de bezoekersaantallen op
het Ministerie. De statistiekenwijzer geeft aan dat de miljoenste (1.000.000ste)
pagina inmiddels is bekeken, gerekend vanaf het begin van het web-log.
Misschien, wanneer ik weer veel tijd heb, zoek ik alsnog uit welke pagina dat
was.

Een ieder die we beloofd hebben om over “dit en dat” te schrijven vraag ik
een beetje geduld en clementie. Het komt, écht waar… Ik weet alleen nog niet
wanneer.

© paul

Vacantie…

risotto classico

Het bericht waarmee we de vacantie aankondigden en waarmee ook we ons voor
enige weken van het web log distancieerden is niet over gekomen, in het geheel
niet. Vandaar een korte groet vanaf ons vacantieadres.

We zitten in een internetcafé in Arlon. Ellen probeert foto’s op te laden en
ik schrijf dit stukje. Mét een Frans toetsenbord, waarop alle letters een andere
plaats hebben gevonden en de leestekens kwijt zijn. Enfin…

Thuis op het Ministerie is alles best. Hond Max vermaakt zich kostelijk met
zijn tijdelijke baasjes, en intussen woont zijn maatje Spot ook weer in.

We zijn nog een paar weken onderweg. Qua eten en drinken is de vacantie al
ruimschoots geslaagd. En voor de rest eigenlijk ook.

Groet van Ellen en Paul.

Zomerse mosselen…

mosselen 007

Een zomerse maaltijd, genoten op de stoep achter ons huis. Mosseltjes,
klaargemaakt op de meest eenvoudige manier. Met een mooie knoflookmayonaise, met
een glas gekoelde Riesling.

Terwijl ik de vorige zin schreef, bedacht ik dat het onder andere
omstandigheden net zo goed een mooie winterse maaltijd kon zijn. Mosselen hebben
dat, ze brengen me altijd in een zomer- of winterstemming. Nooit eens herfst of
lente, terwijl we in die jaatgetijden toch het vaakst mosselen eten.

Het is nog niet zo heel lang geleden dat de regel gold dat je mosselen eet
wanneer de “R” in de maand zit. (En van mei tot september waren ze doodeenvoudig
ook niet aan te komen.) Denkend aan mosselen zie ik dan ook een dampende pan in
een warm verlichte keuken. Buiten is het donker en koud. En ik ruik de zilte
mosselgeur die zich vermengt met die van knolselder en prei. Winter lezer,
winter…

Onze Zuiderburen wisten wel beter. In Vlaanderen was het al veel langer
gewone zaak om het seizoen naar voren te schuiven.

En toen we dan neerstreken op dat beschaduwde terras op de markt van Diest.
En toen daar twee dampende keteltjes voor ons werden neergezet, één voor
ieder… En toen de geur van “mosseltjes in look” onze neuzen streelde, en een
zomerbriesje onze ruggen… Toen lezer, toen had ik er ineens een beeld bij. Het
beeld van zomerse mosseltjes!

© paul

Grillfest…

luxemburg juli 2008 029

Nog een paar nachten werken en mijn vacantie begint. En in welke uithoek van
Europa we uiteindelijk ook zullen belanden, onze vacantie begint in Luxemburg,
zoveel is zeker. We gaan in ieder geval de kermis van Ansembourg meemaken en ook enkele grilfeesten staan op het
programma.

Het grillen van vlees is ontzettend populair in Luxemburg,. Het hoort bij elk
zomerfeest, bij elk dorpsfestijn, bij elke markt of treffen. En ook in
huiselijke kring wordt ieder samenzijn, ieder feestje een “Grillfest”.

Dat geldt overigens niet alleen voor Luxemburg, maar voor de hele regio. In
de aan Luxemburg grenzende Vogezen heet het gewoon (op z’n Frans) “grillfest”.
In het Duitse Saarland noemt men het “Schwenkbraten”. (Dit naar de manier van
grillen.)

En wat ik nu zo aardig vind is dat er doorgaans niet gekozen wordt voor
goedkoop supermarktvlees (dus bio-industie), maar voor de kwaliteit van de
plaatselijke slager. Want het is een ieders eer te na dat er iets op het vlees
is aan te merken. En aan de lange “biertafels” hoor je de gasten altijd openlijk
hun mening verkondigen over vlees en kwaliteit van bereiden. (En vergelijken met
het vorige feest in dat-en-dat dorp, bij die-en-die gelegenheid.)

De keuze van het gebodene op een Grillfest is gering. Het gaat dan om
metworstachtige worstjes, Metti’s genaamd. En om Türinger worsten, die sinds één
jaar van Europa geen Türinger meer mogen heten omdat ze niet uit Türingen komen.
(En dus nu naar fantasienamen luisteren als Grilli, Grillwurst of Festwurst.) De
worsten komen altijd met harde broodjes.

Maar het belangrijkste gerecht is natuurlijk de “Kottlett”. Gemarineerde
schouderkarbonade van goede kwaliteit. De receptuur van de marinade wil nog wel
eens verschillen, maar paprikapoeder en majoraan mogen niet ontbreken. Een
enkele keer krijg je je vlees met aardappel en salade (Gromperen an Salot) maar
doorgaans komt het met platte sneden brood. Die dienen dan (net als in de
middeleeuwen) eerder als servet en handbeschermer dan als onderdeel van de
maaltijd.

Sommigen drinken er witte wijn bij, maar het meest geliefd is toch een glas
Luxemburgs pilsnerbier. Goed getapt en in een glas van écht glas…

hemelvaart 010

© paul

Hartige ei-kaas-hapjes van Cornette…

soufflee 008

De huiselijke beslommeringen gaan hier gewoon door alsof het geen vakantie
is.
Maar vandaag heb ik toch maar eens uitgebreid de tijd genomen om de
verhalen van medebloggers te lezen. Ik kom allerlei prima recepten tegen die ik
nog eens wil gaan maken. Het is hier alleen veel te warm om echt uitgebreid te
gaan koken. De luchtvochtigheid is gestegen tot 98 % en echt regenen doet het
ook niet hier.

Cornette
bracht me op een idee voor een simpele maaltijd vandaag: zij noemt
het “kaas -met -wat -je -wilt -hapjes”.
Ze gebruikt voor dit recept een 6
persoons muffinvorm en ik meende zo’n vorm een tijdje geleden gekocht te hebben.
Gewoon om te hebben, ik had er nog niets mee gedaan, dus dit leek me een goede
gelegenheid om de vorm eens in te wijden. Toen ik het bakblik pakte bleek het
geen muffinvorm maar een vorm voor 6 kleine cakejes. Niet erg, mijn baksel werd
dus niet rond maar langwerpig.

Cornette geeft niet echt een recept, zij geeft een aanzet tot. Dat vind ik
altijd wel prettig. Mijn kaas-met-wat-je-wilt-hapjes werden dus een variatie
op…En, er zijn nog honderden varianten mogelijk.

De basis is ei en room, met de vulling kun je eindeloos varieren.

Voor 6 vormpjes;
6 eieren
125 ml room
50 tot 75 gram geraspte
kaas.

Dat is zo ongeveer de basis. Verder maak je dan massa met bijvoorbeeld ham,
champignons, spek, doperwten, courgette, tomaten, eekhoorntjesbrood, salami,
vis, garnalen noem maar op.
Cornette maakte ze met salami en doperwten.

Ik gebruikte vandaag 60 gram ham, 4 kleine tomaatjes, wat fijngesneden ui,
een paar plakjes courgette, oregano en verse peterselie. Ik gebruikte
versgeraspte Parmezaanse kaas.

Verwarm de oven voor op 180 graden.
Snijd de vulling heel fijn en verdeel
dit over de ingevette vormpjes. Strooi de helft van de kaas erover.
Klop de
eieren met de room en wat peper tot een luchtig mengsel. Giet dit over de
vulling in de vormpjes. Strooi de rest van de kaas erover en zet de vormpjes in
de voorverwarmde oven.
Bak de kaas-ei-hapjes 25 minuten op 180 graden.

Je kunt ze serveren als bijgerecht, als lunch, koud of warm. Wij gaan  ze in
ieder geval vaker maken. Paul wil ze met eekhoorntjesbrood en spek, ik met
artisjokken, peterselie en ham.

Vanavond aten we ze met wat sla en daarna nog een paar
lamskarbonaadjes.
En espresso toe!
© ellen.

Zomerse salade met een Aziatisch tintje…

pittige salade voor warm weer 016

Het was hier gisteren bloedheet, benauwd, plakkerig weer. Zo’n dag dat je al
bij voorbaat weet dat er een enorme bui gaat komen. Iets roosteren leek me
daarom geen optie. Is het eten net half klaar en dan moet je naar binnen
vluchten. Ik besloot daarom een flinke salade te maken.
Klary Koopmans inspireerde met tot deze heerlijke
zomerse salade. Je kunt er allerlei soorten groenten in verwerken, de Thaise
visssaus geeft er een exotisch tintje aan.

Voor twee personen;
een flinke entrecote, 300 gram mag best
350 gram
sperzieboontjes
1 kropje little gemsla in kleine pluke gescheurd
twee
rijpe tomaten, in plakken gesneden
1 rode paprika
1 ui, heel fijn
gesneden

voor de dressing;
het sap van 1 limoen
4 theelepels Thaise vissaus
2
theelepels olijfolie
1 chilipeper, doorsnijden en het zaad verwijderen, in
fijne reepjes gesneden
1 handjevol fijngehakte verse munt
1 kleine bosje
verse korinader, fijngehakt

Blancheer de boontjes 6 minuten in kokend water, giet ze af en laat ze even
schrikken in ijskoud water.
Prik de paprika aan een vork en houd ze boven een
gaspit tot de buitenkant helemaal zwartgeblakerd is. Laat ze even schrikken
onder koud water en pel dan het vel eraf. De zwarte schil moet er helemaal
afgepeld worden.  Een beetje gepeuter is dat wel maar je houd een heerlijk zoete
paprika over. Bovendien zorgt deze bereidingswijze ervoor dat paprika’s  beter
verteerbaar zijn. Een stuk rauwe paprika kan mij soms nog uren opbreken, als het
vel op deze manier verwijderd wordt heb ik daar geen last van.
Snijd de
paprika doormidden, haal de zaadlijsten eruit en snijd hem in grove stukken.

Rooster intussen de entrecote en laat het vlees 5 minuten rusten. Snijd het
dan in dikke plakken.
Verdeel de groenten over twee borden, leg de plakken
entrecote ertussen. Maak de dressing en schep die over de salade. Serveer met
wat brood en een glas koele witte wijn.

© ellen.

Marc de café…

luxemburg juli 2008 028

Café Knops heeft vestigingen in Stad Luxemburg, in Arlon en in een groot
winkelcentrum aan de Franse grens bij Longwy. Ze verkopen een tiental soorten
koffie, allemaal zelf gebrand. Ze stellen hun espresso’s zelf samen en altijd is
er wel een bijzondere koffie te vinden. Ik schreef al eens over de Mount Everest soupreme.

Zijn we in de buurt dan zullen we niet nalaten om een paar pond espresso in
te slaan, prima koffie. Terwijl ik vorige week stond te wachten tot mijn
bestelling was gemalen en verwerkt, viel mijn oog op een ton met plastic zakken.
Nadere beschouwing leerde me dat er koffiedras in de zakjes zat. “Marc de café”
stond er op het begeleidend bordje. En “gratuit”. Het bleek te gaan om afval uit
de koffiesalon van Knops, hun restanten van de verschonken koppen espresso. Voor
de tuin.

Ooit heb ik bedacht dat de koffiedras van mijn espressopotje een tweede leven
beschoren dient te zijn. Vanaf de achterdeur mik ik de handzame ingedroogde
klonters koffieresten tussen onze rozen. Prima meststof. Het composteert
gemakkelijk en snel en de rozen lijken het lekker te vinden. Ik dacht dat ik in
deze vorm van bemesten nogal uniek was. Bij Knops wisten ze wel beter.

© paul

Weer thuis!

luxemburg juli 2008 016

Wij zijn weer thuis!
Ruim twee weken was ik samen met Hond Max, in
Septfontaines (Luxemburg).
Paul bracht ons weg en bleef een paar dagen.

(Paul moet nog werken en ik kan dan mooi wat klusjes aan de caravan
opknappen).
Dus stopten we de koelkast van de caravan vol en namen na een
paar dagen afscheid. En toen waren hond Max en ik helemaal alleen op die mooie
camping in dat prachtige dorpje. Onbegrijpelijk dat zo’n camping niet overvol is
met toeristen. Kennelijk zijn rust en stilte in een prachtig gebied niet wat de
mensen zoeken om hun vakantie door te brengen. De camping heeft zo’n veertig
staanplaatsen waarvan 12 vaste plaatsen. De rest wordt opgevuld door
rondtrekkende vakantiegangers, maar af en toe zijn er gewoon helemaal geen
gasten!

Als ik daar helemaal alleen ben heb ik tijd genoeg om de komende en gaande
bezoekers van de camping te bekijken. Soms zijn ze te voet, met een klein tentje
in de rugzak volgen ze de Grande Route. Soms zijn ze op de fiets, of op de
motor. Maar er komen ook wel caravans en campers. Ze komen uit heel Europa maar
één ding hebben ze allemaal gemeen; ze willen niet naar een camping met veel
vermaak en vertier in een overbevolkt toeristengebied; ze willen stilte, rust,
wandelen of fietsen of gewoon alleen maar een mooi boek lezen, en daar kan ik me
helemaal in vinden.

Deze rondtrekkende toeristen hebben meestal wel erg ongezonde eetgewoontes.
Na aankomst even snel een kant-en-klaar-hap lijkt gewoon te zijn op een camping.
Vreemd als je zo lang op de fiets gezeten hebt om dan genoegen te nemen met een
blik ravioli en wat chips! Of wat zwartverbrande worstjes met brood en veel
mayonaise, om nog niet te spreken van de
kant-en-klaar-maaltijden-die-gewoon-uit-Nederland-meegenomen-worden! Jammer, er
is zoveel lekkers te koop in Luxemburg waar je in een mum van tijd een mooie
gezonde maalltijd mee kunt maken!

In ieder geval heb ik heel lekker gegeten tijdens mijn verblijf in
Septfontaines. Ik zal er de komende dagen verslag van doen en ik zal ook een
paar tips geven voor kampeerders met maar één kookpitje.

Tip nummer één is alvast; koop nu eens van dat mooie Luxemburgse rundvlees.
Proef het verschil van een koe of kalf wat vrij rondgelopen heeft, goed
behandeld is en waarvan de herkomst in één oogopslag  te zien is.

luxemburg juli 2008 071

Dit vlees kocht ik in de Cactus supermarkt. Het is afkomstig van de runderen
die in de wei lopen tegenover onze caravan. Boer Noesen zorgt goed voor zijn
vee. Een hele kudde Limoussins, mét vaderstier, diverse moeders en een heleboel
kalfjes. Deze week werd een gedeelte van de wei gemaaid en dan ruik je de
kruidige geur van het gras dat deze beesten eten, heerlijk. Ik zie ook de hele
dag hoe de kalfjes en koeien door de wei rondhuppelen. Ze trainen hun spieren!
Af en toe loopt er een ontsnapt kalf in het bos. Hond Max laat dan zijn speciale
talent zien; koeien opsporen en terug naar huis brengen!

We aten deze biefstuk met een mooie simpele risotto gemaakt met
carnalonirijst en een salade vooraf.
Stukje kaas toe, en natuurlijk
espresso!

© ellen